Wie zijn de gele hesjes en hoeveel verdienen ze? 'We leven niet. We overleven'

Een miezerige herfstavond in Henegouwen, vlak over de taalgrens. Op de rotonde voor het industrieterrein van Ghislenghien houden tienerjongens in gele hesjes tientonners tegen: ze gooien houten palletten op het wegdek en gaan in discussie met chauffeurs die hun vaders zouden kunnen zijn. Dit is een filterblokkade tegen de hoge taksen op brandstoffen, maar ook een langgerekte schreeuw om aandacht: ‘We leven niet meer, we overleven.’ Wie zijn de gele hesjes van Ghislenghien en hoeveel verdienen ze?

'Misschien moet Charles Michel eens proberen te overleven met 1.200 euro per maand?'

Jordan Delbossch (19) ‘Naar het leger’

Jordan Delbossch «Ik ben niet de leider van de blokkade, de gele hesjes hebben er geen. Wij zijn een beweging van mensen die, net als in Frankrijk, spontaan in opstand zijn gekomen tegen het systeem. Twee weken geleden hebben we de snelweg bezet, en de politie is daarop afgekomen. Ze zeiden dat zo’n actie niet voor herhaling vatbaar was, dat het veel te gevaarlijk was. Namens de actievoerders heb ik toen geantwoord dat we dat volkomen begrepen: we willen geen dodelijke verkeersslachtoffers op ons geweten. We hebben de actie verplaatst naar de afrit van de snelweg, wat in strategisch opzicht minstens zo interessant is: in het spitsuur kunnen we binnen de tien minuten een file van Ghislenghien tot Lessines laten ontstaan.

»Op dit moment hebben we het thuis niet breed. Mijn drie zussen zijn weliswaar het huis uit, we zijn nog maar met zijn drieën, mijn ouders en ik, maar we moeten het redden met het inkomen van mijn vader als arbeider: 1.700 euro netto per maand. Om wat bij te verdienen klopt hij geregeld overuren. Mijn moeder is invalide verklaard en ik vind geen baan. Elke maand moeten wij krabben om rond te komen.

»Mijn vader en ik schroeven ook oude machines uit elkaar, op zoek naar onderdelen om door te verkopen. En ik sleutel aan motoren: ik heb drie Yamaha’s van 50 cc. Eentje heb ik in pastelkleuren geverfd en daarna gevernist. Er is niets mooiers dan ’s nachts met die machine over landwegen te scheuren, ça vide la tête. Een motor vervuilt ook minder dan een auto, en het is minder duur. Hoewel, vorig jaar gooide ik de tank nog vol voor 20 euro. Nu kost dat 27 euro. 7 euro verschil in één jaar tijd! Ik ben het zat.

»Als kind heb ik er altijd van gedroomd militair te worden. Niet omdat ik later een echte man wilde zijn, wel omdat ik me aangetrokken voelde door de waarden van het leger: discipline, respect, solidariteit. Ook het metier sprak me aan, de adrenaline die je voelt als je op missie naar een conflictzone in het buitenland vertrekt – het gevoel van brandweerlui die uitrukken. Na de lagere school heb ik me meteen aangemeld bij de cadettenschool in Ittre, voor een opleiding bij de marine. Mooie jaren, maar op mijn 16de heb ik ontdekt dat ik een hartprobleem heb.

»Op een feestje met vrienden zat ik op de grond met mijn rug tegen het venster, en plotseling voelde ik me onwel worden. Ik viel om en volgens mijn vrienden ben ik een minuut of drie buiten bewustzijn geweest. Ze hadden geen idee wat er aan de hand was. Hij heeft waarschijnlijk te veel geblowd, dachten ze. Maar ik had maar een kleine dosis gebruikt. Ik heb me grondig laten onderzoeken en daaruit is gebleken dat ik een hartafwijking heb. Dat was natuurlijk een domper. En het ergste van alles: ik moest de cadettenschool verlaten. In het leger is er geen plaats voor mensen met een hartafwijking.

'Jordan Delbossch en vader Christophe: 'Op 14 december komt er wellicht een algemene staking die het hele land zal verlammen. Dat is veel doeltreffender dan geweld.''

»Ik ben overgeschakeld op werken en studeren, maar op mijn 17de heb ik me ingeschreven bij een uitzendbureau: sindsdien doe ik de meest uiteenlopende baantjes in bedrijven en fabrieken in deze regio. Altijd interimarbeid, voor weinig geld. Maar dat is geen ramp: sinds ik uit het leger ben, weet ik nog niet wat ik met mijn leven wil. De afwisseling van baantjes geeft me de kans om van alles uit te proberen.

»Wat er precies aan mijn hart te doen is, is nog niet duidelijk. Het is te vroeg, zeggen specialisten, het ontwikkelt zich nog. Maar af en toe slaat het niet meer. Het afgelopen half jaar is dat vier keer gebeurd: het viel stil gedurende twee, drie, vier, vijf seconden. Dat is best eng, want als mijn hart zes seconden lang niet meer zou slaan, verlies ik weer het bewustzijn. Ik heb mijn vrienden gezegd wat ze in dat geval moeten doen: eerst de ambulance bellen, daarna mijn vader. Als het minder dan zes seconden duurt, los ik het zelf wel op: ik drink een cola of ik zuig op een suikerklontje, et ça relance le bazar.

»Een pacemaker is voorlopig geen optie. Die zou ik in de loop van mijn leven drie of vier keer moeten laten vervangen, telkens met een ingreep. Dat sloopt je lichaam, en het kost geld.

»Ik heb mijn droom ook niet opgegeven. De spanning in de wereld neemt toe, de kans op een oorlog wordt almaar groter. Als het zover is, zal ik me als eerste vrijwilliger aanmelden bij het leger. Niet dat ik op een oorlog hoop, maar in dat geval wil ik graag helpen, echt waar.

»Weinig mensen slagen erin hun dromen waar te maken. Ik heb op de blokkade kennisgemaakt met een vrachtwagenchauffeur die me met tranen in de ogen vertelde dat hij zijn transportbedrijfje na vijfentwintig jaar van de hand had gedaan. Het was niet meer winstgevend, zei hij. Nu rijdt hij voor Colruyt met een vrachtwagen rond. Zo gaat dat, een gefnuikte droom moet je een plaats geven.»

Christophe Delbossch (43) ‘bang van facturen’

Christophe Delbossch «Ik ben de vader van Jordan. Ik breng veel minder tijd op de blokkade door dan mijn zoon, want ik moet werken in de fabriek van Continental Bakeries Belgium, wat verderop. Ook in tijden van verzet moet er brood op de plank komen. Maar ik steun de gele hesjes voor 100 procent.

»De regering heeft een taxshift uitgevoerd: van premier Michel krijgen we elke maand 100 euro extra, een mooi cadeau waarop hij ons om de haverklap attent maakt. Maar wat heb je aan die gestegen koopkracht als de dieselprijs is gestegen, net als die van de benzine, van het gas, het water en de elektriciteit? Het voedsel wordt almaar duurder – het hele leven is te duur. Ik weet niet meer welke factuur ik het eerst moet betalen.

»Ik breek me er voortdurend het hoofd over: hoe haal ik het einde van de maand? Ik ben bang als ik in de bus een factuur aantref. Ik vraag me af: ‘Zou ik die enveloppe wel openmaken?’ En als ik ze heb opengemaakt, kijk ik naar de andere facturen die ik nog niet heb betaald. Ik wil geen deurwaarders over de vloer: als die kerels opdagen, moet je diep in je buidel tasten. Dat is een catastrofe voor veel gezinnen.

»Vroeger was het beter. Dat klinkt misschien gek omdat ik ben begonnen als asbestruimer, een gevaarlijke stiel. Maar je hield nog wat over. Nu ben je het meteen kwijt: we leven niet meer, we overleven.

'Mijn moeder is invalide verklaard en ik vind geen baan. Elke maand moeten wij krabben om rond te komen ''

»Vroeger hadden we twee inkomens: tot 2004 werkte mijn vrouw als huishoudhulp bij bejaarden. Dat deed ze heel graag. Maar ze begon te sukkelen met haar gezondheid, ze was te vaak afwezig en ze is ontslagen. Ze heeft andere baantjes uitgeprobeerd, maar het lukte niet meer: ik vermoed dat ze voor de rest van haar dagen een uitkering van het ziekenfonds zal krijgen.

»Ziek zijn kost geld. Het betekent dat we niet meer leven zoals vroeger. Toen gingen we ook niet elk jaar op vakantie, maar we hoefden ons geen zorgen te maken. En op vrijdagavond gingen we op café. Dat kan nu niet meer. We kopen blikjes bier en we drinken ze thuis op – we komen bijna niet meer buiten. En als we toch eens pannenkoeken gaan eten, bijvoorbeeld, brengen we onszelf in de problemen: ‘Hoe maken we die 60 euro goed?’

»Ik snap het niet. Wij zijn arbeiders, de spil van de industrie. Zonder ons ligt de economie op haar gat. En toch doet iedereen alsof wij niet bestaan. Het kan niemand wat schelen dat wij het met steeds minder moeten doen. Sterker nog, ze lachen ons in ons gezicht uit.

»Tien jaar geleden kreeg je een premie als je een dieselwagen kocht, dat was zogezegd beter voor het milieu. Ik heb me ook een diesel aangeschaft, een Kia. Maar nu klinkt het plotseling dat die wagens te veel vervuilen. En wie met een oude diesel rijdt, wordt gestraft. Sorry, maar ik kan mijn wagen niet één-twee-drie verkopen. Hij verbruikt ook minder dan een wagen die op benzine rijdt: het scheelt ongeveer 3 liter op 100 kilometer. Wie zal dat verschil betalen?

»(Blaast) Over vijf jaar zullen ze ons weer wat anders wijsmaken. Dan zal diesel misschien opnieuw minder vervuilend zijn dan benzine. Ze doen maar. Ik heb er schoon genoeg van.»

Dylan (17) ‘Werken bij de boer’

Dylan «Ik kom uit een groot gezin, ik heb vier zussen en vijf broers. Drie jaar geleden zaten mijn ouders diep in de stront: mijn vader was invalide verklaard, en mijn moeder had haar handen vol met het huishouden. Op mijn 15de ben ik, als oudste van de kinderen, gaan werken bij een boer met een groot bedrijf: hij houdt vijftienhonderd koeien, en hij kweekt graan en allerlei andere gewassen. Ik verdien 1.800 euro bruto bij hem. Van dat bedrag moet ik zelf de benzine voor de tractor betalen. Het is te zeggen: de eerste tank is voor mijn rekening, de tweede tank is voor hem. Maar de prijs van de benzine is complete waanzin: twee jaar geleden betaalde ik 245 euro voor een volle tank, nu 350 euro. Ik verlies dus meer dan 100 euro per maand, dat hou je toch niet voor mogelijk? Maar ik moet het wel betalen, of ik heb geen werk meer.»


Raphael (17) ‘Geen stageplaats’

Raphael «Mijn moeder is overleden aan de drank, mijn vader werkt bij Colruyt. Hij verdient 1.600 euro netto per maand. De maandelijkse afbetaling voor de lening van ons huis bedraagt 1.500 euro, veel houdt hij dus niet over. Daarnaast hebben we voor 1.100 euro vaste kosten: brandstof, verwarming, elektriciteit, voedsel – de levensnoodzakelijke dingen. Mijn oudere broer krijgt 800 euro werkloosheidsvergoeding. Als je alles optelt, komen we elke maand 200 euro tekort. Die probeer ik bij elkaar te sprokkelen, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan als je nog naar school gaat.

»Voor een stageplaats heb ik bij alle garages in de buurt aangeklopt, van Lessines tot Halle, maar niemand was bereid me te laten werken in zijn bedrijf. Het is heel moeilijk om hier een kans te krijgen: in onze klas heeft één van de twaalf leerlingen een stageplaats gevonden. Maar ik wanhoop niet: over één jaar is de lening voor ons huis afbetaald.»

Lorie Manderlier (18) ‘Drie studentenjobs’

Lorie Manderlier «Je zou het misschien niet zeggen, maar ik studeer voor schoonheidsspecialiste (lacht). Daarnaast heb ik nog drie studentenjobs. Hard labeur: soms sta ik tot drie uur ’s nachts in het café en ben ik om halfnegen ’s ochtends alweer aan de slag in de taverne. Maar ik heb geen keuze: ik heb een zestien jaar oude Peugeot gekocht, en zo’n kreng kost belachelijk veel geld aan benzine, taksen en verzekering.

'In Brussel struikel je over de daklozen. Ik ben bang dat ik vroeg of laat ook op straat beland ''

»Ik loop stage in Braine-le-Château. Als ik daar met de bus naartoe zou gaan, ben ik een eeuwigheid onderweg. Mijn ouders kunnen me ook niet brengen, die hebben het te druk met hun werk. Ik moet mezelf zien te redden. Maar het is passen en meten: ik mag als studente niet meer dan 475 uur per jaar werken. En als ik afgestudeerd ben, hoop ik met een eigen zaak te kunnen beginnen.

»Een mens kan niet vroeg genoeg aan zijn toekomst denken. Mijn grootvader heeft zijn leven lang in Les Forges de Clabecq gewerkt, de plaatselijke staalfabriek. Maar aan het einde van de vorige eeuw ging de fabriek dicht, en daar stond hij dan. Hij was te oud om elders nog een baan te vinden. Nu leeft hij van een miserabel pensioentje en gaat zijn vrouw nog altijd bij mensen thuis poetsen. Mijn grootmoeder is diep in de 60. Een schande is het.

»In België hebben mensen die hard werken het zwaar te verduren. Hoe meer je in dit land werkt, hoe meer belastingen je betaalt. En wat gebeurt er met dat geld? Dat gaat naar straaljagers! Dat moet ophouden, vind ik. Daarom kom ik zo vaak als ik kan naar deze blokkade, om lucht te geven aan mijn verontwaardiging. En om iedereen duidelijk te maken: we zitten in hetzelfde schuitje.»


Cyril Carayol (45) ‘Wallonië is verloren’

Cyril Carayol «Mijn vrouw heeft haar dochter, mijn stiefdochter, met haar kindje in huis gehaald. Mijn stiefdochter is een alleenstaande moeder. Als verkoopster in Les Bastions, een shoppingcenter in Doornik, verdient ze 1.475 euro netto per maand. Dat is nét te veel om te genieten van steun van overheidswege. Maar ze moet wel 500 euro dokken voor de crèche, en 600 euro voor de huur. Ze houdt nauwelijks iets over om van te leven. Daarom woont ze nu bij ons in, om toch een beetje te kunnen sparen.

'Lorie Manderlier: 'Ik heb drie studentenjobs. Hard labeur: soms sta ik tot drie uur 's nachts in het café en ben ik om halfnegen 's ochtends aan de slag in de taverne.''

»Ikzelf kom uit Corsica, mij hoor je niet klagen: België heeft me veel gegeven. Mijn vrouw en ik wonen in een mooi huis en we rijden met een mooie wagen, maar wat staat onze kinderen en kleinkinderen te wachten? Daar maak ik me grote zorgen over. Vlaanderen heeft zijn zaakjes goed voor elkaar, jullie betalen ook minder taksen, maar met Wallonië komt het niet meer goed. Het klopt gewoon niet meer. Mijn stiefdochter, een jonge vrouw die zich tot het uiterste inspant om in de samenleving mee te draaien, zou haar eigen boontjes moeten kunnen doppen.»


Chloé Lejeune (22) ‘1.200 euro per maand’

Chloé Lejeune «Ik werk als kapster voor een baas. Ik spreek niet over wat ik verdien, dat is te delicaat. Maar ik woon samen met mijn vriend, en ik verzeker u: wij hebben geen overschot. Vanaf de 10de van de maand worden wij in beslag genomen door één vraag: ‘Hoe knopen we de eindjes aan elkaar?’ Op restaurant gaan we niet, naar de bioscoop ook niet. We overwegen zelfs niet meer om op vakantie te gaan. Ce n’est plus possible de se faire plaisir. We betalen ons arm aan taksen. Daarom ga ik van de ene blokkade naar de andere: Feluy, Doornik, Ghislenghien – de gele hesjes laten de noden van de gewone mensen zien die de bovenlaag al lang vergeten is. Misschien moet Charles Michel eens proberen te overleven van 1.200 euro per maand?»


Logan Villet (23) ‘Overal daklozen’

Logan Villet «Ik kom uit een gezin van zes. Mijn moeder is invalide, mijn broer heeft een mentale handicap, mijn zusjes gaan nog naar school en mijn vader verdient 1.600 euro netto. Het huis waarin we wonen, durf ik geen huis meer te noemen – we hebben zelfs geen vast adres meer.

»Ik ben mecanicien van opleiding, maar ik heb geleerd niet te kieskeurig te zijn: ik pak alles aan. Momenteel heb ik geen werk. Het is niet makkelijk in deze streek. En als je verderop gaat zoeken, in Brussel, heb je een wagen nodig. Maar een wagen kost geld, daar begin ik voorlopig niet aan. Ik verplaats me met een scooter.

»Ik wil niet te negatief klinken, maar jongeren werden vroeger beter opgevolgd: je kon iets als je de school verliet. Je kreeg een opleiding die naam waardig. Nu heb je weinig achter de hand als je de schoolpoort achter je dichtslaat. En ik heb niet de indruk dat het niveau van het onderwijs stijgt: het gaat van kwaad naar erger.

»Weet u wat me verontrust? Het aantal daklozen dat je tegenwoordig in de grote steden ziet. Loop eens door het centrum van Brussel, je struikelt bijna over de dolende mensen. Eerlijk gezegd, ik ben bang dat het me ook kan overkomen, dat ik vroeg of laat ook op de straat beland.»


Jordan Delbossch (19) ‘Algemene staking’

Delbossch «Ik leef intussen bijna twee weken bij deze blokkade, dag en nacht, en veel heb ik niet geslapen. Ik ben helemaal ontregeld, maar ik ga door: het is te belangrijk. Je merkt dat we veel losmaken bij de bevolking. De meeste automobilisten toeteren en zwaaien als ze voorbijrijden. Ook de meeste vrachtwagenchauffeurs staan achter ons. Ze weten inmiddels wel waarom we actievoeren – we doen het ook voor hen.

»Aan deze blokkade tref je vooral jongeren aan, maar het is een actie van jong én oud. We hebben een vaste bezoeker, een man van 74, die ons elke ochtend een kan verse koffie komt brengen. Hij blijft niet lang, dat is te zwaar, maar elke dag staat hij er.

»Ik ben er trots op dat het nog niet uit de hand is gelopen. Daar kijken wij ook streng op toe, wij zijn hyperpacifisten. Enkele nachten geleden doken drie kerels op die banden in het vuur gooiden en de gemoederen ophitsten, des casseurs die erop uit waren rellen uit te lokken. We hebben ze meteen weggestuurd. Amokmakers berokkenen onze actie schade.

»Op andere plekken komt het wel tot geweld, dat betreur ik. Maar ik betwijfel of het geweld van de gele hesjes afkomstig is. Het zijn anarchisten die hun kans schoon zien om de boel op te fokken. En Frankrijk is een verhaal apart, geweld behoort daar blijkbaar tot de cultuur: als de nationale ploeg wereldkampioen wordt, breken ze de mooiste straat ter wereld af.

»Nee, wij doen het rustig, in overleg met de politie en de burgemeester – ook zij staan achter ons. We gaan er zeker mee door tot 14 december. Dan komt er wellicht een algemene staking, een actie die het hele land zal verlammen. Neem het van mij aan: een staking is veel doeltreffender dan geweld.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234