Yves Degryse, de vijfde Callboy: 'Het leven is een brokkenparcours, maar na de ruzie of het liefdesverdriet komt er wel weer iets opwindends'

Yves Degryse (42), de vijfde callboy, doorgaans aan het werk in het theater, is de revelatie van de tweede reeks. ‘Soms moet je de dingen forceren. Anders word je de man die het leven over zich laat komen – Anthony Biets, ja.’

'Je denkt dat kinderen hun ouders nodig hebben, maar het is ook andersom het geval: zodra je een kind hebt, ben je afhankelijk en gruwelijk kwetsbaar'

YVES DEGRYSE «Het was een dubbele verrassing: ik had niet zien aankomen dat er een tweede reeks zou volgen, en al helemaal niet dat mijn personage daarin zoveel gewicht zou krijgen. Maar plots was die vraag van Jakke (Jan Eelen, red.) er dus: wilde ik nog meedoen, en vond ik het goed dat Anthony Biets – de broer van callboy Wesley – een belangrijke verhaallijn kreeg? Natuurlijk vond ik dat goed, want sinds de eerste reeks wist ik: ‘Callboys’, dat is féést.

»Wat ik zo fantastisch vind aan Jakke, is de secure manier waarop hij de dialogen schrijft: hij weet van elke callboy perfect hoe die een zin zou formuleren.»

HUMO Tijdens het schrijven test hij die dialogen luidop. Daar zou ik wel een keer bij willen zijn.

DEGRYSE «Ik ook, ja (lacht). Maar het werkt: je leest het script en de zinnen plakken al op je lippen. Je moet als acteur alleen nog spelen.

»De vier boys zijn heel close met elkaar – ze delen een lange geschiedenis, ook in het echte leven. Als je daar als relatieve buitenstaander plots in wordt gegooid, is dat spannend: zal ik m’n plaats wel vinden? Maar die gasten zijn zo hartelijk, zo open… Ik voelde me heel welkom.»

HUMO Jouw personage Anthony Biets is aanvankelijk een correcte, wat stijve boekhouder. Ik heb me laten vertellen dat die omschrijving niet meteen op jou van toepassing is.

DEGRYSE (lacht) «Nee, absoluut niet. In het eerste seizoen had mijn personage het voortdurend over een vof, een vennootschap onder firma. Ik heb me toen door mijn boekhouder laten uitleggen wat dat precies is, kwestie van toch een béétje te weten waar Anthony het over had, maar mijn oren begonnen te tuten. Zodra het over administratie en financiën gaat, brandt er in mijn hoofd een zekering door.

»In de loop der jaren heb ik een uitstekend systeem ontwikkeld om mijn dagelijkse leven zo weinig mogelijk te verknoeien met dat soort praktische zaken: ik open mijn post maar twee keer per jaar.»

HUMO Vandaar dat je mijn fanbrief nog niet hebt beantwoord!

DEGRYSE «Ik ben me ervan bewust dat het dommig klinkt, want er zijn natuurlijk gevolgen: facturen die te laat betaald worden, aanmaningen, oplopende kosten. Maar dat is de prijs die ik bereid ben te betalen, want mijn nettowinst is die tijd waarin ik niet met dat soort onpoëtische, praktische besognes bezig ben geweest. Het bezorgt mij rust.»

HUMO Waar gaat ‘Callboys’ volgens jou over?

DEGRYSE «De mens die probeert, op zijn bek gaat en opnieuw probeert. In de reeks wordt alles natuurlijk uitvergroot en ligt er een absurde glans overheen, maar in wezen is het wat we allemaal meemaken: tegen de muur lopen, nog eens tegen de muur lopen en dan een aanloop nemen om nóg eens tegen die muur te lopen.»

HUMO Anthony Biets lijkt me vooral een heel bange man.

DEGRYSE «Ja! Er valt een blaadje op de grond en hij schrikt zich een ongeluk. Hij is ervan doordrongen dat alles op elk moment fout kan gaan.»

HUMO En dat is precies wat er gebeurt. Eén steentje valt en lokt een lawine uit, en voor hij het weet, is Anthony alles kwijt: zijn geld, zijn baan, zijn vrouw en zijn leven. Die angst om van de ene dag op de andere alles te verliezen…

DEGRYSE «...is heel herkenbaar, inderdaad. Het interessante is dat Anthony er zelf nauwelijks een aandeel in heeft. Hij beslist niets: niet dat hij zijn baan verliest, niet dat zijn relatie beëindigd wordt, niet dat hij een volledig nieuwe toekomst voor zichzelf moet verzinnen. Eén anekdotisch voorval – een woede-uitbarsting tegen twee gangsterachtige types – zet een catastrofale machinerie in gang waar hij zelf geen vat op heeft.»

HUMO Die woede is uitzonderlijk, want doorgaans ondergaat hij het leven knarsetandend.

DEGRYSE «Dat is zo tragisch aan hem: Anthony spreekt de dingen niet uit, hij houdt alles binnen. Tot het echt niet meer anders kan en hij explodeert, met fatale gevolgen. We kennen allemaal zulke mensen, hè.»

HUMO Wat voel je als je hem speelt? Mededogen? Ergernis?

DEGRYSE «Toch vooral het eerste. Omdat het tegelijk mooi en tragisch is: iemand die groot wil zijn, maar daar niet in slaagt. Anthony Biets is de kampioen van de middelmaat: je ziet dat hij nooit een succesvolle zakenman zal zijn, nooit een begeesterende minnaar zal worden. Maar zelf kan hij dat onmogelijk onder ogen zien. Heb je de scène in de hotelbar gezien? Het personage van Peter Van den Begin, één van die twee hufters die Anthony in de tang houden, zegt: ‘Niet smeken, Biets. Niet smeken. Grote jongens doen dat niet.’ Dat fragment vat het helemaal samen: ook in het echte leven ruiken de wolven van kilometers afstand wie de weerloze schaapjes zijn.»

'De tragiek én de schoonheid van de mens zitten in het oeverloze proberen, ook in 'Callboys'. We willen zoveel, maar we krijgen zo weinig – en dat is prachtig'


Poëzie in de mens

HUMO Je bent in de eerste plaats een theatermaker. In 2003 stampte je met Bart Baele en Caroline Rochlitz het gezelschap BERLIN uit de grond. ‘True Copy’, een voorstelling van vorig jaar, haalde de wereldpers.

DEGRYSE «We waren gefascineerd door Geert Jan Jansen, een Nederlandse meestervervalser van kunstwerken. We lieten hem een exacte kopie maken van ‘Tête d’arlequin’, een werk van Picasso dat in 2012 in Rotterdam is gestolen. Het werd voor het laatst gesignaleerd in Roemenië, en dus trokken we met die kopie naar daar en verborgen ze in een bos. Toen ze werd gevonden, dacht de wereld een dag lang dat het het echte werk was. Dat nieuws is toen veel groter geworden dan we hadden kunnen vermoeden: plots stond het in The New York Times, berichtte CNN erover en zaten we in India in het journaal.

»Het was geen schelmenstreek: we wilden oprechte filosofische vragen stellen. Waarom zijn we zo gehecht aan de waarheid? Als je in een museum staat en je wordt ontroerd door een schilderij, maar vervolgens fluistert iemand je in het oor dat het een vervalsing is, waarom smelt die ontroering dan meteen? Waarom daalt de financiële én de emotionele waarde plots?»

HUMO Om dat soort vragen te onderzoeken dansen jullie het liefst in het grensgebied tussen documentaire, theater en installatie. Dat resulteerde onder meer in de ‘Holoceen’-cyclus, waarvoor jullie de halve wereld hebben afgereisd.

DEGRYSE «Het uitgangspunt is altijd geweest: we vertrekken niet van een vaststaande theatertekst, maar strijken neer in een stad ergens ter wereld en laten de bewoners de tekst leveren. Dat doen we door goed rond te kijken, veel te interviewen en te filmen. Daarna zoeken we de juiste vorm voor de voorstelling: dat kan theater zijn, maar net zo goed film of dans.

»Onze voorstelling over Bonanza is een goed voorbeeld. Het ligt aan de voet van de Rocky Mountains, een klein paradijs. Vroeger was het een mijnwerkersstadje waar koper en goud werden ontgonnen, maar nu wonen er nog zeven mensen. Toch hebben ze nog een gemeenteraad en een burgemeester. We waren daar een maand toen één van de zeven inwoners het verkiezingssysteem, waarbij ook mensen van buiten de stad zich kandidaat mogen stellen voor het burgemeesterschap, aanklaagde voor de rechtbank. Die rechtszaak was de aanzet van een totale implosie van die minigemeenschap: er ontstond wantrouwen en venijn, de zeven raakten verstrikt in intriges en combines, en het eindigde ermee dat mensen elkaar voor de rechter daagden en in de gevangenis lieten gooien.

»Enfin, het was een hallucinant verhaal, en op een bepaald moment begonnen we te geloven dat het allemaal in scène was gezet. Dat die zeven op onze laatste dag een barbecue zouden aansteken en vervolgens in koor zouden roepen: ‘Gefopt!’ Maar het was écht, en dat we het konden optekenen, hebben we te danken aan één van onze basisprincipes: we gaan niet ergens ter plaatse met de illusie dat we in twee weken een gemeenschap helemaal kunnen doorgronden. We trekken voor elke stad minstens een jaar tijd uit – in stukjes, uiteraard, we verblijven er niet de hele tijd.»

HUMO Hoe komen jullie bij die particuliere verhalen?

DEGRYSE «Door nieuwsgierig en alert te zijn: drie zinnen, ergens weggemoffeld in een hoekje van de krant, kunnen de aanzet van een bijzonder verhaal zijn. Ik was ooit in New York toen ik in de krant een interessant verhaal las. Ik ben toen de redactie van The New York Times binnengestapt om de contactgegevens van de protagonisten op te vragen.

»Belangrijk is ook dat wij de tekst van onze voorstellingen niet zelf dirigeren. We registreren wat mensen ons vertellen. En natuurlijk sturen we dat enigszins. Als je in Jeruzalem rondloopt en je je tot de mening van de man in de straat beperkt – ‘Vertel eens, meneer, wat denkt u over de hele situatie hier?’ – krijg je geen goeie voorstelling. We zoeken mensen die een zekere poëzie in zich hebben.»

HUMO Ik ga ervan uit dat elke theatermaker vertrekt van een nieuwsgierigheid naar de mens, zijn drijfveren, zijn hartstocht en zijn knullige mislukkingen. Vaak gebeurt dat door in de eigen ziel te gaan woelen. Maar jij wilt altijd wég, de wereld in.

DEGRYSE «Dat klopt: ik reis fundamenteel graag, en als ik voor langere tijd thuis ben, begint het al snel weer te kriebelen. Maar het is geen rusteloos onderweg zijn. Bart en ik hoppen niet van stad naar stad. We landen ergens en bouwen daar een tijdelijke thuis.

»Natuurlijk kun je alle grote thema’s van het leven in jezelf vinden. Je hoeft niet te reizen om te weten wat verlangen, teleurstelling en geluk zijn. Maar ik vind het fijn om mensenlevens overal ter wereld te onderzoeken. Mijn oudste zoon is al enkele keren mee geweest, en ik geloof graag dat dat hem mee heeft gemaakt tot de open, geïnteresseerde jongen die hij is.

»Ik vind het een ongelofelijk voorrecht om het te kunnen doen. In Moskou hebben we drie dagen opgetrokken met iemand die het riolenstelsel daar op z’n duimpje kent. Drie dagen hebben we onder de stad geleefd: dat is een formidabele manier om Moskou te leren kennen, hè.»

HUMO Wat heb je geleerd uit de ‘Holoceen’-voorstellingen?

DEGRYSE «Hetzelfde als uit ‘Callboys’: dat de tragiek én de schoonheid van de mens in het oeverloze proberen zitten. We willen zoveel, maar we krijgen zo weinig – en dat is prachtig.»

'Ik kan heel goed met imperfectie leven, of het nu een professionele band is, een vriendschap of een liefdesrelatie. Tot het elastiekje knapt, natuurlijk'


Ziek paard

HUMO ‘Zvizdal’ is de voorstelling die misschien wel het meest tot de verbeelding spreekt. Vanaf 2011 trokken jullie geregeld naar Zvizdal, een spookdorp in de verboden zone rond Tsjernobyl. Jullie portretteerden er Pétro en Nadia, een koppel tachtigers dat er na de kernramp van 1986 koppig bleef wonen.

DEGRYSE «Ik kan nog altijd niet op een afstandelijke manier over die twee mensen praten. Die ontmoeting is zo ingrijpend geweest. Je moet het je voorstellen: een koppel dat drie decennia geïsoleerd van de buitenwereld leeft: dat is een soort hallucinatie. We kregen daar de mens in zijn essentieelste vorm te zien: in overlevingsmodus. Pétro en Nadia praten niet meer over de ramp, wel over hoe ze aan hun kostje komen: welke gewassen zullen ze planten, wanneer moeten ze het hooi binnenhalen, wat doen ze met een paard dat ziek is?»

HUMO Waarom wilden ze daar niet weg? De overheid heeft indertijd toch voor een nieuwe woonst in veilig gebied gezorgd?

DEGRYSE «Er was hun een appartement aangeboden, maar ze waren in Pripjat gebleven uit angst voor plunderingen. En ze hebben te lang gewacht, tot die woonst niet meer beschikbaar was. Ook al omdat ze hoopten dat de anderen ooit zouden terugkeren, wat dus niet is gebeurd. Enfin, dat is een heel concrete, praktische uitleg. Maar ’s avonds, als er al wat wodka uit de fles was, werd Pétro filosofischer. ‘Een oude boom verplant je niet,’ zei hij dan. Hij is ervan overtuigd dat zijn lichaam zich heeft aangepast aan de omstandigheden daar, en dat de straling er geen vat op heeft. Ze zijn trouwens nooit onderzocht: we weten niet of ze besmet zijn. ‘Wie verhuisd is, is gestorven,’ zei Pétro. ‘Wij zijn gebleven, en we leven nog.’ Ik wil daar wel in geloven. Hoeveel mensen zijn er gestorven door de ramp, en hoeveel door de gedwongen verhuizing? Dat is een interessante vraag.»

HUMO Pétro en Nadia waren een jaar of 60 ten tijde van de ramp. Ze hadden dus al een heel leven geleefd.

DEGRYSE «Dat is het onthutsende, ja: ze hebben het grootste deel van hun leven welvaart gekend, en sociaal contact. Ze hadden stromend water, elektriciteit, een dorp – en plots was dat allemaal weg. Ze zijn altijd blijven hopen dat dat leven ooit hersteld zou worden. Dat de regering de verboden zone zou vrijgeven en dat iedereen zou terugkeren.

»Op Allerheiligen mogen alle dorpelingen één dag terug om de graven te bezoeken – voor Nadia is dat het hoogtepunt van het jaar. Dat weerzien is telkens even mooi als tragisch, want de levens van al die mensen zijn geëvolueerd, en die van Pétro en Nadia niet. Zij zien hun buren van toen terugkeren, maar die mensen herkennen zich niet in de versie die in het hoofd van het koppel leeft.»

HUMO Drie decennia samenleven zonder een mens om je heen: zijn jullie daar op het summum van liefde gestoten?

DEGRYSE «Niet het summum, wel een pittige samenvatting ervan. In Pétro en Nadia herken je jezelf, je eigen relatie en de relatie van veel andere mensen – en dat allemaal gepropt in twee kleine mensenlevens op een godvergeten lapje grond. Het graag zien, het elkaar beu zijn, de humor, de woordeloze verstandhouding, de angst voor verlies: alles wat liefde kan zijn, zit in Pétro en Nadia.

»Toen we daar de laatste keer weggingen, wisten we: het is voorbij. Dit is het afscheid. De winter is er ongenadig. Dat moment zindert nog altijd na: beseffen dat je ‘Tot ziens!’ zegt, maar ‘Vaarwel!’ bedoelt.»


Reizen om te leven

HUMO Je hebt kinderen. Had je je ook een leven zonder kunnen voorstellen?

DEGRYSE «Natuurlijk was dat een mogelijkheid, maar ik kan en wil het me niet voorstellen. Vader zijn is overrompelend in al zijn simpele eenvoud: plots wordt er beslag gelegd op een stuk van je hart, en je weet dat het onherroepelijk is – het is geen liefde die ooit zal verdunnen. Het is ook confronterend omdat je denkt dat kinderen hun ouders nodig hebben, maar vervolgens merkt dat het ook andersom het geval is. Zodra je een kind hebt, ben je afhankelijk en gruwelijk kwetsbaar – maar daarin zit ’m net de schoonheid.»

HUMO Enkele weken geleden merkte Jan Eelen in deze kolommen op dat de callboys niet zonder elkaar kunnen, en dat net die afhankelijkheid altijd weer tot ellende leidt. Ze moeten van elkaar af, maar ze durven niet. Kun jij dat goed, relaties – van welke aard dan ook – beëindigen?

DEGRYSE «Het duurt heel lang voor ik iets kapotmaak. Of het nu een professionele band is, een vriendschap of een liefdesrelatie: ik kan heel goed met imperfectie leven. Tot het elastiekje knapt, natuurlijk. Maar ik ben daar niet bang voor: de grote omwentelingen in mijn leven hebben altijd tot iets goeds geleid. Ik ben nooit slechter geworden van afscheid nemen. En, belangrijk: de anderen misschien ook niet.

»Het voordeel van ouder worden is dat je aan perspectief wint. Je weet dat een afscheid de hel is, maar dat daarna weer iets nieuws en interessants komt. We hoeven het niet te betreuren dat ons leven onvermijdelijk een brokkenparcours is, want na de ruzie, het liefdesverdriet of de gekneusde vriendschap ontstaat er wel weer iets opwindends.

»Ik ben indertijd weggegaan bij SKaGeN, het theatercollectief dat ik met m’n klas aan het conservatorium bij Dora van der Groen had opgericht. Wij waren zes vrienden die samen een heel intens parcours hadden gelopen. Ik kon in die veilige cocon blijven, maar ik voelde dat het tijd was om te springen – SKaGeN was een spelerscollectief, en ik wilde dingen maken. Ik wist dat ik daarmee iets opblies, maar soms moet je de dingen forceren. Anders word je de man die het leven over zich laat komen – Anthony Biets, ja.»

HUMO Je lijkt me een rusteloze man – en ik bedoel ‘rusteloos’ eerder als compliment dan als belediging.

DEGRYSE «Dat is waar: ik vind het belangrijk dat de dingen in beweging blijven. Niet dat ik elke dag behoefte heb aan een grote omwenteling in mijn leven – dan zou ik geen betekenisvolle relaties met mensen kunnen opbouwen. Maar ik wil wel altijd uitzicht hebben op iets boeiends, op iets wat me brengt waar ik nog niet ben geweest. Als je hier een jaar of tachtig mag rondlopen en daarna dood moet, lijkt dat me het geschikte recept: voortdurend reizen, door de wereld én in je hoofd.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234