Wannes Cappelle van Het Zesde Metaal: 'Door weer in West-Vlaanderen te wonen, besef ik dat ik lang in een cocon heb vertoefd'

‘Skepsels’, de nieuwe plaat van Het Zesde Metaal, heeft naast een resem mooie songs een erg opvallende hoes, met een afbeelding van een torso gemaakt van oud, verkleurd hout. Het ontwerp komt van een goede vriend van frontman Wannes Cappelle, kunstenaar Stefaan De Croock, alias Strook. Komend weekend stelt Cappelle zijn nieuwe plaat voor op de finissage van Strooks nieuwe tentoonstelling, wij spraken nu al met beide heren over Zwevegem, de ziektes van deze tijd en houtbewerking. ‘De torso bevat stukken hout van de Mercator in Oostende. Maar geen zorgen: ik heb niks gestolen.’


De tentoonstelling ‘One More Day’ van Stefaan De Croock loopt van zaterdag 16 november tot zondag 17 november in Transfo, Blokellestraat 113b, 8550 Zwevegem. De vernissage is op vrijdag 15 november om 19.00 h., Wannes Cappelle speelt met Het Zesde Metaal een showcase op de finissage op zondag 17 november. Alle info over de expo op strook.eu. Voor alle tourdata van Het Zesde Metaal: hetzesdemetaal.be.

Drie jaar geleden wilde Wannes Cappelle nog een sabbatperiode inlassen, nadat hij als scenarist en acteur had meegewerkt aan de succesvolle tv-reeks ‘Bevergem’ (goed voor een Ha! Van Humo) en met Het Zesde Metaal de kwaaie plaat ‘Calais’ had gemaakt (goed voor een MIA). Hij zou rustig het café uit de jaren 30 verbouwen dat hij met z’n vrouw Alda had gekocht en een halfjaar in IJsland gaan wonen, het geboorteland van zijn wederhelft en de moeder van hun twee zonen Krummi en Ulfur. Maar van de reis kwam niks in huis en van de sabbatical evenmin: ‘Skepsels’ is zelfs al zijn derde plaat van het jaar, na de ep’s ‘Meesters van Het Zesde Metaal’ en ‘Dit is de bedoeling’, met Broeder Dieleman.

Wannes Cappelle «En mijn verbouwingen zijn ook nog altijd gaande (lacht). Het is het klassieke verhaal, vrees ik: ‘Tiens, zo’n verbouwing kost precies meer dan verwacht.’ Dus neem je hier en daar een opdracht aan, en voor je het weet, zit je weer tot over je oren in het werk. Maar we zouden nog altijd graag een tijd naar IJsland trekken, voor de kinderen: we vinden het belangrijk dat ze daar een periode hebben gewoond. Ik heb me een tijd schuldig gevoeld tegenover mijn zonen, dat ik wéér zo vaak van huis was, en altijd maar in de weer – ook al waren we van Antwerpen naar het rustige Zwevegem verhuisd.»

HUMO Het nummer ‘A je mie mist’ op ‘Skepsels’ gaat daarover.

Cappelle «Een gesprek met mijn vader heeft dat schuldgevoel gemilderd. ‘Luister, Wannes,’ zei hij, ‘je hebt gestudeerd – eerst theologie, erna nog kleinkunst – en dat heeft de gemeenschap iets gekost. Het is nu ook maar normaal dat je de gemeenschap iets teruggeeft, in plaats van voltijds huisvader te zijn.’ Dat klopt wel. Van een arts verwacht ik ook dat die me helpt als ik met een gebroken been zit, en niet zegt: ‘Sorry, hoor, ik ben even aan het uitrusten.’ (lacht)»

HUMO Een job die je níét deed, was de stem van Frank Vandenbroucke inspreken voor de docureeks ‘Ik ben God niet’. Brihang sprak als VDB de commentaarstem in, terwijl ‘Ploegsteert’ van Het Zesde Metaal toch over de gestorven wielrenner gaat. Hebben ze jou nooit gepolst?

Cappelle «Nee, maar ik heb er wel veel complimenten over gekregen. Blijkbaar dachten sommigen dat het toch mijn stem was (lacht)

HUMO Sinds je ‘Calais’ uitbracht, en je je zowel op die plaat als in het echte leven kwaad maakte over politieke en maatschappelijke laksheid, zijn de klimaatjongeren en de gele hesjes de revue gepasseerd. Heb je daardoor je proteststem op ‘Skepsels’ wat gemilderd?

Cappelle «Ze zit er nog in, maar subtieler. Teksten schrijven is voor mij altijd een worsteling, ik wil nooit expliciet zijn. Maar als ik vandaag Facebook open, loop ik tegen zóveel meningen aan… Wie zit nog op de mijne te wachten, denk ik dan. Er zijn daardoor songs gesneuveld, ja.

»Maar uiteraard maak ik me nog steeds kwaad. Als ik in Zwevegem zie hoe alle ouders hun kinderen met de auto naar school of naar het voetbal brengen, terwijl er hier géén files zijn zoals in Antwerpen, waar ik alle ouders wél op de fiets zag... Door weer in West-Vlaanderen te wonen, besef ik pas in wat voor een cocon van gelijkgestemden ik lang heb vertoefd. Op die manier is het dan weer goed: de schellen zijn van mijn ogen gevallen…

»Weet je aan welk beeld ik tegenwoordig vaak moet denken? Aan kanariepietjes in de koolmijnen. Mijnwerkers namen vroeger kanaries mee in de schachten: als die vogeltjes het begaven, was dat het sein om weer naar boven te gaan. Wat wij als maatschappij aan het doen zijn – of het nu om de burn-outepidemie of om de klimaatcatastrofe gaat – is de kanaries een beetje reanimeren en ze weer de mijn in sturen, om ons het gevoel te geven dat we vooral moeten dóórgaan, terwijl we met z’n allen dringend naar boven moeten.»

HUMO De hoes van ‘Skepsels’ is heel kleurrijk, maar jouw eerste ontwerp was dat blijkbaar helemaal niet, Stefaan. Dat had te maken met de songteksten die Wannes had doorgemaild.

Stefaan De Croock «Ja, Wannes’ teksten waren heel donker. Maar hij was zo slim om me snel ook wat ruwe mixes te laten horen, met de muziek erbij. Door de melodieën kregen die lyrics veel meer kleur. Hoe beladen sommige thema’s ook zijn, je hoort altijd een zeker optimisme doorschemeren.»

Cappelle «Ik had je de muziek meteen moeten laten horen. Ik schrijf al mijn teksten ook op muziek.»

HUMO Op je eigen muziek, bedoel je?

Cappelle «Soms ook op andermans muziek, hoor. Het nummer ‘Houd mie dichte’ is geschreven op het ritme van een nummer van The Good, the Bad and the Queen. Ik doe dat wel vaker. Als ik de ritmiek van een song goed vind, begin ik er een tekst op te schrijven.»

HUMO Stefaan, in publicaties als The Huffington Post word je in één adem genoemd met Roa, de bekendste Belgische streetartist. Toch hou je zelf niet van die term.

De Croock (knikt) «Ik vind ’m te eng, het is een vakje. Het is ook vreemd: ik heb een paar grote houten werken tegen gevels geplaatst, en voilà, ineens ben ik een streetartist. Ik zie mezelf gewoon als kunstenaar, ik doe ook veel verschillende dingen. Ik werk tegenwoordig ook minder onder mijn pseudoniem Strook, en meer onder mijn echte naam, omdat Strook zo graffiti--achtig klinkt.»

HUMO Je meest in het oog springende werken zijn de houten portretten die je assembleert uit stukken oude deuren. Ook de torso op de hoes van ‘Skepsels’ is zo gemaakt. Bewerk je de kleuren op die oude deuren verder niet?

De Croock «Nee, ik speel louter met de kleuren die ik vind. Die ouderdomskenmerken, de tijd die duidelijk heeft ingewerkt op het materiaal, kun je ook niet nabootsen. Als schilder heb ik dat wel een tijdlang geprobeerd, maar vier jaar geleden dacht ik: waarom werk ik niet met écht verweerd materiaal? En dus ben ik oud hout beginnen te verzamelen. Mijn eerste houten portret maakte ik met rondslingerende rommel die ik had verzameld op het boerderijtje van mijn vader, intussen ben ik non-stop op zoek naar afbraakhout: ik stop bij werven of bel naar projectontwikkelaars. Intussen kennen ze me al en bellen ze zelf: ‘Kom maar kijken!’ Ik ga overal zoeken. Er zitten in de hoes van ‘Skepsels’ stukken hout van de Imperial Ship-yard in het Poolse Gdansk, maar ook van de Mercator, de boot in Oostende. Ze waren die aan het renoveren, ik heb er niks gestolen (lacht)

HUMO Ken je het programma ‘Salvage Hunters’ op Discovery Channel? Daarin schuimt de Welshe antiekhandelaar Drew Pritchard het Verenigd Koninkrijk af op zoek naar oude meubels en decoratie, een queeste die hem tot bij bizarre verzamelaars van rommel brengt.

De Croock «Onlangs stelde nog iemand me die vraag, maar ik heb het nog nooit gezien. Maar mijn zoektocht brengt me evenzeer op zotte plekken. Onlangs nog ben ik net over de grens in Frankrijk beland bij iemand die van alles had liggen, echt een droomplek voor mij, met massa’s oude deuren. Alleen was hij zo verknocht aan alles dat hij niks wilde wegdoen.

»Niet iedereen begrijpt perfect wat ik doe. Volgend jaar zal ik in Gent een nieuw werk brengen in het kader van het project ‘OMG! Van Eyck was here’. De bedoeling is dat ik dat werk volledig in oud Gents hout uitvoer. Nu had men van de herstellingswerken aan de Sint-Baafskathedraal oude houten, rood geschilderde dakbalken voor me opzijgelegd. Alleen dachten de werklui me te helpen door die balken eerst eens mooi af te schuren (lacht). Gelukkig heeft de werfleider ze halverwege nog kunnen tegengehouden.»

Cappelle «Ik zit hier nu te denken: voor de renovatie thuis heb ik heel het weekend het hout van de oude ramen opgeschuurd, om te achterhalen welke stukken rot zijn. Ik zou beter een stukje overlaten voor jou, zeker? (lacht)»

HUMO Wannes, in het erg mooie duet ‘De onvolledigen’ zingt Stefanie Callebaut van SX mee. Benjamin Desmet van SX vertelde me dat hij schitterende jeugdherinneringen koestert aan de misdienarenkampen met jou, maar ook met acteur Stefaan Degand. Wat was daar zo leuk aan?

Cappelle «Gewoon, dat op kamp zijn, in de Ardennen bijvoorbeeld. Met Stefaan Degand zat ik in de klas op de lagere school, Benjamin was twee of drie jaar jonger dan wij, en we waren alledrie misdienaar. Dat jaarlijkse kamp was zo’n beetje het lokmiddel om misdienaar te worden in Wevelgem. Verder heb ik er geen enkele verklaring voor waarom de Wevelgemse misdienaren van toen allemaal op een podium zijn gekropen.

»Ik heb mijn vormsel trouwens nog ontvangen van Roger Vangheluwe, maar dat heeft er voor alle duidelijkheid níéts mee te maken.»

HUMO Stefaan, in het Duitse Herford maakte jij in opdracht van het MARTa-museum een groot gevelkunstwerk van een Madonna, geschilderd in de ‘glasraamkleuren’ blauw, geel, rood. Ben je net zo met religie bezig als Wannes?

De Croock «Nee, maar ik hou van de poses die je in kerkelijke kunst ziet: figuren die stil en lijdzaam alles lijken te ondergaan, terwijl er evenzeer een grote kracht en waardigheid van uitgaat.»

HUMO Een ander werk van je heet ‘That Was the Day I Stopped Believing’. In wat ben je ooit gestopt te geloven?

De Croock «Dat alles altijd goed komt, zolang je maar je best doet. Ik ben zeven jaar geleden mijn broer verloren, aan zelfdoding. Hij worstelde met een depressie. Ik kan nog steeds kwaad worden als ik mensen hoor zeggen dat ‘depressies voor watjes zijn’. Depressie is een ziekte en zo moeten moeten we die ook behandelen. Het thema moet bespreekbaar worden.

»We hebben ons als omgeving machteloos gevoeld tijdens de ziekte van mijn broer, en die machteloosheid voel ik nog steeds. Iedere ochtend moet ik ervoor kiezen om iets te maken van die nieuwe dag, terwijl er op de achtergrond dat verdriet blijft. Het is een tweestrijd die denk ik bij véél achtergeblevenen speelt.»

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234