‘Af en toe kloppen we het stof van de gloednieuwe, onbeslapen bedden in Plopsaland. Dat is echt triestig’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Af en toe kloppen we het stof van de gloednieuwe, onbeslapen bedden in Plopsaland. Dat is echt triestig’Beeld © Stefaan Temmerman

Studio 100-baasHans Bourlon

‘We komen uit een cultuur waar het bijna een sport is om te ‘foefelen’. Maar wij betalen keurig onze belastingen in België’

De bekendste pratende hond van het land staat niet op tijdelijke werkloosheid, maar voorts is het bij Studio 100 behoorlijk stilletjes. CEO Hans Bourlon zag hoe de pretparken, theaterzalen en het gloednieuwe Plopsa Hotel leeg bleven. ‘Ik heb me te veel laten opjagen.’

Zijn verjaardag laat Hans Bourlon doorgaans graag geruisloos passeren, maar vorig jaar was 13 maart geen dag als alle andere. “Ik zal het niet snel vergeten, die eerste telefoontjes die binnenliepen, de avond dat de eerste lockdown net was afgekondigd. ‘Eventjes op de tanden bijten’, zeiden sommigen toen nog. ‘Twee weken en dit is allemaal voorbij.’ Ik was er niet zo gerust op.”

Achteraf gezien was het misschien ‘beter’ geweest als iemand hem toen had kunnen vertellen dat heel wat activiteiten van Studio 100 tien maanden later nog stil zouden liggen. Het is het harmonicasysteem – van telkens weer hoop putten, plannen maken en toch alles moeten afblazen – dat hem en zijn team – net als zovelen in de evenementensector – heeft uitgeput. «Dat is wat je nu eenmaal doet als ondernemer: je komt met een plan B, een plan C... Maar op een bepaald moment is de rek eruit.»

Zijn stemming vandaag? «Hoopvol», zegt Bourlon. «Het vaccin is er, en dat is geweldig nieuws. Dit moet de druk op de ziekenhuizen toch relatief snel doen afnemen, zou ik denken. Ik snap niet waarom de communicatie van de experten daarrond niet positiever is.»

«Ik ben van nature heel positief en praktisch ingesteld: laat bezoekers aan de inkom van een theater of pretpark een attest voorleggen dat ze gevaccineerd zijn of een negatieve coronatest hebben afgelegd. Met die combinatie van vaccins en sneltests zouden heel wat activiteiten binnenkort weer 100 procent kunnen herstarten, toch?»

Als u vandaag één boodschap richting overheid mag uitsturen, welke is dat dan?

«Ik hoop dat men de urgentie inziet. Ik ben geen wetenschapper, en ik kan me niet over de beste vaccinatiestrategie uitspreken. Maar toch denk ik: kan dit niet wat sneller? We kunnen 9 miljoen burgers op één dag naar de stembus krijgen, dan moet dit toch ook lukken?»

Studio 100 heeft een gigantisch pop-uptheater leeg staan in Puurs, vlak bij Pfizer. Een vaccinatie combineren met een musicalvoorstelling, dat opent perspectieven toch? Bourlon antwoordt ernstig: “Ik heb tijdens mijn legerdienst met een beperkte medische scholing véél vaccins toegediend. Moeilijk vond ik dat niet.”

We spreken elkaar in Mechelen, waar Hans Bourlon samen met broer Joost een hoop schoonheid en troost heeft verzameld in de tentoonstelling Het Kunstuur, zijn debuut als curator van schilderkunst. Dus praten we over kinderliedjes, Teenage Mutant Ninja Turtles en pretparken, in de verstilde setting van de Heilige Geestkapel, met op de achtergrond pastellen pracht uit eind negentiende eeuw van Emile Claus en vredige winterlandschappen van Valerius de Saedeleer. Maar eerst even naar de harde realiteit van nu.

null Beeld © Stefaan Temmerman
Beeld © Stefaan Temmerman

Net voor de zomer van 2020 deed u een oproep voor een versoepeling van de coronamaatregelen. Vorige maand zei u in Knack: ‘De virologen hadden gelijk, Bourlon had ongelijk.’ Hoe bent u tot dat inzicht gekomen?

«Simpel: door de cijfers en de feiten. Er zullen straks, ondanks alle maatregelen, 20.000 mensen aan covid overleden zijn. Dat is een kleine stad die van de kaart is geveegd. Dat is dramatisch, en daar wil ik niet licht overheen gaan.

»Net voor de zomer zag het er heel anders uit, volgens alle parameters leek de situatie toen onder controle. Er waren dagen zonder coronadoden. Ik volgde fanatiek het nieuws en begon me vragen te stellen. ‘Er vallen meer slachtoffers in het verkeer dan door corona’, las ik toen. Waarom sluiten we de wegen niet? (In 2019 vielen in België 3.600 zwaargewonden en 646 dodelijke slachtoffers in het verkeer, red.) Ik was er te gecrispeerd mee bezig. Je blijft piekeren en je voelt je machteloos, want je wil iets controleren dat buiten je controle ligt.

»De druk was groot. Het gaat ook niet alleen over ons. Ik krijg berichten van toeleveranciers – van licht en geluid, bijvoorbeeld – die zwaar in de problemen zitten. Er zijn freelanceartiesten die noodgedwongen de sector verlaten. Ik voelde me verantwoordelijk om het ook voor hen op te nemen en de boel in beweging te zetten. Misschien heb ik me in die periode te hard laten opjagen.»

Jullie namen zelf het heft in handen, door een hele ‘coronabijbel’ met protocollen op te stellen voor de voorstellingen in Puurs. Was dat overmoedig?

«We hebben gigantische inspanningen gedaan om alles veilig te kunnen opstarten, en zijn zelf gaan zoeken naar de beste oplossingen. Plexiglas plaatsen rond elke stoel? Dat keurde de brandweer af. Glazen wanden? Die bleken te zwaar voor de rijdende tribunes. Het is een enorme oefening geweest. Uiteindelijk is ons protocol goedgekeurd door de Vlaamse overheid, met aparte ingangen en acht tribunes van 200 mensen. We hadden de repetities voor de musical ’40-’45 herstart, waarbij de acteurs verder uit elkaar stonden. Zeventigduizend tickethouders hadden we herboekt naar een nieuwe datum. Tot ’s avonds laat zaten onze mensen rond te bellen en te mailen om heel die puzzel te leggen.

»Het was een enorme krachttoer om begin november eindelijk de musicalvoorstellingen te kunnen herstarten, en toen viel last minute de beslissing: dit feestje gaat niet door. Die klap is heel zwaar aangekomen. Maar achteraf kan ik alleen maar zeggen: die beslissing was terecht, de besmettingsgraad was te hoog.»

Waarom vindt u die annulering nu terecht, als u er toen van overtuigd was dat alles veilig kon verlopen?

«Alle ondernemers zeggen: bij ons is het veilig. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Kappers, horeca-uitbaters, festivalorganisatoren: iedereen zit in survivalmodus en wil aan de slag. Je grijpt je vast aan elke strohalm en zoekt oplossingen. Maar de cijfers zijn blijven stijgen, en de toestand is alleen maar erger geworden. We moeten ons daar bij neerleggen en afwachten.»

U vertelde dat premier Alexander De Croo (Open Vld) u had opgebeld. Bent u een goede lobbyist?

«Dat was vooral een gesprek om me moed in te spreken, en die geste apprecieerde ik. Ik zal meer zeggen: koningin Mathilde heeft me gebeld deze zomer, om te informeren hoe het met ons bedrijf ging. Dat vond ik bijzonder sympathiek. De koning en koningin kennen Studio 100, ze zijn vroeger wel eens met hun kinderen naar voorstellingen komen kijken.

»Maar lobbyen zie ik niet als mijn taak, dat gebeurt op sectorniveau (door de Alliantie van Belgische Event Federaties, red.). De evenementensector is verenigd maar ook versnipperd: dat gaat van congressen, pretparken, festivals tot huwelijksfeesten. Veel van die bedrijven liggen bijna een jaar zo goed als stil, verliezen tot 90 procent van hun omzet. Dat gaat over mensen die alles wat ze hebben opgebouwd voor hun ogen zien verdwijnen. En er wordt hen nog altijd geen vooruitzicht geboden om te herstarten.»

Kan u beargumenteren waarom een groot internationaal bedrijf als Studio 100, dat in de goede tijden een spaarpotje heeft kunnen aanleggen, staatssteun zou verdienen?

«Natuurlijk zal Studio 100 op zichzelf geen overheidssteun vragen. Maar op sectorniveau is dat wel nodig. Daar zitten nog veel andere grote spelers bij, zoals Tomorrowland en het Sportpaleis. Ik heb geen idee wat wij qua steunmaatregelen mogen verwachten.»

Hans Bourlon tussen werken van 'Het Kunstuur', een expo die hij met broer Joost opzette. Beeld © Stefaan Temmerman
Hans Bourlon tussen werken van 'Het Kunstuur', een expo die hij met broer Joost opzette.Beeld © Stefaan Temmerman

Als de overheid middelen verschaft aan ondernemingen in nood, zullen we dan ook met zijn allen profiteren van de winsten als de zaken weer goed gaan?

«Daar spreek ik me niet over uit. Wij betalen de belastingen die we moeten betalen.»

Dat is een redelijk rekbaar begrip in dit land.

«Ik zal u heel eerlijk zeggen: ze zijn ooit allemaal bij ons de revue gepasseerd, de buitenlandse constructies, om bijvoorbeeld intellectueel eigendom via Ierland te laten passeren waar dat 0 procent belast wordt. We hebben beslist om nooit in zee te gaan met mensen die ons dat soort adviezen kwamen geven.

»Gert (Verhulst, medeoprichter van Studio 100, red.) en ik hebben één gouden regel in het zakendoen: we willen ’s nachts gerust slapen. Je zal ons niet terugvinden in de Panama-files of dat soort toestanden. Wij betalen keurig onze belastingen in België, onze vennootschappen zijn transparant, en ook ons persoonlijk vermogen zit niet in het buitenland.»

Uit overtuiging, of voor de eigen gemoedsrust?

«Het is een punt van eer, om correct zaken te doen. We komen uit een cultuur waar het bijna een sport is om te ‘foefelen’. Maar het prototype ‘Balthazar Boma’, die haalt het vandaag niet meer. Ik denk dat ondernemers zich vandaag veel correcter gedragen dan 20, 30 jaar geleden.

»Het grootste probleem is dat je als individuele burger voor die keuze wordt gesteld: betaal ik correct of loop ik er de kantjes van af. Er zijn veel te veel achterpoortjes en grijze zones, terwijl het de taak van de wetgever is om duidelijke regels op te stellen. Zodat het geen optie meer is om je centen in een belastingparadijs te parkeren.»

Een honderdtal miljonairs uit verschillende landen schaarde zich als ‘Millionaires for Humanity’ achter een oproep om voor zichzelf een hogere belastingvoet te vragen, en zo mee de crisis te betalen.

(kijkt bedenkelijk) «Nog nooit van gehoord.»

Het is maar een ideetje, u behoort ook tot die 1 procent meest vermogenden. Bent u voor of tegen een rijkentaks?

«Iemand zal deze putten moeten vullen, dat is duidelijk. Als er een vermogensbelasting komt, dan zal ik me daar niet tegen verzetten. Maar ik ga niet vrijwillig naar de fiscus bellen om te vragen of ik alstublieft meer belasting mag betalen. Dat doet niemand, toch?»

In maart bestaat Studio 100 vijfentwintig jaar. Van een kinderprogramma met een sprekende hond groeide het uit tot een internationaal miljoenenbedrijf, met onder andere pretparken in Nederland, Duitsland, België en Polen, animatiestudio’s in Sydney en Parijs, en een verdeler van tv-distributierechten in München. «Ik hoop dat we dit jaar weer kunnen aanknopen bij de plannen die we voor 2020 hadden», zegt Bourlon.

Op die bucketlist staan onder andere een gloednieuw waterpark in Mechelen. Dat in Landen-Hannuit is helemaal klaar, maar voorlopig gesloten. Net als het Plopsa Hotel in De Panne, waar de gloednieuwe bedden nog onbeslapen bleven. «Af en toe wordt daar het stof afgedaan, en verder staat het leeg. Dat is echt triestig. De opening was gepland voor eind oktober, net toen de nieuwe lockdown werd afgekondigd. Ik durf niet meer te dromen van een nieuwe openingsdatum.»

Het leek zo’n goed plan, met een audiovisuele sector in volle transitie, om de activiteiten van Studio 100 uit te breiden naar theatervoorstellingen, themaparken, hotels. Bourlon: «We hebben de muziekindustrie zien verdampen, qua inkomsten stelt dat vandaag nauwelijks nog iets voor. Bij de opstart in 1996 hebben we ons gebouw in Schelle nog kunnen kopen en verbouwen met het voorschot dat we kregen op de cd-verkoop van Samson & Gert en Kabouter Plop – van K3 was toen nog lang geen sprake. Dat contract met Universal Music was ons kapitaal. Dat is nu ondenkbaar.

«Je voelt dat de tv- en filmindustrie ook langzaam die weg opgaat. Een streamingdienst als Netflix is voor producenten qua businessmodel nog stukken interessanter dan Spotify. Je voelt dat die sector ook onder druk staat, tegen grote wereldspelers kunnen lokale producenten steeds moeilijker opboksen.»

«De allereerste Samson & Gert-show dertig jaar geleden was een experiment, maar we hebben toen direct het potentieel gezien van voorstellingen met een livepubliek. De musical ’40-’45 is daar een verlengde van – veel van diezelfde mensen met pakken ervaring werken daar vandaag nog aan mee.»

Meer inzetten op livepubliek en evenementen leek een veilige garantie op de toekomst?

«Absoluut. De leisure business, mensen die samen iets beleven, leek onaantastbaar tegenover de volatiele wereld van audio en video, die onderhevig is aan alle nieuwe technologische platformen. De evenementensector heeft een enorme boost gekregen, door wat er in het Sportpaleis aan shows werd gebracht, en wat Herman Schueremans met de festivals deed. Het publiek omarmde dat massaal, en de lat ligt in ons land erg hoog. Vandaag hebben 400.000 mensen nog een ticket voor een uitgestelde voorstelling van Studio 100 in huis. De honger is groot. Tot corona al die plannen lamlegde.

«Voor 2020 hadden we gerekend op een omzet van 200 miljoen euro, waarvan 110 miljoen zou komen van ticketverkoop voor de pretparken, zaalshows, musicals. Een 70 miljoen euro daarvan zullen we mislopen.»

Wat met al jullie andere activiteiten? Studio 100 is producent van tv-programma’s en films, jullie verdelen de wereldwijde distributierechten voor tal van klassieke series als Pippi Langkous en Maja de Bij. En er is de verkoop van merchandising, van Plop-koeken tot K3-dekbedovertrekken.

«De verkoop van wat?» (de woordvoerder knikt bevestigend: «K3-dekbedovertrekken, ja dat hebben we.»)

«De winkels zijn een tijd gesloten geweest, en merchandising stelt in onze totaalomzet weinig voor.

«Er is haast geen enkel bedrijfsonderdeel dat de impact van corona niet heeft gevoeld. We hebben een grote animatiestudio in Sydney, waar heel snel is overgeschakeld op telewerk – een technisch huzarenstuk. Maar het frame-to-frame afwerken van alle tekenfilms gebeurt in lageloonlanden – vroeger China, tegenwoordig India – en die konden niet aanleveren door de strakke lockdown. Waardoor onze animatoren toch een tijd werkloos zaten te wachten.»

Jullie gaan er prat op dat Studio 100 gebouwd is op buikgevoel en intuïtie. In hoeverre is dat vandaag nog het geval?

«Natuurlijk komt er strategie aan te pas, maar alles vertrekt vanuit het gevoel. EM Entertainment was de eerste grote internationale overname voor Studio 100. Maar dat begon met Gert en ik die op de beurs in Cannes voorbij die stand wandelen, en Lassie en Flipper en Maja de Bij zien. Dat nostalgische sprak ons persoonlijk aan. De strategie komt later: we weten nu dat het goed is om die klassiekers samen met onze eigen producties te kunnen aanbieden, want het geeft een zekere legitimiteit aan zenders, en een teken van herkenning voor de ouders en grootouders.

«Een tekenfilm als 100% Wolf, dat is een investering van 10 à 14 miljoen euro. Dan ga je natuurlijk niet over één nacht ijs. Zo’n film moet binnen twintig jaar nog iets opbrengen, misschien op een toestel of een distributiemanier die we vandaag nog niet kennen. Dat is niet zo goedkoop als liveaction zoals Samson & Gert in één decor. Of Plop, met één paddenstoel. (lacht)

«Tegenwoordig maken we in Sydney ook veel producties in opdracht voor derden. Daar dragen we minder risico, want wij blijven niet de eigenaar. We hebben een film en tv-afleveringen voor de nieuwe Teenage Mutant Ninja Turtles gemaakt voor Nickelodeon USA, in een techniek die blijkbaar heel weinig artiesten onder de knie hebben. Het is 2D op speed, ik word nerveus als ik er even naar kijk.» (lacht)

Voelt dat voor u als een grote spreid­stand, tussen de Ninja Turtles en Gustave Van de Woestyne die hier aan de muur hangt?

«Dit is een hobby, geboren uit mijn eigen voorliefde voor schilderkunst. Maar ik hoef geen fan te zijn van de Ninja Turtles om die mensen in Sydney goed hun werk te laten doen. We durven onze medewerkers veel autonomie te geven. Ik durf te zeggen dat Gert en ik daar goed in zijn: mensen vertrouwen geven en laten doen waar ze het beste in zijn. Soms is dat het beste dat je als bedrijfs­leider kan doen, een stapje opzij gaan staan.

«Terwijl ik met Het Kunstuur tot in de kleinste details bezig ben. Gisteren heb ik nog eigenhandig een audio­montage voor de volgende editie woordje per woordje geknipt en geplakt. Dat was lang geleden.»

U noemt Het ­Kunstuur een hobby, maar de ambities liggen hoog.

«Het heeft geen zin om iets te ondernemen dat niet financieel levensvatbaar is. Dit is een bedrijfje dat op zich moet kunnen bestaan.

«Het begint met de fierheid om iets zo goed mogelijk te doen, en als dat lukt komt de groei automatisch. We maken ons sterk dat we dit jaar nog in twee andere steden dit concept kunnen uitrollen. Maar als dit een flop was geweest, dan hadden we niet eens durven dromen van een vervolg of een uitbreiding.»

Wat was uw grootste schrik dan?

«Simpel: dat er geen volk zou komen. We hadden kunnen afgaan als een gieter als dit was mislukt. Ik heb er toch een paar keer... krampen van gehad. (lacht) Als nieuweling een vlag planten in de museale wereld, dat is niet niks. Hier hangen werken uit privé­collecties die het publiek anders nooit te zien krijgt. Maar ook uit het Centre Pompidou in Parijs, het Museum voor Schone Kunsten Gent, de Koninklijke musea van Antwerpen en Brussel. Dat brengt een hele verantwoordelijkheid met zich mee.

«We hadden geen grote promo­campagne, dus er is blijkbaar veel mond-aan-mond­reclame geweest. Dat is voor mij het belangrijkste: dat mensen hier buitenkomen en tegen vrienden zeggen: daar moet je naartoe.

«Viktor Verhulst is hier geweest, zoon van Gert. Die heeft echt niks met kunst, je moest hem bij wijze van spreken bijna binnen duwen. Tot middernacht heeft hij me achteraf berichtjes gestuurd, dat hij schilders aan het googelen was.»

Alle werken, ook voor de volgende editie, komen uit de periode 1850 tot 1940. Waarom vindt u die tijd interessant?

«Dat is de enige schilderkunst waar ik echt iets van ken. Met hedendaagse kunst heb ik heel weinig. Dit is waar ik mee ben opgegroeid. Valerius de Saedeleer werd in de streek waar ik vandaan kom, vlak bij Aalst, op handen gedragen. Wij woonden naast onze grootvader, die ook zelf schilderde, en bij hem lagen al die boeken over schilderkunst.

«Die prachtige pure landschappen tonen me vooral wat we allemaal verknoeid hebben. Het is een idyllisch beeld van een tijd zonder files en technologie, waarin je nog in de beek kon zwemmen.

«Het is ook een tijdsbeeld, van ongeveer honderd jaar geleden, dat ons iets leert over waar we vandaan komen. Net zoals onze musicals, Daens, ’14-’18, ’40-’45 - die vertellen iets over wie wij zijn en hoe kwetsbaar de beschaving is die we hebben.»

Wat denkt u van de voorspelling dat we straks een herleving van de decadente roaring twenties meemaken?

«Ik heb gelezen dat er op Broadway in de jaren 20, na de Spaanse griep, volop theaters werden bijgebouwd. Ik ben hoopvol - dat woord heb ik al veel gebruikt in dit gesprek, merk ik. Er komt een nieuwe tijd.

«Daarom zit ik graag op deze plek: dit is een teken van hoop en nieuwe mogelijkheden. Sinds we de expo mochten heropenen, is elke dag volgeboekt. We hebben onze uren uitgebreid met nocturnes. Je voelt hoe de mensen ernaar snakken om weer mooie dingen te zien en te beleven. Ik denk dat we de juiste zaken meer naar waarde zullen schatten.»

Het Kunstuur, nog tot 31 januari in de Heilige Geestkapel in Mechelen. Reservatie verplicht. www.hetkunstuur.com

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234