Wat als... Charlotte Vandermeersch geen blad voor de mond nam?

Je krijgt nooit een halve Charlotte Vandermeersch. Zelfs op een banaal ‘Hoewist?’ antwoordt ze met een ernstige duik in de diepte en een slachtoffers makende zwaai in de breedte.

'Ik hoop dat ik niet eindig zoals mijn vader: in de armen van de wanhoop'

HUMO Iets zegt me dat je een slechte woordvoerder zou zijn.

Charlotte Vandermeersch (lacht) «Om me op die rol voor te bereiden, heb ik Barend Leyts – de woordvoerder van Charles Michel – en Sarah Vandecruys – van John Crombez – elk een dag lang gevolgd. Ik vond dat heel boeiend. Ze gaan gloeien als ze het over hun baan hebben. Het is ook zo spannend, hè: als woordvoerder ken je de geheimen, de machtsverhoudingen, het gehannes achter de schermen, de persoonlijke relaties. Je moet de partij of de politicus die je vertegenwoordigt ook oprecht graag zien, geloof ik. Voortdurend waken over een imago, voortdurend maken dat iemand er op z’n mooist uitziet in de spotlights: dat is een heel zorgzame rol. Daar heb je liefde voor nodig.

»Ik denk dat je gelijk hebt: ik zou geen goeie woordvoerder zijn. Je kan ’s avonds aan tafel niet zomaar vertellen hoe je dag was, want je moet veel geheimen bewaren. Dat zou niets voor mij zijn: ik moet kunnen ventileren. En een woordvoerder staat per definitie in de schaduw. Ik weet niet of ik daar zo goed in ben. Ik zou liever gewoon de premier zijn (lacht).»

HUMO Alvast mijn excuses, maar ook een politicus zie ik niet meteen in jou.

Vandermeersch «Haast automatisch maak je veel vijanden in de politiek – binnen en buiten je partij. In mijn wereld gebeurt dat veel minder. Er speelt soms wat concurrentie onder acteurs, en je moet weleens wat frustratie verbijten als je een mooie rol mist. Maar daar blijft het bij. In de politiek moet je heel vergevingsgezind zijn, of je krijgt een zuur hart.

»Toen ik lunchte met de SP.A-fractie in het Vlaams parlement, zaten Caroline Gennez en Bruno Tobback daar bijvoorbeeld vrij ontspannen met elkaar te keuvelen. Ik vond dat heel bizar: in de kranten heb je gelezen wat voor een moeilijk parcours ze gereden hebben, hoe ze met elkaar in botsing zijn gekomen en welke onaardige dingen ze over elkaar gezegd hebben. Toch zaten ze daar in schijnbare vrede samen. Het moet toch moeilijk zijn om dat achter je te laten, en samen verder te gaan? Was ik Gennez, ik zou Tobbacks ogen willen uitkrabben, denk ik.»

HUMO Misschien is het in die wereld een kwestie van zo weinig mogelijk échte relaties aan te gaan?

Vandermeersch «Maar dat is toch wat een mens wil, échte relaties? Een goed gesprek: bestáát dat in de politiek? Dat zou ik echt graag weten. Politici zijn toch geen robots? Neem nu Caroline Gennez: dat is toch een echte madam, iemand die bloed door haar aderen heeft stromen? Toen ik naast haar zat tijdens die lunch, vroeg ik me oprecht af: ‘Hoe régel jij dit emotioneel?’

»Dus neen, ik zou geen goeie politicus zijn. Ik denk ook dat ik moeite zou hebben met dat voortdurende argumenteren op het scherp van de snee. Als je als politicus niet alert bent, wordt je idee zó van tafel geveegd.»

HUMO Je houdt niet van een pittig verbaal steekspel?

Vandermeersch «Er zijn gezinnen waar de discussie op een piëdestal gezet wordt. Ouders moedigen hun kinderen ’s avonds aan tafel aan om zich uit te spreken over de wereld, om standpunten in te nemen en grondig te debatteren. Bij ons thuis werd dat niet gedaan: de actualiteit was er nooit echt een thema, en de grote dingen des levens werden niet openlijk bepraat.

»Misschien is het ook een man-vrouwding. Bij LAZARUS, het theatercollectief waar ik toe behoor, ben ik de enige vrouw. Ik merk er dat mannen van nature heel bedreven zijn in het rationele, goed beredeneerde argument. Terwijl ik meer de neiging heb om iets te vinden omdat ik het zo aanvoel. Ik heb mezelf gaandeweg aangeleerd om mijn gevoel te onderbouwen met logica.»

HUMO Je lijkt me ook geen strateeg die het leven als een te winnen potje schaak beschouwt.

Vandermeersch «Klopt: ik spreek me altijd eerlijk uit. Tot frustratie van velen (lacht). Ik heb ook geen idee van wat de beste strategie zou zijn om ‘succes’ te hebben. En wat valt er sowieso te winnen? Ik bekijk het gevoelsmatig en van moment tot moment. Dus vraag me hoe het met me gaat, en je zal geen nonchalant ‘Ça va’ als antwoord krijgen. Neen, dan stroomt het er allemaal uit, en leg ik omstandig uit waarom het goed of slecht loopt. Als mijn kraan opengaat, krijg ik ze niet meer dicht. Zo neem ik heel veel ruimte in: ik ben soms een vermoeiende aansteller (lacht).»

'Mijn geest werkt nogal mannelijk, ik heb een hang naar het platvloerse en het macabere'


Mokkels.nl

HUMO Wat als je geen actrice geworden was?

Vandermeersch «Misschien zou ik dan een verpleegkundige zijn. Een psychiatrisch verpleegkundige, denk ik. Dat leunt goed aan bij wat ik doe: mensen leren lezen. Goed kijken en goed luisteren.»

HUMO Nu we toch aan het ‘Wat als?’-en zijn: in de tweede aflevering van het gelijknamige programma werd ik getroffen door een erg doorleefde vertolking van je.

Vandermeersch «Laat me raden: die waarin ik naakt uit het water oprijs?»

HUMO Euh, mogelijk.

Vandermeersch «Aanvankelijk was het de bedoeling dat ik all the way zou gaan – puur natuur. Dat zag ik niet zitten. Ik voelde me op dat moment niet helemaal lekker in m’n lichaam, en bovendien weet ik intussen wat de consequentie is: dat je dossiertje op mokkels.nl gretig wordt aangevuld. Da’s een website waar ze beelden verzamelen van bekend bloot, frame per frame.

»Enfin, eerst had ik dus geweigerd om die sketch te spelen, maar uiteindelijk hebben we een compromis gevonden. Ik kreeg gigantische extensions, zodat ik mijn haar over mijn borsten kon draperen. En ik heb ook die mega foefpruik geëist. Lekker jaren 70 (lacht).

»Ik kan zelf nog altijd goed lachen met ‘Wat als?’. Ik vind het ook comfortabel dat het dienstbaar acteren is: het gaat niet om mij of mijn personage, het gaat om de mop.»

HUMO Heb je er ooit zelf al eentje bedacht?

Vandermeersch «Er is me al weleens een idee komen aanwaaien, maar dan faal ik in de uitwerking. Je moet het zelf eens proberen: ’t is echt moeilijk. Een vak. De schrijvers van ‘Wat als?’ zijn er ook heel trots op dat zij dat kunstje beheersen. En terecht.»

HUMO Valt er in gezelschap veel te lachen met jou?

Vandermeersch «Ik ben opgegroeid met drie broers, en ook bij LAZARUS ben ik dus de oestrogene uitzondering op de regel. Ik aard gewoon goed in zo’n mannelijke omgeving, want ik vind kak, pis en seks uitstékend materiaal om grappen over te maken. Bij vrouwen moet je daar doorgaans iets meer mee oppassen.»

HUMO Is dat dan aanpassingsgedrag? Of behaagzucht?

Vandermeersch «Dat denk ik niet: ik vind het oprecht grappig. Ik heb een hang naar het platvloerse en het macabere. In de auto even twijfelen of ik stop om een oud vrouwtje te laten oversteken, en daarna zeggen: ‘Damn, dat waren vierduizend punten geweest.’ Dat soort werk, ja (lacht).»

''Wat als?' is comfortabel omdat het dienstbaar acteren is: het gaat niet om mij of mijn personage, het gaat om de mop'


Buzzje komt zo

HUMO Je werkt nu aan ‘Zwanemans’, een grote eindejaarsproductie van Het Paleis.

Vandermeersch «Het wordt een woeste rockopera, gebaseerd op Wagners ‘Lohengrin’. Dat is een taaie klus. Wagner is niet zo evident: ik kan niet gewoon wat melodietjes zingen. Het moet groot en breed en diep zijn – het is topsport, eigenlijk. Mijn manier van spelen en zingen is soms echt ‘The Bold and the Beautiful’: met veel gevoel voor drama naar de andere kant van het podium lopen, daar wazig door een raam staren, en dan mijn kas opentrekken en zingen.

»Het was vijf jaar geleden dat ik nog klassiek gezongen had. Je stembanden zijn spiertjes, en die schrikken als je ze niet traint en dan plots je keel openzet. Ik word er heel onzeker van: ’t is echt zoeken en tasten, die rol, en hopen dat het goedkomt. Ik probeer mijn stem zoveel mogelijk te sparen, en me zoveel mogelijk te beperken tot zwijgen en zingen.»

HUMO Je bent dit jaar ook met je collega Dirk Van Dijck naar Brazilië getrokken.

Vandermeersch «Ik was er al twee keer eerder geweest – Dirk heeft er een huis. Hij runt al jaren een sociaal-economisch en pedagogisch project met Yanomami-indianen. Zijn domein is ook een plek waar indianen welkom zijn om te overnachten of te verpozen wanneer ze van hun reservaten naar de bewoonde wereld reizen. ’t Is er altijd een exotisch komen en gaan: je kijkt er je ogen uit. Dirk is er al 25 jaar mee bezig, en het vraagt veel van hem: tijd, geld, organisatietalent. Hij maakt er nu een documentairereeks over. Het wordt iets fantasierijks: er zit ook fictie in verweven. Het moet een heel persoonlijk, instinctief kunstwerk worden.

»Hij wilde een tocht maken naar een rots die hij gezien had op één van zijn reizen, in het diepe, diepe noorden van Brazilië. Op die rots wilde hij een indiaan naar de maan laten schieten, met pijl en boog. We waren met een man of vijftien – mij had hij gevraagd om met twee andere meisjes op bijzondere plekken iets a capella te zingen. Onze gids was een goudzoeker die ooit in de buurt van die rots op goud is gestoten, maar de precieze locatie niet meer terugvindt – en maar blijft zoeken.»

HUMO Hebben jullie die rots uiteindelijk gevonden?

Vandermeersch «Natuurlijk niet (lacht).

»Het was een zware onderneming. Je met een machete een weg banen door het oerwoud, eten wat je schiet, op takken balanceren waarvan je hoopt dat ze niet knappen, want daaronder is er alleen de afgrond: heel heftig. Eigenlijk was die hele onderneming een metafoor voor de absurditeit van het leven. Voor ons eeuwige zoeken naar... Naar wat, eigenlijk? Waarom laden we altijd zoveel gewicht op onze kar? Waarom kiezen we zo vaak voor onrust en strijd?»

HUMO En ook: waarom gaat iemand overleven in de Braziliaanse jungle als-ie daardoor een rol in een grote tv-serie moet weigeren?

Vandermeersch «Ik geef soms de indruk heel impulsief te zijn. Maar vaak zijn mijn keuzes toch weloverwogen. Ik kan er ongeremd iets uitflappen, maar handelen doe ik pas nadat ik secuur alle mogelijkheden heb afgetast. Ik ben geen ongeleid projectiel: de contouren van mijn leven zijn duidelijk. Ik weet wat ik wil doen, en ik weet wie de mensen zijn met wie ik wil samenleven. Het voorstel van Dirk was ook zoiets: Brazilië was wat op dat moment op mijn pad moest komen. Drie weken beesten en bomen – en niets anders. Het was de niet-rationele keuze, maar wel de goeie. (Enthousiast) Het was zoals een kamp uit je kindertijd: even in een perfect micro-universum leven. En dan kom je thuis, schor geschreeuwd en vuil, en mis je al die mensen. En je krijgt het niet uitgelegd aan je omgeving, want die heeft het niet meegemaakt.

»Nu, ik hoef niet absoluut naar het oerwoud voor zo’n pure, heerlijk ontregelende ervaring. Een filmset in Vlaanderen kan me dat gevoel ook geven. Die van ‘De premier’, bijvoorbeeld: daar zit een scène in die me, toen we ze filmden, datzelfde gevoel van intensiteit en verbondenheid met anderen bezorgde. Een passionele trip samen met andere mensen: dat is waar ik altijd naar op zoek ben.»

HUMO Je bent geen solist.

Vandermeersch «Binnenkort ga ik voor het eerst iets alleen doen. Enfin, het zal ook wel met een groep zijn, maar ik heb het in gang gezet, en ik ben de eindverantwoordelijke. Concreet: ik ga ‘Buzz Aldrin, waar ben je gebleven?’, een boek van Johan Harstad, bewerken tot een theaterstuk. Daar ben ik best zenuwachtig voor: tot nu heb ik altijd met anderen een teampje gevormd. Ik ben nogal gehecht aan de bescherming van de groep.

»Het is een prachtig verhaal over een jongen die Buzz Aldrin adoreert. Hij was de twééde man op de maan: diegene waar niemand ooit over praat, terwijl hij toch de motor achter het project was. De jongen uit het verhaal wil zoals Aldrin zijn: de rots in de branding, het radertje dat alles gesmeerd doet lopen – maar ver weg van de spotlights. Het is de zoektocht van iemand die de wereld te luid vindt, en daardoor aarzelt om er zijn plaats in te nemen. (Denkt na) Het is natuurlijk perfect billijk om ervan overtuigd te zijn dat je geen aandacht hoeft, en dat je wilt opgaan in het geheel, maar je moet wél je plaats durven in te nemen in de wereld. Je graag laten zien door anderen, en niet bang zijn om zelf te geven. Er valt niks te verliezen, toch?»

HUMO Felix Van Groeningen, de man die je zonder mega foefpruik mag zien, doet dat al jaren, zélf dingen maken en daar de verantwoordelijkheid voor nemen.

Vandermeersch «Het helpt dat ik daardoor de worsteling ken: ik heb al vaak gezien hoe Felix vastzit, twijfelt, vloekt, en zichzelf stom en klein en waardeloos vindt. Maar ook: hoe mooi het is om plots een geut inspiratie te krijgen, en iets te maken dat helemaal van jezelf is. Ik ben heel nieuwsgierig naar hoe dat voor mij zal lopen.»

'Ik spreek me altijd eerlijk uit, tot frustratie van velen. Ik heb ook geen idee van wat de beste strategie zou zijn om 'succes' te hebben'


Gewrongen geboren

HUMO Tot slot nog even terug naar de eerste helft van dit jaar, toen je met LAZARUS ‘Karamazow’ speelde, een goed onthaald stuk gebaseerd op Dostojewski’s ‘De broers Karamazov’. De centrale vraag waarmee het stuk inzette, was: ‘Ken je de wanhoop?’ Ken jij ze?

Vandermeersch «Ja. Ik denk het wel. Door mijn vader: ik heb gezien hoe hij aangevreten werd door een grote, gulzige wanhoop. Het heeft me veel verdriet gedaan, en het is een groot werk geweest om dat uit mijn lijf te krijgen. Een mens is, vaak zonder het zelf te beseffen, zó erfelijk belast. Het kan een opluchting zijn om daarachter te komen: ‘Dit is niet van mij. Het komt van hén.’ Het is goed om je emotioneel vrij te maken van je familie, van wie je voorafgaat.

»Ik hoop vurig dat ik zélf nooit in de armen van de wanhoop beland.»

HUMO Misschien ben jij een betere regisseur dan je papa? Hij kreeg nooit grip op zijn leven, greep naar de drank, en was vaak heel ongelukkig.

Vandermeersch «Ik heb meer talent om gelukkig te zijn dan hij, dat staat vast. Ik trek ook actief de sporen in de grond die me naar geluk moeten leiden: ik ontplooi me in wat ik goed kan en graag doe, ik omring me met mensen die me liefdevol optillen, ik ben heel gevoelig voor de raad die wijze ouderen me geven. Dat zijn allemaal dingen die mijn vader nooit heeft gevonden. Zijn moeder zei dat hij gewrongen geboren was, hijzelf vond dat zijn jeugd heel bepalend geweest was. Hoe het ook precies zat: zijn leven was een aaneenschakeling van kwetsuren die niet heelden, van niet begrijpen en niet begrepen worden.

»Mijn vader wist dat hij de verkeerde keuzes maakte, maar maakte ze toch. Dat is iets heel tragisch: hij slaagde er niet in om naar zijn intuïtie te luisteren. Om het pad te volgen dat goed was voor hem. Hij deed zichzelf pijn, en wist niet waarom. En alle mensen die van hem hielden, vroegen zich hetzelfde af. Zijn zelfbeeld was tot iets minuscuuls gekrompen. Hij was het niet wáárd om gelukkig te zijn, vond hij. En misschien is dat wel wat mij van het ravijn weghoudt: dat ik, ondanks al het ploeteren en twijfelen, wél vind dat ik dat verdien, geluk.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234