Verhalen uit het artsenkabinet (2): 'Mensen willen niet inzien dat je meer voordeel haalt uit een gezonde levensstijl dan uit een regelmatige check-up bij de dokter'

Lang vervlogen is de tijd dat Meneer Doktoor tot de voornaamste notabelen van het dorp behoorde en van op de achterbank van zijn auto met chauffeur talloze loftuitingen in ontvangst mocht nemen van patiënten langs de kant van de weg. Dat hebt u onthouden uit de eerste aflevering van deze reeks, waarin we het verhaal brachten van dokters van het platteland en de kleine stad. Maar in de grootstad gaat het er vast anders aan toe, denkt u?


Lees ook: Verhalen uit het artsenkabinet (1)

Anne Marieke Wiggers: ‘45 patiënten op één dag’

Anne Marieke Wiggers (28) studeerde in augustus vorig jaar af als huisarts. Wiggers is afkomstig uit het schilderachtige Gouda, maar verdeelt nu haar tijd tussen twee groepspraktijken in het Antwerpse.

ANNE MARIEKE WIGGERS «Als kind wilde ik lang F-16-pilote worden, maar gaandeweg drong het tot me door dat het psychische effect van bombarderen te heftig zou zijn (lachje). Op mijn 17de heb ik besloten om geneeskunde te gaan studeren. Dokter is ook een praktische job, en op het einde van de dag heb je altijd het gevoel dat je veel gerealiseerd hebt. Dat ik uiteindelijk huisarts ben geworden, komt omdat de aanpak zo persoonlijk is. Ik heb stage gelopen in een ziekenhuis, maar daar is het contact met de patiënten en hun families minder hecht. Ik keek ook op tegen de vele wachtdiensten.

»Dat ik in België ben beland, is toeval. Toen ik in 2008 ging studeren, werd in Nederland nog bij loting beslist wie geneeskunde mocht doen. Motivatie of kennis waren niet van tel: je moest het juiste lot trekken. In België kon ik na de toelatingsproef gelukkig wél starten, en ik was vanaf dag één heel blij met de kleinschalige en persoonlijke opleiding in Antwerpen. En met de stad: ik ga graag op café en hou van dansen, ik heb hier snel vrienden gevonden en ben gebleven, waarschijnlijk definitief.

»Ik werk in twee groepspraktijken. Eén in de stad en één in ’s-Gravenwezel. In de rand is ons publiek blank en iets ouder dan in de stad. De mentaliteit is ook anders. Sommigen komen met de auto, eten slecht en klagen over hun hoge bloeddruk: ‘Hoe kunt u mij helpen?’ In de stad zie ik meer de maatschappij anno 2018. Allochtonen, vluchtelingen, prostituees en druggebruikers, maar ook Bekende Vlamingen – die ik meestal niet ken. Gelukkig staat er dan in het dossier: ‘Werkt voor televisie.’ (lacht)»

HUMO Is een vluchteling bekend met het concept ‘huisarts’?

WIGGERS «Goede vraag, ik neem aan van niet. In veel landen bestaat eerstelijnsgezondheidszorg niet en gaan mensen linea recta naar het ziekenhuis. Hier is gezondheidszorg gelukkig laagdrempelig, en dat vergt een aanpassing.

»Ik heb een familie Afghaanse vluchtelingen die ik regelmatig zie. Meestal komen ze allemaal tegelijk, nog eens vergezeld door extra familieleden. Mijn kabinet zit dan snel vol: de kinderen zitten op de onderzoekstafel en tolken voor de ouders. Die hebben vaak klachten die – toch gedeeltelijk – verklaard kunnen worden door onderliggende psychologische problemen. Ik luister naar hun verhaal, onderzoek ze en stuur ze, meestal zonder medicatie maar met een geruststellende uitleg, terug naar huis. Dat is niet altijd makkelijk: in hun ogen zijn antibiotica of andere medicatie haast altijd nodig.»

HUMO Hebben mensen in de stad andere klachten dan in de randgemeenten?

WIGGERS «In de stad zie ik vaker patiënten die voor een soa-test komen. Ze hebben dan vage klachten zoals koorts en vrezen dan meteen dat ze hiv-besmet zijn. Ooit had ik een Syrische oorlogsvluchteling in mijn kabinet die zich wilde laten testen omdat hij met ‘veel vrouwen’ seks had gehad zonder condoom. Toen ik ernaar vroeg, kon hij niet goed uitleggen wat voor soort seks: penetratie? Oraal? Anaal? Hij wist ook niet of de vrouwen bepaalde ziektes hadden. Ik raakte lichtjes geïrriteerd – het was mijn vijfde soa-test van de dag – maar veel kwam er niet uit. Een paar dagen later bleek de man chlamydia te hebben, een soa die met een korte antibioticabehandeling kan worden genezen. Toen ik zei dat hij zijn seksuele partners van de laatste maanden moest inlichten, betrok zijn gezicht: ‘Maar ik ken die vrouwen niet.’ Toen hij vertelde dat hij een contract had getekend voor een job in Charleroi – ‘Ze hadden beloofd dat ik goed zou verdienen, en er zouden mooie vrouwen werken’ – begon het mij te dagen: bleek dat die man een jaar tegen zijn zin in de porno-industrie had gewerkt. ‘Het was vreselijk!’ Ik besefte plots dat niet alleen vrouwelijke sekswerkers niet altijd even gelukkig zijn met hun baan.»

HUMO Precieze cijfers ontbreken, maar het aantal gevallen van agressie tegen huisartsen stijgt al enige tijd. Is het werk in de stad onveiliger?

WIGGERS «Nee. Ik heb weleens iemand met een enkelband in de wachtzaal gehad: een speedgebruiker met een rode kop, dat bleek een allergische reactie op een toevoeging in zijn drugs. Maar verder was dat geen probleem. Ik heb hem naar huis gestuurd met een cortisonenzalf en een attest voor het Centrum Elektronisch Toezicht, want daar was natuurlijk een alarm afgegaan (lacht). Dat maak je niet mee in ’s-Gravenwezel, maar eigenlijk vind ik nachtelijke huisbezoeken in de bossen enger dan in de stad. In Antwerpen krijgen we altijd een chauffeur mee die buiten op ons wacht.»

HUMO Ik sprak vorige week met een arts die dertig jaar op de teller had: ‘Ik leer veel bij van huisartsen in opleiding die stage lopen bij mij,’ zei hij.

WIGGERS «Als huisarts in opleiding hield ik er geregeld andere opvattingen op na dan de arts die me opleidde, er is onbetwistbaar een generatiekloof. Vanochtend was ik nog bij een oudere vrouw die vroeger op cosultatie ging bij een al wat oudere huisarts uit de buurt. De vrouw nam al jaren bloedverdunners, want haar huisdokter was ervan uitgegaan dat ze herhaaldelijk herseninfarcten had gehad. Maar ik vond daar weinig aanwijzingen voor. Ik heb naar haar hart geluisterd en dat klonk echt niet goed, dus heb ik haar meteen naar de cardioloog verwezen. Die andere dokter was zeker geen slechte arts, maar ik merk dat oudere huisartsen sneller beslissen: ‘Het is dat.’ En daar houden ze dan aan vast. Iemand die in deze tijd van het jaar met koorts binnenwandelt, heeft meestal gewoon de griep, maar niet altijd. Je moet doorvragen en gevaarlijker aandoeningen uitsluiten. Dat is onze job.»

HUMO Nog een verschil: jongere huisartsen zijn minder kwistig met slaapmedicatie.

WIGGERS «Het klopt dat mensen vaak bij ons aankloppen: ‘Ik heb een slaapmiddel nodig.’ Je probeert dan geduldig uit te leggen waarom ze het beter niet doen. Maar in sommige gevallen slikken mensen al jaren aan een stuk en schrijf je toch voor – ook al sta je er niet achter. Gelukkig is er nu een tekort aan huisartsen. Als je niet graag slaapmedicatie voorschrijft, kan dat niet zoveel kwaad. Je kunt zelf je publiek selecteren.»

HUMO Recent onderzoek wijst uit dat jonge huisartsen zuiniger zijn met antibiotica. Rust is in veel gevallen een betere behandeling tegen banale infecties. Maar dan zijn de werkgevers boos: ‘Huisartsen schrijven te veel ziekteverlof voor.’

WIGGERS «Wij doen dat niet graag, maar het is nu eenmaal onze taak. Gisteren heb ik in de stadspraktijk 45 patiënten gezien: de helft had enkel een ziektebriefje nodig. In Nederland bestaat dat systeem niet: iemand die twee dagen verkouden is, mag zelf beslissen om thuis te blijven. Mensen weten heus wel wat ze moeten doen om beter te worden. Ik had die tijd veel beter kunnen besteden aan andere patiënten.»

HUMO Hoorde ik u zeggen: 45 patiënten?

WIGGERS (lacht) «Ja, maar dat was een record, vrij uitzonderlijk. In de stad hebben wij ’s ochtends en ’s avonds open consultatie omdat er een publiek is dat geen afspraken maakt – al is het maar door de taalbarrière. Voorwaarde is wel dat ze maar één klacht mogen voorleggen: er zitten dan soms dertig mensen in de wachtzaal. Het was een heftige dag, die ik op adrenaline heb overleefd, maar ik vind dat je moet garanderen dat iedereen bij de dokter terechtkan.»

HUMO Over oude huisartsen hoorde je weleens dat ze het moeilijk hadden om werk en privé gescheiden te houden. Ze werkten zich kapot.

WIGGERS «Daar beslist maar één iemand over: jijzelf. Althans, als je in een groepspraktijk werkt, ben je daar redelijk autonoom in. Ik werk vier dagen per week. Dat zijn dan wel lange dagen, zo kom ik aan 40 à 45 werkuren. Daar komt om de twee weken een wachtdienst bovenop. Ik denk dat de meeste jonge huisartsen een prima sociaal leven hebben, het is een kwestie van grenzen bewaken. Zelfs op zo’n dag van 45 patiënten neem ik een lunchpauze, want zulke rustpunten zijn belangrijk. En ik neem mijn werk zelden mee naar huis, tenzij het om een zware beslissing gaat, zoals een euthanasiegeval.

»Eerlijk waar, ik maak veel mooie dingen mee en ik ontmoet veel bijzondere mensen. Op mijn vrije dag schrijf ik die mooie verhalen op, dat geeft me moed en rust.»

''Vroeger deden we aan oplapwerk, een spuitje cortisonen en klaar. Nu proberen we te voorkomen' Huisarts Tom Jacobs


Tom Jacobs: ‘Googelen leidt tot paniek’

Een vertrouwd gezicht, ook al heeft hij wellicht nog nooit een koortsthermometer onder uw arm gestoken: huisarts Tom Jacobs was jarenlang expert in ‘Ook getest op mensen’. In het VRT-programma van Marcel Vanthilt gaf hij laconiek toelichting bij gezondheidskwaaltjes: ‘Daarom ben ik dokter geworden, om mensen die problemen hebben bij te staan met kennis.’

TOM JACOBS «Voor hetzelfde geld was ik zeeloods geworden, dat vind ik een soortgelijke job. Een kapitein beschikt niet over de juiste voorkennis om zijn schip veilig in de haven te krijgen. Daarom komt de loods aangevaren in een rubberbootje, waarna hij langs een touwladder omhoog klimt. De huisarts staat op een vergelijkbare manier in de vuurlinie. We komen de gekste dingen tegen, want de mensen komen dikwijls pas bij ons als ze er niet uit raken.

»Eerst wilde ik psychiater worden, maar tijdens mijn opleiding is mijn interesse verschoven naar de huisartsengeneeskunde. Wij hebben ons toen sterk verzet tegen die opleiding, die bijna puur theoretisch was. De professoren waren briljante academici, maar op menselijk vlak waren ze niet altijd uitmuntend. Sommigen gedroegen zich brutaal en neerbuigend tegenover de patiënten. Dat de opleiding vandaag zoveel beter is, is onder meer aan ons te danken. Mijn huisarts in opleiding is een veel betere arts dan ik was toen ik afstudeerde. Zeker op het vlak van communicatie is er veel verbeterd.

»Er is veel talent, maar er is lange tijd een negatieve selectie geweest. Veel studenten zijn huisarts geworden omdat ze niet genoeg onderscheidingen hadden behaald om te specialiseren. Er bestaat nog altijd een soort dedain. Niet zo lang geleden was ik aanwezig op een evenement waar de proffen neerdalen en (steekt de pink omhoog) een kopje koffie komen meedrinken: ‘En wat doet u? Huisarts?’ Dan zie je hen verstijven: eikes. Het gesprek was snel gedaan. Voor veel proffen behoort de huisartsengeneeskunde tot het barbarisme voorbij de slagboom van het universitair ziekenhuis (lacht). Maar het is al beter dan vroeger: de decaan van de faculteit geneeskunde van de UA is zelfs een huisarts. Nu, ik begrijp waar dat misprijzen vandaan komt. De specialisten krijgen binnen wat wij gemist hebben of niet kunnen genezen.»

HUMO Ook voor het brede publiek bent u niet langer de onaantastbare, alwetende vertrouwensfiguur.

JACOBS «De tijd van ‘Meneer doktoor’ ken ik alleen van het boek, ik heb ’m zelf nooit meegemaakt. Integendeel, toen ik begon, liepen de mensen niet hoog met ons op. In het begin werkte ik samen met een oudere collega. Als er gebeld werd, nam ik de telefoon op en zei de nietsvermoedende patiënt: ‘Ik ben ziek, maar ik wil níét die nieuwe.’ (schatert) En op een keer zette ik mijn fiets tegen de gevel waar iemand een sigaretje stond te roken: ‘Amai, het is ver gekomen. Zo lang studeren en nog niet eens een auto kunnen betalen.’ (lacht luid) Van een teveel aan respect heb ik nooit last gehad, en maar goed ook: wie op een piëdestal staat, kan eraf donderen.»

HUMO Kunt u uw job vandaag vergelijken met de begindagen?

JACOBS «Onmogelijk. De jaren 80 waren de tijd van de impulsieve geneeskunde. Mensen belden, piepend: ‘Dokter, ik heb geen asem meer.’ Dan vloog ik ernaartoe en gaf ik een spuitje cortisonen: opgelost. Toen was het oplapwerk, nu proberen we te voorkomen. In die tijd waren de ziekten ook anders. Lyme bestond niet. Legionella ook niet. Ik heb zelfs aids nog weten opkomen. Tijdens mijn burgerdienst had ik in de free clinic gewerkt, voor minder bemiddelde stadsbewoners – ook weer in de vuurlinie. Wij hebben toen twee homoseksuele leden van de raad van bestuur verloren, aids was toen nog een ‘homokanker’. En onbehandelbaar: pas in 1996 is er therapie gekomen, nu is aids een chronische ziekte.

»Er zijn ook ziekten verdwenen. Hartinfarcten zijn zeldzaam geworden, en als het voorvalt, dan is het veel minder spectaculair dan in de tijd dat mannen plots naar de borststreek grepen en dood neervielen.»

'Als patiënten mij vragen wat ze moeten eten, zeg ik: verse groentesoep, en géén kant-en-klare maaltijden'

HUMO Wanneer werkte u het hardst? In de jaren 80 of nu?

JACOBS «Nu, zonder twijfel. Omdat er toen véél meer dokters waren, zag ik soms maar vijf patiënten per dag, nu is dat een veelvoud. Er is ook enorm veel papierwerk en bureaucratie bij gekomen. Ze vuren veel op ons af. Vroeger stuurde een specialist alleen een verslag als je daarom vroeg. Nu versturen ze hun verslagen met één muisklik naar iedereen die er ook maar van in de verte iets mee te maken heeft. Ik krijg vijftig van die verslagen per dag, en die moeten allemaal gesorteerd worden. En dan stapt een patiënte binnen: ‘Ik ben twee maanden geleden bij de gynaecoloog geweest, weet u dat nog?’ Natuurlijk weet ik dat niet meer en moet ik dat opzoeken.

»Een huisarts doet meer dan een winkeltje openhouden en patiënten ontvangen. Vanavond ga ik naar een vergadering over hartfalen, en ik ben lid van het lokaal multidisciplinair netwerk Antwerpen. Op zaterdagen volg ik bijscholing en op zondag schrijf ik een column. Dat komt er allemaal bij.»

HUMO Vroeger werkten veel huisartsen zich in de vernieling doordat ze 24 uur per dag beschikbaar waren voor hun patiënten. Het mag niet verbazen dat zoveel dokters aan de fles hingen.

JACOBS «Ik heb contact met hulpgroep Doctors4Doctors: zij krijgen nog altijd veel meldingen binnen van dokters die verslaafd zijn. We kunnen ook makkelijk aan het juiste spul raken en het onszelf voorschrijven.

»Onderschat de machocultuur in de dokterswereld niet: ‘Ge moet sterk zijn.’ Collega’s zullen niet snel toegeven dat ze een stressprobleem hebben. Terwijl elke dokter onvermijdelijk inschattingsfouten maakt. Als je dan geen klankbord hebt, kan het gevaarlijk worden. Ik vind dat dokters wat beter voor elkaar zouden moeten zorgen.»

HUMO Zijn uw patiënten de voorbije dertig jaar veranderd?

JACOBS «Ze zijn ongeruster. Soms willen patiënten dat ik hen onderzoek en hun verzeker dat ze geen kanker hebben. Dat is een onmogelijke opdracht. Wij moeten niet altijd een diagnose stellen, wij moeten ernstige diagnoses uitsluiten. Het zijn de specialisten die doorgaan tot er een diagnose op papier staat.»

HUMO Hebt u patiënten die er al één op papier hebben staan nog voor ze hier binnenwandelen?

JACOBS «Via Google? Niet zo vaak. Alhoewel: onlangs had onze stagiair iemand die ‘last had’ van zwart snot. De man dacht dat hij besmet was met een ernstige schimmelinfectie, want dat had hij op het internet gelezen. Pas helemaal op het einde van het gesprek viel zijn frank: zijn baas had hem de avond ervoor attent gemaakt op een zwarte inktvlek onder zijn neus, van een balpen (lacht).

»Door al dat googelen ontstaat soms nutteloze paniek, maar ook door de media. Als er in het nieuws iets gezegd wordt over hartproblemen, weet ik dat ik op straat aangeklampt zal worden: ‘Ik heb soms óók last van hartkloppingen.’

»Heel vaak gebeurt dat niet, wij zitten in een kansarme buurt met veel mensen die van een uitkering leven. Die mensen hebben andere zorgen dan de welgestelde mensen die zich over álles ongerust maken. Controlefreaks die alle risico’s van het leven willen uitsluiten, terwijl ze beter wat van hun bevoorrechte situatie zouden genieten. Zoals Woody Allen in de film ‘Hannah and Her Sisters’. Hij is ervan overtuigd dat hij een hersentumor heeft, en als de dokter hem verzekert dat er niks te zien is, loopt hij blij naar buiten. Hij is nog niet thuis wanneer hij alweer begint te twijfelen: ‘Wat als de tumor zich pas is beginnen te ontwikkelen ná dat onderzoek?’ (lacht) Het leven is de ergste ziekte van allemaal: iedereen gaat eraan dood en er is geen medicijn.»

HUMO U klaagt over de media, maar het is toch niet al kommer en kwel? Sandra Bekkari zet op VTM elke dag een boompje op over gezond eten. Haar boeken en die van Pascale Naessens domineren al jaren de verkoopcijfers.

JACOBS «Ik merk daar niet zoveel van bij mijn patiënten. Wat mij stoort, is dat mensen zich meer zorgen maken dan vroeger, maar dat ze niet willen inzien dat je meer voordeel haalt uit een gezonde levensstijl dan uit een wekelijkse check-up bij de dokter.

»Ik vind dat er dringend meer reclame moet komen voor prei. Ja, prei. Als patiënten mij vragen wat ze moeten eten, dan zeg ik: ‘Verse groentesoep en géén kant-en-klare maaltijden.’ Van een zak chips blíjf je eten: de industrie heeft een uitgekiende balans van suiker, zout en vet bedacht die je hersenen daartoe aanzet. Maar mensen willen geen verantwoordelijkheid meer nemen.

»Ik las een interview met professor Guy T’Sjoen. Die zei dat mannen bij hem komen aankloppen: ‘Het lukt niet meer, dokter, u moet viagra voorschrijven.’ Terwijl ze beter zouden stoppen met roken of af en toe eens een toertje rond het woonblok zouden lopen.»

'Vandaag kunnen we MRI-scans aanvragen, maar mijn vader moest het als dokter doen met zijn handen, ogen, oren en neus' Dokter Ivan Leunckens


Ivan Leunckens: ‘Het gevaar van tijgerlelies’

We besluiten onze ronde bij ouderdomsdeken Ivan Leunckens (70). Leunckens heeft bijna vijftig jaar op de teller en is de medeoprichter van wat één van de eerste groepspraktijken van het land was. In 1974 sloeg hij de handen in elkaar met zijn vader Pierre Leunckens.

IVAN LEUNCKENS «Ik was altijd al gefascineerd door de job van mijn vader. Hij was een schitterende arts, ook al werkte zijn generatie heel ambachtelijk. Wij kunnen allerlei technische onderzoeken vragen zoals een MRI-scan, zijn generatie moest het vooral doen met de handen, ogen, oren en neus. Geneeskunde was nog geneeskunst.

»Maar wat me écht aantrok, was het menselijke aspect. Een specialist houdt zich hoofdzakelijk bezig met ziekten, een huisarts met zieken. Da’s een belangrijke nuance. Specialisten worden hoe langer hoe meer superspecialisten. Er zijn oncologen die zich alleen nog maar met de longen bezighouden, er zijn orthopedisten die alleen maar schouders opereren. Dat is oké, maar mij zou het niet liggen om élke dag hetzelfde te doen. En onder ons gezegd: om een schouder te opereren moet je wel handig zijn, maar niet zo slim als de huisarts die het hele plaatje moet overschouwen. Het dedain dat er vroeger was tegenover huisartsen, is trouwens onterecht. Ik zeg altijd: de slimste van de lichting moet huisarts worden.

»Nadat ik in 1964 was afgestudeerd aan het jezuïetencollege, ben ik geneeskunde gaan studeren. Eerst aan de universiteit van Namen – wéér jezuïeten – en daarna in Gent voor mijn doctoraat. Een schitterende opleiding, maar heel theoretisch, want er was zelfs geen stage. Toen wij ons diploma hadden, moesten we ons maar behelpen. Alsof je iemand een handboek mechanica en aerodynamica geeft en dan zegt: ‘Proficiat, u bent nu piloot, daar is de cockpit.’

»In 1971 heb ik mijn eigen praktijk geopend in de Consciencestraat in Antwerpen. Ik zal één van mijn eerste huisbezoeken nooit vergeten: een madammeke met rood-gele vlekken op haar armen. ‘Dat komt door mijn bloeddruk, dokter.’ U merkt het, er waren altijd al patiënten die het beter weten. Ik zei: ‘Ik wil uw bloeddruk wel nemen, maar die kan nooit de oorzaak van uw vlekken zijn.’ Terwijl ik haar bloeddruk nam, viel mijn oog op een vaas met prachtige tijgerlelies, met van die grote stampers. Daar was ze tegen gelopen. Mijn diagnose was gesteld.

»Ik heb drie jaar alleen gewerkt, omdat ik een cliënteel wilde opbouwen. Mijn vader werkte ook als solist, en mijn moeder beantwoordde de telefoon en nam de rol van praktijkassistente op zich – zo ging dat in de tijd. In 1974 hebben we samen met een derde dokter een groepspraktijk opgericht, wellicht één van de eerste van het land.»

HUMO Hoe was u op dat idee gekomen?

LEUNCKENS «Ik zag dat de levenskwaliteit van veel dokters leed onder hun werk: ze waren de slaaf van hun patiënten. Ook van mijn vader herinner ik me dat hij er nooit was. Hij werkte zelfs op zondagvoormiddag, dan bezocht hij zijn patiënten die in het ziekenhuis lagen. Al was mijn vader géén dokter die veertig patiënten per dag zag – ik ken er andere – om zoveel mogelijk prestaties te kunnen aanrekenen.»

HUMO Er zijn nog altijd veel dokters die het moeilijk hebben om werk en privé gescheiden te houden.

LEUNCKENS «Dokters doen het slecht op het vlak van burn-outs en verslaving. Ik ben lid van de Orde der artsen, en binnenkort komt er een nieuwe deontologische code. Die zal de artsen aanmoedigen om een evenwicht te zoeken tussen werk en privé. We zijn nu 2018, maar eigenlijk lag die bezorgdheid in 1974 al aan de basis van onze manier van werken.»

HUMO Is de patiënt meteen meegestapt in jullie aanpak?

LEUNCKENS «Mijn vader had meer patiënten dan hij kon behandelen, ik had na drie jaar ook mijn eigen patiënten en onze derde dokter ook: we mochten dus niet klagen. En zo’n aanpak is niet per se onpersoonlijker, hoor. Ik heb nog altijd patiënten die in de jaren 50 al bij mijn vader kwamen.»

'Het leven is de ergste ziekte van allemaal: iedereen gaat eraan dood en er is geen medicijn'

HUMO Hoeveel kostte een consultatie in die beginperiode?

LEUNCKENS «101 frank, of 2,5 euro. Nu betalen mensen 25,5 euro, al betaalt de ziekenkas daar ongeveer 21 euro van terug. Dat is betaalbaar: op dat vlak zijn we erop vooruitgegaan. Vroeger hadden wij op het einde van het jaar altijd een lijst van mensen die niet betaald hadden. Ze kwamen op de poef (lacht). Maar ja, wat kan je daaraan doen? Nu kunnen mensen die krap bij kas zitten een beroep doen op de derde-betalersregeling: de ziekenkas betaalt de tussenkomst rechtstreeks aan ons. En als ze de 4 euro remgeld ook niet kunnen betalen, laten we dat ook al snel vallen.»

HUMO U zit pal in het stadscentrum: uw patiëntenbestand is de voorbije decennia wellicht enorm geëvolueerd.

LEUNCKENS «Wij hebben de samenleving zien veranderen in ons kabinet. Joden waren er in deze buurt altijd, maar die hebben vaak eigen dokters. Kort nadat ik was begonnen, zijn de eerste Marokkaanse gastarbeiders gearriveerd. Die mensen hebben vrij vlug hun weg gevonden in het systeem, ook al zweren ze bij technische geneeskunde. Ze dringen nog altijd aan op bloedonderzoeken en scans. Daarna zijn er veel mensen uit het vroegere Oostblok bij gekomen. Die hebben nog altijd moeite met onze eerstelijnshulp, ze kennen dat systeem niet en gaan vaker rechtstreeks naar het ziekenhuis.»

HUMO Ik lees een stukje voor uit een oud Humo-interview met een dokter die actief was in de jaren 50: ‘Als mensen belden voor een visite, was het zelden voor een kleinigheid.’ Versta: mensen lieten een abces escaleren tot hun oogkas geïnfecteerd was.

LEUNCKENS «Ik heb ook borsttumoren gezien die al zo lang woekerden dat ze etterden. De meeste mensen laten het gelukkig niet meer zover komen.»

HUMO Zijn mensen ongeruster dan vroeger?

LEUNCKENS «Ja, dat is een maatschappelijke evolutie. Sinds de invoering van de sociale zekerheid aanvaarden mensen niet meer dat er zoiets bestaat als brute pech. Vroeger accepteerden mensen dat hun iets kon overkomen, nu moeten de overheid en de medische wereld voor alles een oplossing vinden. Maar ziek worden en sterven maken gewoon deel uit van het leven.»

HUMO Hebt u meer hypochondrische patiënten dan vroeger?

LEUNCKENS «Nee. Ik zie meer patiënten met CVS of mensen die hoogsensitief zijn, maar hypochondrie is van alle tijden. Ik had een patiënt die vaak langskwam en zei dat zijn nier verzakt was. Dan masseerde ik zijn buik tot de nier weer, euh, juist zat. Dan was die man weer content voor een paar maanden. Ik ben geen psychiater, maar dat zat puur in het hoofd van die man.»

HUMO Hoe erg is uw job inhoudelijk veranderd?

LEUNCKENS «O, enorm. In het begin deed ik soms nog bevallingen. Mijn vader deed zelfs meer bevallingen dan sommige gynaecologen. En hij assisteerde ook bij operaties. Toen ik 15 was, heb ik een blindedarmontsteking gehad. Als kind van een dokter ben je niet altijd goed geholpen: ik lag al drie dagen in mijn bed tot een vriend van mijn vader, een chirurg, een pintje kwam drinken. Die man zag mij en zei: ‘Pierre, we drinken onze pint op, rijden naar het ziekenhuis en we gaan hem opereren.’ En zo geschiedde.

»Vroeger deden we aan blusgeneeskunde: de patiënt kwam binnen met een probleem en wij zochten een oplossing. Vandaag houden we ons meer bezig met preventie, zoals hart- en vaatziekten voorkomen. Maar hoewel we nu meer kunnen, is het prestige ironisch genoeg verminderd. Het soortelijk gewicht van de dokter is lager, omdat patiënten hun informatie ook elders kunnen halen. Op zich is dat niet slecht. Er is meer overleg, en de patiënt krijgt inspraak. Ik werk ook als arts in een rusthuis. Als er nieuwe bewoners arriveren, proberen we te overleggen: ‘Wat verwacht u van ons? Wilt u nog geopereerd worden als het nodig is? Gereanimeerd?’ Vroeger hadden de mensen niks te zeggen, al die beslissingen werden boven hun hoofd genomen.»

HUMO De rol van de huisarts zal nog meer veranderen door de razendsnelle technologische ontwikkelingen. Er zijn al computers die diagnoses kunnen stellen en chatbots die risicoprofielen kunnen opstellen.

LEUNCKENS «Ik ben niet tegen vernieuwing, maar je moet er wel over waken dat zulke nieuwe technologieën wetenschappelijk gefundeerd zijn. Maar als artsen het systeem bekijken en valideren: waarom niet?

»Al blijft het de vraag wat de patiënt doet met de informatie die hij krijgt van pakweg een chatbot. Vergelijk het met de hiv-testen die je nu in de apotheek kunt kopen. Ik kan me voorstellen dat mensen zo’n test kopen omdat ze willen weten of ze besmet zijn, en dan foert zeggen als het vals alarm blijkt te zijn, en voortdoen met twintig seksuele partners per maand. Als wij zo’n test afnemen, kunnen we inpraten op de mensen. Daar is nog altijd een belangrijke rol weggelegd voor de huisarts: informatie duiden en aanporren tot een gedragsverandering.

»Nee, ik denk niet dat de huisarts snel overbodig wordt.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234