Warm aanbevolen voor uw leeszomer (3) - Adriaan van Dis: hoe sterk is de eenzame schrijver?

‘Ik kijk je niet aan, want ik concentreer me,’ zegt Adriaan van Dis (70). De zinnen die hij vervolgens met gesloten ogen produceert, hebben dan ook de exquise elegantie die je van de iconische ex-televisiepresentator mag verwachten.

'Ik ben ten diepste pan seksueel: ik ervaar bijna een erotische tinteling bij een bloeiende courgettebloem'

Ik hoor hem uit over het terecht bejubelde ‘In het buitengebied’, een dunne roman – opvolger van ‘Ik kom terug’, waarvoor hij in 2015 de Libris Literatuurprijs won. Onderwerp: een confronterende verkenning van een eenzaam plattelandsleven. Het is geen toeval dat Van Dis zelf al enige jaren aan de IJssel woont, ver weg van de randstad. Hij kweekt er literatuur van superieure kwaliteit.

HUMO ‘In het buitengebied’, daar maak je geen geheim van, is de vrucht van een depressie.

Adriaan van Dis «Ja, een korte maar hevige depressie was dat, een tijd na het verschijnen van mijn vorige boek. In ‘Ik kom terug’ beschreef ik het levenseinde van mijn moeder; het is het portret van een moeder die heel grappig is, maar ook volstrekt koel en emotioneel geremd, een moeder die haar kinderen niet aanraakte, die op haar sterfbed haar zoon zum Abschied een hand gaf. Ik kon dat allemaal goed opschrijven, soms grommend, soms met plezier, soms met een zekere wanhoop. Het verdriet, voor zover er verdriet was, lag al achter me toen ik het opschreef. Ik deed het als een vakman, zoals een timmerman heel koel een prachtig zwaluwstaartje maakt: hij mag niet huilen, want dan slaat hij op zijn duim. Een schrijver die jankt, kan zijn eigen regels niet zien.

»Maar toen ging ik toneelspelen: met Olga Zuiderhoek voerde ik ‘Ik kom terug’ in heel Nederland op. Ik ging bijna negentig keer op de planken mijn moeder doodmaken, ik ging bijna negentig keer op haar zitten – mijn moeder, de poef! Dat bleek voor mij ingrijpender dan het hele sterven zelf. Wat bewijst dat ik geen professioneel acteur ben, ik heb kennelijk geen schild tussen het spel en mijn gevoel. Er is een groot verschil tussen het kille opschrijven en het spelen, je voelt toch de adem van die mensen in de zaal, zij zijn de echo van alles wat je doet. Dat is bij mij naar binnen geslagen, daar ben ik heel somber van geworden.

»Ik was op dat moment al goed opgeschoten in een ander boek, maar ik heb het opzij moeten leggen. Er was maar één manier om het boze op te vangen, leek me, en dat was door het in een boek te stoppen. Ik heb ‘In het buitengebied’ voor mijn doen snel geschreven, en ik moest er ook mee ophouden. Het is heel bewust een dun boekje geworden, het trok me naar beneden.

»Ik ben ook nog nooit zo bang geweest bij het verschijnen van een boek. Want ik noem het wel ‘een geharnaste roman’, maar dat is natuurlijk ook maar een ander woord voor kwetsbaar – omdat kwetsbaar al zo’n uitgelubberd woord is. Ik was heel erg bang dat ik erom zou worden uitgelachen en toch moest ik het gewoon schrijven.»

HUMO In vijf verhalen wordt het plattelandsleven van de schrijver geschetst: zijn leven wordt leeggeplukt, alle hoofdpersonen uit die verhalen verdwijnen uit zijn leven. Hoort dat onvermijdelijk bij het ouder worden?

Van Dis «Ik heb het leven van mijn moeder kleiner zien worden, niet alleen omdat iedereen om haar heen doodging, ook omdat haar benen haar minder ver konden dragen dan vroeger. Het besef van haar verval kroop ook in mij, je gaat je afvragen: ‘Mijn God, hoelang moet ik nog mee?’ Ik ga niet voor niets drie keer in de week naar de fitness. Daar sta ik dan op één been ballen terug te gooien, om mijn balans te behouden. Er kruipen kleine kwaaltjes in je en je hebt ’s morgens een pilletje of twee, drie nodig om de boel naar behoren te onderhouden. En je ziet om je heen mensen al een beetje verkruimelen, mensen die niet meer werken, een heel ander idee hebben over het inrichten van hun tijd. Zelf werk ik nog heel erg hard, en dat geeft last met een omgeving die niet hard werkt.»

HUMO Je verzet je tegen dat verkruimelen?

Van Dis «Voor mij is schrijven belangrijker geworden dan ooit. Het ritueel is ook belangrijk voor me: gaan zitten, aan de lopende band aantekeningen maken. Het is een reddingsboei.»

HUMO Er is, merkte ik in oude interviews, voor jou geen evidenter thema dan eenzaamheid. Als kind al heb je gezworen je nooit aan iemand te binden. Je was toen 4, vertelde je Ischa Meijer. Je was 9, kreeg een andere interviewer te horen.

Van Dis «Dan roep ik nu dat ik toen 6 was, het gemiddelde (lacht). In elk geval: het moment zelf is me heel precies bijgebleven. Ik loop de deur uit, en vanop het bospad kijk ik naar binnen door het raam en zie daar onder een lamp al die gekken met wie ik een familie moest vormen, een vreselijk rare, verstikkende bende. Toen heb ik besloten: voor mij géén familie.»

HUMO Liefde is: een vreemde in je huis toelaten, schreef Arnon Grunberg ergens. En dat is moeilijk?

Van Dis «Als je alleen bent, sta je jezelf allerlei merkwaardigheden toe. Je wordt wakker wanneer je wil, je poetst je tanden pas om twaalf uur, omdat je nog wil nagenieten van een fijn ontbijt. Heel anders gaat het als je samen bent: je laat ’s morgens als je opstaat geen wind, je zeurt niet, je probeert – tenzij je het hebt over ongelikte Dominique Strauss-Kahn-achtige egoïsten, die zeggen: ‘Luister eens: benen wijd en wees stil!’ – elegant te zijn, je probeert aandacht te hebben voor je partner. Dat vraagt allemaal erg veel inspanning. Dus is het heel makkelijk om daarvan weg te lopen.

»En ik heb talent voor eenzaamheid. Als kind in de duinen van Bergen vond ik een enorme troost in het alleen zijn. Ik kan ook heel goed alleen reizen, in een stad rondlopen. Elke dag een koffie op hetzelfde terras, een gesprekje met de dienster: dat zijn heel troostvolle dingen. Er zijn mensen die dat ook ervaren als ze met me omgaan: ‘Om jou hangt altijd een soort eenzaamheid,’ zeggen ze me. Nou ja, prima, zo is het.»


Dode dichters

HUMO In de bundel ‘Totok’ schreef je eens in een gedicht de regels ‘Zoon zonder spoor, niemand tot last’: dat kan zo je grafsteen op?

Van Dis «Op zichzelf vind ik dat geen slecht streven, niemand tot last zijn. Kijk, mijn (van oorsprong Indische, red.) vader belandde in het weeshuis, ging op z’n 16de de militaire dienst in en leerde daar onaangename dingen doen in dienst van Nederlanders, hij ontwikkelde zich – ongetwijfeld buiten zijn wil – tot een wreed man. Hij heeft niet alleen krassen in zijn eigen ziel gekregen, maar hij heeft die ook doorgegeven. Als ik een kind zou hebben gehad, zou ik ze nóg een keer doorgeven. Ik heb er heel bewust voor gekozen om er een streep onder te zetten.

'Dat is wat ik heb willen vermijden: dat ik de woede van mijn vader zou doorgeven aan een zoon'

»In Rotterdam hadden ze onlangs het aardige idee om aan twee spoken word-kunstenaars te vragen gedichten te maken naar aanleiding van ‘In het buitengebied’. Eén jongeman, die filosofie studeerde, had een gedicht geschreven over wat ik mijn ongeboren zoon zou leren. Ik moet je zeggen, ik zat daar op het toneel en keek er heel vriendelijk bij, maar ik had het wel even te kwaad. Want dat is precies wat ik heb willen vermijden: dat ik de woede van mijn vader zou doorgeven aan een zoon.»

HUMO Komt er een eigenlijk graf? In één van je verhalen voer je de oude vrouw Rivka op, kort voor haar dood: zij wil geheel onopgemerkt verdwijnen.

Van Dis «Ik wil een graf, absoluut. Ik heb al een prachtige plek gekozen, in Bergen, waar ik geboren ben. Ik heb dat samen met Neeltje Maria Min gedaan. Ik lig leuk, niet ver van Lucebert en Adriaan Roland Holst, en E. du Perron. Neeltje zei: je moet nu kopen, anders kom je in een nieuwbouwwijk terecht, want de begraafplaats breidt uit naar de polder. Nu lig ik nog op het duinzand. Laatst mailde ze mij: ‘Zeg Adriaan, heb jij je graf onderverhuurd?’ Er lag een ander op mijn plek, dacht ze, maar ze had verkeerd gekeken (lacht).

»Ik vind het een heerlijke gedachte daar te zullen liggen. Ik ben in Bergen ook meteen naar de eigenaars van café De Pilaren gegaan, die ik nog ken uit mijn jeugd, en ik heb gezegd: ‘Jongens, als het zover is: veel kroketten, bitterballen, en wijn en drank!’ En ik wil ook dat er extra treinen worden ingezet, een week hofrouw, ik wil veel gehuichel!»

HUMO In je boek vormen eenzaamheid en doodsverlangen een paar.

Van Dis «Dat was voor mij zo toen ik heel erg somber was. Ik heb wel een realistische blik op de dood, omdat ik opgevoed ben in een huis waar de dood al heel vroeg aanwezig was: de vader van mijn zusjes werd door de Japanners onthoofd, mijn moeder verloor haar moeder toen ze 3 was. Er waren in ons repatrianthuis (waar mensen woonden die na de Tweede Wereldoorlog van Nederlands-Indië naar Nederland waren teruggekeerd, red.) in Bergen meer mensen die kinderen of echtgenoten verloren hadden. De dood was een ervaringsfeit. Ik was daar nooit verdrietig om, ik zag de dood ook een beetje als verlossing.»

HUMO Het schrijverschap houdt literatoren van zelfmoord vandaan, is de mening van specialist zelfmoord en letteren Jeroen Brouwers: denk je dat ook?

Van Dis « Dat is een waarheid als een koe. Dat heeft ook Houellebecq geschreven: ‘Een dode dichter schrijft niet meer. Vandaar het belang van in leven te blijven.’»

HUMO Je had een pistool in huis. In één van je verhalen vertel je dat het gestolen is. Ik hoop maar dat dat ook echt waar is, want ik wens je een lang leven toe.

Van Dis «Laten we het daarop houden. Een pistool levert de beste pil voor een kordaat levenseinde. Eergisteren sprak ik een jonge student die het dark Web had verkend. Dat doe ik zelf niet: het is me too dark. Ik wil er niks mee te maken hebben, maar ik ben er wel heel nieuwsgierig naar. Hij vertelde dat je daar een telefoonhoesje kan kopen voor één euro, maar dat je ook voor een klein bedrag een kalasjnikov kan bekomen. Dat vind ik wel een wonderlijke ontwikkeling. Als ik nu 15 was, zou ik beslist dat dark Web verkennen.»


Troost in materie

HUMO Wat je wel zelf verkent zijn de chatboxes, en dat leverde een verhaal op over Akiko, een Japanse robot die je in huis haalt.

Van Dis «De hang naar zo’n robot die jou begrijpt, met wie je kan praten en die zelfs haar kunstvlezige arm om je heen kan slaan, komt voort uit een diepe band met dingen die ik kan voelen. Ik heb altijd een enorme troost gevonden in materie. Had ik thuis een tafel als deze, met een hoekje af, dan zou ik elke dag dat hoekje even strelen, ik zou enige liefde kunnen opvatten voor zo’n kapot hoekje. Ik heb heel sensuele ervaringen met mijn trapleuning.»

HUMO Ik geloof je meteen, want in je boek is er zelfs sprake van vrijen met zilveren lijsten.

VAN DIS «Ik zou het iemand die arm is niet kunnen uitleggen, maar mijn rijkdom zit in het me verbonden voelen met de dingen – wat natuurlijk ook weer een vorm van armoe is, dat zie ik ook wel in. Ik ben ook een enorme verzamelaar van dingen. Ik breng van elk strand een steen mee, ik ken al die stenen, met hun eigen verhaal. Het is een heel wonderlijk iets, dat je een aaibare relatie kunt hebben met iets doods, ik ben er nog niet helemaal klaar mee.»

'De woede om de kolonisatie, slavernij, ja, zelfs de kruisvaart voedt de radicalisering. Europa zal nog een onaangename rekening gepresenteerd krijgen'

HUMO Spijtig dat je er niet meer over kan keuvelen met Gerrit Komrij, hij heeft me weleens onderhouden over de liefde voor een tafelpoot.

VAN DIS «Het aardige van tafelpoten is dat ze nooit hoofdpijn hebben en nooit nee zeggen.»

HUMO In lang vervlogen tijden had je het weleens over je biseksualiteit, nu lijk je een gooi te doen naar de panseksualiteit.

VAN DIS «Ik ben al veertig jaar zo trouw als een heteroseksueel kan zijn, maar ik ben inderdaad ten diepste panseksueel. Ik heb dat heel sterk in de natuur, dat ik bijna een erotische tinteling ervaar bij een bloeiende courgettebloem, en zeker bij het plukken van aardbeien uit eigen tuin: ik doe dat nooit te ruw – het is alsof je tepels plukt.»

HUMO In het verhaal van Akiko gaat het er ook over dat we meer en meer herleid worden tot logaritmes. Computers kennen ons beter dan we onszelf kennen. Iets om bezorgd over te zijn?

VAN DIS «Ik ben er niet bang voor. Men kan veel steun vinden in een robot, iemand die uit louter kennis bestaat, maar ook iemand die allerlei karweien voor je oplost.»

HUMO Je hang naar een huishoudster is altijd groot geweest. Decennia geleden al fantaseerde je in een interview een Mevrouw Scholte bij elkaar die op afroep beschikbaar was.

VAN DIS «Sommige mensen hebben geweldige moeite met personeel, ik vind het heerlijk. Da’s mijn koloniale kant: geweldig toch, iemand die je verrast met een heerlijke, korstige appeltaart. Ik zou dolgraag een huishoudster willen hebben, al weet ik niet of het er nog van komt: misschien is het verlangen zelf wel mooier dan het realiseren ervan.

»Dat verhaal ‘Akiko’ heeft ook te maken met een Japans klokje dat ik heb gehad. Drukte je erop, dan hoorde je een grappig blikkerig stemmetje, dat de tijd meldde: ‘It’s five twenty two.’ Telkens wanneer ik thuis kwam, drukte ik op dat knopje, en dat was prettig: altijd iemand thuis, en ook nog bij de tijd! Na drie jaar was het batterijtje leeg, en bleek het onvervangbaar: ik was toen echt in de rouw om die stem.»

HUMO De dag is niet ver meer, zeggen sommigen, dat intelligente computers de mens in alles overtreffen.

VAN DIS «Daar ben ik van overtuigd. Zal ik iets heel visionairs zeggen, iets waarvan het jammer is dat het over duizend jaar niet uit Humo kan worden geplukt als bewijs dat ik het nu al wist? Alle pogingen om het klimaat te temmen zijn in zoverre nobel dat we onze apparaten verbeteren, dat we zonne-energie gebruiken… Dat is allemaal prachtig, maar ik ben toch bang dat al die mensen van continenten die nu eindelijk aan de beurt zijn om een beter materieel leven te gaan leiden zich echt niet gaan beheersen. Als ik in een miljoenenstad als Lagos of Mexico City woonde, zou ik ook zeggen: sodemieter op met je biologische landbouw, ik wil ook airconditioning en een Mercedes. De aarde zal dat mogelijkerwijze niet kunnen trekken, maar de mensen die de aarde bewonen, zullen zich uitrusten met een veel beter longapparaat door er een chip in te jassen. Door te leren omgaan met vervuiling en klimatologische veranderingen zullen we zelf langzamerhand vercomputeriseren. En we zullen ook relaties met machines aangaan, en de mens van vlees zal uiteindelijk een geniale machine worden. Daar kan ik niet om treuren, ik hoop alleen dat die geniale machine er nu en dan ook Homeros nog eens bij pakt. Ik meen het heel serieus, hoor.»

HUMO Ik zal het heel serieus opschrijven, maar laten we terugkeren naar je boek, het hoofdstuk Rivka, een oudere vrouw gemodelleerd naar een rijke Nederlandse dame die jou op je 21ste initieerde in de liefde, de luxe en wat nog allemaal.

VAN DIS «Nou! Ik was zoekend en hoererend en alles wat maar slecht was, interesseerde me. Ik ben opgegroeid in een kaal huis – linoleum, zeil, houten stoelen... We hadden geen decoraties en het eten was niet lekker – biergist! Dat was de wereld die mijn moeder kon omarmen nadat ze zoveel verloren had. Ze wou vergeestelijken op háár manier, door in bijna alles te geloven waar wij om lachen: homeopathie, handlezen, voorspellingen. Maar dat was dus geen wereld waarin kreeft gegeten werd, of gereisd werd, of schoonheid of weelde nagestreefd. Plotseling ontmoette ik dan iemand die ouder was en die in weelde leefde, die talen sprak. Van haar heb ik alles geleerd.»

HUMO ‘Ach hoer, doe niet zo deftig: je werd verblind door d’r geld.’ Zo spreek je jezelf toe in het boek.

VAN DIS «Dat zegt een akelige binnenstem, ja. Maar laten we eerlijk zijn: geld kan erotiserend werken. Hoe vaak zie je niet heel iele, maar rijke mannetjes met beeldschone vrouwen om zich heen? Dat moet meer dan aantrekkingskracht onder de gordel zijn, dat moet een portemonnee zijn.»

HUMO Geld is belangrijk want het maakt een heftiger leven mogelijk?

VAN DIS «Zeker, al lukt het me maar niet om rijk te worden. Ik geef mijn geld ongelooflijk graag uit: evengoed als een kapotte tafel, aai ik het gat in mijn hand.»


Krimpgebied

HUMO Het platteland dat je beschrijft blijkt leeg te lopen.

VAN DIS «Er is een trek naar de grote stad. Veel ouderen keren ook terug naar de stad, gewoon omdat het ziekenhuis er beter is. Ik woon in een buurt waar wel een ziekenhuis is, maar na zes uur ’s avonds zijn er geen artsen meer. Ook in het weekend word je niet geacht ziek te zijn, dan is er geen dienst. Een krimpgebied heet dat bij ons: diensten vallen weg, scholen sluiten, industrieën verdwijnen want ook die gaan rondom de stad zitten.

»En de stad neemt besluiten waar het platteland dan maar mee moet leven: het krijgt vluchtelingen toegewezen, er komen windmolens, allerlei decreten inzake duurzaamheid… Dat geeft dezelfde spanning die je overal in de Europese en ook in de Amerikaanse politiek ziet: de plattelandsbevolking die zich achter Trump, Le Pen, of de brexit schaart tégen de grootstedelingen in. Ik sympathiseer eigenlijk wel een beetje met die boosheid van het platteland.»

HUMO Elitelid en kosmopoliet Van Dis gaat het boerenverzet leiden?

VAN DIS «Ik hoor er natuurlijk niet bij, maar ik lach ze niet uit.»

HUMO De buiten die je schetst is een plek waar mysterie en misdaad gedijen.

VAN DIS «In het algemeen kan je op het platteland wat makkelijker in een schuur de ramen blinderen en een lampje laten branden om een geestverruimend gewas welig te laten tieren (lacht). De politie is onzichtbaar. De motorclub gedijt er ook beter dan in de stad. Bij het schrijven was voor mij een fantastisch nummer van Tom Waits heel inspirerend. (Fluisterend) ‘What’s he building in there? He has no friends but he gets a lot of mail… We have a right to know…’ Ik dacht het er eerst in te zetten als motto, maar dan wordt het zo bepalend.»

HUMO Via het personage Victor, een zwarte die even tuinman wordt van de schrijver, belanden we ook in de wereld van de asielzoekers en nieuwkomers.

VAN DIS «Er is een kazerne waar ze zijn ondergebracht. Het gaat eigenlijk erg goed. Laatst was er een bijeenkomst waarop de kinderen van asielzoekers zich aan de gemeenschap voorstelden; ze zongen op een grasveldje ‘In Holland staat een huis…’ En ik kreeg het nog even te kwaad ook! (lacht) Wat ik het aandoenlijkst vind, is de hopeloosheid van de goedwillenden om contact te maken. Het lukt niet: er is wantrouwen, angst, en er is domweg geen taal die alles kan overbruggen. Het is heel interessant om te volgen: je hebt de eeltige mensen voor wie het allemaal eenvoudig is: ‘Sodemieter op! Wat zoek je hier?’ En je hebt de dunhuidigen, mensen die willen dat het goed komt, die zich schuldig voelen: in hun hopeloosheid krijgen ze niks voor elkaar.»

HUMO De goedwillenden die je noemt, worden steeds vaker weggezet als ‘gutmenschen’. Bij ons doet nu ook Bart De Wever mee met het propageren van de term: het zijn volgens hem die gutmenschen die door problemen te negeren het draagvlak voor de migratie hebben kapotgemaakt.

VAN DIS «Het is toch idioot dat zo’n woord een scheldwoord is geworden? Ook het woord deugen heeft een negatieve betekenis gekregen.

»Het zijn overigens niet de gutmenschen die de gastarbeiders naar Europa hebben gehaald. Dat waren industriëlen, die goedkope arbeid nodig hadden. En dan kwamen de christenen, die pleitten voor gezinshereniging, want het gezin is toch de hoeksteen van de samenleving. Maar wie krijgt nu de schuld? Dat zijn de socialisten, die de boel net bij elkaar proberen te houden, en al eens een onaangenaam rapport over stoute jongens in de steden in de onderste la doen verdwijnen. Als we praten over schuld zijn we allemáál schuldig.»

HUMO Men mag je gutmensch noemen, je ziet het als een eretitel?

VAN DIS «Ja, al heb ik wel een probleem met de voortdurende neiging goed te willen doen, want dat werkt vaak averechts. Hoeveel Nederlanders – alleraardigste Nederlanders – willen na een bezoek aan Gambia, wat een heerlijke vakantiebestemming is, niet een schooltje steunen? Maar ik wil eigenlijk dat die Afrikanen zélf hun corrupte leiders uit hun paleizen jagen: wat wij daar doen is in zekere zin pappen en nathouden. En ons eigen schuldgevoel afkopen. In die zin ben ik ook tegen de gutmensch in mezelf.»

HUMO De gutmensch krijgt ook het verwijt naïef weg te kijken van de problemen die met de islam samenhangen.

VAN DIS «Ik heb lang gedacht dat de moslims in Nederland wel zouden ont-islamiseren, zoals ook het christelijke geloof een kleinere rol heeft gekregen in de samenleving. Het loopt anders: juist de tweede en derde generatie omarmen hun moslimidentiteit, omdat ze wonen in een land waar ze met de nek worden aangekeken. Veertig jaar geleden, schreef Le Monde net nog, gehoorzaamde een minderheid van de moslims in Frankrijk aan de ramadan, omdat het niet paste in de Franse samenleving. Nu doet meer dan 95 procent aan de ramadan mee: ‘Kijk eens, ik ben een trotse man, ik kan mij een maand beheersen!’ en ze voelen zich beter. Dat heeft weinig met geloof te maken, maar alles met identiteit: ‘Dit ben ik. Hier ben ik trots op.’

'Welke rol speelt de schrijver nog in het publieke debat? Ik ben een stakker die zit te zuchten boven een komma en een punt'

»Natuurlijk zal de islam onze samenleving veranderen, maar je mag ook grenzen stellen. Zo vind je op het internet tal van sites waar de Holocaust wordt ontkend. Het is pijnlijk en tragisch dat een groeiend aantal onderwijzers en leraren het onderwerp nu maar overslaat om conflicten in de klas te vermijden. We zouden die leraren moeten steunen, allereerst door ze beter te honoreren. Zij moeten de confrontatie aangaan op de kwetsbaarste scholen. Wij die aan de geriefelijke kant leven, kijken veel te veel weg van dat probleem. Bang voor de confrontatie kennelijk. Het is ook godverdomd lastig om telkens dat gesprek weer aan te gaan.

»Ik vind dat we aan twee kanten strenger voor elkaar moeten zijn. Wij moeten de nieuwkomers zeggen: ‘Jullie zijn welkom, we hebben jullie nodig voor de toekomst, maar we spreken een paar dingen af. Je spreekt behoorlijk je taal, en je religie beoefen je thuis en kan je niet opleggen aan ons allemaal.’»

HUMO ‘Slechts 9 procent van de wereldbevolking is wit,’ schrijf je in het laatste hoofdstuk van je boek: dat zullen die witten ook nog gaan voelen?

VAN DIS «Van wat ik recent gelezen heb – en ik lees op het platteland twee keer meer dan vroeger, want de gezelligheid krabt er nooit aan de deur – ben ik erg onder de indruk geraakt van een boek van Pankaj Mishra, ‘From the Ruins of Empire’. Hij toont wat er in 150 jaar koloniale tijd gebeurd is in Afrika, het Midden-Oosten, Japan, India… Die vernedering is de bron voor veel woede van nu. De nazaten van de vernederden gebruiken de geschiedenis zonder de feiten goed te kennen, maar de woede om de kolonisatie, slavernij, ja, zelfs de kruisvaart voedt de radicalisering, en de antiwesterse stemming – ook onder hoger opgeleiden – zwelt aan. Europa zal nog een onaangename rekening gepresenteerd krijgen voor zijn verdeel-en-heerspolitiek.

»Ik begrijp niet dat onze politici maar één verkiezing ver kijken en niet zien dat zich in Afrika een demografische ramp van de eerste orde voltrekt. Door droogte en oorlogen worden miljoenen mensen opgejaagd. Europa zou dat Afrika moeten redden, want anders komt Afrika naar ons toe: het is dus ook nog een vorm van eigenbelang. Wat zie je vandaag, na zeventig jaar globalisering? We keren ons steeds meer naar binnen, Nederland is meer dan ooit bezig met zichzélf. We vervreemden ons zelfs van de Vlamingen: we lezen elkaar nauwelijks nog. Hoe erg kan het zijn!»

HUMO ‘Met de patriotten aan de macht,’ zo staat in je boek, ‘was mijn schrijven fluisteren geworden’: hopeloosheid van de intellectueel?

VAN DIS «In zekere zin wel. In Nederland is de status van de schrijver ernstig gekrompen. Geen politicus laat zich publiekelijk betrappen met een boek. Welke rol speelt de schrijver nog in het publieke debat? Welke rol speel ik? Zero. Ik ben een stakker die zit te zuchten boven een komma en een punt.

»Ik ben somber over onze tijd, dat zijn we misschien allemaal wel een beetje. Voeg daarbij nog een persoonlijke somberheid, en je hebt een dubbele somberheid. Zelf ben ik steeds meer geneigd tot wat ik ‘kleiner denken’ noem. Niet de wereld bestormen, maar me behoorlijk gedragen op de vierkante meter. Me over een kwetsbare enkeling ontfermen. Want ik heb helemaal geen antwoorden meer. Ik probeer de tijd waarin ik leef te begrijpen en in een goed verhaal te vatten. Meer past mij niet.»

HUMO Je kreeg recent een mooie kans om op het maatschappelijke debat te wegen: je kon voor de VPRO een half jaar een tv-programma gaan maken in Jeruzalem. Maar je hebt het opgeblazen.

VAN DIS «Voor ik besloot ermee te stoppen, had ik een half jaar lang met tientallen intellectuelen in Israël geskypet. Progressief, conservatief, en iedereen verketterde elkaar. Als je met die en die praat, dan doe ik niet mee: dat soort reacties kreeg ik. Ik sprak met iemand over ‘Mijn beloofde land’ van Ari Shavit, het beste boek over Israël dat ik ken. Lees je het, dan begrijp je Israël door en door: het lokt sympathie uit, maar je ziet ook de tragedie. ‘O, maar dat is typisch zo’n boek waar veel antisemieten mee weglopen!’ kreeg ik van een bewoner uit de bezette gebieden te horen. Toen knapte er iets bij mij; ik heb geen zin om me op mijn 70ste voor een antisemiet te laten uitmaken. Wie niet voor is, is tegen mij: dat was de teneur. Ik kon er heel slecht tegen. Zo humorloos, zoveel bitterheid. Ik heb me in het project vergist. Beter ten halve gekeerd, dacht ik.»

HUMO Laat ik dan maar uitkijken naar een boek van je over je reis als jongeling naar Israël en nog verder naar het oosten, een reis die je ooit omschreef als een waterscheiding in je leven.

VAN DIS «Daar ga ik ooit over schrijven, maar omdat het een vreselijk onbetamelijk boek wordt, moet ik eerst zo oud zijn dat ik me daarna met een zak over mijn hoofd van de wereld kan afwenden.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234