'Waarom cola duurder is dan melk': Bas Haring betrapt de economen op een denkfout

In ‘Waarom cola duurder is dan melk’ verdiept gelauwerd volksfilosoof Bas Haring zich in de economie, omdat die ‘gaat over ons dagelijks leven: over ons werk, tegenslagen, de verdeling van rijkdom, geluk, de toekomst’.

'Niet iedereen is zo rationeel als Mr. Spock'

Bedrijven zijn blijkbaar te beschouwen als een soort rationele organisaties die zoveel mogelijk willen verdienen. Zelfs mijn buurman, die een groentekraam heeft, bevestigt dat beeld. ‘Zakelijk ben ik heel anders dan privé. Privé ben ik een beetje een goedzak, maar in mijn werk let ik op details en probeer ik zoveel mogelijk rationele beslissingen te nemen. Mijn kraam staat tegenover de Albert Heijn en ik weet van tevoren precies welke producten zij in de aanbieding hebben. Daar stem ik mijn inkoop dan op af. Hebben zij goedkope ananassen, dan koop ik die juist niet. Of juist nog goedkoper, dat heb ik ook weleens gedaan. Verder hou ik precies bij welke omzet ik draai bij welk assortiment en heb ik onlangs besloten de aardappels eruit te gooien. Die kunnen mensen elders ook wel kopen. In plaats daarvan verkoop ik nu geschild fruit en fruit in partjes. Dat levert me per vierkante meter veel meer op.’

Omdat bedrijven zakelijk en rationeel te werk gaan – althans vaak – kun je hun gedrag beschrijven en begrijpen middels wiskunde. Toen ik voor het eerst colleges economie ging volgen, moest ik daar nogal aan wennen. Ik dacht dat economie een ‘taalvak’ zou zijn. Met heldere verhalen en hier en daar wat cijfers. Zoals biologie en psychologie. Dat zijn heus wel exacte vakken. Exacter dan bijvoorbeeld geschiedenis en literatuurwetenschap. Er staat wiskunde in biologie- en psychologieboeken, maar het staat er niet boordevol mee. Bij economieboeken is dat wel zo.

Helemaal vreemd vond ik het feit dat die wiskunde ook werd toegepast op individuen in plaats van bedrijven. ‘De volgende formule beschrijft hoe graag Kees appels en peren heeft.’ Zo begon een sommetje en er stond een formule met A’s en P’s – voor respectievelijk appels en peren. Feitelijk werd Kees als een iets-maximaliserende robot beschouwd. Iemand die zoveel mogelijk van het goede – appels en peren – tegen zo min mogelijk kosten probeert te verkrijgen. Zou er werkelijk een Kees bestaan die zoveel appels en peren koopt als het formuletje suggereert? Sterker nog, zou er überhaupt iemand bestaan wiens keuzes met wat voor soort formuletje dan ook te voorspellen zijn? Ik denk eerlijk gezegd van niet: mensen zijn geen robots. De formuletjes die gebruikt worden om te beschrijven welke economische keuzes individuen maken, zijn een stuk minder realistisch dan de formuletjes uit de technische wetenschap.


Op de schop

Dit is een veelgehoorde en fundamentele kritiek op de academische economie. Economie is een wetenschap over mensen en ze gaan er daar van uit dat mensen zich rationeel en consequent gedragen. Als een zogenaamde homo economicus. Maar de meeste mensen zijn niet als Mr. Spock (de hyperrationele wetenschapper uit ‘Star Trek’). Mijn buurman zei het eigenlijk vrij duidelijk: ‘Zakelijk ben ik anders dan privé.’ En het zal best dat bedrijven zich laten beschrijven middels wiskunde, bij individuele mensen ligt dat toch echt wel anders.

Dat is een flink probleem voor economen. Als een fundamenteel uitgangspunt van de economische wetenschap niet blijkt te kloppen, wat is dan nog de waarde van de rest van die sporttak? Als in de natuurkunde blijkt dat dingen niet naar beneden vallen volgens de wet van de zwaartekracht, maar volgens een net iets andere wet, dan kan een flink deel van de natuurkunde op de schop. Moet de economische wetenschap ook op de schop?

Er zijn er die dat vinden, maar volgens mij valt het wel mee. Er is best wat voor te zeggen om individuen te beschouwen als rationele wezens die, evenals bedrijven, iets proberen te maximaliseren. Geen winst, maar je zou mensen kunnen zien als wezens die zoveel mogelijk van het plezierige willen en zo min mogelijk van het ellendige. Als ik een taart koop, dan wil ik een zo lekker mogelijke taart die zo goedkoop mogelijk is. Eigenlijk ook een soort winstmaximalisatie.


Gelukspunten

‘Ben ik werkelijk te beschouwen als iemand die als een soort rekenmachine iets probeert te maximaliseren?’ vroeg ik me peinzend af, terwijl ik in een drukke winkelstraat liep. Dat beeld van zo’n rekenmachine voelde een béétje onbevredigend. Een eindje verderop sprong een voetgangersverkeerslicht op rood en het was dermate druk dat voor me op de stoep een opstopping van mensen aan het ontstaan was. Achteloos ging ik aan de overkant van de straat lopen: daar was het niet zo druk en daar kon ik veel sneller over de kruising. Toen ik dat gedaan had, ging ik weer terug naar de kant waar ik oorspronkelijk liep en bleek dat ik inderdaad de drukte handig had omzeild. Het ging allemaal terloops en ik realiseerde me ineens dat ik, terwijl ik peinsde over het rekenmachine-zijn, me precies als zo’n rekenmachine gedragen had. Het kost wat om drie keer over te steken in plaats van één keer: het is wat verder lopen. Maar het zou me vermoedelijk ook wat opleveren: minder lang wachten voor het rode licht. Na wat onbewust rekenwerk besloot ik de omweg te nemen. Dat is winstmaximalisatie; precies zoals die economen het bedoeld hebben.

'Vroeger zag ik een winkel­centrum als een gebouw vol lelijke winkels, nu zie ik een verzameling rationele instituties die slinks gebruik­maken van mijn irrationaliteit'

Bovendien deden de mensen die gewoon in de drukte voor het stoplicht bleven wachten óók aan winstmaximalisatie. Alleen vonden zij dat oversteken te veel gedoe en was het voor hen optimaal om aan dezelfde kant van de straat te blijven. Dat wij, volgens economen, allemaal iets maximaliseren betekent nog niet dat we allemaal hetzelfde doen.

Veel van de beslissingen die ik neem, zijn te beschouwen als het gevolg van zo’n rationele optelsom. Doe ik één keer boodschappen voor de hele week; of doe ik de boodschappen iedere dag? De beslissing die ik neem is het resultaat van een afweging tussen het goede en het minder goede, een onbewuste optelsom van het leuke versus het niet-leuke zal de doorslag geven.

Nu is het niet zo dat ik steeds als een hyperzakelijke robot rekensommetjes zit te maken. Maar het is wel zo dat je een deel van mijn beslissingen kunt verklaren door ze te beschouwen als het resultaat van zo’n rekensommetje. Een meteoroloog die het weer voorspelt, gebruikt wiskunde. Maar het is niet zo dat luchtstromen zelf ook al die wiskunde doen. Luchtstromen beheersen geen wiskunde. Desalniettemin kun je wel wiskunde gebruiken om die luchtstromen wat beter te begrijpen. En zo doen economen dat ook met ons. Ze proberen ons te begrijpen door te doen alsof we maximaliserende machientjes zijn. Zoals bedrijven zoveel mogelijk winst proberen te maken, proberen mensen ook iets te maximaliseren. Een soort van ‘gelukspunten’: punten voor het goede minus strafpunten voor het slechte.

Toch gaat dat voor bedrijven meer op dan voor individuele mensen. Bedrijven zijn rationeler en consequenter dan individuen. Daar hebben ze ook meer mogelijkheden toe, met hun planningsafdelingen, managementinformatiesystemen en spreadsheets. Dat heeft een individu allemaal niet. Een individu rommelt maar een beetje aan en is hoogstens ruwweg en met een flinke korrel zout te beschouwen als een rationeel, gelukspunten-maximaliserend wezen.


Sluwe bedrijven

Talloze experimenten laten zien dat mensen vaak irrationeel zijn en vreemde beslissingen nemen die niet passen bij het beeld van een homo economicus. Wanneer iemand maximaal tien euro overheeft voor een pen – geen cent meer – en hij koopt die pen voor dat bedrag, dan zou je verwachten dat die persoon de pen zou willen verkopen voor elf euro. Maar dat is niet zo. Heb je iets, dan wordt het plots meer waard dan toen je het nog niet had. Heel irrationeel. Nog vreemder wordt ’t wanneer je iemand vraagt om een willekeurig cijfer tussen de nul en de honderd op te schrijven en hem daarna vraagt wat-ie overheeft voor een pen. Hoe hoger het cijfer dat-ie opschreef, des te meer hij wil betalen. Tijd is ook iets waar mensen maar moeilijk rationeel mee overweg kunnen. De meeste mensen willen op een plezierige manier met pensioen en later niet in een caravan hoeven te wonen. Maar sparen voor de toekomst doen de meesten niet gemakkelijk. Terwijl iedereen met een beetje verstand toch weet dat de toekomst ooit zal komen.

Dat geeft te denken. Als relatief irrationeel individu word ik omringd door rationele bedrijven, die bovendien zoveel mogelijk willen verdienen. Aan mij. Dat kan niet goed voor me zijn. Mijn relatie tot bedrijven lijkt op de relatie die ik met schaakcomputers heb. Ik kan heus een beetje schaken en ik ben echt wel een beetje rationeel. Maar iedere hyperrationele schaakcomputer speelt me met gemak van het bord. Bedrijven zijn waarschijnlijk veel beter in het verkrijgen van wat zij willen, winst, dan dat ik ben in het verkrijgen van wat ik wil, gelukspunten.

Sinds ik dit zo besef loop ik toch heel anders door een winkelcentrum. Waar ik voorheen vooral een gebouw vol lelijke winkels zag, waar je helaas af en toe naartoe moet, zie ik nu een verzameling rationele instituties die slinks gebruikmaken van mijn irrationaliteit om zoveel mogelijk te krijgen van wat zij graag willen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234