WK Wielrennen in België: in het spoor van Oliver Naesen, Belgisch kampioen

Zondag, in het Noorse Bergen, is Oliver Naesen de joker van onze WK-selectie. Opmerkelijk, want goed drie jaar geleden haalde hij nog als koerier de vuile was op in restaurants en fabrieken. Hij was afgeschreven voor het profwielrennen maar haalde steeds mooiere uitslagen, werd de revelatie van het voorjaar en won uiteindelijk het Belgisch kampioenschap. ‘Als ik elk jaar zo veel progressie blijf maken, dan... steek ik ze allemáál in mijn zak.’

'Mijn vriendin is apotheker. Best handig voor een renner, ik zal het zelf maar zeggen (lacht).''

Ergens eind augustus, op de laatste warme zomerdag van het jaar, zit ik in de tuin van het ouderlijke huis van Oliver Naesen (27) in Berlare. Hij is net op de fiets komen aanwaaien met zijn jongere broer Lawrence. ‘Stevig trainingsritje, we zijn goed over onze limieten gegaan,’ lacht hij en hij schuift zijn benen onder tafel. Een verkwikkende douche of sportmaaltijd zijn niet nodig, en zo mag ik drie uur lang kijken op zijn trui van Belgisch kampioen. Guitig en innemend, zoals hij ook het Belgische wielerpubliek voor zich heeft weten te winnen, vertelt hij hoe het allemaal begon.

Oliver Naesen «Profwielrenner worden was een onbereikbare droom. In bed dacht ik er al eens aan, maar ik zou het nooit luidop hebben durven zeggen. Als nieuweling reed ik nooit écht goed. Ik bleef ook lang de kleinste van de hoop, tot ik op mijn 18de, tijdens de zomermaanden, een groeischeut kreeg en plots de grootste werd. Daarna begon ik lichamelijke opvoeding te studeren aan de universiteit van Gent, maar ook dat liep niet geweldig. In het derde jaar besloot ik ermee te stoppen: ik moest mijn jaar overdoen voor één vak. ‘Fuck it, we gaan werken,’ dacht ik. Ik heb al veel spijt gehad van die keuze: het wringt als ik iets niet heb afgemaakt. Maar daardoor is het wel goed uitgedraaid met mijn wielercarrière. Tijdens mijn jaren aan de universiteit deed ik zowel de koers als mijn studies maar half. Als ik een maand examens had gehad, suckte ik volledig in de koers. En omgekeerd. Dat was voor mij niet te combineren, maar werken en koersen wél. En zo ben ik als koerier in een wasserij in Lokeren begonnen.»

HUMO Wat moet ik me daarbij voorstellen?

Naesen «Heel eenvoudig: ik stapte om zes uur ’s morgens in mijn camionette, en reed naar de klanten – fabrieken, restaurants en garages – om de vuile was op te halen. En die bracht ik proper terug. Elke dag een vaste ronde, veel uren in de auto, weinig nadenken. Het was ontspannen werken, maar niet iets wat je voor de rest van je leven wilt doen. Maar vanaf het moment dat ik als koerier begon, stond alles in het teken van de koers. Ik kwam thuis om halfvijf en ging meteen tot ’s avonds laat trainen. Nadien at ik, kroop ik in mijn bed, en om vijf uur stond ik weer op. En dat elke dag opnieuw, twee jaar lang. Dat ritme was onhoudbaar, maar ik móést en zou op het einde van dat tweede jaar prof worden. In die periode is mijn wielercarrière geëxplodeerd: ik won kermiskoersen en mocht eindelijk luidop beginnen te dromen. En ik mocht me al eens meten met de profs, in koersen als de Ronde van België, al moest ik daar wel een week congé voor nemen. De dag na de laatste rit ging de wekker weer af om vijf uur ’s morgens, terwijl de profs dan hoogstens eens gingen losrijden. Ik was toen al 24 jaar, normaal krijg je op die leeftijd geen profcontract meer. Ook al was ik, zonder te stoefen, de beste amateur die er rondreed.»

HUMO Alles is begonnen in Puivelde Koerse, in 2014. Je reed voorop, als amateur samen met twee profs.

Naesen «Dat waren Kenny De Ketele en Francis De Greef, twee doorgewinterde beroepsrenners. Ik wéét het altijd als ik ga winnen, nu nog: ik zit er nooit naast. Dan roep ik in mijn oortje: ‘Het is bingo vandaag.’ En ook die dag voelde ik dat ik de beste was, maar zij mochten niet meerijden van hun ploegleiders, en daardoor dreigden we ingehaald te worden. Toen heb ik geroepen: ‘Moet ik godverdomme een dag congé nemen om met zo’n onnozelaars naar de meet te rijden?’ Uiteindelijk mocht De Ketele toch meerijden, en heb ik gewonnen. Nadien werd hij door zijn ploegmaats uitgelachen omdat hij door een amateur was geklopt, maar ’s avonds heeft zijn ploegleider Hans De Clercq naar Walter Planckaert gebeld, de teammanager van Topsport Vlaanderen, en heeft hij gezegd: ‘Ik heb hem gevonden, de witte merel’ (lacht).»

HUMO Planckaert heeft zwaar moeten lobbyen om je nog onderdak te geven.

Naesen «Topsport Vlaanderen is een opleidingsploeg, ze werven enkel beloften aan. Walter is op bezoek gekomen en hij vond mijn verhaal vree wijs. Iemand die gestopt was met school en koersen met werken combineerde: daar herkende hij zichzelf in.»

HUMO ‘Naesen is nog iemand van de oude stempel,’ zei hij me. ‘Een renner met karakter en ballen aan zijn lijf.’

Naesen «Veel beloften kiezen er op hun 18de voor om alles op het wielrennen te zetten. Dat is echt dom, hè. Je neemt een enorm risico door met school te stoppen: per jaar worden er maar vijf renners prof. Als je weet dat er elk jaar 500 jonge renners een licentie nemen, dan is hun kans amper 1 procent. En áls ze dan prof worden, blijft het daar dikwijls bij: ze hebben geen marge meer en hun progressie stopt. Vaak zijn ze ook rotverwend. Walter had al te veel renners van dat slag gezien. Dan vind ik mijn verhaal beter: ik heb die marge wél.»

HUMO Dat je alsnog prof werd, heeft wel aan een zijden draadje gehangen.

Naesen «Klopt, en ik ben Walter heel dankbaar. Als je in België op je 21ste nog geen prof bent, ben je afgeschreven: te oud. Al heb je nog zo veel talent. Ik kreeg dat jaar ook een stagecontract bij Lotto Soudal, maar ze hadden me duidelijk gemaakt dat ik er geen prof kon worden. Daar hebben ze nu veel spijt van.»

HUMO Walter Planckaert vindt je een pure klasbak, en het is voor hem een kwestie van tijd voor je alle klassiekers wint.

Naesen (glundert) «Heeft hij dat gezegd? ‘Een kwestie van tijd’: vroeger vond ik het vervelend als ze dat zeiden. Het ís wel zo: ik heb met de universiteit en mijn werk al genoeg tijd verkwanseld, ik had al eerder kunnen staan waar ik nu sta. Maar dan had ik niet die wil gehad om er alles uit te persen.»

HUMO Dan was je niet zo hongerig geweest, bedoel je?

Naesen «Je moet altijd starten met het mes tussen de tanden. Nooit het gevoel toelaten: het wordt niks vandaag, het is toch weer voor de spurters. Er ligt altijd een kans.»

HUMO Voel je de klok tikken?

Naesen (knikt) «Een profcarrière duurt tot je 35ste, in het beste geval. Ik kon geen jaren meer laten liggen. We gaan ervoor, er is geen tijd te verliezen. Ik voelde ook meteen dat ik minstens even goed was als mannen die bij Team Sky of Quick-Step reden.»

HUMO Vanwaar komt die dadendrang?

Naesen «Elke dag dat ik op mijn fiets spring, is beter dan de vorige dag. In het begin verraste ik mezelf voortdurend. Mijn prestatiecurve is de laatste drie jaar steil naar omhoog gegaan, en ik voel dat het nog niet gedaan is. Maar ik kan je zeggen: ik heb ervoor gevochten. De mensen uit de periode dat ik in de wasserij werkte en bij de amateurs koerste, zeggen allemaal: ‘Ongelooflijk wat je overkomt.’ Ik ben ook trotser op die jaren dan op wat ik als prof al heb gerealiseerd. Omdat het zo moeilijk was.

»Na Topsport Vlaanderen ging ik naar IAM Cycling, en daar werd ik al meteen de kopman in de Vlaamse klassiekers, ook al was ik maar tweedejaarsprof. Toen die ploeg stopte, heb ik voor AG2R gekozen, een Franse ploeg zonder een echte kopman voor de Vlaamse klassiekers, zodat ik mezelf zeker niet zou moeten wegcijferen.»

'Onderuit in de Ronde van Vlaanderen: 'Het was de schuld van Peter Sagan. Zonder die val had ik zéker het podium gehaald.'


Oliver who?

HUMO Je opofferen is niks voor jou?

Naesen «Ik doe het wel, zoals in de Tour voor Romain Bardet, en die heeft me daar echt voor op handen gedragen. Maar het is niet de carrière die ik voor ogen heb. Ik wil alles zelf kunnen bepalen, en rijden om te winnen. Voor elke koers probeer ik in mijn hoofd een scenario uit te denken waarin ik win. Ik visualiseer het zelfs. Onnozel, hè.

»Er zijn een heleboel zaken anders uitgedraaid: voor hetzelfde geld reed ik in dienst van Greg Van Avermaet – ik had een aanbod van BMC. Ik kan er alleen om juichen: het heeft me niet alleen mooie uitslagen opgeleverd, maar ook een hoop euro’s.»

'Ik wéét het als ik ga winnen. Dan roep ik in mijn oortje: 'Het is bingo vandaag''

HUMO Had je je weggecijferd voor Van Avermaet?

Naesen «Waarschijnlijk wel. Gelukkig zei teammanager Jim Ochowicz: ‘Oliver who?’ toen Greg aandrong op mijn komst. Het zou een gemakkelijkheidsoplossing geweest zijn. Ik begrijp dat andere jongens ervoor kiezen om in dienst te rijden: het geeft stabiliteit en houvast. Maar er zijn er ook die zeggen: ‘Ik haal geen resultaten omdat ik in dienst rijd.’ Nee: je haalt geen resultaten omdat je niet goed genoeg bent.»

HUMO Er zijn ook renners die bang zijn om te winnen.

Naesen «Iedereen heeft dat een beetje. Als je met een klein groepje naar de finish rijdt, en je bent niet zeker dat je het zult kunnen afmaken, is er soms een klein duiveltje op je schouder dat zegt: ‘Ik hoop dat het peloton ons nog terugpakt.’ Maar veel van de renners die als knecht rijden, zoals Julien Vermote, waren in de jeugdreeksen honderd keer beter dan ik. En bij die jongens heb ik vaak het gevoel dat ze er nu niet alles uithalen.»

HUMO In die kattensprong op de meet van het Belgisch kampioenschap, waar je nipt Sep Vanmarcke versloeg, zagen we hoe groot jouw wil om te winnen is.

Naesen «Daar zat alles in. Als het had gemoeten, ik had mijn fiets over de meet gesmeten. Ik dacht dat Jasper Stuyven of Jens Keukeleire zouden winnen, zij zijn intrinsiek sneller. Maar tijdens lange koersen kan ik altijd iets meer. Toen de finish dichterbij kwam, dacht ik: ‘Is dit echt aan het gebeuren?’ Het ging hier niet om het kampioenschap van Oezbekistan, hè, maar om dat van België: hét land van de wielerkampioenen.»

HUMO Je had de Grote Prijs van Plouay al gewonnen, ook onderdeel van de World Tour en niet te onderschatten.

Naesen «Dat had geen impact. Ik heb er dit weekend moeten opgeven omdat ik ziek was geweest. De mensen aan de kant vroegen wie ik was: ‘Naesen, ik heb hier vorig jaar gewonnen.’»

HUMO Je was enorm zelfverzekerd tijdens de klassiekers: je rekende jezelf altijd bij de beste renners.

Naesen «Ik weet vanaf de eerste koers wat mijn niveau is, en ik weet ook dat het maandenlang zo zal blijven.»

HUMO Andere renners staan bibberend aan de start.

Naesen «Mijn ploeg was vooraf tevreden als ik eens in de top tien zou rijden. Vroeger stuurden ze de renners die niet getraind hadden in de winter naar de Vlaamse klassiekers. Als straf! Franse renners ervaren het ook als een strafkamp. Vorig jaar was er zelfs een psychologe mee, om de renners op te vangen: er waren er die huilend op de bus zaten, ze reden amper de koers uit. Ik heb ook eens met haar gepraat, en haar gerustgesteld: ‘Om mij moet je je geen zorgen maken.’ Omdat de verwachtingen zo laag lagen, waren ze in de wolken met mijn prestaties.»

HUMO Ondanks een flinke dosis pech, zoals je salto mortale in Parijs-Roubaix.

Naesen «Dat was neig. Het stuur van de renner voor mij brak af, en ik viel met mijn hoofd op een kassei: er was een heel stuk van mijn helm af. Maar de Ronde van Vlaanderen was het ergst, toen ik met Peter Sagan en Greg op de Oude Kwaremont op de grond lag. Ik was er zeker van dat we Philippe Gilbert zouden ingehaald hebben, en dan stond ik sowieso op het podium.»

HUMO Die bewering vond Gilbert weinig respectvol.

Naesen «Ik heb nochtans een goed contact met Gilbert, en hij heeft me er niks over gezegd. Ik doe mijn petje af voor zijn inspanning, en ben eigenlijk een grote fan. Hij doet altijd iets onverwachts en doorbreekt de vaste patronen van de koers. Meestal vloek je als er iemand vroeg aanvalt, en als je dan hoort dat het Gilbert is, denk je: ‘Shit, we mogen beginnen te koersen.’ Die houdt zich niet aan de regels van de briefing, hoor.

»Máár: de kloof was al bijna gedicht, we zouden er los naartoe gevlogen zijn. De samenwerking zat goed. Het was mijn beste dag van het jaar, die helaas het slechtst afliep.»

'Greg Van Avermaet (links) is een vriend en een leermeester. Na de training samen koffie drinken en een taartje eten: dat is onbetaalbaar.'

HUMO Je bleef nog lief, toen jullie daar allemaal lagen.

Naesen «Terwijl het volledig Sagan zijn schuld was. Ik stond stijf van de adrenaline, ik wilde meteen terug vertrekken. Maar mijn velo was gebroken, en de koers was gedaan. Mijn wereld stortte in. Het was alsof ze mijn hart eruit rukten en wegsmeten.»

HUMO Waarom raakte het je zo?

Naesen «Het klinkt stom: het is maar koers. In het licht van wat er allemaal gebeurt in de wereld, stelt het niks voor. Maar het is wel datgene waarvoor ik leef: al de rest is bijzaak. Al móét je het soms wel loslaten, anders geraak je volledig zot gedraaid.»


Select clubje

HUMO Is het waar dat je je ogen moest uitwrijven toen je onlangs je nieuwe contract tekende en de bedragen zag?

Naesen «Ja, al mag je het niet vergelijken met de bedragen die in het voetbal circuleren. Maar het is wel een veelvoud van het loon dat ik als koerier kreeg. Twee jaar geleden, bij Topsport Vlaanderen, begon ik aan een minimumloon van 1.600 euro. Dat maakte mij niets uit, ik had desnoods mijn hele carrière voor dat bedrag getekend. Tot je begint na te denken: een carrière duurt gemiddeld tien jaar, en er rijden veel pipo’s rond die 1 miljoen euro verdienen en meer. Als je voelt dat je meer waard bent, is dat best vervelend. Maar nu kan ik plots ook elke dag biefstuk eten! (lacht) AG2R heeft me voor drie jaar vastgelegd, omdat ze geloven dat ze met mij de Ronde van Vlaanderen kunnen winnen. Ik tekende eind juni, nadat ik Belgisch kampioen was geworden en bijna een rit in de Dauphiné had gewonnen.»

HUMO Je was op weg naar een zekere zege, maar ze floten je terug omdat ze niet geloofden dat je in staat was een bergrit te winnen.

Naesen «De ploegleiding is zich achteraf met het schaamrood op de wangen komen excuseren. Ze zeiden dat ook zij steeds weer verrast worden door mijn mogelijkheden. Nochtans had ik hun verzekerd dat het bingo zou zijn. Maar zij dachten: ‘Een renner zegt altíjd dat hij gaat winnen, om zeker zijn kans te mogen wagen.’ Het zou nooit meer gebeuren, beloofden ze, en een paar weken later hebben ze mijn contract opengebroken. En inderdaad: ik heb mijn ogen uitgewreven.»

HUMO Wat denk je op zo’n moment?

Naesen «Je bent aan het tellen: een gewone mens verdient 1,2 à 1,5 miljoen euro tijdens zijn hele leven. En je beseft: ‘Ik lig serieus voor op schema!’ (lacht) Mijn vriendin en ik hebben een bouwgrond gekocht, wat we anders óók hadden gedaan – alleen hebben we nu het stuk ernaast erbij genomen. Maar ik doe geen domme dingen: ik rijd nog altijd met een oude Volkswagen Caddy – een bestelwagentje, dat ik deel met mijn broer. Ik weet nog altijd wat duizend euro is, en hoe hard je daarvoor moet werken in het gewone leven. Maar je moet jezelf ook plezier gunnen. Vroeger telden we ons geld als we op reis gingen; zie ik nu een vakantie die me geweldig lijkt, dan boek ik ze gewoon. Als ik volgend jaar omvergereden word, wil ik niet eindigen als de rijkste van het kerkhof.»

HUMO Is ook jouw status in het peloton veranderd?

Naesen (knikt) «Vroeger moest ik in de klassiekers vechten voor mijn positie. Nu merkte ik dat niemand kwam wringen! Iedereen is ook vriendelijker. Renners die tevoren riepen: ‘Get the fuck out of my way,’ komen nu vragen: ‘Ça va, copain?’ Terwijl ik hen van haar nog pluim ken, beschouwen ze me plots als hun vriend. Die mannen zien zichzelf als een select clubje, waar enkel kopmannen lid van mogen zijn. Zo’n gedoe is niet aan mij besteed.»

HUMO Je ploegmaat Jan Bakelants ziet je als een eeuwige optimist, en je ploegleider Julien Jurdie roemt je omdat je zoveel sfeer brengt.

Naesen «Telkens als we naar een koers gaan, wrijf ik in mijn handen: ‘Allee, we mogen weer spelen met de vriendjes.’ Soms hoor ik collega’s zeggen dat wielrennen een harde stiel is. Niet akkoord: het is een harde sport, maar geen stiel. Wat wij doen, is niet werken. En de stress die er soms bij komt kijken, is niet nodig. Soms hoor ik een renner bezig tegen een journalist en denk ik: ‘Hoe rottig doe jij nu?’ Er zijn er zelfs die handtekeningen weigeren. Bepaalde renners vinden ook dat je hen met ‘meneer’ moet aanspreken als ze eens een koers hebben gewonnen. Al geldt dat dikwijls niet voor de échte toppers. Neem nu Tom Boonen, dat is de vriendelijkste mens die er bestaat.»

HUMO Klopt het verhaal dat je door hem bent beginnen te koersen?

Naesen «Ja. Ik was hier samen met een vriend naar het WK in Madrid aan het kijken. Toen Boonen plots uit het niets de sprint won, keken we mekaar aan en zeiden we: ‘Volgend jaar nemen we ook een licentie’. En wij waren niet de enigen: in 2006 zijn er drie keer zo veel jongetjes begonnen met koersen.»

HUMO Wat sprak je zo aan bij hem?

Naesen «Zijn uitstraling, hij was een coole kerel. Op de fiets droop de klasse ervanaf. En dan ontmoet je hem in het echt, en blijkt hij enorm sympathiek te zijn. In het begin was ik echt star-struck als hij een praatje kwam slaan tijdens de wedstrijd, en ging ik snel naast een normale renner rijden. Op het WK in Qatar riep hij in mijn oortje: ‘Oli, rijen. Kzen goe.’ Zalig moment!»

HUMO Je spreekt net als hij in sappige quotes. Je moeder zegt: ‘Mijn zonen hebben een snelle tong.’

Naesen «Dat hebben we van haar. Wie heeft er nog een boodschap aan het zoveelste politiek correcte interview? Alles is zo braaf tegenwoordig, niemand wordt aangevallen en het is altijd van: ‘Veel dank aan het team, en ook nog eens chapeau aan mijn tegenstanders.’ Na een koers is iedereen altijd lichtjes geïrriteerd, tenzij je wint. Er is niks op tegen om dan gewoon je gedacht te zeggen, ook al ben je kwaad. Zolang het maar met manieren gebeurt.»

HUMO De koers dankt haar populariteit net aan die onderlinge rivaliteit.

Naesen «Je moet het volk aanspreken. Een renner is eigenlijk een rijdend reclamepaneel, en wij koersen bij de gratie van de kijkers. Mocht er geen kat televisiekijken, dan had ik ook mijn ogen niet moeten uitwrijven bij mijn nieuw contract. Daar moet je je bewust van zijn. Van een voetballer die ‘no comment’ zegt, denk ik: ‘Jij begrijpt er niks van.’ Wielrennen is bereikbaarder en volkser. Ik weiger zelden een interview. Je moest eens weten hoeveel studenten journalistiek ik over de vloer heb gehad: ik denk dat ik in elk eindwerk sta (lacht).»

HUMO De helft van jouw volgers op Instagram zijn vrouwen.

Naesen «Dat stond in een interview met mijn vriendin in de boekskes. De vrouwen zouden mij aanbidden, maar daar heb ik nog niks van gemerkt (lacht). Ik heb er eentje, ons Dorien, en dat is perfect. Ze is apotheker. Best handig voor een renner, ik zal het zelf maar zeggen (lacht).»

HUMO Worden er ook vragen gesteld bij je steile opgang?

Naesen «Soms hoor ik iets waaien, maar ze zeggen het nooit in mijn gezicht.

»Volgens mij is de koers ontzettend clean geworden, zeker in vergelijking met andere sporten. Dat iemand als ik prijzen kan pakken, is het ultieme bewijs.»


Absolute kopman

HUMO Wat betekent Greg Van Avermaet voor jou?

Naesen «Hij is een leermeester. Hij is heel genereus met goede raad. Vandaag heeft hij me op het hart gedrukt dat onze ploeg geen extra transfers meer mag doen: we hebben genoeg goeie renners. Hij vindt dat ik de absolute kopman moet zijn, omdat het anders te moeilijk wordt om iedereen in het gareel te houden.

»Voor mij blijft het bizar om tegen uitstekende renners te zeggen: ‘Rijd een beetje op kop, en waag het niet voor jezelf te rijden.’»

HUMO Jij hebt zijn opgang meegemaakt: drie jaar geleden zag je nog lichte twijfel in zijn ogen. Nu lees je enkel vastberadenheid.

Naesen «Elke koers waar hij start, wéét Greg dat hij samen met Sagan de beste renner is. Er zijn er anderen die in interviews óók zeggen dat ze gaan winnen, maar het nooit voor mekaar krijgen. Bij Greg is het gewoon zelfkennis. Zijn opgang van de laatste jaren is surreëel.»

'Ik moet niet meer vechten voor mijn positie in het peloton. Renners die vroeger riepen: 'Get the fuck out of my way,' komen nu vragen: 'Ça va, copain?''

HUMO Is hij een vriend?

Naesen «Ja, maar dat zijn al de mannen van ons trainingsgroepje ‘De Parelvissers’. We brengen 800 uur per jaar samen door. Dat kun je alleen als je vrienden bent. De momenten dat we achteraf koffie drinken en een taartje eten, zijn onbetaalbaar.»

HUMO Hoe ver reikt vriendschap in de koers?

Naesen «Die telt niet: zelfs voor mijn broer, sinds dit jaar ook prof, maak ik geen uitzondering. Stel dat Lawrence en ik samen in de kopgroep zitten, en hij demarreert, dan rijd ik vol mee in de achtervolging.»

HUMO Echt?

Naesen «Natuurlijk. Maar dan moet ik wel zeker zijn dat ik zelf zal winnen. En ik rijd er uiteraard niet naartoe met snelle mannen als Sagan of Michael Matthews in mijn wiel: dat zou heel dom zijn. Maar het mag nog mijn beste maat zijn die vooraan zit: hij moet eraan!»

HUMO Ik voorspel minder vrolijke trainingsritjes.

Naesen «Niet waar. Vorig jaar is Greg in Plouay me ook achternagegaan. Dat móét: hij wil zelf winnen. In de E3 Harelbeke demarreerde hij om mij eraf te krijgen. Dan vloek ik enkel op mezelf: ‘Godverdomme, waarom ben ik nu niet beter?’ In de spurt heb ik pas aangezet toen hij even achterom keek, want hij is sneller. Ik koers echt tégen hem, hoor. En ik hoop dat er nog veel van die situaties komen.»

HUMO Het omgekeerde dan: helpen jullie mekaar?

Naesen «Ja, als ik zelf niet goed ben. Ik heb het al gedaan, vorig jaar op het Belgisch kampioenschap. Gilbert was ontsnapt, en voor mij of mijn ploegmaats zat er niks meer in. Ik heb me – ongevraagd – voor Greg op kop gezet. Ik ben heel blij als hij wint, en omgekeerd. Greg is niet alleen een goede renner, maar ook een goed mens. Er zit niks kwaadaardigs in hem.»

HUMO In welke rol word je uitgespeeld op het WK?

Naesen «Ik ben de joker, Greg en Phil zijn de kopmannen. Als er één van die twee uitvalt, neem ik hun plaats in.

»Ik heb het parcours al verkend, en het wordt een zware koers: het is voortdurend draaien en keren. We rijden 280 kilometer, het zal regenen en koud zijn. Als Belgen moet dat ons liggen.»

HUMO Geen schrik van het duiveltje op je schouder?

Naesen «Ik vrees dat het een serieuze duivel zal zijn. Maar na een koers van 280 kilometer weet je waar je aan toe bent. We hebben veel Belgen die mogen dromen op dit parcours, maar iedereen kent zijn plaats: het is voor Phil en Greg.»

HUMO Dus, niemand waagt zijn eigen kans?

Naesen «Tenzij het afgesproken is. Als je de boel probeert te flikken, moet je niet denken de volgende jaren nog mee te mogen naar het WK, zo eenvoudig is het. Al valt er na zo’n lange koers niet veel te flikken: als je dan nog vooraan rijdt, betekent dat dat je goed bent.»

HUMO En hoe zullen Van Avermaet en Gilbert het onderling regelen?

Naesen «Dat vraag ik me ook af. Ze moeten vooral eerlijk zijn tegen mekaar. Dat is moeilijk, als je na 230 kilometer de vraag in je oortje krijgt: ‘Hoe voelen jullie je?’ Als de eerste ‘goed’ zegt, dan zal de tweede erover gaan met: ‘Ik voel me super.’ Waarop de eerste meteen repliceert: ‘Ja, maar ik voel me óók super, hoor.’ Twee wereldtoppers in je ploeg is een luxe, maar het brengt ook problemen mee: ze willen allebei zelf winnen. Ze moeten beseffen: we hebben mekaar nodig, vooral om Sagan te kloppen. Hij weet dat hij de Belgen moet volgen, alleen niet wélke Belgen. Ons doel is om hem zo veel mogelijk te vermoeien: als hij op al onze uitvallen reageert, rijdt hij geen prijs. Reageert hij niet: des te beter, dan rijd ik misschien alleen naar de meet (lacht). En als één van onze kopmannen wegrijdt, met de juiste groep, en de koers valt in de juiste plooi, dan moet de andere beseffen: het is over voor mij. En dan mag hij zeker zelf niet meer aanvallen.»

'Je moet altijd starten met het mes tussen de tanden. Nooit het gevoel toelaten: 'het wordt niks vandaag.''


Los door de muur

HUMO Na alle opofferingen om tot dit niveau te komen: hoe zie je de toekomst?

Naesen «Hopelijk win ik veel koersen de komende jaren. Maar misschien ontdek ik net dat ik geen wereldtopper zal worden. In beide gevallen zal ik gelukkig zijn.»

HUMO En naast de koers?

Naesen «Ik kijk ernaar uit om te gaan bouwen, samen met Dorien. Ik woon nog thuis en ben hier op mijn gemak; ook mijn broer is hier nog. Echt hotel mama, dus. Zij wil niets liever dan dat we hier nog lang blijven wonen. Toen ik met het nieuws kwam dat ik een stuk grond had gekocht, zei ze: ‘Allee, waarom? Je zit hier toch goed’ (lacht).»

HUMO Denk je trouwens niet, diep vanbinnen: ‘Ook die Greg steek ik volgend jaar in mijn zak’?

Naesen «Hij is nog veel beter dan ik, hoor. Dat ondervind ik elke dag op training. Maar als ik elk jaar zo veel progressie blijf maken, dan… steek ik ze allemáál in mijn zak (lacht).»

HUMO Dan rest er enkel nog je broer om mee af te rekenen.

Naesen «Ik kijk ernaar uit, hij heeft maar één doel: beter worden dan ik. Zo gaat dat al ons hele leven. Wij zijn kleine kinderen, en zullen zo blijven. Ik weet zeker: als ik geen prof was geworden, dan hij ook niet. En nu trekt hij zich enorm op aan mij. We hebben een heel sterke band en zijn beste maten. Zijn verhaal is nóg straffer: hij is pas op zijn 21ste begonnen met koersen, en mag na zijn eerste jaar als prof – normaal gezien – meteen naar Lotto Soudal.»

HUMO Er schuilt veel talent bij de familie Naesen.

Naesen «Ik kan niet zeggen dat ik talent heb. Pas op mijn 21ste won ik mijn eerste koers. Ik had een enorme achterstand en heb alles voor mekaar gekregen door training. Ik rijd in totaal, koersen inbegrepen, 35.000 kilometer per jaar, waarschijnlijk het meeste van het hele peloton. Daar komen mijn resultaten vandaan. Ik vraag me af: ‘Wat moet ik doen om mijn tegenstanders te kloppen?’ Simpel: meer en harder trainen. Ik kan me niet inbeelden dat iemand als Sagan er zo voor leeft als ik. Na zijn wereldtitel werd hij voortdurend op feestjes gesignaleerd, van Californië tot Monaco, terwijl ik alleen maar trainde en rustte. En dan is er de eerste koers van het jaar en hopla: we worden verkracht door Sagan. Dat is het verschil tussen iemand die gezegend is met talent en iemand die er echt voor moet werken, zoals ik. Maar ik zal nooit mijn hoofd laten hangen en na een slechte dag zeggen: ‘Ik raak die stomme velo niet meer aan.’ Misschien is dat mijn talent: de moed hebben om er altijd voor te gaan.»

HUMO Tot slot: wat als jij wereldkampioen wordt?

Naesen «Ik heb al een scenario in mijn hoofd: ik zit in een vlucht, de topfavorieten kunnen ons niet meer terughalen, en ik maak het af in de sprint. Ik haal na een zware klassieker altijd nog recordwaarden in de eindspurt. Weinig andere renners doen me dat na. Hoe dat komt? Als ik de finish zie, transformeer ik in iemand anders, en rijd ik los door een muur (lacht).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234