'Willy Willy was de enige gitarist die meer op Keith Richards ging lijken dan Keith Richards zelf'

Herman Brusselmans gaat iedere week op zoek naar het verhaal achter een opvallende kop in de krant of op een nieuwssite.

D e gitaar was er, het plectrum, het pakje rode Marlboro, de Zippo, een bloem en de urne. Er waren instrumenten, versterkers, kabels, een mengpaneel. Er was een videoscherm met daarop na elkaar minstens dertig foto’s van Willy Willy, alleen, met The Scabs, met vrienden, met het publiek, met z’n grote liefde, z’n vrouw Michèle.

Er waren ongeveer negenhonderd mensen in de zaal van crematorium Siesegem in Aalst. Er waren Dani Klein, Arno, Patrick Riguelle, Jan Hautekiet, Jean-Marie Aerts, Isolde Lasoen, de overblijvende Scabs en nog meer muzikanten, en zij speelden in de tempel des doods mooie muziek. Er waren in de microfoon mooie woorden. De sprekers kregen één voor één een krop in de keel en tranen over de wangen. De zaal sidderde van verdriet. Niemand bleef onbewogen, en iedereen dacht aan Willy Willy, aan de vergankelijkheid, de troost van het eeuwige, de afwezigheid van God, de kracht van ontroering en de zon buiten, die er niet in slaagde om te verwarmen. Men rilde, men had kippenvel, men had zin om iemand te omhelzen. Ik zei tegen m’n chauffeur Muis: ‘Ooit zullen we op een plaats als deze ook de enige zijn die niet ademt.’ Muis gaf me gelijk, wat kon hij anders?

Daar had je op het scherm de foto van Willy als 18-jarige, die de paden en zijpaden nog voor zich had. Hij zou ze alle bewandelen. Drank, sigaretten, drugs, wat is er mis mee als je Willy heet en Willy Willy genoemd zal worden? Oorringen, tattoos, rare kleren, zijn ze niet fantastisch als je de gitarist van The Scabs bent? Liefde, vriendschap, verbondenheid: waarom zou je ze niet verspreiden als je om het even wie bent? Maar ja, Willy Willy was niet om het even wie. Hij was de enige gitarist die op den duur meer op Keith Richards ging lijken dan Keith Richards zelf. Hij was de gast die het record ‘uit valkuilen klauteren’ op z’n gemakje heeft gebroken. Hij was de leuke pipo die de rock-’n-roll zowel definieerde als erom kon lachen.

'Als het nodig zou zijn, zouden we elkaar begeleiden naar het graf'

Als ik hem voor m’n ogen projecteer, moet ik wel terug naar café Caruso in de jaren 80 en 90. Iedere rockmuzikant die die titel niet gestolen had, passeerde in café Caruso. Honderden vocalisten, gitaristen, bassisten, drummers, backingkwelers en andere kluchtzangers hebben naast elkaar bij de twee pissijns in de Caruso gestaan, terwijl op het meisjestoilet ijle gezangen weerklonken die nooit uit nuchtere monden zouden klinken. Wie herinnert zich niet Tjenne van Clouseau? Wie herinnert zich niet Dirk van Derek and the Dirt? Wie herinnert zich niet die blonde jongen van The Pink Flowers? Wie herinnert zich niet het fantastische stelletje Skyblasters? Wie herinnert zich niet de mannen van Gorki? Wie herinnert zich niet Guy, Willy, Fons en Franky van The Scabs?

Fons kwam naar me toe om me te omhelzen, struikelde over een kabel en gaf me een kopstoot die ons allebei tot op de rand van een coma bracht. Guy moest z’n twee handen gebruiken om de verliefde fans van zich af te duwen. Franky stond er stilletjes bij als de beste drummer van Vlaanderen. En Willy had een sigaret in z’n mondhoek, grijnsde, nam alles in zich op en had zoveel charisma dat de Caruso in de donkerte te maken kreeg met een gloed die weldadig was.

Ikzelf was erbij, en ik ben blij dat ik erbij ben geweest. Ik was een schrijver, ik observeerde, ik dronk twintig whisky-cola’s en dacht: vannacht schrijf ik het allemaal op. Maar de nacht ging voorbij en de ochtend kwam, en toen gingen we allemaal naar bed, zo lam als de manke die de blinde de sloot in leidt. Literatuur, muziek, de kunsten: eigenlijk waren ze niet per se nodig, wat telde was dat je makkers had, dat je je jong voelde, dat je de wereld bestormde en dat de wereld voor de rest je kloten kon kussen. En de tijd, wel, die ging ondertussen net zo goed voorbij. Er waren huwelijkscrisissen, geboortes, verhuizingen, afkickverschijnselen, sterfgevallen, noem maar op, en de makkers zagen elkaar niet meer zo vaak. De Caruso verloor pluimen en ging dicht, en toch, en toch zouden de makkers makkers blijven. Herinneringen waren in steen gehouwen, en soms kwam je elkaar nog ’ns tegen, en de vluchtige kussen waren van grote betekenis, want we zouden elkaar nooit vergeten, en als het nodig zou zijn, zouden we elkaar begeleiden naar het graf. En bij dat graf zouden we treuren, en zouden we dankbaar zijn. En dankbaar waren we, op die zonnige woensdag, dat we de goeie ouwe Willy Willy gekend hadden.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234