null Beeld

Waarom... The Wire één van de beste tv-series ooit is

Hoog tijd om dat welverdiende weekje recuup op te nemen, om uw beste televisiedekentje op te schudden, om enkele bakken bier aan te slepen, en om het u gemakkelijk te maken in uw canapé of hoeksofa: op 3 juni verschijnen de volledige vijf seizoenen van de iconische Amerikaanse misdaadserie ‘The Wire’ – eindelijk, eindelijk! – op blu-ray.

Bunk, McNulty, Luitenant Daniels, Omar Little, Bubbles, Stringer Bell: voor hen die ‘The Wire’, volgens velen de beste televisieserie aller tijden, al eens hebben gezien, zal het ongetwijfeld een kristalhelder weerzien worden – in breedbeeld, volledig geremasterd en in haarscherpe resolutie. En zij die nog nooit van bovengenoemde personages hebben gehoord, staat een formidabele ontdekking te wachten. Als smaakmakertje nemen we u mee terug naar 2002, toen de allereerste aflevering van ‘The Wire’ op de betaalzender HBO werd vertoond. Wat is het nu precies dat de reeks zo briljant, zo virtuoos en zo verslavend maakt? Dappere en minder dappere flikken, corrupte burgemeesters, psychopatische killers, ultragewiekste drug lords, reddeloze leerlingen, wanhopige leerkrachten: welkom in het broeierige universum van ‘The Wire’.


Plasje ophouden

Eerst een bekentenis: uw dienaar is een late bekeerling. Achteraf gezien was het natuurlijk behoorlijk stom, maar jarenlang weigerden wij pertinent om ook maar één aflevering van ‘The Wire’ te bekijken. En dat kwam doordat de reeks naar ons gevoel nét iets te fel werd gehypet, tot op het irritante af. Kranten, tijdschriften en websites hadden het altijd maar over ‘de beste serie ooit’, in de rekken van de Fnac en de MediaMarkt leken alleen nog maar dvd’s van ‘The Wire’ te liggen, en op café was er altijd wel iemand die ons aanklampte met de vraag ‘of we nu al waren begonnen aan ‘The Wire’.’ We hadden er nog geen minuut van gezien, en we hadden er al schoon genoeg van. Maar toen we merkten dat (mvs), een mens die wij nogal hoog inschatten, in dit eigenste prachtblad elk van de vijf seizoenen het volle pond van de vier sterren had gegeven, besloten we de serie dan toch eens een kans te gunnen. En nu ware het mooi geweest als we hadden kunnen schrijven dat we meteen verkocht waren, dat het liefde op het eerste gezicht was en dat we vanaf de eerste minuut méé waren, maar dat was niet zo: zoals vaak wanneer je aan een nieuwe serie begint, dienden we een beetje door te bijten. De eerste twee, drie afleveringen vonden we te cliché, te warrig, en vooral: te traag. Maar whám!, ineens gebeurde het wonder, ineens zaten we er helemaal ín, ineens konden we niet meer zonder. En het bingekijken kon beginnen. Seizoen twee, drie, vier, vijf: in een paar nachten hebben we ze er allemaal doorgejaagd, vastgespijkerd op de bank, de netvliezen op het scherm geplakt, onze plas zo lang mogelijk ophoudend, bevend van genoegen. Die wallen onder onze ogen zijn we nooit meer kwijtgeraakt.

undefined

null Beeld


Moordende concurrentie

Maar wij zijn lang niet de enige late bekeerlingen: in de beginjaren – de serie werd vanaf juni 2002 doorgestraald door HBO, de Amerikaanse betaalzender die de reeks ook financierde en produceerde – trok ‘The Wire’ slechts een handvol kijkers. De kritieken waren nochtans bijzonder lovend: ‘Wanneer de geschiedenis van de televisie zal worden geschreven,’ zo jubelde Variety, ‘dan zullen er maar weinig series zijn die zich kunnen meten met ‘The Wire’, een reeks die zó ambitieus is dat het valt te vrezen dat hij maar door enkele kijkers zal worden gewaardeerd.’ Die laatste woorden bleken profetisch: in Amerika keken gemiddeld 4 miljoen mensen naar de wekelijkse aflevering, een bedroevend laag aantal. Ter vergelijking: ‘Breaking Bad’ en ‘The Sopranos’ trokken wekelijks tien miljoen kijkers, ‘Game of Thrones’ zeven miljoen. In 2005, na afloop van het derde seizoen, overwoog HBO zelfs heel ernstig om de stekker er definitief uit te trekken: de kosten waren te hoog, de kijkcijfers te laag. David Simon, de geestelijke vader van ‘The Wire’, heeft zich naar eigen zeggen smekend op z’n knieën moeten werpen om z’n kindje on the air te houden. De hoofdreden dat ‘The Wire’ niet onmiddellijk bij het grote publiek wist door te breken, lag ironisch genoeg bij een andere briljante HBO-serie: de concurrentie van ‘The Sopranos’ bleek eenvoudigweg te moordend.

'Deze serie trilt van authenticiteit: je rúíkt de straat, de crackpijpen, de rottenis, de hebzucht en de wanhoop'

Maar zodra ‘The Wire’ uitkwam op dvd, en online kon worden gedownload, begon de aanhang te groeien – en te groeien en te groeien en te groeien. En ineens waren Bunk en McNulty even beroemd als Apollo en Starbuck uit ‘Battlestar Galactica’. Op Amazon.com, de onlinewinkel, staan de vijf seizoenen van ‘The Wire’ vandaag nog steeds in de top 40 van best verkochte dvd’s, ook al is het intussen acht jaar geleden dat seizoen 1 te koop werd aangeboden. President Obama heeft meermaals verklaard dat ‘The Wire’ één van zijn favoriete series is – en Omar zijn favoriete personage.


Dieper, breder, donkerder

Maar wacht! Omar, Bunk, McNulty: misschien moeten we hen eerst eens echt voorstellen. Detective William ‘Bunk’ Moreland (Wendell Pierce) en Detective James ‘Jimmy’ McNulty (Dominic West) zijn twee flikken van het Baltimore Police Department. In het eerste seizoen maken ze onder leiding van Luitenant Cedric Daniels (Lance Reddick) verbeten jacht op Avon Barksdale (Wood Harris), een even ijskoude als uitgekookte dealer die de Westside van Baltimore continu met drugs overspoelt. Met een zorgvuldige, bijna documentair aandoende aandacht voor de kleinste details van het dagelijkse politiewerk, volgen we hoe Daniels en zijn mannen de gigantische Barksdale Organization – een onontwarbaar kluwen van secondanten, lijfwachten, leveranciers, boodschappenjongens, kleine straatdealertjes en bikkelharde killers – in kaart proberen te brengen en op te rollen: eerst door de dealers wekenlang te schaduwen, vervolgens door het plaatsen van telefoontaps. Geinig detail: in 2005 lieten enkele drugsbaronnen die in New York terechtstonden zich tijdens hun proces vrolijk ontvallen dat ze, teneinde meer te weten te komen over de verschillende opsporingstechnieken die de politie hanteert, een grondige studie van ‘The Wire’ hadden gemaakt. Doordat we, naast het moeizame speurwerk van de flikken, ook van heel dicht het gehob en getob van Barksdale en z’n maats volgen, kan ‘The Wire’ in zekere zin worden beschouwd als het achterneefje van William Friedkins seventiesklassieker ‘The French Connection’: daarin kreeg de Franse drugsbaron Charnier (Fernando Rey) ongeveer evenveel screen time als de agent die hem op de hielen zit, Popeye Doyle (Gene Hackman).

'Baltimore is een brandhaard van geweld en corruptie. Alles wat je in ‘The Wire’ ziet gebeuren, is gebaseerd op feiten' David Simon

Het grote verschil is dat ‘The Wire’ veel dieper en breder reikt dan ‘The French Connection’. Kun je het eerste seizoen nog brandmerken als een tamelijk lineair flikken versus dealers-verhaal, dan beginnen de verhaallijnen zich vanaf seizoen 2 steeds breder te vertakken. In het tweede seizoen worden Bunk en McNulty – in een narratieve ingreep die ongelooflijk gedurfd mag worden genoemd – vrijwel gedegradeerd tot nevenfiguren, en plonzen de makers ons onder in de donkere, door misdaad en corruptie aangetaste working class wereld van de dokken, de havenarbeiders en de vakbonden. Seizoen 3 speelt zich grotendeels af in de slangenkuilen van de macht (het stadhuis, het politiehoofdkwartier), seizoen 4 zoomt in op het desastreuze Amerikaanse schoolsysteem, en in seizoen 5 zitten we in het zog van enkele krantenjournalisten die, ook al staan ze zwaar onder druk van hun hoofdredactie om ‘human interest verhalen’ te brengen, een poging wagen om in de straten van Baltimore serieuze onderzoeksjournalistiek te bedrijven.

undefined

null Beeld


Verboden te skippen

En ziedaar wat ‘The Wire’ zo uniek, zo briljant en zo innovatief maakt: zelden was het canvas van een televisieserie zo breed; zelden ging een serie zo diep in op alle facetten van de drugshandel; zelden hing een serie zo’n boeiend en gedetailleerd portret op van de sociale, economische, juridische en politieke krachten die een volledige grootstad in hun fatale greep kunnen houden. ‘The Wire’ volgen vergt van de weeromstuit enige concentratie, en je kunt maar beter geen enkele aflevering skippen, maar het mooie eraan is dat je je erin kunt verliezen zoals je je in een roman van Dickens, Dostojevski of Jonathan Franzen kunt verliezen. Doorheen de zestig afleveringen maken we kennis met een indrukwekkende schare onvergetelijke figuren: Bunk, McNulty en Avon Barksdale hebben we al genoemd, maar wij denken ook grinnikend terug aan Avons jeugdvriend en partner in crime Stringer Bell (Oeh-ah! Idris Elba!), die allerlei economische inzichten probeerde toe te passen op de drugshandel. We denken ook aan die goeie ouwe Lester Freamon (Clarke Peters), aan de aalgladde senator Clay Davis (Isiah Whitlock Jr.), aan de meedogenloze drug lord Marlo Stanfield (Jamie Hector), aan de psychopatische moordenares Snoop (Felicia Pearson), door Stephen King ooit omschreven als ‘Waarschijnlijk de meest angstaanjagende vrouwelijke booswicht die ooit op tv is verschenen’, en aan Obama’s favoriet – Omar, een homoseksuele boef die zijn eigen knettergekke criminele code volgt. En zo kunnen we nog een tijdje doorgaan. ‘The Wire’ volgt niet zomaar het wel en wee van een handvol personages, zoals de meeste series, maar tientallen mensen die op de één of andere manier met elkaar en met hun stad verbonden zijn: straatboefjes, scholieren, moeders, criminelen en geharde flikken van wie de morele waarden zijn bepaald door de harde buurten waarin ze zijn opgegroeid.


Fuckety-fuck-fuck-fuck

‘The Wire’ is eigenlijk veel meer dan een serie, het is een antropologische studie. Uit die veelheid aan personages is er evenwel één hoofdfiguur die doorheen de vijf seizoenen altijd naar de voorgrond springt: Baltimore, ooit een fiere havenstad, nu een vergane glorie die kreunt onder geweld, corruptie, leegstand, straatrellen en een algemeen gevoel van uitzichtloosheid. ‘Oh Baltimore / Man it’s hard just to live’ zong Randy Newman al op zijn fantastische album ‘Little Criminals’ – het had de slogan van ‘The Wire’ kunnen zijn. David Simon heeft er nooit een geheim van gemaakt dat vrijwel alle verhaallijnen rechtstreeks uit de bittere grootstadsrealiteit zijn geplukt: ‘Baltimore is een brandhaard van geweld en corruptie,’ aldus Simon. ‘Alles wat je in ‘The Wire’ ziet gebeuren, is gebaseerd op feiten.’ De makers van ‘The Wire’ wisten overigens verdomd goed waar ze mee bezig waren: als voormalig misdaadjournalist van The Baltimore Sun wist Simon niet alleen alles af van de criminele onderwereld in zijn stad, maar ook van de overlevingsstrijd van de kranten. Coproducent en medebedenker Ed Burns van zijn kant heeft een verleden als flik op de dienst moordzaken én was een tijdje leraar op een middelbare school. Simon en Burns konden dus rijkelijk putten uit ervaringen uit de eerste hand, en het resultaat daarvan is een serie die trilt van authenticiteit: je rúíkt de straat, de crackpijpen, de rottenis, de hebzucht en de wanhoop. Sheila Dixon, ex-burgemeester van Baltimore, was zelfs zo gedegouteerd door het sombere beeld dat ‘The Wire’ van haar stad ophing dat ze de serie openlijk ‘leugenachtig’ noemde. Pikant detail: in 2009 diende Dixon na aanklachten voor diefstal, fraude en wangedrag af te treden. Zoals Randy Newman al zong: ‘Ain’t nowhere to run to / There ain’t nothin’ here for free’.

undefined

null Beeld

Mogen we ook even aanstippen dat ‘The Wire’ ook filmisch fantastisch in elkaar zit? Eén van de scènes die ons indertijd met een formidabele klap deden inzien hoe groots ‘The Wire’ wel niet is, is de beroemde, vijf minuten durende, werkelijk weergaloze ‘Fuckety-fuck-fuck-fuck’-scène (eerste seizoen, vierde aflevering) waarin Bunk en McNulty afzakken naar een huisje waar een vrouw is doodgeschoten en met behulp van een stift en een meetlatje de kogelbaan reconstrueren – pure klasse. De dialogen zijn dan weer vaak om in te kaderen en om aan de muur van de televisiegeschiedenis te hangen:

Bunk: ‘Boy, them Greeks and those twisted-ass names.’

McNulty: ‘Man, back off the Greeks. They invented civilization.’

Bunk: ‘Ass-fucking too.’


Gouden kwartet

Wat ons bij de schitterende vertolkingen brengt. Nu trappen we natuurlijk een deur zo groot als het achterste van een olifant in, maar het is nu eenmaal zo dat een serie staat of valt met zijn cast – en die van ‘The Wire’ is gewoonweg ijzersterk. Michael Kenneth Williams als Omar Little: onvergetelijk. Idris Elba als Stringer Bell: wat een uitstraling. Wendell Pierce als Bunk: wat een plezier om die man op z’n eeuwige sigaar te zien kauwen. Dominic West als McNulty: wat een klasse. De ironie is dat West de rol van McNulty aanvankelijk niet zag zitten, omdat de makers eisten dat hij meteen voor vijf seizoenen zou tekenen, maar zijn agent stelde hem gerust: ‘Wees gerust, deze serie zal het maar één seizoen uithouden.’ Het is enigszins anders gelopen, maar in 2008 maakte HBO er dan toch een eind aan: de kijkcijfers waren tijdens het vijfde seizoen dramatisch ineengezakt. De acteurs zijn sindsdien met wisselend succes uitgezwermd: Dominic West wacht nog steeds op die ene grote hoofdrol, Wendell Pierce hopt heen en weer tussen film en televisie, Michael Kenneth Williams speelde rolletjes in ‘12 Years a Slave’, ‘Inherent Vice’ en ‘RoboCop’, en Idris Elba bouwt in Hollywood aan een mooie carrière. Baltimore is nog steeds een stad in verval – de treinrails waar Bunk en McNulty zich na de uurtjes gingen bezatten, liggen er vandaag nog even desolaat bij, op de droeve grasveldjes tussen de woontorens in de Westside hangen nog steeds dealers rond. Simon heeft naar verluidt nog steeds een zesde seizoen in zijn hoofd, waarin de klemtoon zou liggen op de latinobevolking van Baltimore, maar eigenlijk hopen we dat het er niet van komt: het is mooi geweest, uitmelken is niet nodig.

undefined

'Samen met ‘The Sopranos’, ‘Breaking Bad’ en ‘Game of Thrones’ vormt ‘The Wire’ het gouden kwartet van de Amerikaanse tv-series’'

undefined

null Beeld

Nog even terug naar onze eigen ‘The Wire’-ervaring. In het begin waren Bunk en McNulty vreemden voor ons, op het einde waren het onze vrienden. En nadat we er de allerlaatste aflevering hadden doorgejaagd, voelden we een grote leegte – dezelfde melancholische leegte die je ook voelt wanneer het WK Voetbal weer eens is afgelopen, of de Olympische Spelen. Gelukkig lag ‘Treme’ klaar, een andere serie van David Simon, over enkele inwoners van New Orleans – naast Steve Zahn en David Morse zal u vast enkele acteurs uit ‘The Wire’ herkennen – die na de doortocht van de orkaan Katrina hun huizen en hun levens weer proberen op te bouwen. Opnieuw een hoogst verslavende serie die knispert van waarachtigheid, van couleur locale, van leven en muziek.

Of ‘The Wire’ nu werkelijk de beste televisieserie aller tijden is? Nee, dat blijft ‘Kapitein Zeppos’. Laten we het zo stellen: samen met ‘The Sopranos’, ‘Breaking Bad’ en ‘Game of Thrones’ vormt ‘The Wire’ het gouden kwartet van de Amerikaanse televisieseries. We benijden diegenen onder u die de serie nog moeten ontdekken: u staan heerlijke tijden te wachten. Veel plezier, overdrijf niet met het bingekijken, en doe de groeten aan Bunk en McNulty.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234