'Ik heb collega's die naar dezelfde fuiven gaan als de leerlingen. Als volwassenen hebben we te veel toegiften gedaan. We moeten weer rolmodel durven te zijn’

InternaatsdirecteurPhilip Brinckman

‘We leren kinderen te veel dat je mening kunnen zeggen het allerhoogste goed is. Onzin’

Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts heeft een groep van twaalf experts samengesteld die het niveau van ons onderwijs moeten opkrikken. Aan het hoofd van de groep komt Philip Brinckman te staan, prefect en internaatsdirecteur van het Sint-Jozefscollege in Turnhout. In 2015 bracht Humo Brinckman een bezoek in zijn natuurlijke habitat, het strengste internaat van Vlaanderen, wordt weleens geopperd.

’t Is woensdagmiddag en de speelplaats loopt aardig vol. Aan de rand staan twee lege bussen te wachten. Daarin mogen straks de uitverkoren internen plaatsnemen die het voorbije schooljaar voldoende beloningsbonnetjes wisten te vergaren. Hun toegift is een reisje naar de Efteling. Brinckman – als directeur van het internaat of prefect vadert hij elke dag over de tweehonderd internen – zal zo meteen met enkele achterblijvers de bussen uitzwaaien. Gaat niet mee op uitstap: Laurent, een interne leerling uit het vierde jaar. In plaats van te genieten van een wandeling door het sprookjesbos, heeft hij deze namiddag een consequentiemoment aan zijn been. In ónze tijd heette dat nog gewoon ‘strafstudie’.

Als we Brinckman gaan opzoeken in zijn kantoor, zijn we verrast door een ietwat vreemd kunstwerk: voor z’n deur staat een witte plafondtegel. Er hangt een klodder choco op, met daarnaast een tekst: ‘Mama, ik weet niet wat me bezielde. Het spijt me zeer dat ik dit heb gedaan.’ De besmeurde tegel blijkt de oorzaak van Laurents consequentiemoment: eerder die dag had hij in de refter een lepel choco tegen het plafond gemikt. De boodschap aan zijn mama past dan weer in Brinckmans opvoedingstechnieken. Op weg naar binnen kruisen we de dader.

HUMO Hebt u ’m eens flink de mantel uitgeveegd?

Philip Brinckman (lacht) «Neenee, hij heeft zichzelf zo al genoeg gestraft. Hij was natuurlijk veel liever naar de Efteling gegaan.»

HUMO Vanwaar de boodschap aan zijn moeder?

Brinckman «Daarmee wil ik hem even laten stilstaan bij zijn tienerstreek: hij heeft niet alleen een tegel vernield, maar ook de mensen ontgoocheld die om hem geven. Laurent is een fantastische kerel. Alleen is hij af en toe wat onverschrokken. Ik kan alleen maar hopen dat hij de volgende keer wat beter nadenkt over de gevolgen van zijn overmoed.»

HUMO U bent van mening dat de thuisblijvers hun meer fortuinlijke leeftijdsgenoten moeten uitzwaaien.

Brinckman «Moeten is veel gezegd. Ik zet ze niet op een rijtje om te zwaaien. Maar ze moeten het wel kúnnen. Hun wereld mag daar niet van instorten. Ze moeten met dat soort frustraties kunnen omgaan. Dat leren jongeren tegenwoordig veel te weinig. Al van in de peutertijd willen we onze kinderen opvoeden zonder frustraties. Maar het leven is niet frustratievrij: ze krijgen te maken met ziekte of sterfgevallen, hun ouders gaan uit elkaar, ze worden overstelpt met allerlei prikkels via de multimedia. Je kan kinderen dus maar beter met frustraties leren omgaan. Goed gedoseerd helpen die bij de groei. Pas op: dat uitzwaaien is geen leedvermaak, hè. Ik sta daar zelf ook die bussen uit te zwaaien. En de thuisblijvers die het nodig hebben, kunnen bij mij terecht voor een begripvol gesprekje. Ik zal ze altijd aanmoedigen die middag eens goed te gaan sporten.»

HUMO U ontzegt uzelf best veel: als prefect woont u tijdens de week op het internaat. Alleen tijdens de weekends gaat u naar huis.

Brinckman «Dat is voor mij geen opoffering.»

'De leerlingen zijn niet slechter dan vroeger, maar ze zijn wel makkelijker te manipuleren, omdat ze materialistischer zijn.’

HUMO Mag ik het een roeping noemen?

Brinckman «Roeping, passie... Ik ben erin gerold. Vandaag lijkt iedereen te vinden dat je alles moet kunnen hebben. Ik vind dat niet. Een job als deze valt niet te combineren met een gezin. Ik heb ooit wel met het idee gespeeld, maar ik ben altijd tevreden geweest met mijn keuze.

»Ik ben hier eerder per toeval terechtgekomen in 1986, nadat ik eerst had lesgegeven aan de kadettenschool in Laken. Iemand zei me: ‘Jij moet gaan solliciteren bij de beste school van Vlaanderen.’ Als West-Vlaming ging ik ervan uit dat die school in West-Vlaanderen lag (lacht). Maar het bleek hier in Turnhout te zijn – in die tijd had je hier nog jezuïeten voor de klas staan. En kijk, ik ben er nog.»

Tieners en dolfijnen

Brinckman «Ik krijg wel vaker de vraag of dit nu echt de beste school van Vlaanderen is. Ik maak dan de vergelijking met het schaakspel (wijst naar het schaakbord dat tussen onze twee zetels in staat). Ik schaak af en toe een potje met leerlingen, terwijl we zitten te praten. Wat is de beste zet? Dat hangt af van hoe de stukken staan. Is dit de beste school? Dat hangt af van de leerling. Voor iemand die graag wordt uitgedaagd en geprikkeld, zijn wij een goede school. Iemand die graag met rust gelaten wordt, zal zich al snel opgejaagd voelen bij ons.

»Sommige scholen bootsen de leefwereld van kinderen te veel na. Dat is nergens voor nodig. We vergeten dat we tieners op die manier iets ontzeggen: contact met de volwassen wereld. De tienerwereld is er één van samen dingen beleven. Tieners willen overal bij zijn, zelfs als de paus komt. Bij volwassenen gaat het minder over beleven en meer over reflecteren. De kracht van een volwassene is nadenken over z’n eigen gedrag, terwijl tieners dat nog moeten leren. Als je hun vraagt: ‘Heb je er al over nagedacht waarom je net uit de klas bent gestuurd?’ Dan zeggen ze: ‘Nee.’ Vraag je hun: ‘Als je het opnieuw zou kunnen doen, zou je het anders doen?’ Dan blijkt toch dat ze hun gedrag zouden veranderen, dat ze minder impulsief zouden reageren. Dat is leren, dat is volwassen worden.

»Volwassenen voelen zich vandaag soms oud en versleten als ze niet rondlopen als een puber. Onlangs vierde een collega zijn 30ste verjaardag. ‘Philip,’ zei hij, ‘mijn leven is voorbij.’ 30 wordt nu gezien als de breuk tussen jong en oud. Dat had je vroeger niet. Ik heb collega’s die naar dezelfde fuiven gaan als de leerlingen en met dezelfde festivalbandjes rondlopen. Ze zitten op dezelfde Facebook, vinden dezelfde dj fantastisch. Het is allemaal in elkaar overgelopen. Als volwassenen hebben we daar te veel een toegift gedaan. We moeten weer rolmodel durven te zijn.»

HUMO Eigenlijk zegt u: vroeger was het beter.

Brinckman «Toch niet. Nu is het beter dan vroeger, voor tieners én voor volwassenen. De leerlingen zijn ook zeker niet slechter dan vroeger. Ze zijn wel makkelijker te manipuleren, omdat ze materialistischer zijn. Met afnemen of geven krijg je veel van hen gedaan.»

HUMO Op dit internaat doet u alvast een poging de technologie terug te dringen: gsm’s mogen niet en het internetgebruik is beperkt.

Brinckman «Per week zitten onze leerlingen vier avonden op internaat; drie ervan zijn ze thuis. In die vier avonden proberen we een tegengewicht te bieden voor de verstrooiing van thuis, onder meer door hun gebruik van moderne technologie te beperken. Ze krijgen geen computer op de kamer – computertaken maken ze in het internetlokaal – en alleen tussen zeven en acht ’s avonds mogen ze op het internet om te mailen of even op Facebook te gaan. Het gebruik van gsm’s is niet toegestaan op het internaat of de school. We maken er geen heksenjacht van – dat zou erover zijn – maar als ze hem gebruiken, zijn ze hem kwijt voor een week. Dat klinkt hard, maar dat mag het eigenlijk niet zijn. Dat is wat we proberen mee te geven: ‘Beste tiener, dit mag je leven niet overhoopgooien. Hier moet je tegen kunnen.’»

HUMO Jullie werken met een beloningssysteem. Met pakweg een propere kamer of een toertje ochtendjoggen kunnen ze een bonnetje verdienen. Affiches op de gangen verduidelijken waarvoor ze die bonnetjes kunnen inruilen: vier hebben ze er nodig voor een extra barmoment – zonder alcohol weliswaar – en voor acht bonnetjes mogen ze naar de film.

Brinckman «Eigenlijk was ik tegen zo’n beloningssysteem. Ik heb er zeven jaar geleden mee ingestemd om te bewijzen dat het níét werkt. Toen had je nieuw wetenschappelijk onderzoek bij tieners, waaruit bleek dat belonen veel beter werkt dan straffen. ‘Als je iets aan het gedrag van tieners wil veranderen,’ zei de wetenschap, ‘dan moet je hen keer op keer belonen, tot het goede gedrag ingesleten is in hun neuronenbanen.’ Behaviorism heette dat vroeger. Ik ben zelf Bruggeling en ben opgegroeid met het Dolfinarium. Dat belonen deed me denken aan hoe dolfijnen vroeger voor een paar visjes een buiteling maakten. Terwijl ik zelf ben opgevoed met het adagio: je doet iets omdat het je plicht is. Niks beloning.

»Hier in het internaat hadden we vooral een probleem met orde en netheid op de kamers, dus zijn we daar begonnen met de beloningsbonnetjes. Was hun kamer opgeruimd, dan kregen ze een bonnetje. En wonder boven wonder: het werkte. Nu hoeven we maar door de gang te lopen en te roepen: ‘Poetsbonnetjes!’ en de meesten beginnen spontaan de prullenmand te legen en het gordijn recht te trekken.»

HUMO Was u ontgoocheld in de tieners? Ze bleken toch meer dolfijn dan u had gedacht.

Brinckman «Toch niet. Zo zijn mensen nu eenmaal. Volwassenen doen ook iets extra voor een complimentje. Het mag alleen geen verwennerij worden.»

HUMO Als u de bonnetjes morgen schrapt, blijven ze dan hun kamer opruimen?

Brinckman «Het mooie aan het beloningssysteem – en dat is ook wat onderzoek uitwijst – is dat ze het goeie gedrag ook zullen blijven volhouden als de beloning wegvalt. Maar daarvoor moet je het wel eerst jaren volhouden. Helaas werkt het niet bij iedereen. Sommige mensen lijken nu eenmaal genetisch bepaald om slordig te zijn. Die kunnen we met bonnetjes niet helpen. Zo hebben we er ook een aantal rondlopen: die zullen nooit een schoonmaakwedstrijd winnen.»

HUMO Zij mogen nooit mee naar de Efteling?

Brinckman «Niet met poetsbonnetjes, maar ze kunnen wel op andere manieren bonnetjes verdienen. En de Efteling is ook maar de Efteling, hè. Sommigen hebben genoeg bonnetjes, maar gaan toch niet mee. Ze geloven niet meer in sprookjes.»

'Dat is het grote geheim van opvoeden: een band smeden met een tiener, ook als hij er alles aan doet om die te verbreken’

Genoeg zeggenschap

Brinckman «Om iemands gedrag te veranderen, moet je tijd en geduld hebben, en vooral ook een band met hem opbouwen. Dat is het grote geheim van opvoeden: een band smeden met een tiener, ook als hij er schijnbaar alles aan doet om die te verbreken. Het voordeel is dat we deze tieners al van jongs af aan onder onze hoede krijgen. Ze weten dat ze met mij en de andere opvoeders kunnen praten. ’s Avonds, als ik door de slaapgangen van de jongere jaren loop, horen ze mijn sleutelbos in mijn jaszak rammelen. Willen ze babbelen, dan zetten ze hun deur op een kier en ga ik op de vensterbank zitten voor een gesprekje. Bij de jongste internen gaat het dan vaak over heimwee. Of soms worden er leerlingen gepest. Om een pestprobleem aan te pakken hebben we hier op school een hele strategie uitgewerkt.»

HUMO U geeft de gepeste wat assertiviteitstraining?

Brinckman «Assertief vind ik een slecht woord. We leren kinderen te veel dat je mening kunnen zeggen het allerhoogste goed is qua persoonlijkheidsontwikkeling. Onzin, vind ik. Ik geef ook niet altijd mijn mening: het is een momentopname, geen feit.

»Gepest worden kan echt traumatisch zijn en we nemen het hier zeer ernstig – we hebben zelfs een Raad van Verdraagzaamheid, waarin dertig leerlingen van de derde graad zetelen. Maar soms wordt er te weinig onderscheid gemaakt tussen pesten, plagen en ruziemaken. Dan krijg ik leerlingen over de vloer die klagen dat ze worden gepest. Leg ik beide verhalen naast elkaar, dan merk ik: ‘Jongens, er wordt hier niemand gepest. Jullie maken gewoon ruzie.’ Ook voor ouders is dat onderscheid soms moeilijk te maken. Dat is zoals met een schilderij: je moet dat met wat afstand bekijken om het goed te kunnen zien. Sommige ouders zitten ín het schilderij van hun kind. Ze zien hun kind niet meer.»

HUMO Vindt u de ouders van tegenwoordig niet meer opgewassen tegen hun taak als opvoeder?

Brinckman «Ouders hebben het veel moeilijker dan vroeger. De vanzelfsprekendheid van hun ouderlijke macht is weggevallen. Vroeger had je macht, wist je het beter, gewoon omdat je nu eenmaal ouder bent. Dat idee werd gedragen door de hele maatschappij. Nu moet je als ouder voortdurend jezelf verantwoorden. Je moet ook altijd maar onderhandelen. Zelfs met kleuters doen ouders dat tegenwoordig. Dan zie ik zo’n kleuter met z’n mama in de Delhaize staan: ‘Wat wil je eten?’ Antwoordt de kleuter: ‘Een pizza.’ Waarop die mama: ‘Die pizza? Of liever die pizza?’ Nee, zo doe je dat niet.»

HUMO Vanavond schaft de pot bloemkool.

Brinckman «Precies. Mama bepaalt. Hoogstens kan je vragen: ‘Wat wil je erbij drinken: water of fruitsap?’ Da’s al genoeg zeggenschap voor een kleuter. Als je je kleuter als een tiener behandelt, krijg je straks een verwende tiener die à la carte wil eten.»

HUMO Je kunt een kind maar beter van jongs af in het gareel houden?

Brinckman «Dat vind ik zo’n foute uitdrukking. Het klinkt alsof je weleens een tik uitdeelt, terwijl dat precies de reden is waarom ik in het onderwijs ben gegaan: ik had vroeger een leraar die mijn beste vriend sloeg. Ik ben opgekomen voor mijn vriend en daar heeft die leraar me een jaar lang voor laten boeten. Maar intussen ben ik daar wel over, hoor (lachje).»

HUMO Hebt u het idee dat de jongeren die hier afzwaaien, beter voorbereid zijn op het leven?

Brinckman «We moeten nederig zijn: onze leerlingen zijn sowieso vrij sterk. We mogen pas trots zijn als we het gevoel hebben dat we die sterke leerling iets extra hebben kunnen meegeven, dat we niet gewoon hun aanwezige talent hebben aangescherpt. Dat is ook ons streefdoel: niemand is veroordeeld tot middelmatigheid – niet alleen op intellectueel vlak, maar ook daarbuiten. We moedigen de internen aan om hun schouders onder allerlei initiatieven te zetten: ze zijn trainer van een sportploeg of zetelen in de milieuraad. Je zou ervan versteld staan hoe groot het engagement van sommige tieners is.»

HUMO Maar streng vindt u deze school niet.

Brinckman «De jezuïetenopvoeding heeft nog altijd de naam streng of zelfs een tikkeltje hard te zijn. Streng mag, vind ik, maar hard niet. Je mag nooit op de man spelen. Maar liever dan streng noem ik het Sint-Jozefcollege duidelijk. Streng houdt in dat je mensen iets ontzegt, terwijl wij net hun leven proberen te verrijken door ze uit hun comfortzone te halen en zo te laten groeien. Bijvoorbeeld met regels. Om maar iets te noemen: onze leerlingen van de eerste graad gaan ’s avonds zwijgend in de rij naar de studie. Dat lijkt misschien niet meer van deze tijd. Babbel je toch? Geen probleem, maar dan moet je wel de gevolgen dragen. Nog zo’n regel is: niet duwen of trekken. Ruziemaken kan weleens gebeuren, maar als ze elkaar beginnen te duwen, dan treden we op.»

HUMO Met strafstudie?

Brinckman «Nee, met een consequentiemoment (lacht). Kleuters krijgen straf, tieners een consequentie.»

'Een school moet een beetje heilige grond zijn, daarom: géén drank- en snoepautomaten, géén affiches van fuiven’

‘Meneer, u bent soft!’

Wat de leerlingen hier duidelijk wél wordt ontzegd, zijn drank- of snoepautomaten: geen spoor ervan in de gangen. En behalve affiches over het beloningssysteem ontbreekt ook elke andere aankondiging of reclame op de muren.

Brinckman «Een school moet een speciale plaats zijn, een beetje heilige grond. Daarom: géén automaten, géén affiches van fuiven. Wij doen trouwens niet aan fuiven. Onze laatstejaars gaan naar een echt bal. Maar eerst moeten ze zes danslessen volgen. Ze zeuren wel over die lessen, maar achteraf zijn ze blij. Met die drank- en snoepautomaten is het precies hetzelfde. Soms haal ik een grapje uit met oud-leerlingen: ‘Mannen, ik heb toegegeven. Er staat nu toch een cola-automaat.’ Kwaad dat ze dan zijn! ‘U bent soft geworden, meneer!’ Terwijl ze er zelf ooit voor hebben zitten ijveren.

»Een school moet ook een beetje tegendraads zijn. Ze moet een tegengewicht bieden voor de consumptiemaatschappij. Neem nu iPads: die zijn goed om informatie te verzamelen, maar niet om kennis te verwerven. Kinderen worden overstelpt met een overvloed aan informatie. Als kind vond ik bij mijn oma eens een groot pak suiker in de kelder. ‘Da’s om energie te hebben als het ooit weer oorlog wordt,’ zei ze. Zo dachten ze vroeger: suiker geeft energie. Intussen weten we wel beter. Met informatie is dat net zo: te weinig informatie is niet goed, maar met te véél informatie worden kinderen onrustig en angstig en verliezen ze hun focus. Ooit zullen we tegengas bieden aan die ongebreidelde informatiestroom, maar intussen raken kinderen wel verslaafd.»

HUMO Ik hoorde dat u zelf ook wat van een gameverslaving hebt.

Brinckman «Ik ben een speler, ja. Ik hou van bordspelen. Mocht ik vandaag een tiener zijn, ik zou zeker gamen. Om eens te kijken waarom iedereen daar zo enthousiast over deed, ben ik ‘Call of Duty: Black Ops’ en ‘Assassin’s Creed’ gaan spelen. Sommige leerlingen werden wild toen ze het hoorden. Maar na drie maanden werd ik op de eerste dag van de kerstvakantie wakker met als eerste gedachte: ‘Wanneer kan ik vandaag gamen?’ Ik heb mijn PlayStation in een doos gestopt, dichtgetapet met bruine plakband en op de kast gezet. Daar staat ze nog.

»Door mijn ervaring kan ik nu wel makkelijker met leerlingen praten die gameverslaafd zijn. Nathan mocht hier pas beginnen als hij zijn PlayStation aan mij gaf. Ik wist dat hij in z’n eentje nooit van zijn verslaving af zou raken. Een paar maanden geleden is hij hem komen terugvragen. Niet om weer te gaan gamen, maar om hem te verkopen.»

HUMO U selecteert eigenhandig de leerlingen die naar dit internaat mogen komen.

Brinckman «Selecteren is een groot woord. Een internaat is een kans. Ik kijk vooral naar het enthousiasme van de kandidaten. Iemand die twijfelt, van wie de ouders het liever willen dan zij, nemen we nooit aan.

»Dit is nu een aso-school, maar het soort onderwijsklimaat dat wij bieden, zou je net zo goed in een bso-school kunnen organiseren. Elke leerling, uit welke richting ook, zou aangespoord moeten worden om een krant te lezen of over cultuur mee te praten. Een school moet kinderen niet alleen maar opleiden om dozen te vouwen omdat het VOKA geen jongeren meer vindt die dozen willen vouwen. De vorming die een school biedt, moet dieper gaan.»

HUMO Misschien zijn er kinderen die het nooit verder zullen schoppen dan dozenvouwer.

Brinckman «Misschien. Maar een dozenvouwer die ’s avonds toneelspeelt, bij de voetbalclub zit en daar ook nog eens materiaalmeester is, zal op een andere manier dozen vouwen, met veel meer gevoel voor eigenwaarde.

»Goed onderwijs schept kansen, maar creëert ook ongelijkheid. Da’s jammer. Ik had ook graag bij een topclub gevoetbald, maar ik had er niet genoeg talent voor. Da’s oké: ik kom uit een arbeidersgezin en ik heb andere kansen gekregen. Misschien is dat wel de definitie van goed onderwijs: ongelimiteerd kansen geven, ook als leerlingen ze niet meteen grijpen. Als we merken dat een leerling het moeilijk krijgt, dan houden we het zo lang mogelijk vol. Ik heb het net nog gevraagd aan Laurent: ‘Moet ik het opgeven?’ ‘Nee,’ zei hij. Zolang hij niet opgeeft, laten wij ook niet los.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234