'Voor altijd Bond': de memoires van Roger Moore

Zijn favoriete Bondspeeltje? Het magnetische horloge dat hij in 'Live and Let Die' gebruikte om de jurk van Bondgirl Madeline Smith open te ritsen. Zijn favoriete Bondfilm? 'The Spy Who Loved Me', 'omdat die vederlicht en een beetje bespottelijk was'. Zijn acteertechniek? 'Heel simpel: als ik tegenover een schurk sta, verbeeld ik me gewoon dat hij een slechte adem heeft.' Dat, en nog veel meer, staat allemaal in 'Voor altijd Bond', de memoires van Roger Moore die hij in 2008 uitbracht.

Verwacht geen indringende zelfanalyse: Moores autobiografie bestaat uit een vrolijke aaneenrijging van nostalgische jeugdherinneringen, luchtige anekdotes en fijne weetjes - zo weigerde hij ooit de rol van Tarzan 'omdat ik niet verwachtte zesentwintig weken lang mijn buik te kunnen intrekken'. De meest succesvolle Bond aller tijden (zéven keer kroop hij in de smoking van 007) viel ook altijd wel te porren voor een practical joke: hij deed ooit levende slangen in de laarzen van Richard Harris, en tijdens de liefdesscène met Grace Jones in 'A View to a Kill' smokkelde hij een volwassen dildo mee naar bed. De schelm!

''Het is mooi geweest''

We ontmoeten Sir Roger in een hotel aan de Amsterdamse Herengracht. De inmiddels eenentachtigjarige acteur oogt wat stram, maar de practical joker in hem blijkt nog steeds springlevend. Nadat ik hem de hand heb geschud, grijpt hij plotseling naar zijn rechteroor. 'Auch, ik krijg ineens last van oorpijn!' mompelt hij bedrukt tegen zijn echtgenote, de geheel uit pommades en nagellak opgetrokken Lady Kristina. 'Ik vrees dat het interview niet zal kunnen doorgaan.' Wanneer hij de ontgoocheling op mijn gezicht ziet, verschijnt er een jongensachtige grijnslach om zijn lippen: 'Just kidding!' De schelm!

HUMO Sir Roger, ik vind het een eer om u te mogen ontmoeten: één van de eerste films die ik ooit zag was namelijk het fantastische 'North Sea Hijack' (1979).

ROGER MOORE «Werkelijk? Ik bewaar zelf uitstekende herinneringen aan die film; 't is zelfs één van de leukste rollen die ik ooit heb gespeeld. Mijn personage, Rufus Excalibur Ffolkes, was een onversneden vrouwenhater, en ik vond het heerlijk om eens echt brutaal uit de hoek te kunnen komen. Prima cast ook: Anthony Perkins, mijn goede vriend Jack Watson, James Mason... Ik was behoorlijk zenuwachtig om naast Mason te staan, maar hij was erg aardig.»

HUMO U stond in de jaren zeventig wel vaker tegenover kanjers. In 'The Sea Wolves' speelde u samen met Gregory Peck en David Niven, in 'Wild Geese' met Richard Burton en Richard Harris, en in 'Shout at the Devil' met Lee Marvin. Indrukwekkend!

MOORE «Het mooie was: als ik naast die mannen stond, leek het bijna alsof ik óók kon acteren (lacht).»





HUMO Kwamen er tijdens het schrijven van uw autobiografie herinneringen naar boven die u totaal was vergeten?
Moore «Ja, vooral als ik nadacht over mijn kindertijd. Ineens voelde ik weer de hitte van de kolenkachel, ik hoorde het gekletter van potten en pannen in de keuken, ik zag weer de gezichten van mijn ooms en tantes. En toen ik over mijn ou- ders schreef, begonnen ze zowaar in mijn dromen te verschijnen. En in mijn dromen zagen ze eruit zoals in de jaren dertig en veertig: jong en knap. Heel ontroerend.
»Ik ben vertrokken van het idee om over niemand iets slechts te zeggen, maar helaas kwamen er ook een heleboel nare herinnerin- gen naar boven drijven. Vooral met betrekking tot mijn goede vriend David Niven en zijn echtgenote. Dat mens was een walgelijk creatuur. Hij deed echt alles voor haar, maar zij behandelde hem met niets dan minachting – zélfs toen hij, door zijn ziekte, met een spraakgebrek worstelde. David leed in de laatste jaren van zijn leven aan ALS (amyotro- fe laterale sclerose, een spierziekte die tot verlamming leidt, red.), maar dat hield haar niet tegen om hem neerbuigend te behandelen. Ze verscheen zelfs dronken op zijn begrafenis. Ik heb dat niet willen verzwijgen, en zo is er toch wat bitterheid in het boek geslopen.
»Uiteindelijk heb ik de eerste driehonderd bladzijden volledig aan mijn jeugd, mijn carrière en mijn vrienden gewijd. Probleem, want ik had nog niets gezegd over mijn werk voor Unicef. Van het laatste hoofdstuk hebben we dan maar een soort ‘Around the World in 80 Days’ gemaakt, met een beknopt overzicht van alle landen die ik de voorbije jaren als speciaal Unicef- ambassadeur heb bezocht.»
HUMO In dat hoofdstuk vermeldt u dat België een eersteklas keuken heeft. Waarvoor dank!
Moore «Graag gedaan. Fijn land, België. Ik heb er nog een film ge draaid met Susannah York: ‘That Lucky Touch’. Ik heb toen mogen ervaren dat Belgen buitengewoon aardige mensen zijn.»

IRRITANT KERELTJE
HUMO Uw vader was een politieman. Was hij erg gesteld op discipline?
Moore «Hij was streng, maar niet wreed: hij heeft me nooit op de ko lenkachel vastgebonden (lacht). Hij schoot af en toe weleens uit zijn slof, maar ik kón ook een irritant kereltje zijn. Alles bij mekaar had ik ontzettend veel respect voor hem.
»Ik ben één keer weggelopen. Ik had op mijn kamer een hangplank en een gordijnlat naar beneden laten kletteren, en ik dacht dat hij me zou vermoorden. Er zat maar één ding op: het huis voorgoed verlaten. Maar na driehonderd meter dacht ik al: wat zal ik moeten eten? Ben ik met mijn staart tussen mijn benen en met een knorrende maag teruggekeerd.
»Mijn ouders hadden mekaar leren kennen in de jaren twintig. Mijn moeder werkte als caissière in een restaurant in hartje Londen, en vanaf haar plaats zag ze hoe mijn vader als agent het verkeer stond te regelen – in die tijd bestonden er nog geen verkeerslichten en werd het verkeer op de kruispunten geregeld door agenten. En hij had dat mooie blonde meisje achter de kassa ook al opgemerkt! Uiteindelijk heeft hij haar schoorvoetend benaderd, en in 1926 zijn ze getrouwd. Is dat niet romantisch?»
HUMO Er zat blijkbaar ook een artistieke kant aan uw vader: hij speelde theater.
Moore «Amateurtheater, ja. Hij acteerde, regisseerde, deed de make-up, bouwde decors – hij was een fantástisch timmerman. Hij is van school gegaan toen hij dertien was, maar hij heeft altijd een ongelooflijke dorst naar kennis gehad. Zolang ik mij kan herinneren, was hij omringd door handboeken over wiskunde, grammatica, Frans, Italiaans... Hij was ook erg muzikaal: hij speelde banjo, drums en een orgeltje.
»Mijn vader heeft me het beste advies gegeven dat ik ooit heb gekregen: ‘Laat nooit je nachtrust verstoren door je problemen. Ruim je muizenissen uit de weg voor je gaat slapen!’ Ik moet toegeven dat ik die raad niet altijd ter harte heb genomen. Dat is waarschijnlijk de reden waarom ik drie echtgenotes heb gehad.»
Lady Kristina «Vier!»
Moore «Kijk eens naar my little darling... Ziet ze er niet beeldig uit? Maar ze heeft gelijk: dit is mijn vierde huwelijk. Laat me het zo uitdrukken: ik heb drie vrouwen moeten verslijten voor ik de perfectie vond (vertederende blik op zijn echtgenote).»
HUMO Lijkt u op uw vader, of meer op uw moeder?
Moore «Op allebei. Ik herinner me een aflevering van ‘The Persuaders’ waarin ik drie rollen diende te spelen: mijn oom, mijn opa, en ten slotte mijn tante. Wel, nadat ik een jurk en een pruik had aangetrokken, was ik krék mijn moeder.
»Maar met het ouder worden ben ik meer op mijn vader gaan lijken. Ik zie het tegenwoordig vaak op foto’s: de gelijkenissen zijn treffend. Mijn kinderen wijzen me er ook op dat ik zijn tics heb overgenomen. Ik adem met mijn mond open, en ik roffel constant met mijn vingers op tafel. En ik zit voortdurend te knorren in mijn zetel, net als mijn papa! Het moet een genetisch trekje zijn; ik ben de afstammeling van een lange erflijn van knorpotten. Grrrrrrrbbbbrrrrrrr! Grrrrrrrbbbbbrrrrr!»
HUMO Volgden uw ouders uw carrière op de voet?
Moore «Zeker weten! Hun hele huis hing vol posters, studioportretten en foto’s van me. Maar zelfs in mijn Bondjaren, toen ik al tamelijk bekend was en behoorlijk goed mijn brood verdiende, bleef mijn hoogbejaarde moeder zeggen: ‘En wanneer ga je nu eens een váste baan nemen?’»
HUMO Waren ze trots op hun enige zoon?
Moore (ontroerd) «Ja. Ontzéttend trots. Ze hebben me ook altijd aangemoedigd. Mijn vader drong er als eerste op aan dat ik naar de dramaschool zou gaan – ik denk dat hij het gevoel had dat hij zijn oude droom om acteur te worden via mij een beetje waar kon maken.
»Maar ik heb het mijn ouders niet makkelijk gemaakt. Het probleem was dat ik in de eerste jaren nauwelijks iets verdiende; op een bepaald moment moesten ze me zelfs weer onderdak en eten verschaffen. En geloof me, ik was een ongelooflijk grote eter (lacht).»

BREIPATRONEN
HUMO Wanneer wist u dat u acteur wilde worden?
Moore «Mijn ouders namen me dikwijls mee naar de bioscoop – in die tijd waren dat nog van die echte filmpaleizen. Ik was dol op de Tarzan-films, op de ‘Flash Gordon’- films met Buster Crabbe, de westerns met Tom Mix... Ik vermoed dat mijn liefde voor het medium daar geboren is. Maar aanvankelijk wilde ik architect worden, en daarna cartoonist. Ik had zelfs een beroemd violist kunnen worden! Mijn vader had van zijn oom een viool gekregen, en hij vond dat ik ook maar lessen moest volgen. Na zes weken zei de leraar droogweg tegen mijn vader dat hij niet alleen míjn tijd en zíjn geld aan het verkwisten was, maar ook de tijd van de leraar.»
HUMO In 1945 stapte u het kleine castingbureau van Archie Woof binnen. Mogen we dat markeren als het begin van uw acteercarrière?
Moore «In zekere zin wel. Archie deelde iedere dag enkele figurantenrollen uit, en zo raakte ik aan mijn eerste klus: een Romeinse legionair spelen op de set van ‘Caesar and Cleopatra’. Ik moest een rode toga en sandalen aan, en in ruil kreeg ik dertig shilling en een warme maaltijd: geen slecht begin. De rol stelde uiteraard niet veel voor, maar ik kon mijn held Stewart Granger aan het werk zien, én ik mocht terugkomen. Daar ben ik ‘ontdekt’, zou je kunnen zeggen. Op een dag liet de regisseur, Brian Desmond Hurst, me bij hem roepen. Hij vroeg of ik acteur wilde worden; het antwoord was ja. Enkele dagen later had mijn vader een onderhoud met meneer Hurst, en er werd beslist dat ik naar de Royal Academy of Dramatic Arts zou gaan.
»Maar het échte keerpunt kwam toen ik op het podium van de Royal Academy stapte voor mijn auditie. Ik had gekozen voor een monoloog uit ‘The Silver Box’ van Galsworthy. Ik was rotnerveus, maar ik droeg de tekst zonder fouten voor. Op dát moment, toen ik de geur van dat podium opsnoof, wist ik zeker dat ik mijn plaats had gevonden.»
HUMO Het succes kwam niet meteen. In de jaren veertig en vijftig diende u zich voornamelijk tevreden te stellen met figurantenrollen in bioscoopfilms, televisieseries en hoorspelen op de radio. Een frustrerende tijd?
Moore «Niet echt. Ik had het niet breed – buiten mijn legeruniform had ik zelfs geen fatsoenlijke kleren – maar ik was tenminste bezig. Ik vloog van de ene auditie naar de andere, speelde rolletjes in theaterstukken, schnabbelde wat voor de BBC, ging af en toe op tournee. En tussen twee rollen door deed ik wat modellenwerk.»
HUMO Ja, u poseerde geregeld voor reclamefoto’s voor breipatronen. Uw vriend Michael Caine schonk u zelfs de bijnaam ‘The Big Knit’!
Moore «Ik sloeg die breipatronen nooit af: ze brachten tenminste brood op de plank. Ik woonde toen in Streatham, en ik verdiende nét genoeg centen om dagelijks ofwel vijf sigaretten, ofwel een buskaartje te kopen. Ik stapte wat af, maar ik had tenminste een sigaret tussen mijn lippen.
»Ik deed elke dag audities, maar meestal kreeg ik te horen dat ik niet over de juiste looks beschikte. En dat terwijl ik wíst dat ik die rollen aankon! Erg frustrerend.»
HUMO De doorbraak kwam er pas met de televisieseries ‘Ivanhoe’ en ‘The Saint’. Hoe smaakte het succes?
Moore «Hemels! Toen ik in ‘The Saint’ zat kwam ik elke week op televisie, en voor de eerste keer merkte ik tot mijn grote verbazing dat ik een beetje bekendheid genoot. Het waren prettige tijden: ik verdiende goed mijn brood, kon goeie contracten tekenen en kreeg meer en meer aanbiedingen. Lang niet slecht, gezien mijn beperkte mogelijkheden.»
HUMO Ja, u noemt zichzelf regelmatig een acteur met erg beperkte mogelijkheden. Overdrijft u niet een beetje? In 1970 speelde u de hoofdrol in één van mijn eigen lievelingsfilms: ‘The Man Who Haunted Himself’. Als Harry Pelham, de man die stilaan tot het besef komt dat zijn leven wordt overgenomen door een dubbelganger, laat u werkelijk ijzersterke dingen zien. Moore (zichtbaar getroffen) «Dankjewel, dat doet me zeer veel plezier. Ik ben zelf erg trots op die film.»
HUMO U vermeldt in uw boek dat het één van de zeldzame gelegenheden was dat u mocht acteren.
Moore «Dat is waar. Eindelijk kon ik eens in een rol duiken die om emotie en dramatiek vroeg. In de jaren daarvoor, en ook daarna, werd ik meestal gecast in rollen die weinig eisen aan me stelden. Dat is een probleem waar wel meer bekende acteurs mee worstelen. Het publiek houdt er namelijk niet van wanneer sterren uit hun rol vallen. En ik zat nu eenmaal vast aan rollen die dramaturgisch weinig uitda- gend waren – comedy, actie, avonturenfilms, dat waren mijn genres. De betere scripts kreeg ik eenvoudigweg niet te zien.»
HUMO Voelt u zich als acteur een beetje onderschat?
Moore «Ach neen. Ik denk dat ik het al bij al niet slecht heb gedaan.»
7X007
HUMO Over naar Bond. Klopt het dat men u de rol van 007 al had aangeboden in 1962, dus nog vóór Sean Connery?
Moore «Naar verluidt stond ik op de shortlist, ja, maar ze hebben me nooit persoonlijk benaderd. Dat gebeurde pas in 1967, toen Sean zijn afscheid had aangekondigd. Cubby Broccoli en Harry Saltzman, de producenten van de Bondfilms, waren goeie vrienden van me, en ze wilden me graag. Maar ik zat vast aan ‘The Saint’, en de rol ging naar George Lazenby. In 1972 kwam de rol opnieuw vrij, en deze keer was het wél raak: ik tekende meteen voor drie films. Ik zat gebeiteld.»
HUMO U maakte van Bond een komisch personage. Om het verschil te maken met Sean Connery?
Moore «Ja, ik moest wel. Het was niet de bedoeling dat ik Sean ging zitten imiteren. Ik kon niet afkomen met (perfecte imitatie van Connery) ‘The name’sh Bond.’
»Ik zag heel snel de humoristische kant van het personage. Ik bedoel: hoe kan die man een spion zijn terwijl iedereen hem kent? Hij kan geen bar binnenwandelen of ze schenken hem spontaan een martini in! Dat kun je toch niet ernstig nemen? En dus gingen we voluit voor de humor.»
HUMO Grappig eigenlijk: u werd door velen verguisd omdat u een komische Bond neerzette. Terwijl Daniel Craig momenteel onder vuur ligt omdat hij de rol te serieus invult!
Moore «Ja, hoogst ironisch. Ik heb ‘Quantum of Solace’ nog niet gezien, maar ik heb journalisten horen zeggen dat ze terugverlangen naar ‘de campy Roger Moore’. (Snuivend) Nu twijfel ik er wel aan of dat als compliment is bedoeld.»
HUMO In 1985 nam u afscheid van Bond. Viel het u zwaar?
Moore «Niet echt. Ik wist dat ik te oud was geworden. Eigenlijk wou ik al afscheid nemen na ‘For Your Eyes Only’ in ’81, maar door omstandigheden heb ik er daarna toch nog twee gedraaid. En waarom niet? Mijn vormpeil was goed en ik was nog best in staat om mijn dialogen te onthouden. En de cheque was ook niet mis (lacht).»
HUMO Er zijn maar een paar mensen voor wie u in uw boek geen enkel goed woord overhebt: de echtgenote van David Niven, Grace Jones en onze Jean-Claude Van Damme. Met hem heeft u blijkbaar een erg nare ervaring gehad.
Moore (minachtend) «Jean-Claude Syfilis, zoals ik hem noem. Die man had me een topplaats op de begintitels van ‘The Quest’ beloofd, maar van zijn mooie praatjes is nooit iets in huis gekomen.»
HUMO Hoe kijkt u terug op uw carrière? Met voldoening?
Moore «Ja hoor. Mijn kinderen vinden het ontzettend jammer dat ik me nooit aan echt serieuze rollen heb gewaagd – het soort rollen waarmee je Oscars wint. Die zijn helaas nooit mijn richting uitgekomen. Maar ik heb van mijn leven genoten, en dankzij Bond heb ik toch een beetje mijn plekje in de filmgeschiedenis gevonden. Dus ja, het is mooi geweest.»





Roger Moore: memorabele beeldfragmenten

'81st Birthday Tribute to Roger Moore'

God beware ons voor de dweperige, amateuristische compilatievideo's die op YouTube welig tieren, maar deze '81st Birthday Tribute to Roger Moore' is de uitzondering op de regel. Stijlvolle en bij wijlen erg grappige montage van Moores esbattementen in 'The Saint' en de Bond-films.


'The Best of British: Roger Moore'

Zoals een Moore-fan in zijn commentaar terecht opmerkt, werd Roger Moore vaak ten onrechte overschaduwd door de grote Sean Connery. De reeks 'The Best of British' zette dit recht door een special aan hem te wijden. Integraal te bekijken (in vijf delen) op YouTube. Hieronder deel 1.


Roger Moore filmfragmenten

'The Spy Who Loved Me' (1977)

Bond wordt in zijn Lotus Esprit achtervolgd door een helikopter, maar vindt nog de tijd om met de - uiteraard ravissant knappe - pilote te flirten.


'The Man with the Golden Gun' (1974)

Licht koldereske knokscène waarin Roger Moore een staaltje geeft van zijn flegma: 'Het was niet de bedoeling dat ik Sean Connery ging zitten imiteren. Ik kon niet afkomen met (perfecte imitatie van Connery) 'The name'sh Bond.' Ik zag heel snel de humoristische kant van het personage. Ik bedoel: hoe kan die man een spion zijn terwijl iedereen hem kent? Hij kan geen bar binnenwandelen of ze schenken hem spontaan een martini in! Dat kun je toch niet ernstig nemen? En dus gingen we voluit voor de humor.'


'The Man Who Haunted Himself' (1970)

Roger Moore in de rol waar hij zelf het meest trots op is: die van Harry Pelham, een man die stilaan tot het besef komt dat zij leven wordt overgenomen door een dubbelganger.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234