‘Een gezichtsschild is alleen een goed alternatief als u vindt dat het virus niet genoeg is verspreid’Beeld BELGAIMAGE

Mondmaskers

Welk mondmasker biedt de beste bescherming?

Ze benemen je de adem, hangen binnen de kortste keren vol spuug en snot, schuren rond je neus en lippen en bemoeilijken de communicatie. Haast niemand loopt voor zijn plezier met een mondmasker rond, maar we zullen er – en wie weet voor hoelang? – toch aan moeten wennen, willen we ooit van dat vermaledijde virus verlost raken. Maar welke dragen we het beste?

Veruit de efficiëntste zijn de N95­ of FFP2­maskers (Filtering Facepiece Particles) die in ziekenhuizen, labo­ratoria en woonzorgcentra worden gebruikt en waar­ van de best beschermende modellen in de beide rich­tingen haast géén potentieel schadelijke druppels of aero­solen doorlaten. Ook al drei­gen er geen tekorten meer, in landen waar mondmas­kers verplicht zijn, adviseert de overheid meestal om dat type maskers te reserveren voor mensen in de gezond­heidssector. Uit onderzoe­ken weten we dat de meeste andere maskers de gevrees­de druppels met virus ook kunnen tegenhouden, maar ze werken niet allemaal even goed.

Maskers met meerdere lagen genieten de voorkeur. Uit een test van onderzoekers van de Duke University in North Carolina blijkt dat drielagige chirurgische mas­kers of maskers gemaakt uit een combinatie van katoen en polypropeen het beste alter­natief zijn voor een FFP­ masker. Ook de WHO beveelt maskers aan die uit verschil­lende lagen en materialen zijn gemaakt: idealiter met een binnenste laag van een absor­berend materiaal en een meer waterbestendige buitenste laag van bijvoorbeeld poly­ester. Volgens de WHO zou een masker minstens drie lagen moeten hebben: twee lagen stof met daartussen een filter van een ander materi­aal, zoals een zijden doekje of een stuk keukenpapier. Vier lagen zijn volgens de WHO nóg beter en zouden tot zeven keer méér bescherming bie­ den dan maskers die slechts uit één laag bestaan.

Loszittende maskers

Een masker moet ook goed rond de mond en de neus sluiten. Maskers met boven­ aan een plooibare brug die je rond de neus kunt klem­men, zijn daarom beter. Bij brildragers zullen de glazen ook minder snel aandampen. Wat ook schijnt te helpen: de bril in water met een beetje zeep onderdompelen en dan laten drogen, zodat de gla­zen een dun antiaanslaglaag­ je krijgen. Hoe belangrijk een nauwsluitend masker is, blijkt uit een studie van de Florida Atlantic University die in juni in het blad Physics of Fluids is verschenen: met behulp van een luchtcompressor, een rookmachine en het hoofd van een etalagepop is onder­ zocht hoeveel virusdruppels niet­-medische mondmaskers tegenhouden als iemand hoest. De conclusie is dat er bij loszittende maskers flink wat lekkage is. Ook goed om te weten: bij iemand die geen masker draagt en hoest, rei­ ken de druppels gemiddeld 2,5 meter ver, maar ze kunnen ook tot 3,5 meter ver vliegen. Check vooral de mooie film­pjes die het onderzoek op­ leverde.

Gebruik geen wegwerp­ maskers: die vergroten de afvalberg, als ze al niet als zwerfafval in de berm terechtkomen. Om een idee te geven: als alle 65 miljoen inwoners van het Verenigd Koninkrijk een jaar lang elke dag een wegwerpmasker zou­ den gebruiken, berekenden wetenschappers van Uni­ versity College London, zou dat 66.000 ton extra afval opleveren, dat bovendien mogelijk besmet is.

Nog enkele praktische tips: volgens researchers van Stan­ ford University is het nuttig om met een latex handschoen over de buitenkant van je masker te wrijven voor je het opzet. Dat zou statische elektriciteit opwekken die de viruspartikels tegenhoudt. Gebruik verder ook zo vaak mogelijk een nieuw, schoon mondmasker. Een vochtig of nat masker beschermt minder goed.

Is een gezichtsmasker een goed alternatief? 

Alleen als u vindt dat het virus nog niet genoeg is ver­spreid. Of als u het, zoals in ziekenhuizen gebeurt, met een mondmasker combi­neert. Dat blijkt uit de be­rekeningen van Fugaku, de supercomputer van hetJapanse Riken­instituut die dit jaar in gebruik werd genomen. Uit simulaties van Fugaku blijkt dat bij mensen die een gezichtsschild dra­gen, een groot deel van de aerosolen via de opening tus­sen het masker en het gezicht ontsnapt. En dat ze dus niet geschikt zijn voor gebruik in de horeca, winkels of kapperszaken, waar je ze weleens ziet opduiken.

Omdat Fugaku tóch bezig was, liet men hem ook enkele mondmaskers verge­lijken. Maskers van gepers­te vezels bleken de beste: bij een hoest hielden ze bijna alle grotere druppels tegen. Bij maskers van katoen en polyester was dat 80 pro­cent. De kleinere druppels van 20 micrometer (een dui­zendste van een millimeter) en minder hielden maskers van niet­-geweven-materi­aal iets minder goed tegen. Volgens het computermodel ontsnapte 10 procent van die minuscule druppeltjes via de zijkant van het masker. Bij de maskers van polyester of katoen kan dat zelfs tot 40 procent oplopen.

Lees ook: in hoeverre helpen mondmaskers nu echt tegen de verspreiding van het virus?

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234