null Beeld

'Waste Land': de grootstadsblues van regisseur Pieter Van Hees

Afgelopen september ging op het steeds hipper wordende filmfestival van Toronto, behalve ‘Welp’ van Jonas Govaerts, nog een andere Vlaamse langspeler in wereldpremière: ‘Waste Land’ van Pieter Van Hees. ‘Een buitengewoon intelligent, surreëel moordmysterie,’ noteerde een ademloze Amerikaanse criticus. De spijker op de kop!

Om het maar eens met een understatement te zeggen: Pieter Van Hees (44) kán iets. Zijn langspeelfilmdebuut ‘Linkeroever’ was een heel erg fraaie, op een occulte atmosfeer drijvende thriller die een zinderende klasse uitademde – herinner u de mysterieuze openingsbeelden van die blondine die zich door het donker laat opslokken. In ‘Dirty Mind’, het portret van een verlegen stuntman die na een klap op zijn frontale hersenkwab een radicale persoonlijkheidsverandering ondergaat, stuwde hij komiek Wim Helsen naar een onvergetelijke vertolking: ‘Here’s Tony T., Mister Upheaval voor ne shock and awe met zijnen axis of evil!’ En ook ‘Waste Land’ is opnieuw een knap stukje cinema dat akelig lang door het hoofd blijft spoken. Wat begint als een politiethriller, evolueert al snel tot een duistere afdaling in de persoonlijke hel van de Brusselse rechercheur Leo Woeste – een griezelig intense vertolking van Jérémie Renier – die tijdens een sinister moordonderzoek compleet de pedalen verliest.

We ontmoeten de cineast op de vooravond van zijn vertrek naar Stockholm, waar ‘Waste Land’ zijn Nordic première zal beleven. Eerst vragen we aan Van Hees of hij tevreden is met het parcours dat ‘Waste Land’ tot nu toe heeft afgelegd.

Pieter Van Hees «Heel tevreden. Het was fantastisch om in Toronto in wereldpremière te kunnen gaan. Cannes blijft natuurlijk het überfestival, maar Toronto wordt steeds belangrijker: de meest uiteenlopende films, van ‘The Equalizer’ met Denzel Washington tot ‘Waste Land’, brengen er een massa volk op de been. Onze zaal was tot de nok gevuld – 650 man – en buiten stonden er nóg mensen aan te schuiven – heel surrealistisch. En het mooiste was nog dat je na de voorstelling kon merken dat de mensen echt aangedaan waren.»

HUMO Wat was de kiem van het verhaal?

Van Hees «De kiem was het personage van Leo. Ik wilde iets vertellen over een man die in een grootstad leeft en langs alle kanten onder druk staat.

»Ik ondervind elke dag hoe de druk in onze maatschappij toeneemt. Vroeger was het leven simpeler: er was meer houvast, je wist op voorhand hoe je leven er ongeveer zou uitzien. Tegenwoordig zien de mensen zich geconfronteerd met een veelheid aan keuzes, wat een enorme bron van stress is. Ook het leven in de grootstad zorgt voor druk. Als ik als Vlaming, en als blanke, in Brussel rondwandel, voel ik heel goed dat ik tot een minderheid behoor. Ik raak er meer en meer van overtuigd dat het zo ongeveer afgelopen is met de blanke man die het rijk voor zich alleen heeft en de rest kan commanderen. En daar komt dan nog eens de druk van de economische crisis bij. Zelfs in z’n eigen huis is de man niet langer de goeie ouwe overheersende macho (lacht). Je merkt dat de mensen met al die veranderingen worstelen.

»Je begint hier ook dingen te zien die je vroeger alleen in Amerika zag – zinloos geweld, mensen die op straat worden neergeschoten. Voor mij is dat een uiting van die toenemende druk: af en toe explodeert het. Dát was voor mij het vertrekpunt van ‘Waste Land’. En ook: heeft het nog zin om in deze wereld een kind neer te zetten?»

HUMO Waarom heb je van Leo een flik gemaakt, en niet bijvoorbeeld een metrobestuurder of een advocaat?

Van Hees «In het begin van de film verneemt Leo dat zijn vriendin (rol van Natali Broods, red.) in verwachting is. Als contrast met het nieuwe leven dat eraan zit te komen, wilde ik van hem iemand maken die beroepshalve met de dood bezig is: een doodgraver, een hartchirurg of een flik. Dat laatste leek me het interessantste. Flikken zijn bij uitstek mensen die enorm veel chaos zien, en daar orde in proberen te krijgen. Als gewone mens kun je die chaos nog proberen te negeren – je wéét wel dat er in Brussel mensen worden neergestoken en beroofd, maar zolang je ’s nachts niet in de verkeerde buurt rondhangt, valt het best mee. Politieagenten, daarentegen, zitten er middenin. Toegegeven, er lopen daarbuiten veel foute agenten rond, maar in essentie is het de politie die de boel probeert samen te houden en ervoor tracht te zorgen dat we niet naar de totale chaos afglijden.

»Ter voorbereiding heb ik een tijdje met agenten opgetrokken; de scène waarin Leo tijdens de reconstructie van een moord voor lijk speelt, heb ik trouwens bijna letterlijk zelf meegemaakt. Ik heb ontdekt dat het er op zo’n crime scene ongelooflijk intens en emotioneel aan toegaat. Het stonk er, en je moest opletten dat je niet in het bloed stapte. En terwijl de flikken foto’s namen en stonden te filmen moest die verdachte tonen hoe hij het had gedaan. Zoiets is heel raar om mee te maken: er hing een onwaarschijnlijke spanning in de lucht. Het heeft me geleerd dat agenten een bijzonder leven leiden: ze zitten vaak de hele dag aan hun bureau, om verslagen uit te tikken, op formulieren te wachten en administratie te verrichten. En dan moeten ze vanuit dat ‘De collega’s’-gevoel ineens de hel binnenstappen. Heel intens is dat.»

Vis op het droge

HUMO Het moordonderzoek voert Leo naar Matonge, de Congolese wijk in Brussel.

Van Hees «Naast het verhaal van Leo had ik ook de ambitie om iets te vertellen over het verval van onze westerse cultuur. En één van de dingen die me daarbij inspireerden was het gedicht ‘The Waste Land’ van T.S. Eliot

HUMO ‘April is the cruellest month’...

Van Hees «...‘I will show you fear in a handful of dust’. Eliot schreef dat gedicht in 1922, vlak na de Eerste Wereldoorlog, toen heel Europa in shock was. Iedereen dacht: ‘Fuck, hoe is dit kunnen gebeuren? Waar zijn we mee bezig en hoe moet het nu verder?’ De samenleving bevond zich op een breekpunt, en ik heb het gevoel dat we momenteel in Europa op een gelijkaardig breekpunt staan. De culturen rond ons zijn razendsnel aan het opkomen, maar ons eigen continent komt daarentegen tot een soort dinosaurusachtige stilstand. Met ‘Waste Land’ wilde ik iets zeggen over de plaats van de blanke man tussen al die andere culturen. Leo staat daarbij zo’n beetje symbool voor het Westen: als blanke flik voelt hij zich in die Congolese gemeenschap als een vis op het droge. Wat hij ziet, jaagt hem angst aan.»

HUMO Heb je veel veldwerk verricht in Matonge?

Van Hees «Ik kende de wijk al behoorlijk goed – ik ga er af en toe in de platenwinkels snuisteren, of op café, of gaan dansen in de Mambo – het is een bruisende buurt. Maar ik ben ook uitgebreid gaan praten met Congolese kunstverkopers, en we zijn ook naar het Afrikamuseum in Tervuren getrokken. Het is erg riskant om als blanke Belgische regisseur een film te maken waarin een belangrijke rol is weggelegd voor Afrikaanse beeldjes en rituelen: voor je het weet, eindig je met iets dat lijkt op een stripverhaal van Suske en Wiske (lacht). Ik wilde het écht goed krijgen.

»Ik heb me ook verdiept in Congolese catch. De man die Dinozord vertolkt, is trouwens één van de grote Congolese worstelkampioenen; hij woont al een tijd in Brussel en heeft hier een catchclub. Voor de Congolezen zijn die catchers echte goden, een beetje zoals voetballers voor ons. Het interessante is dat die sport heel diep in het Afrikaanse volksgeloof geworteld zit.

»Ik heb heel lang met mijn Afrikaanse acteurs over hun geloof gepraat. Ze hebben me geleerd dat het spirituele in de Afrikaanse gemeenschap een veel grotere plaats heeft dan bij ons, en dat ze daar veel kracht uithalen. Leo ziet die kracht wel, maar het maakt hem in de eerste plaats bang. Omdat hij dat spirituele niet meer kent.»

HUMO Uit ‘Waste Land’ treedt een somber wereld-beeld naar voren. Wat zegt dat eigenlijk over jou?

Van Hees «Ik heb hoop, hoor – soms (lacht). Ik ben Leo niet. Voor mij maakt hij deel uit van een blank wereldbeeld dat tot uitsterven gedoemd is. Ik bedoel: op zijn manier zal het niet meer lukken. Kijk naar wat er in de politiek aan het gebeuren is. Er is een catastrofale klimaatopwarming aan de gang, en waarmee zijn onze politici bezig? Met meer parkeerplaatsen in Antwerpen, en met het buitenzetten van migranten! Uit zo’n wereldbeeld spreekt geen hoop; het doet het land alleen nog meer stilstaan.?»In mijn film zit overigens wél hoop, denk ik. Voor Leo is het te laat, maar misschien is er voor zijn kind een beter leven weggelegd.»

HUMO Gaat ‘Waste Land’ ook niet over erfelijke belasting? In één van de meest aangrijpende scènes begint Leo tijdens de pufklas tegen zijn ongeboren kind te spreken: ‘Ik hoop niet dat je zoals mij zult zijn.’

Van Hees «Ja. Ik heb zelf lang getwijfeld of ik wel kinderen zou nemen. Ik was bang dat ze mijn slechte kanten zouden erven.»

HUMO Wat zijn je slechte kanten?

Van Hees «Daar zullen we het een andere keer over hebben. Hopelijk zijn ze iets minder erg dan die van Leo (lacht).

»Als ik rondkijk, zie ik véél generatiegenoten die twijfelen over het krijgen van kinderen. Die twijfels lijken me heel symptomatisch voor westerlingen. Jaren geleden stond ik eens met mijn Congolese buurman in de lift. ‘Zeg eens,’ zei hij, ‘hoe oud ben jij nu eigenlijk?’ Ik zeg: ‘34.’ ‘34? Waarom heb je nog geen kinderen?’ ‘Ik ben niet zeker of ik er wel wil.’ ‘Ben je homo misschien?’ ‘Neenee.’ ‘Wel, denk er toch maar eens over na. Waarom ben je anders hier?’ Dat laatste is natuurlijk een groot cliché, maar het ís wel zo: als niemand nog kinderen zou maken, is het hier gedaan. Een kind krijgen is één van de meest fundamentele dingen van het leven: door kinderen te krijgen, geven we onszelf een toekomst. En ook al is Leo bang om zijn slechte eigenschappen op zijn kind over te dragen, uiteindelijk wíl hij er wel één – en dáár zit de hoop in mijn film.

»Mijn kinderen zijn nu 8 en 6. De oudste, Nelson, zit in de film: hij speelt het stiefzoontje van Leo. Ik heb hem wel niet verteld in wat voor donkere film hij zit: hij wist alleen dat hij het zoontje van een flik moest spelen. Na de wereldpremière in Toronto kwam hij even aan de telefoon: hij wilde weten of de mensen in de zaal veel gelachen hadden. Hij leeft in de overtuiging dat hij in een relatiekomedie zit (lacht).»

HUMO Leo is een Franstalige flik, maar hij praat af en toe Nederlands met zijn partner Johnny Rimbaud (Peter Van den Begin) en met zijn vriendin Katrien (Natali Broods). En wat die scène in de pufklas extra aangrijpend maakt, is dat Jérémie Renier zijn tekst in het Vlaams zegt.

Van Hees «Jérémie is opgegroeid in Brussel, en sprak tot zijn 6 jaar perfect Nederlands. Daarna is hij naar Wallonië verhuisd en is hij zijn Nederlands wat verleerd: hij heeft dus hard moeten studeren.»

HUMO De rol van Leo was in eerste instantie bedoeld voor Matthias Schoenaerts, maar die haakte op het allerlaatste nippertje af. Een harde dobber?

Van Hees «Ja – het was drie weken voor de start van de opnamen, iedereen stond klaar en ineens dreigde alles in het water te vallen. Maar ik had begrip voor zijn beslissing. Het maken van een film is een loodzware, emotionele onderneming. Je moet je er echt 100 procent in kunnen storten, en dat was voor Matthias, om privéredenen, op dat moment niet mogelijk.

»Ik moest dus op zoek naar een andere topper. Ik dacht: mijn hoofdfiguur is een Brusselse flik, misschien moet ik ook Franstalige acteurs in overweging nemen. En als je aan Franstalige acteurs denkt, kom je snel bij Jérémie uit. Ik vind dat hij het fantastisch heeft gedaan. Als de mensen ‘Waste Land’ zo’n emotionele film vinden, dan is dat in grote mate te danken aan Jérémie.»

B-rating

HUMO Je hebt Germaanse filologie gestudeerd. Was regisseren dan een late roeping?

Van Hees «Ik was gefascineerd door film én door literatuur, en ik ben eerst literatuur gaan studeren. Als ik het nu niet doe, dacht ik, zal het er nooit van komen. Ik heb veel geleerd in de Germaanse, maar tegelijk voelde ik al tijdens mijn studies dat ik vooral dingen wou máken. Daarna ben ik dus film gaan studeren aan Sint-Lucas.»

HUMO Van wie heb je je artistieke gevoeligheid geërfd?

Van Hees «Mijn ouders zitten meer in het rijk van de wetenschap – mijn vader is neuroloog, mijn moeder psychiater. Maar ik herinner me wel dat mijn vader voor het slapengaan altijd zelfverzonnen verhalen vertelde, wat er toch op wijst dat hij ergens een artistieke aanleg had.»

HUMO Welke verwachtingen hadden jouw ouders van jou?

Van Hees «Ze zeiden altijd: ‘Je moet doen wat je graag doet.’ Dat klinkt vaag, maar tegelijk erg bevrijdend. Toen ik hun vertelde dat ik films wilde maken, heb ik in ieder geval niet moeten vechten. Al vonden ze het geen slecht idee dat ik eerst Germaanse ging doen (lacht).

»Eigenlijk weet ik niet of het maken van een film wel zo’n artistieke bezigheid is. Je moet natuurlijk inspiratie hebben, maar film is toch vooral iets praktisch, iets technisch. Ik zou mezelf in ieder geval nooit een kunstenaar noemen. Vroeger wilde ik trouwens voetballer worden. De kick wanneer je een tegenstander voorbijdribbelt en voelt dat de toeschouwers daar gelukkig van worden: heerlijk. Of als je vroeger Maradona of Platini zag spelen: daar kreeg je echt een wowgevoel bij. Misschien is het dát wel dat ik met mijn films probeer los te maken.»

HUMO Naar het schijnt beleven we momenteel een boom van de Vlaamse film. Voel jij die boom ook? Is het bijvoorbeeld gemakkelijker geworden om films te maken?

Van Hees «Het blijft een strijd – en de economische crisis helpt niet. Statistisch gezien heb je nog altijd meer kans om bij Anderlecht te spelen dan om een film te maken. Zeker nu iederéén bij Anderlecht speelt (lacht). Er zijn wel een hoop dingen verbeterd in Vlaanderen: er is de laatste jaren een echte filmindustrie ontstaan, en dankzij de tax shelter is er meer geld. Je voelt ook dat het publiek meer belangstelling heeft voor Vlaamse fictie: de mensen zijn benieuwd naar verhalen in hun eigen taal. Ik hoop wel dat de belangstelling blijft duren: er komt tegenwoordig zo veel Vlaamse fictie op televisie dat er een zekere verzadiging dreigt.

»Ook in het buitenland merk je dat de belangstelling voor de Vlaamse cinema groeit. Vroeger waren het vooral de Waalse films die goed scoorden op festivals, met de gebroeders Dardenne en Bouli Lanners. Dat er op buitenlandse festivals ook naar Vlaamse films wordt gekeken, is relatief nieuw. Dat gezegd zijnde: het is nu ook weer niet zo dat heel Hollywood naar Vlaanderen kijkt. We maken die Vlaamse boom misschien groter dan hij in werkelijkheid is.»

HUMO Hoe kijk jij naar de dreigende besparingen in de cultuursector?

Van Hees «Ik weet dat die besparingen mij zullen treffen. De VRT is voor veel Vlaamse televisie- en filmmakers, en dus ook voor mij, een heel belangrijk fundament. Dat de VRT nu moet gaan besparen, is eigenlijk godgeklaagd. Men zou de VRT net méér geld moeten geven, want een sterke openbare omroep is een zegen. Hetzelfde voor film: het Vlaams Audiovisueel Fonds (dat subsidies geeft aan filmmakers, red.) zou ook meer geld moeten krijgen. Het argument dat het crisis is en dat iedereen moet besparen, snijdt geen hout, vind ik: je moet niet beginnen te hakken in iets waar het net goed gaat. Film en televisie zijn de sectoren van de toekomst.»

HUMO Koester jij de ambitie om Hollywoodfilms te maken?

Van Hees «In Toronto ben ik benaderd door enkele heel interessante agents – onder meer die van Martin Scorsese en Robert Rodriguez – en dat streelt natuurlijk het ego. Ik heb net getekend bij William Morris (het Amerikaanse agentschap waar onder meer J.J. Abrams, Paul Thomas Anderson en Alfonso Cuarón onder dak zijn, red.), dus ik voel me een beetje als een voetballer die een transfer van derde klasse B naar eerste nationaal te pakken heeft (lacht). Zij sturen me nu scripts op, en ik kan met mijn ideeën naar hen stappen, maar de kans dat het lukt om ginder een film te maken, blijft klein. Je moet hard in de modder graven om dat ene goudsteentje boven te halen.»

HUMO Moet je, als het je echt menens is, niet in Hollywood gaan wonen?

Van Hees «Voorlopig red ik me met Skype en Google Hangouts en van die dingen. Het volstaat om een paar keer per jaar naar Los Angeles te vliegen en gedurende twee weken de mensen te zien die je moet zien.»

HUMO Je draait je volgende film dus nog hier?

Van Hees «Heel concreet ga ik nu eerst samen met Joost Vandecasteele een fictiereeks maken voor Canvas: ‘B’. Het vertrekpunt is dat ons land een B-rating heeft gekregen, de status van Griekenland, en we volgen de overlevingsstrijd van vijf jongeren die tegen de babyboomers vechten om het geld dat nog overschiet. En daarnaast heb ik nog twee speelfilms in mijn hoofd. Ik ben in ieder geval blij dat ik, nu ‘Waste Land’ is afgewerkt, weer van nul kan herbeginnen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234