Weyes Blood op Les Nuits Botanique

Natalie Mering heeft als Weyes Blood ‘Titanic Rising’ gemaakt, een plaat waar de meeste critici - geheel terecht - vier of meer sterren aan geven.

Gevraagd naar haar eigen favorieten van de plaat, antwoordde Mering op Twitter: ’A Lurts Gerner Chernge, Wired Term, Pircture Mer Bertter en Mervers’. Worden bedoeld: ‘A Lot’s Gonna Change’, ‘Wild Time’, ‘Picture Me Better’ en ‘Movies’. In de Rotonde van de Botanique waren alle vier die favorieten erbij.

Natalie Mering moet in Brussel tussen het sirenezingen en het spelen op keyboards en akoestische gitaar geregeld het sluikhaar over de schouders gooien. Ze represent Californië, de Golden State-muziek van toen (die van de Laurel Canyon-sien) en die van nu en straks (denk bijvoorbeeld Ariel Pink). Op ‘Titanic Rising’ heeft Mering alles eerst tot in de verste kieren en spleten groots gearrangeerd, en daarna volgde het controle-arrangement, het grondige nazicht-arrangement en het arrangement dat u de driejaarsgarantie geeft dat u bij elke nieuwe beluistering iets gaat horen dat u niet eerder hebt gehoord. Om maar te zeggen: wat een toverbol!

Weyes Blood kiest nog niet zo lang (en zeker niet zo schaamteloos) voor pop. Klik ouder werk van haar aan, en je zal een grondtoon horen die veel zwaarder is: ze leek jarenlang met een duistere diamant rond te lopen, haar stem kwam soms uit de middeleeuwen, wij zijn er quasi zeker van dat ze vroeger ont-zet-tend veel naar Nico heeft geluisterd.

Of neem nu dat amper twee jaar oude plaatje waarvoor Mering vier songs met Ariel Pink schreef: ze begint een metal-opera te zingen, imiteert gedrenkt in reverb de stem van een Shangri-La, kruipt psychedelisch heel diep naar binnen, en last gelukkig ook een luchtig liefdesliedje in (oké, ’t is er één voor vampieren, maar ’t is een liedje, ’t is luchtig én ’t gaat over de liefde).

Opener ‘A Lot’s Gonna Change’ komt in de Botanique zonder strijkers en zonder de onwelluidende break in het midden met de teruggespoelde - ja, toch? - bandopnemer. Tijdens werkelijk alle 53 beluisteringen van de song hebben wij moeten denken: dit is het beste lied in de trant van ‘Rainy Days and Mondays’ dat The Carpenters zijn vergeten te schrijven. Maar hier, live in Brussel, valt die fluwelen Carpenters-vibe gewoon wég.

Ook bij song twee, ‘Something to Believe’, voelen wij een pak minder dan we vooraf hebben zitten wensen.

Na ‘Everyday’ (met naar ons gevoel in de tekst de beginselverklaring van de plaat, ’Got a lot of years of bad love to make okay’) zitten wij onverwacht met de euforie van ABBA in ons hoofd. ‘Happy New Year’, ‘One of Us’, kies maar.

‘Andromeda’ is de eerste song die echt mooi neerdaalt, de drums zijn kaal en elektronisch, de akoestische gitaar is helder uitgekerfd, de electrische jankt een paar keer boven alles uit, en de bij momenten indrukwekkend zwellende stem komt preciezer binnen. Ook in ‘Seven Words’ zit die ruimte, zelfs de pianist houdt zich nu in.

Aan de stuntelige aankondigingen en halfgrappen is er nog veel werk. In de bindtekst voor ‘Movies’ hupst Mering even mee met de dansdreun die uit de grote tent van Les Nuits Botanique komt overwaaien, ze zegt dat het is alsof we ons in een club bevinden, en dat het volgende lied van hààr club is, de movie-club. En vandaar ‘Movies’. Tja. In de song zelf schuift de bassiste op naar Merings eigen keyboards, ze haalt uit dat toestel een Laurie Anderson-achtig stemmetje, het geluid van Philip Glass is niet ver weg, dat van Can ook niet. Goed!

‘Do You Need My Love’ is te veel ineens, het gros van de subtiliteiten van de plaatversie is weggevallen, maar in de lange break wordt wel mooi uitgelegd waar deze muziek vandaan komt, namelijk van de progrock van Soft Machine die door Weyes Blood een tijdje geleden prachtig werd gecovered in ‘A Certain Kind’. Dit ‘Do You Need My Love’ loopt ook uit in een ode op toetsen aan de Grote Vriendelijke Reus Robert Wyatt.

Maar u kent ons, wij gaan alleen voor het allerhoogste, en dat allerhoogste komt in de Rotonde vier keer piepen:

1) ’Wild Time’ bewijst dat ook echt goeie zwijmelmuziek niet te bombastisch mag zijn.

2) ’Picture Me better’ wordt aangekondigd met ‘We’re gonna make a slowish set even slower’, piano en akoestische gitaar komen in tikjes en beetjes, de weelderige strijkers worden nu echt niet meer gemist, en we mogen tegen dit lied ‘folk’ zeggen.

3) ‘God Only Knows’ van The Beach Boys, aangekondigd als een speciale tractatie uit Californië. Merings eerste zangstem draagt zelfs meer dan Carl Wilson in het origineel. Uiteraard geldt voor een klepper als deze hetzelfde als voor de songs van ‘Titanic Rising’: het is live onmogelijk om even rijk gearrangeerd te klinken.

4) ’Generation Why’, dat veel te vroeg afsluit (‘Het is hier een festival, we kunnen niet de hele nacht doorgaan’). Mercing zet aan op akoestische gitaar zoals Bill Callahan zijn droomliedjes aanzet, wij horen flarden van ’Song to the Siren’ en ‘Bridge over Troubled Water’ voorbijkomen. Weyes Blood lijkt ook het speciale ingrediënt van dat soort wondersongs te hebben doorgekregen, en dat mooi te kunnen inlassen in eigen werk.

Eindelijk veel vervoering. En zelfs een beetje verlossing. Volgende keer nog beter.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234