null Beeld

'VOS': exclusieve voorpublicatie uit de biografie van Luc De Vos (slot)

Ondanks het succes met Gorki bleef Luc De Vos tegen het einde van zijn leven worstelen met dezelfde demonen – zijn onzekerheid, zijn gulzigheid, zijn drankzucht. In deze tweede aflevering van de voorpublicatie uit de nieuwe biografie ‘VOS’ beschrijft Leon Verdonschot de laatste maanden van de zanger.

'Luc had een gecompliceerde verhouding met drank, dat wist iedereen rond de band. Het probleem was vooral dat hij steeds slechter weinig kon drinken. Dus dronk hij veel te veel, of juist helemaal niet'

Luc en Noelle, manager en platenbaas van Gorki, hadden tot die dag eigenlijk nooit ruzie gehad. Het was zaterdagavond 27 juli 2013, en Gorki had deze zomer even een pauze tussen de optredens. Eens in de paar jaar laste Noelle een sabbatical in, inmiddels een gevleugelde term in de muziekindustrie. Af en toe een jaar niet spelen zorgde ervoor dat ze het jaar erna weer een goede tour konden doen, had Noelle bedacht. Tijdens zo’n jaar rust kwam Luc vaak met een boek, en deed hij solo-optredens. Nu ook, op Kneistival in Knokke, voor de shows van de eveneens Gentse zangeres Sarah Ferri, en Spinvis. Heel druk was het niet. Noelle had het snel door: Luc ging vanavond voor de paljasserij. Hij onderbrak nummers, praatte langer dan hij zong, maakte fouten, raaskalde. Hij had een kater van de Gentse Feesten. Het was al de tweede keer deze zomer dat hij een optreden verknalde. Op de Gentse Feesten zelf had hij er ook niks van gebakken. De organisatoren hadden nota bene vooraf gevraagd of Luc niet dronken zou zijn. Daar was Noelle nog geïrriteerd over geweest: het was een groot misverstand dat Luc in lollige doen op een podium dan ook vanzelfsprekend dronken was. ‘Bovendien was het niet zelden de organisator zélf die voor het optreden met een fles wijn op Luc af kwam lopen.’

Maar die avond in Knokke was Luc te ver gegaan. Hij had een gecompliceerde verhouding met drank, dat wist iedereen rond de band, en Noelle en zijn vrouw Sandra wisten het al helemaal. Het probleem was vooral dat hij steeds slechter weinig kon drinken. Dus dronk hij veel te veel, of juist helemaal niet. Alles of niets, dat was het. Tegen Sandra zei hij weleens dat ze blij mocht zijn dat hij niet aan de drugs was. Dat helemaal niet drinken kon hij maanden volhouden, zelfs een halfjaar. Hij had zelfs op zijn 50ste verjaardag niet gedronken, want die viel in zo’n alcoholvrije periode. Het was een uitbundig feest, op het Dok, de ‘werfplek voor verpozing en creatieve manoeuvres’ waar ze een volledig varken aan het spit serveerden, en ’s avonds met zijn allen in een verrijdbaar bubbelbad sprongen. Ze maakten zoveel lawaai dat de politie polshoogte kwam nemen, precies op het moment dat de overblijvers in het bad lagen.

Dat te véél drinken kon hij eveneens lang volhouden: een paar dagen aan één stuk. Om daarna twee dagen zijn bed niet uit te komen, en tegen Sandra en Noelle te zeggen dat hij nooit meer, nee echt nooit meer zou drinken. De agenda die Noelle doorstuurde, was steeds zijn wake-upcall. Luc rekende terug vanaf het moment dat Noelle voor de deur zou staan om hem op te halen voor een show. De dag ervoor: weer een toonbaar mens worden. De twee dagen voor die dag: uitkateren. De dagen voor die twee dagen: drinken. Nooit miste hij een optreden, en dat was tegelijk het probleem, want daardoor leek zijn drankgebruik geen probleem te zijn. De afspraak was: voor het optreden een pintje of een cava, dat mocht. En eenmaal op het podium mocht hij ook drinken, al maakte Noelle zich altijd zorgen als Luc aan de wijn ging, want hij kon tussen elk nummer een wijnglas achterover slaan alsof het een shotje was.

undefined

'De man die op zijn 42ste al zei dat hij bijna 50 was, die als jongen op zijn eerste demo zong dat hij oud werd – die man wérd oud. En nu?'

Het begon vaker voor te komen dat Luc zich leek te hebben vergist in zijn telling: dat hij nog niet helemaal hersteld was wanneer Noelle voor de deur stond om hem op te halen. Voor Sandra en zoon Bruno was het nog erger, want die maakten ook de dagen daarvoor mee. Een optreden was misschien niet de enige reden om hier eens mee op te houden, opperde Sandra. Ook de sfeer thuis, of de confrontatie van zijn opgroeiende zoon met een vader en een fles whisky in de keuken. Op zulke momenten werd hij venijnig: noemde ze hem soms een slechte vader? Dat niet, maar wel een inconsequente: ‘Als hij dan een paar dagen later had besloten dat hij het leven weer ging oppakken, hing hij opeens de strenge vader uit die van Bruno wilde weten hoe het met zijn huiswerk stond. Dat hij een paar dagen ervoor nog overbodig had verklaard.’

De avond in Knokke was een ramp geweest: met een kater was hij begonnen, dronken was hij geëindigd. Vanaf de passagiersstoel begon Luc een verhaal over een optreden dat hij zelf had gezien op de Gentse Feesten, van een artiest die zoveel paljasserij had gebracht dat er van zijn show niets overbleef. Noelle reageerde kwaad en zei dat Luc zelf net het allerslechtste optreden uit zijn hele carrière had gegeven, vol met de meest onnozele paljasserij. Hij had zichzelf totaal belachelijk gemaakt. Luc ontplofte, en begon te schreeuwen. Dat was een zeldzaamheid. De meeste mensen hadden Luc nog nooit kwaad gezien, al werkten ze al decennia met hem. In al hun huwelijksjaren had Sandra Luc maar een paar keer zien ontploffen. Luc was in alles een binnenvetter, een conflictvermijder pur sang. Hij kon imploderen, maar nauwelijks exploderen. Als hij het een keer deed, werkelijk in woede uitbarsten met een luide stemverheffing, maakte het veel indruk. Als het Noelle niet meer aanstond, riep Luc, moest hij ermee stoppen. Noelle zei dat als Luc dat wilde, ze er nu mee stopten. Ze waren niet getrouwd: hij zou Luc nog thuis afzetten en dan was hun samenwerking afgelopen. Luc zei niks meer, Noelle ook niet, zwijgend reed Noelle naar de Ossenstraat in Gent. Daar stopte hij voor Lucs huis. Luc stapte uit en vroeg aan Noelle hoe laat hij hem volgende week kwam ophalen voor het volgende optreden.

undefined

null Beeld

undefined

'Luc en Bruno. Toen hij klein was, gaf zijn zoon hem de structuur die hij nodig had: hij móést wel opstaan en boterhammen smeren'


Verliefd

Luc was gulzig, gulzig in alles. Dat zag Noelle als één van zijn voornaamste taken: Luc temperen. Wat Gorki betrof, was 2014 eigenlijk een geweldig jaar. Noelle had jarenlang met gemengde gevoelens moeten toezien hoe bij iedere nieuwe plaat de door Firmin Michiels bedachte verzamelaar van Virgin weer begon te verkopen, soms nog beter dan de nieuwe plaat zelf. De best of met twee koeien op de cover (een keuze van Michiels en een ‘belachelijke hoes’ volgens Noelle) werd nog net niet gratis weggegeven, zo goedkoop lag hij overal in de winkel. Bijkomend nadeel was dat alle mensen die deze plaat kochten, geen nummers leerden kenden van alles na ‘Ik ben aanwezig’. Noelle wilde het aankomende 25-jarige jubileum van Gorki gebruiken om uitgebreid bij het repertoire van de band stil te staan, dus bracht hij een nieuwe verzamelaar uit: een dubbel-cd met alle singles van alle platen, in chronologische volgorde, uiteraard aangevuld met de non-single ‘Mia’, en het nieuwe ‘Ninja’. Luc wilde zoals altijd liever een nieuwe plaat maken, maar Noelle hoorde zichzelf redeneren als Firmin Michiels bijna twintig jaar geleden op het hoofdkantoor van Virgin: alles op z’n tijd, eerst een verzamelaar.

Het lukte Noelle voor 2014 een uitgebreide tour samen te stellen, met het vooruitzicht op een theatertour in het voorjaar van 2015 en daarna nog een festivaltour. Een belangrijk optreden was op de Gentse Feesten, waar ze voor een grote menigte begonnen met ‘You’ll Never Walk Alone’. Op de nieuwe verzamelplaat stonden ook enkele nummers van ‘Hij leeft’, dus speelden ze op deze tour ook ‘Beste Bill’ weer, zoals het ooit bedoeld maar nooit opgenomen was: op een marsritme van drums. Na ‘Lang zullen ze leven’ zei Luc: ‘Ik heb het een beetje warm en ik ga mijn T-shirt uitdoen, is dat goed? En jullie mogen dat ook allemaal doen.’ En daar stonden ze de rest van het optreden: halfnaakt en genietend, de bourgondiërs van de Vlaamse rock-’n-roll. Luc maakte op dat podium een gelukkige indruk. Hij had pittige gesprekken met Noelle gehad over zijn drankgebruik en deze tour. Daar was een keiharde afspraak uit gekomen: geen alcohol. Het was voor Noelle een verre van ontspannen tournee: bij iedere show was hij bang dat dit de avond zou worden waarop het alsnog misging. Bassist Erik Van Biesen: ‘Het leek soms wel of Luc alsnog in zijn puberteit was terechtgekomen.’

De schrik zat erin bij Noelle. Een keer een vriend aan de deur of een cafébezoek en het zou misgaan, en flink ook. Ze werden er allebei ook een beetje paranoïde van. Noelle keek de hele tijd met een schuin oog naar wat Luc bestelde, ook bij het eten. Luc op zijn beurt verdacht iedereen van de crew of band die een keer een Spa bestelde ervan dat te doen om hem niet in de verleiding te brengen, raakte dan geïrriteerd en schold ze uit voor mietjes. Noelle had ook gezorgd dat op het podium de verleidingen zo klein mogelijk waren: de band speelde veel nummers achter elkaar door. Merkte de band dat een anekdote van Luc de lange kant op ging, een moment waarop hij doorgaans iets wilde drinken, dan moest drummer Bert gewoon aftikken, desnoods halfweg het verhaal.

Op het podium dronk Luc thee, al bleef hij in de microfoon verkondigen dat het cognac was. Het bleef Noelle zelfs na al die jaren verbazen hoeveel waarde Luc hechtte aan dit soort rock-’n-rollclichés. Geregeld kreeg hij vanuit het publiek een glas bier aangeboden. Dan nam hij het aan, bedankte de gever, zette het opzij en zei dat hij eerst even zijn cognacje zou opdrinken. Het kwam een paar keer voor dat iemand in het publiek een slok wilde van die cognac. Op het moment dat die festivalbezoeker uit wilde roepen dat het helemaal geen cognac was, grapte Luc dat hij erin gepist had, en viel de opmerking over de thee weg in het gelach en applaus. Hij hield het vol, zelfs op de Gentse Feesten. Toen Luc tegen het eind van de Gentse Feesten, na een optreden met Gorki in Puurs, nog snel de stad inging, wist Noelle dat de ban gebroken was.

Zelfkwelling kleefde aan Luc, dat wist iedereen die hem goed kende. Er waren vaste patronen: wanneer een tour was afgelopen of de drukte rond het uitkomen van een plaat voorbij was, werd zijn gemoed een tijdlang zwaar. Er waren ook twijfels die steeds terugkwamen. Over de band, over Noelle, over zijn huwelijk. Hij toonde zich niet aan iedereen gelijk: thuis klaagde hij over de band, tegen de band over Noelle, tegen vrienden over Sandra en de band en Noelle. Er waren de terugkerende verzuchtingen. Was hij maar, had hij maar. Was hij maar een hiphopper die gewoon de decadentie durfde te omhelzen, met al dat goud om hun nek. Was hij maar een tiener die naar techno luisterde en zich daarmee over kon geven aan de leegte. Was hij maar als die jongeren in de Culture Club, waar hij ook naar binnen mocht omdat hij Luc De Vos was, maar natuurlijk allang niet meer thuishoorde, tussen de meisjes met glittertjes op hun wang, vol van de levensvreugde die hij ook wilde hebben. Leefde hij maar werkelijk in Hedonia. Was hij maar ‘Surfer Billy’ (song van Gorki, red.). Hij was zo innemend omdat hij zich als een klein jongetje kon verwonderen, maar precies dat perspectief vol onvervulde verlangens leek zich nu tegen hem te keren. De man die op zijn 42ste al zei dat hij bijna 50 was, die als jongen op zijn eerste demo zong dat hij oud werd – die man wérd oud. En nu?

undefined

null Beeld

undefined

'Gentse Feesten 2014. Het was bassist Erik Van Biesen, die hij tijdens iedere Gorki-show op het podium aaide, al vaak opgevallen dat Luc ook lichamelijk gemakkelijker zijn genegenheid toonde aan mannen.'

Tegelijk wist iedereen dat hij niets anders wilde – en indien wel, dan had hij het nog steeds niet gedurfd. Wat moest Luc zonder Gorki, zonder Noelle en zonder Sandra? Ondenkbaar. Bovendien: stoppen met Gorki, breken met Noelle en scheiden van Sandra, dat vereiste een keuze maken, een besluit nemen en vervolgens dat besluit uitvoeren. Voor die drie stappen leunde hij juist op Sandra en Noelle. Hoe dat in Lucs hoofd te werk ging, zag niemand van zo dichtbij als Sandra. Na de laatste plaat besloot hij voor de zoveelste keer te stoppen met Gorki. Hij zou de band opheffen. Het voelde als een enorme opluchting. Zo groot dat hij weer overal zin in kreeg. Al helemaal in spelen met Gorki. Ze daagde hem ook uit, bijvoorbeeld wanneer ze zag dat hij voor de zoveelste keer verliefd was op een nieuwe onbereikbare liefde. Moest hij nou echt de rest van zijn leven bij dezelfde vrouw blijven, verzuchtte hij weleens, ook tegen die vrouw zelf. Sandra: ‘Dan zei ik: ga dan eens een keer met zo’n andere vrouw uit. Dóé het dan, in plaats van je te wentelen in zelfmedelijden.’ Een keer was hij verliefd op een meisje, en kondigde hij aan dat hij met haar ging eten. Sandra zei dat hij dat zeker moest doen. Twee uur later was hij weer thuis, en deed zijn beklag tegen Sandra. Wat een lastige avond was dat geweest! Het was alsof hij zich pas aan tafel in dat restaurant had gerealiseerd dat hij ook werd geacht een gesprek te voeren, en dat hij niet alleen maar uren amechtig naar het meisje kon staren.

Het was bassist Erik, die hij tijdens iedere Gorki-show op het podium aaide, al vaak opgevallen dat hij ook lichamelijk gemakkelijker zijn genegenheid toonde aan mannen dan aan vrouwen. Zijn vrienden Wim Defoort, Bruno Matthys en Jan Bekaert waren met Luc tijdens hun vakantie in Frankrijk op een terras terechtgekomen, waar Luc constant aan het loeren was naar twee vrouwen aan een tafel naast hen. Waarom sprak hij ze niet gewoon aan, vroegen zijn vrienden. Toen hij eindelijk voldoende moed had verzameld, liep Luc naar het tafeltje, en kwam hij met wellicht de minst kansrijke openingszin aller tijden: ‘Are you her mother?’ Hij was een wonderlijke combinatie van wijsheid en wereldvreemdheid. Op elk gebied. Vriend Bruno: ‘Luc kon op sommige vlakken bijvoorbeeld heel gierig zijn en op andere met geld smijten. ‘Ik had goesting om aubergines klaar te maken, maar ze kostten 16 euro per kilo! Dus die heb ik niet gekocht.’ En dan dezelfde avond op café en in het restaurant voor alle anderen afrekenen. Hij had werkelijk geen idee van geld.’ Tegelijk had die wereldvreemdheid ook een andere kant. Bruno had weleens de indruk dat de wereld net iets te zwaar was voor Luc. De kleine verplichtingen van het leven. Gewoon naar een trouwfeest gaan en daar functioneren, je verhouden tot anderen: allemaal moeilijk. Bruno: ‘Dan ging hij ervandoor, ging hij drinken, onnozel doen of terugvallen op het typetje Voske.’ De wereld zonder verdediging tegemoet treden zoals die was: hij kon het nauwelijks. Maar Luc zou nooit een eind aan zijn leven maken, was de overtuiging van Bruno, en van Jan, en van al zijn vrienden. Daarvoor hield hij te veel van zijn omgeving, van Sandra en van hun zoon.

Op 10 oktober 2014 overleed Lucs moeder, op 97-jarige leeftijd. Ze woonde al een paar jaar in een verzorgingstehuis. Haar kinderen kwamen er nog vaak op zondag. Dan was er taart en whisky, net als vroeger thuis. Luc kwam steeds minder. Drie jaar voor haar dood was haar huis verkocht, en Lucs broers en zussen moesten talloze keren vragen of Luc zijn spullen eindelijk eens kwam ophalen. Ze vonden ook dat hij te weinig langskwam bij zijn moeder. Broer Erik: ‘Hij kon dat niet aan, volgens mij.’ Sandra en Luc reden na haar dood naar het verzorgingstehuis, waar alle kinderen van Irma De Puydt samenkwamen. De kleine kamer zat helemaal vol. Het was druk en het ging over praktische zaken. De dienst, de kist. Luc was stil, ook toen het ging over de foto voor op het bidprentje. Uiteindelijk koos Sandra die foto, gemaakt op hun bruiloft. Irma De Puydt stond erop als een sterke, statige vrouw. Dat leek Sandra passend, en dat vonden de anderen ook. Irma De Puydt werd begraven in de kerk van Wippelgem. Luc was gesloten in de dagen rond de begrafenis, hij kroop diep in zijn schulp. Luc en troost gingen niet gemakkelijk samen, wist Sandra al jaren. ‘Ik vond dat zijn gebrekkigste kant. Ik heb een paar keer tijdens onze relatie groot verdriet gehad, en daarbij had ik nooit het gevoel dat hij me kon helpen. Hij werd er heel ongemakkelijk van. Hij kwam niet verder dan: ‘Leg u in de zetel, ik zal koffie brengen.’ En een uur later: ‘Zal ik anders een ei bakken?’ Hij had geen talent voor het concept troost, hij viel dan terug op de bekende paden: voedsel en warmte. Nooit een uitnodiging om uw hart uit te storten. Ik heb na Bruno twee keer een miskraam gehad en het daar ook zwaar mee gehad, maar dat hebben we niet samen kunnen verwerken. Ik vond dat heel jammer, het heeft me geraakt en ook anders naar hem doen kijken. Maar als hij zelf problemen had, kon hij ook niet om die troost vragen. Ik denk dat ik het dichtst bij hem ben geraakt, maar zijn instelling was: het is nu eenmaal zo, niemand kan me daar bij helpen, het is mijn probleem. Hij zal in zijn jeugd nooit iets te kort hebben gehad, maar het gevoel van een warm nest heeft hij niet gekend, en dat heeft hem zijn hele leven parten gespeeld in zijn relatie en vriendschappen. Het idee dat je er uiteindelijk toch alleen voor staat, dat zat heel sterk in zijn hoofd. Je hoort het niet voor niets terug in veel van zijn teksten.’

undefined

null Beeld

undefined

'Luc en zijn vrouw Sandra. Hoe het er in zijn hoofd aan toeging, zag niemand van zo dichtbij als zij'


Help me dan

Jan was niet alleen zijn vriend, maar ook zijn drinkebroer. Ze gingen samen naar optredens in de Video op de Oude Beestenmarkt, en daarna nog wat drinken in de Charlatan of in Trefpunt. Luc was geen nachtbeest, dus al te laat waren ze meestal niet thuis. Maar Jan wist ook wat er vervolgens vaak gebeurde: Luc nam afscheid van Jan, stapte zijn huis in, liep een paar minuten later weer naar buiten, ging in de nachtwinkel sterkedrank kopen en dronk thuis verder. Zijn alcoholgebruik werd problematischer. Jan had het er moeilijk mee: hij was zijn vriend en dus bezorgd, maar juist hun gezamenlijke cafébezoek leidde na een periode van geheelonthouding vaak ook een nieuwe fase van overmatig gebruik in. Hij was dus ook de medeaanstichter. Aan de andere kant: ‘Luc was geen klein kind, en ik hou nu eenmaal niet van cola.’ Als Luc Jan voorstelde om binnenkort een pintje te gaan drinken, wist Jan dat er een nieuwe periode van veel drank aanbrak en ging hij met Sandra praten om haar voor te bereiden. Samen hoopten ze dan dat Luc zich nu wel kon beheersen. Tegelijk begon Sandra het ronduit zielig te vinden, wat ze een zeer onaangenaam gevoel vond bij de man van wie ze zoveel hield. Ze had een paar keer gezegd dat ze zou weggaan als hij niet ophield met drinken, had het ook een paar keer gedaan. Dan kwam Luc zijn excuses aanbieden en beloofde hij zijn leven te beteren, wat hij aanvankelijk ook altijd deed.

Een kwade dronk had hij nauwelijks. In zeer uitzonderlijke gevallen kon hij ’s nachts opeens luid het respect opeisen dat hij te weinig had gekregen, maar meestal werd hij vooral emotioneler en aanhankelijker. Het waren de dagen erna die steeds lastiger werden. Sandra, Jan en Luc bespraken de mogelijkheid van een definitief afscheid van de drank. Van het katholicisme naar het calvinisme. Jan ging met Luc op gesprek bij een psychiater, verbonden aan een alcoholkliniek. Geen optie voor Luc, bleek al snel. Het zou nooit geheim blijven, en bovendien waren de sessies in groepsverband. Aan de zin van een gewone psycholoog twijfelde Jan enorm: die zou nooit vat kunnen krijgen op Luc, de meesterverteller die zich onder elk moeilijk gesprek uit wist te wurmen, desnoods door de ander in alles ruiterlijk gelijk te geven. Bovendien was hij er te trots voor. Hoe vaak had hij niet tegen Sandra gezegd dat therapie een ziekte van deze tijd was?

Het grootste probleem was ook niet de drank, maar zijn gemoedstoestand. Een enorme zwaarmoedigheid leek hem soms te overvallen. Jan had er veel vragen over, maar Luc had geen antwoorden. Hun vriend Wim had al jaren geleden afgeleerd Luc naar een waarom te vragen. Luc was niet de man om een antwoord op die vraag te geven. Wim had zich ermee verzoend dat iedereen Luc mocht, en vaak zelfs een bijzondere band met hem dacht te voelen. Maar niemand kende hem, ook zijn beste vrienden niet. En Sandra had weleens de indruk dat hij zelf ook niet echt wist wat hij dan wel wilde. Ze kende zijn inmiddels klassieke reactie bij pogingen erover door te praten: ‘Ge kunt de dingen ook naar de kloten praten hè, Sandra?’ Hij benadrukte altijd dat ze zijn wisselingen van gemoed zeker niet persoonlijk moest nemen. Dat klonk redelijk, maar was lastig. Toen Jan bleef doorvragen, zette Luc een keer de laatste plaat van Gorki op. ‘Ik ben op de vlucht voor mijn buikpijn / Maar ik verga dus ik besta’ – nou, dát dus. Dat was toch duidelijk?

Alles wat in zijn leven van belang was, leek hij momenteel te ervaren als een blok aan zijn been: zijn band, zijn huwelijk, zijn jeugd. Als Luc dronk, was die buikpijn er niet. Dat werkte. En wat voor Luc werkte, dat bleef hij herhalen. Soms werd Jan kwaad: het leven was voor níémand alleen maar gemakkelijk. En al was Luc misschien een gevoeligere ziel dan veel van die andere mensen, hij had wel een vrouw en een kind die veel van hem hielden, en aan wie hij tegenover Jan talloze malen uitvoerig de liefde had verklaard. Sandra, met wie Jan hem zo vaak zo hard had zien lachen. En een zoon die inmiddels op een leeftijd was gekomen dat hij dit niet bleef pikken, zo’n vader die dagenlang lusteloos op de bank hing met een houten kop en die vond dat iedereen hem met rust moest laten. Misschien moest hij voor één keer in zijn leven de confrontatie eens aangaan, zei Jan, en wel met zichzelf. ‘Help me dan,’ zei Luc soms. Dan werd hij, de man bij wie lichamelijk contact altijd samenging met ongemak, opeens heel fysiek, klampte zich met dat bonkige lijf stevig aan zijn pezige vriend vast. Die vond het vooral verwarrend: als Luc dit deed, moest hij zich wel ontzettend slecht voelen. Tegelijk legde hij de oplossing opnieuw in de handen van een ander. En dat wist hij zelf ook. Dat was ook het probleem: alles wat Jan en Sandra en Bruno en wie dan ook konden zeggen, wist Luc zelf ook al.

undefined

'Het idee dat je er uiteindelijk alleen voor staat, zat heel sterk in zijn hoofd'

In november was Lucs agenda tamelijk leeg. Sandra had dat allang zien aankomen en zich zorgen gemaakt. Luc had structuur nodig. Vroeger, toen Bruno klein was, gaf zijn zoon die structuur: dan móést Luc wel opstaan en boterhammen smeren. Als Gorki tourde, gaf de band structuur. Luc was weliswaar bezig aan een nieuw boek, en met Gorki aan een nieuwe plaat, maar enige haast was er niet. Noelle belde na een repetitie altijd naar de band, om te vragen hoe het was gegaan. Als hij hoorde dat Luc er niet was geweest, wist hij voldoende.

Vlak bij de echtelijke woonst had Luc een klein appartement, met een woonkamer, twee slaapkamers en een door Jan gebouwde keuken, waar hij werkte, en waar hij zich ook kon terugtrekken als hij alleen wilde zijn. Of waar Sandra hem verzocht naartoe te gaan als hij toch maar met een kater op de bank zat. Hij was daar vaak de laatste tijd. Jan had hem er een paar keer totaal van de wereld aangetroffen. Eén keer was het zo ernstig dat hij een ambulance had laten komen. Luc was razend geweest en schold hem uit voor smeerlap. Jan zei dat hij het een volgende keer opnieuw zou doen. Als Luc dat niet wilde, moest hij hun vriendschap maar verbreken. ‘Ge zijt een smeerlap!’ riep Luc opnieuw. Daarna was het weer goed. Op de dag dat hij ’s avonds moest voorlezen in een bibliotheek, ging Jan ’s ochtends bij hem langs. Luc zette ‘After the Gold Rush’ van Neil Young op, keihard. Hij zag er uitgesproken slecht uit, volstrekt van de kaart. Noelle zou hem gaan ophalen, was aan de deur geweest, had één blik op Luc geworpen en wist genoeg. Hij had de voordracht afgezegd. Dat was in de geschiedenis van Gorki en Luc als performer nog nooit gebeurd.

null Beeld

Een week later, op zaterdag 29 november, was zoon Bruno jarig. Luc had geslapen in zijn werkappartement, maar was ’s ochtends niet naar huis gekomen, terwijl hij dat wel met Sandra had afgesproken. Ze belde hem, maar hij nam niet op. Ze belde Bruno Matthys, en liep samen met hem naar het appartement. Daar vonden ze Luc. Hij zat in zijn zetel.

In zijn archief zat nog een citaat van Baudelaire, dat hij lang had gekoesterd, maar dat hem de afgelopen maanden leek te zijn ontglipt: ‘Laten we, omdat we geen schoonheid kunnen halen uit het leven, tenminste schoonheid halen uit het feit dat we geen schoonheid uit het leven kunnen halen. Laten we van onze mislukking een zege maken, een feitelijk opgetrokken iets met zuilen, verhevenheid en geestelijke instemming.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234