Yves Vanderhaeghe: de denker van KV Kortrijk

Als KV Kortrijk geen domme dingen doet, speelt het straks voor de derde keer in zes jaar tijd Play-off 1. Zonder vedetten, zonder budget, maar met Yves Vanderhaeghe als trainer.

Door zo normaal te doen, valt Yves Vanderhaeghe (44) op. Je ziet hem geen epileptische aanvallen krijgen langs de zijlijn, je hoort hem niet zeiken op arbiters, hij heeft nog nooit gedaan alsof hij het warm water heeft uitgevonden en hij behandelt journalisten alsof het gewone mensen zijn. Zouden de tikken die hij van het leven heeft gekregen, hem hebben leren relativeren? Op zijn achttiende was hij bijna dood, hij maakte een scheiding mee en lijdt al geruime tijd aan suikerziekte, een kwaal waarmee hij niet te koop loopt.

Yves Vanderhaeghe «Plezant is het niet, het is zelfs redelijk ingrijpend, maar ik heb ermee leren leven. Na een knieoperatie zeven jaar geleden raakte ik besmet met de ziekenhuisbacterie. Drie maanden lang heeft die huisgehouden: koude koorts, warme koorts… Mijn lichaam is toen zo hard in het rood gegaan dat mijn pancreas helemaal uitgeput raakte. Het gevolg: ik breek geen suiker meer af, dus moet ik me elke dag vier keer met insuline inspuiten.»

'Hoe ouder ik word, hoe meer ik het belang dat aan voetbal wordt gehecht, overdreven vind'

HUMO En je weet hoe dat moet, want je bent bij Anderlecht ploegmaat van Pär Zetterberg geweest.

Vanderhaeghe «Nu pas besef ik hoe moeilijk het voor hem geweest moet zijn. Je bloedspiegel op peil houden is een ongelofelijk subtiel spel. Een tikje te veel of een tikje te weinig en je hebt al last: heb je te veel suiker, dan ben je moe, heb je er te weinig, dan kun je flauwvallen. Als het evenwicht niet goed zit, word je ook heel snel emotioneel, zenuwachtig en prikkelbaar. Maar Pär hield dat perfect onder controle. Chapeau! Het is zo al niet evident. Als je dan ook nog aan topsport doet… Zeker met al die verplaatsingen erbij: in hotels hebben ze niet altijd wat je nodig hebt. En geloof me: wit brood of bruin brood, gewone confituur of lightconfituur: het maakt een enorm verschil.»

HUMO Is dat de reden waarom Kortrijk deze winter niet naar een Spaanse of Turkse Rivièra op winterstage is gegaan?

Vanderhaeghe (lacht) «Toch niet. Pas op: we zijn wel twee dagen naar Knokke geweest, en daar was ook een nacht hotel bij. Oké, we hadden geen zon en we hebben weinig gevoetbald, maar we hebben wel aan onze conditie gewerkt. We zijn gaan fietsen, we hebben volleybal en basketbal gespeeld en we hebben het vooral leuk gemaakt. We trainen al driehonderd keer per jaar: even níét op het voetbal focussen kan ook deugd doen.»

HUMO Elke eersteklassetrainer zal tegen zijn bestuur zeggen: ‘Wie niet op winterstage trekt, is niet professioneel bezig.’

Vanderhaeghe «Natuurlijk is het nuttig om eens een weekje goed door te kunnen trainen in de zon, maar als het niet kan… kun je toch nog altijd Play-off 1 halen, neen? (lacht) In het voetbal worden veel dingen overdreven.»

HUMO En trainers doen daar graag aan mee?

Vanderhaeghe «Dat kan ik niet ontkennen.»

HUMO Valt het jou ook op dat sommige van je collega’s zijn gaan geloven dat ze een heel belangrijke functie in de maatschappij vervullen? Ze zijn afdelingshoofd bij een kleine kmo, maar ze klinken alsof ze een multinational besturen.

Vanderhaeghe (lacht) «Dat heb ik nu ook al vaak gedacht, zie! ‘Doe toch eens normaal,’ denk ik dan. Het is maar voetbal, hè? Is de bal over de lijn gegaan of niet: over véél meer gaat het uiteindelijk niet.»

HUMO En, zei Rik Coppens zaliger, je kunt het belang van een trainer niet genoeg onderschatten.

Vanderhaeghe «Lichtjes overdreven, maar er zit wel een grond van waarheid in. Het zijn de spelers die het doen. Maar je moet die spelers wel goed managen. Ik denk dat ik daar wel in slaag.»

HUMO Bob Peeters heeft het net als jij schitterend gedaan in zijn eerste seizoen, bij Cercle Brugge. Nadien ging het een pak minder. Ik heb hem gevraagd of hij goede raad voor je had. ‘Denk vooral niet dat het succes aan jou ligt,’ zegt hij. ‘Als jonge coach heb je die neiging.’

Vanderhaeghe «Ik niet. Ik besef héél goed dat succes voor 90 procent afhankelijk is van de spelers die je krijgt.»

HUMO Hein Vanhaezebrouck heeft zelfs al gezegd dat jij gewoon voortborduurt op zijn werk.

Vanderhaeghe «Ik heb daar helemaal geen probleem mee: ik ken Hein en zijn megapersoonlijkheid: hij zet dat soort dingen graag eens in de verf. Dat mag, want voor een groot stuk heeft hij ook gelijk. Er zijn veel spelers gebleven, en ik heb ook veel van zijn systeem behouden. Veel, maar toch niet alles. Hein hamerde op balbezit, op balcirculatie over de grond. Ik kies voor een directere aanpak als we de bal hebben en durf afwachtender te zijn als we hem niet hebben. Ik geef de spelers ook meer tactische vrijheid dan hij.»

HUMO Jan Mulder maakte zich in Vlaanderen onsterfelijk met de leuze ‘Fuck the system’. Trainers moeten daar meestal eens goed om lachen. Jij niet, dan?

Vanderhaeghe «Als we tegen Club Brugge spelen, zeg ik helemaal niet: ‘Fuck the system.’ Dat heeft iedereen kunnen zien (lacht). En toch vind ik het niet helemaal belachelijk. Soms moet je je spelers gewoon vrij durven te laten en op hun intuïtie vertrouwen. Als je goede, verstandige voetballers hebt die bereid zijn voor elkaar te werken, komt het vaak vanzelf wel goed.»

HUMO Toen ik je in 2002 interviewde, hadden we het kort over het trainerschap en toen zei je wat jouw recept voor succes zou zijn, mocht je ooit een ploeg coachen: ‘Simpel: elf mannen met ballen aan hun lijf die voor elkaar door het vuur gaan. Daar kom je in de Belgische competitie altijd ver mee.’

Vanderhaeghe «Dat was wel héél simpel (lacht).»

HUMO Je ziet het wel terug bij KV Kortrijk.

Vanderhaeghe «Natuurlijk. Ik vind het zelfs één van onze belangrijkste troeven: dat we zo weerbaar zijn. Zelfs al zit het tegen, we laten nooit het hoofd hangen. Die mentaliteit heb je nodig als je wilt winnen. Die heb ik er ook zelf ingepompt, maar er komt toch iets meer bij kijken.»

'Ik ben soms ook vreselijk kwaad op de scheidsrechter, maar al na een paar seconden schiet het door mijn hoofd: ‘Gedraag je''


Gek naast de lijn

HUMO Veel trainers doen alsof ze niet eens de tijd hebben om de vuilniszak buiten te zetten. Jij woont de helft van de tijd alleen, de andere helft woont je dochter van 13 bij je. Je bent huisman: je doet de boodschappen en de was, je kookt… Daar kruipt véél tijd in. Zeg nu eens tegen al die collega’s van je: ‘Jongens, jullie overdrijven.’

Vanderhaeghe (lacht) «Wel, ik denk dat de meesten níét overdrijven. Het is gewoon een keuze die je maakt. Ik wil mijn dochter van school afhalen, voor haar koken, samen met haar tv-kijken: dat zijn momenten die ik voor geen geld zou willen missen. Ik heb daar behoefte aan, zoals ik er ook behoefte aan heb om geregeld een uur in het bos te lopen. Maar als je die behoefte niet hebt, of je kunt je job niet goed loslaten, dan is het héél makkelijk om er 24 uur per dag mee bezig te zijn. Als je er zelf geen limiet op zet, stopt het eigenlijk nooit. Dat heb ik onderschat.

»Is er eens een avond geen voetbal op tv, dan ligt er nog altijd een pak dvd’s klaar: van spelers die je interesseren of die jou aangeboden zijn, van stilstaande fases van een tegenstander… Je kunt daar eindeloos mee doorgaan. Je kunt altijd nóg meer scouten, analyseren, voorbereiden. En dan heb je nog de pers, de supportersavonden, vergaderingen, managers die je de beste speler ter wereld komen voorstellen… Het houdt nooit op. Van nature zeg ik niet snel neen als me iets vriendelijk wordt gevraagd, maar ik heb het toch moeten leren. Anders leef je niet meer, maar word je geleefd.»

HUMO Heb je soms het gevoel dat je een betere coach zou zijn, mocht je nog meer uren kloppen?

Vanderhaeghe «Neen. Maar ik denk wel dat je bij een ploeg met een groter budget en een grotere staf wél beter werk kunt verrichten. Dan kun je nog gerichter werken, nog meer analyseren, meer technologie inschakelen.»

HUMO Trainers als Michel Preud’homme hebben ervoor gezorgd dat ongeveer iedereen denkt dat een uitstekende trainer maniakaal met zijn job bezig moet zijn. Geloof jij dat ook, of is er volgens jou een andere manier?

Vanderhaeghe «Wat is maniakaal? Ik stop er heel veel tijd in, maar niet ál mijn tijd. Het gebeurt weleens dat ik twee uur niet aan voetbal denk, en ik heb er ook nog nooit één seconde slaap voor gelaten. En zo lukt het ook.»

HUMO Gert Verheyen heeft heel wat vrienden die trainer zijn geworden. Hij heeft ze allemaal zien veranderen, zegt hij: ze raken geobsedeerd en in zichzelf gekeerd. Je zit ermee te kletsen op café, maar je ziet dat ze eigenlijk aan een oplossing voor hun probleem op de linksachterpositie denken. Het voetbal laat ze niet meer los. Het is één van de redenen waarom hij zelf nooit clubcoach wil worden. Herken je dat?

Vanderhaeghe «Ik snap het wel, maar ik denk niet dat ik zelf al zover ben. Na de wedstrijd tegen Charleroi ben ik nog met mijn dochter, een paar vrienden en hun kinderen een paar uur op restaurant geweest. Toen is er amper over voetbal gepraat en heb ik er ook amper aan gedacht. Natuurlijk: alles gaat goed op dit moment, dan is het een stuk makkelijker om het los te laten.»

HUMO Trainers benadrukken graag dat ze een moeilijke job hebben, dat het – zelfs als het goed gaat – allesbehalve evident is. Dat zal vaak wel kloppen, maar misschien lijkt het soms ook allemaal vanzelf te lopen. Zoals nu bij KV Kortrijk.

Vanderhaeghe «Nu wel, ja. De spelers zijn gemotiveerd, de sfeer is plezant, de media zijn alleen maar positief, het loopt inderdaad vlot. Maar na acht weken competitie was het toch een ander verhaal. We hadden toen geen enkele match gewonnen en dan begint iedereen te twijfelen: niet alleen de spelers, maar ook de staf. Gelukkig hebben we zelf ingezien dat er geen reden tot paniek was: behalve de resultaten ging alles eigenlijk goed. Er werd hard gewerkt, de sfeer in de groep zat goed, zelfs het voetbal was dik in orde, alleen bleven de doelpunten uit. Het enige wat je dan kunt doen, is rustig blijven en je ploeg zo veel mogelijk vertrouwen geven. Als je dan als een gek tekeergaat, maak je je spelers alleen maar nerveus.»

HUMO Het bestuur van KV Kortrijk twijfelde of jij wel geschikt was voor de job. Toen Vanhaezebrouck vertrok, hebben ze jou zelfs gezegd dat jij hem niet zou opvolgen. Uiteindelijk hebben ze zich door spelers en fans laten overhalen. Vreesde je na die acht weken niet dat je dagen stilaan geteld waren?

Vanderhaeghe «Vrezen? Pff. Toen ik tekende, zei ik al dat de volgende stap mijn ontslag zou zijn. Al lachend, maar toch: het is de realiteit. Nu moet ik wel zeggen dat het bestuur in die acht weken ook heel kalm is gebleven. Ze hebben me op geen enkel moment onder druk gezet.»

HUMO Wat had je eigenlijk van het seizoen verwacht toen je tekende?

Vanderhaeghe «Dat het rustig zou worden. Ik kende de spelers die we hadden, ik wist wie erbij kwam: met die jongens kom je nooit in de problemen.»

HUMO Je was al zes jaar assistent. Leek het hoofdtrainerschap jou leuker?

Vanderhaeghe «Leuker niet, maar ik was wel nieuwsgierig en ambitieus. Toen ik nog T2 was, zat mijn job er na de trainingen bijna altijd op. Nu zit ik hier met jou over mezelf te babbelen. Je mag twee keer raden wat ik het liefste doe (lacht). Als T1 krijg je veel aandacht, en dat heeft me nooit geïnteresseerd. Het enige wat ik echt leuk vind aan voetbal, is wat er tussen die vier lijnen gebeurt. Al de rest neem ik er gewoon bij.»

HUMO Als speler genoot jij toch van de aandacht? Een vol Astridpark dat je toejuichte toen je Luis Figo van Real Madrid in je achterzak stopte?

Vanderhaeghe «En waar stond ik toen? Tussen die vier lijnen. Dáár hield ik inderdaad van het applaus, erbuiten al veel minder. Echt, dat ik als T2 bijna volledig in de anonimiteit verdwenen was, vond ik absoluut niet erg. Integendeel. Ik ben niet op zoek naar schouderklopjes.»

HUMO Ik ga je er toch één geven. Jij was een betere voetballer dan veel mensen denken. Iedereen heeft het maar over de harde werker die je was, over hoe goed je ballen kon afpakken, over je sobere stijl. Ik heb je eens een zoolbeweging à la Zidane zien doen, ik zie je nog steekpasjes geven, ik zie je nog ballen vanop 25 meter in doel zwiepen.

Vanderhaeghe «Toch één die het zich nog herinnert (lacht). Ik kon wel iets met een bal, dat is waar. Ik heb in eerste klasse 31 doelpunten gemaakt, als verdedigende middenvelder. Dat wordt weleens vergeten. Ik offerde mezelf altijd op: ik liep de gaten dicht, ik werkte voor mijn ploegmaats, en dan gebeurde het vaak dat ik niet meer aan fraai voetballen toekwam. Maar ik kon het wel.»

HUMO Je was na Marc Wilmots wellicht de beste Belg op het WK van 2002.

Vanderhaeghe «Dat zou kunnen, ja. (Fijntjes) Mijn statistieken waren zelfs beter dan die van Marc

HUMO Maar hij heeft dat al dan niet terecht afgekeurde doelpunt tegen Brazilië gescoord en jij niet.

Vanderhaeghe «Zo gaat dat. Nu lijkt het soms alsof er die dag maar één Belg op het plein stond, terwijl onze grote kracht het collectief was. Wij waren niet de verfijndste voetballers, maar we werkten hard en de groep hing goed aan elkaar. De Brazilianen hebben achteraf niet voor niks gezegd dat wij de beste ploeg waren waartegen ze hadden gespeeld.»

HUMO Is die wedstrijd één van dé hoogtepunten in je carrière?

Vanderhaeghe «Een verloren wedstrijd is nooit een hoogtepunt, maar als ik er nu op terugblik: het was toch wel chic. Soms drukten we Brazilië helemaal weg. Op het moment zelf was ik alleen maar ontgoocheld. De ploeg is diezelfde avond nog op stap geweest, en normaal ging ik altijd mee, maar toen ben ik – als enige, denk ik – op mijn kamer gebleven. Ik kon me maar niet over die teleurstelling heen zetten.»

HUMO Yves Vanderhaeghe heeft niet altijd zo goed kunnen relativeren als nu.

Vanderhaeghe «’s Anderendaags was het al over, hoor.»

HUMO Dat je zo goed kunt relativeren, wordt vaak toegeschreven aan het feit dat je op je achttiende door een infectie op je hersenstam een tijd op de rand van de dood hebt geleefd. Speelt dat dertig jaar later nog altijd mee?

Vanderhaeghe «Niet echt meer, denk ik. Mijn opvoeding is bepalender geweest, geloof ik nu. Thuis werd dat er echt ingehamerd: voetjes op de grond, bescheiden blijven, geen grote mond opzetten.»

HUMO Dat heeft weinig met relativeren te maken.

Vanderhaeghe «Maar daarom lijkt het soms wel alsof ik de dingen beter relativeer dan anderen: omdat ik me intoom. Ik ben soms ook vreselijk kwaad op de scheidsrechter, maar al na een paar seconden schiet het door mijn hoofd: ‘Gedraag je.’ Ik zou niet willen dat mijn dochter me als een halve gek langs de lijn ziet tekeergaan. Dat pást niet, vind ik. Je moet je emoties een beetje onder controle houden. Bovendien helpt het meestal ook niet om zo van je oren te maken, integendeel zelfs. Dus doe je het beter niet.

»Na een match zul je me al helemaal niet meer horen over een fout van de scheidsrechter, want dan relativeer ik wél. Die mannen hebben een aartsmoeilijke job en net zoals voetballers en trainers maken ook zij fouten. Eén keer heb ik het overwogen om toch iets over de arbitrage te zeggen, na de wedstrijd tegen Genk, toen we drie punten hadden verloren door een fout van de scheidsrechter, maar toen heb ik gedacht: ‘Het was zo overduidelijk, de pers zal er vanzelf wel genoeg aandacht aan besteden.’»

HUMO Scheidsrechters zijn een soort obsessie geworden van trainers, analisten en supporters. Vaak hebben ze het meer over de arbitrage dan over het spel. Het past ook perfect in de geest van de tijd: voor alles moeten we een schuldige kunnen aanwijzen. En als we één schuldige kunnen aanwijzen, dan zijn we meteen van onze eigen verantwoordelijkheid af.

Vanderhaeghe «Daar is wel iets van, ja. Ik vind dat die mannen iets meer respect verdienen. Joeri Van de Velde had op een indoortoernooi deze winter een discutabele beslissing genomen, waardoor we die wedstrijd verloren. Toen hij kort daarna in de competitie een match bij ons moest fluiten, begon de spionkop meteen ‘Joeri janet’ te zingen. Ik heb onmiddellijk de afgevaardigde bij mij geroepen en naar de kop gestuurd om te zeggen dat ze ermee moesten stoppen.

»Eén ergernis kan ik wél begrijpen: er wordt nog te vaak met twee maten gemeten. Identieke fouten worden soms verschillend bestraft, zelfs door de reviewcommissie, die beelden ter beschikking heeft. Dat moet eruit. Maar voor de rest lig ik echt niet wakker van scheidsrechters. Sommige collega’s kijken al in het begin van de week op de site van de voetbalbond om te weten wie hun wedstrijd zal fluiten, mij interesseert dat totaal niet.»

HUMO Zijn er collega’s in binnen- of buitenland die jij als voorbeeld neemt?

Vanderhaeghe «Jürgen Klopp van Borussia Dortmund: altijd enthousiast, altijd heel voornaam, altijd down-to-earth. Zelfs toen de resultaten maandenlang slecht bleven, verloor hij zijn glimlach niet. Dat vind ik een voorbeeld. Eric Gerets ook: hoe vaak zie je die in de pers opduiken? Haast nooit. Dat zou ik ook wel willen kunnen.»

HUMO Simpel: zorg dat je in Play-off 1 de eerste vijf wedstrijden verliest en niemand kijkt nog naar je om.

Vanderhaeghe (lacht) «Ik heb echt geen zin om tien dagen het slachtoffer te spelen.»

HUMO Dat dacht Peter Maes ook, vorig seizoen. Ook een goeie trainer, en Lokeren is ook een goeie ploeg. En toch…

Vanderhaeghe «Meedoen voor de titel zit er niet in, dat weet ik ook, maar ik hoop toch dat we af en toe heel vervelend kunnen zijn voor de topploegen. Dat moeten we kunnen, dat hebben we bewezen.»

HUMO Ook Glen De Boeck debuteerde destijds fantastisch. Zijn goede raad voor jou: ‘Geniet ervan. Ik heb dat bijna niet gedaan, en daar heb ik nu spijt van, want zo’n succesjaar is helemaal niet vanzelfsprekend.’

Vanderhaeghe «Ook dat besef ik. Toen we ons met Anderlecht in 2001 kwalificeerden voor de tweede ronde van de Champions League, zei Filip De Wilde me: ‘Geniet ervan, Yves, ’t zou de laatste keer kunnen zijn.’ Ik geloofde hem niet. ‘Waarom? Met deze ploeg kunnen we zeker nog twee jaar meedraaien,’ antwoordde ik. Het jaar erop waren Koller en Radzinski vertrokken en was het inderdaad gedaan. Dat ben ik nooit vergeten.»


Geen nee tegen T2

HUMO Ben je als trainer ambitieus?

Vanderhaeghe «Ik wil altijd winnen en ik wil altijd beter doen. Dat is ambitie, denk ik.»

HUMO Maar heb je ook een welomschreven doel? Wil je ooit een topclub trainen?

Vanderhaeghe «Ik wil dat wel, maar ik ga mij daar niet blind op staren. Als jonge speler heb ik ook nooit gedacht dat ik Champions League zou spelen, of Rode Duivel zou worden. Gewoon: hard werken en zien wat er op je afkomt.»

HUMO Anderlecht heeft je gevraagd om T2 te worden van Besnik Hasi. Hasi zelf, maar ook Frank Vercauteren en Ariël Jacobs zijn via die weg hoofdtrainer geworden. Waarom heb je dan toch neen gezegd?

Vanderhaeghe «Omdat ik mijn woord al aan Kortrijk had gegeven. Anders had ik het gedaan, en zeker niet met de bedoeling om zelf ooit hoofdtrainer te worden. Was ik vrij geweest en hadden ze me een contract voorgelegd waarin stond dat ik voor de rest van mijn dagen T2 zou blijven, zoals Jean Dockx, dan had ik dat meteen getekend.»

'Ik wil mijn dochter van school afhalen, voor haar koken, samen tv-kijken: dat wil ik voor geen geld missen'

HUMO Stel dat het ooit fout loopt bij Kortrijk, en Anderlecht vraagt je nog een keer, dan doe je het?

Vanderhaeghe «Ik voel me zeker niet te groot om ooit weer als T2 aan de slag te gaan, zeker niet bij een club als Anderlecht.»

HUMO Tot zover het hoofdstuk ambitie.

Vanderhaeghe «Elk jaar voor de titel spelen, elk jaar een kans op de Champions League? Dat vind ik wel getuigen van ambitie, ja. Ik hoef niet in the picture te staan of het alleen voor het zeggen te hebben. Nogmaals: mij gaat het over het voetbal.

»Ik ben ook realist. Als je ziet hoeveel hoofdtrainers er dit seizoen al ontslagen zijn in eerste klasse, dan lijkt zo’n job als T2 me helemaal niet zo kwaad. Ik vind het soms echt een gekkenhuis. Als voetballer denk je vaak dat je niet eerlijk beoordeeld wordt, maar achteraf bekeken valt dat eigenlijk erg mee. Trainers hebben veel meer reden tot klagen, want meestal is het heel simpel: een ploeg die het niet goed doet, heeft acht op de tien keer niet de spelers om zijn ambitie waar te maken. En daar kan een trainer weinig tot niets aan doen.»

HUMO Werkzekerheid vind je belangrijk.

Vanderhaeghe «Absoluut. Ik heb een huis af te betalen, nog twaalf jaar. Als speler heb ik nooit aan geld gedacht – echt geen seconde – maar nu wel, dat geef ik probleemloos toe. Vroeger was voetbal puur hobby en passie, het enige doel was om hogerop te raken en prijzen te pakken – maar nu is het een echte job geworden. Er moet gewoon brood op de plank komen.

»Ik leef nu ook bewuster: vroeger moest alles wijken voor het voetbal, ik kon er ook nooit afstand van nemen. Nu kan ik wél relativeren en besef ik dat bepaalde zaken echt belangrijker zijn. Hoe ouder ik word, hoe meer ik het belang dat aan voetbal wordt gehecht, overdreven vind. Mijn liefde voor het voetbal is niet verminderd, helemaal niet, maar ik heb geleerd om ook andere dingen naar waarde te schatten. Een avond met vrienden, de dagen met mijn dochter.»

HUMO Zou je dan wel ooit hoofdcoach van een ploeg als Anderlecht willen worden? Je weet dat die job dubbel zoveel beslag op je leven zal leggen als de job die je nu hebt.

Vanderhaeghe «Of ik het zou kunnen, weet ik niet, maar over vijf jaar zou ik het wel willen proberen.»

HUMO Dan is je dochter 18.

Vanderhaeghe «Dat bedoel ik, inderdaad.»

HUMO Is het niet vooral je dochter die je het voetbal heeft leren relativeren?

Vanderhaeghe «Dat denk ik ook, ja. Zij is het belangrijkste in mijn leven. Niets is mooier dan eigen bloed. Nu ze nog jong is, wil ik er voor haar zijn. Dat is me meer waard dan het voetbal. Zolang ze bij me woont, komt zij op de eerste plaats.»

HUMO Je bent vrijgezel. In een interview met Het Laatste Nieuws zei je onlangs: ‘Ik heb de liefde een beetje opgegeven.’ Echt?

Vanderhaeghe «Het is even genoeg geweest, ja. Ik heb een paar minder goede ervaringen achter de rug en ik voel me nu goed. Ik heb er ook geen tijd meer voor.»

HUMO Een beetje opgegeven, zei je. Niet helemaal, dus.

Vanderhaeghe «Als er iets is waar ik jaloers op ben, dan is het een warm nest. Als mijn dochter er niet is, kom ik thuis in een leeg huis en dan weet ik meteen hoe de rest van mijn dag eruitziet: dan blijf ik aan voetbal denken. (Haalt schouders op) Maar eigenlijk hoop ik nog altijd dat ik straks iemand vind die op mijn oude dag mijn karretje wil voortduwen (lacht).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234