null Beeld

'Vlaanderen op iets te Vlaamse wijze'Dwarskijker over 'Den elfde van den elfde' en 'Stukken van mensen'

Den elfde van den elfde' draaide uit op door-geschoten naturalisme dat, in het licht van een stallantaarn, de schijn van melodrama had.

'Den elfde van den elfde' draaide uit op door-geschoten naturalisme dat, in het licht van een stallantaarn, de schijn van melodrama had'


Den elfde van den elfde

Eén – 14 februari

1.284.417 mensen – een hoop volk – keken naar de afwikkeling van ‘Den elfde van den elfde’. Eén van hen was ik. Eerlijk: ik zat er vooral ambtshalve naar te kijken, want in de loop van de zeven afleveringen slaagde ik er maar niet in om me aan deze serie te hechten. Ooit zal ik wel met kennis van zaken beweerd hebben dat je een dramaserie niet op haar eerste aflevering moet beoordelen en dat ze geen liefde op het eerste gezicht móét zijn. Nu beweer ik dat je er van meet af aan toch enigszins aan moet blijven haken. En dat je er vervolgens, in het beste geval, helemaal in moet kunnen opgaan, bij voorkeur met kinderlijke overgave, en niet gehinderd door welke kennis van zaken dan ook. Dat geluk was me tijdens ‘Den elfde van den elfde’ niet beschoren: de gewild bedompte sfeer, Vlaanderen op iets te Vlaamse wijze, sprak me ook in dramatisch opzicht niet aan, en ik voelde uiteindelijk noch sympathie noch antipathie voor de personages. Ik bleef ze maar vanaf een afstandje aankijken en dacht hooguit dat de varkensboerin Marie-José Geunings (Frieda Pittoors), starend naar niets in het bijzonder, behoorlijk lang in een lijdzame gezichtsuitdrukking kon volharden. Nu, aan de rolbezetting zal het anders wel niet gelegen hebben, want die bestond voor het overgrote deel uit talentrijke acteurs aan wie ik mijn bewondering graag vergooi. Acteurs die van hun professie hun beroep hebben gemaakt, zijn niet aldoor verantwoordelijk voor het materiaal dat ze te verstouwen krijgen.

Het scenario van ‘Den elfde van den elfde’, en famille geschreven door het echtpaar Van Dyck-Reijs – gezelligheid kende vast geen tijd – zou ik niet meteen met lovende woorden overladen mocht iemand me op de man af vragen: ‘Is dat scenario nu een geslaagde worp of niet, mijn beste?’ ’t Valt me geweldig mee dat niemand me zulke vragen stelt, noch mij met ‘mijn beste’ aanspreekt, want de meeste mensen hebben in dit ontplofbaar tijdsgewricht wel wat anders aan hun hoofd.

‘Den elfde van den elfde’ draaide uit op het soort doorgeschoten naturalisme dat, in het licht van een stallantaarn, de schijn van melodrama had. Er komt me een scènetje voor de geest waarin dokter Pol Driesen, gespeeld door de in velerlei opzichten interessante Peter De Graef, op de verkiezing van Prins Carnaval een bedwelmingsmiddel in het glas cola van Serge (Lukas Smolders) giet. Dat doet dokter Pol ostentatief tersluiks, waardoor hij me aan een nadrukkelijke booswicht in het 19de-eeuwse theater deed denken. Ik maak me sterk dat dit dramatische moment geen geraffineerd stijlcitaat was. Deze serie had wel vaker iets ouderwets, ondanks de muzikale nummers die het doorgeschoten naturalisme even uit z’n hengsels lichtten, maar er al bij al niet zoveel toe deden.

Nadat Yvonne Geunings (Eva Van Der Gucht) haar vader Hubert (Jan Decleir) er in een monoloog publiekelijk aan had herinnerd dat hij zich aan haar en haar broer Frank had vergrepen – verlos ons stilaan van ‘Festen’! – nam het einde een aanvang. Hubert, die het al sinds de eerste aflevering aan zijn tikker had, stortte voor dood neer. Hij overleefde alweer een hartaanval, maar besloot toch maar, wellicht als boetedoening, te sterven. Op natuurlijke wijze en onder toezicht van dokter Pol dan nog wel. We zagen die twee op een akker staan. Hubert kloste naar adem happend heen en weer, terwijl dokter Pol hem aanmoedigde: ‘Komaan, Hubert, volhouden! Komaan, Hubert, lópen! Voor uw kinderen!’ Ja, dat was lachen. Ter plekke doodvallen wilde eerst niet lukken, maar even later wel. Deze scène had zo tragisch en grotesk moeten zijn dat je je niet meer afvroeg of ze wel geloofwaardig was, maar nog het meest zag ik een potsierlijk tafereel dat later mogelijk nog een eigen leven zal gaan leiden in tv-programma’s die er de draak mee steken. Tussen haakjes: hoe zou Alejandro González Iñárritu – u kent ’m wel – de dood van Hubert hebben vormgegeven? We zullen het nooit weten.

De lever van Hubert ging linea recta, en aan boord van een helikopter, naar zijn zoon Frank, die aan een levertransplantatie toe was. Frank kneep er als Prins Carnaval tijdens de praalstoet tussenuit en zijn gemaskerde en eveneens in een prinsenkostuum gestoken zus, zijn rivale tijdens de prinsverkiezing, nam ongemerkt zijn plaats in. De carnavalsvierders waren wellicht al te dronken om te zien dat broer en zus nogal verschilden van postuur. Ondertussen was ook al gebleken dat Betty en Joris geen neef en nicht van elkaar waren, zodat ze het voortaan ongehinderd met elkaar mochten aanleggen: Joris bleek een zoon van dokter Pol te zijn – niemand hoefde mijn verbazing nog te schetsen. Deze dekselse esculaap had hem ooit tijdens het carnaval bij Chantal verwekt, de wettige echtgenote van Frank. Dat had Frank al die tijd geweten en manmoedig verkropt. Zo maken ze ze niet meer.

Je moest al een wezenloze optimist zijn om te geloven dat alles weer in de plooi viel ter hoogte van het gehucht Kerke, dat tijdens het carnaval Knorrendonk heet. Bedenk maar eens dat Hubert er decennialang de onbetwiste Prins Carnaval was geweest. Zou zijn lever wel een geschenk uit de hemel zijn? En hoe draaglijk is het besef dat je lever ooit deel heeft uitgemaakt van een vader die zich aan je vergrepen heeft in je dagen van onschuld? Let wel: deze vragen hoeven niet noodzakelijk tot een vervolg op ‘Den elfde van den elfde’ te leiden.

Jezusmina, de zon neigt al ter kimme! Laat ik er dan maar een slotzin tegenaan gooien: ik associeer Tom Van Dyck nog altijd het liefst met ‘Van vlees en bloed’.

undefined

null Beeld

'Evy Gruyaert, de bevallige gastvrouw, zei tegen de aan-bieder: 'Een orgel? Wie koopt er nu nog een orgel? Behalve meneer pastoor dan'


Stukken van mensen

VIER – 16 februari

Ik blijk niet afkerig te zijn van ‘Stukken van mensen’, een tijdpassering waarin de mensen uit de titel een mooi of belangwekkend of zeldzaam voorwerp te koop aanbieden aan vier experten inzake antiek en brocante, die naar verluidt ook op hoog niveau en op internationale schaal handel drijven in zulke uitgelezen artikelen. Aangezien niets menselijks hun vreemd is, proberen beide partijen zoveel mogelijk geld aan elkaar te verdienen, wat voor de experten uiteraard neerkomt op: een koopje doen terwijl de aanbieder toch de indruk heeft dat juist híj een goede zaak heeft gedaan. We mogen dat nogal vertrouwelijke en psychologische spel van loven en bieden van dichtbij meemaken: een tête-à-tête met de expert in wie de aanbieder, na een summier inleidend gesprek, de beste afnemer ziet. Daarbij valt op dat Paul De Grande, Patrick Vandervorst, Bie Baert en Boris Devis, de experten, te allen tijde beschaafd blijven, ook al durft de aanbieder een onbeschaafd hoge prijs voor zijn vermoedelijke kleinood te vragen. Ze zijn ook dusdanig aimabel dat ik haast over het hoofd zie dat vriendelijkheid een basisvereiste is in de handel, maar toch komt het me voor dat je in hun branche meer lady’s en gentlemen tegenkomt dan in de schroothandel waar ik weleens iets te koop heb aangeboden, met een pak slaag tot gevolg.

Als deeltijdmisantroop zat ik tijdens ‘Stukken van mensen’ aldoor op nadrukkelijke tekenen van hebzucht te wachten, een diepmenselijke eigenschap, maar dat viel tot nog toe tegen. Hoewel de aanbieders meestal aanzienlijk minder kregen dan ze op basis van vraagprijzen op eBay gedroomd hadden, schikten ze zich nogal snel in het bedrag dat de expert voorstelde. Eén man bofte geweldig: hij had op een rommelmarkt voor 20 euro een set tafelbestek van de Deense designer Arne Jacobsen gekocht – de verkoper op die markt had 25 euro gevraagd, maar ach, er kon nog wel 5 euro af. Boris Devis had, met de glimlach, 1.550 euro over voor dat assortiment Deense messen, vorken en lepels uit 1957. Zou hij dat tafelbestek nog met winst kunnen verkopen aan iemand die deze aflevering van ‘Stukken van mensen’ heeft gezien?

Het aardige van dit programma is ook dat ik mezelf toesta er vrijelijk bij af te dwalen: een vrouw bood een prachtige zwarte jurk aan van Ann Salens (1940-1994), een getalenteerde Antwerpse modeontwerpster die de Antwerpse Zes vóór was, en het daardoor met veel minder renommee heeft moeten stellen. De aanbiedster bleek nog model bij Ann Salens te zijn geweest, waardoor het mij nog meer zonde leek dat ze die jurk – een ruisende werveling van franjes – voor 800 euro van de hand deed. ‘Als ik aan couture denk, denk ik aan andere namen,’ zei expert Paul De Grande, en dat had hij beter niet gezegd, want het klonk mij iets te geringschattend in de oren.

Ik kwam er in dit programma ook achter dat de experten geen brood zagen in een hoed en een wandelstok van Charlie Chaplin, noch in een gesigneerde cowboyhoed van Larry Hagman en al evenmin in een gecertificeerde mondharmonica van Toots Thielemans. Patrick Vandervorst was bereid 7.500 euro voor een gouden schoenlepel van Frank Sinatra af te schuiven, en om die aanwinst werd hij kennelijk door de andere experten benijd, zij het erg collegiaal.

Ook een Decaporgel uit 1977 – vraagprijs 55.000 euro – vond geen afnemer. Evy Gruyaert, die in dit programma voor bevallige gastvrouw speelt, zei tegen de aanbieder: ‘Een orgel? Wie koopt er nu nog een orgel? Behalve meneer pastoor dan.’ Het lijkt me handig om het nu ook weer niet zo subtiele verschil tussen een kerkorgel en een Decaporgel te kennen als je grondpersoneel van ‘Stukken van mensen’ bent. Maar nu ik tegen wil en dank bij de woorden van de lieftallige Evy stilsta: hadden Decaporgels de leegloop van de kerken kunnen tegengaan?

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234