Weg van de snelweg: Wim Van Lierop

De kapitalistische maatschappij de rug toekeren: velen dromen ervan, slechts weinigen gaan tot actie over. In november 2010 bezocht Humo-journalist Raf Weverbergh enkele onverlaten die de drukbereden snelweg achter zich hadden gelaten, en zichzelf in een maatschappelijke luwte geparkeerd hadden. Onder hen: Wim Van Lierop, die met vrouw en kinderen een oud paviljoen in Kruibeke betrok. Herlees hier het artikel.

(Verschenen in Humo 3662/45 op 9/11/2010)

‘The things which have interested me (...) are the things which are located so nicely that you know they can’t survive’ (schilder Jasper Johns, te horen op ‘That’s Blue’ van Tom Barman)

Het voormalige Zweedse paviljoen van de Wereldtentoonstelling (Antwerpen, 1930) steekt als een afgezaagde boomstronk uit een zompige Scheldeoever in Kruibeke. Het paviljoen is een elegant, achthoekig gebouw van twee verdiepingen. Jarenlang heeft het gediend als kiosk voor het openluchtzwembad dat ernaast is uitgegraven. Binnen hangt nog een foto uit die tijd: ooit was dit een plek waar de ijsblokjes in limonadeglazen rinkelden, met een onbesuisd vertrouwen in de toekomst. Je hoort er flarden dialoog van Ingmar Bergman bij – de frivole Ingmar Bergman van ‘Glimlach van een zomernacht’.

Vandaag is het paviljoen verkommerd. Dakpannen hangen los, door scheuren in het beton zie je roestige ijzers steken. In de wintermaanden, bij hoogtij, loopt het water er vrijelijk binnen en drie dagen later weer buiten, met achterlating van slib en dode knaagdieren.

Het is geen plek waar mensen willen wonen. Wim Van Lierop woont er sinds 2007, met vrouw en kind – Laetitia en Isa. Een tweede kind kan elk moment geboren worden. Ze leven hier zonder elektriciteit of verwarming. En water dat wel stroomt, maar niet door leidingen.

Het is onderkomen, zegt Wim. Zoals in de zin: ‘Het is onderkomen, maar wel míjn onderkomen.’


Het koopvee

Wim is in deze Scheldebocht aangespoeld door het duwen trekwerk van zijn eigen leven. Duwden mee: het onverwerkte verdriet om de dood van zijn vijfjarige zusje toen hij vijftien was. Vijftien of zestien operaties aan het kraakbeen van zijn knie in zijn tienerjaren, en de eindeloze revalidaties die daarop volgden. Een echtscheiding, een betwist kind, en deurwaarders die alimentatiegeld opeisten.

Wat hem aantrok: een plek, ver weg van burgerlijke waarden als consumeren en voorbijrazend verkeer.

Wim «Ik ben hier beland omdat ik altijd on the run was. Ik was jarenlang altijd maar aan het verhuizen, op de loop voor van alles en nog wat.

»Ik was gescheiden, en ik kreeg mijn dochter niet meer te zien. Dus betaalde ik geen alimentatie meer. Waardoor ik deurwaarders achter mijn gat kreeg. En boetes. Ik ben uiteindelijk veroordeeld en voor tien jaar uit mijn burgerrechten ontzet. Daarna kwamen er nog meer deurwaarders, en schulden.

»Ik had moeite om rond te komen – of ik kwam níét rond, dat is hetzelfde. Ik woonde toen in de Begijnenstraat in Antwerpen, naast de gevangenis. Fijne plaats, vooral als ze ’s nachts uit hun dak gaan in de gevangenis, uren aan een stuk. Het haar op je armen gaat rechtstaan, en je mag het vergeten om de rest van de nacht nog te slapen.

»En toen ontdekte ik déze plek. Met een vriend. Die heeft de eigenaar ervan overtuigd om het paviljoen aan ons te verhuren. En die vriend heeft godzijdank een lief gevonden bij wie hij is ingetrokken voor we verhuisden (lacht). Had ik de plek voor mij alleen.

»Veel mensen denken dat ik het paviljoen kraak. Nee dus: ik woon hier met de volle toestemming van de eigenaar. Die was blij dat er iemand kwam wonen die zijn eigendom een beetje in de gaten hield – hij was vooral gecharmeerd van mijn Duitse scheper Pavlov. Vroeger kwamen hier om de haverklap jong vandalen inbreken om feestjes te houden of drugs te gebruiken.

»Toen ik hier kwam, was het een ravage. Eén groot spinnenweb, van de zolder tot beneden. Maar wat mij hier zo aantrok: er zijn geen mensen. Ik kan hier rustig wakker worden in shock, zes uur in totale ontzetting zijn om wat er allemaal gebeurd is in mijn leven. En als ik dan naar het veer stap, heb ik een kwartier tijd voor ik mensen zie. Fantastisch.

»Mijn brievenbus is vijftien minuten wandelen van mijn deur. Hier komen geen deurwaarders: die verzuipen in het slijk. Je ziet wat vastrijden hier: auto’s, vrachtwagens, kranen. Ik héb trouwens niks meer dat iets waard is. Dat heb ik wel geleerd door mijn omgang met deurwaarders: je mag alleen maar bazaar hebben. Rommel van een ander die op weg is naar het containerpark, maar nog een omweg maakt langs mijn woonst.»

Na ongeveer een jaar trok Laetitia bij hem in. Ze kenden elkaar van in Antwerpen. Na zijn echtscheiding is Wim de straat opgetrokken, met zijn gitaar: in de Antwerpse straten speelt hij protestliederen over het koopvee (‘met uwen otto en uwe lotto’).

Wim «Laetitia en ik gingen weleens samen een koffietje drinken voor ik aan mijn optredens begon. Toen ik hier de eerste dagen aan mijn dak aan het werken was, zag ik haar achter de bomen staan – als een schim die niet dichterbij durfde komen. En toen ik hier ingetrokken was, vond ik een briefje aan de deur. (Tegen Laetitia) Wat stond er ook alweer op?»

Laetitia «Dat het hier zo’n schone plek was. Ik wist niet dat zoiets nog bestond. Die natuur, die wilgen. Zo idyllisch. En dat je mij hier nog veel ging zien (lacht). Zo’n hele polder voor ons alleen, dat is toch zeldzaam. Ik wilde hier direct intrekken, maar ik zat nog op school. Pas een jaar later ben ik hier komen wonen. En zwanger geworden.»

Wim «Ze bleef maar op en af gaan, en ze kwam elke keer terug met méér schoenen en kleren. Ik had nooit verwacht dat ik een vrouw zou vinden die dit met mij wilde of kon delen.»

HUMO Is het de eerste keer dat jullie zo primitief gingen leven?

Wim «Ja. Maar ik heb het wel altijd gewild. De eerste winter heb ik hier gewoond met alleen maar een kapmes, om hout te kappen. Het tweede jaar heb ik een kettingzaag gekocht. Stoken is de enige manier om het hier leefbaar te krijgen.»

Weg van de snelweg: Wim Van Lierop (2)

Wim en Laetitia zijn niet de eersten die in het paviljoen proberen te leven. De ligging is aantrekkelijk: beschut achter een bocht in de dijk, tussen de wilgen en het riet. Af en toe drijft een binnenschip voorbij. Aan de overzijde van de Schelde heb je uitzicht op een paar stukken Hemiksems industrieel erfgoed. De zomer is hier paradijselijk. Maar één voor één zijn de vorige bewoners afgeknapt op de bikkelharde winters.

Wim «Er hebben al eens mensen gewoond met een kindje, maar die zijn verhuisd. Daarna heeft hier een jaar of drie, vier een gast alleen gezeten. Maar mensen houden het hier niet vol in de winter. Ik ben de eerste die hier echt zijn domicilie heeft gemaakt.»

HUMO Je bent de eerste die deze plek naar zijn hand kan zetten?

Wim «Ik heb niks naar mijn hand gezet. Ik faal hier elke dag. Maar ik onderga dit huis ook niet. Zeg het zo: ik probeer met dit huis tot een consensus te komen.

»Het heeft me twee jaar gekost om alle ratten en muizen te verdelgen, min of meer. Je moet constant opletten dat ze niet aan een kruimeltje eten geraken. En dan zwijg ik over de vijftienduizend spinnen die hier wonen. En als het water is binnengestroomd, zitten hier miljarden naaktslakken. Buiten, maar ook in huis. Het is behoorlijk wat werk om te zorgen dat die niet aan eten geraken, of in je potten en pannen kruipen.

»Ik zie dit huis als mijn spiegelbeeld. Kijk naar dat metaal in dat beton: dat is allemaal aan het doorroesten. Net als ik: ik heb een gewrichtsletsel, al van jongs af.

»Oké, ik heb hier geen elektriciteit, geen stromend water en de Schelde loopt soms binnen. Maar dat neem ik erbij. Ik moet buiten kunnen leven: bomen en vogels en rust. Want als je tussen de mensen gaat wonen, krijg je nog veel meer shit. In woonwijken, appartementsblokken: hoe dóén mensen dat? De bebouwde kom: hoe kán je daarin leven? Dat mensen al die auto’s en motoren en brommertjes en bussen tolereren, dat begrijp ik niet. Kan je dan nog spreken over een kwaliteitsvol leven? Dan ben je toch maar aan het wegkruipen achter deuren en gordijnen, met de boodschap: laat me alsjeblieft met rust?»


De pechstrook van het leven

Het is een basic leven. Maar: dat gaat ook.

Wim «Je kan koken op gas maar ook op hout, en hier staat hout genoeg. Om te douchen koken we water. Drie grote potten water maakt vijftien liter. Vijftien liter koud water erbij, dan heb je dertig liter lekker heet water om je te wassen. Dan staan wij met ons drietjes bij elkaar en gieten we kommen water over ons heen. Fantastisch.

»In de winter doen we dat ook zo, maar dan voor de kachel, binnen. Dan zetten we onze meubelen omhoog, we douchen ons, en de rest van het badwater gaat met de aftrekker naar buiten: dan is het kot weer geschuurd. Ecologisch verantwoord!

»Het allergrootste probleem is dat je hier niks kan krijgen met een auto. Een kleerkast zou handig zijn, maar dat krijg ik niet tot hier op mijn fiets. Ik moet alles met de fiets naar hier slepen, of te voet of met de skates.»

HUMO Je sleept van die grote flessen water naar hier, zag ik.

Wim «Ja. Van die grote bidons van vijf liter. Per trip kan ik tot dertig kilo vervoeren. Koopkracht is draagkracht: je hebt niet veel meer nodig dan wat je zelf kan dragen. Dat schijnen de meesten hier in Vlaanderen te vergeten. De Vlaming is een hebber, bezeten van bezit. En iedereen moet alles direct hebben: huis, wasmachine, droogkast, tv... Consumeren. De vraag is: hoeveel heb je nodig? Ik wil best consumeren als ik iets nodig heb, maar ik wil me niks laten aanpraten.

»Mijn zusje was zwaar gehandicapt. Ze is gestorven toen ze vijf jaar was – ik was vijftien. Toen heb ik gezien waar het om draait. Je leeft, je sterft – mijn zus is in vijf à tien seconden gestorven. Sindsdien ben ik blijven stilstaan, op één of andere manier, ik ben gestopt.

»Ik kan er niet bij als een auto mij voorbijscheurt met zo’n sticker Baby aan boord’ achterop, terwijl de gast aan het stuur zit te gsm’en. Dan applaudisseer ik: maak nog meer kinderen, koop nog meer auto’s en stop er nog meer kinderen in.»

HUMO Ik raak er niet uit als ik je hoor: ben je hier vrijwillig, weg van de snelweg, of ben je hier aangespoeld? Is je leven hier een daad van verzet of een vlucht?

Wim «Als ik eerlijk ben, is het meer een vlucht. Ik sta op de pechstrook, ik ben platgereden. Door dingen die ik niet onder controle had. Het feit dat ik mijn oudste dochter niet meer kan zien. De schulden, en de miserie die daaruit volgde. »Ik denk dat ik niet gemaakt ben om aan de top mee te spelen. Ik ben gemaakt om in de marge te zitten. Dat is mijn verhaal: ik ben, letterlijk, een marginaal. Ik moet op mijn gat kunnen zitten en luisteren naar de vogels en de bomen, maar ik verkoop het als een daad van verzet. Overigens: vlucht niet iederéén voor iets? Veertig uur werken, dat doe je toch alleen omdat je je verveelt?»

HUMO Verveel jij je hier nooit?

Wim «Nooit. Hier is altijd iets te doen. Als ik vijf minuten op mijn gat onder een boom zit, voel ik me al schuldig. Dan denk ik: moet ik niet iets gaan dóén? Hout kappen, afwassen, naar de wasserette gaan. Daar zijn we fanatiek in: onze kleren moeten schoon zijn. Het is zo al moeilijk genoeg om het allemaal leefbaar te houden.»«Er hebben al eens mensen gewoond met een kindje, maar die zijn verhuisd. Daarna heeft hier een jaar of drie, vier een gast alleen gezeten. Maar mensen houden het hier niet vol in de winter. Ik ben de eerste die hier echt zijn domicilie heeft gemaakt.»

Weg van de snelweg: Wim Van Lierop (3)

Twee keer per maand, bij nieuwe maan en bij volle maan, zwelt de Schelde aan door een springtij. Dat zijn de dagen dat Wim en Laetitia water binnenkrijgen. Wim heeft zich in de loop der jaren bekwaamd in het Scheldewatchen. Hij weet dat het water binnenloopt vanaf het moment dat het Scheldepeil zes meter en tien centimeter bedraagt. Met het getijdenboekje bij de hand kan hij dan berekenen wanneer hij zijn meubels in veiligheid moet brengen.

Wim «Als het getijdenboekje aangeeft dat het waterpeil in Antwerpen om twee uur ’s morgens 5 meter 88 is, dan weet ik dat het drie kwartier later bij ons naar binnen stroomt. Als er geen wind staat, hebben we een paar centimeter. Maar als er veel regen en wind is, dan weet ik dat het hoger komt.

»Het hoogste peil was anderhalve meter. Die eerste keer was ik in shock, jongen! Ik had hier papieren liggen, houten beelden, wat meubels: alles was weggespoeld. Mijn huisbaas had me nochtans ettelijke keren gewaarschuwd, maar ja: je moet dat zien om te weten wat voor een monster die Schelde is. Bangelijk, gewoon.

»Ik lag boven te slapen. De modale Vlaming ziet beelden van Pakistan en kan zich niks voorstellen bij een watervloed die opeens naar binnen loopt. Wij wel: wij ondervinden de kracht van water aan den lijve. We zijn het inmiddels gewend. Slapen doen we tussen de getijden door. We weten inmiddels dat er niet veel schade kan zijn, want we hebben onze voorzorgen genomen. Op dat punt zijn we wel modale Vlamingen: we slapen iets geruster als we weten dat onze bazaar veilig is.»

HUMO Wat doe je dan als het gaat onderlopen?

Wim «Eh, rustig blijven. Als je weet dat het water tot veertig centimeter komt, zet je alles op zestig centimeter hoogte. Wordt het een meter, dan moet je alles nog hoger zetten.»

HUMO Is het niet gevaarlijk met jullie dochtertje van twee jaar, als er anderhalve meter water in je woonkamer staat?

Laetitia «We proberen haar dat uit te leggen. Je moet haar in de gaten houden, natuurlijk, uitleggen dat ze niet aan het water mag komen. Ze luistert vrij goed naar zulke dingen.»

HUMO Wat vinden je ouders ervan dat hun kleinkind hier woont, Laetitia?

Laetitia «In het begin waren ze ertegen. Ik denk ook niet dat ze dachten dat ik het hier zou volhouden. En, eerlijk gezegd: de winters hier zijn eigenlijk niet te doen. Het is niet goed genoeg geïsoleerd. Je wordt ’s morgens wakker, je moet de stoof aansteken, dan duurt het twee uur voor je ’t een béétje warm hebt. Isa trekt zich niks aan van kou, maar ik zie er wel van af. Ik ga nu naar de hogeschool: als ik dat niet deed, zou het kunnen lukken, denk ik. Dan kan je je honderd procent concentreren op het leven hier.»

HUMO Snappen ze op die hogeschool hoe jij leeft?

Laetitia «Ik weet het niet. Ik ben een stille. Ik heb niet zoveel contact met mijn medestudenten. Zij gaan shoppen en feesten, maar ik ben met andere dingen bezig. Vroeger ging ik al eens mee naar concertjes, maar dan begin ik me snel te ergeren aan mensen die staan te roepen of te duwen. Ik ben dan meer met dat publiek bezig dan met het concert. Ik ben nogal gesteld op rust. Misschien daarom dat ik hier zit.»

HUMO Als het hier weer eens overstroomt, denken jullie dan nooit: we zijn hier weg?

Wim «Nee. De strijd tegen de elementen vind ik niet demotiverend. Op de elementen kan je je kleden. De strijd tegen de medemens: dát is demotiverend (lacht). Ik ben gehecht aan deze plek, dit huis heeft mij genezen. Ook door Laetitia, natuurlijk. Ze zijn samen in mijn leven gekomen, zij en dat huis.»

Laetitia (lacht)

Wim «Ik heb het gevoel dat ik weer een kans heb gekregen. Ik ben wel bezorgd dat ik het weer zal verkloten door geldproblemen, zoals de vorige keer. Stel dat ik morgen door mijn knie ga en weer geopereerd moet worden en weer een jaar moet revalideren: dan kan het snel gaan, financieel.

»Die geldzorgen houden mij wakker. Ik heb schulden bij mijn ouders. Door mijn kloteknie. Ik ben van de trap gevallen toen ik vijf jaar was. Als je een steen door de voorruit van een auto gooit, dan craqueleert dat. Wel, dat heb ik met het kraakbeen in mijn knie. Ik ben toen ook op mijn kop gevallen. Misschien daarom dat ik geworden ben wie ik nu ben (lacht).»

HUMO Je bent dus wel met je financiële toestand begaan?

Wim «Ja, natuurlijk. Je bent toch geen mens als je geen geld hebt? Mama en papa hebben me altijd gezegd dat ik heel voorzichtig moet zijn met mijn centjes. Héél voorzichtig ben ik niet, maar ik probeer nooit in het rood te gaan.»

HUMO Hoeveel hebben jullie nodig om hier te overleven?

Wim «O, veel te veel. Wij doen veel te veel geld op. Ander onderwerp (lacht).»

HUMO Alexis en Tina vertelden vorige week in Humo dat ze ongeveer 150 euro per maand uitgeven aan eten en drinken.

Wim «Maar die reizen rond! 150 euro per maand is zwáár onder de armoedegrens, tenzij je veel eten krijgt en zelf dieren hebt. Wij kunnen hier geen geiten of kippen houden: die spoelen weg! Toen ik hier aankwam, wilde ik een kippenhok bouwen, maar de huisbaas heeft me gelukkig tegengehouden. Ik heb al wel gedacht aan een kippenhok op het dak. En een kruidentuintje. En groenten kweken op de dijk: dat zou perfect gaan. Maar die worden dan weer aangevreten door die slakken. Dat kan je ook eten, naar het schijnt, naaktslakken. Ik wil dat weleens doen.»

HUMO Maar je betaalt wel huur?

Wim «Dat denk ik niet. Eens drie euro, eens vijf euro...»

HUMO Buitenstaanders zullen misschien denken dat jullie armoedig leven, maar dat klopt niet?

Laetitia «We lijden geen honger, hè.»

Wim «Wij kopen eigenlijk véél. In augustus heb ik nog een gitaar gekocht.»

Laetitia «Kleertjes voor Isa.»

Wim «Als ik iets nodig heb, dan koop ik het gewoon. Een kettingzaag, een kapmes, een zeis. Dat is daarom niet materialistisch. Materialistisch, dat is spulletjes kopen omdat je ze wíl kopen. Van die elektronische gadgets waaraan mensen verslaafd raken. Wij hebben die niet, maar we lezen er wel over (lacht).»

Weg van de snelweg: Wim Van Lierop (4)

Paradise lost

Paradijzen zijn er om te verliezen, en dit paviljoen is geen uitzondering. Het had al vele jaren gesloopt moeten zijn om plaats te ruimen voor het gecontroleerde overstromingsgebied Kruibeke-Bazel. Eerst zou het in 2007 afgebroken worden, dan in 2008. Nu is er geen datum meer – de ingenieurs van de Vlaamse overheid zijn het misschien vergeten, of ze weten niet goed wat ze ermee aanmoeten. De huizen achter de dijk hebben ze al ontruimd vanwege het overstromingsgevaar, maar het paviljoen overstroomt elke winter, al vijftig jaar. Op die logica zijn de bureaucratische raderen gestokt.

Maar ooit zal het paviljoen eraan moeten geloven, daar is Wim zeker van. Hij telt niet af, hij telt op: nóg een avond hier, en nóg een avond. Dat hebben we dan toch maar gehad.

Wim «Ken je dat zinnetje: sommige dingen zijn zo mooi dat je weet dat ze niet kunnen overleven. Ik weet dat dit niet kan blijven duren. Dus zit ik nu al drie jaar lang te wachten tot ze het komen afbreken.»

Sinds kort is een nieuwe, acutere bedreiging opgedoken. Zelfs hier, een kwartier stappen van de dichtstbijzijnde parkeergelegenheid aan het veerpont van Bazel, rukt het gebulder van de vierentwintiguurseconomie op. De voorbije zomer werden Wim en Laetitia zowat elke nacht uit hun bed gedaverd door de openluchtdiscotheek aan de overkant van de Schelde, in Hemiksem.

Wim «Ik noem het Decibeliksem. We hebben hier zes weken in het geboenk gezeten. Waes Tom is er mee begonnen: op een zomeravond na middernacht is hij drie keer ‘Dos cervezas’ komen spelen. Die mens zou meer marathons moeten lopen in de Sahara. (Gromt) De burgemeester van Hemiksem, De Herdt, dat is toch een socialist? Die wil toch dat de ‘verworpenen der aarde ontwaken’? Dat hij ze hier steekt: hier blijven ze altijd wakker. Alleen zullen ze wel wat kregelig worden.

»We zijn er uiteindelijk voor gaan lopen. Eerst gaan logeren bij vrienden, dan naar een camping, dan weer bij vrienden, dan logeren bij familie. Op 24 juli zijn we vertrokken, en eind augustus ben ik teruggekomen.»

Laetitia «En ik had nog zo uitgekeken naar de zomer. Vorige winter hadden we even in een appartementje in Zwijndrecht gewoond, en ik was dat daar zo beu. Ik was blij om weer thuis te komen, in de rust en de natuur, het goede weer ook. Met Isa wandelen en spelen. Ik was weer zwanger – je wil alles in orde hebben tegen de bevalling. En dan moet je weer weg, en zit je daar op een ander, en wat zit je daar te doen? Niks, want het is je eigen huis niet.»

HUMO Jullie hebben een mobilhome gekocht, hoorde ik. Gaan jullie daarin wonen?

Wim «Een mobilhome uit 1978. Nee, ik heb ’m gekocht als mobiele slaapkamer. Die mannen van de overkant gaan hier in de winter ook zo’n openluchtdiscotheek openhouden. Dan is een mobilhome ideaal: ’s avonds stappen wij in onze rijdende slaapkamer, we gaan een paar kilometer verderop staan en de volgende ochtend komen we terug.»

Laetitia «En misschien dat we dan ook eens op vakantie kunnen gaan. Dat hebben we nog nooit gedaan – wij zijn hier op vakantie, in de zomer toch.»

HUMO Je klinkt optimistischer dan toen ik je vorige week aan de telefoon had, Wim.

Wim «Ja, dat zal wel zijn: het is bijna gedaan met die disco. Na drie dagen zonder slapen ben je helemaal gaargebakken, jongen. Ik ben fullcontinu tegen die gasten aan het knokken geweest – DJ Mario, al zijn hele leven producent van decibels. Maar zwijgend ten onder gaan, dat vind ik wel héél moeilijk. Een beetje donquichotterie is er bij mij altijd wel bij. Als je dan toch vecht, vecht dan tegen windmolens.

»(Wijst om zich heen) Ik vind het erg dat die hyperkapitalisten dit allemaal mogen verwoesten. Yoghurt, mayonaise, huizen, alles is te koop. Maar dit is een schaars goed. Dit moet je beleven. (Tegen Laetitia) In de tijd dat jij hier nu woont, heb ik je zien veranderen. Ik wist dat. Ik had gedacht: het duurt twee, drie jaar voor ze is aangepast, maar je hebt dat op een jaar gedaan. Chapeau, hoe zij hier met haar fietsje rondrijdt. Negen maanden zwanger! Toen ik zo oud was als zij, had ik het niet gekund. Ik had het te druk met de poète maudit uit te hangen – de luxeversie dan, die bij mama en papa woonde.

»Maar sinds die gasten daar zitten met hun discotheek, heb ik voor het eerst écht het gevoel dat we hier niet kunnen blijven.»

HUMO Had je gedacht dat je hier gelukkig oud kon worden?

Wim «Nee, dat niet. Maar ik had toch wel gedacht dat ik hier gelukkig zou kunnen weggaan.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234