null Beeld

Veerle Eyckermans, actrice en slachtoffer van moordenaar Renaud Hardy. 'Ik dacht maar één ding: ik moet hier weg, ik wil niet dood'

Een maand geleden, op 8 maart, is de Mechelse seriemoordenaar Renaud Hardy veroordeeld tot levenslange opsluiting voor twee moorden, verkrachting met foltering en twee moordpogingen. Hardy heeft cassatieberoep aangetekend, maar de kans dat er een nieuw proces komt, is zeer klein. Stilaan proberen de overlevenden en de nabestaanden hun leven te hervatten. Onder hen ook actrice Veerle Eyckermans: ‘De pijn en de angst zullen nooit verdwijnen.’

'Ik dacht maar één ding: ik moet hier weg, ik wil niet dood'

Veerle Eyckermans (55) werd op zaterdag 14 februari 2015 bij haar huis in Hofstade aangevallen. Wat zich toen heeft afgespeeld, kan ze zich nog glashelder voor de geest halen.

Veerle Eyckermans «Ik kwam die avond rond tien uur thuis, nadat ik mijn dochter, die toen 11 jaar was, naar haar papa in Antwerpen had gebracht. Op weg naar huis was ik nog frieten gaan halen, die ik in mijn auto had opgegeten. Toen ik thuiskwam, liep ik langs het tuinpad naar de voordeur. Het was donker en ik had nog maar een paar stappen gezet, toen ik opeens links van mij, verscholen achter een boom, het silhouet zag opduiken van een man met een muts die zijn beide handen hoog in de lucht hield. Een fractie van een seconde later voelde ik een vreselijke mokerslag op mijn hoofd, net boven mijn rechterwenkbrauw. Ik had eerst niet door wat er gebeurde. Het was alsof die duistere figuur met een voorhamer op mijn hoofd had geslagen, zo hard was die klap. Achteraf bleek het niet om een voorhamer, maar om de steel van een pikhouweel te gaan. Meteen na die klap dacht ik: ‘Nu ben ik dood.’ Toen ik mijn handen in de richting van mijn hoofd zag bewegen, besefte ik dat ik nog leefde, en ben ik me beginnen te verweren.

»Na die eerste slag sloeg hij op mijn handen, die ik voor mijn hoofd had gebracht. En nóg eens, op mijn armen, op mijn bovenlichaam… Hij bleef maar slaan, met grote kracht, tot ik op de grond viel. Daar ben ik onder de laaghangende takken van een aantal sparren gekropen, terwijl hij maar bleef slaan. Hij is vervolgens keihard aan mijn voeten beginnen te trekken, maar ik kon me vastklampen aan een boomstam – ik begrijp nog altijd niet waar ik de kracht vandaan haalde. Ik vermoed dat mijn instinct het op dat moment van me had overgenomen. Ik voelde ook weinig pijn. De adrenaline raasde door mijn lijf, en ik dacht maar aan één ding: ‘Ik moet hier weg, ik wil niet dood!’

»Vanaf de eerste slag op mijn hoofd ben ik keihard beginnen te roepen. Eerst een oorverdovend ‘Nééééé!’ En daarna: ‘Alain!’ Dat was mijn buurman. Ik ben blijven roepen terwijl ik tussen de bomen op de grond lag en hij aan mijn benen stond te trekken. Het heeft zeker tien minuten geduurd, misschien wel een kwartier. Toen heeft een andere buurman, Bart, mij gehoord en is hij samen met zijn zonen komen kijken. Pas toen is mijn aanvaller weggevlucht. Bart heeft hem nog zien weglopen door mijn tuin, de duisternis in. Hij heeft direct de politie en een ambulance gebeld, en daarna heeft hij mij proberen te kalmeren. Ik lag hevig te schokken en te beven, terwijl de adrenaline uit mijn lijf wegebde. Ik was in shock.

»Het eerste wat ik tegen Bart zei, was: ‘Ik kan hier nooit meer komen.’ Achteraf heeft Bart me verteld dat ik dat misschien wel dertig keer heb gezegd. Het huis waar ik samen met Io, mijn dochter, woonde, was onze veilige haven. Ik had het jarenlang met veel liefde en energie verbouwd, en wij woonden er zo graag. En opeens was dat van het ene moment op het andere weg. Ik wist: ‘Het is voorbij. Wat we hadden, komt nooit meer terug.’ Dát vond ik veel erger dan de verwondingen die ik had opgelopen.

»In het ziekenhuis hebben ze mij onderzocht en de wonde aan mijn hoofd gehecht. Ik had een wonde van zeker 10 centimeter op mijn voorhoofd, tot op het bot. De chirurg die die heeft gehecht, heeft er twee uur aan gewerkt. Hij moest de huid laag na laag hechten, legde hij me uit. Ik kreeg vijftien hechtingen, maar daar zie je niet veel meer van. Daar ben ik die dokter nog altijd zéér dankbaar voor.»

HUMO Had u een idee wie u had aangevallen, en waarom?

Eyckermans «Iedereen zei: ‘Het zal wel een inbreker geweest zijn.’ Maar dat geloofde ik niet. Een inbreker zet het op een lopen als hij betrapt wordt en zal je hooguit een duw geven als je in de weg staat. Ik heb meteen tegen iedereen gezegd: ‘Die man wilde mij dood.’ Zoiets weet je meteen. Maar ik begreep niet waaróm. Ik had geen vijanden, of mensen met wie ik in conflict lag.

»De volgende dag is de lokale politie me in het ziekenhuis komen verhoren. Dat hadden ze in Hofstade en omstreken nog nooit meegemaakt, zeiden ze. Daarom gingen ze er eerst van uit dat het om een conflict in de privésfeer ging en dat ze de dader in mijn omgeving moesten zoeken. Ze hebben iedereen verhoord die bij mij in de buurt woonde, maar dat leverde niets op. Uiteindelijk konden ook zij alleen maar besluiten dat de dader wellicht een inbreker was geweest die ik op heterdaad had betrapt.

»De dader had tijdens zijn aanval zijn muts verloren, en ook de stok had hij in de tuin achtergelaten. Zowel op de muts als op de stok zijn DNA-sporen aangetroffen, maar de politie heeft geen match met iemand in hun gegevensbank kunnen vinden. Andere aanknopingspunten waren er niet, dus voor mij was het snel duidelijk dat ze de dader niet zouden vinden. Om verder te kunnen gaan met mijn leven en me niet de hele dag te moeten afvragen wie mij in godsnaam had aangevallen, ben ik er op een gegeven moment zelf van uitgegaan dat het een inbreker geweest moest zijn. Iemand van een rondtrekkende bende die wordt overgevlogen vanuit het buitenland, zoals ik ergens had gelezen. Ik beeldde mij in dat hij was weggevlucht, terug naar dat andere land, om nooit meer terug te keren. Dat was de enige manier om het een plaats te geven.»

HUMO Hoe reageerde uw dochter?

Eyckermans «Ze was erg geschrokken, maar ik heb mijn uiterste best gedaan om zo gewoon mogelijk te doen, terwijl dat verschrikkelijk moeilijk voor me was, omdat ik met veel vragen zat en me heel angstig voelde. Maar ik wist ook dat niet blijven stilstaan de enige optie was die haar en mezelf kon redden. Ik verborg mijn angst, vooral omdat ze al iets ergs met mij had meegemaakt. Een jaar eerder was ik tijdens het skiën gevallen en had ik mijn heup gebroken, waardoor ik twee maanden in een revalidatiecentrum heb doorgebracht. Daar heeft Io echt van afgezien.

»In het begin heb ik weinig tegen haar gezegd over de feiten: ‘Die man heeft mama een klop gegeven en is gaan lopen.’ Pas na een tijdje heb ik meer verteld, omdat ze vragen begon te stellen. En vorig jaar hebben we er enkele lange, intense gesprekken over gehad.»

undefined

null Beeld

undefined

'Jef Vermassen had me vooraf gezegd dat ik me niet mocht laten vangen door de komedie van die man.'

HUMO Hoe verging het u de eerste weken na de aanval?

Eyckermans «De eerste week durfde ik niet naar huis te gaan. ‘Een inbreker keert nooit terug naar dezelfde plek,’ zei iedereen me, maar daar had ik geen boodschap aan. Ik ben samen met Io een week bij mijn zus Linda in Bonheiden gaan logeren. Zij en haar man Herman zijn die bewuste avond ook meteen naar het ziekenhuis gekomen. Terwijl Linda alle dennennaalden uit mijn haar en mijn kleren plukte, hoorde ik Herman, die een professor aan de universiteit is, meermaals tegen de politie zeggen: ‘U moet wel horen wat ze zegt, hè: ‘Hij wilde mij dood.’ Terwijl u het de hele tijd over een inbreker hebt.’

»Na een week was de krokusvakantie voorbij en moest Io terug naar school. Toen zijn we terug naar huis gegaan. Dat was héél moeilijk. Ik durfde niet meer alleen met mijn dochter in het huis te zijn waar ik twintig jaar zo graag had gewoond, zeker niet als het donker was. Daarom is er meer dan een maand elke nacht iemand van mijn vrienden blijven slapen. Voor mijn dochter was dat natuurlijk heel leuk – ik deed alsof ze op bezoek kwamen en bleven logeren. En als Io in het weekend bij haar vader was, ging ik bij vrienden slapen. Pas na anderhalve maand liet ik dat achterwege, maar Io en ik hebben nog zeker een jaar samen in één bed geslapen.

»Ik durfde ook twee jaar lang ’s avonds niet alleen in mijn tuin te komen. Elke keer als ik in het donker langs mijn tuinpad liep, kreeg ik een angstaanval. Ik durfde ’s avonds ook niet alleen naar huis te gaan. Er moest altijd iemand mee om me voor de deur af te zetten en te wachten tot ik veilig binnen was. Ik heb ook grendels en extra sloten op alle ramen en deuren laten plaatsen, en spots met bewegingssensoren in de tuin. Toen die spots er net waren, had ik veel extra stress. Eerst werkten ze niet goed – ze sprongen aan en gingen niet meer uit – en daarna moest ik er lang aan wennen dat ze ’s nachts voortdurend aansprongen en de hele tuin verlichtten omdat er een kat of een vogel passeerde. Ik heb toen wekenlang nauwelijks een oog dichtgedaan.

»Veel mensen hebben mij gevraagd: ‘Waarom verhuis je niet?’ Maar dat wilde ik niet. Ik heb mijn hart en ziel in mijn huis gestoken en er een klein paradijs voor Io en mezelf van gemaakt. Bovendien zat Io toen in het zesde leerjaar en ik wilde haar niet wegrukken uit haar vertrouwde omgeving, weg van al haar vriendinnen. En ik had de moed en de energie niet om ergens anders aan een nieuw leven te beginnen. Dus heb ik besloten om te blijven en tegen mijn angst te vechten. Achteraf ben ik heel blij dat ik dat heb gedaan. Vandaag, drie jaar na de feiten, voelt het huis opnieuw aan als ons warme, vertrouwde nest.»

HUMO Hebt u professionele hulp gezocht?

Eyckermans «Ik ben bij een paar psychologen geweest, maar daar had ik niet veel aan, en bovendien kostten die consultaties me handenvol geld. Ik heb veel meer gehad aan Vanessa, mijn buddy van slachtofferhulp bij het Centrum Algemeen Welzijnswerk Halle-Vilvoorde. In het begin zag ik haar zelfs twee keer per week. Zij begreep heel goed dat die gebeurtenis mijn leven overhoop had gegooid. Ik was niet alleen doodsbang, maar ik begon ook aan alles en iedereen te twijfelen, vooral aan mezelf. Ik begon zelfs mensen op straat te screenen. Als er iemand met de fiets traag voorbij mijn huis reed, vroeg ik me af: ‘Zou dat de dader kunnen zijn?’ Op een gegeven moment werd ik ook angstig als ik met de auto reed. Op de autosnelweg was ik bang dat iemand opeens van rijvak zou veranderen. Vanessa heeft me uitgelegd dat dat normaal was: door wat ik had meegemaakt, was ik bang voor het onverwachte.

»Toen ik op de televisie de beelden zag van de aanslagen op 22 maart, een maand nadat ik was aangevallen, was dat heel herkenbaar: de slachtoffers die in shock waren, het radeloze, het ongeloof, de paniek... Opeens is alles anders. Ook wat ik heb meegemaakt, hoort niet in een normaal mensenleven. Althans, dat dénken we. Daarom hebben we nooit geleerd hoe we met dramatische gebeurtenissen moeten omgaan. Maar als je de pech hebt om zoiets vreselijks mee te maken, weet je dat het opnieuw kan gebeuren met jezelf, met je kind, met je vrienden en familie – met iederéén. Dat is een heel confronterende gedachte. Als ik naar andere mensen kijk, denk ik vaak: ‘Geniet er maar van, want straks kan het anders zijn.’»

HUMO Hoe reageerde uw omgeving?

Eyckermans «In het begin spraken wildvreemde mensen me vaak aan op straat. Bijna altijd begonnen ze zelf een verhaal te vertellen: ‘Bij mij thuis is ook ooit ingebroken.’ Of: ‘Ik ken iemand die hetzelfde heeft meegemaakt.’ Mensen weten niet hoe ze met zoiets moeten omgaan, dus stellen ze er iets soortgelijks tegenover. Ze denken dat het me helpt, of ze praten uit onmacht, omdat zwijgen geen optie lijkt. Mijn eigen verhaal was te abstract, niemand kon het plaatsen. Voor mezelf waren de feiten glashelder, maar ik had er geen verklaring voor, dus viel er niets over te zeggen. Op den duur sprak ik er niet meer over, en als mensen vroegen hoe het met me ging, antwoordde ik: ‘Het gaat.’ Dan was iedereen tevreden, en ik ook.

»Veel later kwam er op een feestje een andere actrice naar me toe die door een ongeluk ook een litteken op haar voorhoofd had. Toen ik haar vertelde hoe ik aan mijn litteken was gekomen, viel haar mond letterlijk open: ‘Wat?! Hoe erg is dat!’ Ik dacht toen: ‘Oei, wat heb ik nu gezegd? Dat kan ik maar beter nooit meer doen.’ Ik vertelde er sowieso al niet veel over, zeker niet tegen mensen die ik niet goed ken, maar na dat voorval zweeg ik. Zwijgen en doorgaan met mijn leven, dat werkte het best voor mij. Maar het was niet simpel, ik heb mezelf terug in de wereld moeten wringen. Enkele weken na de aanval ben ik naar een theatervoorstelling in de Bourla gaan kijken. Toen ik achteraf met een paar vrienden en collega’s iets ging drinken, voelde ik me opeens heel ongemakkelijk. Ik begreep niet waar de mensen het over hadden en hoe ze in staat waren om plezier te maken. Ik zat vast in mijn eigen wereld, en het heeft me heel wat moeite gekost om me uit die dwangbuis te kunnen bevrijden. Stilaan is het toch gelukt.»


Foto in de krant

HUMO Op 21 september 2015 werd Renaud Hardy aangehouden voor de moord op zijn ex-vriendin Linda Doms. Wanneer brachten de speurders hem in verband met u?

Eyckermans «Een maand later. Ik was thuis toen ik door het raam twee mannen naar mijn deur zag lopen. Ze stelden zich voor als rechercheurs van de federale politie. Ik wist meteen dat het menens was. Eerst toonden ze me een foto van een vrouw en ze vroegen of ik dat was. Ik leek er helemaal niet op. Toen lieten ze me een tweede foto zien, van hém – zijn naam wil ik niet meer uitspreken. Ik had hem nog nooit gezien, zei ik. Dat dácht ik op dat moment ook. Beetje bij beetje hebben ze me toen verteld dat ze vermoedden dat hij me had aangevallen. Hij had ook andere feiten gepleegd. Erge feiten. In september had hij een vrouw vermoord in de Muizenstraat in Hofstade. En ze gingen ervan uit dat hij een jaar eerder ook een 82-jarige vrouw had vermoord in Leest. En dat hij enkele maanden later geprobeerd had een vrouw in Bonheiden te vermoorden. En kort daarna mij, want er was een duidelijke DNA-match, zeiden ze: ‘We vermoeden dat we met een seriemoordenaar te maken hebben.’ Ik kon dat niet geloven. Ik heb het hun zeker honderd keer gezegd: ‘Dat kan niet!’ Het heeft lang geduurd voor ik besefte dat ik aan een moordenaar was ontsnapt. Ik was er echt niet goed van.»

undefined

null Beeld

undefined

'Als je de pech hebt om zoiets vreselijks mee te maken, weet je dat het opnieuw kan gebeuren – met jezelf, met je kind, met je vrienden, met iederéén.'

HUMO Was u niet opgelucht dat de dader was gevat?

Eyckermans «Niet echt, nee. Opeens werd ik met veel nieuwe informatie geconfronteerd. Ik voelde me schuldig tegenover mijn dochter, omdat ik met haar was blijven wonen in een buurt waar die man al zijn misdaden had gepleegd, op amper 200 meter van waar hij woonde. Ik was ook kwaad op de politie, omdat ze hem niet sneller hadden gevonden. Toen hij was opgepakt, bleek dat iedereen in de omgeving straffe verhalen over hem kon vertellen. Hij was blijkbaar een bekende figuur in het Mechelse. Hij ging bij mensen aanbellen om te vragen of hun dochter niet voor hem wilde poseren voor een fotoshoot. En hij jende anderen graag door een telegeleid autootje heel snel door de straat of over de Grote Markt in Mechelen te laten rijden. Hij had ook een drone waarmee hij boven de tuinen van villa’s vloog en foto’s nam, die hij aan de bewoners probeerde te verkopen. Veel mensen omschreven hem als opdringerig, manipulatief en verbaal agressief. Hij schepte graag op over wat hij op seksueel vlak deed, en hij was al veroordeeld omdat hij met een loodjesgeweer op een voorbijfietsende vrouw had geschoten. ‘Waarom is die man nooit in het vizier van de politie gekomen?’ vroeg ik me af. Hij was net elf dagen vrij toen hij mij aanviel, en daarna is hij nog maanden in onze buurt blijven rondlopen. Als ze die avond een politiehond hadden laten komen, dan zou die meteen naar zijn huis zijn gelopen. Daar ben ik heel zeker van. Maar het parket heeft er anders over beslist.

»Ik vond het ook verschrikkelijk dat hij me wellicht lang had bespied. Waar, wanneer en hoe heeft hij me in het oog gehouden? En vooral: wat is doorslaggevend geweest om mij als doelwit te kiezen? Ik ging ervan uit dat hij mij van de tv kende, dus ik wilde niet meer op het scherm komen. Ik vond het ook een vreselijke gedachte dat hij me in zijn cel op tv zou kunnen zien.

»De dag nadat de federale politie bij mij was geweest, pakten alle kranten uit met het nieuws dat ze een seriemoordenaar hadden gevat. Ik schaamde mij kapot, want er stond niet alleen overal een foto van de dader in, met alle feiten waaraan hij gelinkt werd, naast zijn foto stond er ook één van mij. Ik was in shock, want ik wilde op geen enkele manier met hem in verband worden gebracht.»

HUMO Wanneer bent u bij Jef Vermassen gaan aankloppen?

Eyckermans «Ik ben diezelfde avond met een vriendin uit gaan eten. Zij is advocate en ze zei: ‘Uit alles blijkt dat het inderdaad die man is die jou heeft aangevallen. Bereid je er maar op voor dat er een assisenproces van zal komen.’ Ze zei ook dat ik me meteen burgerlijke partij moest stellen. De volgende dag heb ik naar Jef Vermassen gebeld, met wie mijn vader, een beeldhouwer, vroeger bevriend was geweest. Jef bewonderde zijn werk. De laatste keer dat ik Jef had gezien, was op de begrafenis van mijn vader, twintig jaar geleden. Hij heeft toen uitvoerig over hem gesproken. En nu stond ik daar in zijn kantoor in Lede, totaal overstuur.»

HUMO Kon hij u iets meer vertellen over het profiel van de dader en zijn motieven?

Eyckermans «Hij heeft in grote lijnen het profiel van een seriemoordenaar geschetst. Hij legde uit dat het wellicht een narcistische psychopaat was. Het is volgens hem ook bewezen dat dat type misdadiger een recidivist is en heel manipulatief, en daardoor extreem gevaarlijk. Ze zoeken vaak contact met mensen uit de buurt, en ook met de politie. Ze doen zich normaal voor om te horen wat er over hen wordt gezegd en hoe het onderzoek verloopt. Toen de politie mijn buren kwam vragen of ze iemand bij mijn huis hadden zien rondlopen, was hij in de buurt. Hij speelde met zijn autootje vóór hun huis, en daarna heeft hij zelfs een praatje gemaakt met de agenten.»

HUMO Renaud Hardy woonde bij u in de buurt, maar toen de politie een foto liet zien, herkende u hem niet. Nochtans had u hem ooit terechtgewezen toen hij met zijn telegeleid autootje in de straat aan het racen was.

Eyckermans «Ik dácht dat ik hem niet kende. Maar toen bekend raakte dat hij een seriemoordenaar was en dat ik mogelijk één van de slachtoffers was die het had overleefd, begon iedereen verhalen over hem te vertellen. Nadat ik van mensen uit de buurt had gehoord dat hij vaak met dat autootje op straat speelde, herinnerde ik me dat ik hem daar inderdaad eens over had aangesproken. Zelf weet ik het niet meer, maar volgens hem heeft hij mij diezelfde avond aangevallen. Daar heb ik me ook schuldig over gevoeld, want het leek alsof ik zelf de aanleiding had gegeven.

»Uiteraard wist ik diep vanbinnen dat dat niet de reden kon zijn waarom hij mij had willen doden. Waarom dan wel? Daar hadden we het raden naar, ook omdat hij twee jaar lang heeft ontkend dat hij mij had aangevallen. Net zoals hij eerst de moord op Maria Walschaerts en de moordpoging op Annie Heerinckx heeft ontkend. Pas enkele weken vóór het proces heeft hij de vier feiten bekend waarvan hij werd beschuldigd.

»Op het proces zei hij dat hij mij niet had willen vermoorden, hij wilde alleen ‘wat amok maken’: ‘Ik heb één keer geklopt en ben dan weggegaan.’ Maar dat is niet waar, hij is blijven kloppen om mij te doden. Die man is een psychopaat. Ik ga ervan uit dat hij een probleem had met vrouwen die alleen wonen. En omdat ik toevallig een beetje bekend ben, liep ik meer in de kijker. Uit alles blijkt dat hij een verstoorde relatie had met vrouwen. Hij wilde ze pijn doen en vernederen. En ook doden.»


Medelijden met hem

HUMO Tweeënhalf jaar nadat hij was opgepakt, begon het assisenproces.

Eyckermans «Ik heb daar vreselijk tegen opgezien. Ik wilde er niets mee te maken hebben. Jef Vermassen heeft mij toen heel lief en geduldig uitgelegd dat mijn getuigenis belangrijk was en dat ik móést gaan. Langzaam, stap voor stap, heb ik me toen op mijn getuigenis voorbereid. Alles wat al bijna drie jaar in mijn hoofd rondspookte, heb ik opgeschreven. Ik stelde ook een lijst van vragen op die ik tijdens het proces kon krijgen, en mijn antwoorden daarop.

»Het proces begon op 19 februari, maar de eerste dagen ben ik niet gegaan. Ik wilde me mentaal kunnen voorbereiden, en bovendien wilde ik niet nóg meer informatie over die man, en zeker geen details over hoe hij zijn andere slachtoffers had vermoord of proberen te vermoorden. Toen ik moest getuigen, op donderdag 22 februari, ben ik eerst twee uur apart in een kamertje in het Tongerse gerechtsgebouw gaan zitten. Daarna ben ik naar een kamertje dichterbij verhuisd, waar ik samen met de andere slachtoffers en hun families zat. En drie kwartier voor het aan mij was, op het moment dat Annie Heerinckx aan haar getuigenis begon, ben ik in de zaal gaan zitten.

»Hij zat daar tegenover mij. Ik heb hem de hele tijd geobserveerd. Dat heeft op de één of andere manier louterend gewerkt, want daardoor is er een zekere rust over mij neergedaald. Hij riep weinig of geen emoties bij me op. Wekenlang was dat nochtans mijn grootste angst geweest. Tijdens mijn getuigenis heb ik geen seconde naar hem gekeken. Ik heb mijn verhaal gedaan en op de vragen van de voorzitter geantwoord. Een klein uur later was het voorbij. Ik had gedacht dat ik mijn emoties niet de baas zou kunnen blijven, maar ik was zo geconcentreerd op wat ik wilde zeggen, dat mijn emoties tijdelijk geblokkeerd waren. Na mijn getuigenis heb ik geluisterd naar dat van Bart, mijn reddende engel. Toen ben ik wel heel emotioneel geworden.

»Tijdens de tweede week heb ik één zittingsdag bijgewoond, en de derde week was ik er elke dag – deels uit nieuwsgierigheid en uit respect voor Jef Vermassen, maar ook als steun voor de andere slachtoffers en hun families.»

undefined

'Hadden ze die avond een politiehond laten komen, dan zou die meteen naar zijn huis zijn gelopen. Maar het parket heeft er anders over beslist ''

HUMO Welke indruk maakte Renaud Hardy op u?

Eyckermans «Hij deed vaak heel bizar. Soms was hij rustig, maar vaak ook niet. Hij heeft de ziekte van Parkinson, en daar had hij duidelijk last van. Hij sprak vaak onverstaanbaar en verward. Of hij dat deed om verwarring te zaaien of om zich zieker voor te doen dan hij was, daar kan ik me niet over uitspreken. De voorzitter moest hem dikwijls terechtwijzen omdat hij naast de kwestie antwoordde of het woord wilde als het niet zijn beurt was. Ik weet niet of hij het begreep, hij leek bij momenten verloren. Het klinkt misschien raar, maar soms had ik medelijden met hem.»

HUMO Frédéric Thiebaut, zijn advocaat, wilde hem ontoerekeningsvatbaar laten verklaren. Volgens neuroloog Chris van der Linden was het moorddadige gedrag te verklaren door de medicatie tegen parkinson.

Eyckermans «Ik kon voor een stuk in die stelling meegaan. Maar als die medicatie een invloed heeft gehad op zijn gedrag en hij moordneigingen begon te krijgen, waarom heeft hij daar dan niets van gezegd tegen zijn dokters? Die eventuele veranderingen moeten in de lijn hebben gelegen van wie hij al was, anders zou hij zeker hulp hebben gezocht. Alle andere experts hebben de stelling van dokter Van der Linden trouwens weerlegd, en voor de jury was ze niet overtuigend genoeg om hem ontoerekeningsvatbaar te verklaren. Uit alles bleek dat hij heel berekenend te werk was gegaan. Hij droeg handschoenen en een stofmasker om geen sporen achter te laten, hij zette zijn fiets ergens anders om geen argwaan te wekken, hij had materiaal bij, en bij één van de moorden trok hij het rolluik op om de straat in het oog te kunnen houden. En de moord op Linda Doms heeft twéé uur geduurd, die heeft hij dus zeker niet in een vlaag van waanzin gepleegd.»

HUMO Die moord heeft Renaud Hardy gefilmd en de beelden werden achter gesloten deuren getoond. Hebt u ze gezien?

Eyckermans «Natuurlijk niet! Ik zou ze nooit kunnen vergeten. Maar ik heb van Jef Vermassen begrepen dat het afschuwelijk was. En hij is ook toen tekeergegaan met een stok, net zoals bij mij.»

HUMO Hebt u een antwoord gekregen op de vraag waarom hij u heeft willen vermoorden?

Eyckermans «Ik denk niet dat er een duidelijk antwoord op die vraag bestaat. De drang om te moorden zit diep in zijn persoonlijkheid, dat leid ik af uit alles wat de psychiaters over hem hebben gezegd. Hij is narcistisch, seksistisch en sadistisch. Hij kijkt neer op vrouwen en wil hen vernederen. Daarom kickt hij ook op sm en wurgseks. En op een gegeven moment is hij beginnen te moorden. Ik ben toevallig in zijn vizier terechtgekomen.»


Twee hartjes

HUMO Hij heeft ook meermaals gezegd dat hij spijt had. Klonk hij geloofwaardig?

Eyckermans «Als ik iemand zie huilen, geloof ik dat het oprecht is en krijg ik medelijden. Maar Jef Vermassen had me vooraf gezegd dat ik me niet mocht laten vangen door zijn komedie. Ik geloofde hem nu en dan wel, maar ik ben altijd blijven denken aan de gruwelijke feiten die hij had gepleegd. Daar herinnerde Jef mij ook op tijd en stond aan. Als wat hij heeft gedaan niet voldoende is om voor de rest van je leven in de cel te zitten, wat dan wel?

»Ik denk dat hij dat heel goed besefte naarmate het proces vorderde. Daarom werd het hem soms te veel.»

undefined

null Beeld

undefined

'Die man is een psychopaat, hij is blijven kloppen om mij te doden. Ik ga ervan uit dat hij een probleem had met vrouwen die alleen wonen.'

HUMO Verdiende hij levenslang volgens u?

Eyckermans «Uiteraard. Dat heb ik ook tijdens mijn getuigenis gezegd: ‘Ik hoop dat deze man nooit, nooit, nooit nog vrijkomt.’»

HUMO Hoe zeker was u ervan dat hij die straf zou krijgen?

Eyckermans «De grote vraag was of hij ontoerekeningsvatbaar zou worden verklaard, want dan zou hij geïnterneerd worden, met de mogelijkheid dat hij op een dag genezen verklaard en vrijgelaten zou worden. Maar de jury vond hem toerekeningsvatbaar: hij heeft de twee moorden en twee moordpogingen ‘gewild, opzettelijk, planmatig en gecontroleerd’ gepleegd. Ik kon me niet voorstellen dat hij níét levenslang zou krijgen. Maar in zijn geval was dat niet lang genoeg, want dan was hij al over 12,5 jaar vervroegd kunnen vrijkomen. De jury en de rechters hebben daar een stokje voor gestoken door ook een terbeschikkingstelling van vijftien jaar op te leggen. Dan moeten drie rechters van de strafuitvoeringsrechtbank akkoord gaan met zijn vervroegde vrijlating. Als één van hen het er niet mee eens is, blijft hij in de cel. Het zal voor hem niet zo eenvoudig zijn om vervroegd vrij te komen.»

HUMO Toen de strafmaat werd voorgelezen, gebaarde Renaud Hardy dat hij u zou bellen. Hij toonde twee getekende hartjes op zijn hand.

Eyckermans «Tja, wat had dat te betekenen? Ik vermoed dat hij tijdens die laatste week bepaalde gevoelens heeft ontwikkeld. Ik heb hem toen weleens naar mij zien lachen, maar wat stelt dat voor? Mij doet het in elk geval niks.»

HUMO Toen hij na het arrest werd weggeleid, heeft hij ook een brief voor jou aan Jef Vermassen willen geven.

Eyckermans «Zijn advocaat heeft die onderschept, want hij wilde eerst lezen wat erin stond. Hij heeft samen met Jef Vermassen beslist dat het beter was dat ik die brief niet kreeg. Er stond een liefdesbetuiging in, heb ik begrepen.»

HUMO Twee weken later zei Renaud Hardy’s advocaat dat hij cassatieberoep heeft aangetekend.

Eyckermans «Toen Jef me dat vertelde, was ik even in paniek. Maar nu maak ik me daar niet te veel zorgen meer over. Ik begrijp waarom hij dat heeft gedaan. Stel je voor dat je voor de rest van je leven naar de gevangenis moet: dan probeer je toch alles om dat te vermijden? Jef heeft het dossier grondig nagekeken op procedurefouten, en hij heeft er geen gevonden. Maar we moeten afwachten, zegt hij, want je weet maar nooit.»

HUMO Hoe gaat het nu met u?

Eyckermans «Ik ben lang kwaad geweest op de dader, om wat hij mij en mijn dochter heeft aangedaan. Maar die kwaadheid is nu weg. Wat mij is overkomen, heb ik aanvaard. Ik heb gewoon dikke pech gehad. Maar de pijn, de ontreddering, het verdriet en de angst zullen wellicht nooit verdwijnen. Mensen zeggen me vaak: ‘Je hebt veel geluk gehad.’ Dan denk ik: ‘Nee, ik heb péch gehad.’ Maar ze hebben waarschijnlijk gelijk, want ik leef nog. Ik heb me de voorbije jaren vastgeklampt aan het leven, aan wat ik nog heb. Ik heb hard mijn best gedaan om me flink te houden, om erover te zwijgen, om het te proberen te vergeten en verder te gaan met mijn leven. Dat is vrij goed gelukt, maar ik heb al die tijd een schoot gemist om op uit te huilen, iemand die me kon troosten. Ik denk dat nu de tijd is gekomen om op zoek te gaan naar een psycholoog of een therapeut om te werken aan mijn verdriet, veroorzaakt door de onmacht tegenover het onrecht dat mij en mijn dochter is aangedaan. Er is dus nog werk aan de winkel.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234