VrouwenBeeld Shutterstock

WetenschapperSharon Moalem

Waarom vrouwen langer leven dan mannen

Corona houdt Sharon Moalem al een tijdje in Tbilisi, de hoofdstad van Georgië. Terug naar de VS kan de Amerikaanse arts en onderzoeker niet. Hij blijft er nuchter onder. Zijn onderzoek loopt gewoon door: “Ik heb hier een laboratorium, ik verveel me niet.” En de moderne techniek stelt hem in staat toch regelmatig een interview te geven, een tv-optreden te doen of een webinar te presenteren over zijn nieuwe boek, net ook in het Nederlands verschenen onder de titel ‘Het sterke geslacht. Een uitleg voor de genetische superioriteit van vrouwen’. 

Daarin betoogt hij dat mannen doorgaans weliswaar meer spierkracht hebben, maar dat, als het op uithoudingsvermogen aankomt, vrouwen aan het langste eind trekken. Hongersnoden, pandemieën, ziekten: vrouwen overleven vaker dan mannen, ze zijn beter bestand tegen zware tijden.

Het klinkt cynisch, maar Moalem (43) beaamt: zijn boek, geschreven vóór de coronacrisis uitbrak, komt op een ‘passend’ moment. Pijnlijk genoeg lijken de ontwikkelingen rond Covid-19 zijn theorie te bevestigen: hoewel veel nog onduidelijk is over dit specifieke virus wijzen cijfers uit verschillende delen van de wereld (China, Italië, Zweden, de VS) erop dat ook bij deze pandemie meer mannen sterven dan vrouwen. Onderzoekers staan nog maar aan het begin van een verklaring, maar volgens Moalem moet ook gekeken worden naar biologische verschillen tussen mannen en vrouwen.

Wie is Sharon Moalem?

De in Montreal (Canada) geboren Sharon Moalem is arts en wetenschapper. Hij studeerde aan de Universiteit van Toronto en de Mount Sinai School of Medicine in New York. Hij promoveerde in de neuro-genetica en de evolutionaire biologie.

Zijn onderzoek strekt zich uit over een veelheid aan terreinen: evolutie, biologie, geneeskunde, genetica. In het Nederlands werden eerder van hem ‘Het nu van ziekte’ en ‘Mijn genen en ik’ gepubliceerd. Recent verscheen Moalem onder meer bij CNN en de BBC om te praten over de vraag waarom corona mannen harder lijkt te treffen dan vrouwen.

80 procent van de 100-jarigen is vrouw

Vrouwen leven langer dan mannen, statistische gegevens die dat laten zien, gaan al zo’n 350 jaar terug. Er worden weliswaar meer jongetjes dan meisjes geboren, maar zo rond het veertigste levensjaar zijn de aantallen gelijk. Daarna haken mannen steeds verder af. 80 procent van de mensen boven de honderd jaar is vrouw. Om dat verschil te verklaren wordt, aldus Moalem, doorgaans gewezen op gedrag; mannen drinken en roken meer, gaan in het leger, hebben fysiek zwaar(dere) beroepen, gaan (te) laat naar de dokter. “Mannen maken keuzes die tot een vroegere dood leiden, is het idee. Die reactie was er ook meteen bij het coronavirus: mannen roken meer. Ik begrijp­­ die manier van denken, zo heb ik het ook geleerd tijdens mijn studie medicijnen.”

Het werken met veel te vroeg geboren baby’s zorgde jaren terug echter voor de eerste twijfels. Van ervaren verpleegkundigen kreeg hij te horen dat de jongetjes het vaak moeilijker hadden dan de meisjes. En hij zag het ook. Maar gedrag kon, zo vroeg in het leven, moeilijk een factor zijn: te stoer om een arts te bezoeken is er in dit stadium toch nog niet bij.

Sekseverschillen zijn er wel degelijk

Gedrag – waarbij natuurlijk ook verwachtingen over hoe mannen en vrouwen zich horen te gedragen een rol spelen – is een heel belangrijk deel van het verhaal, maar niet het hele verhaal, aldus Moalem. We moeten ook sekse­verschillen in ogenschouw nemen. De meeste mensen hebben 46 chromosomen, waarvan twee geslachtschromosomen.

Er zijn variaties, maar een vrouw heeft doorgaans twee X-chromosomen, één geërfd van de moeder, één van de vader. Een man heeft een X, van de moeder, en een Y, van de vader. X en Y verschillen nogal. Het X-chromosoom is de genetische krachtcentrale. Het bevat zo’n duizend genen, die onder meer een rol spelen bij het aanleggen en onderhouden van de hersenen en het immuunsysteem. De Y is veel kleiner en heeft zo’n 70 genen, waarvan de meesten betrokken zijn bij de productie van sperma. Moalem: “Aan de betekenis van het extra X-chromosoom hebben we lang weinig aandacht besteed.”

Tijdens de vroege ontwikkeling van het vrouwelijk embryo wordt in elke cel een van de twee X-chromosomen willekeurig geïnactiveerd. Geruime tijd werd aangenomen dat het tot zwijgen gebrachte X-chromosoom verder geen rol meer speelde. Inmiddels wordt duidelijker – ‘Zijn we aan het ontdekken’, aldus Moalem– dat ongeveer een vijfde van de genen op het inactieve X-chromosoom toch actief blijft: de inactieve X kan de cel nog steeds helpen te overleven op momenten dat dit nodig is. Dat zou, suggereren ook andere onderzoekers voorzichtig, een van de factoren kunnen zijn bij de verklaring waarom vrouwen betere overlevingskansen hebben bij een besmetting met Covid-19.

Mannelijke cellen zijn klonen, vrouwelijke vormen een mozaïek

Moalem beschrijft zijn intrigerende theorie beeldend: “Vrouwelijke cellen hebben opties. Ze werken samen, wisselen informatie uit en kunnen genen gebruiken van dat X-chromosoom dat het beste gereedschap biedt in een bepaalde situatie. Ik heb die mogelijkheid niet. Al mijn cellen moeten het doen met de informatie van dat ene X-chromosoom. Ik heb daarin geen keus. Al mijn cellen zijn elkaars klonen. Vrouwelijke cellen vormen een mozaïek.”

Neem kleurenblindheid, dat treft veel meer mannen dan vrouwen. De genetische informatie voor zicht ligt op het X-chromosoom. Is hiermee bij een man iets mis, dan is hij kleurenblind. Bij vrouwen zouden op beide X-chromosomen defecte genen moeten zitten, vandaar dat kleurenblindheid zich bij hen aanmerkelijk minder voordoet. Sterker nog; ze kunnen soms veel meer kleuren zien. Zo’n 5 tot 15 procent ziet 100 miljoen kleuren. Een man haalt maximaal 1 miljoen.

“Vrouwen hebben verschillende blauwdrukken gekregen om te bouwen en te renoveren. Als dat X-chromosoom niet zoveel genen had, dan maakte het eindresultaat niet zoveel uit. Maar dat is niet zo. Er liggen genen op die essentieel zijn voor het overleven.”

Vandaar dat vrouwen vaak beter bestand zijn tegen bijvoorbeeld de ellende van een pandemie. Hun immuunsysteem verzet zich feller tegen een vijand van buitenaf dan dat van mannen doorgaans doet. Dat heeft wel een keerzijde: auto-immuunziektes, zoals lupus, komen bij vrouwen vaker voor. Moalem: “Hun immuunsysteem slaat vaker op hol. Tegelijkertijd zie je dat als mannen en vrouwen dezelfde auto-immuunziekte hebben, zoals MS, het bij mannen vaak ernstiger is. Waarom? Omdat zij maar één celtype hebben om op de schade te reageren.”

Vooroordelen onder ogen zien 

Toch is het idee van de man als het sterke(re) geslacht hardnekkig. Moalem: “Ik heb ook mijn eigen vooroordelen onder ogen moeten zien. Waarom gebruiken we zoveel meer mannen dan vrouwen bij het testen van nieuwe medicijnen? Het antwoord was en is nog steeds regelmatig: omdat mannen sterker zijn, die kunnen er beter tegen.” Wrang genoeg schaadt dat uitgangspunt vrouwen juist. Neem vaccins. Het immuunsysteem van vrouwen is vaak sterker. Dat van mannen is luier, aldus Moalem, het heeft even tijd nodig ‘om van de bank af te komen’. Bij mannen is daarom een hogere dosis nodig om een reactie uit te lokken. Maar de doses voor vrouwen worden niet aangepast, waardoor zij vaker last hebben van bijwerkingen.

Moalem: “Tijdens mijn opleiding werd dan gesuggereerd dat vrouwen eerder klagen. Al werd het wat netter geformuleerd. Vrouwen zijn uitgesprokener, heette het dan, durven eerder te zeggen dat ze zich niet goed voelen. Maar de werkelijkheid is dat vrouwen vaak een te hoge dosis van een medicijn krijgen, of misschien zelfs iets wat helemaal niet geschikt voor ze is.”

Gemengde reacties op zijn boek

Moalems boek, in het Engels getiteld ‘The Better Half: On the Genetic Superiority of Women’, roept tot nu toe gemengde reacties op. “Een krachtige remedie tegen de mythe van vrouwen als ‘het zwakke geslacht”, oordeelde een (vrouwelijke) recensent. Maar er is ook wrevel. Een (mannelijke) criticus noemt het boek ‘levendig en goed geschreven’ met ‘argumenten die van belang zouden kunnen zijn in de huidige coronacrisis’, maar stoort zich aan de competitieve termen die Moalem gebruikt. Laten we het over sekseverschillen hebben, vindt hij, niet over wie het beter of slechter doet: mannen of vrouwen.

Moalem kan er wel om lachen, tot op zekere hoogte. Het gaat hier niet om morele oordelen, stelt hij, het gaat er om dat medisch onderzoek op een andere leest geschoeid moet worden. Plechtige intentieverklaringen om meer vrouwen te betrekken bij onderzoek naar medicijnen en behandelmethoden zijn niet genoeg, daarin is hij stellig. Onderzoekers moeten bewust en consequent vrouwelijke cellen en dieren bij onderzoek betrekken. Het is te laat als vrouwen pas in zicht komen op het moment dat dat verplicht is: als op mensen wordt getest.

“Iedere cel heeft een sekse. Als je je dat realiseert, en hoe dat beïnvloedt hoe cellen zich gedragen, heeft dat gevolgen voor hoe we gezondheidszorg benaderen. We moeten accepteren dat er verschillen bestaan. Die bestuderen biedt de kans om nieuwe behandelingen te ontwikkelen die beide geslachten kunnen helpen. Als het immuunsysteem van mannen niet zo sterk is, hoe kunnen we hun cellen leren zich meer als vrouwelijke cellen te gedragen? En hoe kunnen we de cellen van vrouwen aansporen zich te ontspannen, te kalmeren, en meer als luiere mannencellen te doen, op het moment dat ze zichzelf te lijf gaan? Als we geen rekening houden met verschillen tussen mannen en vrouwen doen we ze allebei tekort”.

Vrouwen kregen geen  krediet

Ook vrouwelijke onderzoekers hebben door de eeuwen hebben bijgedragen aan kennis over genetica en gezondheid, maar ze hebben daar niet altijd krediet voor gekregen. Sharon Moalem wijst in zijn boek bijvoorbeeld op de Amerikaanse Nettie Stevens, die begin twintigste eeuw het Y-chromosoom ontdekte en daar in 1905 over publiceerde. Uit ‘Het sterke geslacht’: “Toen ik studeerde, hoorde ik nooit iets over Stevens. Mij werd verteld dat ons inzicht in geslachtshormonen aan iemand anders te danken was; Edmund Beecher Wilson, een tijdgenoot van Stevens.” Volgens Moalem had Wilson toegang tot Stevens’ onderzoeksresultaten voor die waren gepubliceerd en maakte hij daar snel gebruik van.

Twee eeuwen eerder was het de Engelse Lady Montagu die een belangrijke, maar vaak vergeten, rol heeft gespeeld bij de ontwikkeling van vaccinaties. Tijdens haar verblijf in Istanbul, waar haar man ambassadeur was, ontdekte ze het gebruik om mensen in te enten tegen pokken door met een naald het levende pokkenvirus in een kleine wond van een niet geïnfecteerd persoon te brengen. Ze introduceerde deze methode ook in Engeland, ondanks weerstand. “Dat ze een vrouw was en probeerde een onbekende medische procedure uit het Oosten in te voeren binnen een conservatief medisch establishment, maakte het er niet eenvoudiger op.” Als het om de geschiedenis van vaccinaties gaat is de naam van Edward Jenner echter bekender. “Hij heeft de hoofdrol als de medische held die het toneel op komt denderen door zijn ontdekking hoe je pokken kunt voorkomen met een inenting”.

(Trouw)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234