Vijftig jaar na het DDR-verbod aan de vergetelheid onttrokken: 'Rummelplatz'

In de jaren zestig verboden door de DDR, vervolgens decennialang ongelezen en verborgen gebleven, maar er niet minder van gaan glanzen: ‘Rummelplatz’ is het gewraakte literaire meesterwerk van Werner Bräunig. In 2007 schonk Claus Bräunig, één van de zonen van de al in ‘76 gestorven schrijver, het boek een tweede leven in heimat Duitsland, nu haalt uitgeverij Lebowski het naar Nederland – en dus: Vlaanderen. Schier nog indrukwekkender dan het boek zelf is het verhaal van wat er al die jaren mee is gebeurd.

Vanaf de eerste zin trekt ‘Rummelplatz’ de lezer mee in zijn aardedonkere cadans. Op ruim 600 van intensiteit trillende pagina’s schetst Bräunig een beeld van de tijden die, vlak na de Tweede Wereldoorlog, in Oost-Duitsland zo snel aan het veranderen waren dat groeipijnen niet konden uitblijven. Het is een drukkende, hyperrealistische kroniek van het leven in het fictieve DDR-dorpje Bermsthal en de werkzaamheden in de plaatselijke uraniummijn. Té drukkend en té realistisch voor de toenmalige DDR-autoriteiten, die het boek blacklistten en van de schrijver een afvallige maakten. Bräunig versomberde, verdwaalde in de fles en stierf toen hij amper 42 was. Gedesillusioneerd, gebroken, verraden.

Zoon Claus geeft – in Amsterdam en in gloedvol Duits – tekst en uitleg bij het boek dat door één Duitse recensente omschreven werd als ‘een ruwe rots die hoog boven de rest van de DDR-literatuur uitsteekt’.

HUMO Wat was uw voornaamste bekommernis bij de postume publicatie van ‘Rummelplatz’: dat de wereld dit boek absoluut moest lezen, of dat uw vader zijn verdiende eerherstel kreeg?

Claus Bräunig «Dat zijn drijfveren die erg dicht bij elkaar liggen. Ik wilde in de eerste plaats dat het boek in een paar boekhandels zou liggen, zodat het gelezen kon worden – dat is toch waarvoor een boek bedoeld is? Dat er zo’n hype rond zou ontstaan, had ik niet kunnen voorspellen. Dat was ook bijzaak voor mij.»

HUMO Het was vooral: een misverstand dat rechtgezet moest worden.

Bräunig «‘Rummelplatz’ en mijn vader zijn aan de schandpaal genageld op het Elfde Plenum van het centraal comité van de communistische partij, dat plaatsvond in november ’65. Véél dingen zijn toen en daar verboden: er werd opgetreden tegen zogenaamd te kritisch ingesteld theater, film en literatuur. Dat is op zich al schandalig, maar je hebt gelijk: in het geval van mijn vader was het ook nog eens een misverstand.

»Men vond dat ‘Rummelplatz’ de Oost-Duitse staat aanviel en het communisme in een kwaad daglicht stelde, men noemde het boek pornografisch en veel te cynisch. De werkomstandigheden van de arbeiders in de uraniummijnen waren zogezegd te zwartgallig en rauw neergezet. Het ironische was dat mijn vader vrijwillig lid was geworden van de communistische partij: hij wou helpen om de staat zo goed mogelijk te maken, de opbouw na de Tweede Wereldoorlog zo ideaal mogelijk te laten verlopen. Maar om dat te kunnen doen, wist hij, moest je de problemen benoemen. Enkel door over iets te praten, kan je het beter maken. ‘Rummelplatz’ is een ontwikkelingsroman: slechts door tegenslag te overwinnen, kom je tot het ware inzicht.

»Zo dacht het politbureau, met Walter Ulbricht en Erich Honecker in de belangrijkste rollen, er dus niet over. Kritische discussies brengen enkel pessimisme voort, vonden ze. En het brengt jongeren maar op verkeerde ideeën. Jongeren moesten gemotiveerd worden om mee te werken aan de opbouw van het socialisme, niet om zich bezig te houden met kritiek of decadent vermaak.»

HUMO We hebben het over het najaar van 1965, de vooravond van een periode waarin de westerse jeugd haar ongenoegen over de oude wereld luidkeels kenbaar zou maken.

Bräunig «Nu, bovenal was men in de DDR van oordeel dat de schone schijn opgehouden moest worden. Men wou duidelijk maken: ‘Wij zijn het betere systeem. Er zijn geen problemen binnen het Oost-Duitse communisme.’

»Het boek van mijn vader werd veroordeeld om een voorbeeld te stellen. Het perfide van het hele spel was dat de partij goed genoeg wist wat ze mijn vader aandeed. Ze waren ervan op de hoogte dat hij een idealist was, iemand die aan hún kant stond, die hartstochtelijk in de opbouw van de Oost-Duitse staat geloofde. Ze wisten ook: als we hem afstraffen, loopt de rest vanzelf in de pas. Heel tragisch.»

HUMO U klinkt, vijftig jaar na datum, nog steeds boos.

Bräunig «Wat nog het ergste is, is dat op het moment van het Elfde Plenum níémand het boek in zijn volledigheid gelezen had – want het was nog niet eens gepubliceerd. De beslissing om van hem een zondebok te maken was gebaseerd op een hoofdstuk van amper twintig bladzijden, dat rond die tijd in het tijdschrift Neue Deutsche Literatur was gepubliceerd. Ze hebben het leven van mijn vader compleet verziekt op basis van twintig bladzijden.»

Nie wieder

HUMO In 1976 stierf uw vader, nauwelijks 42 jaar oud. De omzwervingen die het manuscript van ‘Rummelplatz’ vervolgens heeft gemaakt, kunnen naar verluidt een roman op zich vullen.

Bräunig «In vaders testament stond duidelijk dat zijn literaire nalatenschap ons – zijn kinderen – toekwam. Maar omdat mijn broer en ik nog minderjarig waren toen hij stierf, kwam het via een omweg bij de gemeente terecht. Daar werd al zijn werk onder toezicht van de Stasi in een aparte afdeling bewaard. Nadat ik 18 was geworden, in 1979, heb ik een aanvraag ingediend om het te kunnen ophalen. Zelfs volgens de dictatoriale DDR-rechtspraak had me dat normaal gezien toegestaan moeten worden. In de praktijk lieten ze me enkel toe om er in het gemeentehuis een beetje in te bladeren, met iemand van de Stasi die aldoor over mijn schouder meekeek. Die man heeft het toen bestaan om mijn vader in mijn bijzijn ook nog eens zwart te maken: ‘Ach, die Bräunig, dat was er zó eentje...’ Onder die omstandigheden hoefde het voor mij niet, en ik ben diep teleurgesteld weggewandeld: ‘Nie wieder.’

»In ’89, na de val van de Berlijnse Muur, hebben mijn broer en ik ons nog eens tot de gemeente gewend. In 1991 – dus nóg eens twee jaar later – hebben ze aan ons verzoek voldaan, en kregen we de kisten met alle teksten van mijn vader terug. Nu ja: ‘alle’. Bleek dat het originele ‘Rummelplatz’-manuscript verdwenen was. Niemand die ons kon vertellen waar we moesten zoeken.

»Er komt zeer veel toeval bij mijn verhaal kijken. In de herfst van ’91 begon in Berlijn de tentoonstelling ‘Zensur in der DDR’. Mijn broer belde mij meteen op: ‘Claus, het originele ‘Rummelplatz’-manuscript wordt daar tentoongesteld, het ligt er letterlijk in een vitrine.’ Het is op díé manier dat we te weten zijn gekomen wie de roman in zijn bezit had: iemand die gewerkt had bij Mitteldeutscher Verlag, de vroegere uitgeverij van mijn vader. Pas in 1993 heb ik het boek voor het eerst in zijn geheel kunnen lezen.»

HUMO Waarom heeft het vervolgens nóg eens vijftien jaar geduurd voor u het boek in de winkels hebt gekregen?

Bräunig «De tijdgeest zat niet mee. Na de val van de Muur was er een periode van vijf, tien jaar dat men in het oosten van het herenigde Duitsland niets meer over de DDR wilde horen. De mensen waren decennialang onderdrukt en vervolgd geweest; nu alles eindelijk achter de rug was, wilden ze er niet ook nog eens over praten. Het viel te vergelijken met de sfeer die na de Tweede Wereldoorlog over het land hing: ook toen was men zo gedegouteerd door het verleden dat men er het liefst het zwijgen toe deed. Na de oorlog was men de nazi’s beu, in de jaren 90 kotste men van het geïnstitutionaliseerde socialisme. ‘Rummelplatz’ was, alwéér, het foute boek op het foute moment.»

HUMO U had kunnen opwerpen dat ‘Rummelplatz’ veel meer is dan ‘een boek over de DDR’.

Bräunig «Ja, natuurlijk. Mijn broer en ik hebben in de jaren 90 veel uitgeverijen aangesproken en bezocht. Elke redacteur en elke uitgever die het boek te lezen kreeg, liet ons weten het een stilistisch en verhalend topwerk te vinden, maar liet er onmiddellijk stilletjes op volgen: ‘Maar wij zullen het niet publiceren.’ Ik snapte het wel: zo’n boek uitgeven en promoten kost geld, zeker zo’n turf van dik 600 pagina’s. En iedereen was bang dat er geen markt voor was. Bij Faber und Faber, een oeroud huis van vertrouwen uit Leipzig, hebben ze ons met tranen in de ogen gezegd: ‘Het spijt ons onnoemelijk veel, maar aan dit boek kunnen we ons niet wagen.’»

HUMO Je kunt je afvragen hoeveel andere nazaten van gecensureerde DDR-schrijvers op dat moment ook geprobeerd hebben een opgedoken manuscript te slijten. En er de brui aan hebben gegeven.

Bräunig «We zullen inderdaad niet de enigen geweest zijn. Mijn broer was ook ontmoedigd: ‘Kom, laat het vallen. Geen hond is geïnteresseerd.’ Gelukkig ben ik hardnekkiger. Het is rond die tijd dat ik even overwogen heb de grote West-Duitse uitgeverijen aan te schrijven... Het wrange is: toen mijn vader nog leefde, wou geen enkele Oost-Duitse uitgeverij zich in de buurt van zijn roman wagen, maar vanuit het Westen had hij in de jaren 60 wél meteen een aanbod. Dat heeft hij echter onmiddellijk afgewimpeld.»

HUMO Begrijpt u waarom? Een West-Duitse uitgeverij was toch beter dan niets?

Bräunig «Het is níét beter dan niets, ik begrijp mijn vader volledig. Hij vond: ‘Ik heb het boek in het Oosten geschreven, hier hoort het thuis. Als het enkel in het Westen verschijnt, kunnen mijn mensen ’m niet lezen. En vooral: zij die mij ervan beschuldigen een vijand van de staat te zijn, hebben er meteen een stok bij om te slaan: ‘Zie je wel dat dit een auteur is die de DDR bestrijdt en beschuldigt, en niets met zijn eigen volk te maken wil hebben?’’

»Alleen al daarom ben ik blij uiteindelijk toch een in het oosten van Duitsland gevestigde uitgeverij bereid gevonden te hebben: Aufbau Verlag. Angela Drescher, redactrice van Aufbau, kende de achtergrond van het boek, onder meer omdat ze bevriend was met Christa Wolf, één van de weinige schrijvers en intellectuelen die het in de jaren 60 aandurfden mijn vader publiekelijk te verdedigen.»


De walm van alcohol

HUMO U zei eens dat u door dit boek uw vader hebt leren kennen. Toen u het in 1993 voor het eerst las, was hij al zeventien jaar dood.

Bräunig «Mijn vader was een gesloten man. Zeker op het einde van zijn leven, toen wij er waren. We kwamen niet veel over hem te weten. Maar hij heeft wél een groot stuk van zichzelf in ‘Rummelplatz’ gestopt: grote brokken zijn autobiografisch. Hij smokkelde zichzelf aldoor het boek binnen, de vier hoofdpersonages vormen gezamenlijk zijn alter ego. Hij zit vooral in Peter Loose, de eenvoudige maar schrandere arbeidersjongen. Mijn vader schaamde zich voor het proletarische milieu waarin hij is opgegroeid. Zijn ouders waren simpele mensen die het niet breed hadden. En zijn vader zat – net als die van Loose – later ook nog eens bij de Waffen-SS, waarvoor hij later tot zeven jaar strafkamp is veroordeeld. Mijn vader wou vooral wég uit die omgeving.

»De tegenpool van Loose in het boek is de intellectueel Christian Kleinschmidt, een jongeman uit een gegoede, burgerlijke familie met toegang tot onderwijs en kunst: dat is het leven dat mijn vader graag had geleid. Kleinschmidt staat voor de wensen, de verlangens van mijn vader.»

''Rummelplatz' werd door de DDR-autoriteiten veroordeeld om een voorbeeld te stellen. Ze wisten perfect dat de schrijver eigenlijk aan hun kant stond'

HUMO Dat had u ook allemaal te weten kunnen komen via uw moeder.

Bräunig «Het huwelijk van mijn ouders is destijds op de klippen gelopen door deze zaak. Mijn vader is in de jaren 60 in een depressie gesukkeld, en het ging met hem van kwaad naar erger. Hij begon dwangmatig te drinken en hij was bijna nooit meer thuis: altijd onderweg, van de ene conferentie naar de andere rechtszaak – hij moest zich voortdurend overal gaan verantwoorden, er kwam geen einde aan. Mijn moeder heeft toen gezegd: ‘Ik moet mijn kinderen afschermen van deze drek.’ De scheiding kwam er niet omdat ze voortdurend ruzie hadden, wel omdat hun geen andere keuze meer restte – dat had zelfs mijn vader begrepen.»

HUMO Zag u hem daarna nog weleens? Kan u zich herinneren dan ooit met hem over ‘Rummelplatz’ gepraat te hebben?

Bräunig «Ja. En nee. Hij was er altijd bij op verjaardagen en andere feesten – dan trok hij zich terug in een hoekje en zei weinig of niets. En wanneer ik hem bij ’m thuis opzocht, rook je altijd door het hele huis de walm van alcohol.

»Ik wist natuurlijk wel dat hij schreef, dat dat zijn job was – en ik kende een paar van de verhalen die hij later geschreven heeft; ik vond ze best goed. Maar ‘Rummelplatz’ was voor hem een afgesloten hoofdstuk. Nu ja, ik meen te weten dat hij ook in die tijd nog hoopte dat de DDR ’m ooit in ere zou herstellen, maar dat was wellicht vooral wanhoop. Ik wist in die tijd niet eens dat ‘Rummelplatz’ überhaupt bestónd; men had het mij nooit verteld, ik heb ’m er dus ook nooit vragen over gesteld.»

HUMO Collateral advantage: ik hoorde dat, door de publicatie van ‘Rummelplatz’ in 2007, uw familie opnieuw naar elkaar is toegegroeid.

Bräunig «Het heeft om te beginnen iets teweeggebracht bij mijn moeder. Ineens was er een mooie epiloog van een dramatische periode, één waarmee ze zich kon verzoenen. Vanaf dat moment is ze steeds meer over mijn vader beginnen te vertellen: vooral over hoe romantisch hij ooit was. En vorig jaar heeft ze mij een stapel van zijn brieven laten lezen. Mijn vader is er al 38 jaar niet meer, maar ik leer hem nog elke dag beter kennen.

»De publicatie was ook louterend voor mijn broer en mijn halfzussen, die – meer dan ik – geleden hebben onder de drankzucht en de depressies van onze vader. En verder kwam ik ineens ook weer in contact met oude vrienden van mijn vader – lieve mensen die ik vaak al dertig jaar niet meer gehoord had. Zij vertelden me over de jonge, levenslustige, enthousiaste, rokkenjagende Werner Bräunig. Dat is de échte persoonlijkheid van mijn vader, één die na ’65 compleet ondergesneeuwd is geraakt.»

HUMO Hebben er u na de publicatie nog meer echo’s bereikt? Oude partijbonzen die zich schuldig voelden? Ex-mijnwerkers die zichzelf in het boek herkenden?

Bräunig «Dat laatste. In 2008 heb ik een zeer lange, persoonlijke brief gekregen van een oude kompel. Hij had meer dan tien jaar gewerkt in de mijn waar een groot deel van ‘Rummelplatz’ zich afspeelt, en wou me absoluut laten weten dat alles in deze roman tot in de details klopt. De sfeer, het slag volk, het soort praat die ze uitsloegen, het milieu: ‘Het had niet beter op papier gevat kunnen worden.’

»Indertijd waren tegenoverstelde reacties de rigeur. Toen verschenen er open brieven van kompels die het nodig vonden om te benadrukken dat de roman vol onzin stond. ‘Meneer Bräunig: u liegt. Dat u dergelijke pornografische scènes in al zijn obscene details neerschrijft, dat kunt u onze vrouwen niet aandoen. En de Russen zijn heroïsche bevrijders, niet de onnozelaars die u ervan maakt...’

»(Schudt het hoofd) Nu, uiteraard betroffen het brieven die door de Partij ‘aangestuurd’ waren, zelfs letterlijk gedicteerd – en de brieven van de kompels die wél vrijuit spraken, werden gewoon niet gepubliceerd... Mijn vader wíst dat volgens mij ook wel, maar hij was er niettemin het hart van in. Nog erger vond hij het dat ook zijn collega-schrijvers, zijn vrienden, zich van hem afkeerden. Dat was natuurlijk uit angst en lijfsbehoud – ze wilden niet in zijn val meegesleurd worden. Ook van hen verschenen open brieven: ‘Ach Werner, overdrijf je niet een beetje met je miserabele wereldbeeld?’ Dat sneed hem recht door de ziel.»

HUMO Pleister op de wonde: het eerherstel is er nu, zij het te laat.

Bräunig «Natuurlijk is het zuur. Had mijn vader er wél in toegestemd in zee te gaan met een gerenommeerde West-Duitse uitgeverij, dan was hij ongetwijfeld terechtgekomen in de canon van de Duitse literatuur. Dan stond zijn naam nu naast die van Günter Grass, Thomas Mann en Heinrich Böll, en hij had daar terecht gestaan. Dat is niet mijn mening, dat is een feit.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234