'VDB. Ik ben god niet' op Canvas: 'Zolang klootzakken winnen, mogen ze klootzakken zijn'

In 2008 pende Frank ­Vandenbroucke ‘Ik ben God niet’, een ­autobiografie waarin hij zijn versie van de feiten wilde vertellen: zijn relatie met de pers was dan ook even turbulent als zijn andere relaties. Een jaar later was hij dood: gestorven in een troosteloze hotelkamer waar hij op zijn hoogdagen even uit de toon zou zijn gevallen als een vis in een terrarium. ‘Ik ben God niet’, de documentaire, probeert in zeven afleveringen de 34 jaar daarvoor te vatten.

De eerste aflevering begon waar ook de mythe dat deed: Café de la Grand Place in Ploegsteert – vandaag een bedevaartsoord voor klikpedaalpelgrims, toen een onooglijke negorij van waaruit de jonge zoon van Jean-­Jacques Vandenbroucke en ­Chantal Vanruymbeke goud zag blinken aan de einder. Als kind wilde – moest – Vandenbroucke al winnen, zo bleek. Toen hij niet veel later begon te fietsen, was hij in het diepst van zijn gedachten al prof. Hij moest alleen nog wielrenner worden.

Van zijn ouders kreeg ­Vandenbroucke weinig tot geen verweer in zijn nietsontziende ambitie. ‘Dat is misschien hun enige fout,’ bemerkte oom Jean-Luc, later zijn eerste ploegbaas bij Lotto. Het vuur waarmee hij vooruitstoof zou mettertijd alles opbranden: ploegmaats en familie. Beide groepen kwamen aan het woord in ‘Ik ben God niet’. De Vandenbrouckes vertelden in het Frans over hun gevallen telg, maar Frank zelf had al Nederlands geleerd toen hij prof werd. ‘Om interviews te kunnen geven als hij over de meet kwam’, herinnerde ook Michel Wuyts zich, die weer weinig moeite had om zichzelf te zijn. Hij had destijds een sperwer gezien in de piepe demarrerende Vandenbroucke, wist hij nog. In hoeverre Michel uit z’n nek lulde, kon je zelf bepalen: bij zowat elke anekdote waren er beelden. Veelal oude wedstrijdfragmenten, maar opvallend vaak waren het gruizelige amateurbeelden van toen nog nietszeggende momenten, alsof iemand al vreesde dat alles daarna aan een moordend tempo voorbij zou gaan, en je het dus maar beter vast kon leggen.

‘Ik ben God niet’, de ­autobiografie, leverde niet alleen de inhoudstafel voor de documentaire: af en toe werden er ook heelder passages uit geciteerd, in een bonkig West-Vlaams waarop het al even smakelijk dokkeren was als op een kasseistrook. De stem die je daarbij hoorde was van Brihang, rapper en gouwgenoot: dichterlijke vrijheid die te verdedigen viel, maar de theatrale toon die Vandenbrouckes woorden meekregen werd te dik aangezet, waardoor hun impact eronder leed. Frasen als ‘Zolang klootzakken winnen mogen ze klootzakken zijn’ galmen vanzelf wel.

Frank Vandenbroucke bleef niet winnen, dat is bekend, en na de ­eerste twee afleveringen van ‘Ik ben God niet’ kwam de afdaling al in zicht. Een al te klakkeloze hagiografie had je dan nog niet gezien. Met wat geluk blijft dat zo.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234