Wim Opbrouck, acteur en theatermaker: 'Ik ben een ouderwetse potsenmaker, een prutser die maatschappelijk relevant probeert te zijn'

Wim Opbrouck, intendant van het filmfestival in Oostende, wordt aangeklampt door een dame: ‘Wree schone, ‘Tytgat Chocolat’, Wim.’ Opbrouck, dezer dagen alomtegenwoordig op zowat alle tv-zenders, dankt beleefd.

'We zitten opnieuw in een preuts tijdperk, maar hoe meer je de seksualiteit onderdrukt, hoe meer accidenten er gebeuren'

Spelen met de mentaal beperkte acteurs van Theater Stap in ‘Tytgat Chocolat’ op Eén, en taarten bakken in de Vlaamse versie van het BBC-kijkcijferkanon ‘Bake Off’ op VIER. In Maastricht een theaterstuk voorbereiden naar de bestseller ‘La Superba’ van Ilja Leonard Pfeijffer, en de financiering proberen rond te krijgen voor de verfilming van ‘Het hout’ van Jeroen Brouwers, waarvan hij de filmrechten heeft gekocht. Wim Opbrouck is sinds zijn vertrek bij het NTG wel erg actief.

HUMO Ik las op de onvolprezen Showbizzsite zelfs dat je een volgens hen schandalig bedrag van 1.000 euro van de VPRO hebt gekregen voor je deelname aan ‘Zomergasten’.

Wim Opbrouck «Een paar halve dagen voorbereiding bij mij thuis, waar ik die mensen eten en wijn geef, heen en weer met de wagen naar Amsterdam, een dag opname. En dat allemaal voor het gigantische bedrag van 1.000 euro bruto. Een beetje voetballer strikt daarvoor niet eens zijn veters. Maar hoe durft een acteur zoiets te krijgen?

»Het was zo leuk dat ik het waarschijnlijk ook gratis gedaan zou hebben. Maar mogen wij als acteurs misschien nog het zout op onze patatten verdienen? Ik doe zovéél tussen de soep en de patatten: aan scenario’s werken, liedjes maken, voorstellingen bedenken. Maar af en toe zou ik graag eens wat meer tijd hebben om rustig na te denken en dingen te maken. Ik hoor hier op het filmfestival van Oostende veel mensen die tien jaar moeten wachten voor ze het geld bij elkaar hebben om een film te kunnen draaien. Je wilt de acteurs niet te eten geven die verschillende jobs en opdrachten moeten combineren om aan een modale maandwedde te komen.»

HUMO En je had al geen vast werk meer, want je hebt het NTGent verlaten, na jaren van crisis en dikke miserie.

Opbrouck «Ik weet niet wat ik daarover moet zeggen, omdat het allemaal nog erg vers is, en heel complex. Ik kan niet ontkennen dat ik mij soms gekwetst heb gevoeld en dat ik boos ben geweest. Maar ik heb geen enkele behoefte om na te trappen naar een instelling waar ik zoveel gelukkige jaren heb beleefd.»

HUMO Maak je dan geen rouwproces door?

Opbrouck «Dat is een te groot woord. Ik mag nog altijd meer zegeningen dan littekens tellen. Ik kan en mag zoveel doen, en allemaal dingen die ik graag doe. Klagen zou in mijn geval ronduit pretentieus zijn.»

HUMO Maar het verdriet is daarom niet minder.

Opbrouck (stil) «Dat is te privé. Ik kan daar nog niet ten gronde over praten, nee. Trouwens, in een echtscheiding heeft iedere partij haar versie van het verhaal, en vaak zijn ze allebei waar. Wat helpt het dan om bitter of droevig te zijn? Ik koester de goede herinneringen, en verdring de andere.

»Noem mij eens een bedrijf waarin er geen problemen zijn? Maar in een met belastinggeld gerunde publieke instelling als het NTGent zijn die groot nieuws. Dat is de laatste twee jaar pijnlijk geweest om te zien.»

HUMO Toen jij het NTG leidde, was er applaus voor de artistieke koers en het budget was onder controle. Daarna kwam er iemand die jouw tekeningen in de foyer liet overschilderen en er de helft van de tijd niet was, maar wel politiek verantwoord theater bracht.

Opbrouck «Ik ben Michelangelo niet, ik wist ook wel dat mijn krabbels daar niet eeuwig zouden blijven staan. Maar het was leuker geweest als ze eerst een seintje hadden gegeven voor ze ze overschilderden. Je kunt een verandering eleganter organiseren.

»Ik ben redelijk fier op mijn rapport daar. Jonge mensen die er opgeleid zijn, hebben nu hun eigen theater. Ach, het is altijd eb en vloed. Toen ik afstudeerde, was het mijn allerlaatste ambitie om voor een stadstheater met een vast gezelschap te spelen. Onze generatie verkoos de marge, de vernieuwing, om daarna die theaters over te nemen. Inmiddels is er geen enkel vast gezelschap meer, in geen enkel van onze stadstheaters. Maar het is de plicht van een stadstheater om altijd in verandering te zijn. Met Milo Rau (de nieuwe artistiek leider van het NTG, red.) gaat dat weer vonken geven, je zult het zien.

»Tegelijk wil ik aanvaarden dat het enige zekere aan mijn job de onzekerheid is, en dat het meer een roeping dan een job is, maar men moet ook niet overdrijven. Een technicus troostte goedbedoeld: ‘Maar allee, Wim, je zit hier toch al dertien jaar.’ Zou iemand dat ooit zeggen tegen die technicus, of tegen een leerkracht? ‘Zou het na vijftien jaar lesgeven in Oostende niet goed zijn voor jouw creativiteit om eens naar Hasselt te gaan?’ Dat is wat onze mensen te horen kregen, en dan word ik plots de zoon van mijn vader, een vakbondsman van rode signatuur, terwijl ik toch al lang een kleine zelfstandige ben. Een acteur heeft toch ook het simpele recht te weten wat er op het einde van de maand op zijn rekening zal komen?

»Maar goed, het is tijd om te milderen en verder te gaan. Toen ik het jubileum van vijftig jaar NTGent organiseerde, had ik alle oud-acteurs uitgenodigd. Maar sommigen, inmiddels 80 of ouder, wilden daar nooit meer binnenkomen wegens ruzies. Zo wil ik nooit worden, daarvoor heeft het huis me te veel gegeven.»

'De kleine blanke man heeft recht op zijn boosheid, maar ik ook op de mijne. Ik moet óók leren leven met het feit dat we veel te weinig poëzie te horen krijgen en in een veel te weinig multiculturele wereld wonen'


Excuus-allochtoon

HUMO In de laatste subsidieronde werd ieder gezelschap gekapitteld dat niet voldoende diversiteit op de planken of in zijn raad van bestuur had. Terecht?

Opbrouck «Ook bij de leerlingen en de leraars van de toneelscholen zie je weinig kleur. Theater zal altijd belangrijk blijven, hoe dan ook, waar dan ook, het zal pas samen met de mens ten onder gaan. Ik heb dat niet bedacht, Herman Teirlinck heeft dat geschreven. Goed of slecht, ups of downs, wit of divers, met of zonder middelen, de mens zal altijd verhalen vertellen op een podium. Ik wil niets liever dan een multiculturele wereld, maar ik kan mezelf niet zwart schilderen. Of nog erger: een vriend van mij, Wilfried de Jong, hield een gloedvol pleidooi in ‘De wereld draait door’ voor ‘Kind of Blue’ van Miles Davis en prompt kreeg hij het verwijt dat hij zich dat cultureel toe-eigende. Sorry, dan stopt alles.»

HUMO Quota hebben er wel voor gezorgd dat er vandaag meer vrouwelijke verkozenen zijn. Maar je zult maar op een podium staan omdat je een kleurtje hebt.

Opbrouck «Goesting werkt veel beter dan quota of adviezen van commissies. ‘Malcolm X’ was een heel mooie, superdiverse voorstelling in de KVS. Die is er niet door quota gekomen, maar omdat Michael De Cock (artistiek leider van de KVS, red.) daar al een hele tijd bewust mee bezig is.

»Chokri Ben Chikha zei me, toen we na de aanslag op Charlie Hebdo samen in een optocht door Gent stapten, dat het echte leven zich afspeelt in een nachtwinkel en niet op het podium van het NTG. Oké, maar de bakfietsgeneratie stuurt haar kinderen niet naar gemengde scholen. Daar begint het al. Ik ben een fier product van wat ooit het rijksonderwijs werd genoemd, waar moslims, katholieken, protestanten en atheïsten samen les kregen. Het begint bij elkaar ontmoeten, niet bij de rekruteringsvoorwaarden voor een nieuwe artistieke leider die dan bij voorkeur een allochtone transgender met een geamputeerd been zou moeten zijn. De excuus-allochtoon, dat is toch voor beide partijen het allerergste?

»Eén van mijn beste vrienden is Christoph Homberger, een voormalige stertenor met wie ik nog ‘Aïda’ heb gebracht in het NTG. Hij is gestopt op zijn 55ste en is een restaurant begonnen in Zürich. Daarin stelt hij asielzoekers tewerk, met wie hij ook een koor heeft opgericht. Een goed koor, ik wist niet dat er zoveel fantastisch zingende asielzoekers in Zwitserland waren. Er zit een Syrische homoseksuele jongen bij, wat in zijn thuisland zijn doodvonnis zou betekenen. Een geniale pianist die nu les aan de academie volgt, en die dankzij zijn job in dat restaurant een verblijfsvergunning heeft gekregen. Dat doet meer voor het imago van de asielzoekers in Zwitserland dan om het even wat. Ik vind dat prachtig, maar zelf kan ik het niet. Ik ben een acteur die verhalen wil vertellen, een ouderwetse potsenmaker, een prutser die maatschappelijk relevant probeert te zijn. Maar ik ben geen militant, geen activist.»

'Sinds bekend is dat ik 'Het hout' wil verfilmen, krijg ik geld aangeboden van slachtoffers van misbruik in de kerk. Zij zeggen me: 'Laat de mensen zien hoe het was, Wim, toon ze hoe het mechanisme werkte.''


Een goed mens

HUMO Geloof je dat het nog goed komt? Je toonde in ‘Zomergasten’ een mooi fragment over de vriendschap tussen een 90-jarige blanke Vilvoordenaar en de Marokkaanse spelertjes en trainer van de lokale voetbalclub. Je outte je meteen als naïeve Gutmensch die niet weet hoe het er in de wereld aan toegaat.

Opbrouck «En toch is er geen alternatief. Als dat me de stempel ‘Gutmensch’ oplevert, dan draag ik die graag. Wil dat zeggen dat ik blind rondloop? Verre van, maar dat fragment was een sprookje, en tegelijk een beeld van hoe veel mensen proberen om samen verder te raken. Meer dan dat er mensen zijn die aanslagen zitten te bedenken op zolderkamertjes of haatberichtjes tokkelen op sociale media. Alleen halen de Gutmenschen iets minder makkelijk de media, en daarom wilde ik in ‘Zomergasten’ een lans voor hen breken. Op de plaats in Nice waar die terrorist is neergeschoten, komen mensen op de grond spuwen. Is dat dan de oplossing? Dat gaat zó in tegen alle moraliteit waarmee ik ben opgegroeid. Ik geloof niet in spuwen, ik geloof in ‘Een jihad van liefde’ van Mohamed El Bachiri, de weduwnaar van één van de slachtoffers van Maalbeek. In Rouen, waar een priester werd vermoord, zijn de moslims van de stad op kerstdag een beschermend cordon rond de kerk komen vormen. Dáár geloof ik in.»

HUMO De klassieke fout van de Gutmensch is dat hij geen begrip kan opbrengen voor de woede van de kleine blanke man, die op Trump en consorten stemt.

Opbrouck «Die blanke man heeft recht op zijn boosheid, maar ik ook op de mijne. Ik ben dan boos over de stiefmoederlijke behandeling van de kunsten door de overheid, over het feit dat we veel te weinig poëzie te horen krijgen en in een veel te weinig multiculturele wereld wonen. Ik moet daar óók mee leren leven.

»Na de aanslag op de Bataclan reed ik met de trein van Straatsburg naar Parijs, toen een bezette stad. Er stapte een Syrische man op, vermoedelijk een vluchteling, die prompt als enige in de wagon controle kreeg en zijn paspoort moest laten zien aan de overigens vriendelijke militairen. Hij vond het niet meteen en moest mee naar het perron, waarop een vrouw hysterisch begon te krijsen: ‘Hij heeft zijn rugzak laten liggen! Hij heeft zijn rugzak laten liggen!’ Enfin, die man moet mee met de militairen voor verdere controle en komt zijn rugzak halen. Plots klinkt een stemmetje in de wagon: ‘Allez, monsieur, bonne chance.’ Een oud vrouwtje dat de oorlog nog had meegemaakt.

»Nee, je krijgt mijn hoop niet kapot. Niet omdat ik blind ben voor wat er gebeurt, maar omdat ik vind dat je iets anders moet tonen dan angst, afwijzing en polarisatie. Tegelijk moet je ook kunnen zeggen dat niemand in Molenbeek driedubbel mag parkeren en dat het voor iederéén lastig is om een rijbewijs te halen. Het is niet omdat je gezakt bent voor het rijexamen, dat de examinator een racist zou zijn. Wat niet wil zeggen dat het onverbloemde en schaamteloos platte racisme dat ik steeds meer op straat hoor, zomaar moet kunnen passeren. Ik hou mijn hart vast voor de dag dat zo’n boze blanke man met een auto inrijdt op mensen die na het vrijdaggebed uit de moskee in Brussel of Kortrijk komen.»

'Er zijn méér mensen die proberen om samen verder te raken dan dat er mensen zijn die aanslagen zitten te bedenken op zolderkamertjes of haatberichtjes tokkelen op sociale media'


Psychopaat

HUMO Proberen te begrijpen wat een meerderheid niet wil begrijpen, lijkt bij jou een handelsmerk. Nu wil je ‘Het hout’ van Jeroen Brouwers verfilmen, zijn roman over kindermisbruik in de kerk.

Opbrouck «Als ik er 3 miljoen euro voor vind (lacht).

»Er is een enorme begripsverwarring tussen ‘proberen te begrijpen’ en ‘begrip hebben voor’. Als ik probeer te begrijpen waarom iemand een bom doet ontploffen in een metro, en wat die mens zover gebracht heeft, heb ik er nog geen begrip voor. Net zomin als ik begrip hoef te hebben voor een pedofiel, en toch kan proberen te begrijpen waarom hij dat heeft gedaan.»

HUMO Ik denk dat er weinig te begrijpen valt aan iemand als bisschop Vangheluwe, een man zonder enig schuldbesef of verantwoordelijkheidsgevoel. Een psychopaat, bijna.

Opbrouck «Evengoed had je in die grote Vlaamse gezinnen van vroeger altijd wel een zoon van wie iedereen wist dat hij homoseksueel was, en die dan maar naar het klooster werd gestuurd. We zitten opnieuw in een preuts tijdperk, waarin seksualiteit wordt verdrongen. Je ziet het overal, niet alleen in de kerk, maar ook in sportclubs en in het verenigingsleven: mijn zoon doucht na het voetbal in onderbroek. Hoe meer je de seksualiteit onderdrukt, hoe meer accidenten er gebeuren.

»Op de affiche van het filmfestival sta ik met gestifte rode lippen en valse wimpers, niet eens als vrouw verkleed. De reacties die ik daarop heb gekregen! Voor een deelnemer uit Rusland was het een statement vanjewelste voor de rechten van transgenders, en voor een ouder Duits homokoppel een emotioneel geweldig ontroerend beeld, maar voor een West-Vlaamse dame was het een kaakslag: ‘Schaamtelijk!’

»Sinds bekend is dat ik ‘Het hout’ wil verfilmen, krijg ik geld aangeboden van slachtoffers. Zij zeggen me: ‘Juridisch zijn de feiten verjaard, en de advocaat van Vangheluwe noemt ons zelfs fantasten. Laat de mensen zien hoe het was, Wim, toon ze hoe het mechanisme werkte.’ Dat is toch de moeite? Daarbovenop heb je het verhaal van de goede broeder Bonaventura, die het allemaal ziet gebeuren en gevangenzit in het dilemma van de toeschouwer: moet hij alleen hulp bieden aan de slachtoffers, of ook in opstand komen? Is dat niet de mooiste metafoor voor ons allemaal vandaag?»


Taart en poëzie

HUMO Je presenteert dezer dagen ‘Bake Off Vlaanderen’. Mag dat wel van de cultuurpolitie?

Opbrouck «Ik weet het niet, had die mij al niet afgeschreven? (lacht) Ik kom ook cultuurpolitieagenten tegen die het wél een leuk programma vinden. Toegegeven, ik heb even getwijfeld. Niet om wat anderen zouden kunnen denken, dat raakt me al lang niet meer, maar omdat het niet mijn corebusiness is. Ik heb ooit bij Woestijnvis ‘In de keuken’ gemaakt, een portrettenreeks over topchefs, en zo zijn ze bij mij terechtgekomen. En toen dacht ik: waarom ook niet?

»We proberen bij ‘Bake Off Vlaanderen’ het origineel tot in de perfectie te respecteren. De BBC heeft ook iemand naar ons gestuurd die het concept moet bewaken, Duncan Cooper. We krijgen wel de ruimte en de vrijheid om er lokale elementen aan toe te voegen, maar Duncan kijkt nauwlettend toe.»

HUMO Ik kook heel graag, maar ik bak haast nooit taarten. Bakken is exacte wetenschap, het moet tot op de gram juist zijn, terwijl je bij andere recepten kunt improviseren.

Opbrouck «Elke fout wordt genadeloos afgestraft, dat klopt. Ik heb onlangs bij mij thuis een diner voor veertig man georganiseerd, voor de 80ste verjaardag van mijn schoonmoeder. Ik heb ieder gerecht zelf klaargemaakt: de zalm gerookt, potjesvlees bereid, taboulé, noem maar op. Maar de taarten ben ik gaan kopen bij de beste patissier van de streek, daar waag ik me niet aan.

»Het succes van ‘Bake Off Vlaanderen’ heeft met veel dingen te maken. Er valt niets te winnen behalve een titel, maar die is voor die deelnemers meer waard dan een auto. Het is ook geen uitlachtelevisie – je komt er niet in als je niet alle verschillende deegsoorten kent, of het verschil tussen een gewone en een Italiaanse meringue, of als je niet weet wat een ganache is en hoe je er verschillende kunt klaarmaken. De juryleden weten waarover ze praten, en de kandidaten vormen een vriendengroep. Telkens als de baktijd van een paar uur ingaat, daalt een soort gewijde stilte neer in de tent.

»Ondertussen kan ik er wat poëzie in kwijt. Ik heb al Toon Tellegen geciteerd, over de olifant en de mier die samenkomen om de verjaardag van de eekhoorn te vieren. Ze eten een taart die zo luchtig is, dat je ‘ze nauwelijks kunt proeven, alleen maar vermoeden’. Dan ben ik blij. Moeten we ons vandaag nog druk maken over een mislukte biscuit, wanneer twee rare mensen elkaar met een nucleaire oorlog bedreigen? Je bezighouden met een verbrand gebak terwijl de wereld mogelijk in brand vliegt, is misschien wel een daad van verzet. Wat is trouwens het alternatief? Verlamd van angst depressief worden?»


Diva’s en eikels

HUMO De eerste aflevering van ‘Tytgat Chocolat’ had bijna een miljoen kijkers, proficiat. De serie is twee jaar geleden opgenomen, waarom heeft het zo lang geduurd voor ze op antenne kwam?

Opbrouck «Alles ligt op het schap te wachten tot er een gaatje in het zendschema vrijkomt. Er is een file van goede fictieprogramma’s, en de meest begeerde slots, zoals die op zondagavond, zijn beperkt. Dan ben je wel even bang dat het momentum of de urgentie van zo’n reeks verdwijnt, maar het blijkt mee te vallen. Ik heb al in veel series en stukken meegespeeld, maar hier was ik ongelofelijk benieuwd naar, omdat het zo’n uitzonderlijk project is.

»Els Dottermans en ik hadden al eens met Theater Stap gewerkt in ‘Macbeth’ van Luk Perceval, waarin zij de heksen speelden. Alles is meteen anders: ze zijn zo spontaan en onvoorspelbaar.»

HUMO Moeilijk, lijkt me.

Opbrouck «Ik herinner me de première, waarin Guy Dirken (één van de acteurs met down, red.) mijn wachter speelde, die een moord moet plegen. In een volle Bourlaschouwburg stond ik alleen met hem op scène, en hij kreeg de naam Macbeth maar niet uit zijn mond – ik bleef voor hem de knuffelbeer Wim. ‘Nee, Guy, ik ben nu even niet Wim, wie ben ik wel?’ En dan kwam (imiteert perfect): ‘Mecbeit.’ We begonnen aan de scène, en plots zei Guy: ‘Oeke-ake.’ Bleek dat hij zijn moeke en vake in de zaal had zien zitten. ‘Oké, Guy, ik zal even dag gaan zeggen tegen moeke en vake, en dan gaan we spelen, oké?’ Ik kom terug bij hem: ‘Wie ben ik?’ ‘Wim!’ (lacht) ‘Nee, Guy, nu ben ik even Wim niet, nu ben ik Mac…’ Waarop hij, in een volle Bourla, tijdens de première: ‘MacDonald!’ (schatert)»

HUMO Iedereen wil het verschil kennen, maar leg eens uit wat de gelijkenissen met gewone acteurs zijn.

Opbrouck «Veel acteurs hebben een beetje autisme of ADHD nodig om iets eindeloos te herhalen voor een camera, en dat doen zij ook graag. Bij ons heb je leuke acteurs, en diva’s en eikels, en dat is bij hen niet anders. Theater Stap heeft een jarenlange traditie van zeer goed theater. Ze hebben op de rode loper in Cannes gestaan met ‘En waar de sterre bleef stille staan’ van Gust Van den Berghe, en ze reizen de wereld rond met Sidi Larbi Cherkaoui.

»We hadden op de set de gewone acteurs en hun groep eerst gescheiden, maar dat heeft exact één minuut geduurd, en toen zaten ze op onze schoot. Knuffelen, aan elkaar en ons hangen, plompverloren in gesprekken tussenbeide komen. Ik romantiseer het niet, maar dat maakt het zo mooi en intens. De verschillen smelten snel weg. Er gebeuren ook dingen die je op een normale set niet meemaakt: een actrice blokkeerde helemaal omdat ze een take moest opnemen op het ogenblik dat zij normaal gezien naar ‘Familie’ kijkt. Ze nam geen genoegen met de belofte dat we de aflevering voor haar zouden opnemen. Nee, nee, zo werkt dat niet, meneer. Dus keek de hele cast mee naar ‘Familie’, en pas daarna konden we verder. Maar ze werkten óók dertien uur per dag, hoor.»

HUMO Eindelijk eens mensen zonder verborgen agenda’s.

Opbrouck «O, maar ook zij hebben die. Ze wisten zeer goed wie bij hen een hoofdrol had, namelijk wie een microfoontje droeg. Onderling laten ze ook hun kleine kantjes zien, maar bij Theater Stap worden ze als volwassenen behandeld. In ‘Macbeth’ moest ik mijn wachters uitmaken voor domme mongolen, en ik zei tegen Luk Perceval: ‘Allee, Luk, dat kan ik toch niet maken?’ Maar hun begeleider Marc Bryssinck vroeg me: ‘Zou je die gêne ook hebben bij een andere acteur? Nee? Wat houdt je dan tegen?’ Het publiek schrok wel toen ik hen toesnauwde dat ze ‘bloody fokmongolen’ waren.»

HUMO Terwijl je die schroom net moet afwerpen…

Opbrouck «…om er meer dan een goedbedoeld inclusieproject van te maken, ja. Er zijn meer takes nodig met hen en je hebt langere dagen, maar je kunt daar niet op toegeven. Lou Berghmans, één van de beste cameralui van het land, wilde ook geen duimbreed toegeven op de kwaliteit. Dat heeft niemand gedaan, en zo moet het ook.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234