Verkeerd verbonden: transgenders getuigen over hun turbulente transitie

VTM-journalist Boudewijn Van Spilbeeck liet vorige week zijn naam kort knippen: Boudewijn wordt Bo – en de man meteen ook een vrouw. Bo werd hartelijk in de armen gesloten door Vlaanderen. Maar wat denken de transgenders die haar in alle anonimiteit voorgingen ervan? En is het taboe nu werkelijk gesloopt?

'Het verhaal van Bo is mooi, maar vaak krijgen transgenders te maken met verstoting, discriminatie, pesterijen en geweld'

Katrijn (31) werd geboren als jongen.

Katrijn «Maar al toen ik een jaar of 7 was, werd gezegd dat ik eerder een meisje leek. Ik had geen gemakkelijk jeugd, voelde me voortdurend angstig, en werd soms gepest. Ik was de leerling die plots in tranen uitbarstte, en tijdens de les lichamelijke opvoeding van de leerkracht te horen kreeg dat ik naar de meisjesgroep zou worden gestuurd als ik bleef huilen. Ik worstelde met lichaam én geest, en ik voelde ergens wel wat er aan de hand was, maar ik kreeg het niet benoemd. Ik wist vooral dat ik heel ongelukkig was. Tot ik op m’n 16de een documentaire zag, en besefte: ik ben geen jongen, ik ben een meisje. Toch heeft het nog tot mijn 26ste geduurd voor ik actie durfde te ondernemen. Pas in 2014 werd ik effectief behandeld. Sinds november is de volledige transitie een feit.»

Voor Warre (18), geboren als meisje, zit die transitie eraan te komen: sinds een jaar doorloopt hij een traject in het UZ Gent, en deze maand spreekt hij voor het eerst met de chirurg die van hem definitief een jongen zal maken.

Warre «Als kind al hield ik niet van meisjesachtige dingen – met poppen spelen, bijvoorbeeld, vond ik echt gruwelijk. In de lagere school zorgde dat niet echt voor problemen: daar worden stereotiepe genderrollen nog niet zo opgedrongen, en speel je gewoon met wie je aardig vindt. Maar in het middelbaar werd het onhoudbaar. Ik hoorde nergens bij, voelde me niet op mijn gemak en sloot me af van de buitenwereld.

»In het derde middelbaar ontdekte ik dat ik op meisjes viel. Dat was het dus: ik was lesbisch! Maar al snel begreep ik dat dit niet alles verklaarde. Er zat iets dieper onder mijn problemen, dat voelde ik. Maar ik kon er niet precies de vinger opleggen.

»Ik volg een kunstopleiding. Toen we op een keer een mannenkostuum gemaakt hadden en ik dat aantrok, viel alles plots op zijn plaats. Ik voelde: zo wil ik altijd rondlopen.»

Jessica (32) «Dat herken ik: op mijn 12de begon ik – toen nog een jongen – me te kleden als een meisje. Ik deed dat stiekem, wanneer mijn ouders niet thuis waren. Met de jaren werd dat problematischer: ik verlangde steeds heftiger naar de momenten waarop ik m’n meisjeskleren kon dragen, en wilde niet meer als jongen de wereld in. Ik trok me helemaal terug en had geen vrienden.»

Lennert (21) «Ik was een meisje dat autootjes verzamelde en voetbalde. Ik voelde dat ik anders was, dat ik moeilijk contact maakte met leeftijdsgenoten, en overal uit de boot viel: de meisjes vonden me te wild, de jongens niet stoer genoeg. Op mijn 13de heb ik mijn ouders verteld dat ik lesbisch was. Maar net als bij Warre bleek dat toch niet te kloppen. Eigenlijk had ik altijd al jongenskleren gedragen – een sweater en een lange broek, kleedjes vond ik vervelend – en op mijn 15de begon ik daar actief mee te experimenteren. Het is ook in die periode dat ik besefte dat ik een jongen in een meisjeslichaam was. Ik praatte erover met een psychologe, en die stuurde me naar het UZ Gent.»

'We kregen de afgelopen drie jaar telkens 300 aanmeldingen. In het begin van mijn carrière waren dat er 25' Professor T'Sjoen

Het genderteam van het Centrum voor Seksuologie en Gender van dat ziekenhuis is de enige ploeg in Vlaanderen die een volledig traject kan aanbieden aan mensen met genderproblemen. Het staat onder leiding van endocrinoloog en hormoonspecialist Guy T’Sjoen.

Guy T’Sjoen «De afgelopen drie jaar kregen we telkens zo’n driehonderd nieuwe aanmeldingen. Bij de start van mijn carrière waren dat er maar 25 per jaar. De opmerkelijke groei is begonnen in 2010. Verschillende factoren hebben daartoe bijgedragen: veranderde wetgeving, betere medische zorg, betere informatie, en positieve aandacht in de pers en op sociale media. Toch denk ik dat die driehonderd mensen per jaar slechts het topje van de ijsberg vormen. Veel mensen zoeken en vinden immers een pragmatische oplossing, ver weg van de zorg. Bo is een goed voorbeeld: in wezen ís hij al jaren een vrouw. Ze voelt, kleedt en presenteert zich zo, en wordt daarin erkend door haar omgeving. Zo zijn er allicht veel mensen. Dat er nooit een medische behandeling komt – of zoals in het geval van Bo, pas na jaren – heeft te maken met de drempels die je over moet.»

Voor sommigen volstaat een gesprek met een psycholoog van het genderteam. Anderen gaan verder, en kiezen voor een hormoontherapie, en eventueel ook – de laatste stap – chirurgie.

T’Sjoen «Ongeveer 70 procent kiest voor een effectieve medische transitie. Ik verwacht wel dat dat aantal de volgende jaren zal dalen. Tot voor kort waren medische stappen de enige weg om officieel je geslacht te veranderen. Sinds januari van dit jaar is er een nieuwe wet die bepaalt dat je bij de burgerlijke stand zélf je geslacht kunt aanpassen als je voelt dat het niet strookt met wat er initieel op je geboorteakte stond. Daardoor zal de hulpvraag mogelijk verminderen. Voor sommige mensen volstaat de emotionele erkenning immers: de M die een V wordt op de identiteitskaart, of omgekeerd. Maar er zijn dus ook mensen die de exacte fysieke kenmerken willen die horen bij de man of vrouw die ze zich voelen.»

'Eindelijk kan ik aan mijn leven beginnen. En als ik 's ochtends in de spiegel kijk, durf ik nu te zeggen: 'Jij bent een mooi meisje'' Katrijn


Mannenonderbroek

VTM liet Bo Van Spilbeeck vorige week een Grote Intrede maken. Een met vaste hand geregisseerde happening was het, met het gewenste effect: aandacht en applaus. Een zorgvuldig geplande coming-out is geen uitzondering, zo blijkt.

Katrijn «Eind 2016, in de periode van de kerstkaartjes, heb ik mijn familie een geboortekaartje gestuurd met daarop mijn nieuwe naam, en het juiste geslacht. Ik had het speciaal laten ontwerpen door een grafisch bureau.

»Met mijn mama had ik er eerder al over gepraat. We besloten om de familie in te lichten, maar het heeft uiteindelijk nog een jaar geduurd. Net voor ik het geboortekaartje verstuurde, riep ik mijn ouders, mijn drie zussen en mijn broer bij elkaar voor De Grote Mededeling.»

'Het feit dat mijn ouders mannenonderbroeken voor me kochten, betekende ontzettend veel voor me – eindelijk kon ik dat meisje in me loslaten'

Lennert «Het moeilijkst vond ik om het aan mijn klasgenoten te vertellen – ik studeer rechtspraktijk. Mijn eerste jaar had ik als meisje gedaan, maar in september 2016 was ik al bezig met de hormoontherapie, en mijn stem was al opmerkelijk dieper geworden. Ik kon er niet meer omheen: ik moest het vertellen. Een lector bij wie ik me heel goed voelde, had ik gevraagd of ik tien minuten van haar les mocht kapen. Ze stemde toe – pas later vertelde ze me dat ze er drie nachten niet van geslapen had, bang voor negatieve reacties. Maar het ging goed. Ik stapte naar voor, en sprak mijn klas – een man of vijftig – toe: ‘Ik ben geen meisje meer. Ik word Lennert.’ En toen kreeg ik een applaus: dat was echt hartverwarmend.»

Jessica «Ik móést het ook vertellen. Ik had al enkele keren ruzie gehad met mijn ouders nadat ze meisjeskleren in mijn kamer hadden gevonden. En ze waren ook boos toen ze erachter kwamen dat ik stiekem hormonen nam. Dat was niet zo verstandig: ik kocht ze, zonder begeleiding van een dokter, op het internet. Ik heb mijn ouders toen een brief geschreven waarin ik uitlegde dat ik het écht niet meer zag zitten om een jongen te zijn. Maar dat was al tien jaar nadat ik voor het eerst had gevoeld dat ik in het verkeerde lichaam zat.»

Warre «Ik wilde ook graag iets symbolisch, iets waarmee ik de verbinding met mijn ouders benadrukte. En dus vroeg ik ze welke naam ze bij mijn geboorte in gedachten hadden als ik een jongen was geweest. Dat was Warre. Zo wilde ik voortaan door het leven gaan.»

Katrijn «Veel van mijn gesprekken met het genderteam gingen over die coming-out: ik was ontzettend bang dat ik iedereen zou verliezen. Maar zodra ik begon te vertellen, viel die last van me af. De eerste reactie van mijn mama was positief: ‘Als het dat maar is.’ En ook voor de rest van het gezin vielen alle stukjes plots op hun plaats. Ik voelde bij mijn familie zelfs een vorm van opluchting: ‘Ah, dát was er dus al die tijd aan de hand.’

»Ook mijn vrienden reageerden goed. Mijn oma dementeert, maar toen ik haar onlangs opzocht, zei ze dat ik een mooi meisje ben, en dat ik toch zo op mijn moeder lijk. Ze begrijpt niet ten volle wat er is gebeurd, maar ze erkent het wel.»

Lennert «Voor mijn ouders kwam het niet als een verrassing, maar dat wil niet zeggen dat ze er geen moeite mee hadden. Toch zijn ze me blijven steunen, en benadrukken ze voortdurend hoeveel ze van me houden. Ik begrijp dat het niet simpel is. Je ouders zetten je op de wereld, en hebben een beeld van hoe je verdere leven er zal uitzien. En plots moeten ze dat hele beeld opbergen, en aan het tegenovergestelde wennen.»

Warre «Ik heb mijn ouders ingelicht voor ik aan mijn traject bij het genderteam in Gent begon. Het heeft me erg geholpen in mijn beslissing om voor een vollédige transitie – inclusief chirurgie, dus – te gaan. Want dat blijft wel angstaanjagend, hè? Maar ik kreeg steun en liefde, en dat sterkte me. Gewoon al het feit dat mijn ouders mannenonderbroeken voor me kochten, betekende ontzettend veel voor me – eindelijk kon ik dat meisje in me loslaten.»


Op de treinsporen

Het verhaal van Bo Van Spilbeeck kreeg een haast sprookjesachtige glans mee, ook al benadrukte ze het aanslepende onbehagen, en de jarenlange angst voor de gevolgen van een transitie.

T’Sjoen «Het is een mooi verhaal: Bo is intelligent, succesvol, financieel onafhankelijk, en ze wordt gesteund door haar omgeving. Maar de realiteit is niet altijd zo. Vaak krijgen transgenders te maken met verstoting, discriminatie, pesterijen en vooral verbaal geweld. Het is allemaal verre van evident.»

Lennert «Ik heb enkele heel zware depressies gehad. Ik voelde dat ik raar was, dat ik mijn ouders verdriet deed, dat ik niet aan de eisen van de maatschappij voldeed. Ik vond dat het geen nut meer had, mijn leven. Ook tijdens de transitie heb ik een heel zware inzinking gekend. Want je hebt wel een oplossing gevonden voor je probleem – je hoort niet thuis in je lichaam – maar er stelt zich al meteen een nieuw: hoe geef je die nieuwe identiteit vorm? Hoe moet je je inpassen in je omgeving, in de samenleving?»

Katrijn «Mensen denken vaak nog dat transitie betekent: wat gesprekjes, wat hormonen, wat chirurgisch knip-en-plakwerk, en klaar: bij ‘geslacht’ kun je voortaan het andere hokje aankruisen. Maar veel meer dan om het fysieke en het medische gaat het om het psychologische: dat vraagt meer energie dan de operaties.»

Jessica «En je moet na je transitie soms ongemakkelijke horden nemen. Ik ben gepassioneerd door de grafische sector, en toen ik solliciteerde bij drukkerijen, vertelde ik altijd eerlijk dat ik een transvrouw ben. Telkens kreeg ik hetzelfde zinnetje te horen: ‘We laten nog iets weten.’ Maar ook al was ik voldoende gekwalificeerd en had ik meer ervaring dan andere kandidaten: nóóit hoorde ik nog iets. Gelukkig heb ik uiteindelijk werk gevonden in de drukkerij waar ik voor mijn transitie aan de slag was. De meeste collega’s hebben me nog gekend als man, en ik word er aanvaard en gerespecteerd.»

In 2016 leidde een onderzoek van de UGent tot ontluisterende cijfers: liefst 38,7 procent van de Vlaamse transgenders heeft al minstens één zelfmoordpoging ondernomen. En 80 procent heeft met het idee gespeeld.

Lennert «Ik hoor daar ook bij, ja. (Stil) Ik ben zwaar suïcidaal geweest. Ik heb verschillende pogingen ondernomen.»

Katrijn «Onlangs pleegde Mats zelfmoord, een transjongen van 18 jaar. Ik kende hem niet, maar het raakte me enorm. In die mate dat ik nu pas voor het eerst met de psychologen van het genderteam heb durven praten over de donkere gedachten die ik zelf ooit had. Ik heb er een traan om moeten laten, want het was herkenbaar. Er zijn momenten geweest waarop ik het ook erg moeilijk heb gehad.»

Jessica «Ik heb verschillende keren op treinsporen en op bruggen gestaan. De gedachte aan mijn grootvader hield me dan recht. Hij zou het niet overleven als ik zelfmoord pleegde, dacht ik. Eigenlijk hield hij mij in leven.

»Je mag de angst voor een coming-out echt niet onderschatten. Ik was zó bang dat ik iedereen zou verliezen die me graag zag, dat de maatschappij me als een fluim zou uitspuwen. Tot ik op een dag besefte dat de keuze helder was: zelfmoord plegen, of een meisje worden.»

'Ik viel overal uit de boot: de meisjes vonden mij te wild, de jongens niet stoer genoeg' Jessica


Loodgieterij

‘Voor mijn partner, mijn kinderen en mijn naaste familie is mijn beslissing niet gemakkelijk geweest,’ schreef Bo Van Spilbeeck in haar open brief. ‘Maar wij zijn vastberaden om deze moeilijke tocht samen af te leggen en tot een goed einde te brengen.’

Lennert «Ouders en naaste familieleden hebben nood aan begeleiding, maar die is er nauwelijks. Pas bij het derde gesprek met mijn psychiater mochten mijn ouders mee. Maar zo’n gesprek heb je maar één keer om de drie maanden, wat dus betekent dat ik al negen maanden in het traject zat, terwijl mijn ouders mentaal nog maar aan het begin stonden. Ik kon al hormonen voorgeschreven krijgen, maar ik heb er toen bewust nog een jaar mee gewacht, omdat ik absoluut hetzelfde tempo als mijn ouders wilde aanhouden.»

T’Sjoen «Een terechte kritiek: de impact op de omgeving is lang verwaarloosd. Dat had te maken met de lange wachtlijsten in het UZ, en met de kleine ploeg van psychologen die beschikbaar was. Maar vorig jaar heeft Maggie De Block 1,17 miljoen euro vrijgemaakt. We kunnen met meer psychologen werken, en een aantal gesprekken wordt ook terugbetaald.»

Daarnaast heeft het Transgender Infopunt, dat nauw samenwerkt met het team van professor T’Sjoen, een partnerproject opgestart. Partners van transgenders worden er gekoppeld aan een ervaringsdeskundige die hen kan bijstaan. Eén van die ervaringsdeskundigen – ‘Ik noem het liever buddy’ – is Kaat (39).

Kaat «Ik had een relatie met Pieter. We hadden net samen een huis gekocht toen hij me op een avond in 2013 zei dat ‘we eens moesten praten.’ Dat is doorgaans niet de aanzet tot goed nieuws.

»Hij vertelde me dat hij een vrouw wilde zijn. Waarop ik: ‘Hoezo, jij wilt een vrouw zijn? Kom maar even mee naar de slaapkamer, doe een rok van me aan, en laat het dan maar eens zien.’ Er kleefde altijd iets van nervositeit aan mijn vriend, een onbehagen dat niemand goed kon plaatsen. Maar zodra hij die avond kleren van me aandeed, zag ik een ongelooflijke rust over hem neerdalen. Die kleren pasten hem niet, hij was niet geschminkt of gestyled, en toch klópte het. Mijn mond viel open toen ik zag wat die nogal knullige vermomming met hem deed.

»We informeerden ons en gingen langs bij psychologen, en uiteindelijk besloot Pieter een behandeling op te starten. En op een bepaald moment moest hij de keuze maken: full option of niet? Ik hoopte stiekem dat hij die laatste stap niet zou zetten. Die loodgieterij down under: het blijft een risico, hè. Toch was de operatie waarbij de borsten en de vagina geconstrueerd werden niet de moeilijkste voor mij. Wel de gezichtschirurgie. Toen hij naar de operatietafel werd gereden, besefte ik: ‘Ik zal jou nooit meer zien. Want straks kom je als iemand anders buiten.’»

Toch werd ook bij Kaat en Pieter de beslissing gevierd.

Kaat «We hebben een babyborrel georganiseerd voor Hanne – de nieuwe naam van Pieter. Dat voelde heel dubbel voor mij. Iedereen vierde Hanne, en terecht. Maar tegelijk dacht ik: moeten we niet ook een koffietafel organiseren voor Pieter, want die ben ik kwijt.’ Het was ook moeilijk voor Hanne: ze zag dat de dingen die haar bevrijdden, mij droevig maakten.»

Aanvankelijk probeerden Kaat en Hanne een koppel te blijven.

Kaat «Ik ben niet lesbisch, niet bi – ik val op mannen. Maar ik sluit niet helemaal uit dat ik ooit aangetrokken zou kunnen worden door een vrouw. Dus besloot ik om het erop te wagen. Ik wilde de boel niet op voorhand afblazen. En toegegeven: ik was ook gewoon heel nieuwsgierig. Ik vond het wel boeiend om zoiets ingrijpends van op de eerste rij mee te maken.

»Intussen zijn we drie jaar verder, en is Pieter volledig getransformeerd in Hanne. We zijn niet meer samen. Ik heb altijd gedacht dat het innerlijke belangrijker is dan het uiterlijke, maar ik ben daar van teruggekomen. Ik ben op een stukje biologie of chemie gestoten waar ik me niet overheen kon zetten. Je kent vast de theorie dat verliefdheid veel met geur te maken heeft, met feromonen die uitgestoten worden. Dat zal wel kloppen, want de lichaamsgeur van Hanne veranderde, en werd minder aantrekkelijk voor mij.

»Ik herinner me nog hoe we voor het eerst na de transitie uit eten gingen, en ik me plots realiseerde: ‘Ik mis mijn vriend. Ik zit aan tafel met iemand die ik graag zie, maar het is niet meer mijn vriend.’ Dat is een heel vreemde sensatie: iemand missen terwijl-ie naast je zit. Maar zo is het: Pieter is opgehouden te bestaan. Het voelt alsof hij op een dag naar zijn werk is vertrokken, en nooit meer is teruggekomen. En de Hanne met wie ik nu samenleef, is niet mijn ex – het is iemand anders.»

Want samenwonen doen Kaat en Hanne wél nog altijd.

Kaat «In Facebooktermen: ‘Het is ingewikkeld’. Ik beschouw Hanne nog altijd als deel van mijn familie, maar dat geheimzinnige puzzelstukje dat nodig is voor een romantische relatie is weg. Omdat we elkaar nog graag zien en een gemeenschappelijk leven hadden opgebouwd, besloten we om te blijven samenwonen. We hebben er nog geen taal voor gevonden. Ik heb een huisgenoot die veel voor me betekent. Ze is niet mijn vriendin, maar wel meer dan een vriendin. De man van de ijscowagen informeerde eens langs zijn neus weg of die andere madam mijn zus is. Ik heb hem maar in de waan gelaten, want zo voelt het ook echt: alsof Hanne mijn zus is.»

'Ik kreeg soms reacties van mensen die zich afvroegen waarom ik het niet gewoon voor mezelf kon houden? Nou, die hadden het niet zo goed begrepen' Maxim Februari


Liefdesleven

Bo Van Spilbeeck benadrukte afgelopen week dat haar partner helemaal achter de beslissing staat, en dat ze samen verdergaan.

Kaat «Het kan, maar dan heb je empathie nodig, in beide richtingen. Je moet veel praten, en duidelijk je grenzen aangeven. Hanne heeft altijd rekening gehouden met wat ik vroeg. Gingen we samen naar de supermarkt en vroeg ik om het qua kleding niet té opvallend te maken – een jeans en een topje, bijvoorbeeld, in plaats van een opzichtige minirok – dan hield zij daar rekening mee. Maar ik hoor ook verhalen van transmensen die lijnrecht redeneren: ‘Ik ben wie ik ben, en dat moet jij aanvaarden.’ Dan wordt het heel moeilijk – om niet te zeggen: traumatisch – voor de partner. Zo’n relatie zal niet standhouden.»

Nog een potentieel probleem: transgenders die single zijn, en zich na hun transitie op de markt wagen.

Katrijn «Mensen willen altijd weten of je geaardheid ook verandert. Neen dus: je blijft op mannen, op vrouwen of op allebei vallen. Zelf ben ik single, en wil ik graag een liefdesrelatie. Maar evident is het niet: ik ben nog volop mijn plaats in de samenleving aan het zoeken. Waar de meeste mensen al sinds hun tienerjaren mee bezig zijn, daar kan ik nu pas aan beginnen. Ik wil die relatie graag, én ik heb een kinderwens – maar ik moet het allemaal nog uitzoeken.»

Lennert «Het is moeilijk om een partner te vinden, maar niet onmogelijk. Hoe meer de normalisering van transgenders zich doorzet binnen onze generatie, hoe minder complex het zal worden.»

Jessica «Voor mij hoeft het niet. Ik heb de meeste dingen in mijn leven in mijn eentje gedaan. Dat verandert nu wel: ik heb bijvoorbeeld een fijne vriendenkring, terwijl ik vroeger geen enkele vriend had. Maar een liefdesrelatie? Ik heb zelfs nog nooit een date gehad, en dat ga ik zo houden. Waarom? Ik wil heel graag kinderen van mezelf, maar dat gaat niet. M’n eigen fout: ik heb er indertijd niet aan gedacht om m’n sperma te laten invriezen. Dat zal ik nooit helemaal kunnen verwerken. En als aan mijn kinderwens niet voldaan kan worden, stel ik me liever ook niet open voor een relatie.»

Is Vlaanderen klaar voor transgenders? Afgaand op de bloemige reacties na de berichtgeving over Bo Van Spilbeeck, staat er een enthousiaste spionkop klaar.

Lennert «Ik ben blij met al die aandacht, maar het is belangrijk dat het niet gewoon een hoeraverhaal is, want dat is het zelden. Die vijf minuten in het VTM-nieuws waren me wat te opgeklopt, te euforisch. De lange reportage in ‘Cathérine’ vond ik dan weer wel heel goed: rustig opgebouwd, met veel diepgang en duiding. Daar hebben we nood aan, niet aan een steekvlam.»

T’Sjoen «Het is alleszins een goeie stap, maar eigenlijk zouden al die positieve reacties niet nodig moeten zijn. In de ideale wereld passeert Bo Van Spilbeeck geruisloos, net omdat niemand er van opkijkt of het problematiseert.

»Het is ook een beetje veilig applaudisseren, voor iemand die je niet persoonlijk kent. Zou het applaus ook zo luid geklonken hebben als één en ander zich afspeelde in de nabije omgeving van mensen?»

De Nederlandse schrijver Maxim – vroeger: Marjolijn – Februari heeft ervaring met een publieke coming-out. In 2012 sprak hij openlijk over zijn transitie. ‘Je kunt er niet omheen als publiek figuur.’

Maxim Februari «Er ontstond veel commotie na mijn transitie. Ik wist dat het zou gebeuren, maar toch overviel het me nog – het was allemaal meer dan verwacht. Ik had het goed voorbereid: wat ik naar buiten zou brengen, welke interviews ik wel en welke ik niet zou toestaan. En ik heb toen ook een boekje geschreven over het onderwerp, zodat mensen voorbereid waren voor ze in gesprek gingen met me. Dat nam veel ongemakkelijkheid weg. Al kreeg ik soms ook reacties van mensen die zich afvroegen waarom ik het niet gewoon voor mezelf kon houden? Nou, die hadden het niet zo goed begrepen (lacht).

»Op zich vond ik het goed dat iedereen het kon bespreken. Maar na twee maanden vond ik het genoeg geweest, en wilde ik het even gewoon zélf beleven, in alle intimiteit.»

Het is de grote paradox: om te zorgen dat iets een non-issue wordt, moet het eerst een issue zijn.

Februari «We moeten inderdaad de tijd zijn werk laten doen. En de pioniers: als er enkele mensen zoals Bo opstaan, zullen we er langzamerhand wel aan wennen.»


Broodje bal

Is ze zonbeschenen, de toekomst van de transgenders die Humo sprak? Voorzichtig hopen ze van wel.

Lennert «Mentaal ben ik nog altijd kwetsbaar. Maar sinds kort woon ik alleen, ik ben vast van plan om af te studeren, en ik heb weer zin in het leven.»

Kaat «Ik kan niet inschatten hoe het verder zal lopen met Hanne, maar ik kan me niet voorstellen dat ze ooit géén deel zal uitmaken van mijn leven.»

Jessica «Sinds mijn transitie is er een gigantische last van mijn schouders gevallen. Ik was asociaal vroeger, iemand die de wereld wantrouwde, maar al dat opgekropt sentiment is nu weg.»

Warre «Ik ben nog niet klaar met mijn traject, maar nu al voel ik dat het de enige manier is om gelukkig te worden. Ik volg momenteel een testosteronkuur, en dat doet al veel met me. Voor het eerst met een mannenstem een broodje bestellen, dat was echt een mijlpaal. Als er straks ook de juiste geslachtsdelen bijhoren, zal dat nog beter aanvoelen. Ik ben er helemaal zeker van: om een zelfzekere, evenwichtige, mature persoon te worden, heb ik die transitie tot man nodig.»

Katrijn «Toen na de operatie het verband weg mocht, heb ik gehuild van opluchting: plots was er lucht, ruimte en vrijheid. Als ik samen met mijn moeder in de auto zit op weg naar het UZ, is dat het moment om samen te lachen en te wenen, en dingen van vroeger uit te klaren. Het is een luik dat dichtgaat, en eentje dat opengaat. De mist is weg, en eindelijk kan ik aan mijn leven beginnen. En als ik ’s ochtends in de spiegel kijk, durf ik eindelijk te zeggen: ‘Jij bent een mooi meisje.’»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234