null Beeld

Waarom kinderen breken met hun ouders. 'Ik mocht alleen weer naar huis komen als ik een duiveluitdrijving liet uitvoeren'

Het eerste boek van de Amerikaanse Tara Westover (31), ‘Leerschool’ over breken met je ouders, schopte het in geen tijd tot een New York Times-bestseller. Humo sprak met Westover en met andere kinderen die braken met hun ouders: ‘De volgende keer dat ik mijn vader zag, stond ik naast de urne met zijn as.’

Hanne Van Tendeloo

Tara Westover had geen doorsnee kindertijd: als jongste dochter uit een mormonengezin met zeven kinderen groeide ze op in Idaho, op de berg Buck Peak, waar het gezin Westover, aangevuurd door haar religieuze vader, zich voorbereidde op het einde der tijden. Volgens Tara’s vader hadden ze daar veel vuurwapens en een eindeloze voorraad perziken in blik voor nodig. De kinderen kregen thuisonderwijs, wat vooral neerkwam op de Bijbel lezen. Ook het ziekenhuis was een oord van verderf en dokters waren des duivels. Als er kwaaltjes bestreden moesten worden – haast dagelijkse kost door het gevaarlijke werk in de schroothandel van vader – had Tara’s moeder, een kruidenmengster, daar de perfecte zalf of etherische olie voor. Toen Tara als kind een zware keelontsteking kreeg, was vaders raad: ‘Ga met je mond open in de zon staan, dan geneest het wel.’ Ze hield het een maand vol.

Toch wist Tara zich, tegen de zin van haar ouders, op haar 17de in te schrijven aan een universiteit. Ze schopte het tot Harvard en Cambridge, maar voor die academische carrière betaalde ze een hoge prijs: hoe meer ze leerde over de buitenwereld, des te minder ze paste in het strakke keurslijf van haar ouders. Uiteindelijk kwam het tot een breuk.

HUMO Gek genoeg was je ongewone opvoeding niet de reden voor die breuk. Je lijkt het je ouders niet eens kwalijk te nemen.

tara westover «Wat jij shockerend vindt aan het boek, was voor mij alledaags. Tot mijn 17de ben ik amper van die berg gekomen. Ik wist niet beter en had niks om mee te vergelijken.

»Wat mijn vader zijn gezin aandeed, klinkt krankzinnig, maar het was zijn manier om ons graag te zien. Het is niet alsof hij óns medische hulp ontzegde en zelf wél naar het ziekenhuis ging. Van alle gewonden die er zijn gevallen op de berg, was mijn vader er het ergst aan toe: hij raakte vreselijk verbrand toen hij een olietank probeerde open te snijden met een lasbrander en het ding ontplofte. Hij weigerde naar het ziekenhuis te gaan en liet zijn brandwonden behandelen door mijn moeder, die er een zalf van smeerwortel en lobelia opsmeerde. Mijn ouders hebben veel schade aangericht in mijn jeugd, maar niets van dat alles is ons met voorbedachte rade aangedaan. Al geef ik toe: de gevolgen zijn dezelfde.»

HUMO In naam van zijn godsdienst zadelde je vader zijn kinderen op met paranoia. Neem je hem dat niet kwalijk?

westover «Nee. Aan de universiteit hoorde ik voor het eerst over mentale aandoeningen. Toen ging ik inzien dat mijn vader waarschijnlijk een bipolaire stoornis heeft en dat zijn fanatieke visies daar een uitloper van zijn. Hij is fanatiek over álles – over politiek, over geneeskunde, en natuurlijk ook over godsdienst.

undefined

null Beeld

»Wat ik mijn ouders wel kwalijk neem, was hun reactie toen ik hun vertelde over het jarenlange fysieke misbruik door mijn broer Shawn, die bij momenten extreem agressief kon zijn. Hun ongeloof daarover is wat me uiteindelijk heeft doen beslissen dat het genoeg was.»

HUMO Volgens je ouders had je je klacht over je broer verzonnen of minstens fel overdreven.

Westover «De avond dat ik hen sprak over het geweld, dachten ze dat het niet zo’n big deal was of ze me nu geloofden of niet. Ze waren ervan overtuigd dat ze het wel onder de mat konden vegen – dat hadden ze al jaren met succes gedaan. Maar omdat ik niet wilde ophouden over het geweld, werd ik een bedreiging. Toen moesten ze wel blijven ontkennen en iedereen wijsmaken dat ik door Satan was bezeten.

»De eerste stap naar vervreemding was niet eens mijn keuze, maar die van mijn broer. Toen mijn ouders hem op de hoogte brachten van mijn beschuldiging, heeft hij me een brief geschreven, waarin hij dreigde me te vermoorden en zei: ‘Ik wil jou nooit meer zien.’ Mijn ouders steunden hem in die beslissing. Een jaar later, toen ze me kwamen opzoeken op Harvard, boden ze me een kans op verzoening. Ik mocht terugkeren naar de familie op voorwaarde dat ik mijn vader een duiveluitdrijving bij me liet uitvoeren. Maar tegen die tijd was ik zelf tot het besluit gekomen: ik moet met hen breken.»


Vervelende preken

Westover «Het laatste wat mijn vader tegen me zei, de dag dat ik thuis mijn dagboeken in mijn auto laadde en vertrok, was: ‘Je weet toch dat ik van je hou, hè?’ Ik heb geantwoord: ‘Dat is nooit het probleem geweest.’ Mensen kunnen elkaar graag zien en elkaar toch pijn doen. Soms zijn relaties gewoon giftig. Het heeft lang geduurd voor ik dat begreep. Lange tijd dacht ik: mijn vader houdt van mij, dat moet volstaan. Love should fix things, right? Dat het niet werkte, zag ik als mijn schuld: ‘Misschien zie ik hém niet graag genoeg.’»

HUMO Op het einde van je boek schrijf je: ‘Ik koos voor mezelf.’

Westover «Ik zou nooit iemand de raad geven te breken met zijn ouders – het is een heel persoonlijke beslissing en voor velen een lang proces. Maar als het écht noodzakelijk is, dan is breken met je ouders een daad van eigenliefde. Er is maar één reden om het te doen: niet voor anderen, niet voor het groter goed, maar voor jezelf.

»Dat maakt het wel moeilijk: we zijn geprogrammeerd – zeker vrouwen – om niet egoïstisch te zijn. Dat we een beslissing kunnen nemen puur voor onszelf en daar blij om kunnen zijn, lijkt ons vreemd en extravagant. Maar eigenliefde is niet hetzelfde als egoïsme. Dat heb ik moeten leren. Net als: ‘Het is oké om te kiezen voor je eigen veiligheid.’»

HUMO Je woont nu aan de andere kant van de oceaan, in Oxford. Hoe vaak denk je nog aan Buck Peak?

Westover «Heel vaak. Toen ik mijn boek begon te schrijven, dacht ik dat ik het moeilijk zou hebben met de negatieve herinneringen. Maar ik had meer moeite met het neerpennen van de positieve herinneringen: hoe de berg eruitzag in de lente, hoe mijn moeder kruiden plukte op de bergflank. Als kind hield ik van die dingen en nu ben ik ze kwijt. Ik mis mijn vaders verhalen en grappen. Ik mis zelfs zijn oervervelende preken. Maar de prijs die eraan vasthangt, is simpelweg te hoog.»

HUMO Wanneer heb je je ouders voor het laatst gezien?

Westover «Vier jaar geleden. Mijn moeder zag ik een paar maanden geleden nog heel kort. Altijd als ik in de buurt ben, schrijf ik haar met de vraag of ze me wil zien. Meestal zegt ze van niet, zolang ik weiger om ook mijn vader te zien. Nu stemde ze opeens toe. We zagen elkaar vijf minuten langs een drukke weg. Ik vroeg hoe het met mijn zus en met de zaak ging. Heel even deden we alsof alles normaal was. Daarna stapten we elk in onze auto en reden we weg. Heel raar. Ik weet nog steeds niet wat ze van me wilde of waarop ze zat te hopen.»

'Mijn broer heeft me een brief geschreven, waarin hij dreigde me te vermoorden en zei: 'Ik wil jou nooit meer zien.' Mijn ouders steunden hem'

HUMO Hoopt ze dat je terugkeert?

Westover «Ik denk dat ze de hoop koestert dat ik alle beschuldigingen over mijn broer terugneem en dat alles weer wordt zoals het was. Voor mij is dat geen optie. Zolang mijn broer Shawn op die berg woont, kan ik niet terug. Dat zou pure zelfdestructie zijn.»

HUMO Heeft je familie je boek gelezen?

Westover «Ik denk het wel. Misschien ben ik een beetje nieuwsgierig naar wat ze ervan vinden, maar niet genoeg om ze te bellen: ‘En... wat vinden jullie ervan?’ (lacht)»

HUMO Schreef je het boek niet ook een beetje voor hen?

Westover «Nee. Hun uitleggen hoe het zit, is zinloos. Het probleem is dat ze me niet geloven en tegen iedereen vertellen dat ik lieg. Dat ze niet geloven in dokters of in onderwijs, daar valt over te discussiëren. Maar niet over wat er is gebeurd met Shawn. En toch schrijft mijn moeder me nog af en toe: ‘Ik begrijp niet waarom je ons niet meer in je leven wilt.’ Vroeger schreef ik haar terug en probeerde ik het voor de zoveelste keer uit te leggen. De laatste tijd doe ik dat niet meer.

»Ik schreef dit boek voor mezelf. Terwijl ik door het proces van vervreemding ging, zocht ik hulp in verhalen. Hoe hoor je je te voelen als je je familie verliest? Beschaamd? Want als je ouders je geen goed mens vinden, hoe kan iemand anders dat dan vinden? Wat moet je doen als je loyaliteit tegenover je familie botst met je loyaliteit aan jezelf? Maar boeken daarover vond ik niet, waardoor ik me eenzaam voelde. Als ik al eens een verhaal vond, dan eindigde het altijd met verzoening. Dat wordt doorgaans gezien als de hoogste vorm van vergeving. Ik weet niet of ik me ooit zal verzoenen met mijn familie, maar ik wil graag geloven dat ik hen ooit zal kunnen vergeven.»

HUMO Je hebt wel nog contact met de drie broers die niet meer op de berg wonen. Krijg je via hen nog nieuws over je ouders?

Westover «Niet vaak. Ik hoef het niet te weten. Nu ik mezelf losgemaakt heb uit die gevaarlijke situatie, kan ik mijn ouders ook loslaten.»

HUMO Je vader is al een keer aan de dood ontsnapt. Vrees je dat ene telefoontje?

Westover «Het telefoontje dat zegt: ‘Deze keer heeft hij het niet overleefd’? Ik weet het niet. Ik maak me soms zorgen dat mijn ouders kanker krijgen. Met hun wantrouwen tegenover geneeskunde ben ik er zeker van dat ze geen behandeling willen. Maar ik probeer me geen zorgen te maken over dingen die ik niet kan veranderen. Ik geloof wel dat ik naar mijn vaders begrafenis zou gaan. Zal ik dan spijt hebben van al die jaren dat we geen contact hadden? Dat zal ik je dan pas kunnen vertellen.»


Pierre: ‘gebukt onder schuldgevoel’

Wie die vraag vandaag wel kan beantwoorden, is Pierre (46): het is nu zes jaar geleden dat hij de krant opensloeg en op het overlijdensbericht van zijn vader botste. ‘Ik herkende hem meteen, ook al had ik hem dertig jaar niet gezien. Ik ben compleet ingestort.’

Pierres ouders zijn gescheiden in de jaren 80, waarna de vijf kinderen werden toegewezen aan hun moeder. Eerst was er nog een minimale contactregeling, maar om redenen die Pierre nog altijd niet duidelijk zijn, nam een rechter Pierres vader alle hoederecht af.

Pierre «De laatste keer dat ik mijn vader zag, staat me nog scherp voor de geest. We stonden onderaan de trap bij mijn grootmoeder. Hij duwde elk kind nog 100 frank in de hand. De volgende keer dat ik hem zag, stond ik naast de urne met zijn as.»

HUMO Je kunt er nog altijd niet over praten zonder krop in de keel.

Pierre «Ik ga gebukt onder een enorm schuldgevoel. Al die jaren had ik zelf geen contact met hem gewild. Ik was ervan overtuigd dat hij de slechtste vader ter wereld was. Praten over hem was thuis een taboe. Ik wist dat er nog foto’s op zolder lagen, maar daar durfde ik zelfs niet naar te kijken. Als mijn moeder al iets over hem vertelde, dan was het negatief. Als puber heb ik zelfs op het punt gestaan een boek te schrijven over hoe slecht mijn vader wel was: hij had moeder wellicht bedrogen, had ons berooid achtergelaten, betaalde geen alimentatie. Nu weet ik dat de zaken veel genuanceerder lagen, maar toen niet.

»Het keerpunt kwam toen ik mijn pasgeboren zoon in mijn armen hield. Ik voelde al die liefde en ik wist: ‘Het kan niet dat mijn vader me niet graag heeft gezien.’ Toen ben ik zelf voorzichtige stappen beginnen te zetten om het contact te herstellen. Alleen is dat een proces van lange duur geweest: ik durfde niet.»

HUMO Waar was je bang voor?

Pierre «Dat ik de deur in mijn gezicht zou krijgen. Al die jaren was ik boos op hem geweest, maar dat was intussen weggeëbd. Stel dat hij me zou afwijzen, dan zou dat hele proces opnieuw beginnen.

»Ik ben naar een psycholoog gestapt voor hulp. Hij stelde voor om eerst contact te zoeken met de zussen van mijn vader. Mijn ene tante had ik intussen opgesnord: ze had altijd als fotografe voor de krant gewerkt. Ik had net naar de redactie gebeld om haar adres te achterhalen, toen ik het overlijdensbericht van mijn vader onder ogen kreeg. Kennelijk was hij al een halfjaar zwaar ziek. Zijn zus, met wie ik intussen een goed contact heb, heeft hem op het einde nog gevraagd of ze zijn kinderen niet moest verwittigen. Hij kon niet meer praten, maar knikte van nee. Volgens haar durfde hij niet. Wat had hij na al die jaren moeten zeggen?»

HUMO Neem je het je moeder erg kwalijk?

Pierre «Mijn relatie met haar is volledig veranderd sinds die dag. Toen ik haar vertelde dat hij dood was, was hij opeens toch niet zo’n slechte kerel. ‘Nu breekt mijn klomp!’ dacht ik. Maar ik wil haar niet als de grote boeman afschilderen: ze heeft enorm geleden onder de scheiding, heeft vijf kinderen in haar eentje grootgebracht, van wie ze er dan nog eentje heeft verloren door een ongeluk. Ze heeft ook geen makkelijk leven gehad.

»Ik heb mijn contact met haar tot een minimum herleid. Als ik haar ga bezoeken, dan is dat met lood in de schoenen. Maar helemaal breken kan ik niet. Ik wil mijn kinderen hun grootmoeder niet afnemen. Haar gezondheid gaat snel achteruit, dus als ik haar nu uit mijn leven ban, sta ik straks misschien opnieuw met een schuldgevoel op een begrafenis. Geen tweede keer.

»Ik kom nu geregeld bij mijn familie langs vaderskant. Voor mij voelt dat als thuiskomen. Die mensen zijn zoals ik: lekker eten, een goeie fles wijn, meer hebben wij niet nodig. Urenlang kan ik met hen praten over mijn vader. Een oude vriend van hem vertelde dat hij, telkens als de deurbel ging, altijd is blijven hopen dat één van zijn kinderen voor de deur zou staan. Het brengt mijn vader niet terug, maar met die gedachte kan ik verder.»


Joris: ‘mijn moeder is een kille vrouw’

Joris schrikt niet als we hem het cijfer voorleggen: ongeveer 10 procent van de ouders zegt geen contact meer te hebben met tenminste één van hun volwassen kinderen. ‘Onlangs had ik het er met collega’s over en zij konden meteen vijf mensen opsommen die gebroken hadden met hun ouders.’

In Joris’ geval gaat het om een bewuste keuze van zijn kant om het contact te minderen of volledig stop te zetten. Zo deed hij het eerst met zijn vader; inmiddels staat hij op het punt hetzelfde te doen met zijn moeder. Maar hoe overtuigd en weloverwogen die keuze ook is, makkelijk is ze niet.

undefined

null Beeld

Joris «Het spookt enorm door mijn hoofd de laatste tijd. Het zat me zo hoog dat mijn vriendin me de raad gaf: ‘Je moet hier met iemand over praten.’ Deze week heb ik een eerste afspraak met een psycholoog.»

HUMO Hoe is het zover gekomen?

Joris «Er is niet één oorzaak, het is meer een opeenstapeling van gebeurtenissen. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik een jaar of 6 was. Mijn vader is weggegaan voor een andere vrouw. Dat heeft mijn moeder nooit helemaal kunnen verkroppen. Pas veel later, toen ik op eigen benen ging staan, kreeg ik in de gaten dat ze me al die jaren als een soort vervangvader had laten opdraven. Ik had altijd geprobeerd haar tevreden te stellen – net zoals zij ging ik ook naar de tennisclub – maar toen ik volwassen werd, kreeg ik het daar steeds moeilijker mee. Ik ging me ook minder thuis voelen in de familie: ik ben de enige die niet rond de kerktoren is blijven hangen en naar de grote stad is getrokken om verder te studeren. Een artistieke richting dan nog: dat wordt in onze familie niet bepaald op gejuich onthaald. Ik ben anders, zeg maar. De vreemde eend in de bijt. Ik mag niet zijn wie ik ben, dat gevoel heb ik heel sterk.

»Toen ik ging samenwonen met mijn vriendin, leek het alsof er alarmbellen afgingen bij mijn moeder: ‘Oei, ik ben hem kwijt.’ Ze besefte opeens dat ik niet gewoon naast haar zou komen wonen en een baan zou zoeken in het dorp. De druppel kwam toen mijn vriendin en ik haar gingen vertellen dat we een kindje kregen. Ik weet het nog goed: ze stond aan de afwas. In plaats van blij te zijn gooide ze haar handdoek neer: ‘Jij hebt toch altijd gezegd dat je nooit kinderen wilde!’ Zo’n belachelijke reactie had ik niet verwacht. Zodra onze zoon er was, wilde ze hem alleen maar claimen. Maar daar hadden wij dan weer geen zin in. Zo is het altijd wat. Dat mijn zus zwanger was, vertelde ze wel aan mijn schoonmoeder, maar niet aan mij. Niet dat ze dat bewust doet om me te pesten, maar zo voelt het wel. Die dingen hebben ervoor gezorgd dat het contact is verzuurd.

»Ik vind mijn moeder een kille vrouw, die me geen erkenning geeft voor wie ik ben of wat ik doe. Dat vat het zo ongeveer samen. Praten doen we al lang niet meer: aan de telefoon hebben we het hooguit over het weer. Ik woon over de grens, maar mijn zaak staat nog altijd op haar adres. Dat is de enige reden waarom ik nog vier keer per jaar bij haar over de vloer kom, telkens als ik mijn kwartaalaangifte moet doen. Ik wil nu uitzoeken of ik mijn zaak niet op een ander adres kan zetten, zo ver is het gekomen.»

HUMO Is er iets dat het contact zou kunnen herstellen?

Joris «Dat ze een keer sorry zegt, zou een mooi begin zijn. Maar dat woord staat niet in haar woordenboek. Altijd is het een ander zijn schuld, nooit steekt ze de hand in eigen boezem. Ze wijst ook altijd naar mijn vriendin als de grote schuldige: ‘Zij heeft je bij me weggehaald.’»

'Ik weet niet of ik me ooit zal verzoenen met mijn familie, maar ik wil graag geloven dat ik hen ooit zal kunnen vergeven ''

HUMO Met je vader heb je al langer geen contact.

Joris «Met mijn vader heb ik nooit een warme, liefdevolle band gehad. Tussen mij en mijn stiefmoeder heeft het nooit geboterd. Ik zag hem als een nietsnut: hij danste altijd naar haar pijpen. Intussen zijn ze niet meer samen, maar onze relatie is er niet op verbeterd. Bij de geboorte van mijn tweede kind stond hij opeens onaangekondigd voor de deur, met een vrouw die ik nog nooit had gezien, maar wel deed alsof ze me al jaren kende. Zo nep. Ik zag hem met mijn dochter in zijn handen staan en dat voelde fout en ongemakkelijk. Voor mij hoefde het toen niet meer. Mijn derde kind heeft hij nog nooit gezien. Eén keer per jaar stuurt hij me nog een sms om me een gelukkige verjaardag te wensen, maar verder niets.»

HUMO Misschien zit hij te wachten tot je zelf toenadering zoekt.

Joris «Dat is waar: ik zou ook een stap kunnen zetten. Maar ik ben het kind en hij de vader. Het is toch de ouder die het kind erkenning en geborgenheid moet geven? Niet omgekeerd.

»Maar het doet wel pijn. Onlangs stond ik op de begrafenis van de vader van een vriend. Ze hadden een hele goeie band. De gedachte dat ik dat nooit zou hebben, maakte me heel triest. Gelukkig heb ik veel aan mijn schoonouders. Dat ik me niet volledig nestloos voel, heb ik aan hen te danken.

»De vervreemding van mijn ouders heeft wel één onverwacht voordeel opgeleverd: mijn vader en moeder zijn weer naar elkaar toegegroeid. Toen mijn moeder twee jaar geleden 60 werd, heb ik me naar dat feest moeten slepen. Dik tegen mijn zin stapte ik de feestzaal binnen. Wie was de eerste die ik zag? Mijn vader. Ik kan me voorstellen dat zij steun vinden bij elkaar: ‘Waarom heeft Joris ons verlaten?’»


Valentine: ‘gluren vanuit het pashokje’

De vader van Valentine (48) is geen godvrezende mormoon die zich op een bergflank aan een vroom leven wijdt: ‘Al zolang ik me kan herinneren, heeft mijn vader een drankprobleem.’

Valentine «Mijn vader staat voor mij gelijk aan miserie. Ik moest met hem breken, anders had hij me misschien mee de miserie ingetrokken.

»Het is drie jaar geleden dat ik hem voor het laatst heb gezien, maar dat was niet de eerste keer dat ik met hem probeerde te breken. Bij de communie van mijn zoon, tien jaar geleden, had ik al een keer besloten dat ik hem niet meer wilde zien. Na veel twijfelen had ik hem uitgenodigd – niet voor mezelf, maar voor mijn zoon: ik wilde dat hij zijn opa zou zien. De dag voordien belde hij om te melden dat hij zijn nieuwe vriendin zou meebrengen – mijn ouders hebben nooit een gelukkig huwelijk gehad, maar ze zijn wel samengebleven tot hun drie dochters het huis uit waren. Toen hij de kerk binnenstapte, zag ik meteen: ‘Hij is nog niet nuchter van gisteren.’ Na de kerkdienst hebben we hem vriendelijk gezegd dat hij in die toestand niet welkom was op het feest. Hij is opnieuw het café ingedoken en is ’s avonds teruggekeerd om ladderzat eens goed zijn gedacht te zeggen. Toen heb ik gezegd: ‘Ik wil je niet meer zien.’»

HUMO Heb je de band nu volledig doorgeknipt?

Valentine «Als mijn psycholoog me vraagt om mijn familie in kaart te brengen, dan zet ik mijn vader zo ver mogelijk bij me vandaan. Ik zou hem bij wijze van spreken achter het hoekje zetten, waar ik hem niet hoef te zien. Want áls ik hem zie, dan ben ik zwak en krijg ik toch weer medelijden. Hij zat vroeger bij het leger, maar sinds ze hem de laan hebben uitgestuurd, zit hij compleet aan de grond. Elke dag drinken kost handenvol geld, hè. Daarom ben ik ook vaak blijven teruggaan als hij me nodig had. Mijn zussen hebben al veel langer afscheid genomen. Mijn jongste zus toen hij stomdronken naar de kraamkliniek kwam, om zijn kleinkind te zien. Waarom hield ik het langer vol? Omdat het toch je vader blijft, denk ik.

»Drie jaar geleden belde hij me op: de deurwaarder zou hem nog diezelfde dag uit zijn huis zetten. Of ik hem niet kon helpen verhuizen. Ik ben gegaan, maar heb alleen zijn tv verhuisd. Niet omdat ik het niet wilde, maar omdat ik niet van mijn zussen of man wilde horen: ‘Waarom heb je dat gedaan? Je weet toch dat hij je alleen maar gebruikt.’ Mijn vader is zo’n familieruzie niet waard. Al was ik wel blij dat ik nog wat oude fotoboeken heb kunnen redden van de deurwaarder.

»Als mensen me vertellen dat ze gebroken hebben met hun ouders, dan is mijn eerste gedachte altijd: ‘Hoe kan je zoiets doen? Dat is het ergste wat er is!’ Pas daarna valt mijn frank dat ik ook in die situatie zit. Ook met mijn moeder heb ik geen goeie band: door de miserie thuis is ze haar heil gaan zoeken in het geloof. Ik heb haar een tijdlang niet willen zien. Sinds ze ziek is – ze heeft kanker – breng ik haar naar het ziekenhuis als ze een lift nodig heeft. Een tijdje geleden was ik na zo’n ziekenhuisbezoek met haar in een winkel. Opeens zag ik mijn vader binnenkomen. In paniek zijn mijn moeder en ik een pashokje ingedoken. Van achter het gordijn hebben we hem zitten begluren: ‘Amai, wat ziet hij er slecht uit!’ Maar de confrontatie aangaan, dat durfden we niet.

»Ik denk vaak aan de dag dat ze me zullen bellen: ‘We hebben je vader dood langs de weg gevonden.’ Hij heeft al een keer een ongeluk gehad: het is een wonder dat hij zonder kleerscheuren uit dat wrak is gekropen. De dag dat hij sterft, ga ik me schuldig voelen dat ik hem niet heb geholpen. Dat weet ik nu al. En toch krijg ik mezelf niet zover om hem te bezoeken. Een paar maanden geleden heb ik het nog geprobeerd: ik stond met de daver op mijn lijf voor zijn deur. Binnen speelde luide schlagermuziek. Ik heb stilletjes aangeklopt. Toen er niemand opendeed, ben ik opgelucht weer naar mijn auto gelopen. Ik had het tenminste geprobeerd.

»Dat is mijn probleem: ik probeer de dingen altijd op te lossen. Misschien heb ik dat wel van mijn vader: hij heeft een goed hart. Had hij niet gedronken, dan was hij misschien de perfecte vader geweest. Jarenlang heb ik zelf een café opengehouden. Iedereen verklaarde me gek, maar ik zag het als een manier om wat er met mijn vader was misgelopen, op te lossen: zat er iemand stomdronken aan mijn toog, dan kreeg hij niks meer en zorgde ik ervoor dat hij veilig thuis raakte. Dat was mijn manier om het toch een beetje goed te maken met mijn vader.»

HUMO Heeft die slechte band je getekend?

Valentine «Eigenlijk heb ik nooit ouders gehad op wie ik kon steunen. Mijn vader is ook nooit een vaderfiguur geweest. Ik ben nooit bang geweest voor hem: hij had niks te zeggen over onze opvoeding. Maar ik was wel bang om hem stomdronken tegen het lijf te lopen als ik met vrienden uitging. Dan schaamde ik me dood. Elkaar knuffelen of goeie gesprekken voeren, dat deden wij thuis niet. Daarom ga ik nu naar een psycholoog: ik wil mezelf dwingen die dingen wel te doen voor mijn zoon. Door wat ik heb meegemaakt, weet ik dat het anders moet. In die zin is opgroeien met ouders als de mijne ook wel een goeie leerschool. Ik zou er zo een boek over kunnen schrijven (lacht).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234