Wat maakt een ondernemer een topondernemer? De tips van twee 'Leeuwen'

‘Leeuwenkuil’ is een van oorsprong Japans format waarvan VIER nu een Vlaamse versie brengt. Het opzet is simpel: would-be-ondernemers moeten in drie minuten hun gouden idee pitchen aan vijf investeerders.

'We lopen in België een halve eeuw achterop. Als we niet snel efficiënter worden, zullen onze kinderen allemaal voor Chinese bazen werken'

Ik bekeek al een dozijn jaargangen van de BBC-versie ‘Dragons’ Den’ en het programma is fascinerend. De investeerders willen jong ondernemerschap stimuleren met goede raad en opbouwende kritiek, maar het appeal voor de kijker is breder dan dat. Vijf flamboyante karakters die met subtiel verhulde competitiegeest psychologische spelletjes spelen: het is alsof je de Olympische Spelen voor tactiek en blufpoker bijwoont.

Een paar uitlatingen die de sfeer schetsen: ‘Wij zijn geen bank, noch Sinterklaas.’ ‘Het is niet omdat je een leuk ideetje hebt, dat je een ondernemer bent.’ ‘Ik hou niet van gebakken lucht. Ik haak af.’

Gespreid over vier weken – zeggen dat deze ondernemers drukke agenda’s hebben is het understatement van de eeuw – kreeg ik uiteindelijk twee Leeuwen te spreken. Conny Vandendriessche begon met niets en stampte zés bedrijven uit de grond, waaronder het uitzendkantoor Accent. Jürgen Ingels is een cijfergenie dat niet alleen zijn gezond verstand verzilverde maar bovendien royaal langs de kassa passeerde toen zijn bedrijf Clear2Pay werd verkocht.

Ondernemers heb je in soorten. Ik ontmoette al een dozijn miljardairs. Eén van hen gaf me een heel stevige handdruk, een andere een uiterst slappe. Eén multimiljonair reageerde zelf op mijn e-mails, de anderen lieten dat over aan hun personal assistent. Die PA is bij de mannelijke én vrouwelijke Leeuwen zonder uitzondering een vrouw. Eén Leeuw zat toen ik om een interview verzocht in Afrika – van de businessjungle naar de échte jungle en terug. Eén Leeuw draagt altijd opvallende schoenen. Eén Leeuw zette voor mij een kopje koffie in de kantine, een andere stelde voor om goed te gaan eten. Bij het enorme kantoor van leeuwin Conny Vandendriessche zocht ik op de gevel tevergeefs naar de naam van het bedrijf, aan de ingang hing enkel een bordje met daarop de tekst: ‘Welcome His Royal Highness the Customer’. Een andere leeuw woont en werkt in een kasteel. Leeuw Jürgen Ingels ontving me op blote voeten. Hij is ruwweg 60 miljoen waard maar rijdt al negen jaar met dezelfde familiewagen. Anderen hebben dure sportauto’s. Slechts één van de vijf Leeuwen is linkshandig.

Geven al die details iets prijs over de manier waarop deze ondernemers zakendoen, of zoek ik het te ver?

HUMO Noem vijf kwaliteiten waarover een goede ondernemer moet beschikken.

Conny Vandendriessche «Visie. Energie. Volharding. Zelfdiscipline. Drive. Gezond boerenverstand. De bereidheid om berekende risico’s te nemen. En passie. Dat laatste lijkt vaag en banaal, maar je moet iets vinden waarvoor je honderd procent wilt gaan, anders hou je het niet vol. Je moet ook naïef zijn. Want als je te lang nadenkt, bestaat het gevaar dat je alles kapot analyseert en te lang wacht. Of dat de snelle ontwikkelingen plots overweldigend aanvoelen en je bezwijkt onder het gewicht van je eigen ambitie.»

Jürgen Ingels «Je moet logisch kunnen denken én creatief zijn. En je cijfers beheersen. Je moet serieel kunnen werken: ik doe veel dingen tegelijk omdat ik heb gemerkt dat de ene bezigheid de andere voedt. Zo heb ik een voorsprong genomen op leeftijdsgenoten die slechts één bedrijf in één sector leidden. Je moet ook sociaal zijn en kunnen motiveren. Je mag geen goudvis zijn in een wereld van haaien – als het nodig is, moet je je tanden laten zien. Maar narcisme is slecht voor het bedrijf. Je moet je ego kunnen uitschakelen: ’t is niet omdat je CEO bent dat je altijd gelijk hebt.»

HUMO Dat heb ik Christian Van Thillo al vaak gezegd, maar luisteren, ho maar.

Ingels (lacht) «Luisteren is nochtans cruciaal. Da’s de grote fout van al die mediatrainingen: daar leren CEO’s speechen, praten, maar niet luisteren. Je moet ook down-to-earth zijn, niet zweven. En af en toe moet je iets doen dat níét tot je takenpakket behoort. In al mijn bedrijven nam ik af en toe de onkostennota’s door. Zo leer je je werknemers kennen. Ik betrapte ooit een topman die op kosten van de zaak een didgeridoo (een blaasinstrument dat de aboriginals bespelen, red.) had laten overvliegen uit Australië. Een andere dronk tijdens ‘werklunches’ in Dubai regelmatig flessen wijn van 500 euro. Nog een andere vervalste eigenhandig het bedrag van z’n bonus (lacht). Vertrouwen is goed, maar controle is beter, da’s het eerste wat je leert.»

HUMO Na een ziljoen ‘How to become a millionaire’-boeken wéten de meeste ondernemers dat soort dingen wel. Welke eigenschap geeft je een streepje voor?

Ingels «Succesvolle bedrijven slagen er het best in om tijd te winnen. Tijd is geld en vice versa, nu meer dan ooit, en tijdverlies is de grootste hinderpaal voor groei. Bijvoorbeeld: je wilt in Londen een venture capitalist aanspreken voor een investering, maar eer die alles heeft doorgepraat in de hiërarchie, ben je een jaar verder. Of je zoekt een partner in de Verenigde Staten, je overlegt met een paar kandidaten via Skype, de eerste twee pogingen falen, en tegen dat de derde kandidaat voldoet, ben je een jaar verder. Wie erin slaagt om dát soort vertragingen te omzeilen, steekt zijn concurrenten de loef af.»

HUMO Die dingen leer je niet van de ene dag op de andere. Wat was voor jullie een psychologische mijlpaal?

Vandendriessche «Het inhuren van een CFO – een chief financial officer – die de expertise had om voor ons bedrijven aan te kopen.»

'Een ondernemer mag geen goudvis zijn in een wereld van haaien. Als het nodig is, moet je je tanden laten zien' Jürgen Ingels

HUMO Daar zou ik moeite mee hebben: als die zijn job niet goed doet, ben je meteen failliet.

Vandendriessche «Daar moet je je overheen zetten. De meest recente mijlpaal was: zelf een stap terugzetten en een CEO inhuren die in mijn naam de baas speelt. Ook dat moet je kunnen. Een veelgemaakte fout is dan: niet kunnen loslaten en je toch nog met van alles bemoeien.»

HUMO ‘Controlefreak’ heeft een pejoratieve bijklank, maar alleen inefficiënte ondernemers zijn het níét, lijkt me.

Vandendriessche «Ik was zeker een controlefreak. Ik heb in mijn bedrijven allerlei controlemechanismes ingevoerd om dingen tot in de details bij te sturen. Maar pas op: controlefreak zijn kan ook remmend werken.»

HUMO Eén van de toverwoorden uit het ondernemerschap is ‘delegeren’. Noem eens iets dat de miljonair niet kan uitbesteden, ook al heeft hij voor alles personeel?

Vandendriessche «Buikgevoel. Intuïtie. Instinct. Die kun je niet outsourcen. En evenmin de invulling van sleutelposities, zoals je vennoten en je rechterhand. Als je die niet feilloos selecteert, zit je meteen klem. En je drive en ambitie, die kun je ook niet delegeren. In maart 1995, kort voor de oprichting van Accent, zijn wij op een zaterdagochtend om 7.30 in de inkomhal van het bedrijf van de West-Vlaamse ondernemer Aimé Desimpel gaan staan om daar te pitchen en hem te vragen of hij wilde participeren in ons bedrijf. Iemand had ons gezegd: ‘Om 7.30 stipt stapt hij uit z’n auto en wandelt hij naar de lift, dan heb je één onbewaakte minuut.’ Wij deden dus eigenlijk een parkingpitch in plaats van een elevatorpitch. Met één A4-blaadje waarop ons businessplan stond. En veel goesting. Zo’n aanpak wordt eigenlijk als onprofessioneel en not done beschouwd, maar soms moet je iets forceren.»

Ingels «Ik ken zakenlui die het bijwonen van een raad van bestuur uitbesteden. Dat vind ik kortzichtig en contraproductief.»

HUMO Heeft een ondernemer ooit genoeg? Bent u gulzig?

Vandendriessche «Ik heb nooit het onderste uit de kan gewild. Ik heb nooit een bedrijf helemáál willen bezitten. Integendeel, ik kies vaak voor een minderheidsparticipatie van bijvoorbeeld 30%. Dan werken degenen die 70% bezitten extra hard voor zichzelf, én voor mij. En als ze mij beduvelen, beduvelen ze nog meer zichzelf. Een klein stuk van een grote koek brengt vaak meer op dan een groot stuk van een kleine koek. Da’s één van de dingen waar gulzige starters vaak naast kijken.»

HUMO Misschien ben ik een heel slechte ondernemer, maar als ik over een half miljard beschikte, zou ik zeggen: het enige waar ik nu nog een gebrek aan heb, is tijd, dus ik stop ermee. Want ook een ondernemende miljardair heeft slechts 24 uur per dag en maximum honderd jaar op dit planeetje, en die zijn zo voorbij.

Vandendriessche «Ja, maar zo simpel is het niet. Ten eerste kom je ook als miljonair altijd geld tekort, want je bedrijf groeit, je moet blijven investeren. Ten tweede zit ondernemen in je bloed: je doet dat gráág, het voelt niet als ‘werk’. Vandaar dat veel ondernemers die gaan rentenieren in een zwart gat vallen.

»Nu, ook tijdnood is soms een cadeau: tijdnood dwingt je om te delegeren en het engagement van je mensen uit te testen. Het is belangrijk om mensen uit hun comfortzone te halen. Verworven rechten houden werknemers niet scherp. Flexibiliteit was voor ons cruciaal.»

'De tijdgeest werkt in het voordeel van vrouwen, want het accent is verlegd van de autoritaire macho naar de participatieve leider'


Porsche van de zaak

HUMO Op Canvas loopt een programma dat ‘Durven falen’ heet. Bent u op uw veroveringstocht over een horde gestruikeld?

Vandendriessche «Ja, we hebben in 2007 in Valencia vijfentwintig uitzendkantoren overgenomen. Eén jaar later stortte de markt in en werd Spanje in een diepe crisis gedompeld. Bovendien kregen we geen greep op het Spaanse arbeidsethos. Wij wilden dat dienstverleners op de middag doorwerkten, maar daar was geen sprake van.»

HUMO Als in Spanje één verworven recht bestaat, dan is het wel de heilige siësta.

Vandendriessche «Dat heb ik inmiddels aan den lijve ondervonden (lacht).»

Ingels «Culturele aspecten zijn zeer belangrijk. Hier zou ik nooit apenhersens of kwallen eten, in China was het onbeleefd dat te weigeren. In Zuid-Afrika hadden ze er dan weer een handje van weg om je eerst tijdens een ‘gezellige’ avond dronken te voeren en dan de onderhandelingen te starten. Noren en Zweden zijn heel direct, die laten je meteen duidelijk weten als het hun niet bevalt. En ik ben al tweehonderd keer door Amerikaanse zakenrelaties uitgenodigd om bij hen thuis te komen eten: de omgangsvormen lijken daar heel hartelijk. Maar ooit stonden we op Times Square in New York en mijn Amerikaanse klant zei ‘Als uwen brol niet werkt, dan zetten we je smoel op ál deze billboards en krijg je nooit meer een klant!’ (lacht)

»Heel wat Belgische ondernemers openen klakkeloos kantoren in andere landen en laten die dan leiden door een Belgische manager, die daar zijn weg moet zoeken en veel geld zal verbranden. En die bovendien op veel weerstand stuit bij de lokale strebers, die zich gepasseerd voelen. Ik neem in het buitenland liever een participatie in een bedrijf van plaatselijke ondernemers en bouw dan verder op hun infrastructuur, traditie, klantenbestand… En als dat bedrijfje interessante technologie bezit, kan ik die integreren en verkopen aan de rest van de groep. Dan zijn ze nog dankbaar ook, omdat ik hun lokale product internationaal commercialiseer. ’t Zijn twee vliegen in één klap. En ik neem hen over met 50% cash en 50% aandelen: als die aandelen stijgen, wordt de prijs die ze voor hun bedrijf hebben gekregen alsmaar hoger.»

HUMO Kan een CEO zijn ongelijk toegeven?

Ingels «Soms moet je meegaan in een ridicuul plan. Ik heb me ooit verzet tegen een idee dat toch bleek te werken. In één van de bedrijfjes waarin ik participeer, zei tijdens een beheerraad plots iemand: ‘Ik ga op kosten van de zaak een Porsche kopen, en jullie gaan dat goedkeuren.’ ‘Geen sprake van,’ was mijn eerste reactie. Maar zijn redenering was: als we elk weekend onze beste verkoper met die Porsche laten uitgaan, is dat voor die jonge, bronstige gasten een goede incentive. En wat bleek: je kon zó op de verkoopsgrafieken zien wie met de Porsche had gereden, die medewerkers sloofden zich extra hard uit. Op zes maanden tijd was die auto terugverdiend.»

HUMO Wat verraste u het meest aan ‘Leeuwenkuil’?

Vandendriessche «Dat sommige jonge ondernemers op effect spelen. Er was een fantast die leek te denken dat wij voor hem de aankoop van een helikopter zouden financieren. En een pittige maar eigenwijze kunstenares wilde dat wij voor haar een industrieel pand zouden huren waar zij haar schilderijen kon tentoonstellen. Dat is geen ondernemerschap maar het financieren van een hobby. Ik stel altijd een paar schijnbaar onschuldige vraagjes om dat uit te testen. Als je een mentor zoekt, moet je ook goede raad aanvaarden, hè. Er was ook een producent van voeding voor bodybuilders die een handvol halfnaakte bodybuilders had meegebracht. Dat was meer een stunt dan een pitch. Tot mijn verrassing kwam er ook een dame pitchen die ooit vijf jaar lang voor mij heeft gewerkt. Dat heeft mijn oordeel over haar businessplan niet beïnvloed, nee.

»Het stelde me wel teleur dat sommigen slecht waren voorbereid. Als je vraagt: ‘Hebt u voor uw product een patent genomen?’ en ze horen het in Keulen donderen, dat kán niet. Blinde vlekken zijn levensgevaarlijk. Ik hou er ook niet van dat kandidaten een lesje opdreunen. Ik wil de méns te zien krijgen, want met hem of haar zal ik moeten werken.»

Ingels «Ik zag te veel me too-ideetjes: ze zien dat iets in pakweg Amerika werkt en denken dan slim te zijn door halsoverkop met iets soortgelijks te beginnen. Die copy-paste-aanpak mislukt vaak.»

'Ook als miljonair kom je altijd geld tekort' Conny Vandendriessche

HUMO U zei tegen een andere Leeuw: ‘Mensen verkopen is moeilijker dan producten verkopen.’

Vandendriessche «Dat is zo. Een product is onveranderlijk: als je een miljoen kopjes en schoteltjes laat maken, dan zien die er allemaal hetzelfde uit. Een mens, daarentegen, is fluïde, onderhevig aan stemmingen en omstandigheden. Een product heeft geen offday. Het zoekt niet naar excuses, terwijl een mens die z’n werk niet goed doet… ik heb ze allemáál gehoord, de excuses. Meer dan eens is iemand die wij warm bij een bedrijf hadden aanbevolen daar niet komen opdagen, zodat wij ons gezicht verloren. Dat heb je niet met een kop of een schoteltje.»

HUMO Kunt u tegen uw verlies? Ik heb multimiljonairs in mijn kennissenkring die zelfs bij een spelletje Monopoly onder vrienden vals spelen.

Vandendriessche «In zo’n geval word ik creatief (lacht). Ik kán tegen mijn verlies, hoor. Nipt. En enkel privé, bijvoorbeeld op sportief gebied. In zaken wringt het dan toch. Dan ben ik, euh… teleurgesteld in mijzelf.»

HUMO Is dat een eufemisme?

Vandendriessche «Ik vrees het (lacht).»

Ingels «Ik ben, euh, enthousiast. Ook een eufemisme (lacht). Ik kon als kind niet tegen mijn verlies, en mijn zoon heeft dat geërfd. Maar nu ben ik gewoon vastberaden.»

HUMO Voor succes in ondernemen geldt in de eerste plaats: timing is alles. De grootste tragedie lijkt me die van de pionier die een origineel concept lanceert op een moment dat de wereld daar nog niet klaar voor is.

Vandendriessche «Timing is zeker een factor. Maar toch waren wij geen pioniers: uitzendarbeid bestond hier al sinds de Wereldtentoonstelling van 1958. Toen wij met Accent begonnen, hadden zich al honderdtwintig concurrenten gevestigd. Wij hadden bijna de boot gemist, maar we hebben de gaten in hun strategie uitgebuit. Onze unique selling proposition was dat we uitzendarbeid zagen als een opstap naar vast werk. We werden een mix van een selectiebureau en een interimbureau. We stonden ook dichter bij de klant. En we spitsten ons toe op KMO’s. Pas later hebben we gediversifieerd.»

'In mijn bedrijven nam ik af en toe zelf de onkostennota's door. Ik betrapte ooit een topman die tijdens werklunches geregeld flessen wijn van 500 euro op kosten van de zaak bestelde'


Babysitten

HUMO Mevrouw Vandendriessche, toen u in ‘Leeuwenkuil’ probeerde een vrouwelijke kandidaat naar u toe te trekken, zei een mannelijk jurylid: ‘Ik wist dat je de vrouwenkaart zou uitspelen.’ Zou u de kunstenares Liesbeth Spruyt ook een aanbod hebben gedaan als zij een kale machoman was geweest in plaats van een charmante jonge vrouw?

Vandendriessche (grinnikt) «Ik was in elk geval blij verrast dat in ‘Leeuwenkuil’ heel wat kandidaten dames waren. Natuurlijk moedig ik vrouwen aan. We komen van ver, hè. Ik werd ooit op een congres aangesproken door een paternalistische organisator die me vroeg: ‘En wiens meiske zijt gij?’ Alsof het onmogelijk was dat ik zelf de CEO was. Ik heb ook ettelijke leveranciers gehad die me tegen het lijf liepen in de hal en sneerden: ‘Ga je baas eens halen, dingske.’

»Soms verzwijg ik doelbewust dat ik de CEO ben. Onlangs nog, op een vip-diner, zei ik enkel dat ik ‘consulente bij een uitzendbureau’ was, en níét: ‘Ik ben mede-eigenaar van zes bedrijven.’ Dan krijgt het gesprek een andere dynamiek. Ik heb de grote uitzendkantoren ook heel lang laten denken dat ik nog klein was en dus geen bedreiging voor hen. Anderzijds heb ik als persoon lang een harnas gedragen: ik veinsde dat ik al de kracht had die ik pas later zou verwerven. Maar ook dat moet je op een bepaald moment afleggen. De tijdgeest werkt in het voordeel van vrouwen, want het accent is verlegd van de autoritaire macho naar de participatieve leider.»

HUMO Wat viel u tegen aan de kandidaten in ‘Leeuwenkuil’?

Vandendriessche «Dat sommigen niet beseffen dat mentor zijn iets anders is dan babysitten. Ook een jonge ondernemer moet zelfstandig kunnen werken. Ik hoor van een collega dat een kandidaat hem dagelijks belt voor allerlei minuscule akkefietjes. Dat kan niet, hè, wij hebben nog andere zaken aan ons hoofd.»

HUMO Wat vond u de meest vergezochte pitch waar toch íéts in zat?

Ingels «Iemand stelde voor om in Bangladesh goedkope werkkrachten via een webcam te laten kijken of hier iemand winkeldiefstal pleegt. Dat kán werken, in theorie. Maar het is een omslachtig plan met heel wat zwakke punten. Iemand anders wilde ouders online gezonde voeding voor hun kinderen laten bestellen, die dan op school werd geleverd. Maar wérkt dat in de praktijk? Hij wilde een deel van de winst gebruiken om de kinderen van arme mensen ook gezonde voeding te garanderen. Een nobel plan, maar daarom nog niet rendabel. Ik dacht meteen: die individuele verpakking is te duur, en kinderen gooien altijd een deel van hun eten weg. Laat dat in bulk leveren, dan bespaar je.»

HUMO Toen ik een kandidaat om 15.000 euro hoorde vragen, dacht ik: val daar een miljardair niet mee lastig, vraag dat geld aan een familielid of werk er zelf voor.

Vandendriessche «Sommige kandidaten waren megalomaan, anderen dachten niet groot genoeg. Soms verleen je een kandidaat een gunst door níét met hem in zee te gaan. Sommigen zijn bijvoorbeeld enkel productontwikkelaar: da’s iets anders dan ondernemer. Een expert zal nooit een generalist worden.»

HUMO U bent in zee gegaan met ‘I Just Love Breakfast’, een dame die granola verkoopt. Is ze daar niet minstens vijf jaar te laat mee? Elk tophotel waar ik kom, biedt al lang granola aan bij het ontbijt.

Vandendriessche «Die dame heeft het wiel niet uitgevonden, maar er valt geld te verdienen met diversifiëren. Zij gaat bijvoorbeeld in de kantines van bedrijven individuele porties aanbieden in dispensers.»

HUMO En aan individuele porties verdien je meer dan aan grote zakken?

Vandendriessche (glimlacht sluw) «Voilà, ge zijt mee in ’t verhaal.»

HUMO Ik merkte bij de kandidaten in ‘Leeuwenkuil’ een gebrek aan focus. Is dat een generatieziekte? Ik heb vaak de indruk dat jongeren nu van alles willen proeven, wetend dat er toch steeds een vangnet is. Als je idee écht een gouden idee is, dan laat je toch alles vallen?

Vandendriessche «Een initiële foute keuze of een faillissement hoeven niet het einde van een carrière te zijn, maar ik merk ook wel dat heel wat jonge mensen hun energie versnipperen, en da’s gevaarlijk. Een échte ondernemer heeft geen plan B. En een klant wil iemand die zich totáál op hem focust, niet een leverancier van om het even wat, die ook nog een handvol nevenactiviteiten heeft.

»Drive is álles. Voor mij was falen geen optie. Ook al zei mijn vader vlakaf: ‘Ik geloof niet dat jij dit kunt.’ Hij had een eenmanszaakje in bloemen en planten, en ik begon meteen met een nv, dat leek hem te hoog gegrepen. Ik startte ook met twee externe partners en vreemd kapitaal, hij zei enkel: ‘Daar komt miserie van.’ Hij leeft nog, ja, hij heeft z’n ongelijk min of meer toegegeven en hij is nu trots op mij – tenminste, dat hoor ik van anderen, want tegen mij zegt hij dat zelden of nooit (glimlacht vertederd).»

HUMO Had iemand die u als 14-jarige zag al kunnen vermoeden dat u het zover zou brengen? Ik ken een zakenman die als kind een grote doos snoep kocht in de Makro en de snoep vervolgens in kleine porties met woekerwinst verkocht aan z’n klasgenootjes.

Vandendriessche «Nee, dat deed ik niet. Ik had dit succes ook niet van mezelf verwacht. Ik ben begonnen als receptioniste op een camping.»

Ingels «Mijn vader was tamelijk streng. Ik mocht niet uitgaan, om niet op het slechte pad te raken. ‘En als ik het feest zelf organiseer, mag het dan?’ Dat mocht. Dus ben ik t.d.’s en party’s beginnen te organiseren.»

HUMO U hebt uw eerste geld dus verdiend door ándere kinderen op het slechte pad te brengen.

Ingels «Voilà (lacht). Later, op de universiteit, betaalde ik meisjes die in de les flink hadden opgelet voor hun cursusnotities. Die verkocht ik met winst door aan losbollen die het hele semester op café hadden gezeten. Ik organiseerde als preses van de richting politieke en sociale wetenschappen een ‘Nacht van de Erotiek’, met Durex als sponsor, zodat onze studentenclub plots niet langer de armste maar de rijkste van de universiteit was. Nog later, toen mijn kinderen klein waren, vond ik pampers belachelijk duur, dus kocht ik een hele container en speelde ik kleinhandel voor de prille ouders in mijn omgeving. En in Thailand heb ik duizenden kommetjes gekocht die ik hier aan de man bracht. Er staan er nog een paar op zolder…»

HUMO Neen, dank u. Is de directe omgeving van een would-be-ondernemer niet zijn achilleshiel? Ik hoorde vele aspirant-ondernemers uitspraken doen als: ‘Mijn vrienden en familieleden vinden het alvast een topidee!’ Alsof een familielid ooit vlakaf zal zeggen: ‘Uw plan stinkt.’

Vandendriessche «Klopt. Familieleden zijn soms een blok aan het been. Zij zijn de eerste horde die de jonge ondernemer moet nemen. Maar evengoed omdat ze er níét in geloven, hoor. Als de partner niet mee is, strandt de ondernemer soms al. Een vrouw met een echtgenoot die niet achter haar carrière stond, kon bij Accent niet doorgroeien.»

HUMO ‘Jacqueline, waarom staat het eten nog niet op tafel? Door je carrière verwaarloos je mij!’ Dat soort mannen?

Vandendriessche «Ja. In sommige gevallen lieten wij de echtgenoot méé het contract tekenen! En als Jacqueline zich onderwierp aan haar man, was het bij Accent exit Jacqueline. Want gebrek aan empathie kan tot familiale tragedies leiden. Ik heb al vaders gezien die kapotgaan aan het feit dat de kinderen de familiezaak niet willen overnemen, maar ook kinderen die diep ongelukkig zijn omdat ze een familiebedrijf voortzetten terwijl ze geen enkele voeling hebben met het product.»

'Ik kies vaak voor een minderheids­participatie van bijvoorbeeld 30%. Dan werken degenen die 70% bezitten extra hard voor zichzelf, én voor mij' Conny Vandendriessche tussen de andere 'Leeuwen'


Van alles wat

HUMO Ik hoor vaak van ondernemers dat dit land tekortschiet, dat bijvoorbeeld het onderwijs niet is aangepast aan de snel evoluerende markt en het 21ste-eeuwse ondernemerschap. Wat zou u veranderen als u morgen koning, rector of minister van onderwijs was?

Vandendriessche «Ik zou in de raad van bestuur van hogescholen meer ondernemers plaatsen. Scholen zijn tankers, ze zijn sloom. En net als alles in dit land wordt ook de uitzendarbeid kreupel gemaakt door een zeer strenge en stroeve regelgeving. Zo zou ik de papierwinkel voor migranten versoepelen, of hen tenminste éérst aan het werk zetten en pas daarna de paperassen in orde brengen. Nu duurt het vaak eeuwen voor iemand mág werken. Terwijl een job de basis van echte integratie is.»

Ingels «Toen ik nog voor een bank werkte en een evaluatie kreeg, werd twee uur lang gezeurd over alles waar ik slecht in was, en slechts vijf minuten over datgene waarin ik goed was. Dat gebeurt ook in het onderwijs. Als een kind thuiskomt met allemaal negens en één vijf, wordt er gehamerd op die vijf. Het kind wordt gedwongen veel tijd en energie te investeren om van die vijf een zeven te maken, wat ten koste zal gaan van de negens, die daardoor achten worden. Fout! Vergeet die vijf. ’t Is veel beter om het kind te laten focussen op wat het graag doet en waar het goed in is.

»België is te lang een generalistisch land geweest. Je moet, als individu én als land, in iets excelleren om te kunnen concurreren op internationaal niveau: geneeskunde of biotechnologie, financiële technologie of logistiek… Whatever, maar niet van alles wat. Want in de 21ste eeuw geldt meer dan ooit: the winner takes it all. En de beste mensen trek je enkel aan als je regio in iets gespecialiseerd is. Denk maar aan Silicon Valley.

»Het onderwijs is ook nog veel te veel gericht op reproduceren. Nu je met één druk op de knop zowat alles kunt googelen, is dat reproduceren verspilde tijd. Door dat te veranderen zul je op de universiteiten de creatievelingen bevoordelen, ten nadele van de vanbuitenblokkers.

»Samengevat: we lopen, zeker met het digitaliseren, een halve eeuw achterop. Als dit land niet snel op álle vlakken een heel stuk efficiënter wordt, zullen onze kinderen allemaal voor Chinese bazen werken.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234