null Beeld

Waar inteeltkoppen thuis zijn: Dwarskijker over de speelfilms uit de jaren 60 en 70 op Canvas

De openbare omroep zou het hele jaar door klassieke speelfilms moeten vertonen, en nooit meer 'F.C. De Kampioenen'

'De openbare omroep zou het hele jaar door klassieke speelfilms moeten vertonen, en nooit meer 'F.C. De Kampioenen''


Speelfilms uit de jaren 60 en 70

Canvas – enkele woensdagavonden in de zomer van 2015

De zomerslapte op de binnenlandse televisie lijkt stilaan op een algemene staking. Er is op de Vlaamse zenders nagenoeg niets van mijn gading te zien, ook weinig dat mij, ter vermaak van een stuk of wat lezers met een nog slechter karakter dan ik, allerlei vileins influistert. Als ik het over ‘niets van mijn gading’ heb, bedoel ik minstens ‘F.C. De Kampioenen’, poppenkast met levende have. ‘Wie zijn bekomst heeft van ‘F.C. De Kampioenen’ heeft genoeg van het leven,’ is een gezegde dat ik, nu ik het bedenk, voor het eerst hoor. Voor de afwisseling zijn er veel kakelende schnabbelaars actief in panelspelletjes, glimplebs dat rond deze tijd van het jaar op kosten van Dag Story Allemaal ergens in een Caraïbisch all-inhotel hoort te zitten, teneinde er exclusief zijn nakende echtscheiding, zijn ongeneeslijke ziekte of zijn nieuwe liefde bekend te maken. Maar daar is bij Dag Story Allemaal misschien geen geld meer voor. Nu ja, in kwijnende kranten die ook in hun digitale gedaante geen winst draaien, lees ik keer op keer triomfalistische stukjes over zieltogende weekbladen van papier. Waar was ik in godsnaam gebleven? O ja, panelspelletjes. Er worden in deze dagen ook panelspelletjes herhaald, alsof het tv-klassiekers zouden zijn. Mocht mijn werk geen bron van inkomsten zijn, dan zou mijn lezerskringetje in dit jaargetijde en in deze kolommen geen last van mij hebben. Neen, voor de arbeidsvreugde hoef ik het in de zomer niet te doen, voor het geld dan weer wel.

Laat ik niettemin even de positivo uithangen en schrijven dat ik me op woensdagavond eventueel zou kunnen verheugen op de speelfilms uit de jaren 60 en 70 die Canvas dan uitzendt, stuk voor stuk meesterwerken waarop ik, als kind van die tijd, vermoedelijk nooit uitgekeken zal raken. Hoe heerlijk is het niet om Jack Nicholson in ‘Easy Rider’ voor de zoveelste keer zijn uitmiddelpuntige acteertalent te zien openbaren in een onvergetelijke bijrol: de verfomfaaide, alcoholhoudende maar geïllumineerde advocaat George Hanson, met zijn Southern drawl en zijn retrofuturistische motorhelm. De volgehouden pathos van Visconti’s ‘Dood in Venetië’ – een betrokken zwerk vol Mahler – gaat er bij mij nog altijd in, ook al is die film zo traag en slepend als een lang ziekbed. Ooit zag ik een kunstzinnige oude homo uit mijn kennissenkring – een flamboyante liefhebber van zijden foulards en giftige opmerkingen – in snikken uitbarsten toen hij ‘Morte a Venezia’ voor de zoveelste keer op dvd bekeek. Tranen biggelden. Hij was niet vies van een ooglijntje. Slakkensporen van uitgelopen mascara veegde hij met z’n zijden foulard af. Cinema liep in de werkelijkheid over.

Ik ga nog steeds in ‘Deliverance’ van John Boorman op: claustrofobie en dreiging en rekbare moraal in het soort vrije natuur waar alleen inteeltkoppen thuis zijn. O, de beeldige inteeltkop van de Banjo Boy, gespeeld door Billy Redden, die met zijn banjo een duel aangaat met de akoestische gitaar van Ronny Cox. Billy was in het echt geen voortbrengsel van inteelt, laat staan dat hij de banjo meester was. Ook Ronny Cox speelde niet echt gitaar. Een uitgekiende cameravoering hield de schijn op: cinema. Wat we te horen kregen, was de opname die Eric Weissberg en Steve Mandell van ‘Dueling Banjos’ hadden gemaakt, een nummer dat in 1972 op single werd uitgebracht.

‘Dueling Banjos’ jaagt me terug naar een plek en een tijd waar ik ook in gedachten liever niet meer kom, maar laat ik die herinnering toch maar even opschrijven voor het Grote Vergeten een aanvang neemt. In 1978, toen ik al jaren het ouderlijk huis uit was, ging mijn vader schielijk dood. Ik ontplooide me in die tijd aan een toneelschool, waar ik me ook in rare bochten wrong. Na mijn vaders overlijden vroeg mijn moeder me om terug te keren naar het dorp en een tijdlang bij haar in te trekken – zij wilde het alleen-zijn kennelijk nog even uitstellen. Ik, die een nogal bruisend uitgaansleven gewoon was, zat voortaan naar de diepe zuchten van mijn moeder te luisteren. De televisie was een lichtgevend achtergrondgeluid dat nauwelijks tot ons doordrong. Nadat mijn moeder ’s avonds rond tien uur ter ruste was gegaan, sloop ik het huis uit en toog naar het enige café dat ook doordeweeks weleens tot één uur ’s nachts openbleef. De kroegbazin, blond van nature en in de fleur van haar leven, beschikte over een krachtige seksuele uitstraling en een kwebbel die overuren maakte: alles wat haar door het hoofd ging, sprak ze ook uit, maar voor de rest was ze niet onaardig. Ik trof er vaak twee vaste klanten, uitkeringsgerechtigden van onbestemde leeftijd, al zagen die vaardige innemers er vast ouder uit dan ze waren. Mocht ik de politieke correctheid niet aanhangen, dan zou ik de ene ronduit achterlijk noemen, en de andere net iets minder zwakbegaafd. Kortom, geen lui die thuis gestaag aan een Theorie van Alles zaten te sleutelen.

undefined

'Aan iemand die in een café zat te lezen, moest wel een steekje los zijn, als hij al geen voltijdse flikker was'

Op een avond zat ik in dat café de Prisma-pocket ‘François Villon, rover, moordenaar en dichter’ te lezen; ik had ook een bundel gedichten van Villon bij me, in de welluidende vertaling van Ernst van Altena. Ik broedde toen namelijk op een toneelvoorspelling aangaande de rover, moordenaar en dichter. Er is nooit iets van terechtgekomen, wellicht omdat ik in mijn schamele leven altijd meer plezier aan plannenmakerij dan aan de uitvoering van projecten heb beleefd. Maar goed, die avond mocht ik me in de bijzondere aandacht van het tweetal verheugen: aan iemand die in een café zat te lezen, moest wel een steekje los zijn, als hij al geen voltijdse flikker was. Eén van hen vroeg me wat ik deed voor de kost. Nadat ik met een zekere schroom gezegd had dat ik voor toneelspeler leerde, las ik van alles tegelijk in hun blik: onder andere ongeloof, afkeer, en een diep verlangen om me terstond een ram voor mijn kop te geven. Gratuit geweld is geen nieuwigheid. Vreemd genoeg lieten ze me ongemoeid, want hoogstwaarschijnlijk dachten ze dat ze met de dorpsidioot te maken hadden, een rol die ik, om hen te dienen, overigens graag vervulde. Diezelfde avond stopte één van hen een muntstuk in de jukebox, waarna ‘Dueling Banjos’ opklonk, een nummer dat traag begint – een vraag-en-antwoordspel tussen banjo en gitaar – en ineens in vingervlugge razernij ontsteekt. In het midden van het café deed de ene alsof hij de banjo beroerde, en de andere nam de ingebeelde gitaar voor zijn rekening. Toen de vingervlugge razernij inzette, begonnen ze – noem het in afwachting van het juiste woord maar dansen – al stampvoetend rond te banjeren, alsof ze een brandende vloerbekleding wilden doven. Ze stieten daarbij cafétafeltjes uit het gelid en liepen stoelen omver. ‘Kalm! Kalm! Kalm!’ riep de kroegbazin, maar dan op illusieloze toon, alsof ze dat al vaker vergeefs had geroepen. Na ‘Dueling Banjos’ ging het tweetal aan de bar zitten uithijgen, zo ver mogelijk uiteen. Ze waren geen familie van elkaar, en ook weer niet zulke goede vrienden, veeleer schooiers die op elkaar aangewezen waren in het ene dorpscafé dat op een dinsdag weleens tot één uur ’s nachts openbleef. De werkelijkheid liep over in cinema, iets in de optiek van Aki Kaurismäki, en ik dacht dat drie dorpsidioten in één café er minstens twee te veel waren. Waarna ik me uit de voeten maakte in het uitstekende gezelschap van François Villon.

Voor het overige ben ik van mening dat de openbare omroep het hele jaar door klassieke speelfilms zou moeten vertonen, en nooit meer ‘F.C. De Kampioenen’. En leve Griekenland! Moge de rest van de Europese Unie in de drachmezone blijven!

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234