Wie zijn ze? Waar zitten ze? Terreur van eigen bodem: op zoek naar de teruggekeerde Syriëstrijders

Salah en Brahim Abdeslam, Abdelhamid Abaaoud, Mehdi Nemmouche, Mohamed Abrini, Najim Laachraoui, Ibrahim El Bakraoui, Oussama Atar... Humo bekeek de lijst van Belgen van wie men weet dat ze terugkeerden uit de strijd in Syrië en Irak en vroeg zich af hoeveel er nog meer over de lekke Europese en Belgische grenzen heen glippen. Wie zijn ze? En waar zitten ze?

'Waar zitten ze, wat vreten ze uit en hoe houden ze onze autoriteiten voor de gek?'

‘Teruggekeerde Syriëstrijders maken inderdaad vaker de overstap naar terreur,’ zegt Hans Bonte, de burgemeester van Vilvoorde, van waaruit veel jihadisten vertrokken.

Hans Bonte «Maar de ene Syriëganger is de andere niet. Je hebt jihadisten, die het hun morele plicht vinden om tegen het regime van de Syrische president Bachir Assad te gaan strijden, maar er zijn ook naïeve meisjes die ‘op zoek zijn naar’ of ‘op de vlucht voor’ en de IS-praatjes slikken als zoete koek. En je hebt de criminelen – straattuig, maar ook zware en gewelddadige gangsters, die naar ginder trekken met het oog op straffeloosheid, geweld, misdaadgeld en gratis vrouwen.

»Het is vooral bij die zware jongens met een misdaadverleden en de nodige criminele connecties dat de overstap naar terreur moeiteloos lijkt te worden gemaakt.»

‘We delen de teruggekeerden op in twee categorieën,’ zegt Paul Van Tigchelt, het hoofd van het OCAD, het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse.

Paul Van Tigchelt «De eerste groep bestaat uit mensen die om persoonlijke redenen teruggekeerd zijn. De anderen zijn door IS gestuurd om hier aanslagen te plegen. Zij zijn geïndoctrineerd en opgeleid en hebben inderdaad contacten in de zware misdaad. Zij vormen het grootste gevaar.»


De cijfers

Hoeveel Syriëgangers zijn er ondertussen officieel teruggekeerd? Volgens jihadkenner Pieter Van Ostaeyen zijn er in totaal 543 jihadisten vanuit België naar Syrië en Irak getrokken. 105 van hen zouden ginder het leven hebben gelaten en 127 zouden zijn teruggekeerd.

Op de lijst van het OCAD staan dan weer 614 ftf’s of foreign terrorist fighters: 270 Syriëgangers die effectief vertrokken zijn en van wie er ondertussen 90 dood zijn, 157 geradicaliseerde moslims van wie men vermoedt dat ze willen vertrekken, 114 strijders die ‘uit eigen beweging’ zijn teruggekeerd en 73 jihadi’s die ergens in Europa of in Turkije onderschept en teruggestuurd werden. Volgens het OCAD bevinden er zich op dit moment dus 344 echte en would-be-ftf’s op Belgisch grondgebied.

'Hoe jihadisten de Belgische autoriteiten voor de gek houden'


En in het Pajottenland...

Humo kon de lijst van bekende teruggekeerde Syriëgangers inkijken. Het zijn meestal mannen, maar er zitten ook wel wat – vaak zeer fanatieke – vrouwen tussen, die er geen moeite mee hebben hun vaak jonge kinderen mee te sleuren. Sommige Syriëgangers zijn minderjarig. Sommigen zijn veroordeeld, anderen niet. Sommigen zitten in de gevangenis, anderen niet. De meesten hebben een Noord-Afrikaanse of Arabische achtergrond, maar er zijn even enthousiaste Syriëgangers wier leefwereld mijlenver van de islam ligt.

Uit de lijst blijkt dat er best wel jihadisten zijn die min of meer autonoom radicaliseren, maar de meesten komen toch uit radicale familie- en vriendengroepen – families zoals de Aberkans uit Brussel, van wie zonen, dochters, moeders, vaders, ooms en neven jihadisten en terroristen worden. De familie Aberkan alléén heeft in de afgelopen twintig jaar meer dan tien gewelddadige moslims voortgebracht.

'Hans Bonte: 'Vooral de zware jongens, die naar Syrië trokken met het oog op straffeloosheid en geweld, maken de overstap naar terreur.'

De Syriëstrijders komen ook zo’n beetje van overal: de meesten, zoals te verwachten, uit Brussel, Antwerpen, Mechelen, Vilvoorde, Verviers, Luik, Charleroi… Maar er zijn er ook in minder voor de hand liggende plekken, zoals Tienen, Deinze, Beveren en zelfs het lieflijke Waalse Maasdorpje Hastière-par-delà. Schaarbeek heeft zestien teruggekeerden, Molenbeek dertien, Brussel zelf elf, Antwerpen vijftien, Vilvoorde vier en Oostende drie. Maar bijvoorbeeld Genk, Leuven, Bredene en Roeselare hebben er ook eentje. En Galmaarden.

De bovenstaande lijsten betreffen dus Syriëstrijders die men ként; vermoedelijk zijn er veel meer die zijn teruggekeerd. Men weet niet eens met zekerheid hoeveel mensen naar Syrië zijn vertrokken, laat staan dat men kan bijhouden hoeveel er terugkomen. De betrokkenen zélf zullen in elk geval niet naar de veiligheidsdiensten stappen, en niet elke familie brengt de politie op de hoogte als zoon- of dochterlief naar Syrië verdwijnt of weer opduikt. Bovendien zijn er ook veel illegalen met een moslimachtergrond in dit land, volgens een onderzoek van Humo van vorig jaar mogelijk zelfs 200.000. Ook daar raken mensen geradicaliseerd, en hun stille overstap naar terreur en geweld ziet niemand.

Bonte «Dat is het grote probleem met de jihadisten: het dark number. Hoeveel duiken er hier onder zonder dat wij het weten? Dat cijfer onderschat je beter niet.»

Op het kabinet van Justitie van CD&V-minister Koen Geens erkent woordvoeder Sieghild Lacoere dat niet alle vertrekkers en teruggekeerden worden gedetecteerd.


Barbaren

Ook al maakt de lijst duidelijk dat er vandaag wel degelijk jihadisten worden veroordeeld, een substantieel deel blijft toch op vrije voeten. Tot voor kort werd teruggekeerde Syriëstrijders nauwelijks een strobreed in de weg gelegd. Veel van de Sharia4Belgium-leden die naar het Midden-Oosten waren getrokken, konden ongestoord weerkeren en hier ongemoeid hun leven voortzetten. Ze ontvingen uitkeringen en lieten zich verzorgen in ziekenhuizen als ze gewond waren.

Maar dat is nu voorbij. Of zou dat toch moeten zijn. Met het herwerkte Plan R (de R staat voor ‘radicalisering’) heeft de Belgische overheid een systeem ontwikkeld om teruggekeerde jihadisten aan te pakken, juridisch te vervolgen, eventueel te berechten, in de gaten te houden en te deradicaliseren.

Sieghild Lacoere «Het federale parket start nu systematisch een gerechtelijk onderzoek tegen hen op en eist dat teruggekeerde Syriëgangers tijdens het onderzoek in voorlopige hechtenis in de gevangenis worden gehouden en zeker geen enkelband krijgen. De praktijk toont aan dat rechters daar nu meestal op ingaan, ook al is er niet meteen gevaar voor recidive, samenzweringen met gelijkgestemden of het zich onttrekken aan justitie.»

Maar draait het systeem echt vlot? Het ligt voor de hand dat het gerechtelijke onderzoek zich in de eerste plaats richt op wat de strijders in Syrië en Irak hebben gedaan, in dienst van terreurorganisaties als IS of Jabhat Fatah al-Sham: foltering, verkrachting, slavenhandel, pedofilie, moord… Allemaal bezigheden die aangemoedigd worden in het kalifaat, maar hier strafbaar zijn. En dat wéten de jihadisten ook. Als ze tegen de lamp lopen, dissen ze dus onwaarschijnlijke verhalen op over waarom ze naar Syrië zijn getrokken.

Velen, zoals de vroegere Sharia4Belgium-leden Jejoen Bontinck en Elias Taketloune, zeggen dat ze uit humanitaire overwegingen handelden en ginder als hulpverleners aan de slag waren. Taketloune pakte zelfs uit met lidkaarten van de Rode Halve Maan, de islamvariant van het Rode Kruis, en foto’s van zichzelf als humanitair hulpje, maar die bleken vervalst.

'De vliegende jihadist' vloog in korte tijd minstens vijf keer ongestoord heen en weer tussen Brussel en het kalifaat'

Anderen, zoals Saïdi Oussama Ben Habib uit La Louvière en zijn vrouw Laura P. uit Jumet, die vorig jaar terugkwamen na negen maanden in het kalifaat, waar Saïdi Oussama de vertrouwelijke functie van betaalmeester had, probeerden de rechter wijs te maken dat IS hen om de tuin had geleid. Ze dachten dat ze zouden deelnemen aan een nobele strijd tegen het regime van de Syrische president Assad, in ruil voor 10.000 euro per maand en een mooie villa. Maar in de plaats daarvan waren ze in het voorgeborchte van de hel terechtgekomen, klaagden ze. ‘Het zijn barbaren, meneer,’ verklaarde Laura P. aan de rechter: ‘Elke vrijdag stelden ze de onthoofde lijken tentoon op het dorpsplein.’ Saïdi Oussama en zijn vrouw hielden vol dat ze geen idee hadden van het bloedige gruwelregime van IS. De rechter geloofde geen woord van hun verhaal en veroordeelde Saïdi Oussama tot vier jaar effectieve celstraf en Laura P. tot drie jaar. Zij mocht naar huis, want haar straf was voorwaardelijk.

In april maakte de Nederlandse professor Ruud Peters, die in opdracht van de Nederlandse justitie onderzoek had gedaan naar het leven van zogenoemde uitreizigers in dienst van het kalifaat of andere terreurgroepen, in Humo brandhout van al die smoezen: ‘Wie zich aansluit bij IS, stapt in het geweld. In het kalifaat heb je geen keuze.’

Maar zonder informatie, duidelijke beschuldigingen en het noodzakelijke bewijsmateriaal raakt de Belgische justitie niet ver in haar onderzoeken naar Syriëstrijders: de meesten van hen komen dan ook weg met de misdaden die ze ginder hebben begaan. Want niet elke jihadist is zo rauw als de Antwerpenaar Hicham Chaib, die er geen moeite mee had om een geboeide man voor de camera in het achterhoofd te schieten. Een poging van het Brusselse parket om Mohamed Aquichouh, een crimineel uit Vilvoorde én een voormalig lid van Sharia4Belgium, te veroordelen voor het folteren van zijn collega-jihadist Jejoen Bontinck mislukte omdat de rechter Bontinck niet geloofwaardig vond.

Het eerste échte proces omtrent een in Syrië gepleegde terroristische moord begon in juni in Antwerpen. In de beklaagdenbank hadden zes Syriëgangers, allen ex-leden van Sharia4Belgium, moeten staan. Maar van al die IS’ers was alleen Hakim Elouassaki in België. Hij kwam in 2013 terug met een granaatsplinter in zijn hoofd. Elouassaki had ook moeten terechtstaan op het grote Sharia4Belgium-proces begin 2015 in Antwerpen, maar werd uit de lijst beklaagden gelicht omdat hij zogezegd niet toerekeningsvatbaar was vanwege die granaatsplinter. Het terroristische moordproces zal pas in oktober worden voortgezet. Hakim Elouassaki zit op dit moment wél in de gevangenis.


De vliegende jihadist

Syriëgangers pakken op hun misdaden in Syrië en veroordelen voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, lukt meestal niet. Dus probeert justitie het op een andere manier.

Lacoere «De meeste Syriëstrijders worden veroordeeld op basis van het verboden lidmaatschap van een terroristische organisatie. Het effectieve lidmaatschap moet dan niet aangetoond worden, deelname aan een actie van de organisatie is voldoende.»

Van Tigchelt «Momenteel zitten er 145 mensen in de gevangenis voor terrorisme of radicalisering. Een veertigtal zit in voorlopige hechtenis. Dat zijn uiteraard niet allemaal Syriëgangers.»

Maar ook hier zijn er problemen. Beschikken de Belgische politiek en justitie over de slagkracht en de efficiëntie om de gevaarlijke Syriëgangers juridisch aan te pakken en onschadelijk te maken?

Eén voorbeeldje. In het begin van 2015 werden in Antwerpen 43 leden van Sharia4Belgium schuldig bevonden en veroordeeld tot vaak serieuze celstraffen. Van die 43 zijn er uiteindelijk vier in de cel beland. En dat patroon herhaalt zich in de andere processen waarin jihadgroepen worden geviseerd. Ook in de zaken rond de Brusselse haatpredikers en IS-ronselaars Bassam Ayachi, Khalid Zerkani en de broers Othman en Mohamed Akzinnay belandde maar een deel van de veroordeelden in de cel. De rest kon enkel bij verstek veroordeeld worden, wegens geen flauw idee waar ze zijn.

Het lokaliseren van jihadisten is een serieus probleem voor de Belgische justitie. De gangbare mening is dat het gros van hen zich in het kalifaat bevindt – ongrijpbaar voor de Belgische autoriteiten – of ginder zelfs de heldendood is gestorven. Maar of dat altijd klopt? Het ziet ernaar uit dat veel van hen geregeld heen en weer pendelen tussen België en IS.

Sommigen zetten hun eigen overlijden in scène om ongestoord naar België te kunnen komen, in navolging van Abdelhamid Abaaoud, één van de kopstukken achter de aanslagen in Parijs. Abaaoud reisde maandenlang door Europa en glipte België en Brussel voortdurend in en uit. Eén keer kwam hij zelfs naar Molenbeek om zijn jongste broertje Younes mee naar Syrië te nemen.

Anderen nemen zelfs de moeite niet om hun dood te faken. Veel Syriëgangers hebben een zwaar criminele achtergrond en beschikken over de juiste connecties om probleemloos aan valse identiteitsbewijzen, paspoorten, enzovoort te raken. Dit soort IS-infiltranten maakt uiteraard ook uitgebreid gebruik van de instroom van vluchtelingen zonder papieren.

'Mélissa Franji bekende dat ze haar zoontje zo zou opvoeden dat hij op z'n 10de al niet-gelovigen zou afslachten. Ze werd vrijgelaten'

Soufiane Alilou is zo’n mooi voorbeeld van een jihadist die niet echt in Syrië zat. De Marokkaan uit Schaarbeek, de zoon van de beruchte Brusselse ‘moeder’ van de terreur Fatima Aberkan, werd in juli 2014 op de Nederlandse luchthaven van Schiphol gearresteerd in het bezit van een vals paspoort. Hij wordt ‘de vliegende jihadist’ genoemd omdat hij in korte tijd minstens vijf keer ongestoord heen en weer vloog tussen Brussel en het kalifaat. In Brussel ronselde hij nieuwe IS-rekruten en verzamelde hij fondsen die hij naar Syrië versluisde. Daarbij probeerde hij onder meer kredieten los te weken bij banken als Beobank.

'Paul Van Tigchelt: 'Sommige Syriëstrijders keren terug om persoonlijke redenen. Anderen worden door IS gestuurd om hier aanslagen te plegen.'


Koken voor IS

Soms krijgen zware en potentieel gevaarlijke jihadisten een straf die hen niet of niet lang achter de tralies houdt: een veroordeling tot een gevangenisstraf betekent namelijk niet automatisch dat iemand ook echt moet zitten.

Zo was een rechter in Brussel in mei van dit jaar bijzonder begripvol voor een dertigtal Syriëgangers en jihadronselaars. In één van de processen rond de haatpredikers Khalid Zerkani en de broers Akzinnay, waar de federaal procureur straffen van vijftien jaar gevangenis vroeg, veroordeelde hij slechts drie man tot niet eens de helft van de geëiste straf. De rest, onder wie een zeer controversiële imam uit Evere, kwam ervan af met een licht vonnis – meestal voorwaardelijk – of een vrijspraak.

En eveneens in Brussel kwam ook Moussa Zemmouri goed weg. Zemmouri is een Belgische radicale islamist van Noord-Afrikaanse origine die begin deze eeuw door de Amerikanen werd gearresteerd in Pakistan en een aantal jaar in de Guantánamo-gevangenis heeft doorgebracht. Na zijn vrijlating kwam hij terug naar België en in het Antwerpse Hoboken gooide hij zich weer in het geweld en de terreur. Samen met een Franse ex-klant van Guantánamo wilde hij de jihad financieren door een Turkse drugstrafikant te beroven. De terreurfinanciers rekenden op een buit van 700.000 euro, maar de overval liep verkeerd af en het stel werd opgepakt. De Fransman kreeg twaalf jaar, Zemmouri veertig maanden voorwaardelijk.

Ook in het Sharia4Belgium-proces kregen een paar jihadisten een celstraf die te kort was om effectief te worden uitgevoerd. De suikerzieke Walid Lakdim uit Berchem kreeg vijf jaar cel, waarvan vier voorwaardelijk, maar die heeft hij niet uitgezeten. Lakdim heeft de Belgische autoriteiten serieus voor de gek gehouden. Nadat hij in april 2013 een eerste keer was opgepakt samen met een reeks andere Sharia4Belgium-leden, hield hij vol dat hij enkel humanitair werk had verricht in Syrië. Daarna beweerde hij dat hij had gekookt en gepoetst voor zijn collega-jihadisten. Hij was geen radicale islamist, zeiden hij en zijn vader. Lakdim werd vrijgelaten onder voorwaarden, maar lapte die aan zijn laars door deel te nemen aan een betoging voor Mohamed Morsi, de toenmalige islamistische president van Egypte. Dus verdween Lakdim weer in de cel. Begin 2014 kwam hij opnieuw vrij. Eén verplichte deradicaliseringscursus later blijft hij een rabiate islamextremist die met geweld de democratie wil bestrijden. En in maart van dit jaar bleek pas écht hoezeer Lakdim de Belgische justitie voor schut heeft gezet. Hij was immers nooit gestopt met het frequenteren van gelijkgestemden en het ronselen van jihadisten. Zo had Lakdim contact met de Antwerpenaar Mohammed Hajji, die in juni 2015 naar Syrië trok. En nog altijd zit Walid Lakdim niet in de cel.

Nog erger is de manier waarop Bilal El Makhoukhi, een Brusselaar die in Syrië een onderbeen was kwijtgeraakt en tot twee jaar effectief werd veroordeeld, zijn gang kon gaan. Omdat celstraffen onder de drie jaar niet uitgezeten moeten worden in ons land, mocht El Makhoukhi na een weekje gevangenis al naar huis met een enkelband. Daarvan maakte hij gebruik om samen met Abdelhamid Abaaoud de aanslagen in Parijs voor te bereiden. Pas na de aanslag werd El Makhoukhi écht achter de tralies gezet.

Maar het allerpijnlijkste geval voor justitie is dat van Fatima Aberkan, de ‘moeder’ van de Brusselse islamterreur en het hoofd van een belangrijke terreurfamilie in Brussel. In het proces-Zerkani werd ze omschreven als een zeer kwaadaardige, tot geweld aansporende ronselaar die voortdurend heen en weer pendelde tussen Syrië en Brussel. Ze had contact met terroristen en radicaliseerde haar zonen en dochters – één van hen, Yassine Lachiri, bouwt in Syrië een carrière als beul uit. Fatima werd in april van dit jaar op het proces tegen ronselaar Khalid Zerkani tot vijftien jaar cel veroordeeld. Maar begin augustus moesten de Belgische autoriteiten haar alweer ‘onder voorwaarden’ vrijlaten wegens hopeloos justitieel gehannes bij het Brusselse Hof van Cassatie. In oktober zal haar zaak voor dat hof behandeld worden. Op onze vraag aan het kabinet van minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) of de vrij rondlopende Fatima Aberkan in de tussentijd de klok rond in de gaten wordt gehouden, komt geen antwoord.


Radicaal met kinderwagen

Vooral Syriëstrijders die onder dwang terugkomen, krijgen vaak lichte straffen. Vaak gaat het om vrouwen met kinderen die hun jihadistische man achternareizen, of om enthousiaste pubers zonder veel kennis van zaken of de nodige logistieke steun. Ze worden de afgelopen jaren zo’n beetje overal in Europa uit het verkeer geplukt: in treinstations in Duitsland, aan de grenzen in Bulgarije… Maar de meesten lopen tegen de lamp in Turkije, het grote doorvoerland naar Syrië.

Sommigen raken zelfs niet verder dan de Belgische luchthavens. Zo werd op 15 januari 2015 Mélissa Franji gearresteerd op de luchthaven van Charleroi, terwijl ze gesluierd haar veertien maanden oude zoon in een dure kinderwagen door de vertrekhal duwde. Het was al de derde keer dat ze naar Syrië probeerde te vertrekken. Franji is een tot de islam bekeerde Belgisch-Libanese die getrouwd is met de Brusselse jihadist Yacine Azzaoui. Die verdween in augustus 2014 naar Syrië. Mélissa leefde toen al gescheiden van haar man omdat die zeer gewelddadig was, haar afranselde en haar dwong een boerka te dragen. Maar vanuit het kalifaat begon Azzaoui haar te bestoken met berichten: hij eiste dat ze zijn zoon naar Syrië zou brengen.

In Charleroi was de vrouw in het gezelschap van andere Syrië-aspiranten, onder wie Abdelkader Benameur, een Marokkaan die al op jeugdige leeftijd in de misdaad was gestapt en banden had met de terreurcel die begin 2015 werd ontmanteld in Verviers. Benameur werd in november 2015 tot vijf jaar cel veroordeeld. Maar zijn broer Mohamed mocht naar huis, ook al vond de rechter dat diens medeplichtigheid was aangetoond. En de rechter was bijzonder vriendelijk voor Mélissa Franji, ook al was duidelijk dat zij een radicale islamiet was gebleven. Ze wil niet dat haar kind een westerse taal als het Frans leert, en bekende dat ze haar zoontje zo zou opvoeden dat hij op zijn 10de al niet-gelovigen zou afslachten. Ze bood haar man zelfs spontaan een tweede bruid aan. Franji werd veroordeeld tot vier jaar cel, mede door haar ‘diep geloof in IS, de gevaarlijkste terroristenorganisatie op deze aarde’. Maar toch werd Franji meteen vrijgelaten. Ze moest van de rechter wel werk zoeken en zich laten behandelen door een psychotherapeut.

'Bilal El Makhoukhi mocht na een week cel naar huis met een enkelband. Daar bereidde hij met Abdelhamid Abaaoud de aanslagen in Parijs voor'


Succesverhaal

Wie niet in de gevangenis zit of vrijkomt, moet in de gaten worden gehouden en een deradicaliseringscursus volgen. Die controlemaatregelen worden vaak opgelegd door de rechter en moeten worden uitgevoerd door speciale cellen van de federale politie, de lokale politie en de lokale besturen. Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon legde op dat die controle ‘zichtbaar en aanklampend’ moest zijn. Maar of dat altijd zo is?

Burgemeester Bonte van Vilvoorde maakt zich druk over het gebrek aan sérieux bij die controles, waar het lokale niveau het te vaak laat afweten.

Bonte «In Vilvoorde en in de rand van Brussel maken we er werk van, en we betrekken de moslimgemeenschap bij onze aanpak. Maar dat gebeurt echt niet overal, hoor. In Brussel en de andere grootsteden laten de controle en de begeleiding veel te wensen over. In sommige steden weten ze niet eens hoeveel huizen er in de straten staan, laat staan dat ze weten wie erin woont. Maar de lokale aanpak is zó belangrijk om te weten wat er gebeurt. Nog niet zo lang geleden waarschuwden we ervoor dat een bepaalde Syriëstrijder opnieuw in het land was. De veiligheidsdiensten wuifden onze informatie lacherig weg – die man was gestorven in Syrië, dat wisten ze wel zeker. Tot hij gewoon in België bleek te zijn.»

Van Tigchelt «Het is een illusie te denken dat iedereen die radicaliseert, de klok rond in het oog gehouden kan worden. Maar het aantal terrorismeprocessen en het aantal veroordeelden ligt hoog in België in vergelijking met andere landen.»

Ook het deradicaliseren lijkt niet echt een groot succes. Federaal procureur Frédéric Van Leeuw, die de grote terreur- en jihaddossiers beheert, verklaarde eind augustus dat de teruggekeerde Syriëgangers beter opgevolgd moesten worden. Vaak werkt justitie op dat vlak met lapmiddelen. Zo worden minderjarige jongens en meisjes in gesloten jeugdinstellingen als De Zande in Beernem gezet.

‘Het gebeurt maar heel zelden dat radicale islamisten door een jeugdrechter in een gesloten instelling worden geplaatst,’ zegt Peter Jan Bogaert, de woordvoerder van het Agentschap Jongerenwelzijn.

Peter Jan Bogaert «Een, twee keer per jaar. Het is een ingrijpende en dus ultieme maatregel. Meisjes komen naar Beernem als ze zeer geradicaliseerd zijn en niets anders helpt, of – omgekeerd – om hen te beschermen tegen hunradicale familieleven en milieu. Maar in zo’n instelling worden ze niet apart gehouden, en ze blijven er niet meer dan drie maanden.»

De meeste jihadisten die in deradicaliseringsprogramma’s worden gedwongen, deradicaliseren ook nauwelijks.

Van Tigchelt «Het is gemakkelijker om te voorkomen dat iemand radicaliseert dan om iemand te deradicaliseren.»

Maar gelukkig zijn er ook succesverhalen. Elias Taketloune, alias Abu Shaheed, is een teruggekeerde Vilvoordenaar en de broer van de vermoedelijk in Syrië gestorven Tarik Taketloune. Hij kreeg op het Sharia4Belgium-proces vijf jaar cel, maar daar moest hij er maar eentje van uitzitten, wat in de praktijk betekende dat hij niet naar de gevangenis moest.

Taketloune vertrok al heel vroeg naar Syrië, in 2012. Daar sloot hij zich zoals alle Belgen van Sharia4Belgium aan bij de brutale misdaadbende Majlis Shura al-Mujahideen, die haar hoofdkwartier had in een luxueuze villa in het Syrische Kafr Hamra in de buurt van Aleppo, en zich verrijkte door ontvoeringen, foltering en moord. Taketloune wilde dat zijn vrouw en kind ook naar Syrië kwamen, maar die werden onderschept in de luchthaven van Zaventem. Dus kwam Elias in 2013 zelf terug naar België.

Hij beweerde dat hij in Syrië als hulpverlener had gewerkt, maar zijn verklaringen werden tegengesproken door andere Syriëgangers, die volhielden dat hij ginds wel degelijk wapens en geweld had gebruikt. Zijn wel heel vriendelijke straf heeft Taketloune vermoedelijk te danken aan het feit dat hij met de politie was gaan samenwerken. Hij lapte er een pak van zijn maatjes bij, onder wie zijn eigen broer Tarik, en vertelde hoe zij in Syrië christenen en sjiieten ontvoerden voor losgeld en die mensen folterden en uiteindelijk ook vermoordden als er niet werd betaald. Op sociale media werd Taketloune er zélf van beschuldigd mensen te hebben onthoofd: zijn IS-vrienden zetten hem weg als een verrader en bedreigden hem met de dood. Taketloune heeft geen dag van zijn straf uitgezeten.

Jorgen Van Laer, de advocaat van Taketloune, ontkent dat zijn cliënt een informant was. Hij zegt dat hij veranderd is, en na z’n deradicaliseringstraject niets meer te maken heeft met het milieu waarin hij vroeger rondhing. En dat verhaal wordt bevestigd in Vilvoorde, waar men er wél op wijst dat dat niet betekent dat Taketloune nu niet meer wordt begeleid en gevolgd.

Van Tigchelt «Maar we staren ons niet blind op de Syriëgangers. We volgen veel méér geradicaliseerde islamieten en we houden de nieuwe evolutie in de gaten: IS-sympathisanten die nooit in Syrië zijn geweest, maar in de terreur stappen door de IS-propagandamachine op sociale media. Zie de videoboodschap van Syriëstrijder Mohammed al-Adnani van 21 mei, waarin hij zegt: ‘Het is minstens even eervol om thuis te blijven en daar toe te slaan.’ Het kalifaat staat onder druk en deze zogeheten lone actors zijn onze nieuwe focus.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234