Waar verzet jij je tegen?

Waar wind jij je over op? En hoe gebruik je die energie om de wereld positief te beïnvloeden? Fotograaf en filmmaker Anton Corbijn stelde de vraag aan denkers en doeners uit Nederland en Vlaanderen. Deze week: Dick Swaab, Elke Geraerts en Ko Colijn.


Dick Swaab (Neurobioloog): ‘Taboe op hersenziekten’

Hersenziekten dragen, in tegenstelling tot een gebroken been of een hartinfarct, een stigma mee: alsof krankzinnigheid nog steeds een straf van God zou zijn voor zondaars, en ze door de duivel bezeten zijn. Natuurlijk zijn we bang voor ziekten die onze persoonlijkheid aantasten, maar dat maakt een stigma nog niet acceptabel. Bovendien zijn taboes rond hersenziekten gevaarlijk. In Nederland heeft 16 procent van de volwassenen ooit een depressie gehad; dat percentage is vergelijkbaar met de meeste andere westerse landen. Maar in China, waar ik ook werk, ligt het volgens de officiële cijfers op slechts 5 procent. Dat komt niet doordat Chinezen zoveel gezonder zijn dan wij, maar doordat mensen met een depressie niet naar een psychiater durven te gaan, vanwege het stigma dat op hen en de hele familie zou drukken. Doordat ze niet behandeld worden, zijn de zelfmoordcijfers in China driemaal zo hoog als in het Westen.

Gelukkig is het taboe op hersenziekten bij ons niet zo sterk meer, maar het is er nog wel. Professor Iris Sommer schreef in 2015 het boek ‘Haperende hersenen’ over psychiatrische hersenziekten (zoals schizofrenie, manische depressiviteit en een dwangstoornis) en neurologische hersenziekten (zoals de ziekte van Parkinson, alzheimer en multiple sclerose). Ik vond het veelzeggend dat de als voorbeeld aangehaalde patiënten met een neurologisch ziektebeeld hun ziektegeschiedenis onder hun eigen naam gepubliceerd wilden zien, terwijl de psychiatrische patiënten voor een pseudoniem kozen. De neurologische patiënten hadden met hun netwerk over hun ziekte gesproken, de psychiatrische patiënten verzwegen hun aandoening.

Er zijn ook redenen om ze te verzwijgen. Je wordt vaker gepasseerd voor een promotie of een baan: het sollicitatiegesprek is zeker niet het juiste moment om erover te vertellen. Anderzijds kan het verzwijgen van het probleem extra stress tijdens het werk veroorzaken en problemen opleveren wanneer het opeens minder goed gaat.

Neurologische patiënten komen ook in Nederland nog regelmatig in de knel door onbegrip en onwetendheid. Amyotrofe laterale sclerose (ALS) is een hersenziekte waardoor spieren verlamd raken. Een ALS-patiënt in een rolstoel op een terras aan de kust, wiens vrouw even was gaan zwemmen, werd te verstaan gegeven dat hij daar niet mocht blijven zitten zonder iets te bestellen. Hij had daartoe de toestemming gekregen, maar sommige personeelsleden wisten dat niet, en de man kon niet praten. Hij kon wel communiceren met zijn iPad, maar het personeel vond het eng om met een duidelijk invalide man te communiceren. Een andere ALS-patiënt werd op straat aangehouden omdat hij stomdronken zou zijn. Hij kon moeilijk lopen en sprak met dubbele tong.

Het is mijn vaste overtuiging dat het enige effectieve wapen tegen deze stigma’s, taboes en vormen van onbegrip en onwetendheid erin bestaat bij het algemene publiek belangstelling te wekken voor de fantastische machine die ons brein is. Vervolgens moeten we ook uitleggen dat deze complexe machine vanaf de conceptie tal van kwetsbaarheden heeft die, zonder dat iemand daar schuld aan heeft, tot allerlei problemen kunnen leiden. Als je íéts van de ongelofelijk ingewikkelde moleculaire mechanismen van hersenontwikkeling afweet, ben je in feite verbaasd dat het zo vaak nog redelijk goed gaat!


Elke Geraerts (Psychologe): ‘Stress op het werk’

Wanneer je vandaag een krant of magazine openslaat, zul je zeker iets lezen over de hoge werkdruk die wij ervaren. Stress- en burn-outcijfers stijgen nagenoeg elk kwartaal, en als oorzaak van langdurig absenteïsme speelt chronische stress een steeds grotere rol. Als bedrijven deze cijfers erkennen, starten ze in het beste geval een burn-outpreventiebeleid, waarbij stress zoveel mogelijk de kop wordt ingedrukt. Medewerkers leren hoe ze beter om kunnen gaan met stress, op stress kunnen anticiperen en de werkdruk kunnen doseren. Dat kan hen in staat stellen om ‘normaal’ te functioneren. Maar het biedt geen enkele waarborg voor duurzame inzetbaarheid. Deze focus op stress in ons bedrijfsleven en onze maatschappij maakt me boos.

Wetenschappelijk onderzoek en praktijkervaring leren ons al lang dat een werksituatie niet enkel bestaat uit stressfactoren, maar ook uit zogenaamde energiebronnen. Waar haalt een medewerker energie uit op het werk? Wat zorgt ervoor dat medewerkers ’s ochtends met zin komen werken en deze positieve energie ook weer mee naar huis nemen? Vaak gaat het om zaken als een persoonlijke band met het werk en de organisatie, een bepaalde mate van autonomie, inspirerend leiderschap, waardering van prestaties en talent, en loopbaanverwachtingen. En bovenal teamsfeer. Dat blijkt nog de grootste energiegever voor medewerkers – of energiezúíger, als het spaak loopt in een team.

Er kan pas actie ondernomen worden om medewerkers mentaal fitter te maken wanneer werkgevers in kaart brengen welke energiebronnen aanwezig zijn op de werkvloer. Het professionele geluk stijgt wanneer je samen nagaat welke functie het meest geschikt is voor een medewerker. Een functie die de talenten van een medewerker maximaal benut en die ook wezenlijk bijdraagt aan de doelen van de organisatie. Er is al lang kritiek op de typische beoordelingsgesprekken die jaarlijks veel tijd (en energie) vergen van leidinggevende én medewerker. Een ‘veerkrachtgesprek’, waarin men van tijd tot tijd samen nagaat hoe de veerkracht van de medewerker optimaal kan worden versterkt en behouden, zal tot een duurzamere en energiekere inzetbaarheid leiden.

En wanneer heb jij zelf voor het laatst nagedacht over je energiebronnen? Waar krijg jij energie van? We kunnen lange lijstjes maken van datgene wat ons stress bezorgt en we hebben het allemaal druk-druk-druk. Maar de denkoefening over wat je energie geeft, kan resulteren in heel veel winst. Niet enkel op je werk maar ook tijdens je privétijd. Ga na wat jou intrinsiek motiveert en in welke mate je werk en privétijd parallel lopen met jouw waarden, jouw enthousiasme. En zoek die energie net wat meer op. Ik geef je graag de 48-uuruitdaging mee: zoek in de komende 48 uur drie van je energiebronnen net wat actiever op en stimuleer ze. Wedden dat je stress vermindert en je net wat meer mentale veerkracht ervaart?


Ko Colijn (Politicoloog): ‘Oorlog als moreel ijkpunt’

Het klinkt een tikje blasé om na meer dan veertig jaar werken de schouders op te halen en te zeggen dat je al lang niet meer door idealen wordt gedreven. Die zijn er natuurlijk nog wel, maar danig verdund door realisme, desillusie en toevalligheden. Té danig om nog te beweren dat idealisme of verontwaardiging je enige drijfveren zijn. Ik vraag me ook niet meer elke dag af waartoe ik op aarde ben. Maar cynisch ben ik ook niet, en als ik de schillen van de matroesjkapop van mijn motivatie afpel, is daar toch wel degelijk nog steeds de oude inspiratiebron. Vier bronnen eigenlijk: krant, het nieuws, GBJ en 4 mei.

In de jaren vijftig – opa vertelt – gold in huize-Colijn het vaste ritueel dat het avondblad Het Vaderland om zes uur werd bezorgd. Ik denk zelfs dat mijn vader om kwart voor zes – teruggefietst als duizenden andere Haagse ambtenaren van zijn kantoor – direct bij de voordeur op de uitkijk ging staan om te zien of de bezorger wel stipt op tijd was, want de krant kon hij niet missen, geen dag, een leus die door hem bedacht zou kunnen zijn. Hij verdween vervolgens uren uit het zicht, achter zijn courant, alleen onderbroken door de avondmaaltijd en onbereikbaar voor de rest van de familie, om het wereldnieuws te digesteren. Want Chroesjtsjov, Eisenhower en Adenauer gingen voor. Eérst kwam de Koude Oorlog, dan Jan de Quay en Joseph Luns en dan de rest van het leven.

Er mocht zacht worden gesproken, er mocht ook weleens een vraag gesteld worden (‘Wat is het verschil tussen een bondskanselier en een premier?’). Maar op twee momenten zeker niet: bron nummer twee. Eén daarvan was wanneer uit het oude Philips-toestel, dat twee minuten nodig had om zich op te warmen en de ether te verkennen (het monotone getik van de studioklok), de sonore woorden opklonken: ‘Hilversum 1, hier volgt de radionieuwsdienst, verzorgd door het Algemeen Nederlands Persbureau, het ANP.’ Weer ging het over Eisenhower en Chroesjtsjov, Macmillan en De Gaulle, de NAVO en de Euromarkt, en weer ging het over de vraag of de Derde Wereldoorlog op uitbreken stond en de instructies van de Bescherming Bevolking klaargelegd moesten worden. Tot en met de slotzin, ‘Tot besluit nogmaals een overzicht van de hoofdpunten van het nieuws, dames en heren luisteraars,’ konden andere vragen aan vader niet worden gesteld, laat staan door hem beantwoord.

Op zondag werd er uiteraard geen krant bezorgd, maar de wereld draaide wel door. Misschien wel onverbiddelijker dan op doordeweekse werkdagen. Dan gold, na de nieuwsberichten van één uur en vóór de eerste editie van AVRO’s Wekelijkse Sportrevue, een heilig stilte-intermezzo tussen tien en zeventien minuten over één, dat exclusief gevuld mocht worden door meester G.B.J. Hiltermann met zijn rubriek ‘De toestand in de wereld’. Op strenge toon werden de gebeurtenissen van de afgelopen week op een rij gezet en gewogen, en die van de komende week voorzien. Na het ‘Smakelijk eten’ van de meester, na zijn proefschrift over de Duitse deling en een nadrukkelijk ‘doctor Hiltermann’ werd nog geruime tijd zwijgend onder het naar binnen lepelen van de zondagmiddagse aspergesoep over de Koude Oorlog doorgedacht en het beleid voor de komende week vastgesteld.

Als de wekelijkse vroege zondagmiddag al een gewijd moment van contemplatie over de internationale betrekkingen was, dan gold de jaarlijkse dodenherdenking op 4 mei als de sacrale jaarstilte. Om twee minuten voor acht diende iedereen roerloos een plaats te hebben gekozen, mijn vader posteerde zich voor het raam om nauwlettend het ontsteken der straatlantaarns in de gaten te houden, en in de twee minuten na de sobere hoornstoot uit de radio diende de wereld totaal bewegingloos te zijn. Er werd goed geobserveerd wie wel en niet halfstok vlagde en er werd zwijgend maar misprijzend gekeken naar wie zijn automobiel niet aan de kant zette of zich nog op straat vertoonde. Oorlog – het was niet nodig om die nader te specificeren – was en bleef het morele ijkpunt van het leven, het waarschuwingsbord in de opvoeding, de handleiding bij het kiezen van een school, carrière, buurtwinkel en misschien wel partner, de zin van de missie. Rigide, of een bron van verzet? Totaal niet, het was doodnormaal, en ik heb met vreugde en zonder het te plannen de toestand in de wereld tot mijn hobby en beroep gemaakt.

Waar verzet jij je tegen? 101 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars geven antwoord’, Maven, Amsterdam.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234