Weeping Songs: de dood en de muze van Nick Cave'

Op donderdag 8 september – en alleen dan – kunt u in de bioscoop gaan kijken naar ‘One More Time with Feeling’, de documentaire over hoe Nick Cave op zijn nieuwe plaat ‘Skeleton Tree’ de dood van zijn 15-jarige zoon Arthur Cave verwerkt heeft. Een film onder een inktzwart gesternte dus, en opdat u in de juiste stemming naar de cinema zou trekken, gaan we hier alvast na hoe andere muzikanten hun traumatische ervaringen in het verleden van zich af hebben geschreven.

Over de songs op ‘Skeleton Tree’ wordt door de bevoegde instanties voorlopig alleen in steno gecommuniceerd: enkel zakelijke, weinig zeggende info, nauwelijks details. Over ‘One More Time with Feeling’ weten we gelukkig meer. Dat regisseur Andrew Dominik een oude bekende is, bijvoorbeeld, want voor diens film ‘The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford’ (2007) schreef Cave destijds, samen met Warren Ellis, de soundtrack. Dat het – net als de faux-docu ‘20,000 Days On Earth’ (2014), een fictief etmaal in het leven van Cave – een inkijk zal bieden in de werkwereld van de vleermuis, daar in zijn spartaans ingerichte kantoortje in Brighton. Dat zwart-witbeelden en kleur elkaar zullen afwisselen. Dat er op een rauwe, pijnlijk eerlijke manier ook aandacht zal gaan naar het rouwproces van de Opper-Seed. En dat er niet alleen in België naar gekeken zal worden: 8 september is wereldwijd Cave-dag.

One more time with feeling’ is ook wat regisseurs op de set zuchten als de acteurs hun zinnen weer eens apathisch staan aframmelen. En het is tot slot ook de titel van een zeven jaar oude Regina Spektor-song, met de in deze context passende zin ‘Your stitches are all out / But your scars are healing wrong’.

Het heeft iets pervers om wild te fantaseren over de inhoud van een sereen bedoelde plaat van een wereldster die net een kind heeft verloren, maar dat hield de verzamelde fanfora en journalisten de voorbije maanden niet tegen. De al vrijgegeven, zwarte hoes is koren op de molen. Cave is sowieso nooit een zonnetje geweest: de meest voorkomende woorden in de Humo-besprekingen van zijn vorige platen waren ‘morbide’, ‘deprimerend’, ‘dreigend’, ‘donker’, ‘luguber’ en ‘tijdbom’. Een Cave zonder voorafgaande gezinstragedie ís een tijdbom – kruip voor ‘Skeleton Tree’ dus alvast preventief in je atoomschuilkelder. Maar: dat is dus speculatie.

Op dit moment kennen we alleen de songtitels. Sommige sturen je in een rechte lijn naar het verlies en het verdriet: ‘I Need You’, ‘Distant Sky’, ‘Skeleton Tree’, ‘Jesus Alone’... Andere titels zoeken een omweg, laten meer aan de verbeelding over. ‘Girl in Amber’ is er zo één. AMBER is in de Verenigde Staten een alarmsysteem voor ontvoerde en verdwenen kinderen, amber is ook de naam van een lsd-soort. Toen Arthur Cave, de zoon van Cave en Susie Bick, in juli 2015 van een klif in Brighton viel, was hij onder invloed van lsd. Speculatie. En we houden er nu mee op.

Wrang ironisch is nu, in hindsight, het laconieke persbericht dat Cave uitstuurde naar aanleiding van de release van ‘Nocturama’ (2003): ‘There have been no deaths or hospitalisations during the recording of this album.’ En niemand die ervan uitging dat Cave ooit een plaat zou maken met een nóg morbider onderwerp dan ‘Murder Ballads’. Overigens is Cave, voor zover we weten, de enige muzikant van wie een fan ooit een hitlist heeft samengesteld van het aantal lijken, gerangschikt per cd (‘Henry’s Dream’: moordenaars (3), slachtoffers (3), verkrachtingen (2), etc.).


Candle in the Wind ’98

Ons is opgedragen om u, lezer en Cave-fan, aan de juiste stemming voor uw Kinepolis-bezoek te helpen. En dus buigen wij ons vandaag over de optelsom ‘menselijke tragedie + muzikaal talent = onmenselijk mooie plaat’, en over de vraag of die enige validiteit heeft. (Alsof de verwachtingen voor de nieuwe Nick Cave & the Bad Seeds na de subtiele, minimalistische en vernieuwende viersterrenplaat ‘Push the Sky Away’ zó al niet hooggespannen waren.) Gelukkig heeft de muziekgeschiedenis enkele mooie voorbeelden in onze korf gelegd.

We beginnen bij ‘Electro-Shock Blues’ van Eels, want: waar anders? Frontman Mark ‘E’ Everett zingt op de tweede Eels-plaat onophoudelijk over dood, kanker, zelfmoord, dood, dood en dood, en dat terwijl hun debuut, ‘Beautiful Freak’, bij momenten toch redelijk vrolijk was – of op zijn minst bitterzoet. Maar tussen die twee platen door is Mister Tragedy een paar keer bij E op visite geweest. Zijn aan schizofrenie lijdende zus pleegde zelfmoord (de plaattitel verwijst naar de behandeling die ze eerder in een instelling had gekregen). Zijn moeder stierf aan longkanker. En veel vroeger was ook zijn vader bezweken aan een zwak hart: het was de toen 19-jarige E die het lijk vond. Alleen al de songtitels van ‘Electro-Shock Blues’ spreken boekdelen: ‘Elizabeth on the Bathroom Floor’. ‘Going to the Funeral Part I’. ‘Cancer for the Cure’. ‘My Descent into Madness’. ‘Hospital Food’. ‘The Medication Is Wearing Off’.

Toch is ‘Electro-Shock Blues’ – zestien tracks en alle zestien perfect – geen door en door zwarte plaat van iemand die er finaal de brui aan geeft. Destijds zei E, nog bekomend van de zoveelste begrafenis, tegen Humo-collega (gvn): ‘Ik wilde geen song aan mijn zuster en alle anderen opdragen, hè. Ik wilde geen ‘Candle in the Wind ’98’ maken. Het ging gewoon om mijn verwerkingsproces. Ik merkte dat ik mezelf hielp door erover te schrijven, dat is alles.’ Daarom zingt hij op de plaat ook: ‘I was thinking about how everyone was dying / And maybe it’s time to live’.

De regel is níét: hoe meer doden, des te hartverscheurender de plaat. Op ‘Carrie & Lowell’ beschrijft Sufjan Stevens de leegte die achterbleef toen zijn moeder hem en de rest van haar gezin achterliet. De dodenteller blijft hangen op één – mama Carrie stierf in 2012, na een leven vol alcohol, drugs en depressies – maar het is niettemin een collectie songs die je elke keer wezenloos achterlaat. Humo-recensent (hs): ‘Als verdriet slechts een muur is tussen twee tuinen, zoals een Chinees spreekwoord zegt, dan is die muur bij Sufjan Stevens door de jaren heen uitgegroeid tot een labyrint, waarin hij ronddwaalt op zoek naar antwoorden die hij nooit zal vinden.’

De hele band Sophia, twee weken geleden nog te bewonderen op Pukkelpop, had zelfs nooit bestaan als frontman Robin Proper-Sheppard niet op zoek was gegaan naar een uitlaatklep voor zijn verdriet. Verdriet om de plotse dood van Jimmy Fernandez, bassist bij Proper-Sheppards vorige band The God Machine. De voorbije twintig jaar is Sophia synoniem geworden voor ‘peilloze treurnis’ of ‘overrompelende weemoed’, maar toen in 1996 het debuut ‘Fixed Water’ verscheen, was de verrassing groot. The God Machine was een soort powertrio – dealers in donkere grandeur en stormachtige energie – maar wat Proper-Sheppard met z’n nieuwe band liet horen, was karig, sober en werd volledig gestut door zijn eigen trillende bariton. Ook hier: aanrader van formaat.

Arcade Fire mogen ook in dit lijstje: in de aanloop naar hun debuut ‘Funeral’ (2004) stierven de grootmoeder van Régine Chassagne, de grootvader van Win en William Butler en de tante van Richard Reed Parry. Een morbide polonaise die de band naar eigen zeggen hielp ‘de focus te verleggen’. Win en Régine zingen – doorgaans vrolijk – over een hond die sterft in de ruimte, over kinderen die omkomen in de sneeuw en over menselijke resten die in zee gegooid worden: elke song zijn begrafenis. ‘Funeral’ werd één van de invloedrijkste debuten van de lopende eeuw.

Wayne Coyne en The Flaming Lips pakten het subtieler aan: geen enkele treurmars op doorbraakplaat ‘The Soft Bulletin’ (1999), maar toch is ze grotendeels geïnspireerd door en opgedragen aan vader Coyne, die twee jaar eerder aan kanker overleden was.

Wayne Coyne «Ik was doodsbang voor wat zijn dood niet alleen met mij, maar met onze familie zou doen. Al sinds mijn 10de, toen er nog geen vuiltje aan de lucht was, had ik daar nachtmerries over. Enfin, daar hangen heel veel associaties aan vast waar ik eigenlijk niet over wou zingen, maar via mijn onderbewustzijn is het er toch ingeslopen. Het zou kunnen dat ‘The Soft Bulletin’ mij als muzikant geholpen heeft. Als mens: zéker.»


BeaUtiful losers

Sommige wereldplaten hebben hun voedingsbodem in treurnis, andere gaan het drama vooraf. ‘Blackstar’ is anno 2016 het bekendste voorbeeld. Toen, op een handjevol ingewijden na, nog niemand wist dat het einde van David Bowie nabij was, bracht hij een stuitend naakte plaat uit over vergankelijkheid en verval. ‘Lazarus’ – naast Jon Snow de bekendste die ooit uit de doden verrees – was één van de singles. Als controlefreak Bowie zijn eigen sterfdatum niet in de hand had, wilde hij op zijn minst zelf beslissen hoe hij naar de uitgang werd geëscorteerd.


Als controlefreak David Bowie zijn eigen sterfdatum niet in de hand had, wilde hij op zijn minst zelf beslissen hoe hij naar de uitgang werd geëscorteerd

Anders, maar ook niet mis: ‘From a Basement on the Hill’, Elliott Smiths laatste plaat, werd uitgebracht precies een jaar nadat hij op zijn 34ste stierf. Tot hij in ’97 kwansuis toevallig door de wereld ontdekt werd, was Smith jarenlang een beautiful loser, een van depressie naar verslaving sukkelende arme sloeber. (Hij heeft, om het helemaal af te maken, lang in dezelfde buurt als Mark Everett gewoond.) Uiteindelijk is hij gestorven door twee (!) messteken in het hart. Officieel spreekt men van zelfmoord, en we hebben te weinig bewijsmateriaal om dat hier tegen te spreken. Hoe dan ook is het in de teksten van ‘From a Basement’ gemakkelijk naar sporen van het naderende onheil zoeken. De titels volstaan al: ‘Let’s Get Lost’, ‘Strung Out Again’, ‘A Fond Farewell’, ‘The Last Hour’, ‘Memory Lane’, ‘A Distorted Reality Is Now a Necessity to Be Free’... Maar het blijft een twijfelgeval. Droef te moede, gekweld, soms vervreemd van de realiteit, mistroostig, wanhopig, morbide af en toe, weemoedig – was het in de teksten van Elliott Smith eigenlijk ooit anders geweest?

Er bestaat een volledige (niet van vlotte samenzweringstheorieën vrij te spreken) website met een lijstje van alle muzikanten die hun eigen dood hebben voorspeld. Bekend is het Lynyrd Skynyrd-toeval: drie dagen voor een groot deel van de band zou omkomen in een vliegtuigcrash, lag hun ‘Street Survivors’ in de winkels. De hoesfoto toont de groep terwijl ze net niet verteerd worden door een brandhaard, en in de song ‘That Smell’ zingt Ronnie Van Zant: ‘Say you’ll be alright come tomorrow / But tomorrow might not be here for you’. Warren Zevon ‘voorspelde’ zijn eigen doodsoorzaak in ‘The Factory’, zestien jaar voor datum. Enzovoort. Je leest op de website ook dat Jimi Hendrix in 1965 – net voor zijn doorbraak en precies vijf jaar voor zijn dood – in ‘The Ballad of Jimi’ het volgende schreef: ‘Five years, this he said / He’s not gone, he’s just dead’. Een kwakkel: de tekst van ‘The Ballad of Jimi’, aanvankelijk ‘My Best Friend’ geheten, werd in werkelijkheid na de dood van de gitarist deels herschreven door vriend en collega Curtis Knight, bij wijze van ode en in een plotse vlaag van aandachtszoekerij.


Hartslag van dreumes

Als we vervolgens onze pet van aluminiumfolie weer afzetten, merken we dat we aanbeland zijn in de categorie ‘songs’. Uit eigen land is het mooie ‘Naar men zegt’ van Monza in deze context nog steeds het krachtigste voorbeeld: verpletterende minuten over de vriendin van Stijn Meuris, die zelfmoord had gepleegd. Eerder dit jaar zong Katy B in ‘Honey (Outro)’ over de dood van haar broer, die achttien maanden eerder in een auto-ongeluk ernstige hersenschade opliep, en vervolgens nog een jaar lang in een vegetatieve toestand verderleefde. En The Beatles zongen in ‘A Day in the Life’ over Tara Browne, die op zijn 21ste omkwam toen hij zijn Lotus aan – volgens de overlevering – 190 kilometer per uur in de flank van een bestelwagen parkeerde. Browne was een socialite in Swinging London, bevriend met de Beatles, erfgenaam van het Guinness-fortuin en broer van Garech Browne, die later The Chieftains zou oprichten.

Vrouwe Rock – altijd al een harde teef geweest – heeft in haar levensloop een aparte tijdslijn gereserveerd voor alle artiesten die hun eigen kind overleefden en daar muziek over hebben gemaakt. De bekendste song in deze rubriek is ‘Tears in Heaven’, Eric Claptons treurlied voor zijn zoon Conor, die 4 was toen hij door een venster op de 53ste verdieping – het New Yorkse appartement was van de vriend van Conors moeder – te pletter stortte. Clapton, die een jaar eerder ook al zijn manager, twee roadies en goede vriend Stevie Ray Vaughan verloor in een helikopterongeluk, was amper enkele ogenblikken later ter plaatse. Over ‘Tears in Heaven’ zei hij ooit iets gelijkaardigs als E over ‘Electro-Shock Blues’: ‘Ik heb de song geschreven bij wijze van zelftherapie. Nu, jaren later, kan ik met enige blijdschap vertellen: het hééft geholpen.’ In 1998 bracht Clapton ook nog ‘Circus’ uit, over de laatste dag die hij en zijn zoontje samen doorbrachten.

Het met een curieuze synthesizersolo van John Paul Jones gestutte ‘All My Love’ van Led Zeppelin is er één voor Karac, de 5-jarige zoon van Robert Plant. Karac stierf aan een maagvirus in 1977, terwijl Led Zep op tournee was. Volgens Rolling Stone haatte Jimmy Page de song ‘All My Love’ hartstochtelijk, al heeft het een paar decennia geduurd voor hij er iets over durfde te zeggen.

En de Prince-song ‘Sex in the Summer’ (terug te vinden op ‘Emancipation’ uit 1996) zou naar verluidt eerst ‘Conception’ – Engels voor ‘bevruchting’ – hebben geheten, een trotse verwijzing naar de geboorte van zijn enige zoon, Ahmir Gregory. Toen het kleine prinsje een week na de geboorte overleed aan het Pfeiffer-syndroom, een zeldzame schedelaandoening, werd de titel aangepast. Eén van de achtergrondgeluiden op ‘Sex in the Summer’ betreft naar verluidt een opname van de hartslag van de dreumes.


Het Peppers-trauma

Iedere muzikant treurt zoals hij gebekt is. AC/DC stond passend stil bij het verlies van eerste zanger Bon Scott door hun eerstvolgende plaat ‘Back In Black’ te titelen en de hoes in stemmig zwart te hullen, maar binnenin ging het – op de titelsong na – toch weer gewoon over drank, vozen en boemelen. Radiohead rouwt langer als de Frosties op zijn.

Verder zou je er op de duur geen rekening meer mee houden, maar: er bestaan ook platen die, dieptragische roots ten spijt, toch niet volgestouwd zijn met wereldnummers. Hier geldt: over songs voor de doden niets dan goeds, maar er is een réden waarom u nooit iets heeft gehoord van bijvoorbeeld ‘Bloom Forever’ van Thomas Cohen. Cohen was de echtgenoot van Peaches Geldof, en de vader van haar twee zoontjes: Astala Dylan Willow en Phaedra Bloom Forever. Eerder dit jaar, en precies twee jaar na de dodelijke overdosis heroïne van Peaches (die daarmee moeder Paula Yates achterna ging), bracht Cohen dus ‘Bloom Forever’ uit. Een aardige, bij momenten pakkende verzameling treursongs in de stijl van The Horrors, maar wellicht niets waar – behalve de naaste familie – iemand zijn leven zal door zien veranderen.

Tot slot zijn er vanzelfsprekend ook intreurige autobiografische platen die het desalniettemin zonder sterfgevallen stellen. Op ‘Sea Change’ zingt Beck een diep scheurende relatiebreuk van zich af. John Frusciantes ‘Niandra LaDes and Usually Just a T-Shirt’ doet het verhaal van zijn traumatiserende lidmaatschap bij de Red Hot Chili Peppers en van zijn drugsverslavingen. En voor de plaat ‘From the Inside’ heeft Alice Cooper zich voor elke song laten inspireren door het verhaal van telkens een andere alcoholverslaafde die hij had leren kennen in de ontwenningskliniek.

Oude relaties, trauma’s, drugs en alcohol: bij Nick Cave is dat been there, done that, bought the T-shirt. Op 8 september – of in het slechtste geval een dag later – weten we wat het dit keer wordt. Goede moed!


UPDATE

Bekijk hier alvast 'Jesus Alone', de eerste worp uit de nieuwe plaat ‘Skeleton Tree’:



Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234