Verhalen uit de leraarskamer: 'In feite lachen leerkrachten en leerlingen om dezelfde dingen'

In mijn schoolgaande jeugd heb ik nooit een leraarskamer betreden. De plek was een no go area, je kon er hoogstens in de kier van de deur gaan staan om bladzijden strafwerk af te geven, en al wat je te zien kreeg, was een glimp van pratende collega’s, koffie en sigarettenrook. Pas dit jaar heb ik toevallig zo’n leraarskamer vanbinnen gezien. En nooit had ik kunnen denken dat het zo’n gemeenplaats zou zijn.

(Verschenen in Humo 3444/36 van 5 september 2006)

'Er zijn oudere leerkrachten die hun voornaam zelfs niet willen prijsgeven aan de leerlingen. Die beschouwen dat als een aantasting van hun positie'

De onderwijskrachten zaten bij elkaar aan uniforme tafels en stoelen, er waren rijen van witte koffiekoppen naast de hoge thermossen, er hing brave humor van Hagar op het prikbord, en op de vensterbanken stonden kamerplanten iets van eeuwigdurendheid uit te beelden. Zo te zien was het ook een school vol goede bedoelingen, want op de deur hing een groot papier dat GOEIEMORGEN! wenste, en als ik me niet vergis, stond er zelfs een smiley bij. Ik zag de directrice al met zwarte viltstift over die administratieve begroeting gebogen en toen werd het mij ineens wrang te moede. Maar ik moet niet treuren, want ik sta niet in het onderwijs.

Dirk, Saskia, Lotte en Lies staan er wél: zij zijn beginnende leerkrachten van middelbare scholen, met drie à vijf jaar loopbaan in één of meer richtingen (ASO, BSO, KSO en TSO). Zij schetsen met verve de couleur locale van de leraarskamers die ze al hebben bezocht, en de zéér gemengde gevoelens die ze daar zijn tegengekomen.

HUMO Zo’n leraarskamers is allicht een optelsom van allerlei aparte groepjes.

DIRK «Bij ons zitten de algemene vakken en de praktijkleerkrachten apart. Ik noem dat geen kliekjes, want niemand stoort zich daaraan.»

LOTTE «Jongere collega’s zitten meestal bij andere jonge collega’s. Met soms nog wat ouderen erbij die nog jong van geest zijn, die graag bij die jongeren zitten om hun ideeën of hun meer alternatieve levensstijl.»

LIES «De anciens zitten altijd op dezelfde plaats en op dezelfde stoel. Dat staat nergens geschreven of aangeduid, maar die hebben al jaren hun vaste plek.»

DIRK «Dan heb je nog de eenzaten. Zo is er bij ons een lerares, die komt binnen, die gaat in de verste hoek zitten, die leest een boek en als de bel gaat, staat ze op en gaat ze weer naar de klas. Wij spreken haar niet aan, en zij spreekt ons niet aan. En naar ik hoor, is dat al zes jaar zo!»

HUMO En de rokende leerkrachten, waar zitten die?

DIRK «Bij ons hebben de rokers hun eigen leraarskamer, de zogenoemde ‘gaskamer’. Ik ben roker, dus ik zit daar, maar er komen ook niet-rokers omdat de sfeer daar losser is. De gesprekken zijn er persoonlijker, minder oppervlakkig. Als leerkrachten een probleem hebben met elkaar, wordt het ook in de gaskamer besproken. Maar in januari is het allicht afgelopen, de wet laat zo’n rokerskamer dan niet meer toe.»

LOTTE «Ik rook ook, en gelukkig maar, want in de échte leraarskamer voel ik me niet op mijn gemak. In de rokerskamer kun je met je ellebogen op tafel vallen, en je treft er tenminste collega’s die op een humoristische manier kunnen kappen op de school en de directeur. Precies leerlingen onder mekaar (lacht).»

HUMO Hoe spreken de collega’s mekaar aan? Als Bart en Marleen of als mijnheer Desmet en mevrouw Deriemaeker?

SASKIA «In de leraarskamer geldt de voornaam, maar in de gangen en in de klassen spreken we mekaar aan als mijnheer en mevrouw, gevolgd door de achternaam. Net zoals de leerlingen dat moeten. Er zijn oudere leerkrachten die hun voornaam zelfs niet willen prijsgeven aan de leerlingen. Die beschouwen dat als een aantasting van hun positie.»

DIRK «Bij ons is het altijd en overal mijnheer Peeters en mevrouw Janssens. Er is op school ook een koppel, en die spreken mekaar ook zo aan: zij zegt tegen hem ‘mijnheer Verhelst’! De voornaam invoeren zou bij ons tot een gigantische chaos leiden. Ik kén van veel collega’s niet eens de voornaam! En niemand vindt dat een probleem. Niemand vind dat wij onpersoonlijk met elkaar omgaan.»

'Het moeilijkst te benaderen zijn de populaire leerkrachten, omdat die altijd een vast groepje rond zich hebben'


De bakskes

HUMO Veel binnenhuisinrichting komt er niet kijken bij een leraarskamer. Er zijn tafels en stoelen, én de bakskes!

SASKIA «Ja, de bakskes! Daar komen alle mededelingen in van de school, plus al het strafwerk en het ‘te-laat-huiswerk’ dat de leerlingen overdag binnenbrengen.»

LIES «De eerste dagen en weken hou je je bakje angstvallig in de gaten, want via die weg wordt je lessenrooster bekendgemaakt. Dat kan al eens tegenvallen – en dan pas hoor je hoe hard leerkrachten kunnen zagen! Het valt wel op dat de jongere collega’s vaak de slechtste uurroosters krijgen.»

DIRK «Bij ons is er een leraar die elke morgen dezelfde gimmick doet. Hij gaat voor al die bakjes staan, krabt in zijn haar en zegt: ‘Euh, hoe heet ik nu ook alweer?!’ Elke morgen! En niemand die daar nog op let (lacht)

LOTTE «Bij sommigen is dat ‘bakske’ een keurig vak dat regelmatig leeggemaakt, maar bij mensen zoals ik is het een rommelbak die overloopt van het papier. Ik heb iets tegen die bakjes. Omdat ze zo typisch zijn voor ons onderwijs, waar weinig discussie is maar heel veel wordt meegedeeld. Het is allemaal Ter Informatie, en zo ontstaat er een reusachtige papierberg.»

SASKIA «Ook belangrijk: de prikborden! Soms zijn het er zoveel dat ze bijna alle muren bedekken. En elke morgen is dat een spurtje naar het prikbord om te zien of je geen ‘vervanging’ hebt. Elke leerkracht moet één uur in de week beschikbaar zijn om afwezige collega’s te vervangen, maar dat wordt de dag zelfs op het prikbord meegedeeld, dus dat is ’s morgens kijken, en oef, ik moet géén uur extra werken! En die ‘oef’, dat is een luide opluchting hoor (lacht).»

LOTTE «Ook steeds aanwezig op het prikbord: Familienieuws. Dat is voor de doodsbrieven, geboortekaartjes, aankondigingen van pensioenen, huwelijken van oudleerlingen enzovoort.»

HUMO Is er dan niks van decoratie? Posters van wilde paarden in de Camargue of van rustige taferelen uit de Alpen?

DIRK «Nee. De enige posters zijn van de vakbond. En die hangen op het prikbord onder het kopje ‘Vakbonden’.»

LOTTE «Bij ons hangt er een hele grote foto waarop alle leerkrachten staan, en op een andere muur een poster: ‘De School Lééft’! Dat staat daar in schoonschrift van de directie, kwestie van enige feel-good in dat lokaal te creeëren.»

SASKIA «Posters of slogans heb ik nooit gezien. Maar in één school had je nog wel sanseveria’s in de leraarskamer.»

LIES «Een gezellige leraarskamer ben ik na drie scholen nog niet tegengekomen. Zelfs met Kerstmis zullen ze nooit een boompje zetten of wat lampjes hangen. Alleen op sinterklaasdag ligt er ineens speculaas voor alle collega’s. In de bakskes natuurlijk! In grote scholen is alles nogal saai en functioneel, maar nu zit ik in een kleine school en van onze directeur hebben we 600 euro gekregen, en daarmee zijn we langs rommelmarkten en kringloopwinkels gegaan. En nu staat daar een salonnetje met fauteuils, en tegen de muur hangt een groot kitscherig schilderij, en zo is die leraarskamer een plek waarvan iedere nieuwe leerkracht bij het binnenkomen zegt: ‘Amai, dat is hier gezellig!’»

'Bij ons is die deur dicht. En ze gaat nooit verder dan dertig centimeter open: net genoeg om een blad te kunnen aannemen. Niemand komt in ons heiligdom'


Rooie Kop

HUMO Koffie speelt een belangrijke rol in het onderwijs. Welke koffierituelen zijn jullie zoal tegengekomen?

SASKIA «Doorgaans kost de koffie één euro per maand. Er zijn neutrale koppen voor iedereen, maar na een tijdje zorg je voor je eigen mok. En op die mok plak je je naam. In dymo-letters natuurlijk! (lacht) En die mok berg je op in je bakje. Sommigen hebben daar een hele catering: thee, rietsuiker, koekjes, alles erop en eraan!»

DIRK «Wij betalen 25 cent per kopje. Heet water is gelukkig gratis en dus brengen de meesten hun eigen theezakjes of oploskoffie mee.»

SASKIA «Als je mok leeg is, laat je hem stáán. De afwasbak is drie meter verderop, maar daarheen gaan, dat doe je niet. Daaraan herken je de jonge leerkrachten: die gaan nog wel naar die bak én die nemen en passant drie andere mokken mee. Ja, de leraarskamer na de pauze, dat is één rommel van mokken, schillen, papiertjes, plastiekjes, niet te doen. En dat zijn thuis natuurlijk de ouders die tegen hun kinderen zeggen: ‘Komaan hé, uw kamer opruimen!'»

HUMO Hoe is het om als nieuweling zo’n leraarskamer te betreden?

DIRK «Bij ons had je een leraar die verantwoordelijk was voor de opvang van de stagiairs en de nieuwkomers. Die stelde je voor in de leraarskamer: ‘Dames en heren, dit is onze nieuwe collega: mijnheer Vermeiren zal hier algemene vakken komen geven.’ En alleman knikte eens, en dat was je entree. Maar die man is intussen op pensioen, en er is geen vervanger.»

LOTTE «Bij ons moeten alle nieuwelingen formeel op een rij gaan staan en dan worden ze met naam én vak voorgesteld aan de volledige leraarskamer. Dan sta je daar met je knalrooie kop. Maar nadien is het wel oké. Ze houden je een tijdje samen met de andere nieuwelingen, ze geven je een rondleiding en ook een etentje zodat je tenminste je lotgenoten leert kennen.»

LIES «Op één van mijn eerste scholen was het al vrij vlug personeelsvergadering, dat is dus met alle leerkrachten bij elkaar, en toen ik in de gang van de van de leraarskamer kwam, durfde ik ineens niet binnen te gaan. Dat was die schrik, ik ken hier niemand, ik kan hier op niemand toestappen, en dan heb ik me daar maar in die gang verschanst, ik heb er álle affiches twee keer gelezen, en toen de vergadering begon en iedereen met zijn papieren op een stoel ging zitten, ben ik ook gauw naar een stoel gemuisd, en maar door mijn papieren bladeren (lacht). Vandaar, als ik nu nieuwelingen hulpeloos zie rondkijken, dan ga ik erop af om ze wat bij te staan.»

SASKIA «Alléén binnenkomen als nieuweling, dat is griezelig. Ik zie me die eerste week van september nog binnenkomen. Niemand praat tegen je, want al die collega’s hebben het te druk om hun vele vakantieverhalen te vertellen. Niemand ziet je staan, niemand is geïnteresseerd, als ik gekund had, ik was onder die tafels gaan zitten!»

HUMO Het lijkt wel binnenkomen op een feestje, waar je niemand kent.

SASKIA «Ja! Maar op zo’n feestje kan je dan nog bij de toog gaan staan, maar hier kon ik mij alleen maar tegen de muur drukken! Tot ik op de duur de stap naar de koffiemachine zette. Daar kon ik mij verschansen, daar kon ik mij een houding geven: je neemt koffie, je geeft iemand anders melk of een suikertje, je dóét iets. En dan zie je ineens ook twee andere jonge leerkrachten staan die even panisch zijn en die ook met twee handen hun kop koffie omknellen en die ook vijf keer naar de klok kijken, zo van hélp, wat gaan die wijzers traag (lacht)!»

DIRK «Je hebt er die gelijk aan een tafel schuiven en de hand uitsteken: ‘Hallo, ik ben mijnheer Goossens en ik geef X en Y’, en die zijn vertrokken. Ik ben meer van het type dat ergens gaat zitten, armen over elkaar, beetje rondkijken, geïnteresseerd een papier vastpakken dat daar toevallig ligt (lacht). En ja, op de duur durf je ook wel los te komen van die stoel.»

SASKIA «Zo nieuw zijn en je collega’s niet kennen is gênant. Soms passeert er iemand aan de deur die snel iets in je hand stopt, ‘dit is voor het bakske van Els’. Maar wie is Els? En dan vraag je bedeesd wie Els is… aan Els zélf. En dan die koele blik omdat je haar niet kent! Alsof je aan Condoleezza Rice gevraagd hebt waar Condoleezza Rice is! Dan schrompel je ineen, dan ben je nog zo klein (iets tussen duim en wijsvinger, jh).»

HUMO Maar die collega’s zijn toch ooit ook als nieuweling begonnen? Die weten toch hoe bedremmeld je dan bent?

SASKIA «Die zijn dat compleet vergeten! Ik heb ooit ergens een trimester lesgegeven, en er waren collega’s die tegen me zeiden: ‘Er komen hier zoveel nieuwe mensen, ik ga uw naam toch niet onthouden.’ Dá-ág! En dan stond ik daar. Ik had zelfs niet de kans gekregen om mijn naam te zeggen (lacht)

HUMO Hoe leg je dan contacten als nieuweling?

SASKIA «Met de jongeren klikt het vlug, maar met de anciens vlot dat in het begin niet zo best. Tot ik een ‘entree’ ontdekte. Ik had een leerling die onhandelbaar was, en op een dag was ik dat zo beu dat ik naar haar titularis stapte om mijn hart te luchten. En omdat ik flink afgaf op die leerling, omdat ik als nieuweling wat steun zocht bij een ancien, had ik vanaf die dag een goed contact met haar. Ineens was ik oké. Ineens werd ik toegelaten tot haar groepje, en via haar kwam ik ook bij andere groepjes terecht – waar het afbreken van leerlingen nota bene zowat hét gespreksonderwerp was. Maar ik was in elk geval niet meer alleen.»

'In een leraarskamer is er evenveel groepsdruk als in een klas met leerlingen'


Miss Populair

HUMO We hebben het nu heel de tijd over De School. Maar bestaan er geen andere Typische Gespreksonderwerpen in de leraarskamer?

LOTTE «Nee. Het gaat altijd over dat Werk, en alleen maar over dat Werk. Hoe de les was en hoe de leerlingen waren.»

DIRK «Bij ons gaat het over alles: het weer, het voetbal, de sport die ze zelf doen, de sport die hun kinderen doen,…»

SASKIA «Dat zal dan bij mannen zijn. Het onderwijs is sterk vervrouwelijkt, dus tegenwoordig zijn de grote onderwerpen: trouwen, zwanger zijn en ‘de kinderen’, vooral als ze ziek zijn. En dat is wéér een tip voor beginnende leerkrachten: vraag naar de kinderen van je oudere collega’s en als die informatie zorgvuldig op. En als die collega er niet op bedacht is, één of twee weken later, dan vraag je terloops naar dat ene kind, mét naam natuurlijk. Dat is punten halen hoor! Dat is scoren! Idem voor de echtgenoot die ziek is geweest of een ongeval heeft gehad en zoveel weken thuis heeft gezeten: onthoud zijn naam en zijn gesukkel, en breng het ten gepasten tijde ter sprake. Het moeilijkst te benaderen zijn de populaire leerkrachten, omdat die altijd een vast groepje rond zich hebben. Mijn tip: spreek ze aan in de gang en leg ze een probleempje voor dat makkelijk oplosbaar is, stijl: moet ik met deze papieren naar het secretariaat of naar de directeur? Door hun hulp te vragen, voelen ze zich gevleid. En het contact is gelegd. Stel dezelfde vraag in de leraarskamer terwijl Miss Populair aan het woord is, en je bent een idioot trutje dat haar wereld niet kent. (Lacht) Ja, een mens leert wat op school, hé.»

LIES «Bij ons is er een collega die alle andere leerkrachten geweldig kan imiteren. Wat leerkrachten ook doen is trage leerlingen nadoen in hun slome spreekstijl. Je ziet, in feite lachen leerkrachten en leerlingen om dezelfde dingen.»

HUMO Een school is toch wel een apart bedrijf. In andere bedrijven kan je, als je wil, vluchten naar het toilet, de koffiekamer of een andere afdeling. In een school kan je vijftig minuten niet aan de klas ontsnappen, en in de pauzes kom je dan ook nog eens in zo’n gedwongen samenzijn terecht.

SASKIA «O, maar je hebt mensen die zich daar heel goed bij voelen en er al om acht uur ’s morgens zijn om hun kop koffie te drinken en hun babbeltje te doen. Ik was geen fan van de leraarskamer. Ik kon daar nooit mezelf zijn, ik was altijd een rol aan het spelen. En vaak heeft dat te maken met de dominante figuren in zo’n leraarskamer – wat nu vaak vrouwen zijn, omdat het onderwijs vervrouwelijkt. Een leraarskamer vol vrouwen, dat is érg. Maar vastbenoemde vrouwen tussen de veertig en vijftig, dat is héél erg, dat zijn gewoon slechte mensen (lacht). Die zijn niet alleen vastgeroest, die pikken het ook niet van jongere collega’s dat zij nog niet vastgeroest zijn. Ik heb zo’n jong iemand eens een nieuwe methode zien voorstellen van hoe je met verschillende groepjes in één klas kan samenwerken. Die was enthousiast, die wilde daarover vertellen, en dan die reacties van de Heilige Drievuldigheid – zo noemen wij dat trio van 40-plussers: die flauwe glimlachjes, die schampere knikjes: ‘Ah ja, wij hebben zoiets ook al eens geprobeerd’. Die gingen alles eens fijntjes torpederen. Want ja, als die methode aansloeg, dan moesten zij die misschien ook gaan toepassen! En die methode vergde heel veel werk en heel veel voorbereiding. En hard werken, dat is not done, dan ben je een strever.»

HUMO Dat is dus net hetzelfde als in een klas. Daar heb je ook grote monden die de sfeer bepalen en ‘strevers’ die buiten de groep worden gesloten.

SASKIA «Ja, veel verschil is er niet. In een leraarskamer is er evenveel groepsdruk als in een klas met leerlingen.»

LOTTE «Als je geen groep vindt bij wie je je oké voelt, of als je geen aanspraak vindt voor je ideeën, dan kan je best eenzaam in zo’n leraarskamer. Dat is mij echt opgevallen, die behoudsgezindheid, die angst voor vernieuwingen. Vooral anciens kunnen dan heel schamper doen. Zo van: ‘Och God, ze willen weer gaan vernieuwen! Pak die gasten toch gewoon streng aan, dat is het beste!'»

'In de scholen waar ik ben geweest, beschouwde een groot percentage van de leerkrachten de leerlingen als de gemeenschappelijke vijand'


Blonde vampen

HUMO Bestaat er zoiets als een dresscode onder de collega’s?

SASKIA «O ja, op je kledij kan je flink getaxeerd worden. In scholen met een uniform ga je het best klassiek gekleed, maar ook elders is de regel: Deftige Doorsnee. Te gewoontjes kan niet, maar te chic of wat te veel make-up ook niet, want dan is het ‘Amai, moet ge nog weg vandenavond?!’ (lacht)

»En dan zijn er de onvermijdelijke blonde vampen, die ronduit geméén zijn. Die bekijken je de eerste dag al met zo’n air van ‘wat gooien ze hier nu binnen?’. Iets bevalt hen niet – je figuur of je haar of je kleren – en vanaf dan ben je geklasseerd als Niet Interessant.»

LOTTE «Ik was niet zo netjes gekleed en gekamd als de anderen, ik droeg al eens een tweedehands jasje en mijn haren zaten al eens in de war, en dan gaan de collega’s je viseren. Dan gaan ze ineens opmerken dat bij jou de leerlingen niet altijd in twee rijen moeten lopen, en ineens ben je dan ‘de sloddervos’. En van sloddervossen is het toch geweten dat ze hun klas niet in de hand hebben! Dan kwam ik in de leraarskamer en vielen de gesprekken stil. Ja, dan weet je dat ze over jou bezig waren. Het erge is: ik ben niet nonchalant, ik neem mijn werk wél ernstig en ik heb wél gezag. Maar ja, ik had mijn imago tegen. Bij de leerlingen gebeurt hetzelfde. Die zeggen wel: jullie in de leraarskamer, jullie doen niet anders dan roddelen over ons. Maar zij zitten zelf ook vol vooroordelen tegenover de leerkrachten. Zij zullen elke nieuwe leerkracht ook taxeren op zijn voorkomen en zijn uiterlijk.»

HUMO Mogen de leerlingen eigenlijk binnen in de leraarskamer?

DIRK «Absoluut niet! De deur staat open, maar de ongeschreven regel is: kloppen en wachten tot er iemand komt. Als zo’n leerling één voet over de drempel zet, dan is het: ‘Eh-eh-eh! Buiten! Daar moet ge wachten!»

SASKIA «Bij ons is die deur dicht. En ze gaat nooit verder dan dertig centimeter open: net genoeg om een blad te kunnen aannemen. Niemand komt in ons heiligdom. Ze zouden verdorie in alle hoeken pissen om dat territorium af te bakenen (lacht). Het erge is, tijdens de speeltijd is het een onafgebroken ‘klop klop’ van leerlingen die iets willen afgeven. Huiswerk dat te laat is, strafwerk, enzovoort. En niemand wil de ‘postbode’ zijn, dus iedereen praat erop los alsof ze dat kloppen niet gehoord hebben, dat kan wel een minuut duren, en meestal zal de jongste leerkracht dan aanvoelen dat hij naar die deur moet gaan.»

LOTTE «De jongeren gaan er nog van uit: hé, ik moet die leerling toch gaan helpen! Terwijl ouderen zoiets hebben van: laat ze maar wachten. Of: ze moeten maar geduld hebben! Ja, geduld hebben, dat ze dat maar eens leren!»

SASKIA «De leraarskamer is niet alleen taboe voor de leerlingen, ook de studiemeesters en de mensen van het secretariaat komen daar nooit. Je moet lesgeven om daar op je plaats te zijn. Nog anders is het als de directeur binnenkomt. Je ziet dan dat die persoonlijk met de leerkrachten wil praten, maar dat lukt niet. Iedereen begint zich dan als leerkracht te gedragen en over dingen van school te praten. Zo van ‘de baas is er’, nu mogen we geen ‘speeltijd’ nemen. Wel jammer voor de directeur dat hij zo in die schoolse, formele rol gedwongen wordt.»

DIRK «Tussen onze directeur en een groot deel van de leerkrachten bestaat er een gespannen verhouding. Als hij binnenkomt, is alle uitbundigheid en luidruchtigheid op slag verdwenen. Die man voelt dat, maar doet alsof er niks aan de hand is. Die gaat dan overdreven joviaal op een stoel zitten, meestal tussen de anciens die hij goed kent. Of hij wandelt eens langs de pas aangenomen jonge lerares om haar eens amicaal in de schouders te knijpen.»

HUMO Helemaal David Brent uit ‘The Office’!

DIRK «Ja, en iedereen kijkt dan gegeneerd weg. Omdat het zo fake is.»


Snikkend op een stoel

HUMO Wordt er vaak gewerkt in de leraarskamer? Lessen voorbereiden, huiswerk verbeteren?

SASKIA «O nee. Daar wordt keihard getetterd, dat is echt een kiekenkot. Net een luidruchtige receptie, maar dan alleen met koffie en thee.»

DIRK «Die leraarskamer is echt dé plek om stoom af te blazen. Die pauzes daar zijn heilig, en die plek is in feite ook heilig: omdat het de enige plek is waar je niet direct geconfronteerd wordt met de leerlingen. Daar moet je nu eens niet heel de tijd je ogen op je rug hebben. Daar kan je gerust je boekentas tegen de muur zetten zonder dat er iets mee gebeurt.»

LOTTE «Zo eventjes kunnen neerploffen zonder gezever aan je kop, dat is zalig. Want pubers kunnen heel vermoeiend zijn, die hebben elke dag duizend vragen.»

DIRK «En als er dan een leerling op de deur klopt, dan zie je de ogen rollen, ‘as-te-blieft. Laat ons nu efkes met rust!’ In het begin van het schooljaar staat die deur nog op een kier, maar na Pasen zit iedereen bijna op zijn tandvlees en dan gaat die deur dicht.»

HUMO Kunnen er vriendschappen ontstaan in de leraarskamer?

LOTTE «Ja! Ik heb er twee keigoeie vriendinnen aan overgehouden.»

SASKIA «Bij mij klikte het na een tijd ook met een paar jongere leerkrachten. Met dat groepje ga je dan iets eten of iets drinken, meestal de vrijdag na het laatste uur.»

LOTTE «Elke vrijdag gaan we na het laatste uur met twintig, dertig leerkrachten op café. Daar ontstaat makkelijker een band. En elk jaar is er een feest, en daar komen toch wel tachtig van de honderdvijftig leerkrachten naartoe. Wat, gezien de vele aparte groepjes in de leraarskamer, een groot succes is. Zo’n feest ‘gloeit’ ook nog na in de weken nadoen, dat komt de sfeer onder de collega’s wel ten goede.»

HUMO Als je dag in dag uit in het onderwijs staat, hoor je allicht ook weleens schampere commentaren op die opvoedkunde.

DIRK «Ik gaf één week les, en de volgende maandagmiddag hoorde ik een collega zeggen: allez, nog vierenhalve dag! Ik was daar echt niet goed van, oh my God, die zitten hier allemaal tegen hun goesting. Maar nu zeg ik dat ’s maandags soms zelf (lacht). En ik ga niet tegen mijn zin naar die school. ’t Is meer sarcasme: weten dat je weer een hele week die leerlingen ‘bij de les’ zult moeten houden. Als de bel gaat, wordt er maar traag weggegaan uit de leraarskamer, en de grap is dan om luid op de tafel te trommelen, ‘Komaan mannen! Komaan!’ Alsof er een koers voorbij komt rijden (lacht). Of ook: gemaakt enthousiast in je handen wrijven, ‘Amai, goesting dat ik heb! Hou me tegen! Hou me tegen!»

HUMO Hoe spreken leerkrachten over ‘de leerlingen’?

LIES «Er wordt vaak over de leerlingen gesproken, en over sommige leerlingen wordt ook geroddeld, maar ik kan niet zeggen dat er in de leraarskamer een sfeer hangt van negativisme of van zwartmaken van leerlingen.»

SASKIA «De leerlingen! Dat is het belangrijkste gespreksonderwerp onder de collega’s. En in de scholen waar ik ben geweest, beschouwde een groot percentage van de leerkrachten de leerlingen als de gemeenschappelijke vijand.»

LOTTE «Die stemming wordt vaak bepaald door een paar grote kleppen – vaak vastbenoemden – die gratuit afgeven op de leerlingen. Ik moet zeggen dat daar heel weinig tegen in wordt gegaan. Ik begrijp niet wat die mensen nog in het onderwijs komen doen. Je wil jonge mensen toch opvoeden?»

SASKIA «Het is erg dat ik het moet zeggen, maar als die grote kleppen een leerling afbreken, ga daar als jonge leerkracht niet tegen in, want dat is je reinste zelfmoord. Je stelt de gevestigde waarden ter discussie, en dan keren die je de rug toe, en de rest van de schaapstal gaat je ook mijden. Ik heb zo’n beginnende collega gekend. Die zei altijd: jamaar, leerling X heeft ook goeie kanten, want… En dan zag je tien paar ogen naar het plafond gaan, o nee, ze is daar wéér. En soms werd ze genegeerd, maar soms kreeg ze vlakaf te horen: gij zijt zo naïef! Ik vind dat pesten: een groep van twintig die het op één iemand hadden gemunt. Die collega bleef op de duur ook weg uit de leraarskamer. Ze zat dan in een aparte kamer wat te werken. Maar ja, je moet af en toe toch in die leraarskamer zijn, en dan zat ze nadien in die aparte kamer soms te huilen omdat ze haar gemeden of gepest hadden.»

HUMO Ik heb gehoord dat leerkrachten soms huilend in de leraarskamer komen omdat ze zo zijn aangepakt door de leerlingen.

DIRK «Als er een zwaar probleem is geweest, dan zie je dat aan die binnenkomende collega. Heel dat gezicht staat gespannen, en dat verhaal moet er direct ook. Jonge collega’s zie je ook weleens zitten snikken op hun stoel, en daar wordt dan een arm omheen geslagen. Ja, meestal vangen de collega’s je goed op. Het besef is er dat iedereen zoiets kan meemaken.»

LOTTE «Toegeven dat je een klas niet de baas kan, dat is taboe, dat gebeurt niet. Maar soms valt het niet te verbergen. Als een leerkracht binnenkomt met een grote inktvlek op haar bloes, tja, dan móét er wel iets gebeurd zijn. Ik heb zelf ook al een paar keer zitten huilen, en toen hebben mijn twee vriendinnen me keitof opgevangen. In de rokerskamer hé. In de grote leraarskamer zou ik dat nooit doen, mijn tranen laten zien. Want daar gaat zoiets dan rond: dan is dat ‘het nieuwske van de dag.»

'Een paar van die leerkrachten spreken niet meer over de leerlingen, maar over dat crapuul. En dat gaat dan over heel de school… Die zijn zo cynisch geworden, die zien van niks nog de goeie kanten'


De makakskes

HUMO Soms halen leerlingen een practical joke uit met hun leerkracht. Dat wordt dan verteld in de leraarskamer. Maar vertellen leerkrachten het ook als zij een klas iets flikken?

DIRK «Meestal gaat het dan over een onverwachte toets die ze hebben gegeven: dan hebben ze een klas ‘liggen gehad’ (lacht). Ja, sorry, ieder zijn eigen wapens hé. Er zijn er ook die er lol in hebben dat een hele klas gebuisd is. Wat een lompe apen! Dat kunt ge u niet voorstellen! Vaak zijn dat de leerkrachten die zich autoritair opstellen in de klas. Dat zijn ook de collega’s die regelmatig binnenkomen met agenda’s van leerlingen, om er nota’s voor de ouders in te schrijven. En dan komen er altijd wel een paar collega’s omheen staan. Den dieje weeral? Daar verschiet ik niet van! Ziet die agenda! Van de leerkrachten staat er bijna meer in dan van de leerling zelf! Ik doe daar niet aan mee. Een paar van die leerkrachten spreken ook niet meer over de leerlingen, maar over dat crapuul. En dat gaat dan over heel de school… Die zijn zo cynisch geworden, die zien van niks nog de goeie kanten.»

SASKIA «Soms komen leerlingen je week na week vertellen hoe bepaalde leerkrachten zich gedragen in de klas, hoe zij zitten te ‘kakken’ op die klas, en dan sta je naast je collega’s in de leraarskamer… en dan zeg je niks. Want ja, je gaat je collega’s toch niet afvallen, zeker! Dat is meeheulen met ‘de vijand.»

DIRK «Ik probeer altijd onbevangen voor een klas te staan, maar wat er in de leraarskamer over een klas of over een leerling gezegd is, speelt natuurlijk in je hoofd. En soms is dat roddelen om af te breken, maar soms is het ook nuttig: als je collega’s je voor bepaald gedrag gewaarschuwd hebben, dan ben je op de qui-vive, dan kan je sneller reageren.»

LOTTE «Het taalgebruik zegt veel. Een moeilijke leerling is algauw een ‘lastig kind’. Wat zoveel wilt zeggen als: ‘ik doe daar geen moeite meer voor’. Ik heb ook lastige kinderen in mijn klassen, en in de leraarskamer zal ik doe ook wel eens uitschijten, maar dan bespreek ik met een collega wat we aan dat gedrag kunnen doen. Zomaar afgeven op de leerlingen, dat is té gemakkelijk.»

DIRK «Over Marokkaanse leerlingen wordt soms lelijk gedaan. ‘Die bruin hangen mijn voeten uit. ’t Is altijd hetzelfde, daar is niks mee aan te vangen. Wat komen die hier nog doen? Onze tijd verprutsen! Dat zijn uitspraken die soms vallen, maar in de klassen zelf wordt iedereen fair behandeld.»

LOTTE «Bij dat soort ‘racistische’ uitvallen zit ook veel stoom afblazen. In het begon schrok ik daarvan: die collega’s geven les in Marokkanenklassen en die spreken over ‘de makakken’, hoe kan dat nu? Maar nu begrijp ik dat. Ik ben zelf keilinks, maar door aan die gasten les te geven, ben ik heel anders gaan spreken dan mijn politiek correcte vrienden. Als mijn Marokkaanse leerlingen weer eens al hun vooroordelen over homo’s en lesbiennes hebben bovengehaald, als ik mij weer eens verschrikkelijk heb moeten inhouden, dan zal ik het in de leraarskamer ook over die pokkemarokkanen hebben, en dat het fascho’s zijn, en dat ze onze vrijheden willen afpakken en dat ik ze haat! En soms imiteren we ze nog ook, dan spreken we een halfuur pseudo-Marokkaans in de rokerskamer: euj, euj, wadiest, woejo, woejo (lacht) Och, dat is toch grappig en onschuldig?! Ik vind dat wij het recht hebben om zo te reageren. Omdat wij met die gasten wérken. Omdat wij met die gasten omgaan – wat niet gezegd kan worden van Vlaams Blokkers, en ook niet van veel progressieven. En mijn collega’s en ik, wij zijn geen Blok-stemmers. Wij houden van ‘ons makakskes’ (lacht). Omdat ze zo extreem moeilijk zijn, maar ook extreem vriendelijk als ze met je hebben leren omgaan. Op de duur waren die Marokkanenklassen zelfs mijn lievelingsklassen!»

LIES «Bij ons heb ik nog niet over ‘makakken’ horen spreken, maar de allochtone medewerkster op onze school heeft wel al ronduit racistische taal te horen gekregen van een collega. Zo iemand mogen ze van mij schorsen: met zo’n houding sta je niet in het onderwijs.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234