null Beeld

Villagers kleurt in Het Depot voorzichtig buiten de lijntjes

Het Depot was de allerlaatste stop van Villagers’ tour, en dat viel eraan te merken.

Niet dat de band een vermoeide indruk naliet – integendeel: Conor O’Briens doodbrave muzikanten leken op tijd te zijn gaan slapen na een kopje thee met honing – maar het vijftal was ondertussen beangstigend goed op elkaar ingespeeld. Te goed misschien. In het begin van de show klonk alles zo afgeborsteld dat het publiek haast niet durfde te bewegen, bang om het muzikale porselein te breken. En toen liet de man vóór ons zijn volle glas Duvel vallen.

O’Brien zingt geweldig, immer teder, maar nooit écht intens. Zelfs als hij uithaalt naar zijn kopstem, klinkt dat nauwkeurig afgemeten – met een mahoniehouten latje op zijn kristallen stembanden. Op die manier schipperde het openingskwartier (‘Did You Know’, ‘Memoir’ en ‘Everything I Am Is Yours’) tussen bloedmooi en behoorlijk saai. Maar kijk: vanuit het niets haalde de Ier voor de godvergeten dronkenmansballad ‘No One to Blame’ een trompet boven, om de intro te voorzien van een eenzame, koperen schreeuw. Absoluut hoogtepunt. Plots vond O’Brien een zekere nonchalance, een zeker croonergehalte terug. Plots vielen zijn pornosnor en baret op hun plaats. Dát is hoe we het willen, Conor!

Daarna was het eindelijk tijd voor songs van die heerlijke laatste langspeler ‘The Art of Pretending to Swim’. ‘Love Came with All That It Brings’ was prachtige fluistertriphop die geleidelijk aan ontspoorde – niemand prevelt zo teder ‘motherfucker’ in de microfoon als O’Brien. ‘Again’ had een verrassend hippe beat, maar het was vooral die vocaal-melodieuze spanningsboog die naar adem deed happen – hetzelfde gold voor ‘Sweet Saviour’. Die kleine, bescheiden Ier kan naar de keel grijpen, en vanaf dan heeft hij je in zijn macht en bepaalt híj wanneer hij je zal loslaten. En o, wat voelt die release heerlijk. (Voor wie er niet bij was: beluister ‘Again’ eens vanaf 0:45 en ‘Sweet Saviour’ vanaf 1:23. Misschien snapt u dan wat ik bedoel).

Ja, het waren vooral de nummers van die laatste plaat die overtuigden. ‘Long Time Waiting’ liet even losbandigheid toe, en tijdens ‘Trick of the Light’ waren we van begin tot einde op zoek naar die verdomde triangel – tevergeefs. En toen was er ‘The Waves’ uit 2013, dat als een oude vriend vanuit het niets opdook.

Toegegeven, ik ben een grote fan van Villagers, en z’n eerste twee platen zijn erg belangrijk geweest in mijn late tienerjaren. Natúúrlijk was het het doodjammer dat hij zijn debuut ‘Becoming a Jackal’ compleet negeerde, en uit ‘Awayland’ enkel ‘The Waves’ en crowdpleaser ‘Nothing Arrived’ overbleven. Mijn hart sprong even op toen de beginakkoorden van ‘Everything I Am Is Yours’ leken op die van ‘Set the Tigers Free’. Toen ‘Long Time Waiting’ de intro van ‘I Saw the Dead’ recycleerde, voelde dat bijna als hoogverraad aan.

En toch moet ik toegeven: op het lichtjes saaie begin na bracht O’Brien gisteren een set vol uitermate boeiend nieuw werk dat zelden moest onderdoen voor mijn all time favourites. Met zijn laatste plaat voegde hij weer spanning toe aan zijn oeuvre, dat omstreeks 2016 leek uit te doven. Villagers durft weer voorzichtig buiten de lijntjes te kleuren, en dán komt de genialiteit bovendrijven. Ik ben er ondertussen zeker van: Conor is een buitengewoon songschrijver.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234