Vijf vragen over het coronavirus: 'Wuhan-virus' kon best eens meevallen'

17 doden, zeker 500 zieken: razendsnel grijpt de nieuwe virusziekte uit Wuhan om zich heen. Verontrustend, maar nog geen reden tot paniek. Er is nog altijd een kans dat het nieuwe virus zich ontpopt als 'gewoon' een zware verkoudheid.

Wat is de stand van zaken? Kort en goed: in China is een 'coronavirus' overgesprongen van een nog onbekend dier naar de mens. Inmiddels zijn tegen de 500 mensen besmet, onder wie volgens de Chinese autoriteiten ook veertien hulpverleners. Dat zou een sterke aanwijzing zijn dat het virus inmiddels is aangepast om ook van mens op mens over te springen, zoals ook de Chinese autoriteiten hebben bekendgemaakt. Het virus is inmiddels ook aangetroffen in de Verenigde Staten, Zuid-Korea, Japan en Taiwan, nadat vorige week een eerste geval in Thailand werd gevonden. Daarbij gaat het wel om reizigers vanuit de besmettingshaard, de Chinese miljoenenstad Wuhan.

Aan de andere kant: het lijkt erop dat we nog maar het topje van de ijsberg zien, omdat alleen de meest zieke patiënten zich melden. 'Er zullen misschien honderden tot duizenden besmettingen zijn bij mensen die daar niet of nauwelijks iets van merken, maar het virus wel doorgeven', zegt hoogleraar moleculaire virologie Eric Snijder (LUMC). Vooral de zieke hulpverleners doen hem sterk denken aan de beginfase van sars, de virusziekte die in 2002-2003 774 mensen het leven kostte. 'Daarmee is de deksel wel een beetje van de ketel.'


Hoeveel zorgen moeten we ons eigenlijk maken?

Een troost: tot dusver lijkt het virus niet erg dodelijk. Alle patiënten die aan het virus overleden, waren voor zover bekend op leeftijd en ziek. 'Het vierde dodelijke slachtoffer was een man van 89. Je kunt je afvragen of zo iemand het had overleefd als hij gewoon de griep had opgelopen', zegt Snijder. De hoogleraar vindt bijnamen zoals 'China killer virus' (de Britse boulevardkrant Daily Mirror) dan ook onterecht. 'Vooralsnog lijkt dit meer op een griep die de meeste mensen redelijk doorstaan.'

'Je moet beseffen: zo'n virus is er niet op uit om zijn gastheer te doden', zegt Snijder. 'Sterker, het heeft er voor de verspreiding mogelijk meer aan om dat niet te doen.' Een mogelijkheid is dan ook dat het Wuhanvirus de wereld rondgaat, hier en daar levens eist onder de al verzwakten - waarna de meeste mensen geleidelijk resistent zullen raken en het virus een van de vele virusjes wordt waarvoor we een paar dagen koortsig in bed blijven.

Voorlopig is het nog de vraag hoe besmettelijk het virus eigenlijk is, zegt hoofd infectieziektebestrijding Jaap van Dissel van het RIVM. 'Dit is inmiddels een maand bezig. Als het erg besmettelijk was van mens tot mens, zou je meer ziektegevallen verwachten bij hulpverleners en familieleden.'


Hoe zit het met reizigers?

Vooralsnog heeft de Europese gezondheidsdienst ECDC nog geen reisadvies voor reizigers van of naar China. 'Ons advies', zegt het RIVM desgevraagd, 'is om in China markten met dieren te mijden en op te passen met straatkraampjes waar je niet goed weet hoe het eten is bereid. Maar dat gold altijd al.'

Mocht er toch een reiziger aankomen met het nieuwe virus onder de leden, dan is het denkbaar dat die wordt opgenomen op een strikt geïsoleerde afdeling, zoals in november gebeurde toen er in het LUMC een tropenarts werd opgenomen met het gevaarlijke lassavirus. Maar bij het Wuhanvirus dient de vraag zich wél aan hoe zinvol dat is, zegt viroloog Snijder. 'Je moet goed nadenken of je dit zware, voor het hele ziekenhuis zeer belastende middel wel wilt inzetten. Zeker als het onvermijdelijk is dat zo'n virus toch wel binnenkomt. Als het van mens tot mens gaat en zich via de lucht verspreidt, is het lastig te stoppen.'

In 2003 lukte het met quarantaines wel om het sars-virus een halt toe te roepen, maar het was een enorme krachttoer die uiteindelijk 3- tot 9 miljoen euro per patiënt kostte, blijkt uit berekeningen achteraf. De crisis sloeg bovendien een deuk van 1 procent in het bruto nationaal product van China.


Wat als je het virus oploopt?

Inmiddels is er een diagnostische speekseltest, razendsnel ontwikkeld door onder meer Nederlandse wetenschappers. Maar daarna houdt het wel zo'n beetje op: tegen virusinfecties is weinig te doen. Paracetamol om de koorts te remmen, eventueel ademhalingsondersteuning in het ziekenhuis; dat is ongeveer het repertoire. Ook zijn er antivirale middelen die enigszins helpen tegen coronavirussen, zoals 'remdesivir', 'lopinavir' en interferon, zegt Haagmans. Erg effectief zijn die middelen niet. Anderzijds: 'Met het bestrijden van de symptomen van longontsteking hebben we veel ervaring', zegt Van Dissel. 'Bij een gewone longontsteking weten we vaak ook niet de verwekker.'

Een andere mogelijkheid is een vaccin, een middel dat het afweersysteem 'leert' het virus te herkennen. Maar het kost maanden of jaren om zo'n vaccin te ontwikkelen. En vaccins tegen een ander coronavirus? Helaas. Van een vaccin tegen het sars-virus is het destijds niet gekomen, vertelt viroloog Haagmans. 'Er was een kandidaatvaccin, maar dat is nog niet goed getest op de mens.'

Meer voortgang boekt men met drie vaccins tegen 'mers', een coronavirus dat rondwaart in het Midden-Oosten. Maar ondanks voorzichtige, eerste tests op mensen zijn ook die nog lang niet klaar voor grootschalig gebruik. Bovendien wijkt het nieuwe virus zo sterk af van het mers-virus, dat Haagmans er weinig van verwacht. 'Wat we nodig hebben, is meer basaal onderzoek naar dit nieuwe virus', zegt hij.

En zelfs als er een vaccin was, is de praktijk weerbarstig. 'Je moet platforms hebben om zo'n vaccin routinematig en snel te produceren, en andere procedures in stelling brengen, om een vaccin versneld te kunnen registreren', zegt Haagmans.


Waarom willen wetenschappers zo graag de bron vinden?

Inmiddels zijn virologen naarstig op zoek naar de haard van de besmetting: het dier of de plek waar het allemaal is begonnen. 'We vermoeden dat de bron een vismarkt in Wuhan was. Maar stel dat het niet die markt was, dan zou de bron nog aanwezig kunnen zijn', zegt Van Dissel. 'En je wilt dit bij de wortel kunnen aanpakken.'

Coronavirussen komen in het algemeen voor bij dieren uiteenlopend van katten tot varkens. Vooral vleermuizen staan bekend als beruchte verspreiders, omdat ze rondvliegen en het virus via hun poep uitscheiden. In het Midden-Oosten kwam het mers-virus tot de mens via dromedarissen, die het vermoedelijk ook weer hadden van vleermuizen.

© Volkskrant

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234