Vijftig jaar racisme in Vlaanderen

Op 28 augustus is het vijftig jaar geleden dat zes grote burgerrechtenbewe­gingen in Washington een mars hielden voor gelijke rechten en jobs voor zwarten. Na afloop beklom Martin Luther King de trappen van het Lincoln Memorial. Zijn speech kwam live op tv en ging de geschiedenis in als een oratorisch meesterwerk – terwijl King gewoon afweek van de geschreven tekst nadat de Queen of Gospel Mahalia Jackson hem ‘Vertel ze over de droom!’ toeriep. Hoe is het een halve eeuw later in onze contreien met rassendiscriminatie gesteld?


Wouter Van Bellingen

Startende ondernemer, gemeenteraadslid SOS 2012 in Sint-Niklaas.

Een week nadat hij in 2007 het nationale nieuws heeft gehaald omdat drie koppels weigerden getrouwd te worden door de ‘eerste zwarte schepen van Vlaanderen’ is Wouter Van Bellingen op een bedrijfsfeestje. De organisator heeft zijn best gedaan: er is veel volk, de champagne vloeit rijkelijk, er is zelfs een oesterbar. Wanneer Van Bellingen aanstalten maakt om een bordje te vullen, maakt de kelner een afwerend gebaar: ‘Sorry, geen oesters voor het personeel. Alleen genodigden.’

Van Bellingen «Die man is zich achteraf komen excuseren, maar tegelijk zegt het alles over onze maatschappij. Als ik plaatsneem in een treincoupé, zie ik mensen ostentatief naar hun handtas grijpen. Mijn nationale bekendheid is helemaal uitgewerkt, vrees ik (lacht). Bij mensen die me kennen, is het: ‘Ah, de Wouter!’, voor anderen blijf ik een zwarte.»

Met persoonlijke verwensingen kan Van Bellingen gerust leven. Laconiek reageren ligt in zijn aard, hij heeft altijd wel een witz klaar. Maar het is anders wanneer het over zijn kinderen gaat. Zij zijn niet zo donker als hij, maar toch probeert hij ze te wapenen zoals zijn adoptieouders dat met hem hebben gedaan.

Van Bellingen «Weet u, ik heb als kind vaak naar de elpee met de speech van Martin Luther King geluisterd. Hij praatte eigenlijk over zichzelf, en over de droom die hij voor zijn kinderen had. Aan die droom is nog steeds veel werk, maar ik heb altijd begrepen dat het kleinschalig moet gebeuren. Dus gaan mijn kinderen naar de scouts, zitten ze in sportclubs, volgen ze gitaarles. Want het is op die manier dat je racisme bestrijdt: door op kleine schaal te werken, met buurtprojecten en in het verenigingsleven.

»Waar ik echt een degout van krijg, zijn de impliciete zaken die in de politiek gebeuren. Na de implosie van de Vlaams–Progressieven, de opvolger van Spirit, hebben verschillende partijen mij een zitje aangeboden in het parlement. Enkel en alleen als excuusallochtoon! Sorry, maar mijn kleur gebruiken om daarna te moeten zeggen wat anderen voor mij bedacht hebben: dat is niet mijn stijl.

»Ik zit nu in de gemeenteraad van Sint-Niklaas met een lokale partij die ik zelf heb opgericht. Ondertussen ben ik een bedrijf aan het opstarten: een adviesbureau voor lokale overheden en sociale ondernemingen. Ja, ik heb een nationale carrière laten schieten, maar spijt heb ik niet. Ik ben pas 41, ik heb nog een heel leven voor mij. Het is nog niet afgelopen met Wouter Van Bellingen!»


Chokri Mahassine

Organisator Pukkelpop, Vlaams parlementslid SP.A

Chokri – een achternaam heeft-ie al lang niet meer nodig – lacht smakelijk met de vraag of hij ooit anders is behandeld omdat hij Marokkaanse roots heeft. ‘Maar allee! Ik ben waarschijnlijk het slechtst geplaatst om mezelf als slachtoffer van racisme neer te zetten!’

Mahassine «Ik ben een halve BV, ik ben maatschappelijk aanvaard, mensen zien mij als een Vlaming. De laatste tien, vijftien jaar maak ik dan ook weinig mee, ik kan me echt geen incidenten herinneren. Ja, natuurlijk zijn er de racistische haatmails. Maar elke politicus en elke BV heeft tegenstanders. Ik delete dat soort mails meteen – uit mijn inbox, maar ook uit mijn geheugen. Ik praat daar ook niet graag over.

»Ben ik een gelukzak? Ongetwijfeld. Ben ik slecht behandeld? Ook, maar niet slechter dan iemand anders. Met racisme heeft dat weinig te maken. Ik zie vandaag trouwens meer sociaal racisme: eerder dan over rassenkwesties gaat het nu over sociaal-economische en godsdienstige verschillen. We zijn niet meer zozeer tegen Turken of Marokkanen, maar tegen moslims. Of tegen Oost-Europeanen, omdat ze van onze welvaart komen meepikken. Of tegen mensen die anders zijn. De wereld is veranderd sinds Martin Luther King, maar zijn werk is nog niet af.»


Chika Unigwe

Schrijfster

Komt een zwarte vrouw bij de VDAB, zegt de bediende prompt, zonder de formulieren van de bezoekster in te kijken: ‘Sorry mevrouw, wij zoeken op dit moment geen poetsvrouwen.’ Het klinkt als een slechte mop, maar het overkwam de Nigeriaanse schrijfster Chika Unigwe écht. In 1995 volgde ze haar Vlaamse liefde, die ze aan de universiteit van haar geboortestad Enugu had leren kennen, naar Turnhout. Unigwe was in het bezit van twee universitaire diploma's en werkte aan een doctoraat toen ze bij de VDAB ging aankloppen omdat ze even ander werk wilde doen. Sinds vorige week woont ze in het Amerikaanse Atlanta, waar haar man nieuw werk heeft gevonden. Niet gevlucht voor het racisme, benadrukt ze: de schrijfster heeft altijd op verschillende plekken willen wonen. Al was België niet meteen een droombestemming.

Unigwe «Ik herinner me nog dat ik kort na mijn aankomst in Antwerpen een klerenwinkel binnenstapte en de caissière de hele tijd achter me aan liep. Een plaatselijke gewoonte, dacht ik, tot ik haar vroeg waarom ze mij volgde. ‘Dit is mijn winkel, ik doe hier wat ik wil,’ was het antwoord.»

Het voorval was slechts een voorsmaakje van wat zou volgen. Toen hij nog op de lagere school zat, wilde Unigwe's zoon met zijn school mee op kamp in Zwitserland. Drie weken voor het vertrek kregen de ouders een bericht van de monitrice met meer uitleg. Bleek dat het kampthema ‘Afrika’ was en dat de meisjes in strooien rokjes en de jongens met camouflageverf op hun gezicht zouden rondlopen.

Unigwe «Ik was zo verontwaardigd dat ik naar de schooldirecteur ben gestapt. Ik heb nog voorgesteld zelf kleren te maken om te laten zien hoe Afrikanen er écht uitzien, en om verhalen over Afrika te schrijven. De directeur was opgetogen, maar de monitrice, een meisje van in de twintig, wilde er niet van weten: ze deed die kampen al jaren, en niemand had tot dan toe geklaagd. Ze was bovendien al naar Afrika gereisd. Ik weet nog dat ik dacht: ‘Meisjes als jij reizen net om hun stereotypes bevestigd te zien’. Het is ermee geëindigd dat mijn zoon niet mee op kamp is vertrokken.»

Op een avond zat Unigwe geërgerd voor de televisie toen in de Canvascrack een vraag werd gesteld over Barack Obama. Herman Van Molle wilde weten wat de technische term is voor een kind van een blanke en een zwarte.

Unigwe «Ik vond dat echt choquerend. Obama stond op het punt wereldgeschiedenis te schrijven als eerste zwarte president van de VS. Van alle vragen die je over hem kunt stellen, wilden ze dus gewoon horen dat hij een mulat is.

»Op een avond werd mijn man in Turnhout tegengehouden voor een alcoholcontrole. Ik zat naast hem in de auto, mijn twee vriendinnen uit Amerika op de achterbank. Maar zo zag de politie het niet: die zag een blanke man met drie zwarte vrouwen richting Antwerpen rijden. Daar moest meer aan de hand zijn! De politie vroeg aan mijn man of hij mij kende. ‘Jazeker, dat is mijn vrouw.’ ‘Kunt u dat bewijzen?’ ‘Wat voor bewijs wilt u?’ – alsof wij voortdurend met ons trouwboekje rondrijden. Ik zat toen nog in de gemeenteraad van Turnhout (voor CD&V, red.) en heb een brief geschreven aan de burgemeester. De politie heeft zich verontschuldigd.

»Vlamingen denken dat de wereld bij hen begint en eindigt. Alsof ze buiten de geschiedenis staan. Discriminatie is geïnstitutionaliseerd in Vlaanderen, en het is moeilijk om gehoor te vinden voor je klachten. Hoe kun je aan het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding bewijzen dat een eigenaar zijn appartement niet aan jou wil verhuren omdat je gekleurd bent? Mensen hebben niet constant opnameapparatuur op zak – en dan nog.

»Zwarten staan op de laagste trap en kunnen nooit Belg genoeg zijn. Zwart wil zeggen: jij bent niet van hier. Mijn kinderen hebben een Vlaamse voornaam, de achternaam van hun vader, ze zijn in België geboren, en ze spreken accentloos Nederlands. Toch zullen ze altijd de vraag krijgen waar ze vandaan komen. Behalve hier in Atlanta. Het eerste wat mijn kinderen zeiden toen ze van het vliegtuig stapten, was: ‘Wow, hier zijn veel zwarte mensen!’(lacht) Al zullen we daar misschien toch mee moeten oppassen.»


Sihame el Kaouakibi

Directeur Let's Go Urban in Antwerpen

Ze ziet eruit alsof ze voldoet aan de norm – wat die ook moge zijn. Ze spreekt netjes, draagt geen hoofddoek, combineert haar strakke broek met een modieus vestje. Aan haar discours te horen wordt ze straks misschien wel politica, maar voorlopig blijft Sihame El Kaouakibi – ze moet nog altijd dertig worden – coördinator van haar eigen urban-organisatie voor jongeren.

El Kaouakibi «Mensen zien mij als iemand die zich aanpast, als dat brave meisje met haar krullen en hakken, terwijl ik toch mijn eigen weg volg. Die is geplaveid door mijn Marokkaanse roots, maar evenzeer door het feit dat ik in België geboren ben. Ik sta voor taal, voor competentie, voor burger-schap. Ik wil mee aan de wieg van de verandering staan en jongeren meenemen in mijn verhaal. Maar dat ik daarenboven nog eens moslima ben, is er soms te veel aan. Toen ik op Radio 1 werd geïnterviewd, meldde een luisteraar dat hij me ‘hoopvol’ vond, ‘tot ze over religie begon’. Nochtans maakt de islam deel uit van wie ik ben. Mensen blijken daar maar niet doorheen te kunnen kijken.»

Echt racisme maakte ze nog niet mee. Maar El Kaouakibi ziet ook dat angst en onzekerheid Vlaanderen regeren. Dat politici met weinig ambitie en nul visie op integratie de lakens uitdelen. En altijd maar focussen op negatieve verhalen, terwijl er zoveel goeds gebeurt.

El Kaouakibi «De manier waarop wij zijn omgegaan met de hoofddoek is exemplarisch voor het integratiebeleid in dit verdeelde Vlaanderen. Wat een verschil met het Verenigd Koninkrijk, waar men niet handelt vanuit angst, maar waar men vertrekt van de opportuniteiten die al die nationaliteiten bieden. Hier gaat het altijd over wat je achtergrond is, hoeveel broers en zussen je hebt en of die wel allemaal goed zijn terechtgekomen. De vragen die mensen soms durven te stellen! (zucht) We hebben echt vijftig jaar naast elkaar geleefd, hoor.»

Het resultaat: haar oudste zus, met hoofddoek, die door een dokter wordt behandeld alsof ze hem niet begrijpt. Terwijl ze met een doctor getrouwd is – een doctor die eerst in Oxford doceerde en nu in Qatar. En diens broer is vandaag verbonden aan Harvard. Allemaal verloren kapitaal voor Vlaanderen.

El Kaouakibi «Als we er nu niks aan doen, is het over tien jaar nog van dat. Maar ik ben een kritische optimist: de eerste veranderingen zijn zichtbaar. Zeker in de steden, waar de evolutie eens zo sterk en eens zo snel is. Integratie heeft niets te maken met taal of met varkensvlees, maar alles met hoe wendbaar je je opstelt.»


Meryame Kitir

Arbeidster Ford Genk, SP.Akamerlid, gemeenteraadslid in Maasmechelen

Het is eind juni. Meryame Kitir bevindt zich in een lokaaltje van een vereniging in Maasmechelen, waar ze die avond aan lokaal dienstbetoon doet: belastingbrieven invullen. Een vrouw, Kitir schat haar achter in de veertig, neemt plaats aan Kitirs tafeltje. Terwijl Kitir zich over haar personenbelasting ontfermt, vertelt de vrouw kort haar levensverhaal. Bij het afscheid wordt er geglimlacht, handen worden geschud. Kitir «De vrouw loopt naar de toog, waar ik haar hoor zeggen: ‘Ochot, ze spreekt nog Nederlands ook.’ Het ging duidelijk over mij, maar ik was te stomverbaasd om te reageren. Blijkbaar ben ik wél slim genoeg om een belastingbrief in te vullen, maar niet om Nederlands te spreken. Collega's hebben me later die avond aangeraden nog meer onder de mensen te komen. Kijk, ik ben overal aanwezig, ik ben bereikbaar. Wie mij wil aanspreken, kan dat. Maar ik moet toch niet plat op mijn buik gaan?»

Het was één van de weinige momenten waarop Kitir, de Ford-arbeidster die nationaal bekend werd door haar oprechte tranen in het parlement, werd beoordeeld op haar huidskleur. ‘Ik heb het gevoel dat ik veel geluk heb gehad. Hard racisme heb ik vooral bij anderen gezien.’

Bij haar schoonbroer, bijvoorbeeld. Hij heeft in Marokko verpleegkunde gestudeerd, maar omdat zijn diploma hier niet wordt erkend, volgt hij een bijkomende cursus bij de VDAB. Hij gaat aan de slag in de thuisverpleging, komt bij zijn eerste patiënt en krijgt de deur meteen weer in zijn gezicht: ‘Ne bruine komt niet aan mijn lijf!’

Flashback naar het zesde leerjaar. In Kitirs klas komt een man spreken over vluchtelingen. Na de les gaat de bel, iedereen rent naar buiten. De spreker houdt Kitir tegen: ‘En meisje, uit welk land ben jij moeten vluchten?’ De twaalfjarige Meryame begrijpt de vraag niet. ‘Hoezo, vluchten? Ik ben hier geboren.’

Kitir «Die man bedoelde het niet slecht, maar hij was uitsluitend afgegaan op mijn kleur. Dat kenden wij niet. Ik ben opgegroeid in de cité van Eisden, tussen Turken, Italianen, Grieken, Polen en Belgen. Wij wisten wie welke feesten had, wie wat at, hoe die gezinnen leefden. Het was pas op mijn zeventiende, toen ik voor het eerst buiten Limburg kwam, dat ik vragen kreeg. ‘Hoe doen jullie dat met de ramadan? Hoe zit dat met varkensvlees? Hoe is het om in een groot gezin op te groeien?’ Op dat vlak heeft Limburg toch een streepje voor: de integratie is er via de mijnen verlopen.»


Abderrahim Lahlali

Advocaat in Gent, CD&V-gemeenteraadslid in Ronse

‘Vuile Turk’. ‘Makak’. Het was pas toen hij naar de middelbare school ging, dat Abderrahim Lahlali voor het eerst werd uitgescholden. ‘Ik weet nog dat ik dacht: ‘Gek dat ze mij uitmaken. Ik bén toch van Marokkaanse komaf?’ Ik was opgegroeid met het idee dat dat geen verschil maakte.’ Van wijkschooltjes in het Rabot en de Brugse Poort, twee volkse buurten in Gent, naar het SintAmanduscollege was dan ook geen evidente stap voor een kind uit een allochtoon, kansarm arbeidersgezin.

Lahlali «Op het blanke college zijn mijn ogen opengegaan – al heb ik wel goede vrienden aan die tijd overgehouden en was het lerarenkorps uitmuntend, op één uitzondering na. Ineens besefte ik dat meester Henri uit het derde leerjaar helemaal geen goede bedoelingen had gehad toen ik 's ochtends voor de klas minder tijd kreeg dan de anderen om mijn tafels van vermenigvuldiging op te zeggen. Bij de rest van de klas telde hij tot drie, ik kreeg maar één tel om te antwoorden op zijn spervuur van sommen. Mijn twee oudere broers hadden precies dezelfde behandeling gekregen.»

»Meester Henri was een racist tot op het bot – zuiverder dan dat heb ik het nooit meer meegemaakt. Toen ik na lang zagen op bosklas mocht en we 's ochtends een wandeling maakten, stuurde hij me samen met Enver, mijn Turks klasgenootje, voorop. Wij waren de enige twee die die ochtend verplicht een korte broek hadden moeten aantrekken. De rest van de klas had een lange broek aan. Meester Henri deed ons door prikkende struiken lopen. Toen mijn klasgenootjes protesteerden, bulderde meester Henri dat iedereen moest zwijgen. Enver en ik hadden zogezegd een belangrijke taak: wij moesten de weg vrijmaken. Met onze blote benen. Wij waren ook de enige twee van de klas die slaag kregen.»

Later, toen hij stagiair-advocaat werd aan de balie van Gent, botste Lahlali op subtielere vormen van ongelijke behandeling. Terwijl zijn kantoorgenoot zonder problemen dossiers kon inkijken op de griffie, moest Lahlali zijn identiteitskaart tevoorschijn halen. ‘De eerste keer liet ik het passeren, ik wilde er geen zaak van maken. Toen het nog eens gebeurde, sprak ik de griffier erop aan. ‘Aha, dus u bent meester,’ klonk het wantrouwig. ‘Mag ik uw beroepskaart zien?’

Maar zeuren is niet de stijl van Lahlali. Nadat hij in 2003 door de politie werd opgepakt toen hij met vrienden op een pleintje stond te praten, stampte hij met zes jonge Marokkanen de burgerrechtenbeweging Divers & Actief uit de grond. Als advocaat slaagde hij erin om de regering-Verhofstadt te laten veroordelen wegens het uitblijven van de zogenaamde praktijktests voor racisme.

Lahlali »Vlamingen zijn niet per definitie racistisch, maar er is nog veel werk om de bestaande vooroordelen uit de wereld te helpen. De islamofobie is alomtegenwoordig, waardoor moslimjongeren worstelen met hun zelfvertrouwen: de meesten proberen echt hun best te doen om hun islamitische achtergrond en de westerse waarden te verenigen, maar de samenleving gaat er meer en meer van uit dat die werelden haaks op el-kaar staan en dwingt hen vaak tot een keuze. Dat vind ik een verontrustende tendens.»


Yasmine Kherbache

Kabinetschef Elio Di Rupo, SP.A-gemeenteraadslid in Antwerpen

Er was de vrederechter die aan haar, de advocate, vroeg waar haar raadsman bleef. De professor aan de unief die vond dat ze ‘zo mooi’ Nederlands sprak. De racistische haatmails – zeker sinds ze voor de schermen aan politiek doet. In de open brief die Yasmine Kherbache schreef aan Ted Bwatu (de Antwerpenaar die afgelopen lente met een striemend pamflet bekendmaakte dat hij het racisme in zijn stad niet meer aankon en naar Brussel verhuisde), gaf de kabinetschef van de premier toe dat ook zij verwijten heeft moeten slikken. ‘Na verloop van tijd,’ stelde Kherbache, ‘valt het je minder op, glijdt het van je af. Als regenwater van een raam. Maar echt wennen doet het nooit.’ Kherbache «De negatieve ervaringen die ik heb gehad, zijn vooral ingegeven door de angst om gediscrimineerd te worden. Zo dacht ik na mijn rechtenstudie dat ik met mijn naam nooit een stagemeester zou vinden. Ik wist dat allochtonen nu eenmaal minder kansen krijgen in onze samenleving. Dat maakte me onzeker.

»Wat mij vooral getekend heeft, zijn de jaren tachtig. De opkomst van het Vlaams Blok, de gespierde taal die daarmee gepaard ging. Ik woonde met mijn ouders – Vlaamse moeder, Algerijnse vader – en mijn broer in Oelegem, een dorpje in de Antwerpse Kempen. Wij waren de enige allochtonen in het dorp en werden veeleer gezien als een curiosum dan als iets negatiefs, laat staan als een probleem. Maar door het Vlaams Blok kreeg ik het gevoel dat ik niet meer welkom was. Als kind was ik echt bang van Filip Dewinter: die man ging ons persoonlijk terugsturen. Voor een stuk heeft die angst mijn engagement aangewakkerd: een nationalisme dat gebaseerd is op uitsluiting van groepen, is ondermijnend. Daar wil ik tegen ageren.»

En dus trekt Kherbache van leer tegen iedereen die haar stad verdeelt. De discussie over de slogan ‘’t Stad is van iedereen’, de patsers met hun chique bakken en de vreemdelingentaks: de Antwerpse oppositie kreeg de thema's de voorbije maanden in de schoot geworpen.

Kherbache «Ik wil niet na een jaar al de balans opmaken van het nieuwe bestuur, maar het opdelen is bijna symptomatisch geworden. Er is een Vlaamse grondstroom die door extremisten en nationalisten wordt misbruikt om het ongenoegen bij de mensen aan te wakkeren. Het gaat van kwaad toterger:eerstwarenhetdeallochtonen, nu zijn het de WalenendePS.Ikzegnietdatde N-VA racistisch is, maar wie op die manier verdeeldheid zaait, creëert wel een voedingsbodem voor onverdraagzaamheid. Wat dat betreft, ben ik niet optimistisch.»


Zuhal Demir

Advocate, N-VAdistrictsburgemeester in Antwerpen

Toen Zuhal Demir in 2010 kandideerde voor de federale verkiezingen was ze amper dertig. Maar het was niet haar leeftijd die voor ophef zorgde: ze was een Turks-Koerdische advocate die op een lijst van de N-VA ging staan, dát zorgde voor de nodige commotie.

Demir «Ik heb me altijd moeten verantwoorden voor mijn partijkeuze. Aan een allochtoon die op de lijst van SP.A of Groen gaat staan, wordt niets gevraagd. Ik vind dat gek, ja. Ik ben toch even veel Vlaming als iedereen die hier geboren is?» Het begon al in de cité van Waterschei, waar Zuhal in het wijkschooltje werd ingedeeld in de B-klas. Vader Demir boos: het was niet omdat zijn dochter thuis Turks sprak, dat ze niet in de A-klas thuishoorde. Ook in het Genkse lyceum – in Schotse rok en groene trui – was het vechten tegen de vooroordelen, zelfs na een geslaagd eerste jaar. Een Turks kind dat al in de Latijnse zat én Frans en Engels kreeg, waarom moest dat zo nodig voor Grieks gaan?

Demir «De slachtofferrol heb ik altijd geweigerd. Mijn motto is: get over it en doe het gewoon. Die instelling heb ik van thuis meegekregen: op een bepaald moment heeft mijn vader beslist de cité te verlaten. We verhuisden naar een Vlaamse wijk, met allemaal nette huizen, om echt te integreren. De buurt schrok: een Turks gezin met vijf kinderen, ik hoef daar geen tekening bij te maken. Maar mijn vader is overal gaan aanbellen: ‘Wees gerust, wij komen met goede bedoelingen.’

Racisme kwam pas ter sprake toen Demir als rechtenstudente op stap ging met haar twee broers. Allebei ingenieursstudent, maar niet welkom in de cafés waar hun zus wel binnen mocht.

Demir «De passieve migratie heeft de reputatie van de nieuwkomers voorgoed veranderd – dat én de grootschalige regularisatie-operaties van de regering-Verhofstadt. Vroeger kwamen gastarbeiders om de welstand te helpen verhogen, de migranten van de laatste vijftien jaar hebben dat beeld aan diggelen geslagen. Om nog maar te zwijgen van de verhoogde criminaliteit – zonder te willen veralgemenen. Sorry, maar 200.000 illegalen die de taal niet spreken, geen werk hebben en die ten laste zijn van het OCMW: onze samenleving kan dat niet aan. Migratie kan een positief verhaal zijn, op voorwaarde dat het over normale aantallen gaat en nieuwkomers moeite doen om zich te integreren.

»Dat wij met de N-VA voor verdeeldheid zouden zorgen, is onzin. Ik ga niet ontkennen dat er in Antwerpen samenlevingsproblemen zijn, maar de situatie zoals Ted Bwatu die in zijn pamflet schetste toen hij aankondigde dat hij Antwerpen verliet, herken ik niet. De N-VA werkt net gemeenschapsvormend! Van nieuwkomers verwachten we dat ze de basiswaarden van onze samenleving respecteren: holebirechten, vrijheid van meningsuiting, gelijkberechtiging van vrouwen. En dat ze de taal spreken. Het is dankzij de N-VA dat de nieuwe talennota in het onderwijs er is gekomen en dat kleuters die het Nederlands niet voldoende machtig zijn een taalbad krijgen. (Zucht) Maar wat we ook doen, de Tom Lanoyes van deze wereld zullen altijd proberen ons in hetzelfde hokje te duwen als het Vlaams Belang.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234