Het leven zoals het isPolitie in coronatijden

'We zijn beter voorbereid op een volgende terroristische aan slag dan op dit'

In tijden van nood rekenen we op de politie, maar ook in de rangen van onze ordediensten heerst chaos en verwarring. Duizenden lokale agenten gaan massaal de straat op om de lockdownmaatregelen te doen naleven, en rukken uit om brandjes te blussen bij burenruzies en huiselijk geweld. Zonder mondkapjes of handschoenen, want die zijn er veel te weinig. En dus leeft ook in het korps angst voor besmetting. 'We patrouilleren nu met de handschoenen van de poetsvrouw.'

Liever luisteren naar dit verhaal? Hieronder de door Blendle ingesproken versie:

'Hoe de situatie bij ons is? Eén woord: chaos.' Een hoofdinspecteur van een kleine lokale politiezone in Limburg windt er geen doekjes om. 'We zijn hier totaal niet klaar voor. Vandaag is eindelijk een lading mondkapjes aangekomen, maar het zijn er natuurlijk veel te weinig, zodat niet iedereen er één heeft. Bij de collega's zit de angst er goed in. Verlies je je mondkapje even uit het oog, dan verdwijnt het onmiddellijk. En ook de bussen met handgel worden gepikt. Agenten zijn bang om nog interventies te doen, en willen ook niet meer bij elkaar in de auto zitten om te patrouilleren. In verschillende politiezones worden nu éénmansploegen gevormd. Ze zijn ook zenuwachtig als ze iemand moeten aanhouden, want wat als die persoon besmet is?’

Ook de al jaren aangeklaagde onderbezetting van de korpsen wreekt zich nu, omdat steeds meer agenten zelf uitvallen - door ziekte, of omdat ze bezorgd zijn om hun eigen gezin te besmetten. Gevraagd naar de impact van corona, klinkt het: 'Eerlijk, we zijn beter voorbereid op een volgende terroristische aanslag dan op dit.'

In de noodcentrale in Brussel, waar de oproepen binnenkomen, was het corona-effect eerst merkbaar aan het aantal oproepen over diefstallen. 'Dat aantal daalt al meer dan een week spectaculair,' vertelt een inspecteur die aan de dispatching zit en interventieploegen uitstuurt naar noodsituaties.

Een anonieme agent: 'Als we samenscholende jongeren aanspreken, worden ze verbaal agressief. Of ze lachen ons uit en beginnen luid te kuchen: 'Ik heb corona! Ik ben ziek!''

DISPATCHER D. «Het aantal winkeldiefstallen is bij ons met 80 procent gedaald. Ook voor zakkenrollers valt er niks te rapen: weinig volk op straat, en al zeker geen Aziatische toeristen, traditioneel hun favoriete slachtoffers. Die zijn nogal nonchalant met hun portefeuille, omdat stelen in de oosterse cultuur ondenkbaar is. Ze hebben ook altijd veel geld op zak. Er zijn ook bijna geen inbraken in woningen meer, want iedereen zit thuis. We verwachten wel dat het aantal inbraken in winkels, bedrijven en cafés zal toenemen, want die staan nu leeg.

»Op dit moment zien we een enorme stijging van het aantal oproepen over burenruzies en huiselijk geweld. Conflicten tussen buren die al lang aanslepen, hebben maar een klein vonkje nodig, nu iedereen thuis is. We hebben onze habitués: mensen in appartementsblokken bij wie we geregeld moeten langsgaan. Daar is de situatie nog explosiever dan voorheen: we gaan er langs, maar 24 uur later zit het er weer bovenarms op. Vechtpartijen op café, waar drank en drugs mee gemoeid zijn, verplaatsen zich nu naar woningen.

»Dat het aantal gevallen van geweld binnen het gezin zou gaan toenemen, hadden we allemaal verwacht, zeker in huishoudens waar er al spanningen waren. We zien nu al een verdubbeling van het aantal oproepen. Soms bellen kinderen van 5 à 6 jaar: 'Mama en papa maken weer ruzie.' Ofwel komt er binnenkort een babyboom, ofwel een echtscheidingspiek - of allebei.

»Er zijn ook oplichters die munt proberen te slaan uit de angst voor corona. Ze doen zich voor als gezondheidswerkers en proberen vervolgens bij oudere mensen binnen te raken 'om te kijken of ze niet besmet zijn', om ze dan te bestelen.»

In Brussel ondervindt interventieagent A. hoe veel mensen bellen naar het nummer 101 om te vragen of de politie even wil gaan kijken bij hun oude moeder, of een zieke oom die de telefoon niet opneemt.

INTERVENTIEAGENT A. «Die mensen willen zelf niet buitenkomen, uit angst besmet te raken, dus moet de politie het maar doen. Zo zeggen ze het letterlijk tegen de dispatcher! Die is verplicht om die oproepen door te geven aan de patrouilles. Vorige nacht moesten we van het ene adres naar het andere rijden om te kijken of mensen die de telefoon niet opnamen wel oké waren. Dat was gelukkig wel het geval.

»In twee dagen tijd is onze patrouille ook zes keer naar het ziekenhuis geroepen omdat er heibel was op de spoed-afdeling. Mensen die de boel op stelten zetten omdat ze vonden dat zij als eerste een coronatest moesten krijgen... Dit virus brengt niet altijd het beste in de mens naar boven.

»Sinds het samenscholingsverbod is uitgevaardigd, moeten we massaal de straat op voor controles en ordehandhaving. Onze oversten willen dat de controles heel zichtbaar zijn, en dat we echt gaan controleren of mensen op weg zijn naar hun werk, de winkel of het ziekenhuis. In Brussel zetten ze daar nu bijna dubbel zoveel agenten voor in, de diensturen zijn helemaal omgegooid. Dat is niet houdbaar, want we wáren al onderbemand. We krijgen enorm veel oproepen over nachtlawaai en burgerlijke ongehoorzaamheid.»

HUMO Wordt het samenscholingsverbod dan niet goed opgevolgd?

DISPATCHER D. «In het centrum van Brussel mag je na twaalf uur 's nachts geen alcohol meer drinken en nu ook niet meer in groep rondhangen. Natuurlijk zijn er een hoop slimmeriken die dat verbod aan hun laars lappen.»

INTERVENTIEAGENT G. (Limburg) «Dat is overal een beetje het probleem: blijkbaar is de ernst van de zaak bij veel mensen nog niet helemaal doorgedrongen. Jongeren hangen nog steeds rond in groepjes aan basketbalpleintjes en skateparken. Als we ze daarop aanspreken, worden ze verbaal agressief. Of ze lachen ons uit en beginnen luid te kuchen: 'Ik heb corona! Ik ben ziek!' Dronkenlappen spuwen naar de politie. Maar ook bij ouderen merken we nog veel onbegrip. Collega's die een groepje zestigplussers aan de visvijver benaderden, werden verrot gescholden: 'Hebben jullie niets belangrijkers te doen?' Ik hoop dat die nonchalance zal omslaan in verantwoordelijkheidsgevoel als de dodentol stijgt.»

HUMO We horen dat burgers elkaar massaal verklikken bij de politie: 'De buren hebben een feestje met vrienden.'

HOOFDINSPECTEUR K. (Limburg) «O ja. Dat soort oproepen houdt niet op. 'Er zijn kinderen aan het spelen op het speelpleintje.' 'De carwash in die straat is nog open.' Veel mensen doen dat met goeie bedoelingen, maar er zit natuurlijk ook veel afgunst bij. Je blijft binnen met je kinderen en je ziet dat de kinderen van een ander gezin wél buitenspelen. Je hebt je eigen carwash moeten sluiten en je ziet dat een andere carwash openblijft en wél geld blijft verdienen.»

HUMO Hoe zien jullie de situatie in de komende weken evolueren?

DISPATCHER D. «We maken ons vooral zorgen om de mensen die uit de boot gaan vallen. Daklozen kunnen nergens heen en zullen op straat rondzwerven, want veel opvangcentra sluiten de deuren. Hetzelfde voor vluchtelingen en transmigranten die in grote groepen aan het Brusselse Noordstation en in het Maximiliaanpark zitten. Ze zijn daar nu geëvacueerd wegens het samenscholingsverbod, maar waar moeten ze naartoe? Ze zullen overal in de stad verspreid raken, en misschien dragen ze het virus bij zich, want er is een groep die recent via Italië naar hier is gekomen. Het aantal nieuwkomers zal nu wel stilvallen, aangezien mensensmokkel moeilijk wordt met zoveel gesloten grenzen.»

HUMO Er zijn ook al 300 mensen zonder papieren vrijgelaten uit de gesloten detentiecentra.

DISPATCHER D. «De vraag is waar zij zullen terechtkomen. Onze grootste bekommernis zijn de drugsverslaafden. In elke grootstad hangen er nogal wat zware gevallen op straat rond. Hoe gaan die reageren als ze niet meer aan hun dagelijkse dosis raken? Drugs zullen wellicht tijdelijk schaarser worden, en dus duurder. En dan vrezen we voor overlast.

»Prostitutie is gewoon stilgevallen. Niemand gaat nog. Maar ook bij de sekswerkers zijn er velen die het geld nodig hebben om drugs te kopen. Ze zullen hun weg naar de drugs zeker vinden, maar hoe?»

De politie van Diest ging op stap met een stok, om duidelijk te maken dat mensen afstand moeten houden. Een hoofdinspec-t­eur getuigt: 'Er is geen draaiboek en dat zorgt voor onrust.'

'TREK JE PLAN'

Ironisch genoeg voelt de politie zich dezer dagen zelf niet veilig op straat, zo zonder beschermingsmateriaal tegen het virus. Vooral agenten van de lokale interventieploegen zijn kwetsbaar, omdat zij uitgestuurd worden naar noodsituaties. Brussels politieagent B. zit al vier dagen in quarantaine met een zware hoest en koorts wanneer we hem contacteren.

INSPECTEUR B. «Ik weet niet of ik Covid-19 heb, want ik ben niet getest. Maar de kans is groot dat ik dit beestje vorige week heb opgelopen bij een arrestatie van iemand die bijna zeker besmet was met het coronavirus. Vorige donderdag hebben we in Brussel een man opgepakt die de bewoners van een appartementsblok terroriseerde, auto's van de bewoners beschadigde en een jonge moeder en haar kinderen met de dood bedreigde. Geen doetje. Wij moesten 'm oppakken en naar het commissariaat brengen. Natuurlijk kun je dan geen anderhalve meter afstand houden. Ik heb hem de boeien aangedaan en gefouilleerd. In de auto op weg naar het commissariaat zat ik naast hem op de achterbank. Een doordeweeks fait divers in Brussel zoals we er tien op een dag hebben, maar met vervelende gevolgen.

»Toen we hem arresteerden, leek er niks mis met de man, maar 's anderendaags, toen de collega's hem uit de cel haalden, begon hij erg te hoesten en had hij koorts. Normaal gezien moest hij voorgeleid worden om te kijken of hij aangehouden zou blijven, maar de magistraat weigerde om hem te zien, uit angst voor besmetting. En dus brachten mijn collega's hem naar het ziekenhuis, waar een dokter hem onderzocht en zei dat er 85 procent kans was dat hij Covid-19 onder de leden had. Testen wilde de dokter niet doen. Ook onze collega's werden niet getest, dat vond de dokter 'niet opportuun' aangezien de man al vijf dagen ziek was. Rare uitleg, maar goed. Omdat het niet duidelijk was hoe het verder moest, brachten de collega's hem terug naar de cel in het commissariaat. Met een papier op de celdeur om iedereen te waarschuwen dat er mogelijk een coronapatiënt in zat. Uiteindelijk hebben ze hem vrijgelaten, wat moesten ze anders? Maar toen waren al zeker acht collega's in nauw contact met hem gekomen. Toch werd er beslist dat alle agenten gewoon verder moesten blijven werken zolang ze geen symptomen vertoonden.

»Twee dagen later had ik prijs: hoesten, koorts. Ik heb lang getwijfeld of ik wel thuis zou blijven. Wij zijn flikken, wij laten ons niet zomaar imponeren door een vallingske. Maar ik was bezorgd om mijn collega's. Wil ik echt verantwoordelijk zijn als iemand straks aan de beademingsmachine hangt? Nee.

»Maar ik ben dus wel nog één dag gaan werken. Op die ene dag ben ik in contact gekomen met een twintigtal collega's, ik ben in de refter geweest, in de verhoorkamer, in het cellencomplex en in de dienstwagens... Ik kan niet tellen hoeveel burgers ik die dag ben tegengekomen tijdens interventies. Er was onder meer een opstootje aan de Lidl. De supermarkt had de deuren even gesloten omdat er te veel klanten binnen waren, en buiten stond een man of dertig op de deuren te bonken, uit angst dat er niks meer over zou zijn voor hen. Massahysterie, hè. Die ene veiligheidsagent die ze voor de deur gezet hadden, kon het natuurlijk niet aan, en dan worden wij erop afgestuurd. We hebben die mensen uiteindelijk kunnen kalmeren. Maar afstand houden gaat dan niet, hoor.

»Intussen heeft iedereen een mondkapje gekregen. Eén! Terwijl we zo'n twintig keer per dag uitrukken. Er is ons gevraagd om dat mondkapje alleen op te zetten als we een ziek persoon oppakken of vervoeren, 'anders zaaien we paniek bij de bevolking'. Maar wat als er iemand spuwt naar ons, of als er gevochten wordt? En er zál nog veel gevochten worden, want de mensen zijn gespannen. Wij staan in de frontlinie. Daar hebben we ook voor gekozen. Maar we worden in een oorlog gestuurd zonder wapens.»

WEGPOLITIEAGENT R. «Wij patrouilleren met de handschoenen van de poetsvrouw.»

INTERVENTIEAGENT A. (Brussel) «Agenten die te voet patrouilleren, hebben bij ons geen mondkapje en geen desinfecterende handgel. Ik kan begrijpen dat de hospitalen voorrang krijgen op ons, maar wij moeten toch een minimum aan uitrusting hebben? Ik ben ongerust, en ik ben niet de enige. Voorlopig moet iedereen die geen griepsymptomen vertoont, blijven werken. Maar als ik morgen besmet raak, kan ik ook mijn collega's besmetten, de mensen op straat die ik controleer, mijn drie kinderen thuis, mijn familie.»

DISPATCHER D. «Mijn grootste bezorgdheid is mijn gezin. Ik heb een vrouw en een dochter die allebei thuisblijven, ik ben de enige die de besmetting kan binnenbrengen. Nu ben ik van plan om op hotel te gaan als ik werk, zodat ik geen risico meer ben voor hen. Maar we krijgen bijzonder weinig steun van de overheid. 'Trek je plan', is het devies.»

HOOFDINSPECTEUR K. (Limburg) «Het vervelende is dat niemand van ons goed weet welke richtlijnen we moeten volgen. Er komen er van het parket en van het nationale crisiscentrum, maar in elke politiezone moeten de lokale korpsoversten zelf beslissen hoe ze het gaan organiseren. Hoe moeten we patrouilleren, mensen aanhouden en verhoren? Hoe moeten we overtreders van het samenscholingsverbod verbaliseren? Wat moet je doen als je een hele dag op patrouille bent geweest met een collega die de volgende dag ziek blijkt? Het is overal anders. Er is geen duidelijk draaiboek en dat zorgt voor onrust.»

INSPECTEUR B. (Brussel) «Intussen vallen collega's één na één uit. In onze zone zijn het er al meer dan dertig. Ik hou mijn hart vast voor een uitbraak in onze rangen. In Brussel is er al jaren een structureel personeelstekort van 20 procent. Het systeem is altijd blijven draaien op de inzet en goodwill van hardwerkende mensen op het terrein. Maar een crisis als deze legt al die tekortkomingen meedogenloos bloot.»

Volgens de officiële cijfers zaten afgelopen vrijdag 327 politieagenten thuis in quarantaine en waren er toen vijf mogelijke coronabesmettingen, waarvan één bevestigd. 'Ik begrijp de onrust,' zegt Nicholas Paelinck, voorzitter van de Vaste Commissie van de lokale politie.

NICHOLAS PAELINCK «Onze mensen op het terrein moeten in heel moeilijke omstandigheden werken en zijn, net als de rest van de bevolking, bang om besmet te raken. Iedereen applaudisseert voor het medische en verzorgende personeel - en terecht - maar de politie wordt dikwijls vergeten.

»We proberen de onrust in de korpsen op te vangen met de hulp van psychologen. Met de nieuwe levering van vijf miljoen mondkapjes hopen we ook de korpsen beter te kunnen bevoorraden. Na een week van chaos zijn er nu ook nieuwe en duidelijke richtlijnen voor alle korpsen uitgevaardigd.

»De grootste uitdaging is nu om de komende maanden te kunnen blijven draaien met zo weinig mogelijk zieken. Gelukkig zijn er geen voetbalmatchen en wielerwedstrijden meer, zodat we dat personeel voor andere dingen kunnen inzetten. Hadden we al die evenementen niet geschrapt, dan zaten we nu al dik in de problemen.»

INSPECTEUR B. «We waren net een beetje op onze positieven aan het komen na de aanslagen van 22 maart 2016. Maar eerlijk gezegd ben ik nu banger dan na de aanslagen, omdat we in oorlog zijn met een onzichtbare vijand. Er is geen logica, er zijn geen regels, geen morele afwegingen. Iedereen kan slachtoffer worden, zonder onderscheid. Het coronavirus treft ons allemaal.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234