null Beeld

'Voor de overlevenden' van Boudewijn de Groot: Humo's Hall of Fame viert meesterwerken van 50

‘Voor de overlevenden’, het meesterwerk van Boudewijn de Groot, Lennaert Nijgh en Bert Paige, is al vijftig jaar de coming of age-plaat der platen. Uw lief, uw idealen en uzelf kwijt? Eén adres.

'Smachten als Olympische discipline'

In ‘De Lage Landenlijst’ op Radio 1 nam Boudewijn de Groot 3 procent voor zijn rekening: ‘Testament’ stond erin, ‘Welterusten, mijnheer de president’ en ‘Avond’. Dat is verdienstelijk, maar het bewijst weer het selectieve geheugen van de nostalgische luisteraar, die alleen liedjes onthoudt waarop hij of zij een tong heeft gedraaid of tetteke ruis op heeft bedreven.

Nochtans heeft niemand meer en langer de maat der dingen in de popmuziek der Lage Landen bepaald dan Boudewijn de Groot. Dat bewees hij vorig jaar nog, toen hij met ‘Achter glas’ haast achteloos een zoveelste klassieker bijschreef op de spiegel van het grote café der lichte muziek. Vijftig jaar eerder had hij met zijn tweede plaat ‘Voor de overlevenden’ al de standaard gezet.

null Beeld

Ah, 1966! ‘Revolver’ van The Beatles, ‘Pet Sounds’ van The Beach Boys, ‘Aftermath’ van The Rolling Stones en ‘Blonde on Blonde’ van Bob Dylan: er zijn slechtere jaren geweest. Lennon beweert dat The Beatles populairder zijn dan Jezus Christus, in Amsterdam trouwt prinses Beatrix met Claus, die verkeerd was geweest in de oorlog, wat tot ongeziene relletjes leidt. Johan Cruijff debuteert in het Nederlandse elftal en in Oostende rijdt de 26-jarige Anderlechtspeler Laurent Verbiest, de meest getalenteerde libero die België ooit heeft gekend, zich dood.

Lennaert Nijgh is op dat moment vijf jaar jonger, maar dat is niet aan hem te zien of te horen: hij schrijft teksten die verbluffend en ongehoord zijn, zeker voor iemand van zijn leeftijd. Theatraal, poëtisch, veelzeggend. Vroegwijs. Een hele generatie postpubers die nog nooit aan tetteke ruis heeft gedaan, herkent zich in zijn liefdesverdriet, het onderwerp van de meeste teksten die Nijgh voor ‘Voor de overlevenden’ schreef. Nijgh was verliefd geworden op ene Joke, maar echt wederkerig was de liefde niet en het wicht verhuisde nog naar Engeland ook. We mogen haar dankbaar zijn, want aan dat liefdesverdriet hebben we prachtige poplyriek te danken.

null Beeld


Samenspel van talenten

Over de samenwerking tussen Nijgh en De Groot zijn prachtige anekdotes te vinden. Nijgh beschreef die zo: ‘Boudewijn neemt de tekst en houdt die enige tijd voor zijn gezicht. Men zou denken dat hij leest. Maar zo eenvoudig gaat het allemaal niet in deze wereld. Terwijl de tekstschrijver als een aanstaande vader in toenemende wanhoop afwacht, verloopt er een kwartier, toch wel voldoende om ‘Beneden alle peil’ naar waarde te schatten. Dan kijkt Boudewijn de Groot, Neêrlands protestzanger nummer 1, op en spreekt, zeggende: ‘Anneke, heb je het ziekenfonds al betaald?’’

Achteraf terugkijkend op die periode, klonk het: ‘Boudewijn volgde mij bij het maken van ‘Voor de overlevenden’ op de voet, zoals ik probeer tijdens het schrijven in zijn huid te kruipen. Ook al zouden onze wegen later uit elkaar gaan, er blijven voor ons beiden onvergetelijke herinneringen verbonden aan die lente van 1966, aan de warme dagen en nachten op de Bereklauw, het paradijselijke huis waar ‘Voor de overlevenden’ werd geschreven.’ Nijgh stierf in 2002.

Ander geheim wapen van de plaat is de boven de Moerdijk totaal onbekende Bert Paige. Paige, echte naam Albert Lepage, was een Gentenaar die in de jaren 50 bij het beatcombo The Ramblers ging spelen, maar zijn brood verdiende als arrangeur bij de platenfirma Polydor.

Paige had een fabuleus oor voor harmonieën en maakte van de simpele maar aanstekelijke melodieën van De Groot composities vol weelderige orkestklanken. Ook die samenwerking had zijn eigen dynamiek. De Groot: ‘Onze werkwijze was simpel. Lennaert schreef een tekst, ik prikte die aan de muur, ging er met mijn Spaanse gitaar voor staan en floot er een melodie bij. Die zette ik op een bandje (met een degelijke, ouderwetse spoelenrecorder) en ging ermee naar producer Tony Vos. Die riep dat het prachtig was, en daarna gingen we naar Bert Paige, bij wie we het bandje afdraaiden. Dan legde ik aan Bert uit hoe het arrangement ongeveer moest klinken – ‘Hier twaalf trombones en daar zes cello’s en dan een mannenkoor’ – en ik floot af en toe wat voor als ik wist wat er door een instrument gespeeld moest worden. Tot slot gaf ik hem de teksten, waarna Tony en ik weer vertrokken, Bert waarschijnlijk in vertwijfeling achterlatend. Hij verdween dan naar zijn werkkamertje, ging achter de piano zitten en bedacht vervolgens het ene prachtige arrangement na het andere. Daarmee nam hij zeker driekwart van de sfeer, het gevoel en de zeggingskracht van ons repertoire voor zijn rekening.’

Het samenspel van al die talenten maakt dat ‘Voor de overlevenden’ vijftig jaar na dato nog altijd klinkt als een klok. Het enige wat gedateerd lijkt, is de zang van De Groot, die wat afstandelijk is, en weinig doorleefd.


Ouwelijk maar wijs

De plaat opent met het titelnummer, dat de toon zet: ‘Wie vertelt me van het leven? / Grote broer, die weet het best./ Als ik groot ben, wil ik even / groot en sterk zijn als de rest. De poes vindt van niet.’ Half serieuze mijmering over de nakende volwassenheid, waar Nijgh en De Groot niet naar leken uit te kijken, want: ‘Het paradijs is niet voor grote jongens.’

Meteen daarna zetten ze met ‘Lied voor een kind dat bang is in het donker’ een soort carnavaleske hoempapa in, die doorklinkt in ‘Het land van Maas en Waal’. Beide nummers steken wat af tegen de rest van de plaat, die spaarzamer is gearrangeerd en introverter van sfeer is. Jongen is lief én idealen én zichzelf kwijt: daar gaat het over. Het is de coming of age-plaat der platen. ‘Ik kan jouw lichaam in het donker naast me bijna zien, ik ken er ieder plekje van’: ‘Naast jou’ gaat over de eerste keer en het afscheid daarna. ‘De herinnering aan liefde en geluk’ blijft, maar echt vrolijk wordt een mens daar niet van.

‘Testament’ is nog steeds het pièce de résistance: wat ouwelijke maar wijze woorden over het einde van de jeugd, die afgelopen is ‘na 22 jaren in dit leven’. Het vermogen om verliefd te worden op een meisjeslach wordt koel afgeserveerd omdat bedrog en mislukking wenken. ‘Je kunt geen mens vertrouwen, dus droom ik maar en vergeet’ (‘De vrienden van vroeger’): een misantropischer twintiger moet nog uitgevonden worden. Ik kan het nog steeds luidkeels meezingen.

‘Ik heb geen zin het nog eens over te doen’ (uit ‘Ze zijn niet meer als toen’): voor een oudere jongere zoals ik nu is het relevant, maar toen ik 20 was en nog niets had gedaan, geloofde ik er óók al in. ‘Verdronken vlinder’, ‘Beneden alle peil’: ik kan blijven citeren. En meezingen. Glaasje wijn erbij. Kussentje, voor de open haard. Verpleegster.

Veel is voorbij, maar deze muziek blijft.

null Beeld
Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234