Beeld Isopix

#METOONobelprijs

'Wie werd verkracht, zweeg liever. Men was bang zelf persona non grata te worden'

De Zweedse cultuurpaus Jean-Claude Arnault zit een celstraf van 2,5 jaar uit wegens twee verkrachtingen. Arnault is de man van dichteres Katarina Frostenson, lid van de almachtige Zweedse Academie, die jaarlijks de Nobelprijs voor de Literatuur uitreikt. Humo sprak met Matilda Gustavsson (33), de journaliste die hem ten val heeft gebracht en ervoor zorgde dat er in 2018 voor het eerst sinds WO II geen Nobelprijswinnaar voor de Literatuur was. Ze heeft er het boek 'Het bolwerk' over geschreven.

MATILDA GUSTAVSSON «Toen The New York Times en The New Yorker de beschuldigingen tegen Harvey Weinstein publiceerden, was ik zo gefascineerd door die artikels, en door het feit dat zijn gedrag in Hollywood blijkbaar een publiek geheim was, dat ik me afvroeg of zoiets in Zweden ook mogelijk zou zijn. Ik dacht eerst van niet: omdat er in vergelijking met Hollywood weinig geld omgaat in de Zweedse cultuursector, leek het me onmogelijk dat hier iemand even lang en even systematisch als Weinstein misbruik van zijn macht kon maken.»

HUMO Maar dat draaide anders uit.

GUSTAVSSON «Na een tijdje moest ik aan Jean-Claude Arnault denken, en aan wat ik al over hem had gehoord. Ik kende zijn bijnamen, en die sloegen allemaal op zijn gedrag als seksueel roofdier. Door die bijnamen werden vrouwen op een luchtige manier voor hem gewaarschuwd, maar tegelijk was er de serieuze ondertoon dat je moest uitkijken.

»Toen ik onderzoek naar hem begon te doen, besefte ik snel dat hij een machtspositie bekleedde. Dus moest ik ook proberen de machtsstructuur bloot te leggen die zijn gedrag mogelijk maakte.»

HUMO Jean-Claude Arnault ontleende zijn macht grotendeels aan zijn banden met de Zweedse Academie, het instituut dat jaarlijks de Nobelprijs voor de Literatuur uitreikt.

GUSTAVSSON «Zijn vrouw is de Zweedse dichteres Katarina Frostenson, die sinds 1992 lid van de Zweedse Academie is. De achttien leden zijn vooraanstaande schrijvers en intellectuelen die als groep volledig onafhankelijk opereren en over enorme sommen geld beschikken. Alle Zweedse schrijvers zijn van hen afhankelijk als ze een werkbeurs willen, maar die kun je niet aanvragen: er bestaat geen officiële procedure voor. De leden van de Academie beslissen wie geld krijgt en hoeveel. Ze kiezen ook zelf nieuwe leden en als je lid wordt, ben je dat voor het leven. Om het even wat je doet, om het even hoe je je gedraagt. Sinds kort kun je wel ontslag nemen, maar dat was vroeger niet eens mogelijk. De Academie is heel machtig, maar het is compleet onduidelijk hoe ze precies functioneert. Het is een ideale omgeving voor vriendjespolitiek, corruptie en machtsmisbruik.»

HUMO Toch hoorden we daar zelden iets over.

GUSTAVSSON «In Zweden was de status van de Academie bijna mythisch. De leden werden bewonderd en enorm gerespecteerd. Terecht, want enkele van de grootste geesten uit de Zweedse cultuur zijn er lid van geweest. Als je werd gekozen, werd dat als een teken van uitzonderlijke begaafdheid gezien. De pers overrompelde je dan als was je een kersverse Oscarwinnaar: 'Waar was u toen u het nieuws kreeg? Hoe voelt u zich nu?' Dat soort vragen. Terwijl de enige juiste vraag luidt: 'U krijgt nu een enorme machtspositie, wat gaat u met die verantwoordelijkheid doen?'

»Zodra iemand lid van de Academie werd, durfden recensenten zijn of haar werk amper nog te beoordelen. Vaak ook omdat de critici zelf schrijvers zijn en de Academie dus nodig hebben. Niemand wilde de leden beledigen.»

HUMO Hebt u nooit gevreesd dat uw onderzoek gedwarsboomd zou worden?

GUSTAVSSON «Ik ben even bang geweest, maar dat heeft maar een paar dagen geduurd. Het interessante is dat Jean-Claude Arnault zijn invloed enorm overdreef. Hij beweerde dat hij kon bepalen of een boek verscheen of niet, alsof je sowieso voorbij hem moest passeren. Dat bleek niet te kloppen, maar hij had wel macht door zijn band met de Zweedse Academie. Hij werd weleens het negentiende lid genoemd en de Academie betaalde hem ook om zaken te regelen. Bovendien besliste zijn vrouw welke jonge schrijvers beurzen en prijzen zouden krijgen. Maar het maakte niet uit of zijn macht reëel was of niet. Omdat de Academie niet transparant te werk gaat, was dat onmogelijk te controleren en kon hij naar believen jonge vrouwen lastigvallen en bedreigen.

»Toen ik mijn onderzoek begon, wist ik heel weinig over Jean-Claude Arnault. De mensen met wie ik eerst sprak, zeiden allemaal dat hij overal contacten had, en dat hij maar zijn telefoon moest nemen om mijn onderzoek te saboteren. Dat was uiteindelijk niet zo, mijn hoofdredacteurs bleven me voor 100 procent steunen, maar de paranoia had me toch even beet: wat weet ik eigenlijk over mijn hoofdredactie? Ik werd achterdochtig.»

‘Niemand wist wat de rol van Jean-Claude Arnault binnen de Zweedse Academie was. Daardoor kon hij doen alsof hij carrières kon maken of kraken.’Beeld Erik Simander

HUMO U had geen enkele ervaring als onderzoeksjournalist. Hoe hebt u het aangepakt?

GUSTAVSSON «Ik heb de soft skills van de cultuurjournalist gebruikt om alles boven te spitten. Ik wist niet waar ik moest beginnen, maar ik besefte al snel dat ik relaties met mensen moest opbouwen en het vertrouwen van de slachtoffers moest winnen. Eerst heb ik voorzichtig aan mensen die ik kende in het literaire wereldje, gevraagd of er iets waars school in de geruchten over Jean-Claude Arnault. Ik sprak met gevestigde namen uit de Zweedse cultuursector, en iedereen was bang van hem. Ze gaven toe dat ze getuige waren geweest van zijn grensoverschrijdende gedrag, maar dat ze er absoluut niet over konden praten. Sommigen raadden me ook aan om onmiddellijk met mijn onderzoek te stoppen.»

HUMO Maar dat deed u niet?

GUSTAVSSON «Dat die prominente figuren dat tegen me zeiden, bevestigde alleen maar de urgentie van mijn onderzoek. En toen heb ik gepraat met slachtoffers die Arnault had lastiggevallen in Forum, het kunstencentrum in Stockholm waarvan hij directeur was.»

HUMO Wanneer wist u zeker dat de geruchten klopten?

GUSTAVSSON «Toen een slachtoffer me vertelde dat ze door hem was verkracht, wist ik dat de waarheid veel erger was. De vrouwen met wie ik eerder had gesproken, waren lastiggevallen en vreesden voor hun carrière, maar deze vrouw was bang voor haar veiligheid. Vanaf dat moment kon ik niet meer terug. Daarna heb ik met nog meer vrouwen gepraat die beweerden dat ze door hem verkracht waren, en hun verhalen vertoonden heel veel gelijkenissen.

»Plots voelde ik een verantwoordelijkheid die ik nooit eerder had ervaren. Ik wist niet of de vrouwen geloofd zouden worden. Voor hetzelfde geld bezorgde ik hun een tweede trauma. Maar ook tegenover Jean-Claude Arnault droeg ik een grote verantwoordelijkheid. Het is niet niks om beschuldigingen te publiceren tegen een man die nog nooit veroordeeld was. Het waren zeer zware aantijgingen, die zijn leven konden kapotmaken.»

HUMO Uw onderzoek hééft ook ernstige gevolgen gehad.

GUSTAVSSON «Jean-Claude Arnault werd tot 2,5 jaar cel veroordeeld voor twee verkrachtingen en de Zweedse Academie is uit elkaar gevallen, waardoor ze in 2018 geen Nobelprijs voor de Literatuur kon toekennen. Ik kon me de omvang van de gevolgen niet voorstellen toen ik aan het verhaal werkte, maar ik voelde wel dat het explosief materiaal was. Het ging dan ook om een centrale figuur in het Zweedse culturele leven die systematisch vrouwen heeft lastiggevallen en verkracht.»

HUMO In de jaren 90 was er al een artikel verschenen waarin zijn gedrag werd aangeklaagd.

GUSTAVSSON «Ja, maar toen hebben heel wat belangrijke figuren uit de culturele sector een brief ondertekend om hem te verdedigen. Er waren zelfs feministes bij. Dat artikel heeft het omgekeerde bereikt van wat het beoogde. Het heeft Arnault onkwetsbaar gemaakt, en sindsdien wist hij dat hij overal mee kon wegkomen.

»De slachtoffers wisten toen ook: beschuldigingen tegen die man, hoe ernstig ook, hebben als enige gevolg dat zíj persona non grata werden. Wie werd lastiggevallen, zweeg dus liever. En als de #MeToo-beweging er niet was geweest, hadden ze nog altijd gezwegen.»

MEER DAN GERODDEL

HUMO Is de #MeToo-discussie ondertussen niet doorgeschoten? Aan ongepaste opmerkingen wordt soms even zwaar getild als aan verkrachtingen.

GUSTAVSSON «Een bullebak is niet per se een verkrachter, maar op een bepaald moment werd alles op een hoop gegooid, met nare gevolgen. In Stockholm is tijdens de #MeToo-heisa een artikel verschenen waarin de bekende theaterregisseur Benny Fredriksson ervan werd beschuldigd een slechte en te veeleisende baas te zijn. Dat was een slordig geschreven stukje riooljournalistiek, met in de titel verwijzingen naar seksuele intimidatie die in het artikel niet gestaafd werden. Hij kreeg de volle laag, verloor zijn job, sukkelde in een depressie en heeft zich uiteindelijk van het leven beroofd. Dat is tragisch.»

HUMO Plots gingen mensen ook aan andere #MeToo-verhalen twijfelen, zoals het uwe over Jean-Claude Arnault.

GUSTAVSSON «In Zweden zijn veel ongefundeerde artikels verschenen. Elke journalist wilde plots zijn Harvey Weinstein vinden, en sommigen zijn daar heel ver in gegaan. De journalisten van The New York Times die met de beschuldigingen tegen Weinstein naar buiten kwamen, hebben maandenlang aan hun onderzoek gewerkt, net als ik aan het mijne. Maar sommige journalisten belden een paar dagen rond en publiceerden dan schreeuwerige artikels, waarmee ze carrières hebben verwoest. Dat maakte me heel boos, want de #MeToo-beweging heeft een aardverschuiving veroorzaakt. Vroeger werden verhalen over seksueel misbruik afgedrukt in een hoekje in de roddelrubriek, maar nu kregen journalisten plots tijd en geld voor hun onderzoeken. Seksueel misbruik is naar de voorpagina verhuisd, en dat is een goede zaak. Maar een deel van de #MeToo-verslaggeving is blijven steken op het niveau van de roddelrubrieken.

»Voor elk van mijn artikels heb ik gezwoegd om bewijsmateriaal te verzamelen en getuigen en therapeuten van slachtoffers te spreken. Ik heb hun dagboeken en e-mails uit die tijd gelezen, op zoek naar elementen die hun getuigenissen konden staven. Ik wilde elke zaak waterdicht hebben.»

HUMO Om te vermijden dat het een kwestie van woord tegen woord werd.

GUSTAVSSON «Als je dat niet doet, betalen die vrouwen daar de prijs voor. Dus moest ik ervoor zorgen dat niemand hun getuigenissen ter discussie kon stellen.»

HUMO Daarvoor moest u wel eerst zelf lastige vragen stellen.

GUSTAVSSON «Dat is emotioneel moeilijk, maar het was de enige manier om hen te beschermen. Ik móést wel vragen waarom ze Jean-Claude Arnault opnieuw gezien hebben na de feiten, waarom ze niet hebben tegengesparteld, geen aangifte hebben gedaan, enzovoort. Maar omdat ze die vragen vaak al jaren aan zichzelf hadden gesteld, begrepen ze waarom het nodig was. Sommigen wilden zelfs dat het een soort verhoor werd en dat hun getuigenis zo helder en duidelijk mogelijk werd opgetekend. Ze wilden zich niet beter voordoen dan ze waren, en niets over zichzelf verhullen.»

HUMO Arnault zit in de cel en leden van de Academie moesten opstappen. Maar is er iets ten gronde veranderd?

GUSTAVSSON «De leden die zijn opgestapt, waren net de mensen die wilden dat de Academie publiek duidelijk maakte dat ze de getuigenissen geloofde. De mensen die het schandaal wilden doodzwijgen en de banden met Jean-Claude Arnault wilden minimaliseren, zitten nog steeds op hun stoel. Maar de ongenaakbaarheid van de Academie is wel aangetast, de mythische status is in rook vervlogen. Ze vinden zelfs geen nieuwe leden meer: niemand wil nog bij die club horen. Er zijn wel nieuwe leden gekozen, maar dat zijn niet bepaald de grootste intellectuelen van het moment. Dat heeft de status van de Academie nog meer aangetast.»

HUMO Welke oplossingen ziet u? Hoe kunnen machtsmisbruik en seksueel misbruik voorkomen worden?

GUSTAVSSON «Het klinkt misschien saai, maar met een ombudsman- of vrouw, een actieplan en een gedragscode kom je al een heel eind. Ook transparantie is erg belangrijk. Jean-Claude Arnault kon zijn macht overdrijven omdat niemand precies wist wat hij deed en wat zijn rol binnen de Academie was. Daardoor kon hij doen alsof hij carrières kon maken of kraken.

»#MeToo heeft mijn blik en die van anderen verruimd. Ik ben nog maar 33, maar door de #MeToo-beweging begon ik me oud te voelen. Vroeger beschikten we niet over de juiste taal om over zulke ervaringen te spreken. We gebruikten nooit de juiste woorden, we noemden een verkrachting geen verkrachting en spraken nooit over aangifte doen. Jonge mensen hebben nu wel de juiste woordenschat om die ervaringen te plaatsen.

»Ik was eerlijk gezegd verbaasd dat Jean-Claude Arnault werd veroordeeld. Dat ben je niet gewend in zulke zaken. Daarom ook stapten vrouwen vroeger zelden naar de politie. Nu doen jongeren dat al als ze betast worden in een bar of een discotheek. Toen ik jong was, hoorde dat er gewoon bij, het was een vervelend neveneffect van uitgaan. Die tijd lijkt nu echt voorbij.»

Matilda Gustavsson, 'Het bolwerk. Macht en misbruik achter de gesloten deuren van de Zweedse Academie', Nijgh & Van Ditmar

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234