null Beeld

Voetballegende Rik Coppens is overleden

Spits in alle opzichten: Rik Coppens was een droom om naar te kijken en een genot om naar te luisteren. De wondervoetballer die Beerschot en de nationale ploeg opwinding en rock-'n-roll cadeau deed, is overleden. Hij was 84 toen het sinistere mannetje met de zeis hem de bal door de benen speelde.


In 2010 gaf hij zijn laatste Humo-interview. Herlees het hier:

Humo sprak met Rik Coppens (80)

(Verschenen in Humo 3635/18 op 4 mei 2010)

In de jaren veertig, vijftig en zestig heette Germinal Beerschot nog gewoon den Beerschot. Daarmee is een zekere vorm van heimwee al gelegitimeerd, zeker als je ook nog eens denkt aan het genie dat het Kiel in die tijd in extase bracht. Rik Coppens: snelle jongen, buteur, wonder van een voetballer. De allereerste Gouden Schoen ook, trotse Rode Duivel, en een James Dean op noppen: waar Coppens kwam, raakte het volk in vervoering.

null Beeld

Zes decennia later zitten we vijf hoog in Wilrijk, waar Coppens nog altijd maar een klein knikje met de kin nodig heeft om naar zijn Beerschot te wijzen: de lichtmasten van het stadion zijn zichtbaar vanuit zijn appartement. De grote liefde moet binnen wandelafstand blijven – ook al snikt en snauwt hij alleen maar als het over het Beerschot van nu gaat.

Coppens is frêle geworden, zien we meteen, en zuiniger op zijn woorden. Maar nog steeds laat hij zich geen mening aanpraten en cultiveert hij zijn stugheid. Hij spreekt plat Antwerps – dit is een vertaald interview – en rolt nog steeds met de ogen wanneer een vraag hem onnozel lijkt. Om ze vervolgens met veel verve te beantwoorden, dat wel. Wijkt het hele gesprek niet van zijn zijde en vult aan waar nodig: Denise, de echtgenote, en misschien wel de enige die hem ooit helemaal heeft kunnen doorgronden.

De aanleiding voor het gesprek: enkele dagen na het interview, op 29 april, zal Coppens tachtig worden.

HUMO Ga je die verjaardag uitge­breid vieren? We zeggen maar wat: heel Beerschot uitnodigen?

Rik Coppens «Gék! Ze weten daar niet eens wanneer ik jarig ben – in hun boek (’100 jaar Beerschot’, red.) staat mijn geboortedatum verkeerd. En wat heeft dat nu te betekenen, tachtig? ’t Is gewoon een getal.»

Denise «In het Frans klinkt het veel mooier.»

Coppens «Quatre-vingt, ja, dát zou ik ook wel vieren.

»De stad wilde me huldigen. Ik heb beleefd geweigerd: het zegt me niets. Allemaal last.»

HUMO Ga je nog weleens naar Ger­minal Beerschot kijken?

Coppens (categoriek) «Neen. Ik blijf thuis en ik zet Belgacom TV op. Vaak haal ik het einde van een match niet. Bij wedstrijden van andere ploegen sukkel ik rond halftime al in slaap. Matchen van Beerschot, da’s wat anders: die zijn voor mij té spannend om bij in slaap te vallen. Enfin, eigenlijk word ik er gewoon mottig van.»

HUMO Omdat je het voetbal niet goed vindt?

Coppens «Welk voetbal? ’t Is afschuwelijk. In het begin van het seizoen, ja, toen hebben ze een fantastische periode gehad. Maar daarna zakte het helemaal in elkaar. Ik weet ook niet hoe dat komt. Niemand die het verschil kan maken, zeker?»

HUMO Er lopen nochtans goeie voetballers op het Kiel. Zo’n Sherjill MacDonald, die kan toch iets met een bal?

Coppens «Ah, MacDonald! Bij Roeselare liet die mooie dingen zien, akkoord. Maar nu, bij Beerschot? Een echt goeie spits is niet alleen snel – want dat is die MacDonald wel – maar heeft ook een demarrage. Hóp, op twee meters moet je weg zijn. Maar voor die MacDonald vertrokken is, is de match al gedaan!

»Daniel Cruz, nog zo iemand waar altijd dik over gedaan wordt. Die jongen kan gewoon niemand op snelheid voorbij, en wanneer hij zich geen raad meer weet, gaat hij liggen. Eén goeie match heb ik die weten spelen, één! Dat was de bekerfinale in 2005 (2-1 winst tegen Club Brugge, red.). Maar toen was héél Beerschot plots super. Ongelooflijk hoe die gasten toen konden lopen. Ik geloof nog altijd dat de Goossens (Chris Goossens, clubarts van Germinal Beerschot, red.) daar voor iets tussenzat. Goeie dokter, hè (lachje).»

HUMO Ken jij de mensen die mo­ menteel aan het roer van de club staan?

Coppens «De voorzitter, bedoel je? Ik vergeet zijn naam altijd weer. Herman Kesters, die is ’t. Tja, als ik die nog maar zie... Dat marcheert niet tussen ons. Zeker niet sinds hij moeilijk begon te doen over de uitnodiging die ik altijd kreeg voor de thuismatchen van Beerschot.

»Jos Verhaeghen is wél een toffe gast, en die kent tenminste iets van voetbal.»

HUMO Word je nog vaak herkend op straat?

Coppens «Regelmatig. Ook door jonge gasten, ja, zelfs door Marokkaantjes. Beerschot is een traditieclub: ze respecteren er hun historie. Op de tribunes toch.»

HUMO Wat denk je van de Ant­ werpse fusieplannen die om de ha­ verklap opduiken?

Coppens «Ik geloof niet dat die fusie er ooit komt. Zoals ik ook niet geloof dat dat nieuwe stadion er ooit echt zal staan. Petroleum Zuid, wat is dat nu voor een locatie? Die van Antwerp gaan daar toch nooit naartoe komen?»

Denise «En waarom zo’n gróót stadion? Op dit moment trekt Beerschot tienduizend, soms elfduizend supporters. En niet omdat er te weinig plaats is, hè: het Kiel zit zelden vol. Vijftienduizend supporters zou op dit moment al een record zijn. Gaan voetballen in zo’n groot geval dat halfleeg zit: daar zie ik de romantiek niet meteen van in. Het kan handig zijn als je Europees speelt, maar dat zit er toch niet in met dit bestuur.»

HUMO Volg je de rest van het Bel­ gische voetbal nog op de voet? De walkover van Anderlecht gezien?

Coppens «Ik behelp me met kranten en televisie. En Anderlecht was duidelijk de beste ploeg, hè. Zo’n Boussoufa zie ik wel graag spelen: clever manneke. Duidelijk in Nederland gevormd.»

HUMO Geloof je in Romelu Lukaku?

Coppens «Wat een kracht, hè. Bijna abnormaal voor een zestienjarige. En technisch zeker goed genoeg voor de top, jaja. Ik heb hem iets zien doen dat ik óók deed. Wat? (Geheimzinnig) Zeg ik niet. Het heeft te maken met hoe je een man afhoudt. Hij gebruikt dezelfde kneepjes als ik indertijd. En de koelbloedigheid waarmee hij de dingen aanpakt, die herken ik ook.»

HUMO Kan zo’n jongen in z’n een­ tje de nationale ploeg redden?

Coppens «Dat moet haast wel. Want de rest, tja. Kompany, Vermaelen, Vertonghen, Lombaerts: die gasten kunnen sjotten hoor, maar ’t is met de nationale ploeg een beetje als met Beerschot: ik zie niemand die de boel in z’n eentje kan forceren. Terwijl het voetbal daar toch wat op is gaan teren. Ploegen als Sint-Truiden, Kortrijk, Charleroi en noem maar op hebben stuk voor stuk een mannetje rondlopen dat net dat tikkeltje meer kan. En zo’n gast mis ik dus. Defour? Uitstekende voetballer, maar hij moet naar de max gaan, hè. Zoals Lukaku dat wel al doet.»

HUMO Kun je nog echt genieten van internationaal topvoetbal? Van artiesten als Zidane, Rooney en Messi?

Coppens «Goh... Ik kan niet zeggen dat het me koud laat. Maar onbevangen kijken is er niet meer bij. Ik merk dat ik haast automatisch zit te vergelijken met de grote mannen uit het verleden. Dat ik zit af te toetsen: die heeft iets van Di Stéfano, die is meer Maradona.»

HUMO Dat brengt ons naadloos bij de vraag...

Coppens «... wie de allergrootste was? Ik weet het niet, jong. Moet ik dan Puskás zeggen of Di Stéfano? Maradona, Cruijff, Messi? Voetbal is geen koers, hè, waar de beste gewoon wint. Zelfs binnen hetzelfde tijdvak is het moeilijk om te vergeijken. Puskás en Di Stéfano waren twee totaal verschillende voetballers, op een andere positie en met een andere stijl.»


Blanco cheque

HUMO Hou je eigenlijk van het voetbal zoals het nu gespeeld wordt? Je liet je al eens ontvallen dat je het te hard, te fysiek vindt.

Coppens «Ik heb nooit stampen gekregen. Ook wel omdat ik slim en snel was, en ervoor zorgde dat ze mij niet konden raken. Cruijff had dat ook, die kregen ze ook nooit onder de zoden geschoffeld. Een goeie voetballer – en ik reken mezelf gemakshalve tot die soort – riekt wanneer hij aangetikt gaat worden. Die heeft daar de feeling voor.»

HUMO Dan is de voetballer mis­ schien dommer geworden, in plaats van het spel harder?

Coppens «Neenee, voetbal ís harder geworden. Vuil, dat is het woord: vuil. Er wordt gestampt en geschoffeld, en de scheidsrechters laten betijen. In Germinal Beerschot – Standard pleegde Mbokani een halve aanslag op Wanyama: niet eens geel! Vroeger was de zuivere tackle nog een kunst. Ik herinner me de broers Van de Ven van Berchem Sport. Die hadden de perfecte sliding in hun voeten: altijd correct, altijd op de bal in plaats van op de man. Dan heb je geen malheuren voor.»

HUMO Jij bent toch ook ’s een poosje out geweest?

Coppens «Klopt, maar die blessure was geen gevolg van een contact. ’t Was op Racing Mechelen. Ik ging naar een hoge bal en ik voel de ’t meteen: een verrekkingske. Op zich onschuldig, alleen bestond er toen nog geen Chris Goossens: de medische begeleiding was heel beperkt. Ik speelde de volgende weken gewoon verder, waardoor die verrekking een scheur werd. Tot er maar één optie meer was: opereren, en enkele maanden revalideren.

»Er bestaat daar nog een goed verhaal over. Er circuleren véél goeie verhalen over mij, maar dit wordt altijd wat vergeten, terwijl het net zo’n schoon is. Na die revalidatie maak ik mijn wederoptre-den bij de reserven. Een matchke tegen Beringen, op zondag. Wel, daar zijn toen tienduizend supporters op afgekomen. Tienduizend, voor een wedstrijd van de reserven! Allemaal om de comeback van Coppens te zien.

»We wonnen die wedstrijd met 9-1, en het bizarre is: ik maakte geen enkele goal. Wel zeven potten aangegeven, maar zelf geen enkele gemaakt. Omdat ik met de poepers zat. Die periode net na m’n blessure moet de enige zijn waar in ik wat bang op het veld stond, niet de zelfverzekerde spits was die het wel allemaal even zou oplossen. Zo’n blessure maakt je toch wat kwetsbaar, hè: je wil het niet nog eens meemaken. Maar dat was rap voorbij, hoor.»

HUMO Nog zo’n typisch Coppens­ verhaal: je zou ooit een doelpunt gemaakt hebben met je neus.

Coppens «Ha, dat verhaal wordt nog altijd voor waar verteld. Terwijl er dus niets van klopt, hè.

»’t Was weer in een wedstrijd tegen Beringen. Hondenweer: het regende pijpenstelen en het terrein lag er bijzonder zwaar bij. Ik had een aanval opgezet, de doelman had de bal gepakt en gooide die op om ’m uit te trappen – zo deden keepers dat in die tijd. Maar ik kon de bal afpakken voor die keeper er zijn voet tegen kon zetten en liep ermee de goal in. Daar is achteraf van gemaakt dat ik voor de doellijn op m’n buik was gaan liggen en de bal met m’n neus over de lijn geduwd had. Kom zeg, dat strafschopgebied was één modderpoel, en de ballen waren nog heel zwaar toen – denk je dat ik dat ding met mijn neuzeke over de lijn had gekregen? Zo’n joekel is het toch niet?»

HUMO Waren er indertijd voetbal­ lers met een snellere demarrage dan die van jou?

Coppens «Denk ik niet.

»Ik herinner me m’n legerdienst: in ’t Nachtegalenpark deden we toen vaak conditietests. Wel, als ik dan de honderd meter liep, had ik iets van Armin Hary (legendarische Duitse sprinter, Olympisch kampioen op de 100 meter in 1960, red.). Die had een ongelooflijke reactiesnelheid: het verschil maakte hij altijd in de eerste meters. Dat zat er bij mij ook wel in. Ik was heel rap weg, en da’s natuurlijk cruciaal voor een spits, die eerste meters. Want op een voetbalveld moet je zelden een volledige honderd meter lopen, hè. Een gave, hoor, die snelheid: ik heb ze gekrégen – ik heb er nooit iets specifieks voor gedaan.»

HUMO Er wordt altijd gezegd dat een resem buitenlandse topclubs in jou geïnteresseerd was. Maar hoe serieus was die belangstel­ling?

Coppens «Van vier clubs was de interesse echt concreet. Eerst was er Napels. Dan Inter Milaan, Español en Barcelona. Dat kwam zo: DiStéfano zou naar Barcelona gaan, maar Franco was er zich mee gaan bemoeien – Di Stéfano moest naar zijn Real Madrid komen – en toen is Barcelona bij mij komen aankloppen. Maar net als bij die andere buitenlandse clubs was het antwoord een droge njet. Transfers, dat was not done, en als het bestuur het been stijf hield, bleef je netjes bij je club. Nu goed, daar haalde ik ook m’n voordeel uit. Opslag vragen, hè. Ik heb altijd goed verdiend. Ik ben ook nooit kwaad geweest op Beerschot. Zo gingen de zaken nu eenmaal: je zat vast aan je club.

»Een makelaar heeft me ooit ’s een blanco cheque onder de neus geschoven. Ik mocht een bedrag naar keuze invullen. Maar al sla je me dood: ik weet niet meer over welke club het ging. Alleszins een buitenlandse.»

HUMO In theorie mochten jullie toch geen geld verdienen?

null Beeld

Coppens «Officieel waren wij amateurs. Je mocht dus geen profcontract hebben, en schnabbels waren verboden. Reclame maken voor een merk van voetbalschoenen bijvoorbeeld was totaal uit den boze. Ik ben ooit prijzen gaan uitreiken aan de winnaars van een pronostiekwedstrijd. Ik kreeg meteen de Voetbalbond achter m’n kladden: of ik daar toch zeker niets mee verdiend had.

»In Amsterdam heb ik eens een demonstratiematch gespeeld met een selectie van Europese grootheden, tegen Puskás en zo. Daar kreeg ik achtduizend frank voor, maar dat was nog een heel gedoe, want het mocht absoluut niet geweten zijn dat ik daar geld voor kreeg. Laat staan in het zwart.»

HUMO Tegenwoordig heet iemand een goeie trainer als hij zijn spe­ lers individueel beter maakt. Wat denk jij?

Coppens «Ik weet niet of een trainer dat kan. Een topvoetballer, dat word je niet, dat bén je. Voetbal moet in je lijf zitten. Ik was zestien toen ik in de eerste ploeg stond. Goed, dat was misschien een beetje exceptioneel, maar toch. Toen was ik al de voetballer die ik altijd gebleven ben.

»Ik heb, geloof ik, nooit wat geleerd van een trainer. Of toch, één ding, van een jeugdtrainer. Hoe ik een bal moest leggen om een corner of vrije schop te trappen. We speelden toen nog met van die zware ballen met een nestel, hè. ’t Maakte dus wel een verschil hoe je dat ding op de grond legde. Maar de ech-

te, fundamentele zaken? Niet van een trainer geleerd. Lukaku heeft geen Ariël Jacobs nodig, hoor.

»Een trainer is alleen maar nuttig voor het plan

HUMO Het plan?

Coppens «De tactiek. Wie heeft in de Champions League Messi kunnen stuiten? José Mourinho, hè, met al zijn plannen en strategieën.»

HUMO Luisterde jij indertijd eigenlijk naar de trainer?

Coppens «Nee. Nooit. Een trainer moet zijn beste voetballers vooral hun goesting laten doen.»


Stokvis

HUMO Je ouders hadden een viswinkel. Moest je vaak helpen?

Coppens «Ik ben er, euh, veel geweest – gewerkt zou ik niet direct zeggen (lacht). Trainen was een elegante manier om van huis weg te zijn. Staf, mijn broer, heeft de winkel tot zijn pensioen opengehouden. Ik deed af en toe wat achter de schermen. De vis gaan ophalen met de camion, bijvoorbeeld. Maar al vroeg was duidelijk dat ik voetballer zou worden: ik liep áltijd met een balleke rond.

»Ik ben er wel nog altijd van overtuigd dat opgroeien in die viswinkel goed is geweest voor mijn carrière. Ik had sterke beenderen, en heel stevige benen en billen: dat had volgens mij iets te maken met de stokvis die ik altijd te eten kreeg. Dat zit toch vol proteïnen, niet?

»Je vindt het nu bijna niet meer, maar voor mij gaat er nog steeds niets boven een portie stokvis met een mosterdsausje. (Droomt weg) Of rog. Tarbot! Een goed stukje kabeljauw. Schelvis. Paling. Een tong. Of een pieterman, al moet je daar tegenwoordig ook al lang naar zoeken.»

HUMO Eet je nu nog altijd liever vis dan vlees?

Coppens «Twintig keer liever! Ik eet nog nauwelijks vlees. Ja, een sandwich met américain, dat eet ik nog op. Maar echt goed vlees vind je niet meer.

»Goeie vis wordt ook zeldzaam, hoor. Kijk eens rond: de viswinkel is verdwenen uit het straatbeeld, samen met de bakker, de beenhouwer en het café. Je moet nu in de grote magazijnen zijn om nog vis te kopen. Alleen: dat is geen goeie vis. Wij kopen onze vis bij de grossisten, op de vismarkt.»

HUMO Ben je erg betrokken bij je stad? Ben je bijvoorbeeld gaan stemmen voor de Lange Wapper?

Coppens «Ja. Omdat ik moest van mijn vrouw. Vóór.»

Denise «Omdat we zo’n brug schoner vinden. Overal, in alle grote steden ter wereld, vind je prachtige bruggen die een stad extra cachet geven. En wat willen ze in Antwerpen doen? Alles onder de grond steken.»

HUMO Hoe hebben jullie elkaar eigenlijk leren kennen?

null Beeld

Coppens «Dat weet ik niet meer, hoor. (Doet alsof hij even nadenkt) O ja, ik had naar haar gefloten.»

Denise «Op het terras van café Stadion, recht tegenover Beerschot. Ik ging toen naar alle trainingen. Iedereen kende mij daar, ik was dat jonge meisje dat altijd stond te kijken. Ik ben met voetbal grootgebracht. Op m’n vijfde ging ik al naar Beerschot. Altijd op de staanplaatsen – zelfs als ’t ijskoud was, of regende.»

HUMO En dan strik je dus zomaar eventjes de allergrootste uit de clubgeschiedenis!

Denise (lacht) «Of hij mij. Maar ’t is inderdaad de strafste. En dat zijn niet de woorden van een trotse vrouw: iederéén zegt dat.»

Coppens (droog) «Merci.»

HUMO En waarom moest je abso-luut háár hebben, Rik? Waar ben je verliefd op geworden?

Denise «Och, ik denk niet dat het allemaal zo romantisch was. Ik was er gewoon eentje uit de hoop, iemand die toevallig passeerde.»

Coppens «En fluiten was genoeg.»

HUMO Ging je veel uit in die tijd?

Coppens «Bwoh, ik vloog er al eens in.»

Denise «Dan ging ik ’s avonds naar bed en legde ik een briefje op de keukentafel. Als ik dan ’s morgens opstond, had hij keurig een briefje teruggeschreven. Soms was hij dan pas om vijf uur thuisgekomen. Tja, hij moest voor niks opstaan.

Kon gewoon in z’n bed blijven liggen tot tien of elf uur. (Liefdevol) En toch zo goed voetballen, hè: een sterk baasje.»


Aanhoudster

HUMO Hoe is het om ouder te worden, Rik?

Coppens «Ik voel de jaren. Soms moet ik naar namen zoeken, en ik slijt meer tijd dan me lief is bij de dokter. De hartspecialist, de internist, de tandenman, de huisdokter – de mannen die ervoor moeten zorgen dat ik niet ziek word. Ik voel hoe mijn lijf fragieler wordt, en hoe dat een proces is dat je niet kan omkeren. Tja, wat wil je dat ik zeg? Plezant is anders, dat vat het wel zo’n beetje samen (lange stilte).»

HUMO Je praat niet graag over jezelf, hè?

Coppens «Ik heb nooit openhartige interviews gegeven. Privé is altijd privé gebleven.»

Denise «Ik begrijp ook niet waarom topsporters dat tegenwoordig wel doen. Als een coureur of een voetballer een aanhoudster heeft, staat dat in ’t lang en in ’t breed uitgesmeerd in de kranten. Daar kan ik niet bij.»

Coppens «Vroeger waren de gazetten ook braver.»

HUMO Denise, zeg jij het eens: hebben de jaren hem veranderd?

Denise «’t Is anders, dat zeker. Hij zaagt meer. Maar da’s bij alle oudere mensen zo. En hij komt minder buiten. Vroeger was hij de man die voor niks tijd had: hij had altijd wel iets te doen. Nu is hij met niks bezig. Behalve na de middag, dan gaat hij op café. Maar wie, wat en hoe, dat weet ik niet. (Lachje) Ik mag niet mee. Geen idee wat hij daar elke dag gaat doen. Volgens mij is ’t iets louche.»

Coppens (glimlacht) «Babbelen.»

HUMO Was je niet liever voor eeuwig een voetballer gebleven, Rik? Had je graag ook nu nog gespeeld?

Coppens «Ik heb áltijd graag gevoetbald, in wat voor omstandigheden dan ook. Dus: ja. Ik zou me wel aanpassen, ervoor zorgen dat die beenhouwers van nu me niet zouden raken.»

HUMO Je zou ook nu nog een grote zijn?

Coppens «Dat denk ik. Ja, dat denk ik wel.»

(foto's: Herman Selleslags)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234