null Beeld

'Voor altijd': Chris Dusauchoit & Hilde Van Mieghem in het aanschijn van de dood

Drie jaar geleden verloor Chris Dusauchoit zijn schoonbroer. Het greep hem meer aan, zegt hij, dan de dood van zijn vader: ‘Mijn vader was op leeftijd. Maar mijn schoonbroer was twee jaar ouder dan ik. Hij kreeg een vreselijk agressieve tongkanker. Een jaar na de diagnose was hij er niet meer.’

'Op het einde van hun leven zeggen alle mensen hetzelfde: had ik maar het leven geleid dat ik wílde leiden'

Dusauchoit bleef achter met een gemis, én met een heel prangende vraag: ‘Hoe komt het dat ik hier zo slecht op voorbereid was? Waarom wordt er zo weinig verteld over wat ik net heb meegemaakt? Waarom zien we die eerlijke dood nergens op televisie?’ Samen met Hilde Van Mieghem is hij dat in de documentaire ‘Voor altijd’ gaan onderzoeken.

Chris Dusauchoit «Ik spreek erover met mensen die de dood van dichtbij kennen, maar nooit op de fluisterende, omfloerste toon die bij programma’s over sterven lijkt te horen. (Fluistert glibberig) Mogen wij u iets vragen over de dood? (Slaat keihard op tafel) Nee! Zó wou ik dat erover werd gesproken, het monster in het gezicht kijkend. En dat dóén alle mensen in onze film. Ze praten over de dood, maar zeggen vooral dingen over het leven. Dat is wat ik wou. Dat je na de film een fles wijn opentrekt en zegt: ‘Kom, we gaan ervoor! We boeken die safari die we al zo lang samen met de kinderen wilden beleven, tóch.’»

HUMO Ik heb met verbazing gekeken hoe poëtisch en allesbehalve tranerig iedereen in de film spreekt, ook al hebben ze een kind of zelfs hun hele familie verloren.

Dusauchoit «Voor die mensen is de dood onderdeel van het leven. Dat dat zo is, leren we tegenwoordig niet meer. Het is bijna een maatschappelijk taboe geworden.»

Hilde Van Mieghem «De dood is weg uit het gezin en de familie, naar de kliniek – steriel en op afstand. Ik weet nog hoe we met alle kinderen in de kamer bleven rondhangen toen mijn vader in het ziekenhuis was gestorven. Tot drie keer toe is de verpleegster komen zeggen: ‘Jullie moeten gaan.’ ‘Waarom?’ vroegen we. We begrepen het niet. Mijn zus stond op een stoel foto’s van mijn vader te maken. Mijn moeder had hem in haar armen. Ik was aan zijn borst aan het luisteren, omdat ik het zo fascinerend vond dat daar écht geen hartenklop meer was. Maar die verpleegster wilde doorgaan met het klinische proces: lijk naar het mortuarium, bed verschonen en opgeruimd staat netjes.

»Ik herinner me nog, toen ik klein was, dat mijn nonkel een week lang in de woonkamer opgebaard lag, met kaarsen om hem heen. Elke nacht bleef iemand bij hem. Ik hield ervan als iemand stierf. Ik hou van de sfeer van de dood. Ik hou van de huizen waar iemand gestorven is. Ik hou ervan hoe iedereen er zacht praat en lief is voor elkaar. Ik hou van de samenhorigheid die er dan heerst.

»De dood was destijds in het leven aanwezig. Als kind moest ik mijn dode oudooms en -tantes ook aanraken, hun een kus op hun voorhoofd geven. Dan voelde je die kou van dat lichaam en wist je: zo is dat, een dood iemand. Ik denk dat Marie (Vinck, haar dochter, red.) nog nooit een dode mens gezien heeft. De dood past niet in het plaatje van jong en onsterfelijk dat nu gepropageerd wordt. We krijgen van alle kanten het idee ingelepeld dat alles maakbaar is, dat we onze jeugd en ons leven in handen hebben, dat we kunnen worden en zijn wie we maar willen. Als dat niet lukt, is dat onze eigen schuld. Aftakelen mag helemaal niet, laat staan doodgaan!»

Dusauchoit «Klopt. En toen stond ik opeens oog in oog met mijn schoonbroer die niet te genezen was, en voelde ik alleen maar onmacht. Ik wist niet hoe ik daarmee moest omgaan. Je bent het gewend iets te kunnen doen, dingen te kunnen tegenhouden en controleren. Maar in dit geval bots je op een muur en ben je machteloos.

»Ik ben toen veel voor mijn zus en haar kinderen gaan koken. Ik weet dat mijn schoonbroer daar heel veel deugd van had. Hij kon zelf niet meer eten, maar hij genoot enorm van die momenten dat we met z’n allen in de keuken bezig waren en rond de tafel zaten.»

Van Mieghem «Eten bréngt ook troost. Dat zegt Chris ook in de film. ‘Kan ik iets voor je doen?’ vroeg iemand haar nadat haar zoon was verongelukt. ‘Ik heb wel zin in een stoofpotje,’ had ze toen gezegd. Wat die ander een beetje raar vond. Nochtans komt troost vaak neer op dat soort praktische kleine dingen. Eten maken, er gewoon zijn.»

Dusauchoit «Praten, of gewoon luisteren als je niks weet te zeggen.»

Van Mieghem «Ja. Dat is ook één van de redenen waarom we deze film gemaakt hebben: omdat mensen niet met de dood om kunnen, praten ze er maar helemaal niet over.»

Dusauchoit «En zo wordt de dood doodgezwegen. Barbara, die haar dochtertje Dafni verloor aan een hersentumor, vertelt hoe mensen die haar op straat zagen aankomen, opeens overstaken om haar te ontwijken. Ze zegt: ‘Ik heb liever dat mensen iets stoms zeggen dan dat ze helemaal niets zeggen.»

Van Mieghem «Thaïs, die haar mama, papa en broer verloor, kreeg na twee weken van een moeder van een vriendinnetje te horen: ‘Oké, ze zijn nu twee weken dood, nu moet je je vermannen.’ Dat is zo waanzinnig.

»Barbara heeft het er heel moeilijk mee dat haar ouders en haar familie de dood en de verjaardag van Dafni niet willen herdenken. Dat er op die dagen wordt gezwegen. Zij bakt dan altijd een taart en organiseert een feest. Wij vieren de dood van onze vader ook. Op 1 december komen alle kinderen samen om kip met curry te eten, want dat maakte hij altijd.»

'Toen mijn vader net was gestorven, lag ik aan zijn borst te luisteren. Ik vond het fascinerend dat daar écht geen hartenklop meer was' Hilde Van Mieghem

Dusauchoit «Nu we niet meer geloven en niet meer naar het kerkhof gaan, moeten we een andere manier vinden om de doden te herdenken. Ik praat heel vaak met mijn overleden schoonbroer. Voor hij ziek werd, had hij voor zijn dochter een appelschillertje gekocht – zo’n geestig ding dat je op de appel vastmaakt en dan moet draaien. Ik heb er nu ook zo één gekocht en telkens als ik die schiller in mijn keukenkast zie staan, ben ik bij Peter en praat ik met hem. En zo praat ik tijdens het koken altijd met Willy, een vriend van me die onlangs stierf. Van hem heb ik geen afscheid kunnen nemen. Hij is naar de kliniek gegaan voor een hartonderzoek en daar plots overleden. Veel mensen willen zo gaan – hup, weg.»

Van Mieghem «Ik niet, hoor! Ik wil heel bewust sterven. Ik wil het meemaken.

»Doordat ik mijn vader heb zíén sterven, weet ik dat het waar is wat Barbara zegt: het leven is niet ineens weg. Je ziet het langzaam verdwijnen. Ik weet nog dat het bij mijn vader zo’n vijf uur heeft geduurd. Toen herkende ik hem niet meer. Het laatste plekje waar hij warm aanvoelde, was op zijn rug. Ik weet nog dat ik dat onderzocht en zei: ‘Voel, voel! Hier is hij nog warm.’»

HUMO Huh?

Dusauchoit «Jij vindt dat luguber.»

HUMO Ik weet niet of ik zover zou durven te gaan bij het onderzoeken van de dood.

Dusauchoit «Dat moet ook niet. Iedereen mag rouwen zoals hij wil. Het idee is niet dat we de norm van het katholicisme zouden vervangen door een andere norm.»


Sterven als een held

HUMO Vroeger gaf het geloof mensen houvast wanneer er iemand stierf. Waar we dat nu moeten vinden, weten we vaak niet.

Van Mieghem «Je kunt toch ook houvast zoeken in de rust van het besef dat sterven er gewoon bij hoort? Ik weet nog dat ik op een kerkhofje in Sicilië bij een graf stond van iemand die in 1500 was gestorven. Die was al vijfhonderd jaar dood. ‘Jeetje, dacht ik, op een dag zal ik óók vijfhonderd jaar dood zijn.’ Ik vind het een onwaarschijnlijk idee dat je zo de eeuwigheid ingaat. Dezelfde eeuwigheid waar je uit voortkomt. Ik weet nog dat ik twee weken voor hij stierf bij Hugo Claus ging eten, en ik ’m vroeg: ‘Ben je bang?’ Ook hij zei: ‘Waarom zou ik bang zijn? Ik was toch ook niet bang voor ik geboren werd?’»

null Beeld

'Alle mensen in onze film praten over de dood, maar zeggen vooral dingen over het leven.' Chris Dusauchoit

HUMO Afscheid nemen is toch niet evident.

Van Mieghem «Ik ben daar goed in. Ik kijk altijd vooruit. Altijd. Als Sam, die kanker heeft en weet dat hij gaat sterven, zegt: ‘Ik zal eens laten zien hoe je als een held sterft’, dan herken ik dat. Ik snap dat heroïsche denken: het slachtoffer dat de held wordt.»

HUMO Ooit zei je dat je zo enthousiast leefde om je sterfelijkheid te bedwingen. Is het niet ook een manier om te denken dat je het eeuwige leven hebt?

Van Mieghem «Nee, het is een manier om alles uit het leven te halen wat erin zit. Dat heeft te maken met le réveil mortel Julian Barnes beschrijft dat prachtig in ‘Niets te vrezen’: het ontwaken van het besef dat je sterfelijk bent. Bij iedereen komt dat op een andere leeftijd. Ik was me er al van bewust op mijn 5de. Ik wil daar nu niet dieper op ingaan, maar je weet dat het er bij mij thuis soms hardhandig aan toeging, en dat ik meermaals in het ziekenhuis ben beland. Ik wist dus al vroeg dat het mogelijk was dat ik zou sterven. Maar ik vond dat niet erg. Voor mij was de dood geen vijand of iets waarvoor ik bang moest zijn. Integendeel. Het leek me ook iets wat een uitkomst kon bieden voor de ellende die ik als kind ervaarde.

»Hoe oud was jij, Chris, toen het tot je doordrong dat je sterfelijk bent?»

Dusauchoit «Ik weet het niet. Misschien toen ik vader werd.»

Van Mieghem «Dat begrijp ik. Ik denk nu ook: ik mag pas dood als Marie kinderen heeft. Dan overleeft ze het wel, dan ben ik niet meer zo van belang.»

null Beeld

HUMO Ben je na het maken van ‘Voor altijd’ beter voorbereid op de dood?

Dusauchoit «Ik heb vooral uit de film geleerd dat er niks belangrijker is dan liefde, vriendschap en mensen. Dát is wat er van je overblijft. Eigenlijk wist ik dat al wel, maar je staat er nooit genoeg bij stil.»

Van Mieghem «Wat Sam daarover zegt tijdens zijn interview, is heel sterk, vind ik.»

HUMO Maar ook keihard. Hij zegt: ‘Ik wil geen leugen meer leven. Ik wil als een eerlijk mens vertrekken.’ Hij heeft zijn vrouw verlaten en heeft een nieuwe liefde.

Dusauchoit «Ja. Hij wil dat het beeld dat zijn kinderen en zijn vrienden van hem zullen onthouden, een oprecht beeld is.»

Van Mieghem «Misschien sla ik me nu wel te veel op de borst, maar ik dacht toen: ‘Ik heb altijd al eerlijk geleefd.’ Maar ik denk dat veel mensen dat niet doen. Net zoals Sam dat niet deed. ‘Maar,’ zegt hij, ‘door die kanker heb ik me ineens gerealiseerd hoezeer ik níét geleefd heb om de lieve vrede.»

Dusauchoit «Ken je de five regrets of the dying? Opgetekend door palliatieve verpleegsters. Mensen zeggen op het einde van hun leven kennelijk bijna allemaal hetzelfde. Ik wou dat ik meer tijd in mijn kinderen en mijn vrienden had gestoken. Had ik maar niet zo hard gewerkt. Had ik mezelf maar toegestaan gelukkiger te zijn. Had ik maar de moed gehad te uiten wat ik echt voelde. Kortom: had ik maar het leven geleid dat ik wílde leiden, in plaats van het leven dat mij opgelegd is.

»Het gekke is dat we diep vanbinnen allemaal weten dat we verkeerd bezig zijn, maar daarna denken we dan vaak: ‘Ach, later maken we het wel goed.’ Terwijl er soms geen later meer komt. Mij lukt het ook niet altijd om te leven zoals ik eigenlijk wil. Ik laat me ook nog weleens verblinden door de blingbling en de waan van de dag. Soms heb ik het gevoel dat jonge mensen bewuster in het leven staan dan ik, en dat ze zich ook bewuster zijn van hun einde. Zij hebben vaak al een LEIFkaart (die vermeldt welke wilsverklaringen je bezit op het vlak van euthanasie, uitvaart en orgaandonatie, red.), terwijl ik die nog altijd niet heb.»

Van Mieghem «Ik wel. Ik wil absoluut waardig sterven. Ik wil euthanasie als ik mijn kinderen niet meer herken.»

Dusauchoit «Weet je, er is een onderzoek gedaan bij artsen. Ze kregen een simpele vraag: wil je zelf ondergaan wat jij je patiënten doet ondergaan inzake reanimatie en het in stand houden van leven met medicijnen? Bijna 90 procent wilde dat niet doormaken.»

'Die bucketlists vind ik een vorm van verwaandheid: al die mensen die nog per se op de Himalaya willen gaan staan voor ze sterven' Chris Dusauchoit

Van Mieghem «De manier waarop ze mijn vader in leven hebben gehouden, was vreselijk. Hij woog nog 43 kilo. We zeiden allemaal: ‘Laat die man toch gaan.’ Maar mijn moeder en de dokters wilden dat niet. Als er één wereld is waar ze de dood proberen te ontkennen, dan is het wel in de geneeskunde. De dood verbijstert hen. Weet je, na de dood van mijn vader hebben ze me de uitdraai van zijn hartslag getoond. Je ziet daarop eerst een lage hartslag, en dan ineens – vlak voor het einde – gaat dat hart weer even sneller kloppen. De arts kon dat niet verklaren. Maar ik weet zeker: mijn vader heeft gewacht tot iedereen er was, om dan te sterven. Dat is wat die uitdraai liet zien: zijn inspanning om het vol te houden tot al zijn geliefden er waren, en dan bám! De liefde deed hem weer even leven.»


Champagne en kaviaar

HUMO Je was dol op je vader. Viel het afscheid je ook niet zwaar?

Van Mieghem «Ik denk dat het makkelijker is om afscheid te nemen van mensen met wie je een harmonische relatie had.

»Op de begrafenis van Hugo Claus was ik heel blij. Die man heeft mij zo veel gegeven. Ik was zo dankbaar dat ik hem had gekend. De relatie met mijn vader was veel gecompliceerder. Na zijn begrafenis was ik heel kwaad. Toen ik thuiskwam, heb ik zijn doodsprentje omgekeerd in de kast gelegd met een boek erop. Ik ben vijf jaar kwaad geweest. Heel vreemd, want bij leven had ik hem altijd opgehemeld.

»Mijn vader was een showman en een dromer, iemand die óns ook liet dromen. Voor hem was in het leven álles mogelijk. Eén van zijn gevleugelde uitspraken was: ‘Elke dag als ik de deur uitga, voel ik me als een kamikazepiloot die zijn helm opzet.’ Op zijn 60ste is hij nog een zaak in Zuid-Afrika begonnen – zijn zesde bedrijf, denk ik. Misschien was ik daarom wel kwaad, omdat hij voor mij een held was. Mijn moeder zei ook altijd tegen mij: ‘Jij gaat nooit een man vinden met zo’n fantastische vader. Niemand zal aan hem kunnen tippen.’ Het eerste wat ik dacht toen hij stief, was dan ook: ‘Nu mag ik een man hebben.’ Ik betrapte mezelf op die gedachte en vond het vreselijk, dat ik pas op mijn 47ste, na de dood van mijn vader kon denken: ‘Nu is er plaats voor een man.’

»Dat is het enige waar ik soms mee zit, nu ik ouder word en nog maar twintig, hooguit dertig jaar heb. Ik wil nog een liefde beleven! En ik wil nog zo veel doen. Geef me daarvoor alsjeblieft nog de tijd.»

'Ik heb een begrafenisverzekering van 10.000 euro, want als ik sterf, wil ik dat iedereen op mijn kist komt dansen.' Hilde Van Mieghem

HUMO Wat wil jij absoluut nog meemaken, Chris?

Dusauchoit «Ik weet het niet. Die bucketlists vind ik eigenlijk een vorm van verwaandheid. Al die mensen die nog per se op de Himalaya willen gaan staan voor ze sterven. Ik wil een wereldreis maken... Ik wil, ik wil, ik wil... Nooit staat er op die lijstjes iets van de dingen waar we het net over hadden: ik wil dat mijn kind weet hoe graag ik hem of haar zie. Ik wil dat mijn vrienden een glas op mij zullen drinken.»

Van Mieghem «Jaaaa! Daarom heb ik een begrafenisverzekering van 10.000 euro, om champagne en kaviaar te kunnen serveren als ik sterf. Ik wil dat iedereen op mijn kist komt dansen.»

Fotograaf Johan Jacobs komt binnen en zegt plompverloren: ‘Gisteren was mijn moeder bijna dood. Ze hebben haar gereanimeerd. Ik ben haar net gaan bezoeken. Ik heb haar gevraagd: ‘En? Hoe was het?’ ‘Tja,’ zei ze. ‘Je bent gewoon weg, hè. Je weet het niet.’’

Van Mieghem «Dat denk ik ook. Barbara zegt dat ook zo mooi: ‘En daar was de dood dan, en hij was niet kwaadaardig.’ Ik denk dat de dood heel eenvoudig is: we doen het licht uit, en dan is er rust. Laat maar komen.»

Dusauchoit «Gisteren heeft Wannes Capelle van Het Zesde Metaal het nummer ‘Toe nu maar’ ingespeeld. We gebruiken het als soundtrack voor de film, omdat het alles samenvat wat we proberen te zeggen: ‘Toe nu maar / Ga nu maar allemaal naar huis /... / Groet me maar / Bedelf me nu met grond /... / Zeg dat het u spijt maar leef / Leef!’»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234