Wie is Marieke Prutser: de zoektocht naar een Gentse graffitispuiter

Op verschillende plekken in Gent dook de afgelopen maanden de vlammend rode graffitiboodschap ‘Marieke Prutser’ en ‘Marieke = prutser’ op. Geïntrigeerd trok Humo, in een trenchcoat en met een jachtpet op, de straat op met twee vragen: wie is Marieke, en wat heeft ze verprutst?

17 januari 2017, iets over 8 uur ’s avonds, wandelend naar huis, zie ik voor het eerst de boodschap ‘Marieke Prutser’ op een witte garagepoort opdoemen. Opmerkelijk, aangezien ik in een rustige buurt vol bakfietsgezinnen en bejaarde koppels met katten woon: ‘Vast een relatie die slecht afgelopen is.’ Tenzij ‘Prutser’ Mariekes achternaam is, en ze dus gewoon iets te territoriaal is. Kleine kans, natuurlijk, maar ik ga het toch na op Infobel: in België draagt niemand de achternaam ‘Prutser’. En toen we toch bezig waren: ook ‘Knoeier’, ‘Kluns’ en ‘Sukkel’ prijkt op geen enkele Belgische identiteitskaart.

Ik post een foto op Facebook, en krijg meteen een reactie: op de Lindenlei is een tweede plaats delict! De weken erna spot ik nóg twee bekladde gevels. Van een vriendin die in Brussel werkt, krijg ik een foto van dezelfde ‘Marieke = prutser’-graffiti doorgestuurd, op een gevel aan de Kunstberg.

Wanneer je de vier Gentse crime scenes op het stadsplan met elkaar verbindt, krijg je geen verborgen boodschappen à la '666', 'REDRUM' of een opgestoken middenvinger: het is simpelweg de kortste route van het Sint-Pietersstation naar het centrum. Een mogelijke theorie: de dader wil dat Marieke elke dag minstens tweemaal aan zijn toorn herinnerd wordt – en in Brussel ook nog eens, waar ze wellicht studeert of werkt. Hij of zij is kwaad, zoveel is duidelijk.

Op Instagram vind ik een andere foto, van toen alles nog koek en ei was: op een muur in Gentbrugge, naast de treinsporen, staat ‘MARIEKE ICH LIEBE DICH’, eveneens in schreeuwend rode verf. De foto staat op de Instagramaccount van Marieke B. en werd gepost op 7 januari. Ik bel haar op.

Marieke B. «Een vriendin heeft me die foto gestuurd, als troost: het was toen net gedaan met mijn lief: ‘Kop op, je hebt een geheime aanbidder!’ Ik vond het wel grappig, omdat ik op Erasmus ben gegaan naar Duitsland, maar ik heb me nooit persoonlijk aangesproken gevoeld.»

Midden maart. Ik besluit aan te bellen bij de bewoners van de bekladde huizen, te beginnen in de Lindenlei. De graffiti hangt op de zijgevel van Lindenlei 10 en 11, maar omdat die een stuk uitsteekt, zijn het de mensen van het Lectorium Rosicrucianium in Lindenlei 12 die dagelijks met de graffiti geconfronteerd worden. We wisten het ook niet, maar het Lectorium Rosicrucianium is de Internationale School van het Gouden Rozenkruis, die haar leden wil helpen het gnostisch-christelijke pad naar ‘Waarheid’ te betreden. Wanneer ik aanbel, word ik door zowel Kristien, Eddy als André begroet. Wat vindt de vrome medemens van zo’n negatieve boodschap?

Kristien «Toen we ’t voor het eerst zagen, hebben we ermee gelachen. Maar eigenlijk is het wel erg. Die zijgevel wordt te pas en te onpas beklad, maar het is de eerste keer dat het met naam en toenaam is.»

André «We zijn het zelf beginnen te verwijderen en hebben het met een speciale stof overschilderd, maar dat is niet zo goed gelukt. (Steekt zijn wandelstok geagiteerd in de lucht) Het is niet eens een mooie tekening. De persoon die het heeft gedaan, is zelf een prutser!»

Ik trek verder, naar de garagepoort in de Baliestraat. Boven de garagepoort zijn er appartementen: ik druk op alle bellen, maar krijg slechts één iemand te horen, via de parlofoon. ‘Volgens mij woont de huurder van die garage niet in dit gebouw.’ Wat volgens hem het verhaal achter de graffiti kan zijn? ‘Toen ik het voor het eerst zag, dacht ik aan Marieke Vervoort.’ Iemand die boos is op een rolstoelatlete met euthanasieplannen? ‘Maar ’t is waarschijnlijk eerder een kwade ex of zo?’

Wanneer ik bij het laatste huis vóór het Sint-Pietersstation beland, op de hoek van de Lostraat en de Smidsestraat, zwiert Koen, een eerstejaarsstudent industrieel ingenieur, de deur open. ‘Die tekst staat hier al van na het eerste semester. Ik vind het wel grappig: er is er duidelijk eentje kwaad.’

Wordt het woord 'prutser' in bepaalde streken van Vlaanderen vaker in de mond genomen, en kan ons dat dus helpen om de afkomst van de dader te achterhalen? We gaan te rade bij prof. dr. Jacques Van Keymeulen, hoofddocent van de vakgroep Nederlandse Taalkunde aan de Universiteit Gent.

JACQUES VAN KEYMEULEN «'Prutser' is een algemeen Nederlands woord: de Van Dale maakt geen melding van enige regionaliteit. Iedereen mag het gebruiken, zowel Vlamingen als Nederlanders. Een prutser is een knoeier, en de definitie van 'prutsen' is 'ondegelijk werk verrichten'. Een mooi synoniem voor prutsen is 'broddelen' - ook algemeen Nederlands.» 'MARIEKE = BRODDELAAR': dàt was nog eens een goede tag geweest.

Iemand een prutser noemen op verschillende gevels: is dat pesten? Ik bel naar het hoofdkantoor van de Gentse politie, en word doorverbonden met de persdienst: ‘Als een Marieke zich daardoor beledigd voelt, kan ze klacht neerleggen tegen onbekenden. Dan maken wij een proces-verbaal op dat overgemaakt wordt aan het parket: uiteindelijk beslissen zij of er een strafrechtelijke inbreuk gepleegd is. Maar dan nog: als je de dader zou vinden en die beweert dat het niet over de Marieke gaat die klacht heeft neergelegd, dan heeft die klacht geen grond meer.’ Is er voor de arm der wet een verschil tussen het gebruik van ‘prutser’ en ‘kuthoer’? ‘Beide zijn beledigingen, maar mocht er ‘kuthoer’ staan, dan kun je je ook nog beroepen op laster en eerroof.'

Kan ik de stedelijke graffitiverwijderingsdienst vragen de graffiti te verwijderen?

Sandra Rottiers (preventieambtenaar) «De enige voorwaarde is dat de eigenaar of huurder van het bekladde gebouw een aanvraagformulier ondertekent: we mogen immers niet zomaar dingen verwijderen zonder expliciete toestemming. Van de ‘Marieke Prutser’-graffiti is enkel een aangifte binnengekomen voor het gebouw op de hoek van de Baliestraat.»

HUMO Het pand in de Lindenlei 10-11 is een beschermd monument: een verzwarende omstandigheid?

Rottiers «Nee. Maar als er graffiti op stadspatrimonium staat, dan wordt daar wel voorrang aan gegeven bij het verwijderen. Krijgen eveneens voorrang: racistische, discriminerende en opruiende teksten.»

'Tja, hoe gaat dat? Je gaat op date, en dat loopt niet altijd goed af'

HUMO Valt ‘Marieke = prutser’ daaronder?

Rottiers «Nee. Al zal het voor de Marieke in kwestie vast niet aangenaam zijn. Maar ja, hoeveel Mariekes zijn er niet in Gent?»

We hebben het eens nagevraagd bij de dienst Burgerzaken: er zijn 162 Mariekes gedomicilieerd in Gent - studentes niet meegerekend, dus.

Aangezien de officiële instanties mij niet op het spoor van de dader kunnen brengen, duik ik zelf het graffitimilieu in. Ik leg de zes foto’s voor aan Bjørn Van Poucke, curator van het grootste Europese streetartfestival The Crystal Ship, dat jaarlijks in Oostende plaatsvindt. Hij kent veel graffitiartiesten en woont zelf in Gent: de geknipte man.

Bjørn Van Poucke «De zes boodschappen zijn duidelijk door dezelfde persoon gezet. Het rood van ‘Marieke ich liebe dich’ is wat feller, maar dat heeft met de ondergrond te maken. De laatste ‘r’ van de ‘prutser’ aan de Kunstberg in Brussel is geen hoofdletter, maar dat hoeft niets te betekenen: hij moest zich blijkbaar haasten.»

HUMO Aangezien iedereen een tekst in hoofdletters op een muur kan zetten, hebben we wellicht niet met een professional te maken?

VAN POUCKE «Neen. De kleuren die het meeste door graffitiartiesten gekocht worden, zijn wit, zwart en chrome. Volgens mij heeft de dader die verf uit de Brico of zo gehaald. Voor de boodschap aan de treinsporen zal hij wel een laddertje gebruikt hebben, maar erg kunstig is het allemaal niet.

»Grappig overigens dat je me hiervoor gecontacteerd hebt, want ik ken een Marieke die zich al heeft afgevraagd of die graffiti over haar zou kunnen gaan.»

Praise the lord! Ik bel meteen naar Marieke D.S. (27), die zelf maar op de hoogte was van drie gevallen. Ze is wat ontdaan.

Marieke D.S. «Er zijn er dus nog méér?»

HUMO Tot in Brussel toe!

Marieke D.S. (lacht ongelovig) «Echt waar? Ik werk in Brussel!»

HUMO Vertel ons álles, Marieke.

Marieke D.S. «Anderhalve maand geleden maakte een vriend me attent op de graffiti in de Lindenlei: ‘Zou dat over jou gaan?’ Ik woon in die buurt. Toch voelde ik me nog niet aangesproken: er zijn zovéél Mariekes. Ik heb er een foto van genomen en die op Facebook gepost, waarna vrienden die in de Smidsestraat wonen, me erop wezen dat dezelfde boodschap ook in hún straat op een gevel prijkt. Redelijk creepy, want daar heb ik ook nog gewoond.»

HUMO Heb je een idee waarom het woord ‘prutser’ wordt gebruikt?

Marieke D.S. «Omdat ik dat zelf vaak gebruik! Wat het uiteraard nog creepyer maakt. Op sociale media post ik nooit normale foto’s van mezelf, enkel bewerkte. Wanneer ik iemand leer kennen op pakweg Tinder, dan krijg ik weleens de vraag of ik professioneel met fotobewerking bezig ben. Ik antwoord dan vaak: ‘Nee, ik ben maar een prutser.’ Of als ze vragen wat mijn hobby’s zijn: ‘Ik heb niet echt hobby’s, ik pruts maar wat.’»

HUMO Heb je een vermoeden wie de dader kan zijn?

Marieke D.S. «Ik ben er wel mee bezig. Ik ken een aantal mensen die kwaad op me zijn of die me niet graag hebben. Tja, hoe gaat dat? Je gaat op date, en dat loopt niet altijd goed af. Ik heb al een paar kerels gepolst, maar geen van hen heeft zich geout als de graffitispuiter. Ik ben ondertussen gestopt met zoeken, om niet nog meer mensen boos te maken (lacht).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234