'Wat je eet, heeft amper invloed op kanker.' Weg met het dieet: dokter Hendrik Cammu over onze obsessie met voeding

Dat we de gekste dingen proberen om kilo’s te verliezen, komt volgens dokter Hendrik Cammu omdat we controlefreaks zijn. In zijn boek ‘Wat moet ik nu geloven, dokter?’ onderscheidt hij kwakkel van waarheid: ‘Dat je afvalt van lichaamsbeweging, klopt helemaal niet.’

'Dat je afvalt van lichaamsbeweging, klopt helemaal niet'

Wanneer we dokter Cammu ’s middags in het UZ Brussel ontmoeten, heeft hij al vijf operaties achter de rug en heeft hij zijn studenten onderricht over alle mogelijke vulvaire en vaginale afwijkingen. ‘Als ik thuis m’n lessen zit voor te bereiden, zien m’n zonen soms mijn powerpointpresentaties: ‘Eikes, wat is dat!’’ Wat ons meteen bij de eerste vraag brengt: waarom schrijft een urogynaecoloog een boek over voeding en beweging?

HENDRIK CAMMU «Ik heb wetenschap altijd gepopulariseerd: ik geef geregeld voordrachten voor een lekenpubliek. De meeste vragen die ik achteraf krijg, gaan over voeding, en ik betrapte mezelf erop dat ik daar niet zoveel van af wist. Omdat ik niet zomaar uit mijn nek wilde lullen, ben ik me daarin gaan verdiepen. Tijdens m’n onderzoek voor dit boek voelde ik me als Alice in Wonderland. (Houdt zijn hand een meter boven de grond) Ik heb zó’n stapel wetenschappelijke artikels gelezen en vergeleken, en daarna herwerkt. Ik heb dus niets uitgevonden.

»Onze obsessie met voeding komt voort uit onze wens om lang en gezond te leven. Voeding is manipuleerbaar, maar kanker veel minder – als je niet rookt, tenminste. Er zijn mensen die erg gezond geleefd hebben en toch kanker krijgen. Soms is het gewoon een kwestie van geluk, maar daar hebben de meesten geen oren naar. Ze willen de controle behouden, en controleren dus wat ze wel of niet in hun mond stoppen. Daar is uiteraard niets mis mee. Strikt wetenschappelijk genomen ben je al goed bezig als je voeding in alle lichamelijke noden voorziet – dus als je voeding de normale hoeveelheden eiwitten, suiker, vet, mineralen en vitamines bevat. Ons voedsel is veilig en we kampen hier in het Westen ook niet met voedseltekorten. Omdat onze voeding kwalitatief gezien goed is, zal de impact ervan lang niet zo groot zijn als in landen die wel met voedseltekorten kampen, of waar de voeding onevenwichtig is samengesteld. Wij zitten met het tegenovergestelde probleem: we hebben geen tekorten, enkel ‘tevelen’. We eten te véél.»

HUMO Dat we ons volproppen met allerlei lekkers, kunnen we onszelf niet kwalijk nemen: ons DNA bezit spaarzaamheidsgenen, die evolutionair gezien van onschatbare waarde zijn.

CAMMU «De homo sapiens bestaat al zo’n 40.000 jaar en heeft altijd, met uitzondering van de laatste vijftig jaar, met voedselschaarste gekampt. Om te kunnen overleven in die barre periodes, stapelde ons lichaam vet op in tijden van voedseloverschot. Die opgeslagen calorieën werden dan verbruikt als er schaarste heerste. Het is dus een overlevingsstrategie die al tienduizenden jaren in onze genen verankerd zit.

»Om dat mechanisme te schetsen aan de hand van een extreem voorbeeld: in Nederland heeft men kinderen bestudeerd die geboren werden in de Hongerwinter van ’44-’45. Zwangere ondervoede vrouwen bevielen toen van magere kinderen, die in de buik van hun moeder hadden geleerd om met voedselschaarste om te gaan. Zo’n foetus denkt namelijk: ‘Ik moet zuinig zijn met de weinige calorieën die ik krijg, anders ga ik dood.’ Hun genen zijn dus geprogrammeerd om extra voedsel op te slaan onder de vorm van vet: een goede overlevingsstrategie. Ook al was er in de jaren na hun geboorte geen voedselschaarste meer, toch bleven de spaarzame genen maar vet opstapelen voor het geval er opnieuw barre tijden zouden aanbreken. Daardoor hadden de kinderen uit de Hongerwinter als volwassene veel meer kans op obesitas of op hoge bloeddruk, suikerziekte en nierproblemen. De Hongerwinter was uiteraard een uitzonderlijke situatie, maar kinderen die te mager zijn bij geboorte, hebben nog steeds meer aanleg om later dik of suikerziek te worden.

»Het omgekeerde gebeurt ook: bij te dikke baby’s zijn er ook programmeerfouten in hun DNA. Wie blootgesteld wordt aan een overvloed aan suiker en vet in de baarmoeder, zal met een ontregeld metabolisme kampen. Het hongergevoel en de insulineproductie raken in de war, en dat nemen ze de rest van hun leven mee: dikke baby’s groeien veelal uit tot dikke volwassenen.

»De eerste duizend dagen – de periode van de zwangerschap en de eerste twee levensjaren – zijn van cruciaal belang, omdat je DNA nog plastisch is. Ik raad vrouwen ook altijd aan met een normaal gewicht zwanger te worden. Dieet niet tijdens je zwangerschap, maar zorg er ook voor dat je geen 20 kilo bijkomt. Wie met een normaal gewicht een zwangerschap start, mag de volgende negen maanden zonder problemen tussen 10 en 15 kilo bijkomen.

»Dat zijn extreme voorbeelden, maar eigenlijk geldt dat voor iedereen. Bij ons is er pas de laatste vijftig jaar geen voedselschaarste meer: we zijn nog steeds allemaal geprogrammeerd om extra vet op te stapelen. Onze genen redeneren dat er zeker en vast nog tijden van schaarste zullen aanbreken.

'Mocht je de hele bevolking op de fiets krijgen, dan zou je meer gezondere mensen krijgen dan wanneer ze allemaal aan het diëten zouden gaan'

»Hetzelfde mechanisme geldt voor lichaamsbeweging. Vrouwelijke holbewoners gingen vruchten en bessen plukken, mannelijke holbewoners gingen dagenlang in groep jagen. Lichaamsbeweging had dus een doel: voor eten zorgen. Vanuit evolutionair-biologisch perspectief is doelloze lichaamsbeweging dom. Geen enkele holbewoner heeft ooit tegen zijn vrouw gezegd: ‘’t Is mooi weer vandaag, ik denk dat ik eens een eindje ga joggen.’ Hij moest zijn calorieën namelijk sparen tot hij ze nodig had om beesten achterna te zitten. Vandaar dat mensen ook niet graag aan lichaamsbeweging doen: vraag een groep joggers of ze gráág joggen, en minstens de helft trekt zijn neus op. Wielertoerisme, joggen, grote sportevenementen: dat is allemaal van na de Tweede Wereldoorlog. De 39.930 jaren daarvóór bewoog de mens alleen om van punt A naar punt B te gaan.

»Twee zaken die altijd in ons voordeel zijn geweest – een inspanning leveren als het nut had en calorieën opstapelen voor periodes van schaarste – spelen nu in ons nadeel, omdat we nu een voedseloverschot kennen. Onze spaarzaamheidsgenen hebben nog niet de tijd gehad om zich aan te passen aan al dat voedselgeweld. Over enkele honderden jaren zullen mensen wellicht over meer genen beschikken die vetverbranding bevorderen.»


vergiftigen

HUMO Ook onze voorkeur voor zoetigheden hebben we te danken aan onze genen.

CAMMU «Om een ras ook in tijden van ontbering in stand te houden, lust je maar beter zoete dingen, want die zijn calorierijk. Vooral van de combinatie suiker en vet krijgen we maar niet genoeg: volgens de Amerikaanse neurobioloog Paul Kenny is die combinatie even verslavend als cocaïne. Zijn experiment met ratten vond ik indrukwekkend. Hij gaf ze eerst puur vet, waardoor de ratten wel wat dikker werden, maar niet zo heel veel. Hetzelfde gebeurde toen hij ze pure suiker gaf. Maar toen hij ze kaastaart serveerde – een combinatie van suiker en vet – bléven ze maar eten. Opmerkelijk was dat ze niet per se gigantische hoeveelheden aten, maar ze aten wél continu, en dat is wat iemand met obesitas ook doet. Niemand van ons zal een lepel boter of pure suiker naar binnen spelen, maar we eten ons wel onnozel aan een combinatie daarvan, want die is superlekker.

»Sommige mensen gaan zich daartegen verzetten: zo’n 6 procent van de westerse bevolking lijdt aan orthorexia nervosa – letterlijk: ‘juist eten’. Ze vinden dat alle anderen zichzelf aan het vergiftigen zijn. Psychiaters willen het niet als een eetstoornis bestempelen, maar volgens mij is orthorexia wel een afwijking: die mensen zijn constant bezig met wat ze eten en voelen zich schuldig wanneer ze iets in hun mond stoppen dat niet met hun logica strookt. Ze lijden bovendien aan bepaalde tekorten van voedingsstoffen, en ze zijn zeker niet gelukkiger: uit eten gaan wordt een stuk moeilijker, waardoor er van een sociaal leven niet veel meer overblijft.

'Doe niet mee met de hypes, en geloof niet dat een kiwi of een blauwe bes je het eeuwige leven zal schenken.'

»Of neem de glutenintolerantie. Niet meer dan 1 procent van de bevolking verdraagt gluten niet, omdat ze niet over het enzym beschikken om die te verteren. Hun dunne darm verdraagt geen gluten en zal erdoor beschadigd worden. Maar in Amerika eet 20 procent van de bevolking glutenvrij, vanuit de redenering: ‘Als gluten niet goed zijn voor bepaalde mensen, zal het vast niet goed zijn in het algemeen.’ Dat is al te gek. Bedrijven zien dat natuurlijk als een manier om geld te verdienen: in Amerikaanse warenhuizen vind je meterslange rekken vol voedingssupplementen. Als mensen die niet glutenintolerant zijn zich toch beter voelen zonder gluten, dan is dat vooral te wijten aan het placebo-effect.»

HUMO Eind februari in het nieuws: tien porties fruit en groenten per dag doet het risico op vroegtijdig overlijden met maar liefst 31 procent dalen, volgens wetenschappers van de School of Public Health aan het Imperial College London. Tíén stuks: dat haalt toch niemand?

CAMMU «Nee: slechts 10 procent haalt de voorheen aangeraden vijf stuks per dag. Ik heb proberen te achterhalen hoe men aan dat cijfer kwam, maar ik heb het nergens teruggevonden.

»Ik heb de samenvatting van die studie gelezen. Die studie is verschenen in The International Journal of Epidemiology: een goed tijdschrift, maar niet zo gereputeerd als The Journal of the American Medical Association of The Lancet – ik ga ervan uit dat het daar afgewezen werd. Ik wil nu de volledige studie lezen om de zwakheden te vinden. Die moeten er zijn, want waarom zouden de reviewers van de betere medische tijdschriften die studie anders niet hebben willen publiceren?

»Alleszins: voeding heeft amper tot géén invloed op kanker, en fruit en groenten evenmin. De antioxidanten uit fruit en groenten helpen wel om hart- en vaatziekten tegen te gaan, maar niet tegen kanker. Kanker is een waanzinnig complexe aandoening. Het is een ziekte van ons DNA, en het duurt lang voor je dat DNA aan het woekeren krijgt – zelfs asbest en tabak doen er járen over. Voeding is daar geen grote speler in.»


Duivelse alcohol

HUMO En wat met alcohol? In Vlaanderen gelden sinds kort nieuwe richtlijnen: voor zowel mannen als vrouwen ligt de grens nu op tien consumpties per week. Al vindt Marijs Geirnaert, directeur van het Vlaams expertisecentrum voor alcohol, drugs en gedragsgebonden verslavingen, géén alcohol nog steeds het best: het is immers een toxische stof die voor 99 procent afgebroken wordt in de lever. Leverkanker prijkt dus bovenaan op het lijstje van de kankers die alcohol kan veroorzaken.

CAMMU «De neuzen staan niet in dezelfde richting. Maar die ene alcoholconsumptie per dag zal je lever niet nekken: als je een pilletje neemt, moet dat ook door je lever afgebroken worden. Uiteindelijk díént je lever daarvoor: van één pint per dag zul je heus geen levercirrose krijgen. Vrouwen zijn wel in het nadeel: zelfs één alcoholische consumptie per dag doet de kans op borstkanker met 5 tot 10 procent toenemen. En dat alcohol hart- en vaatziekten zou tegengaan, is ondertussen ook achterhaald.

»Het probleem met alcohol is dat het maatschappelijk aanvaard is, waardoor we een hoop dingen die fout gaan door alcohol, met de mantel der liefde bedekken. Huiselijk geweld, roekeloosheid, zware ongelukken... De sleutel is dus: zelfbeheersing. Beperk je tot lage dosissen. Wat dat betreft vind ik het absurd dat een voetbalcompetitie de naam van een biermerk draagt. Mocht er morgen een Marlboro League in het leven geroepen worden, dan zou het kot te klein zijn. Maar met een Jupiler League heeft men blijkbaar minder problemen.»

Humo Van sport gesproken: wie wil vermageren door te bewegen is eraan voor de moeite, want van sporten val je niet af.

Cammu «Dat je van lichaamsbeweging afvalt, klopt inderdaad niet. Een karrenvracht publicaties toont dat aan, en ik ondervind dat zelf ook. Eergisteren ben ik tussen twee voordrachten door 50 kilometer gaan fietsen: honger dat ik had! Logisch, want je lichaam zegt: ‘Je hebt nu 1.000 calorieën verbrand. Die moeten bijgevuld worden, dus we gaan je honger doen krijgen.’ Na het sporten eten we meer: koolhydraten om de suikerreserve aan te vullen en eiwitten om de spieren te herstellen. We vinden ook dat we dat verdiend hebben: een hotdog of een streekbiertje mag wel na 100 kilometer fietsen. Als bladen en gezondheidswerkers propageren dat vermageren enkel lukt wanneer een dieet gekoppeld wordt aan lichaamsbeweging, is dat niet correct. Maar het is wel een godsgeschenk voor de suiker-industrie.

'Van de combinatie van suiker en vet, zoals kaastaart, krijgen we maar niet genoeg: die is even verslavend als cocaïne'

»Je moet er eens op letten hoeveel atleten reclame maken voor frisdrank: in een reclamespot voor Fanta komen kerels met een sixpack gezwind van een berg geskied. De onderliggende boodschap is: als je sport zoals wij, mag je gerust Fanta drinken. Tia Hellebaut heeft reclame gemaakt voor Pizza Hut, terwijl ze als sportvrouw wellicht geen pizza’s at. Maar sportieve mensen kunnen dat zogezegd hebben. Sport wordt vaak misbruikt door bedrijven om hun gesuikerde producten te slijten, en veel sporters gaan daarop in omdat het veel geld in het laatje brengt. De Olympische Spelen van 1996 waren ‘de Coca-Cola Spelen’, omdat ze plaatsvonden in Atlanta, waar de hoofdzetel van Coca-Cola gevestigd is: alles werd door hen gesponsord.

»Dat gezegd zijnde: lichaamsbeweging is het beste medicijn wat er bestaat. Je wordt er fitter van, en dat is enorm belangrijk: beter fit en dik, dan futloos en slank. Inactiviteit is even schadelijk als obesitas: onderzoek heeft uitgewezen dat slanke, inactieve vrouwen dezelfde verhoogde sterftekans hebben als zwaarlijvige, actieve vrouwen: plus 60 procent vergeleken met dames die slank én actief zijn! Voor een goede gezondheid is lichaamsbeweging belangrijker dan voeding, omdat we hier sowieso goed eten. Mocht je de hele bevolking op de fiets krijgen, dan zou je meer gezondere mensen krijgen dan wanneer ze allemaal aan het diëten zouden gaan.»

HUMO U bent geen fan van diëten, hè?

CAMMU «10 procent gewicht verliezen zou het hoogst haalbare zijn. Iedereen kent wel iemand die 20 kilo is afgevallen, maar dat zijn uitzonderingen. Grote onderzoeken over diëten wijzen uit dat mensen doorgaans maar 2 à 3 kilo verliezen. Volg je ze over een lange periode, dan hebben ze uiteindelijk slechts 1 kilo of 0,5 kilo verloren.

»Vroeger zei men dat iemand van 90 kilo er gemakkelijk 10 kon verliezen door te diëten, maar daar is men ondertussen van teruggekomen – dat gewicht komt er vroeg of laat toch weer bij. Daarom hebben internisten de lat verlaagd naar 5 procent gewichtsverlies. Maar zelfs dat levert al biologische voordelen op – je bloeddruk en de kans op type 2-diabetes dalen.

»Omdat diëten zulke trieste resultaten oplevert, raad ik mensen aan om gewoon minder te eten. Of je kunt aan caloriestripping doen: gerechten caloriearmer maken zonder iets aan de smaak te veranderen. Beweeg na het bakken van frieten flink met het frituurmandje om de frituurolie, en letterlijk de calorieën, van de frieten te schudden. Bak je steak saignant: dat doet de darmen meer werken, waardoor ze meer calorieën verbruiken. Mijn vrouw mengt pastinaak in de puree: pastinaak bevat veel minder calorieën. Je hoeft daar niet mee te overdrijven, maar op zich zijn het makkelijke ingrepen.»

HUMO 1 op de 7 Belgen heeft een BMI hoger dan 30 en is dus zwaarlijvig. U vindt dat nog meevallen.

CAMMU «Jaren geleden was 11 procent van onze bevolking obees, nu is dat gestegen tot 14 procent. Een lichte toename, maar in vergelijking met Amerika doen we het zo slecht nog niet: in de jaren 70 was 14 procent van de Amerikanen obees, nu is dat al gestegen tot 33 procent. Of neem nu Nieuw-Zeeland: 20 procent van de bevolking is daar te zwaar! In Nederland is ook 14 procent van de mensen zwaarlijvig. De suikerinname is daar onveranderd gebleven – van ons land ken ik de cijfers niet, maar het zou me niet verbazen mocht dat hier ook zo zijn. Eigenlijk zou men eens moeten nagaan of de forse toename van zwaarlijvigen in Amerika, Nieuw-Zeeland en Groot-Brittannië aan een verhoogde suikerinname te wijten is.

'Lightproducten smaken zoet, waardoor je hersenen zich afvragen waar de calorieën blijven.'

»Wat ik iedereen alleszins afraad: lightproducten. Pierre Chandon, hoogleraar marketing en directeur van het INSEAD-Sorbonne Behavioural Lab, heeft daar een fantastisch onderzoek aan gewijd. Hij verzamelde mensen rond een tafel waarop verschillende potjes M&M’s stonden. Light-M&M’s bestaan niet, maar op sommige potjes had hij zelf ‘light’ geschreven. Wat bleek: de potjes met die zogezegde light-M&M’s waren na afloop veel leger dan de andere. Zodra mensen ‘light’ zien staan, beginnen ze te boefen: ze denken immers dat ze nog niet veel binnen hebben. Maar lightproducten smaken zoet, waardoor je hersenen zich beginnen af te vragen waar de calorieën blijven. Je krijgt honger en omdat je denkt dat het geoorloofd is, begin je te eten, waardoor je uiteindelijk méér calorieën binnen hebt dan wanneer je gewone M&M’s had gegeten. Er is veel irrationaliteit met de voedingsproblematiek gemoeid, omdat mensen nu eenmaal irrationele wezens zijn.»


De waanzinnige

HUMO Eind vorig jaar werd de suikertaks afgeschaft: een schande?

CAMMU «Nee: ze was toch te laag om impact te hebben. Een suikertaks moet hoog genoeg zijn – 20 procent volgens gezondheidseconomen – en kan alleen maar renderen als onderdeel van een totaalpakket: snoep- en frisdrankautomaten weghalen, waterkraantjes installeren, lessen over gezonde voeding aanbieden op school en in de kantines gezonde maaltijden aanbieden. De overheid moet producenten van voedsel vragen om geleidelijk aan minder suiker in hun producten te stoppen, zoals ze dat destijds met zout gedaan hebben. Maar zet dan niet in koeien van letters op de verpakking dat er minder suiker in zit, want anders zullen mensen zich weer overeten.

»Voeding en alcohol zouden op dezelfde manier aangepakt moeten worden als roken. Alcohol zou verboden kunnen worden voor jongeren onder de 18, omdat het een toxische stof is die rechtstreeks op de hersenen inwerkt: kruip na één pint in een simulator, en je zult zien dat je reactievermogen gedaald is. Aantonen dat voeding even schadelijk kan zijn, is moeilijker. Bovendien beschikken voedingsproducenten over batterijen advocaten waar je moeilijk iets tegen kunt beginnen. Daar is een taak weggelegd voor de overheid: zorg er bijvoorbeeld voor dat er geen nieuwe McDonald’s in een kansarme wijk gebouwd wordt, want daar kun je een hele maaltijd krijgen voor relatief weinig geld. Investeer liever in speelpleintjes en leg veilige fietsroutes aan, zodat mensen naar het werk kunnen fietsen.

'Eet op grootmoeders wijze en je krijgt alles binnen wat je nodig hebt'

»Om een zo groot mogelijk resultaat te bereiken, moet de input van het individu zo klein mogelijk zijn. Als de overheid dingen voor ons regelt, is dat veel doeltreffender: kijk maar naar het rookverbod in openbare ruimtes.»

HUMO Het is tijd voor een conclusie, dokter. Laat ons raden: we mogen alles eten, maar met mate?

CAMMU «Correct! De meesten onder ons eten op grootmoeders wijze en krijgen zo alles binnen wat ze nodig hebben. Er zijn natuurlijk subgroepen die meer aandacht nodig hebben – alcoholici die de reflex niet hebben om deftig te eten, dementerende mensen die vergeten te eten, bedlegerige mensen, enzovoort – maar dat is iets waar artsen en zorginstellingen zich mee moeten bezighouden.

»Ik had graag kooklessen gekregen op school, om te leren hoe je je op een normale manier kunt voeden. Ik heb me pas aan de basisgerechten gewaagd toen ik op kot zat, en in het begin leek dat nergens naar. Terwijl het zo essen-tieel is: wie niet eet, gaat dood. Maar nee: nu leren onze kinderen over de Oostenrijkse overheersing en Johanna de Waanzinnige – komáán!

»Mijn advies: doe niet mee met de hypes, en geloof niet dat een kiwi of een blauwe bes je het eeuwige leven zal schenken. Het placebo-effect zal je een tijdje helpen, maar daarna ben je weer bij af. Als ik in een stoute bui ben, durf ik weleens aan die hypevolgers te vragen: ‘Waar heb je dat gelezen? Show me the data!’»

HUMO Hebt u dan nooit aan zo’n hype meegedaan?

CAMMU «Zeker. Op mijn 22ste heb ik als geneeskunde-student een paper geschreven over vitamine C. De tweevoudige Nobelprijswinnaar Linus Pauling had verteld wat voor een wondermiddel dat was, en ik dacht dat zo’n briljante man het wel bij het rechte eind moest hebben – er zijn namelijk maar vier mensen die ooit twee Nobelprijzen hebben gewonnen, onder wie Marie Curie. Enfin, ik ben dat ook beginnen te nemen: 2 gram per dag, terwijl je normaal maar een paar microgram nodig hebt. Een paar jaar later werden al die studies van tafel geveegd: het enige wat ik er na al die tijd aan overgehouden had, was: veel diarree. Toen had ik m’n lesje wel geleerd (lacht).»

Hendrik Cammu, ‘Wat moet ik nu geloven, dokter?’, Lannoo

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234