Will Tura's grote verjaringsinterview: 'Ik denk wel dat ik iets kan'

Bewondering heb ik bij de beoefening van mijn oude ambacht altijd een hinderlijk sentiment gevonden, maar nu ik in het hoofdstedelijke Café de l’Opéra tegenover Will Tura zit, voel ik warempel achting in me opsteken.

In deze locatie bezijden de Muntschouwburg besef ik ineens dat ik de liedjes van deze zanger-componist al op de radio hoorde toen ik in de prille jaren 60, gehuld in een verplicht stofjasje, leerde lezen, schrijven en rekenen bij mevrouw Verbeke in de dorpsschool. Het is alsof Will Tura, né Arthur Blanckaert, er altijd al is geweest – hij was er godbetert al vóór The Beatles, en als ik heden mijn ogen mag geloven, is hij er nog steeds.

‘In 1957 maakte ik platen van bakeliet,’ zegt hij, ‘liet je ze vallen, dan spatten ze uiteen. Nu is een plaat iets dat je niet eens meer kunt vastpakken: een computerbestandje.’ Dat hij die evolutie heeft meegemaakt, zegt ook iets over zijn leeftijd: op 2 augustus eerstkomend wordt hij 75 – in dat geval hoor je niet langer van leeftijd te spreken maar wel van ouderdom, maar hij is ontstellend recht van lijf en leden, gezwind van tred, en valt niet te vergelijken met het soort gekreukelde mannen van 75 dat in mijn kindertijd op een bankje op het kerkplein zat te suffen. Eén van hen deed, om me aan het lachen te maken, weleens een vies kunstje met zijn kunstgebit, waarover ik uit esthetische overwegingen niet in details ga treden.

Ouder gewoonte viert Will Tura op 2 augustus zijn verjaardag door middel van een grootscheeps concert in zijn geboortestad Veurne. ‘Voor het eerst in mijn leven wordt een volledig concert rechtstreeks op de televisie uitgezonden,’ zegt hij, ‘daar moet je dan tot je 75ste op wachten (lacht).’

HUMO Is er nog iets prettigs aan 75 zijn?

Will Tura «Mijn moeder zei altijd: ‘Niets betert als je ouder wordt.’ Daar mag je van uitgaan. Ouder worden vraagt van mij meer concentratie om het niveau te halen dat ik wil halen. Ik heb in mijn vak altijd zo goed mogelijk willen zijn, en dat wil ik nog steeds: 75 worden zal daar niets aan veranderen. En ik heb me ook altijd laten omringen door mensen die ik niet alleen fijn vond in de omgang, maar waar ik ook op professioneel gebied veel respect voor had. Als je een bepaald kwaliteitsniveau hebt bereikt, kun je nog altijd zeggen: ‘Het kan beter.’ ‘Ik ben er,’ zul je nooit uit mijn mond horen.»

HUMO Mocht je dat wel zeggen, dan zou ik je dat, met jouw staat van dienst, niet kwalijk nemen.

Tura «Eigenlijk wil ik nog altijd de beste zijn. Ik blijf mijn stem verzorgen, ik ga joggen, ik doe ademhalingsoefeningen. Vijfentwintig jaar geleden heb ik zangles en stemtraining gevolgd bij een zekere Boué in Parijs. Wat ik toen geleerd heb, pas ik nog altijd toe. Voor de rest ben ik maar een liedjeszanger, hè, en dan nog wel een liedjeszanger die het geluk heeft gehad dat hij van meet af aan mensen heeft ontmoet die in hem geloofden.»

'Ik was de kampioen van de bals: zo'n 180 per jaar. 't Was een beetje een never-ending tour à la Bob Dylan'

HUMO Je mag dan wel 75 zijn, maar: hoe oud ben je in gedachten?

Tura «Ik zal niet zeggen eeuwig jong, maar toch veel jonger dan ik ben. Laat ik zeggen dat ik me een jaar of 55 voel. Ik vergeet vaak dat ik 75 ben.»

HUMO Tien jaar geleden schreef je dochter Sandy, aan de hand van gesprekken die ze met jou en je entourage had gevoerd, je biografie. In dat boek zei je al dat je het rustiger aan wilde gaan doen, wat neerkwam op nog zo’n 60 concerten per jaar. Wat me nog behoorlijk veel leek voor iemand die toen al de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt.

Tura «Dat is waar, maar wat moest ik anders doen met die energie die ik nog in me had? Muziek is alles voor mij. Ik ben er altijd mee bezig. Vanmorgen bij het ontbijt zat ik weer een reeks noten voor me uit te zingen, een probeerseltje. Er komt altijd muziek in me op, ik ontsnap er niet aan. Het is iets ongedwongens voor mij, iets dat volkomen natuurlijk is. Mijn vrouw heeft altijd al gevonden dat ik zo verstrooid ben: ‘Arthur, denk eraan, je moet nog dit doen en dát…’ Ik blijk haar vaak niet gehoord te hebben, omdat ik over de meest geschikte toonaard voor een liedje zit na te denken, of over een passage in een arrangement.»


Kampioen van de bals

HUMO Wat betekende showbusiness aan het einde van de jaren vijftig voor jou, toen je een jongen uit Veurne was die op het punt stond zanger te worden?

Tura «Toen ik nog op school zat, haastte ik me ’s middags naar huis om ‘Ted Heath & His Music’ te horen, een bigbandprogramma op de BBC – ik ben eigenlijk met dat soort swingjazz opgegroeid. Dat was ook de muziek die voor het eerst grote indruk op mij maakte. Er waren toen ook veel plaatselijke jazzy orkestjes – dat van mijn accordeonleraar Harry Cogge bijvoorbeeld – die steengoed waren, maar helaas niet zo populair: jazz werd ook toen al als moeilijker ervaren, muziek waar je een inspanning voor moest doen. Ik voelde me thuis in dat soort muziek, en het duurde niet lang of ik wist wel zeker dat ik muzikant wilde worden. Maar mijn vader wilde niet dat ik, zoals hij het uitdrukte, ‘straatzanger’ zou worden. Hij wilde dat ik de muziek serieus nam, ‘of anders word je maar kapper,’ zei hij, ‘dan zullen de vrouwen ook wel op je afkomen’ (lachje). En dan ben ik privélessen beginnen te volgen: solfège, piano en gitaar. Mijn ouders hebben mij van kindsbeen af gesteund in de muziek.»

HUMO Wat me nu ook weer niet zo gewoon lijkt voor mensen van die generatie.

Tura «Dat heeft vooral met mijn moeder te maken, die goed kon zingen. De directeur van haar school ging ooit naar haar ouders toe: ‘Uw dochter moet zangles gaan volgen in Brussel, want ze zingt heel mooi.’ Mijn grootvader antwoordde: ‘Brussel? Ik heb mijn dochter híér nodig, meneer, want er is werk genoeg op de boerderij.’ Einde gesprek. Volgens mij dacht mijn moeder dat ik haar meisjesdroom kon waarmaken. Ik heb er zelfs de school voor verwaarloosd – ik was eigenlijk alleen maar in muziek geïnteresseerd.»

HUMO Heb je ooit een tekort aan schoolopleiding ervaren?

Tura «Ik heb in ieder geval beseft dat ik te vroeg de school had verlaten. Dat zei ik ooit tegen Mike Verdrengh, die meteen antwoordde: ‘Maar jij hebt het toch gemáákt!?’, zo van: ‘Waar héb je het eigenlijk over? Vergeet eindelijk eens die middelbare school!’ Maar toch. In 1957 – ik was 17 – nam ik mijn eerste single op. Toen ik op school had moeten zitten, draaide ik al volop mee in het balcircuit.»

HUMO Het balcircuit waarop alle zangers in die tijd aangewezen waren.

Tura «Behalve Bobbejaan Schoepen, die aan de bals ontsnapte door met een circustent op tournee te gaan, waar hij voor een zittend publiek optrad. Toen dacht ik al: ‘Zover moet ik ook geraken.’ Die bals waren hard werk, moeilijke omstandigheden, en er werd uiteraard nogal wat gedronken – ’t was vaak vechten om er sommige nummers te kúnnen zingen.»

'Ik heb weleens gehoord: 'Als Will Tura het telefoonboek zingt, zal hij nóg succes hebben.' Misschien, maar ik had geen zin in het telefoonboek'

HUMO En toch zeg je in je biografie: ‘Ik ben niet één keer tegen mijn zin naar een optreden gegaan.’

Tura «Neen, ook toen niet. Ik aanvaardde die moeilijke omstandigheden: ’t was oké zolang ik maar kon zingen en muziek maken. Ik had al heel snel succes, waardoor ik me de koning te rijk voelde, en daar veranderde dat lastige balcircuit niets aan. In het prille begin had ik alleen maar een gitaar; een orkest kon ik me toen nog niet permitteren. Ik had altijd partituurtjes voor bas en drums bij me, en er waren altijd wel plaatselijke drummers en bassisten die me begeleidden.

»Al bij al vond ik die bals een goede leerschool. Zo leerde je de harde kant van de stiel kennen. Dat balpubliek méékrijgen, vond ik al een groot genoegen: als ik honderden mensen op mijn muziek de twist zag dansen, voelde ik me diep gelukkig, ’t was dan ook alsof het publiek míj meenam. Ik ging helemaal op in het effect van mijn muziek, maar Jean Kluger, die jarenlang mijn producer is geweest, heeft er altijd op aangedrongen om ook een ander soort nummers op te nemen, repertoire dat meer op een zittend dan op een dansend publiek was afgestemd. Ik heb weleens gehoord: ‘Als Will Tura het telefoonboek zingt, zal hij nóg succes hebben.’ Misschien was dat wel waar, maar ik had geen zin in het telefoonboek.

»Vijfendertig jaar geleden heb ik voor het eerst in een theater opgetreden – de stadsschouwburg van Leuven – en ik had de smaak te pakken. Vanaf dat moment heb ik geprobeerd een evenwicht te vinden tussen concerten en bals, met als doel voornamelijk naar concerten te evolueren, waar ik muzikaal veel meer grenzen kon verleggen. Ik mag wel zeggen dat ik de kampioen van de bals ben geweest: ik werkte er zo’n 180 per jaar af. ’t Was zo’n beetje een never-ending tour à la Bob Dylan (lacht).»

HUMO Je hebt een aantal keren geprobeerd in Nederland een poot aan de grond te krijgen, maar je had er met een taalprobleem te kampen: de teksten van je tekstschrijfster Nelly Byl (1919 – 2011 ) vielen er niet in goede aarde. Toen je voor de Nederlandse tv ‘20 minuten geduld’ zong, een lied over een terdoodveroordeelde, kreeg je na de zin ‘’k Heb m’n bord met zwarte bonen niet aangeraakt’ van de regisseur te horen dat het ‘bruine bonen’ moest zijn.

Tura «Wat ik verschrikkelijk vond. In een programma van Jos Brink zong ik ‘Hopeloos’ en ‘’t Leven is als toneel’. Jos Brink vond dat ‘’t Leven is als toneel’ moest zijn ‘Het leven is een schouwtoneel’, en kondigde mij aan met de woorden: ‘En nu Will Tura, met een hopeloze plaat.’ Dat kwetste me.»

HUMO Vond je dat die Nederlanders ongelijk hadden?

Tura «Ja. Je moet mensen in hun eigen taal laten zingen, en mijn taal is het Vlaams.»

HUMO Vlaams is misschien nog iets anders dan slecht Nederlands.

Tura «In ieder geval beleefden die Nederlanders er plezier aan om mij terecht te wijzen. Ach, er keken in die tijd veel Vlamingen naar de Nederlandse tv en die Nederlanders lieten mij in hun programma’s optreden om zich bij de Vlamingen sympathiek te maken. Maar voor de rest sloegen ze echt de verkeerde toon tegen me aan. Ik heb ooit wel goed samengewerkt met Peter Koelewijn, die me de liedjes ‘Hier ben ik dan dj’ en ‘Sil en de baby’ gaf. Maar die nummers lagen me niet, want Peter is een rasechte singer-songwriter en ik voelde gewoon dat hij die nummers veel beter zelf had gebracht. Ik heb de samenwerking dan maar stopgezet, en gedacht: ‘Holland hoeft niet meer voor mij.’»


Vakmensen

HUMO Waarom ben je vader en zoon Kluger, je mentoren en producers, je hele leven lang trouw gebleven?

Tura «In de muziek was Jacques Kluger als een vader voor mij: ik was 15 en uiteraard totaal onervaren toen ik bij hem terechtkwam. Ik had iemand nodig die mij het gevoel gaf dat hij in mij geloofde. Lang geleden schreef ik ‘Tender passion’, oorspronkelijk een instrumental die later door The Four Aces is opgenomen als ‘Lonely Hill’ en door Caterina Valente als ‘Nessuno mai’. Toen Jean dat hoorde heeft hij me meteen gestimuleerd om me op componeren toe te leggen, en zelf mijn composities te zingen. Het eerste gevolg daarvan was ‘Eenzaam zonder jou’. Ik ben de Klugers altijd trouw gebleven omdat ik voelde dat ze niveau hadden, en ook wel omdat ze mannen van de wereld waren – ik was een jongen uit Veurne, hè. Ik heb me altijd veilig gevoeld bij hen; het waren vakmensen die ik in 1957 al volkomen vertrouwde.»

HUMO Ik vind de liedjes uit je beginperiode steeds mooier: ‘Je liegt’ bijvoorbeeld, en ‘Je huilt, meisjelief’.

Tura «Ze zijn niet verloren gegaan. ‘Je huilt, meisjelief’ is een Amerikaans nummer: ‘Don’t Cry Little Girl’ van Wayne Walker, en ‘Je liegt’ is een tekst van Jan Theys, de tv-presentator. Ooit zat ik hartje winter met Jan in een kleedkamer bij de televisie en ik speelde de melodie van ‘Je liegt’ op mijn gitaar: hij improviseerde er ter plekke een tekst bij: ‘Je liegt als je zegt: ik hou van jou.’»

HUMO Je liedjes gingen vaak over ludduvuddu in die tijd.

Tura «Ik had er waarschijnlijk het gezicht voor (lacht).»

HUMO Showbizz in Vlaanderen was toen nog een ongeregeld soort handel die vaak louche types aantrok. Het woord ‘impresario’ heeft in mijn oren altijd een ongunstige bijklank gehad.

Tura «En daarom deed mijn twee jaar oudere broer Staf mijn management, en hij stond ook in voor klank en licht op het podium. Ik heb nooit een impresario gehad. De Klugers waren producers en daarnaast ook muziekuitgevers.»

HUMO Is het goed om met familie samen te werken?

Tura «Ik vind van wel. Mijn klank was in zijn handen, en ik vertrouwde hem voor 120 percent. En was de klank al eens niet goed, dan veranderde dat niets aan mijn vertrouwen. En weet je waarom? Omdat we broers waren, we hadden hetzelfde bloed. We hebben ook nooit ruzie gemaakt over centen, want het was ons allebei op het maniakale af om de klank te doen. Hij is ondertussen al 16 jaar dood, en ik mis hem nog elke dag, als broer, maar ook omdat we zo verweven waren op professioneel gebied. Ik kon weleens roepen als ik Staf opbelde nadat de klank me tijdens een concert minder was bevallen, maar nauwelijks een kwartier later waren de plooien alweer gladgestreken.»

HUMO Ik weet dat Staf en Jean Kluger elkaar minder lagen.

Tura «Ja, die twee hadden een moeilijke verhouding. Staf wou veel optreden, want dat betekende veel werk voor hem – hij wilde óók een carrière, hij wilde het óók goed stellen, wat maar normaal is. En Jean wilde dan weer dat ik meer tijd uittrok voor componeren en plaatopnames. Nu ja, ik heb meer dan 640 songs opgenomen – er zijn maar weinig Belgische artiesten die zo’n discografie hebben. Ik vind dat ik heel hard heb gewerkt.»


‘Zie mô nie te bliede’

HUMO Laten we het eens over je moeder hebben: het oordeel van de mater familias was nogal bepalend voor jou, hè? In je biografie las ik dat er een Zweedse stewardess, die een oogje op je had, bij jou thuis kwam aanbellen in Steenokkerzeel. Jij lag nog in bed, en die Zweedse werd door je moeder prompt afgescheept. Ik kan me voorstellen dat een Zweedse stewardess zowat een erotisch ideaal was in de jaren 60.

Tura «‘Can I speak to Arthur?’ – ‘Tuur, er heeft iemand voor je aangebeld. Ze sprak dan ook nog Engels. Ze was in Brussel en ze wilde je absoluut zien. ‘No Will Tura,’ heb ik gezegd.’ Ik heb toen wel geantwoord: ‘Ma, waar bemoei je je mee?’ ‘’t Was in ’t Engels,’ zei ze, ‘en ik spreek geen Engels.’»

HUMO Was ze een dominante moeder?

Tura «Ze had een sterke persoonlijkheid, en ze gedroeg zich vaak als een impresario: ‘Pas op voor dít, let goed op dát.’ En ze was zeer beschermend. Ze was voor de rest een typische West-Vlaamse: rechtuit. Ik liet haar altijd mijn demo’s horen, ook toen ze al oud was. ‘Hoe vind je het, ma?’ Zij: ‘De mènsjn goan da gèren oeiren.’ Evengoed kon ze zeggen: ‘Tuur, je hebt er al mooiere gemaakt dan dit.’ En ze had altijd gelijk. Toen ik succes begon te krijgen, zei ze meteen: ‘Zie mô nie te bliede’, wees maar niet te blij. Naast mijn schoenen lopen, was voor mij verboden. En dat heb ik dan ook nooit gedaan. Integendeel, ik heb altijd aan mezelf getwijfeld. Nu ja, die twijfel is wel nooit in paniek omgeslagen. Hij heeft me nooit verlamd. Ik ga er ondertussen wel van uit dat ik iets kan. Mijn twijfel heeft er ook voor gezorgd dat ik altijd zo professioneel mogelijk wilde zijn, dat ik niets aan het toeval wilde overlaten.»

HUMO Je bent een controlefreak.

Tura «Ongetwijfeld. Soms te veel.»

HUMO Als ik je in een praatprogramma op de televisie zie verschijnen, merk ik bijna altijd dat je je in die omstandigheden niet al te behaaglijk voelt.

Tura «Voilà. Je leest het in mijn blik, hè? Ik vraag me nog altijd af waar dat soort onzekerheid vandaan komt. Heeft het met mijn West-Vlaamse roots te maken? Met de gedachte dat ik moeite moet doen om goed Nederlands te spreken?»

HUMO In je biografie staat nog een andere verklaring: toen je heel jong was, werd je op de radio geïnterviewd. De interviewer begon je ineens examenvragen te stellen…

Tura «…en daar heb ik toen een soort trauma opgelopen. ’t Was op een zangwedstrijd, van Radio Kortrijk, zoals Radio 2 West-Vlaanderen toen heette. Ik was toen hooguit een jaar of 13, en die vent vroeg me ineens hoeveel 125 x 17 was. Hij vuurde de ene rekensom na de andere op me af, en ik viel compleet stil. ‘En nu gaat hij een liedje zingen,’ zei hij tenslotte. Ik ben toen dichtgeklapt en sindsdien eigenlijk nooit meer helemaal opengegaan als ik iets in het openbaar moest zeggen. Op bals heb ik het publiek ook niet leren toespreken. Ach ja, ik zal wel ‘welkom iedereen’ hebben geroepen, maar voor de rest was er geen plaats voor een praatje: het ene nummer moest in het andere overvloeien, er moest aan één stuk door gedanst worden. Die ervaring in de studio van Radio Kortrijk kan ik vergelijken met die keer dat ik bijna verdronken ben als kind van 6. Sindsdien heb ik nooit meer willen zwemmen, ook al heb ik leren zwemmen. Ik kwam in de vaart terecht; mijn moeder sprong me achterna, terwijl ze óók niet kon zwemmen. Iemand die daar toevallig aan het zwemmen was, heeft ons toen allebei op het droge gebracht.»

HUMO Ik denk dat je je ook wel iets aangenamers kunt voorstellen dan dit interview.

Tura «Ik haat het (lacht), maar je bent welkom, Rudy

'De zanger Will Tura zal er ongetwijfeld mee ophouden, maar ik zou wel willen dat de componist Arthur Blanckaert blijft bestaan'

HUMO Heb je als professional nooit gedacht: ‘Ik moet mijn onbehagen in interviews zien te overwinnen, ik moet er iets aan doen’?

Tura «Neen, nooit. Het vreemde is dat ik meestal vertrouwen heb in de mensen die me interviewen, maar toch. Ik verschijn alleen als het niet anders kan in praatprogramma’s, zoals laatst in ‘Café Tura’. Heel fijn van die ploeg om zo veel leuke gasten uit te nodigen, want iedereen weet dat ik absoluut niet sta te springen om in een talkshow te zitten. Jean Kluger wist al dat ik geen prater was, maar hij heeft me nooit gezegd dat ik daar iets aan moest doen. Enfin, nu is het toch te laat.

»Mijn kinderen zeggen altijd: ‘Goed van jou dat je nooit de ‘plezante’ praatgast bent geweest; nu vallen ze je tenminste niet lastig voor allerlei komische shows of quizzen (lacht).»

HUMO Ben je je van een imago bewust?

Tura «Ik heb altijd gevonden dat ik er niet te extravagant moest uitzien. Ik hou van Elvis, maar niet van zijn witte jumpsuits. Maar goed, geen kwaad woord over Elvis.»

'In de States is het voor zangers bij wet verplicht om zich live door muzikanten te laten begeleiden. Fantastisch!'

HUMO Is er nog een verschil tussen Arthur Blanckaert en Will Tura?

Tura «Geen groot verschil. Laat ik zeggen dat Arthur Blanckaert de ontspannen versie is van Will Tura, de professionele en perfectionistische zanger en componist.»

HUMO Gisteren bedacht ik dat Will Tura misschien wel de ideale Arthur Blanckaert is.

Tura «Daar zit iets in. Arthur Blanckaert heeft er in ieder geval altijd naar gestreefd om Will Tura te worden, en te blijven.»


Fans in de tuin

HUMO In je biografie las ik: ‘Eén teleurgestelde fan is er één te veel.’ Ik meen te weten dat fans vooral veeleisend zijn, en dat ze vaak te véél eisen.

Tura «De verhouding met mijn fans gaat terug op mijn jaren in het balcircuit: om twee uur ’s nachts vroegen ze me of ze nog even op de foto met me mochten en ik had het karakter niet om te zeggen dat ik doodmoe was. En ik wist ook dat je mensen diep teleurstelt als je zoiets weigert en ook dat je fans nodig hebt als je een carrière wilt opbouwen. Er was ook niemand die me in die tijd afschermde. Nu heb ik het zelf allemaal beter geregeld: na een concert vertoon ik me een halfuur, en niet langer, aan de cd-stand.

»Vroeger was ik na een concert nooit voor drie uur thuis. Mijn muzikanten waren voor zeven uur geboekt, en ik moest drie keer veertig minuten zingen. Heel vaak vroeg zo’n organisator na drie keer veertig minuten of ik er nog een uurtje bij kon doen: ‘Vooruit dan maar.’ En wat fans betreft: ik ben vriendelijk voor hen, maar er zijn grenzen. En ik hou welbewust een gezonde afstand. Een organisator vroeg me of zijn dochter eventjes met me mocht meerijden naar het huis waar ik me moest omkleden. ‘Neen.’ Ik heb altijd voorkomen dat mijn fans te veeleisend werden. Tot mijn 50ste, in de villa in Steenokkerzeel, hield ik op mijn verjaardag open huis voor mijn fans, ’t is te zeggen: ze mochten de tuin in, maar het huis bleef voor hen gesloten. Daar kwam dan gemiddeld driehonderd man op af, van overal in het land. Drankjes en hapjes. Mijn moeder woonde daar toen ook nog. Op een bepaald moment kwam ik eraan met vrouw en kinderen – de fans hadden de gelegenheid om even mijn gezin te zien – en ik zei: ‘Om vijf uur is ’t voorbij.’ En daar hield ik me ook aan. Ik hou van stiptheid. Ik kom dan ook altijd en overal op tijd.»

HUMO Ik herinner me dat je je ooit druk hebt gemaakt over zangers die met een zogeheten orkestband – een geluidsband waarop hun muzikale begeleiding staat – tot vijf keer per avond gingen optreden.

Tura «Daar ben ik nog steeds tegen. Een slechte evolutie, die in de jaren 80 begonnen is. In de States is het voor zangers bij wet verplicht om zich live door echte muzikanten te laten begeleiden. Fantastisch! En zo hou je ook het echte vak in stand en verschaf je werk aan vakmensen. Je moet muzikanten toch de kans geven om hun job te doen? Je moet ze de kans geven om muzikant te zíjn! Live heb ik mijn hele carrière met echte muzikanten gewerkt, en daar zal ik nooit verandering in brengen. ’t Is simpel: als je kwaliteit nastreeft, werk je niet met een tape.»

HUMO Nu we het toch over kwaliteit hebben, Will: zou jij nummers als ‘Dos cervezas’ en ‘’t Is weer Couckenbak’ kunnen schrijven?

Tura «Absoluut. Als je zoiets zou willen zingen, Rudy, dan kan ik tegen morgen zo’n nummer voor je schrijven (lacht).»

HUMO Ik wist dat ik op je kon rekenen, Will. Vraag je je, als je een nummer maakt, nog af of het wel commercieel is?

Tura «Niet meer. Ik denk niet meer aan hits. Ik voel me veel vrijer dan vroeger, want toen werden er aan de lopende band hits van me verwacht – er zat zelfs een zekere dwang achter. Dat was stresserend, want zonder hits werd je ook niet voor optredens gevraagd. Ik heb nooit kunnen voorvoelen dat een nummer een hit zou worden, omdat ik zo’n grote twijfelaar ben. Jean Kluger zei veel sneller dan ik: ‘Ik denk dat we een hit hebben.’»

HUMO Als je ’s avonds moet optreden, staat je hele dag dan in het teken van dat concert?

Tura «Ja, en daardoor is die hele dag een soort voorbereiding. Ik probeer de nacht vóór een concert negen uur te slapen, rond tien uur ’s morgens ontbijt ik, en nadien ga ik even joggen in het Terkamerenbos. Daarna doe ik wat zangoefeningen aan de piano, ook wel om de vermoeidheid van vorige optredens de baas te blijven. Om één uur eet ik een kleinigheid, en daarna vertrek ik naar de soundcheck, waarvoor we drie nummers spelen. De muzikanten gaan gewoonlijk iets eten om zeven uur, maar ik eet niet. Dat stel ik uit tot ’s nachts als ik thuiskom, rond twee uur. Ik ben een nachtmens, ook wel als ik niet moet optreden. Ik ga zelden voor één uur ’s nachts slapen. In afwachting van het concert speel ik meestal een beetje gitaar in mijn kleedkamer. Zodra ik alleen ben, ben ik met muziek bezig.»

HUMO Neem je ook een instrument mee als je op vakantie gaat?

Tura «Altijd: een Spaans gitaartje. Als ik dat instrument niet bij me zou hebben, dan zou ik het gevoel hebben dat er iets aan mijn vakantie ontbreekt. Ik moet zo nu en dan kunnen tokkelen. Mijn leven is muziek: het kan niet anders.»


Melodische diepgang

HUMO Je carrière duurt nu al 58 jaar. Dat is buitengewoon lang. Heb je daar welbewust iets voor ondernomen? Is er een strategie in het spel?

Tura «Ik denk dat het onder andere aan mijn melodieën ligt: nummers als ‘Eenzaam zonder jou’ en ‘Het kan niet zijn’ zijn standards geworden, evergreens, wat betekent dat het grote publiek ze niet meer kan wegdenken. Voor de rest ben ik me niet van een strategie bewust. Maar goed, er waren in die 58 jaar natuurlijk ook wel downs: toen ik een ernstig probleem aan mijn stembanden kreeg bijvoorbeeld, maar gelukkig is alles weer goed gekomen. En toen eind jaren 70 de disco opkwam, heb ik ook in alle ernst gedacht: ‘Nu kan ik het wel vergeten.’ Ik kon niets met dat soort muziek aanvangen, ik kreeg er geen greep op – disco was vlees noch vis voor mij. Ondanks alles heb ik toen het liedje ‘To Be or Not To Be Disco’ opgenomen: wat was me dat, zeg! Ik ben er niet trots op.»

HUMO Vond je dat je muzikale trends moest volgen?

Tura «Dat hield me niet bezig. Ik ben in de eerste plaats een melodist, en die melodieën kunnen in allerlei stijlen tot hun recht komen. De melodie is volgens mij het belangrijkste element van een song: de ziel – de rest is aankleding.»

HUMO Enkele jaren geleden waren schlagers, een doodgewaand genre, ineens weer helemaal terug. Laura Lynn had er succes mee, en het duurde niet lang of allerlei Vlaamse zangers trokken weer de polonaise aan.

Tura «Mijn hele leven al zing ik op de afterbeat, waarbij het accent op de tweede of de vierde tel ligt. Bij schlagermuziek ligt het accent op de eerste tel, en vreemd genoeg lijkt me dat iets typisch Vlaams. Dat soort ritmegevoel zit in ons volk. Ooit zong ik de intro van een gospel a capella op de afterbeat, en het publiek begon meteen op de beat, op de eerste tel dus, mee te klappen, zodat ik snel totaal verloren was.»

HUMO Hoe verloopt het componeren meestal? Is er een soort stappenplan? Zit er een systeem in?

Tura «Ik ga er zelden urenlang voor zitten. ’t Verloopt in fases, en ik moet om te beginnen in een romantische stemming zijn, of me om één of andere reden verdrietig voelen, of juist heel gelukkig. Componeren begint bij mij dus altijd vanuit een sterk persoonlijk gevoel. Als ik neutraal aan de piano ga zitten, kan ik ook wel iets maken, maar als ik in een bui ben, heb ik meer kans op melodische diepgang, weet ik uit ervaring.

»Tussen haakjes: een tijd geleden had ik me voorgenomen om eerst naar het nieuws op tv te kijken, en daarna, zoals gewoonlijk, in mijn studiootje nog even piano te gaan spelen. Maar ik vond het nieuws zo verschrikkelijk – (nagenoeg op fluistertoon) terroristische aanslagen, gruwelijkheden en executies op internet – dat ik besloot om die avond géén piano meer te spelen. Ik kon het niet meer opbrengen, en niet omdat ik moe of lui was. Dat ik onder invloed van het nieuws geen zin meer had om te spelen was me nóóit eerder overkomen. Ineens had ik de indruk dat er werkelijk overal onoverkomelijke problemen waren, veel te veel om er iets aan te kunnen doen, en dat greep me geweldig aan. ’t Heeft misschien iets met mijn leeftijd te maken, want ik weet wel zeker dat je met de jaren gevoeliger wordt, ook ten opzichte van vrouw en kinderen.»

HUMO Ooit zul je voor de allerlaatste keer optreden. Daar zie je volgens mij verschrikkelijk tegenop.

Tura «Ja, en daarom stel ik dat laatste optreden almaar uit, ook al besef ik dat ik, als man van 75, geen plannen meer moet maken voor de volgende tien jaar. Na 2 augustus ga ik proberen vrij te leven, zonder voortdurend te hoeven denken: ‘Pas op voor je stem’, of andere professionele zorgen te hebben. Ik weet niet of me dat zal lukken, maar ik ga het in ieder geval proberen.»

HUMO Je staat al sinds je 12de op het podium. Hoe krijg je dat uit je systeem?

Tura «Door gek te worden? (lacht). Maar daar heb ik ook geen zin in. Ik hou er rekening mee dat ik misschien niet meer kan veranderen.»

HUMO Waar ben je bang voor? Voor verveling? Het zwarte gat?

Tura «Niet voor het zwarte gat, want daarvoor is mijn carrière te bevredigend geweest. Ik ben voldaan. De zanger Will Tura zal er ongetwijfeld mee ophouden, maar ik zou wel willen dat de componist Arthur Blanckaert blijft bestaan.»

HUMO Zolang je goed bij je hoofd bent, kun je blijven componeren. Dat lijkt me een troostrijke gedachte.

Tura «Ja, en ik wil me dan ook verder ontplooien als componist – ik zou een musical willen schrijven. Voor de rest heb ik me uiteraard voorgenomen om vanaf 2 augustus aanzienlijk minder op te treden, wat nog altijd iets anders is dan stoppen. Ik zou het zoals oudere Amerikaanse artiesten willen aanpakken: af en toe nog een keer optreden, maar dan wel in de allerbeste omstandigheden, in de beste zaal. Laat ik zeggen dat ik mijn prestige wil ophouden. Maar zelfs al moet ik er morgen om één of andere reden radicaal mee kappen, dan nog zal ik tevreden op mijn carrière terugkijken. Ik ben blij dat ik zo veel heb mogen meemaken, en blij dat ik hier nog zit.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234