Will Tura: 'Na al die jaren hecht ik nog altijd veel belang aan applaus. En ik hóór het als het niet gemeend is'

‘Waarom een roekeloze spookrijder willen zijn als je zo’n tedere gentleman kunt worden?’ Die kleine notitie borg ik in mijn hoofd op toen ik vorig jaar met mijn moeder innig gelukkig naar een concert van Will Tura zat te kijken, koning, keizer en admiraal van het Vlaamse lied. Zestig platen en achthonderd liedjes had hij gezeefd, om tot een setlist te komen met naast vakmanschap vooral liefde en tintelend leven.

Vandaag komt Tura (79 in augustus) de lobby van The Hotel in Brussel binnengelopen – swing in de heupen, romantiek in de mondhoeken, muziek in de ogen. Op 11 juli geeft hij in de AB een groots concert met het Brussels Philharmonic, zijn enige dit jaar. ‘Elk optreden kan mijn laatste zijn: zodra ik merk dat het minder wordt, stop ik ermee.’

Will Tura «Anderhalve maand geleden ben ik naar de dokter gegaan om mijn stembanden te laten onderzoeken. ‘Geen probleem, Will, alles is in orde.’ Ik was zo blij! Want ik was al lichtjes zenuwachtig voor het concert. Zo gaat het bij elk optreden, ook na al die jaren: ik ben een fundamentele twijfelaar. Ik moet zeker weten dat ik er klaar voor ben. En dus ben ik me ook al weken aan het voorbereiden: me extra goed verzorgen, mijn stem soigneren, me niet onnodig opjagen in kleine dingen. Maar het wordt mooi, hoor, en ik vat het groots op: er zullen 57 muzikanten op het podium staan.»

HUMO Het verbaast me dat je na al die jaren nog zo zenuwachtig bent.

Tura «Het is die lat, hè: die ligt dáár (houdt zijn hand een flink eind boven het hoofd). Ik heb mezelf ooit een kwaliteitsnorm opgelegd, en die wil ik blijven halen. Dat is niet zo eenvoudig. Het is een gevoelig vak: wat ik in al die decennia verworven heb, kan ik in één concert weer kwijt zijn. Daarom moet ik mijn best doen om goed te blijven, om de forme van mijn stem te behouden – minder optreden dan vroeger, bijvoorbeeld. (Denkt na) Het is eergierigheid, natuurlijk: ik wil nooit in die fase belanden waarin mensen zeggen dat het allemaal nog wel charmant is, maar niet meer de punch heeft van vroeger. Als ik voel dat het niet is zoals ik het wil, word ik paniekerig, en dan blijf ik liever thuis. Elk optreden kan dus mijn laatste zijn: zodra ik merk dat het minder wordt, stop ik ermee. Daar ben ik heel categoriek in.»

HUMO Maar hoe weet je zoiets? Er zijn tal van voorbeelden van oudere artiesten die geloven dat wat ze doen nog steeds scherp en opwindend is, maar in werkelijkheid aan het wegkwijnen zijn op het podium.

Tura «Ik weet wat ik van mijn stem, mijn lichaam en mijn geest wil: ik zal zelf de eerste zijn die merkt dat ik het niet meer haal. Bovendien: het publiek is de perfecte juge. Na al die jaren hecht ik nog altijd veel belang aan applaus, en ik hoor ook wat zo’n applaus zégt. Of er ontroering in doorklinkt, of euforie. En dus ook: of er beleefdheid uit spreekt, of onverschilligheid.»

HUMO Je bent al je hele leven een twijfelaar, en dus ook een perfectionist – want die twee hangen nauw samen.

Tura (knikt) «Ja, absoluut. De justesse van de noten: ik ben daar heel gevoelig aan, zowel bij mezelf als bij anderen. Het moet altijd oké zijn. Het kan niet efkes ernaast zijn.

»Je moet je eigen talenten en passies respecteren. En bij mij betekent dat dus: het componeren en zingen niet licht opnemen. Ik was 12 toen ik mijn eerste optreden had, en 66 jaar later leef ik nog steeds van en voor de muziek. Daar ben ik blij mee: het is wat ik zo graag wilde. Ik ben ook nooit nieuwsgierig geweest naar al die andere levens die ik had kunnen leiden. Het was: verliefd worden, en een leven lang verliefd blijven.»

HUMO Wat is het méést bepalend geweest voor je succes?

Tura «De factor geluk: je hebt lucky stars nodig. Ik ben altijd op het juiste moment de juiste mensen tegengekomen.»

HUMO Mag ik iets minder bescheiden suggesties doen? Een royale geut talent, bijvoorbeeld? Jaren vol toewijding en detaillistisch werk?

Tura «Ja, maar dan nog heb je mensen nodig die in je geloven. Kijk naar mijn moeder: zij was een formidabele zangeres. Alleen moest ze van haar ouders op de boerderij werken, en is er dus nooit een zangcarrière van gekomen. Ze was zo blij toen ik later haar droom waarmaakte.

»Als 12-jarige in het zesde studiejaar in Veurne werd ik betrapt door de leraar: ik was muziek aan het schrijven in plaats van me over mijn rekensommen te buigen. ‘Blanckaert, dat kan niet. Naar de directeur.’ Mijn moeder moest mee, en de directeur zei haar: ‘Er is niets aan te doen, mevrouw. Laat hem verdergaan in de muziek. Iets anders zal hij niet willen.’ Die man had het begrepen! Snap je wat ik bedoel? Je moet op het juiste moment mensen treffen die de vonk zien, de passie die in je leeft. Want die directeur had net zo goed kunnen zeggen: ‘Concentreer je op je school, Blanckaert, en zet die kinderachtige dromerijen uit je kop.’ En dan had mijn leven er misschien helemaal anders uitgezien.»

'Ik ben een gevoelig iemand, en dat maakt me kwetsbaar. Maar het hélpt me ook.'

HUMO Accordeonist Harry Cogge was je eerste muziekleraar.

Tura «Mijn moeder voelde zich gesterkt door de woorden van die directeur, en vertelde mijn vader dat ik het in me had om haar droom waar te maken. Maar dan moest ik er wel alles voor doen. Om te beginnen: lessen nemen. Dat deed ik dus bij Harry Cogge. Onlangs liet zijn zoon me weten dat Harry me nog eens wilde ontmoeten – hij is 93 intussen. Samen met Jenny, mijn vrouw, ben ik naar hem gereden. Dat was een ontroerende ontmoeting. ‘Ik had het meteen gezien,’ zei hij. ‘Je had de overtuiging en de techniek.’ (Glimlacht) Ik trots, natuurlijk.

»Ik ben erg dankbaar voor de gidsen die ik onderweg ontmoet heb. Ik hou ook gewoon van mensen. En zeker van mijn muzikanten: die zijn voor mij sacré. Ik heb er altijd over gewaakt dat we alles samen deden: het werken en het feesten – in die volgorde.»

HUMO Aha, het West-Vlaamse arbeidsethos: vermaak mag, maar pas nadat er intens gelabeurd is.

Tura «Mijn vader zei altijd: ‘Ventje, ’t is de courage die telt, de inspanning.’ Ik heb heel hard gewerkt, ja. Mijn vrouw vroeg me soms om het rustiger aan te doen, om niet op alles ja te zeggen. Maar dat zit niet in mij. Ik heb het ook nooit een opdracht gevonden: hard werken ging me gemakkelijk af, net omdat ik zo gelukkig werd van muziek.»


Ruw en rebels

HUMO Je concert in de AB kadert in de festiviteiten op 11 juli, de Feestdag van de Vlaamse Gemeenschap. Niet onlogisch dat ze jou daarvoor vragen: je bent een icoon in Vlaanderen, en bent er in zowat elk dorp gaan zingen dat ’t leven mooi is. Maar is dat aardige lapje grond je nooit te klein geworden?

Tura «Of ik niet verder had moeten reiken, bedoel je, en de grens had moeten oversteken? Ach, het heeft zich zo gevormd. Ik droomde ook van Engeland en Amerika, hoor. Maar ik heb tegelijk altijd beseft dat… Weet je, Norman Newell, de producer van Shirley Bassey, hoorde mij ooit zingen in het Kursaal van Oostende. Hij sprak me aan en zei dat hij verliefd was op mijn stem en mijn uitstraling, en mij internationaal wilde lanceren. Op dat moment trad ik tot 25 keer per maand op in Vlaanderen, en had ik met Jean Kluger een fantastische producer. Ik was daar innig tevreden mee, maar ging toch eens praten met Newell. Ik nam twee dingetjes op met hem, maar twijfelde: ik wilde in perféct Engels zingen, en vond dat niet evident. Newell zag geen probleem: ‘Come on, Will! It’s time!’ Maar in het vliegtuig van Londen naar Brussel besefte ik plots haarscherp wat ik moest doen. Mijn broer Staf stond me op te wachten, en ik zei hem dat ik mijn internationale droom voorgoed zou begraven, en in Vlaanderen zou blijven. ‘Doe uw gedacht,’ antwoordde hij. ‘Alleen gij kunt beslissen.’

»Misschien zat daar een kans in – een kansje. Maar veel ongeluk komt voort uit te ver willen reiken. Je moet voelen waar je geluk ligt. Het succes en de liefde, dat vond ik in Vlaanderen. En dat had ik beseft in dat vliegtuig.

»Ik noem mezelf ook een echte Vlaamse zanger, en voor mij kleeft er niets provinciaals aan die term. Natuurlijk was ik in het diepst van mezelf Elvis. Alleen: als zanger is het cruciaal dat wat je zingt waarachtig klinkt, dat de woorden je lekker in de mond liggen. Voor mij betekende dat: in het Vlaams zingen.»

'Mijn muzikanten zijn heilig voor mij. We hebben altijd alles samen gedaan: het werken en het feesten – in die volgorde'

HUMO Toch woon je al jaren in Brussel.

Tura «Ja, naast het Ter Kamerenbos, waar ik vaak ga joggen. Brussel is de plek waar ik mijn vrouw ontmoet heb, en vader ben geworden van een zoon en een dochter: hoe zou ik die stad niet graag kunnen zien? Pas op, ik wil Brussel niet idealiseren: het is een stad waar werk aan is, ruw en rebels. Om daar te kunnen leven, moet je stevig in je schoenen staan, een beetje wereldwijs zijn. Het zal wel geen toeval zijn dat het ook dat soort types zijn waarmee ik mij het liefst omring: mensen die vitaal zijn, die ’s ochtends opgewekt hun bokshandschoenen aandoen. Mensen die punch hebben!»

HUMO Keer je nog vaak terug naar Veurne? 


Tura «Ik heb nog altijd veel contact met mijn familie en vrienden in West-Vlaanderen. Ze willen dat ik, om m’n 80ste verjaardag te vieren, nog eens kom optreden op de Grote Markt van Veurne. Ik heb nog niet definitief toegezegd, maar als alles nog goed zit volgend jaar, doe ik het.»

HUMO Ouder worden betekent ook: verliezen.

Tura «Ja. Mijn drie broers – ik kom uit een gezin van vijf, met ook nog een zus – zijn gestorven. (Mijmert) Jean-Marie, ook een ongelooflijk muzikaal talent. Staf, die altijd met mij gewerkt heeft, het licht en het geluid deed op mijn optredens. En enkele maanden geleden Hubert, mijn oudste broer, ook zo’n man die gulzig in het leven beet. Mijn broers en ik, wij waren lief en goed voor elkaar. Als ik nu ‘Ik mis je zo’ zing, springen ze alle drie op mijn netvlies. Ik zou het in de AB graag aan hen opdragen. (Twijfelt) Maar moet ik het publiek daarmee lastigvallen?»

HUMO Natuurlijk! Niemand die het níét zal begrijpen.

Tura «Ja? Ja, je hebt gelijk: ik moet dat doen.

»Een geliefde die je moet missen, dat blijft een litteken. Het is al meer dan twintig jaar geleden dat Staf gestorven is, maar het blijft schrijnen. Hij was mijn broer, maar ook mijn beste vriend. Ik mis ’m, ik mis ’m nog altijd. En dat is de weke plek van ons allemaal, hè: hoe mooi een leven ook geweest is, hoe rijkelijk gevuld, we kunnen geen vrede hebben met de dood. Waarom moet er zoveel schoonheid in een donker gat verdwijnen? Niemand ontkomt aan dat soort verdriet – het is de melancholie van het leven.»


Geheime tuin

HUMO Ben je gelovig? Je draagt een kruisje.

Tura «Ja, al sinds mijn kindertijd, en ik heb nooit de behoefte gevoeld om dat geloof weg te gooien. Het is een houvast, een troost. Geen concrete troost: als je ouders of je broers doodgaan, volstaat het niet even te knipogen naar God om al je verdriet kwijt te raken. Het is meer een algemeen soort van troost, een gevoel dat je helpt om de lelijkheid van het leven te aanvaarden. ‘Ergens zorgt iemand voor mij’: ik vind dat een waardevol, prettig gevoel.»

HUMO Waar vind je nog troost?

Tura «In de liefde. Ik weet dat veel muzikanten teren op destructie en chaos, op de trauma’s die ze onderweg opgelopen hebben. Maar voor mij zou het nooit zo kunnen werken. Ik heb harmonie nodig, een thuis. In het gezin waarin ik ben opgegroeid, werd er gemorst met liefde: het was heel makkelijk om je daar gelukkig te voelen. Dat is wat ik later zelf ook gedaan heb: een gezin stichten waarin warmte heerste. Ik wilde liefde geven, maar ook krijgen. Want om de wereld in te kunnen trekken met mijn liedjes, had ik zo’n nest nodig.»

'Ik ben nooit nieuws­gierig geweest naar al die andere levens die ik had kunnen leiden. Het was: verliefd worden, en een leven lang verliefd blijven.'

HUMO Dat lijkt me prima gelukt: je bent nog altijd samen met Jenny, en samen hebben jullie twee volwassen kinderen over wie ik weinig klachten hoor.

Tura «Ik was 32 toen ik voor het eerst vader werd. Een mooie leeftijd, vind ik: je weet al een beetje hoe het leven in elkaar zit, maar tegelijk ben je nog jong en vitaal. ‘Je kunt het ouderschap niet leren,’ zei mijn moeder altijd. ‘Het zit in je, of niet.’ Toch zie ik het als het grootste kunststukje uit mijn leven, die twee kinderen. Ik vind het fijn dat ik altijd een goeie band met hen heb gehad, dat er nooit afstand is geweest. Het overheersende gevoel wanneer ik naar hen kijk, is blijdschap. Kinderen blijven, ook lang nadat ze uitgezwermd zijn, in je lijf zitten. Als het met hen niet goed gaat, voel jij die pijn ook. En daarom ben ik zo blij: mijn kinderen zijn uitgegroeid tot mooie, gelukkige mensen.

»Mijn relatie met Jenny is ook nog altijd oprecht en warm. We zijn altijd heel duidelijk geweest tegen elkaar: geen zever! Jenny koestert me, maar niet door me overdreven te beschermen: ze is rechtdoor, krachtig, to the point.»

HUMO Net zoals je moeder was.

Tura (verrast) «Ja, dat klopt – daar had ik nog niet eerder over nagedacht. Jenny vervult dezelfde rol als mijn moeder vroeger.

»Als je zo lang samen bent, kun je over die relatie alleen nog maar denken in termen van geluk. Dan ben je zo verstrengeld geraakt met je partner dat je je geen ander leven kunt voorstellen. En je begrijpt elkaar, hè: je weet waarom je geliefde zegt wat ze zegt en doet wat ze doet. Al zou Jenny wel graag hebben dat ik het zo stilaan allemaal wat ga afbouwen. ‘Arthur, nu is het wel tijd om te landen, neen?’ (lacht)»

HUMO Je favoriete plaats is het podium.

Tura «Dat is waar ik wil wonen, ja (lacht).

»Muziek kan ver gaan. Ken je die anekdote over Sting? Hij ging eens naar een concert van een artiest die hij erg bewonderde, en zijn vrouw zou hem vergezellen. Maar uiteindelijk bleef ze toch thuis, omdat ze wist dat haar man daar helemaal in zijn eigen wereld zou zitten. Ze wilde hem even laten wandelen in zijn jardin secret. Wel, dat is muziek voor mij: de prachtige tuin waarin ik telkens weer ga wandelen. Ik geloof dat je de wereld kunt opdelen in mensen die muziek begrijpen, en mensen die er niets mee hebben. En dan heb ik het niet over techniciteit, wel over gevoel: herken je de overweldigende trilling waarmee muziek je naar melancholie, euforie en alles daartussen kan leiden, of herken je ze niet?»


Echt en vals zingen

HUMO Steve Willaert zal de trilling zéker herkennen. Jij hebt ’m ontdekt lang voor hij zo’n succesvolle componist en muzikant werd. Hij zal er ook bij zijn op 11 juli.

Tura «Ik had vroeger de gewoonte om in de auto cassetjes te beluisteren die me opgestuurd waren. Wat ik niet tof vond, gooide ik meteen op de grond – na verloop van tijd had ik een heel rommelige auto (lacht). Maar bij Steve hoorde ik het dadelijk: dat was goud. Ik zocht contact met hem, en we voelden meteen dat we elkaar begrepen. Jean Kluger drong erop aan hem een contract te laten tekenen bij de platenfirma, maar ik wilde dat niet. Een muzikant moet vrij zijn! Je mag die niet vastbinden aan een andere muzikant. En ik voelde dat er chemie was tussen Steve en mij, dat we – contract of niet – veel zouden samenwerken. Bovendien moest ik hém ook verdienen, vond ik. Want plots werd hij zo groot, en werden de rollen omgedraaid: ik moest op mijn tenen gaan staan om met Steve mee te kunnen. Het is heerlijk om met zo’n klasbak op het podium te staan.»

'Veel artiesten teren op destructie en chaos, op de trauma's die ze opgelopen hebben. Maar voor mij werkt het zo niet: ik heb harmonie nodig'

HUMO Het siert je dat je de gave van de bewondering na zestig jaar succes nog niet kwijt bent.

Tura «Ooit zat ik toevallig in hetzelfde restaurant als Quincy Jones. Toen heb ik mijn dochter Sandy – ze was een jaar of zeven – op hem afgestuurd voor een handtekening. Dat soort verlegen bewondering ben ik nooit verloren. Is dat niet de basis van een muzikant: dat je gevoelig bent voor schoonheid, en dus opkijkt naar wie iets moois maakt? Als ik iets hoor wat ik aantrekkelijk vind, dan beroert mij dat. Ik heb geen geduld voor dingen die ik niet voel. Maar wat me raakt, dat… Zonder ontroering ga je langzaam dood.

»De ritmes van de jazz, en het monumentale van de gospel: dat zijn de muziekjes die in mijn hart zitten. Maar eigenlijk gaat het niet over genres. Ik heb samengewerkt met de gasten van Triggerfinger, echte rockers. De toewijding, de passie, de liefde van die drie! Het is écht, en dat hoor je. Want als het vals is, dan klinkt het niet. Met Jef Neve heb ik hetzelfde.»

HUMO ‘Ik mis je zo’, zei je al, wordt straks in de AB een nummer dat je zelf erg zal raken. Zijn er nog liedjes die voor jou een bijzondere glans hebben?

Tura «Ik vind het leuk om een typisch schlagerliedje als ‘Hemelsblauw’ te spelen, omdat het de luchtigheid in zich draagt waar we allemaal nood aan hebben. Maar de songs die me echt na aan het hart liggen, hebben een verhaal in zich, een brute kracht. ‘Hoop doet leven’, ‘De noorderwind’, ‘Als de muren konden praten’: daarin laat ik mezelf zien. De mensen die de teksten van die liedjes geschreven hebben, hadden iets in mij doorgrond, terwijl ik toch geen open boek ben. Maar ze kregen van mij de muziek, en voelden instinctief wat ik wilde vertellen. Dat maakt het na al die jaren nog altijd heel emotioneel om die liedjes op een podium te zingen.

»Ik ben een gevoelig iemand, en dat maakt me kwetsbaar. Maar meer nog dan dat het me kwetsbaar maakt, hélpt het me. Ik wil goed doen voor andere mensen. In schoonheid voorzien. Ik heb alles mogen doen wat ik wilde, maar ik heb daar andere mensen nooit voor moeten kwetsen.»

HUMO Straks ben je 80, Will, maar ik ken dertigers die minder vitaal zijn dan jij.

Tura (oprecht gevleid) «O, dank je. Het is waar: ik heb iets willen maken van het leven. Het mocht niet zomaar voorbijflitsen terwijl ik wat aan het dutten was. En dat is gelukt: het is altijd feest geweest. Ik ben geboren als een happy guy, en als onze lieve heer het me gunt, ben ik volgend jaar een happy guy van 80.»

HUMO Waarvoor zóveel dank!

Will Tura treedt op 11 juli op in de AB. Info en tickets: www.abconcerts.be.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234