Beeld Nathalie Lees

ColumnSocial Distance Warriors

Wie denkt die jogger wel niet dat ie-is? De sociale uitdagingen van 1,5 meter afstand

Afstand houden op straat: we willen het wel, maar elkaar aan de regels houden verloopt zelden vlekkeloos. Want wie denkt die voorbijganger wel niet dat-ie is? 

Een rondje joggen voelde zondag 22 maart anders. ’s Ochtends kwam met een griezelfilmachtig schrikgeluid het NL-alert binnen (het alarm van de Nederlandse overheid om burgers sneller te alarmeren en beter te informeren in crisissituaties, red.); hetzelfde weekend waren mensen fanatiek begonnen schampere foto’s te delen van groepjes wandelaars die veel te dicht bij elkaar liepen. Boodschap van dat alles: je bent een rund als je met minder dan anderhalve meter stunt, en een correct mens hoort dat te weten.

Afstand houden was op zichzelf prima te doen, op de route langs de rivier door de stad: de stoep is daar breed en de berm barmhartig. Behalve dan dat die tegemoetkomende spiegelbril niet doorhad dat hij midden op het pad liep. En dat dat zelfvertederde stel naast elkaar bleef lopen, en ik daardoor een onmogelijk grote bocht moest nemen, dwars door geparkeerde fietsen over een hobbelig verstuikveldje. Ik merkte dat ik, hoe onaantrekkelijk, bitse en verongelijkte trekken in mijn gezicht begon te vertonen. En ik zag het ook aan anderen. Een tegemoetkomende jogger die een harde, passief-agressieve zucht slaakte toen hij noodgedwongen andermans covidzone moest doorkruisen. Ergens liep een middelvinger. Mijzelf ontsnapte halverwege de ronde een keurig kuchje, en op vijf meter afstand draaide een vrouw zich om met een gezichtsuitdrukking alsof ik in haar voortuin zat te kakken. En hoe meer ik om me heen keek, des te meer argwanende, afkeurende blikken van mensen ik zag, die elkaar in de gaten zaten te houden, met het air: ik zie wel wat je doet, smeerlap. De wereld was ineens behoorlijk aangebrand. Een normaal zo ontspannen ommetje kreeg de gedaante van een anti-pretpark, met de grimmige sfeer van elkaar de maat nemen. Hoezo waren we nou zó snel beland in een paranoiascène uit ‘Invasion of the Body Snatchers’? Is sociale cohesie zo kwetsbaar?

Wie ‘grimmige sfeer van elkaar de maat nemen’ zegt, denkt al snel: sociale media. Het cliché wil dat de cultuuroorlogen op Twitter onze lontjes tot stompjes hebben afgeknipt, en ons leerden te denken in termen van 100 procent goed (ik), en 100 procent nazi (anderen).

Maar die menselijke trek bestaat natuurlijk al langer. Road rage is daar bijvoorbeeld een verschijningsvorm van. De overstuurde woede die – volgens talloze onderzoeken – zeker meer dan de helft van de autorijders overmant; vriendelijke burgers steken ineens middelvingers op, kleven bumper, en drukken ostentatief linksrijders van de baan.

Een aantal factoren speelt bij deze woede een rol. A) Er is een set gedeelde regels, verkeersregels in dit geval, waarvan iedereen vindt dat het goed is dat ze er zijn. B) Toch voelen de regels voor veel weggebruikers als een keurslijf, en rekken ze daarom die regels naar eigen inzicht op. Bij gebrek aan 100 procent handhaving, en aan 100 procent waterdichtheid (waar precies begin je nou met ritsen bij samenvoegende rijstroken?), is daar ook ruimte voor. C) Iedereen rekt de regels net weer op een andere manier op – de een rijdt te hard, de ander haalt weleens links in. En daar begint D) de morele oorlogvoering. Mensen raken nu eenmaal overtuigd van hun eigen interpretatie van de regels, en ze hechten ten diepste aan morele wederkerigheid – als je flink je best doet om anderen heel hoffelijk te laten inritsen, dan eis je daarmee passief dat anderen dat ook voor jou doen. En raak je fiks gefrustreerd als dat niet gebeurt. Overigens wordt D) de frustratie nog eens aangejaagd doordat je op de weg nauwelijks de mens en alleen maar de auto ziet – en op een ding kun je nu eenmaal nóg makkelijker kwaad worden. Maar ook zonder die handicap is E) de communicatie op de weg zeer gebrekkig; je kunt nooit precies zeggen wat je bedoelt, in genuanceerde volzinnen, gebalsemd in diplomatieke meta-communicatie. Slechts lichtenknipperen, agressief manoeuvreren, geluidloos schreeuwen en overgeacteerde handgebaren maken staan tot je beschikking, als een baby die bij honger alleen maar keihard kan huilen.

En het ís al zo moeilijk om kritiek te incasseren. Van autoriteiten kun je die nog wel enigszins hebben – de agent die je op de bon slingert, Ferd Grapperhaus (Nederlands CDA-politicus, red.) die ons asociaal noemt – want dan is de gezagsverhouding tenminste duidelijk. Maar wie is een willekeurige voorbij-jogger nu helemaal om ons de les te lezen? Meneer denkt zeker dat hij moreel superieur is? Als iemand ons corrigeert van wie we bij gebrek aan duidelijke verhoudingen dat niet per se hoeven aan te nemen, dan ontaardt het al snel in niet willen verliezen, in een bovenliggende en onderliggende partij, in ruzie. We zijn net honden.

Het bekritiseerde ego is kwetsbaar. Daar kun je schamper over doen, maar het is gewoon een heel menselijke eigenschap. In haar boek ‘White Fragility’, dat draait om witte mensen die overreageren als ze worden gewezen op hun racistische reflexen, put Robin DiAngelo zich op geestige wijze uit in begrip voor de bekritiseerden, en dat is leuk – sociale verandering gaat misschien tóch het snelst met de fluwelen handschoen. Managers leren daar al sinds jaar en dag de feedbacksandwich voor: compliment/opbouwende kritiek/compliment. Goed werk, heb wel nog wat kanttekeningen, maar geweldig dat je dit hebt volbracht. De gewenste boodschap – de kanttekening – glijdt naar binnen.

Schurende morele waarden, anonimiteit, ontmenselijking, totaal gebrek aan genuanceerde communicatie en/of verzachtende metacommunicatie: ziedaar de analogie met sociale media. We zijn niet agressiever geworden door het verkeer of door Twitter, het is het systeem dat ons venijniger zelf naar boven haalt.

Zo bezien is de anderhalvemeterregel, net als bijvoorbeeld de onlinestrijd tegen racisme of de campagnes over ritsen, eenvoudigweg een sociale verandering die we met vereende krachten proberen te bewerkstelligen.

Het is een experiment in de openbare ruimte dat, net als verkeer en Twitter, gebukt gaat onder moeizame communicatie, want: afstandje. En met een schijnbaar strakke regel, die evengoed, net als het verkeer, ruimte voor eigen interpretatie laat. Wat als in de supermarkt iemand op het gangpad staat en je er niet op anderhalve meter langs kunt? Neem je een omweg? Zeg je er iets van? Doe je een kuchje? Wurm je je er snel tussendoor? Wacht je tot het rode licht gedoofd is?

Wat is effectiever, bitse strijd of diplomatie? Dat is de (eeuwige) vraag die live voor onze ogen beantwoord wordt.

Wat een leuke jurk.

Trouwens: u staat midden op het pad. Niemand kan er zo langs.

Maar nogmaals: héél elegant, hoe u eruitziet.

Chris Buur (VK)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234