null Beeld

Vandaag maar een half pakje slaag? Tien opvoedmythes gecheckt!

‘Van slaag krijgen word je groot.’ ‘Als je kauwgum inslikt, plakt je achterste dicht.’ ‘Als je zo in je neus blijft peuteren, dan zit je straks met je vinger aan je hersenen.’ Wij hebben als kind ons deel opvoedkundige kletspraat mogen aanhoren, en ook de Nederlandse pedagoge Marga Schiet weet er alles over: in haar boek ‘Opvoedmythes’ helpt ze vaders en moeders de onzin van de feiten te onderscheiden. ‘Tot een jaar of 6 horen kinderen te spelen, het leren komt vanzelf wel.’

Hanne Van Tendeloo

'Spannend om te zien hoe zo'n klein kind uitgroeit tot een mens, maar erg vermoeiend is het natuurlijk wel'

Vijfentwintig jaar lang hing Marga Schiet (69) aan de telefoon met weifelende ouders en grootouders, die haar belden voor advies. Eerst deed ze dat voor de Opvoedtelefoon – die heeft ze samen met een collega in 1984 opgericht – en daarna voor de advieslijn van Ouders Van Nu. Ze weet dus waarover ze het heeft. Intussen kon ze al haar goede raad ook thuis uitproberen, terwijl ze haar twee kinderen grootbracht.


Bent u geschikt om kinderen groot te brengen? Doe de test!

MARGA SCHIET «Tegenwoordig bellen onzekere ouders niet meer naar een advieslijn, maar gaan ze zelf op zoek op het internet. Daar staat het vol met tegenstrijdigheden en onzin. Ik weet hoe moeilijk het is om je een weg te banen door al dat goedbedoelde advies: ik ben heel jong moeder geworden. Iedereen – mijn moeder, de buurvrouw – kwam me vertellen hoe het moest. Voor de ene was borstvoeding heilig, de andere zwoer bij flessenvoeding. Een ander heikel punt was verwennen. De oudere generatie vond dat je daarmee moest uitkijken: ‘Niet oppakken! Voor je het weet, windt je kind je om z’n vinger!’ Van mijn zus kreeg ik dan weer het boek van de Amerikaanse kinderarts Benjamin Spock, die best soepel was als het over verwennen ging. Het balanceren tussen die twee stromingen vond ik erg lastig.»

HUMO Welke vragen stelden ouders u zoal?

SCHIET «Ongehoorzaamheid, slaapproblemen, veiligheid, niet willen eten: dat waren de belangrijkste thema’s. Veel mensen geloven nog erg in het adagio ‘Van een pak slaag wordt een kind groot’. Een tik hoort erbij, dat idee. Intussen is het verboden, maar als ik een moeder aan de telefoon kreeg die ten einde raad was en toegaf dat ze haar kind weleens een klap gaf, dan zei ik natuurlijk niet: ‘Mevrouw, wat u doet, is verboden.’ Nee, dan ging ik met haar kijken wat het effect van zo’n klap is: ‘Uw kind kan schrikken en even stoppen met zich slecht te gedragen, maar uiteindelijk is het eerder bang voor u dan dat het begrijpt wat het fout doet.’ Zo krijg je een heel negatieve verhouding met je kind en dat wil natuurlijk niemand.»

HUMO Dat brengt ons naadloos bij onze eerste opvoedmythe.

undefined


1 STRAFFEN HOORT ERBIJ

undefined

null Beeld

undefined

HUMO Belonen werkt beter dan straffen, zegt u.

SCHIET «Als een kind de hele tijd z’n bord van tafel gooit, dan kun je het natuurlijk moeilijk belonen. Maar je kunt wel zeggen: ‘Als je het nog een keer doet, dan zet ik je apart.’ Apart zetten vind ik een goeie straf. Of je kunt het iets leuks onthouden. Straffen kan dus wel werken, op voorwaarde dat het een gepaste straf is: ze moet passen bij het vergrijp en bij het karakter van het kind, en ze mag niet te lang duren. Een kind straffen door op het eind van de week geen zakgeld te geven, dat heeft geen zin. Zo’n straf schiet haar doel voorbij. Je moet vooral goed uitleggen waarom je iets doet: ‘Mama kan nu niet naar je luisteren, want ze moet koken. Maar als ik klaar ben, speel ik wel een spelletje met je.’ Kinderen zijn heel redelijk. Bovendien breng je hen op die manier iets belangrijks bij voor de toekomst: in het leven heb je nu eenmaal frustraties. Wij vinden het ook niet leuk om in de file te staan, maar soms gebeurt het. Als je je kinderen dat van jongs af aan leert, dan geef je ze een goede basis om later met frustraties om te gaan.»

undefined


2 TE VEEL VERWENNEN IS SLECHT

undefined

null Beeld

undefined

HUMO We hadden het daarnet al over verwennen: u raadt ouders aan het niet te veel te doen.

HUMO Een andere mythe die u naar de prullenmand verwijst: enige kinderen worden verwend.

SCHIET «Van een enig kind wordt altijd gezegd dat het met alle aandacht gaat lopen, maar een enig kind moet net zo goed leren dat mama nu even moet koken, werken of met papa praten. Plus: met een broer of zus erbij krijgt een kind ook van hén aandacht. Dat soort aandacht moet een enig kind missen.

»Voor een artikel heb ik eens een heleboel volwassen enige kinderen geïnterviewd. Zij vonden helemaal niet dat ze verwend waren in hun kindertijd. Het enige nadeel dat ze ervoeren, was dat, als er iets met hun ouders was, ze geen broer of zus hadden met wie ze dat konden delen. Dat vonden ze een gemis. Maar verder vonden ze het als kind altijd leuk als er iemand met hun speelgoed speelde. Ze waren het niet gewend dat het werd afgepakt door een broer of zus, dus waren ze alleen maar trots als ze het een keer konden delen.»

undefined


3 JE MAG AF EN TOE BEST TEGEN ZE SCHREEUWEN

undefined

null Beeld

undefined

SCHIET «Wat je niet moet doen, is zelf gaan schreeuwen. Schreeuwen is menselijk, maar je geeft het slechte voorbeeld. Je kunt beter even tot tien tellen, kalmeren en dan pas ingrijpen. Een goeie truc is naar je kind toe gaan en beginnen te fluisteren. Dan denkt het: ‘Hé, wat doet mijn moeder nu?’ En het stopt om naar je te luisteren.»

undefined

null Beeld

HUMO Een kind heeft ook een luisterafstand.

schiet «Niet luisteren is niet hetzelfde als niet horen. Een kind van 2 zit in een soort cocon en is alleen maar bezig met de dingen om zich heen. Als jij uit de keuken iets roept – ‘Aan tafel!’ – dan antwoordt het misschien wel, maar doet het vervolgens niks. Jij denkt: ‘Wat is die ongehoorzaam!’ en begint te schreeuwen, maar je boodschap is gewoon niet doorgedrongen. Dat lukt alleen als je iets zegt op niet meer dan een paar meter afstand. De regel is doorgaans: één meter op de leeftijd van 1 jaar, twee meter op 2 jaar en ga zo maar door. Het beste is om naar je kind toe te lopen, even je hand op de schouder te leggen, oogcontact te maken en dan pas je boodschap te geven. Dan pas kun je verwachten dat het echt heeft gehoord wat je zei. Tot de leeftijd van 7 à 8 jaar is die luisterafstand erg belangrijk.»

undefined


4 EEN IPAD IS (NOG) NIET GESCHIKT VOOR PEUTERS

undefined

null Beeld

undefined

HUMO Niets dat zoveel vragen oproept bij ouders als de iPad: is het nu slecht voor kinderogen of niet? Zorgt het voor onrust bij peuters? Of is al dat swipen toch ergens goed voor?

SCHIET «De tablet is niet per definitie slecht. Volgens Peter Nikken, hoogleraar mediaopvoeding aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, zitten er ook voordelen aan: een kind leert heel snel schakelen en het verbetert zijn hand-oogcoördinatie. Waar het om draait, is dat er aandacht is voor alle facetten van de ontwikkeling. Zet je je kind uren voor een iPad of voor welk scherm dan ook, dan beweegt het niet, speelt het niet en is het niet sociaal. Ken je de speelgoedschijf? Die deelt spelen onder in vier groepen: motorische, sociale, creatieve en verstandelijke ontwikkeling. Voor een evenwichtige ontwikkeling doet een kind best elke dag een activiteit uit elk van die vier groepen. De iPad kan daar dus bij horen, maar het is slechts één facet. Na een halfuurtje op de iPad zeg je best: ‘Hup, nu even buiten spelen.’

undefined

'Onderzoek bij vijfduizend kinderen leert dat langer dan twee uur per dag naar een scherm kijken vaker tot bijziendheid leidt'

»Iets anders is dat oogartsen waarschuwen dat kinderen problemen krijgen met hun zicht als ze te lang naar een iPad zitten te turen. Uit een onderzoek bij vijfduizend kinderen door Erasmus MC, het universitair medisch centrum in Rotterdam, blijkt dat langer dan twee uur per dag naar een scherm of tv kijken vaker tot bijziendheid leidt. Anderen beweren ook dat een blauw scherm te veel prikkels geeft en een kind dus onrustig maakt voor het slapengaan. Veel zekerheid hebben we er nog niet over, maar waar iedereen het wél over eens is, is dat je zo’n tablet niet zomaar als oppas mag gebruiken. Kijk af en toe mee, vraag wat je kind aan het doen is op de iPad en hou het gebruik beperkt.»

HUMO Mogen uw kleinkinderen op de iPad?

SCHIET «Ja, maar ik overleg eerst met hun ouders: ‘Vind je het goed?’ Dat lijkt me het veiligst. Ik merk dat ze er wel behoorlijk aan verslaafd zijn, maar laten we eerlijk zijn: hoe zijn we zelf? Ik kan ook geen dag meer zonder mijn iPhone. Het zijn verslavende dingen.»

undefined


5 JE MAG JE KIND NIET BIJ JE IN BED NEMEN ALS HET NIET KAN SLAPEN DOOR ZIEKTE OF ANGST

undefined

null Beeld

undefined

HUMO Nog een punt van hoogoplopende discussies: kinderen in je bed.

SCHIET «Je hebt ouders die panisch zijn als hun kind niet in z’n eigen bedje wil, en je hebt er die van mening zijn dat kinderen vooral zelf moeten bepalen wanneer ze klaar zijn voor een eigen bed. Maar goed, het gaat erom dat kinderen op een bepaald moment structuur aangereikt krijgen. Zeker voor kleine kinderen, voor wie de hele wereld nog nieuw is, biedt structuur een houvast. Als ik bijvoorbeeld mijn kleinkinderen van school haal, dan heb ik altijd wat mandarijntjes of een paar gedroogde vijgen bij. Heb ik die niet, dan zeggen ze: ‘Maar oma, waarom heb je geen mandarijntjes?’ Vertrouwde dingen vinden ze fijn. En voor een moeder is het ook handig: het kost minder energie als je naar een vaste bedtijd of een vast tafelritueel toe kan werken.

undefined

null Beeld

»Aan de Opvoedtelefoon merkte ik de laatste jaren wel op dat ouders soms zeiden: ‘Ja, maar dat wil mijn kind helemaal niet.’ Dat vond ik heel erg van deze tijd. Het kind wilde niet in zijn eigen bed en daarmee was de kous af. Ik dacht dan: ‘Wie is hier de baas: u of uw kind?’»

undefined

HUMO Maar u zegt ook: consequent zijn hoeft niet altijd.

SCHIET «Het mooie aan structuur is dat, zodra je die hebt opgebouwd, ze niet meer zo snel verdwijnt. Wijk je er een keer van af in de vakantie, dan zit ze er nog. Het kost je misschien twee lastige avonden, maar dan weet een kind weer: ‘O ja, ik moet in mijn eigen bed.’

»Als papa een keer weg is en je kind wil lekker bij mama in bed, dan is dat alleen maar gezellig. Of een keertje pizza eten voor tv? Geen probleem. Even de teugels laten vieren zorgt ervoor dat je je de rest van de tijd makkelijker aan de regels kunt houden. Opvoeden in een politieagentensfeer is helemaal niet leuk. Er moet zin voor nuance zijn.»

undefined


6 DE PEUTERPUBERTEIT BESTAAT

undefined

null Beeld

undefined

SCHIET «Net als pubers zijn peuters erg bezig met het ontwikkelen van hun ik: wie ben ik? Wat wil ik? Om het ik gestalte te geven kun je het niet meer automatisch eens zijn met anderen, dus ga je vaak tegendraads doen. Dan voel je wie je bent en komt je persoontje meer uit de verf. Een peuter leert dan nee zeggen – dat moet-ie later ook kunnen. Veel ouders vinden hun peuters in die periode egocentrisch en lastig. Zelf vind ik het wel spannend om te zien hoe zo’n klein kind uitgroeit tot een mens, maar het is natuurlijk erg vermoeiend.

»De peuterpuberteit begint rond anderhalf jaar en zou tegen het vierde jaar voorbij moeten zijn. Juist dan zouden ouders moeten opvoeden, aandacht geven en structuur bieden. Ze mogen zeker niet denken: ‘Mijn kind luistert toch niet, dus ik zeg maar niks meer.’ Dan kom je later bedrogen uit. Je kunt niet beginnen opvoeden als je kind 12 is.»

undefined


7 DRIFTBUIEN MAG JE AANPAKKEN

undefined

null Beeld

undefined

HUMO Bij driftbuien geeft u het advies: niet laten betijen, maar flink aanpakken.

SCHIET «Vroeger leerden wij: als een kind driftig is, geef het dan een boksbal of laat het tegen de deur trappen. Dan koelt het af. Maar hersenonderzoek leert ons dat door bepaald gedrag nieuwe verbindingen in de hersenen worden aangelegd. Als je dat gedrag niet stopt, wordt het een patroon en wordt het moeilijker om het af te leren. De gedachte dat je boosheid maar beter kunt uiten, klopt dus niet. Driftbuien zijn niet erg, maar het is goed om ze zo kort mogelijk te houden en dat ongewenste gedrag in andere, aanvaardbare banen te leiden. Door het driftige kind even apart te zetten of te negeren, bijvoorbeeld.»

undefined


8 EEN OPVANGMOEDER IS BETER DAN EEN KINDERDAGVERBLIJF

undefined

null Beeld

undefined

SCHIET «Een omgeving waarin minder kinderen worden opgevangen, staat niet altijd garant voor meer kwaliteit, zoals de aanwezigheid van meer kinderen ook niet noodzakelijk beter is voor de ontwikkeling van je kind. Sommige kinderen voelen zich beter in een kleine groep, dan kan een opvangmoeder geschikter zijn. Maar er zijn ook nadelen: als die ziek wordt, valt de vertrouwde opvang weg.

»Wat ik wel een kwalijke ontwikkeling vind, is dat kleuters tegenwoordig al toetsen krijgen zodat hun ontwikkeling gevolgd kan worden. Op zich is er niets mis met kinderen op de voet volgen – als er eentje uit de boot valt, kun je maar beter snel ingrijpen. Maar zo komt de nadruk steeds meer op presteren te liggen. Als je op je 2,5 jaar al het idee krijgt dat je iets moet kunnen, dan krijg je vooral faalangst. Tot een jaar of 6 horen kinderen te spelen. Het leren komt vanzelf wel. Net zoals een baby op drie maanden niet kan lopen, hoort een peuter nog niet te kunnen lezen of schrijven.»

undefined


9 GROOTOUDERS MOETEN OP HUN KLEINKINDEREN PASSEN

undefined

null Beeld

undefined

SCHIET «Ik heb het zelf meegemaakt toen ik oma werd. De eerste vraag van mijn omgeving was: ‘Ga je op vaste dagen op je kleinkind passen?’ Een rare gedachte. Je voedt je kinderen op tot zelfstandige volwassenen, dan zouden ze het toch zonder jou moeten kunnen? Op je kleinkind passen is leuk en het kan een enorme meerwaarde zijn voor alle partijen, maar dat ze het verwachten, vind ik verwend gedrag. Ik ken grootouders die zich verplicht voelen en daar erg mee zitten. Ze zijn bang dat ze, als ze het niet doen, hun kleinkinderen amper nog zullen zien, omdat hun kinderen er de pest in hebben. Ik ken ook kinderen die boos waren op hun ouders omdat die op vakantie gingen. Misschien moeten volwassen kinderen wat meer overleggen met hun ouders, voor ze aan kinderen beginnen: ‘Pap en mam, zouden jullie het leuk vinden om de eerste zes jaar een beetje mee te helpen?’ Dan blijft het aangenaam voor iedereen.

undefined

null Beeld

»Iets anders is dat sommige grootouders de baas gaan spelen over hun kinderen. Soms belden grootouders naar de Opvoedtelefoon om te klagen over de opvoeding van hun kleinkinderen. Daar deed ik niet aan mee. Dan zou ik hen munitie geven om tegen hun kinderen te zeggen: ‘De mevrouw van de Opvoedtelefoon zegt óók dat je het helemaal fout doet.’ Dat zou een ramp zijn.»

HUMO Kritiek geven op andermans opvoeding ligt altijd gevoelig.

SCHIET «Plus: je helpt er niemand mee. Je maakt een ouder alleen maar onzeker of boos. Het is ook niet in het belang van het kind: aan een onzekere moeder heeft het niks. En bij opvoeden geldt altijd: verschillende wegen leiden naar Rome.»

undefined


10 Bord niet leeg, dan geen toetje

undefined

null Beeld

undefined

SCHIET «Zolang een toetje gezond is, maakt het deel uit van de maaltijd. Dat hoeft een kind niet extra te verdienen. Het beste is natuurlijk een stukje fruit, maar ook een puddinkje of andere zuivel kan de maaltijd vervolledigen.

»Je kind goed doen eten kan heel ingewikkeld zijn. De truc is het een paar dagen na elkaar hetzelfde aan te bieden. Op die manier ontwikkelt het een smaak. Een kind heeft ook het recht een aantal dingen niet lekker te vinden. Mijn dochter werd altijd misselijk van zachtgekookte worteltjes. Van mij hoefde ze die niet, maar dan moest ze wel iets anders eten wat gezond is.

»Bij mij was de regel: eerst een boterham met hartig beleg en dan pas eentje met zoet. Maar mijn dochter had nooit veel trek en dus kreeg ze die eerste boterham niet op. Toen hebben we samen bedacht dat we haar boterham in vier stukken zouden doen, met op elk stukje ander beleg. Anders kwam ze nooit aan het zoete toe en dat vond ik zelf ook niet eerlijk. Opvoeden is schipperen. Omdat elk kind anders is, moet je wat spelen met de regeltjes. Dat maakt het ook leuk.»

HUMO Wat is de vreemdste opvoedvraag die u in al die jaren hebt gekregen?

SCHIET «In de jaren 90 las je in alle kranten over hoogbegaafdheid, dus dachten ouders nogal snel dat hun kind ook hoogbegaafd was. Als ik weer zo’n ouder aan de lijn had, dacht ik weleens: ‘Ach, het is gewoon een pittig kind.’ Maar dat zei ik natuurlijk niet, ik moest professioneel blijven.

»Ik herinner me ook een moeder die belde om haar beklag te doen over haar zoon: hij weigerde haar maaltijden en gaf de voorkeur aan hamburgers van McDonald’s. Ze was het beu om voor niks te koken. Op het eerste gezicht misschien niet zo’n rare vraag, ware het niet dat het om haar inwonende zoon van 30 ging (lacht).»

null Beeld

undefined

undefined

undefined

undefined

undefined

Marga Schiet, ‘Opvoedmythes’, Nieuw Amsterdam

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234