‘Juist omdat we ervan overtuigd zijn dat we zelf heilige boontjes zijn, is het moeilijk om een genuanceerd gesprek rond eerlijkheid te hebben’, zegt Judi Ketteler, auteur van ‘Nooit meer liegen?’Beeld Elise Vandeplancke

Leugens

Waarom we allemaal liegen (en waarom we dat niet váker doen)

Van anderen eisen we dat ze eerlijk zijn. Maar zelf liegen we soms alsof het gedrukt staat. Of vindt u het quarantainebrood van de buren écht lekker? Waarom we liegen, maar ook: waarom we niet váker liegen.

‘Mama, is de kat echt gaan slapen of heb je hem vermoord?’

Amerikaans journaliste Judi Ketteler moet gevloekt hebben toen haar zesjarige dochter haar deze vraag stelde, uitgerekend op de dag dat ze had besloten een honesty journal te starten. In het dagboek noteerde Ketteler drie jaar lang al haar leugens en de redenen waarom ze die leugens vertelde om zo een ‘bewuster, eerlijker leven te leiden’. Geen simpele opdracht, en al zeker niet wanneer je twee jonge kinderen hebt rondlopen die je algauw de mond snoert met een leugentje om bestwil. Zeker wanneer het de dood van hun geliefde huisdier betreft.

‘Ik vroeg me af of ik niet beter had gewacht met dit eerlijkheidsproject tot mijn kinderen volwassen waren, maar ik besloot door de zure appel te bijten’, schrijft Ketteler in The New York Times. Ze realiseerde zich dat de keuze tussen liegen en eerlijkheid vaak een keuze is tussen twee onbegerenswaardige dingen: haar dochter de waarheid vertellen maakte haar niet gelukkiger, maar liegen had dat ook niet gedaan. ‘Ik vertelde haar dus dat ik inderdaad de kat had laten doden omdat hij oud was en erg afzag. Mijn dochter verloor interesse halverwege mijn uitleg, zoals dat gaat bij zesjarigen.’

In het veelgelezen artikel ‘How Honesty Could Make You Happier’ beschrijft ze eveneens hoe haar zoon door begon te krijgen dat hij meer van haar los kon peuteren sinds ze zich had voorgenomen eerlijker te zijn. ‘Na een aantal weken begon hij vragen te stellen over dingen waar hij vroeger te beschaamd voor zou zijn. Over wat ‘pooier’ wil zeggen bijvoorbeeld, en waarom sommige mensen zelfmoord plegen. Dat was even slikken, maar ik dacht: oké, als ik moet kiezen tussen YouTube en mezelf om mijn zoon prostitutie uit te leggen, kies ik wel voor mezelf.’

Lepe gorilla

Een wijze beslissing, zo blijkt. Onderzoek van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) heeft aangetoond dat wanneer volwassenen niet de volledige waarheid vertellen, kinderen zelf wel de gaten invullen met behulp van het internet én dat kinderen daarna ook minder geneigd zijn om die volwassene te vertrouwen. Verdere studies toonden ook aan dat kinderen steeds verwarder zijn rond leugens en waarheid, zeker wanneer hun ouders hun vertellen dat liegen stout is, maar vervolgens zelf wel de feiten verdoezelen voor hen.

‘Zelfs voor volwassenen is het momenteel verwarrend om te zien hoe openlijke leugenaars zoals Donald Trump toch succes oogsten’, zegt Ketteler. ‘Daarom ben ik me ook gaan verdiepen in de materie. Ik gebruikte mijn dagboek als startpunt, maar naarmate ik me meer begon in te lezen over het onderwerp, wist ik dat er meer inzat.’ Ketteler goot dat ‘meer’ in het boek ‘Would I Lie to You’ dat volgende week in het Nederlands uitkomt onder de titel ‘Nooit meer liegen?’. In het boek combineert ze haar eigen ervaringen, interviews met experts en wetenschappelijke bevindingen.

‘Het meest verrassende dat ik heb geleerd tijdens het schrijfproces is hoe slecht we het concept ‘eerlijkheid’ begrijpen’, vertelt Ketteler wanneer we haar strikken voor een eerlijk interview. ‘Allereerst gaan we ervan uit dat we veel eerlijker zijn dan we eigenlijk zijn. Daarom zijn we ook veel strenger voor anderen die ‘gepakt’ worden op oneerlijk gedrag. En juist omdat we ervan overtuigd zijn dat we zelf heilige boontjes zijn, is het moeilijk om een geïnformeerd, kritisch, genuanceerd gesprek rond eerlijkheid te hebben. En waarom we terugvallen op clichés als ‘honesty is the best policy’.’

Want even voor de goede orde: iedereen liegt. En we liegen veelvuldig. Over hoeveel we gestudeerd hebben voor een examen, hoeveel glazen alcohol we per week consumeren of hoe vaak we seks hebben. We verklaren gesmúld te hebben van dat stuk steenhard quarantaine­bananen­brood en we zeggen dat ‘alles wel ça va’ gaat. We liegen tegen onze vrienden, tegen onze partners, tegen onze baas, onze ouders, op surveys en tegen onze dokter. Bovenal liegen we tegen onszelf. Over hoe eerlijk we zijn bijvoorbeeld.

Gedragswetenschapper Dan Ariely, auteur van ‘The Honest Truth about Dishonesty’ en een deskundige op het gebied van eerlijkheid, zegt dat we de waarheid zo’n 10 procent van de tijd verdraaien, vaak zelfs zonder dat we ons daar bewust van zijn. Sociaal psycholoog Bella DePaulo stelde in de jaren 1990 al vast dat mensen gemiddeld zo’n tweetal leugens per dag vertellen. We liegen zo vaak dat je zou kunnen schrijven dat het des mensen is, maar ook dat zou een leugen zijn.

Dieren zijn eveneens lepe bedriegers. Denk maar aan de melk­slang, die met haar felle kleuren doet alsof ze giftig is, of de buidelrat die voor dood speelt wanneer een roofdier nadert. Het meest flagrante voorbeeld is misschien wel Koko, de beroemde in 2018 overleden gorilla die vloeiend gebarentaal sprak. In een momentje van frustratie had het 150 kilo zware beest een gootsteen uit de muur getrokken. Toen de verzorgers haar ermee confronteerden, gaf ze met haar handen aan dat ‘de kat het had gedaan’.

Je kind liegt: goed nieuws

Wetenschappers gaan ervan uit dat we zijn beginnen liegen vanaf het moment dat we een soort van taal ontwikkelden. Dat is niet bepaald bevorderlijk voor ons mensbeeld, maar wel om te begrijpen waarom we liegen. De mogelijkheid om anderen te kunnen manipuleren zonder fysieke kracht te moeten gebruiken bleek een gigantisch voordeel in de strijd om seks­partners, voedsel en grondstoffen, zegt ethicus Sisella Bok aan National Geographic Magazine. Het is net iets makkelijker om te liegen dan om iemand de kop in te slaan. Minder opkuis achteraf ook.

We liegen uit gemakzucht, om de negatieve gevolgen van onze daden niet te dragen, om onze positie te versterken of om onszelf beter voor te doen dan we zijn of om onszelf en anderen te beschermen. Bovenal liegen we omdat we zulke ontzettend ontwikkelde wezens zijn, schrijft filosoof David Livingstone Smith in ‘Why We Lie’. ‘Om te kunnen overleven in grote, complexe sociale groepen is er een grote sociale intelligentie nodig, en een belangrijk onderdeel daarvan is het managen van hoe anderen ons zien. Liegen is een van de manieren waarmee we dat controleren. Ik denk niet dat we geëvolueerd zijn om te liegen, maar we zijn wel geëvo­lueerd naar een nood aan sociale intelligentie, en die laat ons toe om te liegen.’

Leren liegen is een belangrijke mijlpaal in onze ontwikkeling, al zal je die doorgaans niet in een ouderschaps­app terugvinden. Hoewel moeders en vaders die hun kind op een eerste leugen betrappen, vaak verzuchten dat de onschuld verloren is, zien neurologen het juist als een geruststelling dat de cognitieve groei van de spruit lekker loopt. Om te kunnen liegen heb je namelijk enkele belangrijke verstandelijke vaardigheden nodig. We moeten deontisch kunnen redeneren – en dus beseffen wat sociale regels zijn en wat er gebeurt wanneer je die regels overtreedt.

Bijvoorbeeld: als je opbiecht dat je op de keukentafel hebt gekleurd, dan word je gestraft; wanneer je liegt en zegt dat het je zus was, kom je er misschien nog mee weg. Ook de bedrevenheid om je in te beelden wat iemand anders denkt en om je te verplaatsen in die ander speelt een rol. Bijvoorbeeld: dat je tante het niet echt leuk zal vinden wanneer je zegt dat je haar kerstcadeau maar niets vindt. Dat wordt door wetenschappers theory of mind genoemd.

Die mentale vaardigheden komen doorgaans voor het eerst tot uiting in het derde of vierde levensjaar, maar ook de reactie-inhibitie en het werkgeheugen worden flink op de proef gesteld wanneer we een leugen moeten vertellen. We moeten nadenken over wat een realistisch scenario is, wat we eventueel kunnen doen wanneer we niet geloofd worden én we moeten dat nog eens vlot onder woorden zien te brengen ook terwijl we bovenal kalm blijven. Het is dan ook logisch dat we beter worden in liegen naarmate we ouder worden. Oefening baart kunst, jazeker, maar een Nederlandse studie uit 2015 bij meer dan duizend deelnemers tussen de 6 en de 70 jaar toont aan dat onze liegcapaciteiten ook afnemen vanaf een bepaalde leeftijd. We liegen het makkelijkst tussen ons 18de en 29ste levensjaar. Vanaf ons 45ste gaat het allemaal wat minder vlot. Een gelijkaardige omgekeerde U-curve zien we – niet zo toevallig – ook terug bij respons­remming: de mogelijkheid om onze initiële reactie op iets te kunnen onderdrukken.

De tien geboden

Liegen is dus best een ingewikkeld mentaal proces dat neurologen en gedragswetenschappers al decennialang fascineert. Waarom we liegen, hoe vaak we liegen, of sommige mensen beter zijn in liegen, maar ook: waarom we eigenlijk niet méér liegen?

Dan Ariely begon zich die vraag te stellen nadat hij op universiteitscampussen onderzoek had verricht naar de drijfveren om te liegen. Vrijwilligers kregen een test met rekensommen, waarvan ze er binnen de vijf minuten zoveel mogelijk moesten zien op te lossen. Wanneer de tijd verstreken was, moesten ze hun papier in een versnipperaar steken en zeggen hoeveel sommen ze hadden opgelost, en per opgeloste som werden ze betaald. Uiteraard werden de papieren niet echt versnipperd – ook wetenschappers die leugens onderzoeken liegen soms – en daaruit bleek dat de vrijwilligers doorgaans zeiden zes wiskundeproblemen te hebben opgelost, terwijl het er eigenlijk vier waren. Niet helemaal naar waarheid dus, maar ook geen flagrante leugen. Dat fascineerde Ariely. Want ook wanneer het bedrag dat ze per opgeloste som kregen aanzienlijk verhoogd werd, bleef het level van liegen ongeveer hetzelfde.

‘Iets weerhoudt mensen ervan om niet all the way te gaan wanneer ze liegen’, zegt Ariely daarover in zijn TED-talk ‘Why We Cheat’. ‘Volgens de economische theorie zou bedrog een eenvoudige kosten-­baten­analyse moeten zijn. Hoeveel levert bedrog me op? Hoeveel straf krijg ik als ik gepakt word? Je weegt deze tegen elkaar af en je beslist of de misdaad de moeite waard is. In die testen zagen we dat niet terug, want de beloning had amper invloed op hoe vaak mensen logen’, aldus Ariely.

Beeld Elise Vandeplancke

‘We merkten dat de innerlijke jury ook meespeelde. Enerzijds willen we allemaal zonder schuldgevoel in de spiegel kunnen kijken, dus willen we niet vals­spelen. Anderzijds kunnen we een beetje vals­spelen, zonder ons daarover schuldig te voelen. Dus misschien is er een niveau van bedrog waar we niet overheen kunnen, maar waaronder we ons kunnen verrijken, zolang dat ons zelfbeeld niet verandert.’

Dit fenomeen noemt Ariely de ‘fudge factor’. Dat testte hij uit door proefkonijnen eerst de tien geboden te laten opnoemen. Het bedrog was daarna opvallend genoeg zo goed als onbestaand. Dat is niet omdat mensen die streng gelovig zijn minder liegen. Ook wanneer Ariely atheïsten ‘Gij zult niet liegen’ liet opdreunen, gaven ze daarna het eerlijke antwoord. ‘Dat heeft niets te maken met godsvrees, wel met mensen herinneren aan hun eigen morele standaarden’, zegt Ariely.

Vol-au-vent van de buur

Van Jezus tot Kanye West, van Aristoteles tot Immanuel Kant: onze culturele en religieuze geschiedenis herinnert ons er steeds aan dat we klare wijn moeten schenken. Al weten we uit ervaring dat dit niet altijd het geval is. Wanneer je beste vriendin vlak voor een date vraagt of ze er goed uitziet bijvoorbeeld. Of wanneer je de vol-au-vent van je goedbedoelende buur echt niet te eten vindt. Wetenschappers noemen dit soort leugens ‘prosocial lies’ – leugens die verteld worden om de gevoelens van anderen te sparen en ons sociale band met die persoon te verstevigen. Ook Ketteler, die met haar boek nochtans de waarheid op een voetstuk zet, zegt dat liegen soms de meest mens­lievende optie kan zijn. ‘Being a jerk is still being a jerk’, mailt ze ons. ‘Mensen mogen eerlijkheid niet als bescherming gebruiken om kleinerende of kwetsende uitspraken te doen onder het mom van ‘hey, ik ben gewoon eerlijk’.’

De auteur waarschuwt dat het belangrijk is om je drijfveren in de gaten te houden: lieg je omdat je een ander niet wil kwetsen, of zwijg je omdat je een moeilijk gesprek uit de weg wil gaan? Heel veel heeft te maken met het moment waarop die leugen verteld wordt: een collega vlak voor een belangrijke presentatie laten weten dat haar powerpointpresentatie op niets trekt wanneer er geen tijd meer is om er iets aan te doen, heeft geen zin en bezorgt haar of hem enkel stress. Wanneer je mening echter een paar uur op voorhand wordt gevraagd en er nog ruimte is voor verbetering, kun je wel eerlijk zijn, ook al zal die eerlijkheid je niet altijd in dank worden afgenomen.

Onderzoek van Emma Levine en Maurice Schweitzer, gedragswetenschappers aan de Wharton School at the University of Pennsylvania, toont aan dat de intentie van de leugenaar belangrijk is voor hoe we dat bedrog beoordelen. ‘Mensen geven meer om of een persoon goede bedoelingen heeft dan of een persoon eerlijk is’, aldus de conclusie van hun onderzoek uit 2014. Sterker nog: prosocial lying kan – zoals de naam al doet vermoeden – de vertrouwensband tussen personen versterken. Zélfs wanneer men doorheeft dat je liegt; je liegt omdat je het goed met hen voor hebt.

Schuilt daarin misschien de verklaring waarom president Trump weg lijkt te komen met zijn gejok? Waar voorgangers Nixon en Clinton het zwaar te verduren kregen toen hun leugens over de betrokkenheid in het Watergateschandaal of de Lewinsky-affaire aan het licht kwamen, lijken de ‘alternative facts’ van Trump het publiek niet te kunnen deren. Zelfs wanneer ze openlijk en herhaaldelijk ontkracht worden. Ten tijde van de Comey-bekentenissen over de banden met Rusland was Trumps approval rating nog steeds stabiel rond de 40 procent.

Naast onbaatzuchtige white lies en de egoïstische black lies bestaan er ook nog blue lies; leugens die verteld worden om de cohesie van de groep te bevorderen, vaak in het nadeel van de andere groep. ‘Ik denk dat dit ook aan de oorzaak ligt van waarom sommige mensen Trump blijven steunen, soms zelfs meer naarmate hij meer liegt’, zegt Ketteler. Of ze die leugens echt geloven is zelfs niet van belang, ze zijn een wapen in hun strijd tegen ‘de andere’ en een manier om zichzelf en hun groep te beschermen – ze zijn egoïstisch én sociaal tegelijkertijd. ‘The biggest lies we tell are to ourselves”’ zegt Ketteler nog. ‘Ik denk niet dat alle Trump-supporters vreselijke, domme mensen zijn. Ze hebben gewoon een sterke motivatie om mee te gaan in zijn leugens.’

Vaccineren en autisme

Onderzoek heeft al regelmatig aangetoond dat we heel happig zijn om leugens te aanvaarden die ons wereldbeeld bevestigen – zeker wanneer die leugens ons voorgeschoteld worden door mensen die rijkdom, macht of status hebben. Die leugens ontmaskeren doet ze niet in kracht afnemen, schrijft wetenschapsjournalist Yudhijit Bhattacharjee, auteur van het boek ‘The Spy Who Couldn’t Spell’, in National Geographic Magazine. Mensen zullen de informatie die hun voorgeschoteld wordt bekijken door een lens die gevormd werd door eerdere leugens, vooroordelen en overtuigingen.

Wanneer ‘de ander’ ons dus van mening wil doen veranderen met feiten die niet in jouw wereldbeeld passen, zal dat dus niet werken of in het slechtste geval: contraproductief werken, zo toont een studie van cognitief psycholoog Briony Swire-Thompson aan. ‘Mensen hebben de neiging om informatie waarmee ze bekend zijn voor waar aan te nemen. Telkens als je hen confronteert met de misinformatie die je wil ontkrachten (in Swire-Thompsons experiment was dat ‘vaccinaties veroorzaken autisme’, red.), loop je het risico dat je de misinformatie meer bekend maakt bij hen, waardoor het ontkrachten van die informatie op lange termijn ironisch genoeg minder werkt’, aldus Swire-Thompson aan NatGeo.

Niet bepaald bemoedigende informatie. Maar daarom is het des te belangrijker om zoveel mogelijk eerlijk te zijn met jezelf. En ‘Nooit meer liegen?’ geeft daarin een goede voorzet. ‘Ik heb dit boek geschreven omdat ik me machteloos voelde in een wereld die geregeerd wordt door leugens’, vertelt de auteur. ‘Omdat ik me langzaam maar zeker begon te realiseren dat ik misschien deel uitmaak van het probleem – dat ik niet altijd zo eerlijk ben als ik zou kunnen zijn, maar gewoon hoopte dat ik het was omdat ik toch een goed persoon ben.’

Tijdens het schrijven ontdekte Ketteler dat het haar niet zozeer ging om altijd de waarheid te spreken, maar meer om te kijken naar waarom ze soms de waarheid niet sprak, en wat ze daaruit kon leren over zichzelf. ‘Ik wilde niet altijd eerlijk zijn, maar ik wilde wel de waarheid, en dit helpt me om te voelen dat ik mijn steentje bijdraag’, zo besloot ze haar artikel voor The New York Times dat alles in gang trapte. ‘Mijn zoektocht naar eerlijkheid is mijn manier om me actief bezig te houden met (de staat van de) wereld, in plaats van er passief over te klagen.’

Judi Ketteler, 'Nooit meer liegen?', Lev., 288 p., 20,99 euro. Verschijnt op 3 juni. Beeld RV

(DM)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234