null Beeld

Was getekend: Peter van Straaten (75) en zijn vrouw Els Timmerman

Denkend aan Holland zie ik brede rivieren traag door oneindig laagland gaan. Ik kan niet anders dan aan Holland denken, want ik bevind me zes hoog in een ruime flat in het Oostelijk Havengebied van Amsterdam. Ik laat me er het panoramische uitzicht op het brede IJ welgevallen, een rivier die aan de verwachting beantwoordt en dus traag door oneindig laagland gaat. Hier wonen en werken Peter van Straaten (°1935) en Els Timmerman (°1946), die met elkaar getrouwd zijn.

Rudy Vandendaele

'Het leven heeft mij niets geleerd. Goddank'


Lees ook: 'De 7 hoofdzonden volgens Peter Van Straaten'

Peter van Straaten (°1935) en Els Timmerman (°1946), die met elkaar getrouwd zijn. Peter van Straaten is de weergaloze tekenaar van allerlei pogingen tot communicatie, die stranden op het menselijk tekort. Hij is dan ook een weergaloos mensenkenner. Zijn humor zit ’m in het spanningsveld tussen misantropie en het diepste mededogen, en lachen om zijn tekeningen getuigt altijd een beetje van zelfspot. Zijn vrouw is ook beeldend kunstenaar. Misschien mag ik raakpunten veronderstellen.

Peter van Straaten «We zijn allebei beeldend bezig, maar Els beweegt zich in de vrije kunst, terwijl ik een broodtekenaar ben.»

HUMO Tot uw vreugde?

Van Straaten «Ik voel me erg thuis in de wereld van broodtekenaars, ja. We gaan ontzettend prettig met elkaar om – geen haat en nijd, geen jalousie de métier. Terwijl schrijvers en kunstschilders elkaar vaak het licht niet in de ogen gunnen.»

Els Timmerman «Er zijn er ook veel meer die uit één ruif moeten eten. Je moet je bij een galerie naar binnen vechten, en de concurrentie is aldoor groot.»

HUMO De ego’s wellicht ook.

Timmerman «Jawel, en dat geldt ook voor mij. Maar nu ik eraan denk: broodtekenaars kunnen anders ook wel een groot ego hebben, hoor. Op dat punt zie ik dan weer géén verschil.»

Van Straaten «Ik geloof dat ook musici leuk met elkaar omgaan.»

HUMO In een orkest zijn die dan ook op elkaar aangewezen.

Van Straaten «Dat is waar, en toch valt het mij op.

»Kijk, als je als jong kunstenaar begint, moet je je bij bijvoorbeeld een krant naar binnen zien te vechten, zou je kunnen denken. Maar ik heb de indruk dat zoiets destijds automatisch ging. Toen ik begon maakte de pers ook meer gebruik van tekenaars dan nu: de fotografie was minder prominent. En bovendien had Het parool, waarvoor ik altijd heb gewerkt, elke zaterdag een feuilleton dat geïllustreerd moest worden. Dat is nu ondenkbaar, omdat er geen plaats meer voor is, en waarschijnlijk ook geen belangstelling. Er zijn dan ook niet meer zoveel tekenaars: het vak is uit de mode geraakt.

»Ik voel me ondertussen ontzettend ouderwets: mijn onderwerpen zijn wel eigentijds, maar eigenlijk teken ik nog steeds in de stijl van het eind van de negentiende eeuw.»

Timmerman «Dat jij overeind gebleven bent, heeft ook met jouw type talent te maken. Er zijn er maar weinig die zo naturel kunnen tekenen als jij.»

Van Straaten «Toen ik begon waren er véél die dat konden.»

Timmerman «Dat geloof ik niet.»

Van Straaten «Dick Matena is zo’n beetje de laatste traditionele tekenaar, maar vroeger had je ook Waldemar Post, Pim van Boxsel...»

HUMO Mevrouw Timmerman, was u al een bewonderaarster van het werk van uw man voor u hem leerde kennen?

Van Straaten «Ja. Ik heb twintig jaar lesgegeven aan de rietvelt academie, en daar heb ik peter vaak moeten verdedigen: ze vonden het geen kunst, en dus vonden ze het meteen niks. Maar ik heb zijn tekeningen altijd briljant gevonden. In Nederland loopt er per eeuw maar eentje rond die dat kan – iemand die alles kan tekenen wat hij maar wil. ’t Is moeilijk om als het ware een eigen geluid aan je virtuositeit te geven, iets dat boven die virtuositeit uitstijgt, maar daar is peter ook al in geslaagd.»

HUMO Voert u hier vaak gesprekken over elkaars werk?

Van Straaten «Wij laten elkaar altijd als eerste ons werk zien, en dan krijg ik vaak flink op mijn donder voor een verkeerde hand of een verkeerde voet. Die ga ik dan braaf opnieuw maken. Voeten en handen zijn een eeuwig probleem voor mij.»

HUMO Dat hebt u vaker gezegd, maar volgens mij kunt u voeten en handen tekenen als de beste.

Van Straaten «Jawel, maar ik heb de neiging ze een beetje af te raffelen. Voornamelijk uit gemakzucht. »andersom ga ik vaak bij Els in haar atelier langs, en dan zeg ik: ‘Dat blauw moet weg’ – of zoiets. Maar meestal zeg ik: ‘En kom er nu niet meer aan. Zo is het goed.’»

Wat is kunst?

HUMO Mevrouw Timmerman, op uw website las ik dat u autodidact bent. Is dat iets om trots op te zijn?

Timmerman «Dat vind ik niet.»

HUMO Maar u vond het wel de moeite om het op uw website te vermelden.

Timmerman «Ik deed toelatingsexamen voor de Kunstnijver

heidsschool, die later de rietvelt academie is geworden. Ik werd aangenomen, maar mijn ouders wilden die studie niet betalen, hoewel ze geld genoeg hadden – vroeger ging men er nogal snel van uit dat je vrijwel onmiddellijk in de goot zou belanden als je kunstenaar werd. Ik heb nog geprobeerd om het op eigen kracht te redden: ’s nachts post sorteren, en overdag naar school, maar dat was niet vol te houden. Dat ik geen opleiding heb, heb ik altijd als een gemis ervaren.»

Van Straaten «Enorm, en ik heb dat altijd overdreven gevonden. Je hebt veel zelf moeten doen, maar wat dan nog?

»Wat ik doe – en ik spreek nu geheel voor mezelf – heb ik niet op de Kunstnijverheidsschool geleerd. Ik heb er wel een hoop afgeleerd, en je steekt ook veel op van je medeleerlingen, door bijvoorbeeld over elkaars werk te praten.

»Nu, een kunstopleiding is natuurlijk niet helemaal weggegooid geld. Ze helpen je er een soort smaak te ontwikkelen door je er voortdurend op te wijzen: dit is goed en dat niet. Daardoor leer je goed kijken.»

HUMO Ik neem aan dat u al goed kon kijken voor u aan die opleiding begon. Het is me bekend dat u als kind al merkwaardig goed kon tekenen. Daar zijn bewijzen van: de geïllustreerde natuurdagboekjes die u in die tijd bijhield.

Van Straaten «Ik wilde van jongs af aan tekenaar worden, net als mijn oudere broer Gerard. Toen ik dat te kennen gaf, zei mijn moeder me: ‘Ik wil toch wel even weten of je wel talent hebt.’ Ze bracht een mapje met mijn kindertekeningen naar een leraar op de academie in arnhem, kwam terug en zei: ‘Ja, je hebt talent.’ En ik dacht: dat wist ik ook wel! (lacht) Ik was zeer zelfverzekerd wat dat betrof. Daarom wist ik ook snel dat ik tekenaar wilde worden. Ik kon ook goed leren – ik zat op het gymnasium – en daarom werd er in de familie schande over gesproken dat ik geen echte studie wilde aanvatten: rechten bijvoorbeeld.

»Kunstopleidingen worden nog steeds niet voor vol aangezien. Volgens mij komt dat door iets wat we al op de lagere school aanleren. De onderwijzer toont je rotstekeningen van primitieve mensen en zegt: ‘Die moesten wel tekenen, want ze hadden geen geschreven taal.’ In de hiërarchie der kunsten staat beeldende kunst dan ook op een lage trap. Ik ben het daar volstrekt niet mee eens: om een goed schilderij te maken is veel meer talent nodig dan om een boek te schrijven. Schrijven leren we allemaal op school, op zich is het niet zo’n kunst. Een goed boek schrijven is dat natuurlijk wel, maar er worden tegenwoordig zoveel verwaarloosbare boeken geschreven dat je bijna móét denken: iedereen kan het.»

Timmerman «Volgens mij is muziek de allergrootste kunst, omdat ze je in haar abstractie diep raakt, maar bij een goed schilderij kan ik toch een soortgelijke sensatie ervaren – dat ik tranen in de ogen krijg. Ik heb dat eerlijk gezegd nog nooit bij een boek gehad.»

Van Straaten «Ik zit ook nooit snikkend te lezen, ook al kan een boek mij waanzinnig raken. Neem nu Elsschot: zijn werk herlees ik bijna jaarlijks.»

Timmerman «Hij heeft me de hele Elsschot voorgelezen.»

Van Straaten «Ik las net een stuk waarin Karel van het Reve zich afvraagt waarom Elsschot niet wereldberoemd is. De wijze waarop Elsschot het verwoordt is volslagen uniek, en er staat ook ontzettend veel tussen de regels: wat hij met maximaal effect verzwijgt is op zich al wonderbaarlijk.»

HUMO Simon Carmiggelt was ook een bewonderaar van Elsschot, en u bent ook een bewonderaar van Carmiggelt, van wie u ook een aantal boeken hebt geïllustreerd. Zeer treurig dat hij inmiddels een zo goed als vergeten schrijver is.

Van Straaten «Ja, onbegrijpelijk. Ik vind zijn werk nog steeds niet gedateerd, maar ik heb al jonge mensen ontmoet die me zegden: ‘Carmiggelt? Nooit van gehoord.’

»Hij was best prettig in de omgang, maar altijd hield hij een armlengte afstand. aan het eind van zijn carrière maakte hij nog één rubriek voor Het parool, die ik dan illustreerde. Toen hij zeventig werd, hield hij er helemaal mee op. Ik wilde die rubriek van hem overnemen, en ik kreeg mijn zin – dat soort lef had ik toen nog wel. Middels vele postkaartjes stimuleerde hij me, zo van: ‘Dat stuk was leuk.’ Hartverwarmend.

»later zaten we heel vaak samen te signeren op boekenmarkten. Ik kende veel stukken van hem uit het hoofd, en ik vroeg hem dan: ‘Wie was dat personage precies?’ ‘Dat was ik,’ zei hij dan. Hij bleek ontzettend veel vermommingen van zichzelf in zijn stukken op te voeren. Wat me toch wel een beetje verbaasde.»

Allerakeligste vader

HUMO U bent in maart vijfenzeventig geworden: gefeliciteerd. Dat betekent dat u tien was toen de Tweede Wereldoorlog eindigde, oud genoeg om er herinneringen aan te hebben. Komen die met het klimmen der jaren heviger opzetten?

Van Straaten «Dat nu ook weer niet, maar de oorlog is altijd wel bij me gebleven. Daardoor heb ik ook vaak de uitdrukking ‘Dat is vooroorlogs’ gebezigd, die ik van mijn ouders had overgenomen. Soms proef ik een stuk vlees en zeg ik: ‘Het smaakt vooroorlogs’ – en dat bedoel ik dan positief.

»De bezetting was – hoe zal ik het zeggen? – normaal voor mij. als kind leed ik er niet onder, ook al ben ik zeer anti-Duits opgevoed: ik noemde de Duitsers moffen. Ik heb vooral scherpe herinneringen aan het begin van de oorlog. Zoals veel Nederlanders geloofde mijn vader heilig in de waterlinie: het onder water laten lopen van bepaalde gebieden om de vijand tegen te houden. In 1939 was er al sprake van dat Duitsland Nederland zou binnenvallen, en telkens als het spannend werd, werd hij door een Berlijnse kennis opgebeld: ‘Het ziet er niet goed uit.’ We woonden in arnhem achter de wateren, en nog voor 10 mei 1940, toen het ineens zover was, zijn we drie keer gevlucht en teruggekeerd.»

HUMO U bent net na de oorlog geboren, mevrouw Timmerman. Dat betekent dat u twintig was in 1966, toen de nieuwe tijden vooral in Amsterdam uitbraken. Had u oog voor de contestatie, voor Provo bijvoorbeeld?

Timmerman «Neen. ’t Is niet helemaal aan me voorbijgegaan, maar in die tijd moest ik er vooral voor zorgen dat ik met dat schilderen uit de voeten kon. Ik voelde me niet thuis in die hippiebeweging, wat nog niet betekent dat ik in een ándere groep thuishoorde. Ik opereerde heel solistisch.»

Van Straaten «Ik voelde me te oud voor provo, en ik had een kind van vier. Meelopen in demonstraties heb ik nooit gedaan: ik vind eigenlijk bijna alles wat je in groepsverband doet vreselijk.» Timmerman «De enige demonstratie waar ik ooit in heb meegelopen was die voor de abortuswet.»

Van Straaten «O ja.»

Timmerman «Ik was wel politiek bewust: de oorlog in Vietnam hield me bezig, en ik was geabonneerd op de communistische krant De Waarheid.»

Van Straaten «Eerst voelde ik een lichte opwinding in de jaren zestig: de samenleving leek zich te openen. Maar algauw werd het minder leuk. Ik vond het onzin dat studenten wilden dat ook de werkster mee kon beslissen over het leerprogramma – op dat gebied zijn er toen vreselijke dingen gebeurd.» Timmerman «Ik was ook tegen de BKr, de Beeldende Kunstenaars regeling, hoewel ik er een paar keer gebruik van heb gemaakt. Het kwam neer op: werk inleveren bij de staat in ruil voor behoorlijk veel geld, én atelieronkostenvergoeding, én materiaalonkostenvergoeding. Bespottelijk...»

Van Straaten «Je hoefde maar te zeggen dat je beeldend kunstenaar was of je kreeg al een hoop overheidsgeld.»

Timmerman «Ik begreep het onderliggende ideaal wel: veel goede kunstenaars zijn nu eenmaal niet in staat om geld te verdienen met hun werk. Maar je kreeg er toen die dachten: ik kan ook wel een beetje tekenen of schilderen of houwen, dus laat ik maar een beroep doen op de BKr. Op een gegeven moment barstte het in amsterdam van de zogenaamde kunstenaars. Om de drie maanden moesten ze werk inleveren, en als die dag naderde, begonnen ze inderhaast iets in elkaar te flansen.

»Maar waarom heb ik nauwelijks aan die jaren zestig meegedaan? Wellicht omdat ik streng was opgevoed: katholiek. Van mijn zestiende tot mijn zeventiende heb ik in een slotklooster gezeten, waar ik het overigens niet naar heb gehad. Ik had een allerakeligste vader die me sloeg en die aan me zat.»

HUMO Alles was beter dan thuis.

Van Straaten «precies. Ik zat bij de benedictinessen, een zwijgende orde. Mijn ouders mochten mij maar één keer per jaar bezoeken, door tralies van mij gescheiden, maar ik had het er verder reuze naar mijn zin. Na dat jaar vond een kapelaan het beter dat ik even de gewone wereld introk. als ik daarna terug zou willen, had ik vast een roeping, dacht hij. Maar ik werd verliefd.

»Ik ben geheel vrij van godsdienst, maar je zoekt toch altijd iets mystieks in je leven. De natuur, dat is mijn godsdienst geworden. Ik voelde me in mijn jeugd schuldig als ik een dag niet in het bos was geweest: alsof ik kerkbezoek had verzuimd. Nu, dat is later ook weer overgegaan.»

HUMO Hebt u nog iets van uw religieuze periode overgehouden, mevrouw Timmermans? U hebt een aantal memento mori’s geschilderd.

Timmerman «Ja, maar die zijn niet mystiek of religieus van inspiratie, veeleer realistisch. Ze hebben te maken met de ouderdom: de dood gaat vanzelf een grotere rol spelen, omdat hij doodeenvoudig dichterbij komt. Onze vriend Hans van Mierlo is onlangs overleden.» Van Straaten «En mijn broer. En een schoonzusje.

»Ik hou de jongste tijd wel rekening met de dood, al ben ik het er absoluut niet mee eens. De dood is een rotstreek.»

Timmerman «Net als je alles door begint te krijgen, moet je dood. Dat is het erge.»

Van Straaten «Nou, álles? Net als je een glimpje van begrip meent te hebben...»

Dooie Dief

HUMO Uw tekeningen gaan vaak over dagelijkse mislukkingetjes in de menselijke omgang. Het leven is daar dan een aaneenrijging van. Is dat uw ware wereldbeeld?

Van Straaten «Ik zal altijd wel oog gehad hebben voor het feilbare, maar het is voor mij van het grootste belang dat er ook om gelachen kan worden. Of beter: geglimlacht.»

HUMO Stond u in uw beginjaren in uw privékring als een geestig man bekend?

Van Straaten «Neen! Als een dooie dief, een saaie man. Wat humor betreft moest ik het louter van mijn tekeningen hebben. Ik ben wel niet somber, maar ik ben absoluut geen gangmaker. Ik zeg over het algemeen ook niet zoveel.»

HUMO ‘Weet mama hiervan?’, uw laatste bundel, gaat over de struikelingen van adolescenten. Hebt u nog vaak omgang met die leeftijdscategorie?

Van Straaten «Neen, maar ik ben ervan overtuigd dat de ongemakken van adolescenten van alle tijden zijn. ’t Gaat dus ook over mijn eigen jeugd, want dat verliefd worden en niet kunnen krijgen wat je wil blijft maar doorgaan. Ik hoef dus maar uit mijn eigen herinnering te putten, wat ik overigens altijd doe.»

HUMO Was uw jeugd gelukkig?

Van Straaten «Ik kan niet anders zeggen dan ja. In tegenstelling tot die van Els. Ik was bovendien de jongste, zodat ik schandelijk verwend werd, zowel door mijn ouders als door mijn broers. Daar plukt Els nu de wrange vruchten van (lacht). Alles werd voor mij gedaan – ‘Dat kun jij niet, ik doe het wel even voor je’ – en ik ben geneigd ook alles aan haar over te laten.» Timmerman «Ik was thuis de oudste, dus dat komt goed uit.»

HUMO Hebben de pijnlijke ervaringen uit uw jeugd u lang achtervolgd, mevrouw Timmerman?

Van Straaten «Dat kun je wel zeggen. Ik kan er nu wel mee leven, maar ik heb er wel wat voor moeten doen. Ik ben al met al zeventien jaar in therapie geweest: had men mij dat van tevoren gezegd, dan was ik er misschien wel nooit aan begonnen. Maar ik had een hele goede psychiater: Louis Tas.»

HUMO De psychiater bij wie ook Ischa Meijer en Hanneke Groenteman hun heil zochten. Timmerman «Ja.»

Van Straaten «Was het niet Ischa die je naar Louis Tas heeft gestuurd?»

Timmerman «Ja, toen ik die depressie had. Ik denk dat ik zonder Tas een stuk neurotischer in het leven had gestaan. Ik sluit niet uit dat ik dan aan de drugs was geraakt.»

Van Straaten «De jeugd van Els is hier nog altijd een gespreksonderwerp.»

Timmerman «Soms is het onvermijdelijk. Als je vader je sloeg en ook nog eens aan je zat, raak je daar nooit helemaal overheen. En een luisterend oor biedt altijd troost.»

HUMO Is uw vader ooit ter verantwoording geroepen voor wat hij u heeft aangedaan?

Timmerman «Neen. Mijn moeder was al zeventig toen ik het er voor het eerst met haar over heb gehad. Ik dacht dat zij het niet wist, maar ze gaf toe dat ze er altijd weet van had gehad. Dat vond ik schokkender dan het misbruik zelf.»

Driehoeksverhouding

HUMO Ik moet u nogmaals feliciteren, meneer Van Straaten, want de Jacobus van Looy Prijs 2010 is u ten deel gevallen. Die gaat naar kunstenaars ‘die zich zowel op het gebied van de letterkunde als op het gebied van de beeldende kunst hebben onderscheiden’. Waarom krijgt een tekenaar zin om ook te schrijven?

Van Straaten «Het was eigenlijk een soort uitbreiding van mijn cartoons, die me altijd tot één zin beperken.»

Timmerman «Maar dan wel een zin waar een heel verhaal achter zit.»

Van Straaten «Ik ben pas echt beginnen te schrijven toen ik op het platteland woonde, in Giethoorn. Rijk de Gooyer en de journalist Eelke de Jong woonden daar toen ook, en we zijn elkaar brieven beginnen te schrijven, die in de Haagse Post onder de titel ‘Beste jongens’ gepubliceerd werden. Toen heb ik voor het eerst gemerkt dat ik schrijven ontzettend leuk vond. Ik had een eerste zin en wist werkelijk niet waar ik naartoe moest, maar gaandeweg merkte ik dat m’n tekst eigenlijk zichzelf schreef: iedere keer was ik weer verbaasd. Tekenen doe ik veel meer met voorbedachten rade – ik weet vooraf nagenoeg precies wat ik ga doen. Ik bedenk eerst die ene zin, en spoedig dient de hele tekening zich aan.»

HUMO U bent ook een dubbeltalent, hè, mevrouw Timmerman? U schrijft ook.

Van Straaten «Els is eigenlijk een tripeltalent, want ze kan ook nog goed fotograferen.»

Timmerman «Als je schrijft creëer je een nieuwe wereld, en dan zít je ook in die nieuwe wereld. Maar als ik schilder voel ik me los van alle werelden. Ik heb het gevoel dat ik dan pas echt leef, en tegelijk dat ik buiten de werkelijkheid sta – en dus eigenlijk níét leef. Goed aan het schilderen zijn is dan ook een subliem genoegen: het grenst aan de religieuze ervaring.»

HUMO Vijf jaar geleden schreef u het autobiografische boekje ‘L.’, de neerslag van een bijzondere fase in uw leven. Het verhaal, een getuigenis eigenlijk, van een merkwaardige driehoeksverhouding.

Timmerman «Ik heb met zowel Ischa Meijer als met Lia, een prostituee die hem fascineerde, een verhouding gehad. Eerst ging Ischa dood, alweer vijftien jaar geleden, en twee jaar later stierf Lia. Ze had kanker, en ik heb haar in haar laatste levensfase begeleid. Ik voelde de behoefte om dat op te schrijven: ’t is erg intiem, maar ik heb ook nooit een geheim van die driehoeksverhouding gemaakt.

»De tijden zijn veranderd, maar toen wilde ik weten wat dat hoerenlopen van Ischa precies te betekenen had. Ik vroeg me af waarom uitgerekend hij dat deed, en meteen ook wat voor vrouwen die raamhoeren waren. Lia was atypisch: een zelfstandige vrouw die voor hoer speelde – ze had geen pooier. Ik heb me verdiept in een tijdgeest dieernunietmeeris.Alsjenuop de Wallen loopt, zul je er nog maar weinig Nederlandse meisjes aantreffen, en het ouwe pooierdom bestaat ook al niet meer: ’t is allemaal veel agressiever geworden, en het heeft meer met vrouwenhandel dan met iets anders te maken.»

HUMO Denkt u nog vaak aan de geduchte interviewer Ischa Meijer terug?

Timmerman «De laatste jaren wordt het minder.»

HUMO Uit uw boekje blijkt dat hij nogal intimiderend was, en dat was hij volgens mij ook als hij mensen interviewde.

Timmerman «Nou, hij intimideerde op een intelligente manier.»

Van Straaten «Hij heerste door angst: veel mensen waren gewoon bang voor hem.»

Timmerman «Daar hield zijn publiek meer van dan je zou vermoeden, zolang het zelf maar buiten schot bleef. Veel mensen vonden het een grote eer om door hem geinterviewd te worden. Hij haalde meestal iets uit mensen waarvan ze zich niet bewust waren. En gek genoeg vonden ze het ook prettig om het daar dan maar eens uitgebreid over te hebben. Dat kon hij als geen ander.»

Wilders-pudding

HUMO U had het daarnet over de vervlogen tijdgeest van toen. Wat vindt u over het algemeen van het Nederland waarin u nu leeft?

Van Straaten «Vlaanderen had Filip Dewinter, waar wij flink om moesten lachen, maar nu hebben wij Geert Wilders: Vlamingen kunnen dus een lange neus in onze richting maken. Ik weet niet hoelang het nog gaat duren, maar dat die beweging van Wilders eindig is, daar ben ik van overtuigd. Ze zal als een pudding in elkaar zakken.»

HUMO Dat klinkt optimistisch.

Van Straaten «Ja, maar ik ben niet optimistisch over wat er daarna weer zal gebeuren.»

Timmerman «Wilders ís er nog niet, hè. Laat hem maar regeren, denk ik soms, dan stort het zaakje wel vanzelf in en kunnen we opnieuw beginnen. Maar goed, dat neemt die onderbuikstemmers nog niet meteen weg.»

Van Straaten «De LPF is als een pudding in elkaar gezakt, en dat was vast ook gebeurd mocht Pim Fortuyn in leven zijn gebleven. Hij had zich met een noodlottig zootje onbenullen omringd. Ik las net bij Karel van het Reve – óók een schrijver die ik graag herlees – iets over Kurt Tucholsky. Die had het tijdens het interbellum al goed gezien: als de middenpartijen wegvallen, loopt het mis. Als je alleen nog maar links en rechts hebt, is het land rijp voor de dictatuur. Ik hou mijn hart vast.»

HUMO Bent u altijd een man van het centrum geweest?

Van Straaten «Ik ben een beetje D66-achtig.»

Timmerman «Ik vind het erg dat zowel links als rechts in Nederland zich zo weinig aan de kunst gelegen laten liggen.»

Van Straaten «Wij zijn allebei geneigd daar een accent op te leggen. Voor kunst moet je in elk geval niet bij Wilders zijn, want die wil álle subsidie afschaffen.»

Timmerman «Maar ook niet bij de PvdA.»

HUMO Het Rijksmuseum heeft vijftig prenten van u aangekocht. Uw werk is dus museale kunst geworden. Hebt u daar ooit van gedroomd?

Van Straaten «Neen. Dat zoiets ooit zal gebeuren durft een broodtekenaar zelfs niet te vermoeden.»

HUMO Het betreft ook voornamelijk erotische tekeningen: die hebt u zelf altijd meer als kunst gezien dan uw andere werk. Hoe komt dat?

Van Straaten «Omdat ze niet in opdracht zijn gemaakt, maar louter voor mijn plezier. En ik lever dat soort tekeningen altijd schoon af. Dat betekent: zonder dekwit, en er ging ook bijna nooit een potloodschets aan vooraf – alles meteen in inkt, in één keer goed. Dat was mijn eer te na.»

HUMO Ik hoorde u in ‘De wereld draait door’ zeggen dat u de laatste tijd meer gebruik maakt van potloodschetsen dan vroeger.

Van Straaten «Ja. Hoe meer je weet, hoe onzekerder je wordt, hoe minder je durft. Heel raar. Als je jong bent, ben je zoveel brutaler. En met het klimmen der jaren leg je de lat steeds hoger.»

HUMO Tekent u nog altijd even graag?

Van Straaten «Ja, en dat vind ik een wonder. Het ziet ernaar uit dat het wel nooit voorbij zal gaan. Ik ga bij wijze van spreken fluitend naar mijn werk. Mocht ik niet meer kunnen tekenen – door bijvoorbeeld mijn hand te verliezen – zou dat een ramp zijn.»

HUMO Nu ja, dat zou wellicht voor iedereen een ramp zijn.

Van Straaten «Natuurlijk (lacht).»

Timmerman «Je kunt altijd nog met de mond schilderen (lacht). En je hebt toch ook al met je linkerhand getekend?»

Van Straaten «Ja, erotische tekeningen. Maar dat was toch meer voor de grap.

»Vroeger was mijn grootste angst: dat de zin in tekenen mij zou vergaan. Jaren geleden sprak ik de voortreffelijke tekenaar Peter Vos, en die zei me: ‘Nou heb ik wel genoeg getekend. Ik heb er geen zin meer in.’ Daar schrok ik enorm van, omdat ik een groot bewonderaar van hem ben. ‘Sodeju, Peter, hoe durf je dat te zeggen!’

»In mijn jeugd waren mijn dromen bescheiden: ik wilde van mijn pen kunnen leven, meer niet. Dat is gelukt. Ik ben dus een zondagskind.»

HUMO Wat was uw meisjesdroom, mevrouw Timmerman?

Timmerman «Te kunnen tekenen en schrijven, en daar de kost mee verdienen. Die droom is uitgekomen. In dat klooster waar ik zat werd veel geschilderd en gebeeldhouwd: ik was niet voor niets uitgerekend daar terechtgekomen.»

Van Straaten «Moet je niet zeggen dat je in september een tentoonstelling krijgt in Museum Belvédère in Oranjewoud?»

Timmerman «En jij in de Vleeshallen in Haarlem, ook in september?»

Waardig ouder Worden

HUMO Herkent u vaak scènes uit uw huwelijksleven in de tekeningen van uw man?

Timmerman «Neen, ik begrijp werkelijk niet waar hij het vandaan haalt (lacht).»

Van Straaten «Soms toch wel? Al geef ik ons huwelijksleven nooit letterlijk weer.»

Timmerman «Als er iets gebeurt, dan sluipt dat de volgende dag of twee dagen daarna toch op enigerlei wijze zijn tekeningen binnen.»

HUMO Hoe internationaal zijn uw tekeningen?

Van Straaten «Ze schijnen oerHollands te zijn, terwijl ik altijd dacht dat ze veeleer Angelsaksisch waren. Veel buitenlanden hebben ze dus niet gehaald. Ben ik zelfs voor Vlaanderen niet te Nederlands?»

HUMO Dat vind ik niet.

Van Straaten «Ik heb een tijdlang in De Morgen gestaan, en om die krant ter wille te zijn ben ik mijn tekeningen in het Vlaams gaan vertalen. Tot ik een brief kreeg dat ik die moeite echt niet hoefde te doen. Wij zeggen bijvoorbeeld ‘Mocht ik komen te overlijden’, maar in Vlaanderen zegt men ‘Moest ik overlijden’.»

HUMO Slecht Nederlands is niet noodzakelijk goed Vlaams.

Van Straaten «Maar dat zéggen jullie toch? Toen jullie aanbelden, hoorde ik Els aan de huistelefoon zeggen: ‘Zesde verdieping.’ Toen heb ik geroepen: ‘Je moet verdiep zeggen!’ (lacht)»

HUMO ’t Mag een wonder heten dat we de zesde verdieping bereikt hebben. Even iets anders: ooit kreeg u ernstige hartproblemen. Hoe gaat het ondertussen met uw hart?

Van Straaten «Ik wil het liever niet weten. ’t Zit wel goed, geloof ik.

»Die hartproblemen hebben geen andere wending aan mijn leven gegeven. Het is naar het schijnt typisch voor hartpatiënten dat ze niet willen weten dat er iets aan de hand is – meteen zitten ze in de ontkenningsfase. Kop in ’t zand en maar doorleven.»

HUMO Alcohol is een motief in uw werk, en in uw leven ook wel. U hebt weleens gezegd: ‘Ik ben geen alcoholist, maar wel een zuiplap.’

Van Straaten «Een zuiplap drinkt graag maar heeft geen alcohol nodig. Ik heb nog zelden een kater, maar vroeger, toen ik nog veel dronk en daardoor ook weleens slaap te kort kwam, merkte ik dat een kater mij zeer lucide kon maken. Daar deed ik als cartoonist mijn voordeel mee: ik kreeg briljante ideeën, die ik anders wellicht niet zou hebben gehad. Als je dronken bent, denk je óók dat je briljante ideeën hebt, maar die zijn onbetrouwbaar.»

Timmerman «Ik heb wel katers gehad, maar dan kon ik absoluut niet werken. ’s Avonds drie glazen wijn, op tijd naar bed, en ’s ochtends fris ertegenaan gaan: dat is het beste voor mij.»

Van Straaten «Dat drinken van vroeger had meestal met het gezelschap van andere tekenaars te maken. Ik leefde vrij geïsoleerd van mijn collega’s, tot ik in 1984 de Stripschapprijs kreeg. Het was alsof ik in een warm bad stapte – slap lullen over collega’s, over welke pennetjes we gebruikten, en wat voor inkt: verrukkelijk! Maar er moest wel drank bij.»

Timmerman «Toen je in Giethoorn woonde, met Eelke de Jong en Rijk de Gooyer in de buurt, was je altijd dronken, als ik die verhalen hoor. Je begon er vaak al ’s ochtends aan.»

Van Straaten «De moeilijkheid was dat ik thuis werkte, maar als Rijk in Giethoorn was, betekende dat juist dat hij niet hoefde te werken. En dus kwam hij Eelke en mij altijd van ons werk afhouden. ’t Waren tropenjaren, maar ik heb me er wel kostelijk vermaakt.»

HUMO Wat was nu de beste tijd van uw leven?

Van Straaten «Die moet nog komen.»

Timmerman «Nou, tussen mijn vijfendertigste en mijn vijfenveertigste was ik wel op m’n mooist en op m’n stevigst.»

Van Straaten «Vijfenveertig vond ik wel de ideale leeftijd. Op m’n veertigste was ik in een midlifecrisis gesukkeld, maar tegen mijn vijfenveertigste was die over en business was booming. Ineens ging alles in stijgende lijn.»

HUMO Tot slot: wat hebt u van het leven geleerd?

Van Straaten «Nou moet ik Nescio citeren: ‘Het leven heeft mij, goddank, bijna niets geleerd.’ Ik zou zelfs durven zeggen: niets.»

Timmerman «Vervelend dat je dat zegt, want ik wou net hetzelfde antwoorden. Maar bijna niets geleerd hebben van het leven, dat zit het geluk niet in de weg.»

Van Straaten «Integendeel!»

Timmerman «Peter en ik kunnen ons nog steeds oprecht verbazen: als we in Frankrijk aan het wandelen zijn en we vinden weer eens een wilde orchidee, dan zijn we bijna hysterisch blij. En dan denk ik: wat moeten mensen die ons zien niet denken? Twee oudjes die op hun knieën zitten te gillen van blijdschap.»

HUMO ‘Twee oudjes’: krijgt u dat makkelijk over de lippen?

Timmerman «Ja, want dat zijn we. Maar als ik iemand iets over een man van zeventig hoor zeggen, krijg ik een ander beeld voor ogen dan als ik Peter zie, die vijfenzeventig is.»

Van Straaten «Ik maak weleens een praatje met iemand in de tram. Ik bekijk die man dan en denk: dat is een oude man. Waarna ik verneem dat hij tien jaar jonger is dan ik. Dat heb ik vaak.»

Timmerman «Het vervelende van oud worden is dat je geest tussen de zestien en de vijfendertig blijft hangen.»

Van Straaten «Oscar Wilde had gelijk: ‘De tragiek van de ouderdom is niet dat men oud is maar jong.’»

HUMO ’t Zit niet goed in elkaar.

Timmerman «’t Is heel gemeen allemaal.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234