'Verkrachting is een zeer groot probleem in dit land, en niemand lijkt zich eraan te storen'

Gisteren werd het lichaam van de vermiste Julie Van Espen (23) teruggevonden in het Albertkanaal. Eerder op de dag was al ook een verdachte opgepakt. De 39-jarige Steve B. was veroordeeld tot vier jaar cel voor diefstal met geweld en verkrachting, maar liep nog vrij rond in afwachting van zijn zaak in beroep in Antwerpen. Het is niet voor het eerst dat het misgaat: ons land heeft al langer een probleem als het over de aanpak van verkrachters gaat.

(Verschenen in Humo 3949 op 9 mei 2016)

Zijn wij een natie van verkrachters? Dat is de conclusie als je naar de cijfers kijkt. In internationale statistieken steekt ons land er met kop en schouders bovenuit: er worden in België bijzonder weinig veroordelingen uitgesproken, en wie toch het deksel op de neus krijgt, komt vaak weg met een dadervriendelijke straf.


Een vreemd bed

‘Wakker worden in een vreemd bed met iemand die je niet kent en die je aan het penetreren is, niet wakker kunnen blijven, af en toe iemand van je afduwen, een tweede man in de kamer, wat gaat hij doen? Weer wegvallen in een wazigheid, expres op hem overgeven, huilen, schreeuwen, gillen en eindelijk de kracht vinden om op te staan, kleren bijeen te zoeken, trappen af te strompelen en bloot buiten te gaan staan. Taxi bellen, proberen de straatnaam te onthouden, paniek, naar huis, douche.... Straatnaam vergeten. En een huid als een dalmatiër, blauwe plekken, krabben overal. Naar de huisarts gegaan, maar ze zei dat het geen zin zou hebben, had me gedoucht, wist de straatnaam of buurt niet meer, geen kenmerken van de mannen, behalve dat ze zwart waren en het zou dus op niets uitdraaien. Hele tijd later rij ik door een straat die me bekend voorkwam maar wist niet waarvan.... En opeens kwam alles terug.’



(Eén van de bijna 1.200 verkrachte vrouwen die anoniem hun verhaal doen op de website van de Vrouwenraad, de overkoepelende organisatie van Belgische verenigingen die werken aan gelijke rechten voor vrouwen en mannen. De meeste van deze vrouwen zijn nooit naar de politie gestapt.)


Opgewonden

Een radiopresentator uit Gent gaf in februari van dit jaar toe eind 2014 in de radiostudio van Urgent.fm een vrouw te hebben verkracht. Hij was ‘dermate opgewonden dat hij het slachtoffer zonder toestemming penetreerde’, verklaarde hij, en daar had de rechter wel oren naar. De ‘opgewonden presentator’ kreeg opschorting van straf en bleef dus ook gespaard van een strafblad, omdat er schijnbaar geen voorbedachten rade was en omdat het om een ‘niet-brutale verkrachting’ ging. De man moest het slachtoffer enkel een schadevergoeding betalen. Met dat vonnis leek de rechter aan te geven dat hij niet zo zwaar tilde aan de feiten.



Het verdict zorgde voor heisa in de pers. Volgens de Vrouwenraad was het symbolisch voor het lakse beleid van de Belgische justitie, die verkrachting nog altijd niet serieus neemt, en minister van Justitie Koen Geens suggereerde dat rechters misschien beter een opleiding zouden volgen om met meer inzicht te kunnen oordelen in verkrachtingsdossiers. Dat leidde dan weer tot verontwaardigd gesis en gepuf bij de magistratuur, die elke kritiek op haar verkrachtingsbeleid afdeed als onaanvaardbare ‘bemoeienis’ en ‘simplistisch denken’.

In het kort kwam de verdediging van de magistratuur erop neer dat verkrachting een zaak van justitie is waarmee niemand zich hoeft te bemoeien, want justitie weet wat ze doet. Elk dossier wordt immers op zijn eigen merites beoordeeld en gevonnist door een bevoegd rechter die de wet en de zaak kent. In De Standaard vatte een anonieme magistrate het als volgt samen: ‘Wij magistraten hebben veel meer ervaring in zedenzaken dan ons lief is.’

Maar is dat zo? Humo keek naar de cijfers en stelde het tegendeel vast: er wordt in ons land verkracht bij het leven en het aantal daders dat uiteindelijk voor de rechter moet verschijnen, is bijna te verwaarlozen. Verkrachting is in België een onzichtbare en zo goed als straffeloze misdaad.


Koploper

Het in Wenen gevestigde United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC) staat de Verenigde Naties en zijn lidstaten bij met onderzoek en advies in de wereldwijde strijd tegen misdaad, drugs, corruptie en internationaal terrorisme. Daarvoor houdt het UNODC ook globale misdaadstatistieken bij, en één van de statistieken betreft het aantal door de politie geregistreerde verkrachtingen.

Voor 2013 noteerde het UNODC in België 3.072 aangegeven gevallen. Dat houdt in dat in België elk jaar 28 personen op de 100.000 worden verkracht, en daarmee staan we, volgens het UNODC, aan de verkrachtingstop in West-Europa. In buurland Frankrijk ligt het verkrachtingsniveau ‘maar’ op 17 per 100.000, in Duitsland op 9, in Nederland op 8 en in Zwitserland op 7. Dat is vier keer lager. In Noord-Europa doen alleen Engeland en Schotland het slechter, én Zweden, waar in 2005 het verkrachtingsniveau plotseling verdubbelde en sindsdien is opgelopen tot 58 op 100.000.

Ook in de afdeling ‘seksueel misbruik van kinderen’ – kinderporno, kinderprostitutie, seksuele uitbuiting van kinderen, verkrachting… – staan we vooraan, zeggen de VN-cijfers: daar zitten we in België aan 165 misbruiken per 100.000 inwoners. In Frankrijk is dat 118 op 100.000, in Zwitserland 91 en in Nederland 28.

Kloppen die cijfers?

‘Absoluut,’ zegt Herlindis Moestermans van de Vrouwenraad. ‘De cijfers van het UNODC komen overeen met de statistieken die de Belgische politiediensten bijhouden.’

Dat wordt bevestigd door Jeroen Lemaitre van het kabinet van staatssecretaris Elke Sleurs (N-VA), staatssecretaris voor Armoedebestrijding, Gelijke Kansen, Personen met een Beperking, Grootsteden- en Wetenschapsbeleid. Onder de bevoegdheid Gelijke Kansen ressorteert ook seksueel geweld.

Het statistisch materiaal van de EWL (European Women’s Lobby), de grootste Europese parapluorganisatie van vrouwenverenigingen in Europa, gaat in dezelfde richting: voor 2011 geeft de Vrouwenraad 4.038 geregistreerde verkrachtingen in België op, voor 2012 telden ze 3.053 gevallen. Dat zijn tussen de acht en elf geregistreerde verkrachtingen per dag. Ter vergelijking: in Denemarken bijvoorbeeld zijn dat er slechts twee. Bovendien meldt het EWL dat er in 2012 ook nog eens 232 groepsverkrachtingen in België hebben plaatsgevonden. En in een survey uit 2014 van het Bureau van de Europese Gemeenschap voor de grondrechten (FRA) naar geweld tegen vrouwen staat België opnieuw bovenaan in de lijst van Europese landen waar fanatiek wordt verkracht.

Maar met het aantal ‘aangegeven’ verkrachtingen is lang niet alles gezegd. De FRA kwam tot de vaststelling dat in Europa gemiddeld 1 op de 20 vrouwen wordt verkracht en dat slechts 14 procent van die vrouwen aangifte doet bij de politie. De Vrouwenraad stelt dat dat in ons land maar 10 procent is: negen van de tien slachtoffers van verkrachting en seksueel geweld rapporteren hier dus de misdaad niet. En in het geval van misbruik binnen de familie is dat aantal nog veel kleiner: hooguit 3 procent. Als je die cijfers extrapoleert hebben we het dus over 30 tot 40.000 verkrachtingen per jaar in België: 80 tot 110 per dag, waarvan 90 procent verborgen blijft en slechts een fractie bestraft wordt. Het verschil met het ons omringende buitenland is extreem. Wordt er bij ons zoveel verkracht?

'De nonchalance en desinteresse van de magistratuur zijn belangrijke oorzaken van de extreme hoeveelheid verkrachtingen in ons land'


Het nachtleven

‘Dat zou een conclusie kunnen zijn,’ zegt Magda De Meyer, voorzitter van de Vrouwenraad. ‘Maar niemand kent de juiste verklaring, ook wij niet. Er wordt veel te weinig onderzoek rond dit thema gedaan.’

Dat gebrek aan wetenschappelijk onderzoek wordt bevestigd door Charlotte Vanneste, doctor in de criminologie en onderzoeker van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie.

Charlotte Vanneste «Er het zal er niet beter op worden. Wetenschappelijk onderzoek kost geld, en we leven in een tijd waarin de overheid voortdurend bespaart.»

De extreem hoge Belgische verkrachtingscijfers worden niet in twijfel getrokken door de specialisten. Integendeel. Maar men heeft wel vragen bij de lage cijfers van de ons omringende landen.

Jeroen Lemaitre «Het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM) stelt dat er niet per se minder wordt verkracht in de rest van Europa. Daar legt men dit significante verschil tussen België en de rest van West-Europa bij een hogere bereidheid van vrouwen in België om naar de politie te stappen.»

Maar is de zaak daarmee echt uitgelegd? Dat er bij ons meer verkrachtingen worden aangegeven dan in – zeg maar – Bulgarije of Servië, lijkt nog enigszins aanvaardbaar, maar ligt de aangiftebereidheid van verkrachte vrouwen bij ons echt viermaal hoger dan in Nederland? Uitgerekend onze noorderburen gaan er prat op dat de aangiftebereidheid bij hen hoger ligt dan in de meeste andere Europese landen.

De studie van het FRA uit 2014, één van de eerste internationale studies in zijn soort die via directe bevraging en interviews van een representatief deel van de Europese bevolking zinvolle cijfers over verkrachting in de Europese Unie probeerde boven te halen, geeft nog een aantal andere redenen op voor de vaak grote verschillen in cijfers tussen de verschillende Europese landen. Uiteraard speelt het taboe een rol, stelt het FRA: in hoeverre is het in een samenleving aanvaard om over verkrachting te praten? Dat verschilt van land tot land en verklaart dat er volgens de cijfers in Bulgarije minder verkracht zou worden dan in bijvoorbeeld Denemarken. Maar er zijn nog andere criteria die de nationale cijfers beïnvloeden. Ook een toenemende gelijkheid tussen de geslachten verhoogt het bewustzijn omtrent seksueel geweld en het verzet ertegen, en dus het aangiftecijfer. Maar tegelijkertijd komen vrouwen, naarmate ze zich vrijmaken uit hun traditionele positie, vaker in situaties terecht waar ze makkelijker het slachtoffer kunnen worden van seksueel geweld en verkrachting – bijvoorbeeld in het nachtleven, maar ook op het werk. Een hogere werkzaamheidsgraad voor vrouwen zorgt voor een verhoogd risico voor ongewenst gedrag en seksueel geweld, concludeert het FRA. En hoogopgeleide vrouwen in hoge functies lopen daarbij een groter risico. Bovendien spelen ook de drankgewoonten in de verschillende landen een rol, en het algemene criminaliteitsniveau: veel verkrachtingen door onbekenden worden begaan door ordinaire misdadigers, die verkrachting als een wapen gebruiken of het zien als een leuk extraatje.

Vanneste «Er zijn nog andere oorzaken voor de nationale verschillen. De omschrijving van de juridische term verkrachting bijvoorbeeld. Die is niet overal dezelfde. In sommige landen moet er penetratie zijn, in andere niet. En er is ook de maatschappelijke perceptie en de tolerantie tegenover seksueel geweld. In Zweden bijvoorbeeld ligt het aangiftecijfer bijzonder hoog. Dat heeft waarschijnlijk te maken met een zekere mentaliteit, met een hogere intolerantie tegenover seksueel geweld in de Zweedse samenleving.»

'De recidive ligt bij verkrachting heel hoog: mannen die één keer verkrachten, doen het opnieuw'

Maar het blijven veronderstellingen, wegens het aperte gebrek aan onderzoek. Want die Zweedse ‘intolerantie’ verklaart bijvoorbeeld niet waarom het aantal aangiftes in dat land, volgens de UNODC-cijfers, vanaf 2005 plotseling door het plafond schoot en gewoon verdubbelde. Deed er zich toen ook een verdubbeling van de intolerantie voor? Het gebrek aan degelijk onderzoek doet ook andere verklaringen opgang maken, zoals de verwijzing naar de toestroom van islamitische inwijkelingen met een groot gebrek aan respect voor niet-gesluierde vrouwen.


Dader was te jong

Magda De Meyer «Niettegenstaande die ‘hoge’ aangiftecijfers in ons land blijft verkrachting de meest ‘ondergerapporteerde’ misdaad uit onze criminele geschiedenis. Maar veel aangiftes of niet, het belangrijkste voor ons is dat dit soort misdrijven wordt bestraft. En dat gebeurt veel te weinig. De Belgische magistratuur schiet hier schromelijk tekort: onze bedroevende vaststelling is dat er in verkrachtingszaken veel te weinig veroordelingen worden uitgesproken. En dat terwijl de recidive heel hoog ligt: mannen die één keer verkrachten, doen het opnieuw.

»Vrouwen die zijn verkracht, zijn bang en beschaamd. Het kost hen veel moeite om aangifte te doen en zich vervolgens medisch en psychologisch te laten onderzoeken en te praten met mensen die ze van haar noch pluim kennen – zeker als het onthaal bij de politie niet altijd even optimaal is. En als die vrouwen dan hun moed bij elkaar hebben geschraapt en er vervolgens niemand veroordeeld wordt… Dat helpt de zaak toch echt niet vooruit, hè.»

Uit een onderzoek van gerechtelijk expert Danièle Zucker uit 2009 blijkt dat op de 100 dossiers die werden onderzocht er slechts vier hebben geleid tot een effectieve veroordeling, waarvan slechts één met een effectieve celstraf. En op het colloquium over seksueel geweld in de Senaat van 8 maart 2013 werd gesteld dat 44 procent van de verkrachtingszaken tussen 2009 en 2011 door het parket werden geseponeerd: de meerderheid wegens gebrek aan bewijzen en omdat de dader onbekend was.

En in de overige gevallen? Magistraten moeten de redenen opgeven waarom ze een zaak seponeren, en bij verkrachtingszaken zitten daar soms heel vreemde redenen bij. Uit gegevens die ons verstrekt werden door het kabinet van minister Geens, blijkt dat in de afgelopen vijf jaar elf keer beslist werd om niet te vervolgen wegens de ‘beperkte maatschappelijke weerslag’ van de zaak, twintig keer omdat de magistraat vond dat het een ‘misdrijf van relationele aard’ is – intrafamiliaal geweld dus – en vier keer omdat volgens de magistraat het ‘nadeel te gering’ was. Eén keer mocht een dader zelfs naar huis omdat het zijn eerste keer was, elf keer omdat de dader jong was, honderdzevenendertig keer werd een verkrachter niet gestraft omdat de magistraat vond dat er een wanverhouding was tussen de gevolgen van een eventuele vervolging die zou leiden tot maatschappelijke verstoring. Achtenzeventig keer lag het aan het ‘gedrag van het slachtoffer’ en zesenzeventig keer mocht de dader naar huis omdat er niet genoeg recherchecapaciteit was.

'België telt 80 tot 110 verkrachtingen per dag. 90 procent blijft verborgen, slechts een fractie wordt bestraft'

Herlindis Moestermans «‘Beperkte maatschappelijke weerslag van het misdrijf’… Verkrachting, geen maatschappelijke weerslag? Waar halen ze het vandaan? Of ‘een misdrijf van relationele aard’: uiteraard gaat het bij verkrachting vaak om een relationele zaak. Verkrachting doet zich immers dikwijls voor tussen ex-partners. Is dat dan een reden om een verkrachting te beschouwen als een misdrijf dat niet de moeite is om te vervolgen?»

De Belgische veroordelingscijfers liggen veel lager dan het gemiddelde in de EU. Volgens de EWL komen er bijvoorbeeld van de 2.000 verkrachtingen in Denemarken gemiddeld 500 voor de rechter, en dat leidt in meer dan een kwart van de gevallen tot een veroordeling. In 2014 tikte het Comité voor de Eliminatie van Discriminatie van Vrouwen van de Verenigde Naties België serieus op de vingers voor het onderpresteren van de magistratuur. In zijn zevende periodiek observatierapport noteerde het Comité dat het met bezorgdheid vaststelt dat ‘verkrachting in België veel te weinig wordt aangegeven en dat het aantal geseponeerde zaken in verband met verkrachting en huiselijk geweld veel te hoog ligt, deels omwille van het gebrek aan vertrouwen in de politie en de niet aangepaste hulpdiensten’.

'Seksueel geweld is lang een onderwerp geweest dat we niet wilden kennen.' Elke Sleurs


Gezever

Ook de strafmaat in België lijkt een uitdrukking van het beperkte belang dat de magistratuur aan verkrachting hecht. In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld is de minimumstraf vijf jaar voor de eenmalige verkrachting van iemand boven de 16 jaar, acht jaar voor het misbruiken van iemand tussen de 16 en de 13, en tien jaar voor iemand onder de 13. Die straffen lopen al snel op tot vijftien jaar voor herhaalde verkrachting en kunnen zelfs levenslang worden voor serious offenders, daders en recidivisten die als gevaarlijk voor de maatschappij worden beschouwd.

In ons land werkt men niet met minimum-, maar met maximumstraffen. Op verkrachting van iemand onder de 16 jaar staat een maximumstraf van twintig jaar, een verkrachting met de dood tot gevolg is goed voor dertig jaar. Maar het probleem zit ’m in de manier waarop rechters in dit land met die strafmaat omgaan. De strafbedeling in België lijkt een ratjetoe waar nauwelijks peil op te trekken is. Er worden nu en dan wel strengere straffen uitgesproken: boven de vijf jaar voor verkrachtingen met veel geweld of wanneer er sprake is van recidive, en soms lopen die zelfs op tot tien jaar en meer. Maar het gros van de straffen zit tussen twee en drie jaar en is vaak deels voorwaardelijk, ook – vreemd genoeg – voor het verkrachten van minderjarigen. Gewoon even snel door de krantenarchieven gaan, levert meteen een hoop dadervriendelijke vonnissen op.

- In 2012 kreeg een man uit Tessenderlo opschorting van straf voor de verkrachting van een minderjarig meisje via een webcam.

- In 2013 werd een man in Dendermonde veroordeeld voor de verkrachting van een minderjarig meisje, waarvoor hij één jaar voorwaardelijk kreeg.

- In september 2015 werd een man uit Beveren voor de verkrachting van een minderjarig meisje tot vier jaar cel veroordeeld, waarvan de helft met uitstel. Het meisje werd ’s morgens gevonden in een gracht in een park in Beveren, halfnaakt en gewond. Ze vertoonde tekenen van onderkoeling. Een gebroken neus en wurgsporen gaven aan dat ze zwaar toegetakeld was.

- In oktober 2015 kreeg een man uit Heist voor een aantal verkrachtingen van zijn stiefdochter vier jaar cel, met uitstel. ‘De feiten zijn bijzonder ernstig,’ zei de rechter, want zijn slachtoffer was al een keer eerder verkracht door haar vader. Maar een effectieve gevangenisstraf vond de rechter niet nodig.

- In november 2015 kreeg een man uit Tremelo in Leuven 2,5 jaar voor de verkrachting van twee meisjes van 12 en 13 jaar. Hij werd zelfs niet onmiddellijk aangehouden na het vonnis.

- Ook in november 2015 werd een man die 27 kinderen had aangerand veroordeeld tot een straf van 36 maanden – voorwaardelijk.

De Meyer «Voor ons is de houding van de magistratuur – de nonchalance en desinteresse waarmee die verkrachtingszaken pleegt te behandelen – één van de belangrijkste oorzaken van de extreme hoeveelheid verkrachtingen in dit land. Daar hameren wij echt al jaren op. En als er dan eens een duidelijke case is zoals in Gent, waarin de dader bekent, dan nog vindt de rechter het niet de moeite om een straf op te leggen. Dat is toch afschuwelijk!

»De houding van de magistratuur nadat minister Geens had opgeroepen tot bijkomende scholing in verband met seksueel geweld was echt onaanvaardbaar: ‘Bemoei u er niet mee.’ Ik vond het choquerend dat ze een beetje bijscholing niet eens nodig achtten. Alle beroepsgroepen moeten zich geregeld bijscholen, maar magistraten niet?

»We hebben ook veel reacties gekregen van advocaten die de kant van de magistraten kiezen. Zo van: ‘Ja zeg, laat de rechter die zaken individueel beoordelen. Hij weet hoe hij dat moet doen in al zijn wijsheid.’ Tja…»

Moestermans «Het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen heeft nu het initiatief genomen om magistraten een bijkomende vorming te geven. Daar zijn al een paar magistraten naartoe gekomen. Maar ook daar is er veel scepsis. In de wandelgangen vang ik op dat mensen die cursus uitlopen met de woorden: ‘Wat is dat voor zever!’»

'Machtsmisbruik in scholen, kerken en sportclubs, we praatten er tot voor kort niet over. Iedereen wist dat het gebeurde, maar iedereen zweeg en keek de andere kant op'


Schaamhaar kammen

Staatssecretaris Elke Sleurs zegt ferm dat ze van plan is werk te maken van de aanpak van seksueel geweld en verkrachting.

Elke Sleurs «In het begin van het jaar had je die golf van seksueel geweld in Keulen en daarna waren er geruchtmakende verkrachtingszaken als die van die radiopresentator in Gent. En plotseling werden de media wakker. Ik ben er al veel langer mee bezig. Ik ben gynaecoloog, dus ik ken de problematiek maar al te goed. In de wachtdienst heb ik jarenlang verkrachte vrouwen moeten opvangen. Ik heb geleerd wat je in zulke gevallen moet zeggen en wat je niet mag zeggen. Ik heb ook vele malen die Seksuele Agressie Set (SAS), het instrumentarium waarmee de sporen van de verkrachting op het lichaam worden verzameld, moeten gebruiken. Ik weet hoe moeilijk, pijnlijk en vernederend dat is. Niet alleen voor het slachtoffer, maar ook voor de hulpverlener. Die slachtoffers moeten al hun kleren uitdoen. Poedelnaakt moeten ze daar staan en dan duiden wij op het lichaam aan waar de sporen en letsels zijn. Die tests zijn niet aangenaam. Je moet met een tandenstoker onder hun nagels schrapen, je moet hun schaamhaar kammen, een vaginale spoeling en eventueel een rectale spoeling doen… Na alles wat die vrouwen net hebben meegemaakt, moeten ze dat ook nog eens ondergaan.»

HUMO U weet dus ook hoe erg het gesteld is met het bestrijden van seksuele agressie in dit land?

Sleurs (combattief) «Ik weet heel goed dat seksueel geweld een bijzonder groot probleem is in ons land en dat het fenomeen dringend ten gronde moet worden aangepakt. Tot nu toe heeft men daar op nationaal beleidsniveau heel weinig aan gedaan. Ik heb dat veranderd. Ik heb er ondertussen een heel beleid voor uitgewerkt. Seksueel geweld is dankzij mij nu een eerste keer opgenomen in het nationaal actieplan tegen partnergeweld en we zijn nu allerlei acties aan het uitrollen, waarbij ik me vooral concentreer op de verbeterde opvang van de slachtoffers van seksueel geweld. Die aanpak is multidisciplinair: politie, parket, artsen, psychologen… Op dit moment zitten die allemaal verspreid en werken ze ongecoördineerd, wat de opvang nodeloos uitgesponnen, ingewikkeld en pijnlijk maakt. Ik ben naar Nederland en Denemarken gaan kijken, waar men werkt met multidisciplinaire centra, waar alle nodige diensten bij elkaar zitten. Wij willen ook dergelijke centra uitbouwen. De eerste zouden komen in Luik, Brussel en Gent. En via die centra zullen we eindelijk ook in staat zijn om de nodige gegevens over het fenomeen te verzamelen zodat we er een beter zicht op krijgen, wat nu helemaal niet het geval is.»

HUMO Maar met verbeterde slachtofferhulp pak je het fenomeen aan de daderkant natuurlijk niet aan.

Sleurs «Daar zijn we ook mee bezig. We werken bijvoorbeeld aan risicotaxatie. Er moeten daderprofielen komen waarmee we de kans op recidive kunnen inschatten en bepalen of een veroordeelde verkrachter vrij mag worden gelaten of niet, of hij de maatschappij opnieuw in gevaar zal brengen of niet. Daar staan we op dit moment nog nergens mee in dit land. We werken daarvoor nauw samen met minister van Justitie Geens, en met de parketten. Want ook het juridische luik moet worden aangepakt. De strafmaat moet dringend worden herbekeken. Daar is minister Geens nu mee bezig. Hij werkt aan een herziening van het seksuele strafrecht.»

'Het is niet zo dat het pas om een echte verkrachting gaat als het slachtoffer roept, tiert, trapt en krabt'


HUMO Maar de achilleshiel van elk aanpak is de magistratuur. Als die niet meewil, komt er niks van.

Sleurs «De houding van de magistratuur hangt samen met de mentaliteit in de samenleving. De maatschappelijke belangstelling voor dit probleem is laag. En dus zijn de rechtspraak en de magistratuur ook niet geïnteresseerd en dat zie je aan de strafmaat voor verkrachting in dit land. Het is misschien niet de beste vergelijking, maar twintig jaar geleden rookte bijna iedereen nog. Toen werd er zelfs gerookt in de bevallingskamer. Nu wordt dat bijna gezien als een moordpoging. Toen lag niemand er wakker van. Hetzelfde met verkrachting en seksueel geweld. De problematiek moet eerst onderkend worden eer je hem kunt aanpakken. Te lang zagen we het niet of wilden we het niet zien. Seksueel geweld is lang een onderwerp geweest dat we niet wilden kennen; verkrachtingen zijn lang onder tafel geveegd. Ook door de slachtoffers, hè. Hoeveel slachtoffers zijn er niet die zijn blijven zwijgen? Seksueel geweld, machtsmisbruik in scholen, kerken en sportclubs, we praatten er niet over. Iedereen wist dat het gebeurde, maar iedereen zweeg en keek de andere kant op. Het werd geduld, want zo vaak ging het om familieleden of bekenden en dat wilde je niet op straat gooien. En in zo’n maatschappij krijg je natuurlijk een magistratuur die er ook naast kijkt.»

HUMO En die magistratuur is nog altijd niet mee, blijkbaar. De Antwerpse rechter Roland Cassiers maakte in de Gazet van Antwerpen het onderscheid tussen brutale en niet-brutale verkrachtingen.

Sleurs (heftig) «De mentaliteit van die man is volledig fout. Een verkrachting is een verkrachting! Je mag niemand beschadigen. Niemand heeft het recht de integriteit van een ander aan te tasten. Of dat nu met geweld gebeurt of niet. Je kunt niet roepen dat het geen verkrachting is omdat er geen geweld bij te pas is gekomen. Het is niet zo dat het pas om een echte verkrachting gaat als het slachtoffer roept, tiert, trapt en krabt. Dat is onzin. Vaak opereert de verkrachter vanuit een machtspositie, als familielid of vanuit een bepaalde functie, en hoeft er zelfs geen geweld te worden gebruikt. Maar aan de woorden van die meneer Cassiers te zien, hebben we duidelijk nog veel werk voor de boeg.»


19de eeuw

Ook minister Geens stelt dat hij druk bezig is met het aanpakken van dit trieste fenomeen. In zijn herziening van het strafwetboek is veel aandacht voor het seksuele strafrecht, zegt hij. ‘Het idee om de strafwetboeken te herzien, is gebaseerd op het feit dat die boeken dateren uit de 19de eeuw,’ verklaart woordvoerster Sieghild Lacoere. ‘Toen hechtte men meer belang aan eigendomsdelicten, zoals diefstal, dan aan seksuele delicten waarbij de fysieke integriteit wordt aangetast.’

Minister Geens werkt aan een aanpassing van de strafmaten en eventueel verjaringstermijnen, en bekijkt welke nieuwe fenomenen, zoals seksuele afpersing via het internet, moeten worden aangepakt.

Sieghild Lacoere «In het Instituut voor Gerechtelijke Opleiding, dat instaat voor de organisatie van opleidingen van magistraten en gerechtspersoneel, wordt in het opleidingspakket van de gerechtelijk stagiairs onder meer een opleiding over ‘de plaats van het slachtoffer in het strafrechtelijk bestel’ en een opleiding ‘verhoortechnieken’ opgenomen. Minister Geens stelde al dat de magistraten een gespecialiseerde opleiding zouden krijgen in de problematiek van seksuele misdrijven.

»Maar prioritair is de geïntegreerde en uniforme aanpak van seksueel geweld via de multidisciplinaire centra. Die moet leiden tot meer aangiftes, beter bewijsmateriaal, een sterker dossier en finaal meer veroordelingen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234